Motie van het lid Van Houwelingen over de definitie van "psychosociale arbeidsbelasting" in de Arbowet objectiveren
Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34)
Motie (kabinetsappreciatie: Ontraden)
Nummer: 2026D15149, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 10:11, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36684-12).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P. van Houwelingen, Tweede Kamerlid (FVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 36684 -12 Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34) .
Onderdeel van zaak 2026Z06713:
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-03-31 19:50: Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34) (36684) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 684 Goedkeuring van het op 21 juni 2019 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer (Trb. 2020, 2 en Trb. 2020, 34)
Nr. 12 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN
Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat psychosociale arbeidsbelasting (PSA) in de Arbowet wordt gedefinieerd als «de blootstelling aan factoren in de arbeidssituatie die stress teweegbrengen», waarbij stress wordt omschreven als «een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft»;
constaterende dat deze definitie elementen bevat die in hoge mate subjectief van aard zijn – het gaat immers om wat een werknemer als negatief ervaart – en dat daarmee de grens tussen aanvaardbaar en onaanvaardbaar gedrag op de werkvloer afhankelijk is van de individuele beleving van de betrokkene;
constaterende dat de definitie van «psychosociale arbeidsbelasting» het juridische fundament vormt voor een reeks verplichtingen waaraan werkgevers zich vervolgens moeten houden;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze de definitie van «psychosociale arbeidsbelasting» in de Arbowet kan worden geobjectiveerd, zodat het daarop gebaseerde beleid berust op kenbare, meetbare en toetsbare normen, en de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Houwelingen