Amendement van het lid Bushoff over het waarborgen dat het overleg met de gemeente op overeenstemming is gericht, waarbij afwijking alleen gemotiveerd kan plaatsvinden
Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen
Amendement
Nummer: 2026D15250, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-02 16:53, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.J. Bushoff, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36836 -14 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen .
Onderdeel van zaak 2026Z06751:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 836 | Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen | |
| Nr. 14 | AMENDEMENT VAN HET LID Bushoff | |
| Ontvangen 1 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
In artikel I, onderdeel O, wordt het voorgestelde artikel 13q als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âin overleg metâ vervangen door âin op overeenstemming gericht overleg metâ
2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
1a. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat afwijken van hetgeen voortvloeit uit het overleg, bedoeld in het eerste lid, aanhef. Onze Minister doet van deze afwijking en de redenen die daaraan ten grondslag liggen mededeling aan beide Kamers der Staten-Generaal.
Toelichting
Dit amendement beoogt de positie van decentrale overheden binnen het wetsvoorstel te versterken. In het huidige wetsvoorstel wordt de minister verplicht om het uitvoeringsprogramma Rijk in overleg met decentrale overheden vast te stellen. De indiener is van oordeel dat deze formulering onvoldoende waarborg biedt voor een meer gelijkwaardige betrokkenheid van decentrale overheden. Daarom beoogt de indiener vast te leggen dat het uitvoeringsprogramma Rijk door het Rijk wordt vastgesteld âin op overeenstemming gericht overlegâ met decentrale overheden, in plaats van slechts âin overleg metâ. Met deze aanpassing wordt benadrukt dat het streven moet zijn om tot gezamenlijke afspraken te komen en dat de inbreng van decentrale overheden zwaarder weegt in de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma. Indien de minister voornemens is af te wijken van de uitkomsten van dit overleg, of indien geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de minister verplicht dit gemotiveerd toe te lichten aan beide Kamers der Staten-Generaal.
Bushoff