Antwoord op vragen van de leden Diederik van Dijk en Stoffer over de aanhouding van vijftien personen wegens het verspreiden van IS-propaganda via sociale media
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15290, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-01 14:46, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede namens: J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Onderdeel van zaak 2026Z02970:
- Gericht aan: E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Gericht aan: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1498
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 1 april 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1216
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de aanhouding van vijftien
personen wegens het verspreiden van IS-propaganda via sociale media,
waaronder ook minderjarigen? Wat is uw appreciatie van de ernst en
omvang van deze zaak?1
Antwoord op vraag 1
Ja.
Zoals onderstreept in het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) blijven de zorgen over het jihadistische online milieu onverminderd groot.2 Met name de snelle online radicalisering van een nieuwe generatie jongeren wordt daarin als zorgwekkend aangemerkt.
Het onderzoek van het Openbaar Ministerie loopt en over lopende onderzoeken kan ik geen nadere uitspraken doen.
Vraag 2
Hoe duidt u deze aanhoudingen in het licht van het meest recente
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland van de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), met name waar het gaat om
online radicalisering van jongeren en de rol van sociale
media?
Antwoord op vraag 2
De aanhoudingen kunnen passen in het beeld zoals onder meer
geschetst in het meest recente DTN. Op openbare sociale media, in
besloten chatgroepen en op gaming-platformen komen individuen buiten het
zicht van ouders, leerkrachten of leeftijdsgenoten gemakkelijker en op
jongere leeftijd dan voorheen in aanraking met extremistisch
gedachtegoed. Door sociale media hoeven gebruikers niet altijd naar
extremistische content te zoeken, maar kunnen zij ook onbedoeld en
zonder ideologische motivatie met deze content in aanraking komen.
Daarnaast kunnen zij onderdeel worden van online netwerken van
gelijkgestemden, waar zij soms zelf extremistische content produceren en
verspreiden, hetgeen weer bijdraagt aan de radicalisering van
anderen.
De jonge leeftijd van een aantal verdachten past in het bredere beeld dat steeds meer terrorismeverdachten minderjarig zijn en (online) geïnspireerd raken door onder andere de Islamitische staat (ISIS). De geografische spreiding van de verdachten laat verder zien dat fysieke nabijheid geen vereiste is voor samenwerking. Online platformen maken het mogelijk dat terroristische netwerken ontstaan die gemeente- en regiogrenzen overstijgen.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat online jihadistische propaganda en
rekrutering via sociale media een structurele dreiging vormen voor de
nationale veiligheid?
Antwoord op vraag 3
Het gedachtegoed van ISIS is online eenvoudig toegankelijk en
wijdverspreid. Jihadistische propaganda, jihadistische groepen en
netwerken bevinden zich op verscheidene online platformen. Deze online
aanwezigheid zorgt ervoor dat het jihadistische gedachtegoed in stand
blijft, hetgeen leidt tot nieuwe aanwas van jihadisten en het mogelijk
vergroten van de actiebereidheid bij hen. Bovendien is de omvang van
jihadistische online propaganda de laatste jaren sterk toegenomen. Het
is lastig om zicht krijgen op de totale omvang van deze propaganda,
omdat zij soms verstopt is op minder toegankelijke kanalen zoals
besloten chatgroepen.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AVID) heeft in de open publicatie ‘Een web van haat’ uit 2025 eerder benoemd dat de brede online beschikbaarheid en toegankelijkheid van extremistische en terroristische propaganda zeer waarschijnlijk bijdraagt aan een blijvende jihadistische dreiging.3 Daarnaast onderschrijft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) dat online radicalisering onder jihadistische jongeren een groeiend probleem is in Nederland en in Europa.4 In de afgelopen jaren heeft deze radicalisering van jonge jihadisten in Nederland echter nog niet geleid tot een daadwerkelijke geweldsdaad in Nederland: aanslagplannen kwamen niet tot uitvoer of autoriteiten wisten voornemens tot een aanslag tijdig te onderkennen. Desondanks kunnen uit online contacten op termijn ook jihadistische netwerken ontstaan die een terroristische dreiging kunnen vormen.
Vraag 4
Klopt het dat extremistische netwerken in toenemende mate gebruikmaken
van codetaal, symboliek en andere verhullende communicatie om detectie
door platformen en opsporingsdiensten te omzeilen, en hoe beoordeelt u
de weerbaarheid van de huidige aanpak hiertegen?
Antwoord op vraag 4
Terroristische en extremistische groepen en netwerken maken in
hun online propaganda vaak gebruik van verhullende communicatie om
detectie door opsporingsdiensten en online platformen te omzeilen. Ze
gebruiken daarbij codetaal, symboliek, zogenoemde ‘hondenfluitjes’ of
humor, verwerkt in memes, afbeeldingen, video’s en games. Op deze manier
kunnen extremistische boodschappen op grote platformen worden verspreid
en een breder publiek bereiken. Naarmate contentmoderatie strenger
wordt, neemt ook de mate van verhulling toe.
Er wordt continu gewerkt aan het verbeteren van detectiemechanismen en het in kaart brengen van nieuwe uitingsvormen van terroristische online content.
Daarnaast zijn hostingbedrijven en online platformen verplicht zorgvuldig om te gaan met de content die zij aanbieden. Zo legt de Digital Services Act (DSA) voor zeer grote online platformen (VLOPs) zorgvuldigheidsverplichtingen op met betrekking tot de inrichting van hun platform en de content die daarop wordt gehost of verspreid. De DSA verplicht platformen om transparantie te bieden over de moderatie die zij verrichten, en de wijze waarop. Zo moeten zij onder meer rapporteren over de moderatie die zij hebben verricht en de geautomatiseerde middelen die daarbij eventueel zijn toegepast. Het kabinet zal zich ervoor blijven inzetten dat platformen hun verplichtingen nakomen, onder meer door samenwerking met Europese partners te intensiveren en door in de structurele dialoog met de online platformen hiervoor aandacht te vragen.
Vraag 5
In hoeverre zijn sociale-mediaplatformen naar uw oordeel momenteel
daadwerkelijk in staat om terroristische propaganda tijdig te detecteren
en te verwijderen, ook wanneer gebruik wordt gemaakt van
omzeilingstechnieken?
Antwoord op vraag 5
Sociale mediaplatformen kunnen problemen ondervinden bij het
tijdig detecteren en verwijderen van terroristische propaganda wanneer
omzeilingstechnieken worden gebruikt. Zoals aangegeven in antwoord 4
maken terroristische en extremistische groepen en netwerken vaak gebruik
van verhullende communicatie om moderatie-inspanningen te omzeilen. Het
blijft dan ook van belang dat sociale mediaplatformen oog houden voor
nieuwe omzeilingstechnieken en investeren in moderatie kwaliteit en in
kennis. Hoewel platformen zoals TikTok en de Meta-diensten (Instagram)
geavanceerde AI inzetten voor de detectie van ernstige schendingen,
blijkt de handhaving in de praktijk vaak inconsistent en traag. Dit is
omdat deze geautomatiseerde systemen nog steeds moeite hebben met de
contextuele en culturele nuances van de steeds veranderende codetaal.
Bovendien belemmert de architectuur van gepersonaliseerde-algoritmen de
moderatie, omdat gebruikers content te zien krijgen die aansluit bij hun
interesses, waardoor zij minder snel geneigd zijn om propaganda te
rapporteren.
In Nederland geeft de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) uitvoering aan de Verordening Terroristische Online-Inhoud (TOI-verordening) en is bevoegd om terroristische content te detecteren en deze te laten verwijderen of ontoegankelijk te laten maken. De ATKM streeft ernaar om in samenwerking met de platformen moderatie van terroristische online content verder te verbeteren en spreekt hen aan wanneer zij naar haar oordeel meer kunnen doen. Waar nodig zet zij hierbij verwijderingsbevelen en haar handhavingsinstrumentarium in.
Vraag 6
Welke concrete verplichtingen hebben platformen onder Nederlandse en
Europese regelgeving om terroristische content actief op te sporen en te
verwijderen, hoe wordt toezicht gehouden op de naleving daarvan en welke
sancties volgen bij nalatigheid?
Antwoord op vraag 6
Bij de bestrijding van illegale content ligt de nadruk in de
huidige wet- en regelgeving vooral op het verwijderen of tegengaan van
de content zelf. Zo bevat het huidige wettelijke instrumentarium, zoals
de TOI-verordening en de DSA, duidelijke verplichtingen voor de
bestrijding van terroristische en andere illegale content op online
platformen.
De ATKM heeft op grond van de TOI-verordening primair tot taak terroristische online-inhoud te identificeren en het ontoegankelijk maken van online terroristische online-inhoud af te dwingen.
Indien terroristische online-inhoud is geïdentificeerd, vaardigt de ATKM een verwijderingsbevel uit aan de aanbieder van hostingdiensten waar de terroristische online-inhoud wordt gehost. De ATKM kan een verwijderingsbevel uitvaardigen aan alle aanbieders van hostingdiensten die hun diensten aanbieden in de Europese Unie. Hierop heeft de aanbieder van hostingdiensten één uur de tijd om deze inhoud te verwijderen óf de toegang daartoe in alle EU-lidstaten te blokkeren. De ATKM houdt scherp toezicht op deze 1-uurs termijn. In vrijwel alle gevallen hebben internetbedrijven hieraan opvolging gegeven.5
Wanneer een verwijderingsbevel niet (tijdig) door een aanbieder van hostingdiensten wordt nageleefd, kan de ATKM een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen. Indien een aanbieder systematisch of aanhoudend de verwijderingsbevelen niet naleeft, is het wettelijk maximum boetebedrag € 1.100.000 of, indien dat meer is, ten hoogste 4% van de mondiale omzet van de onderneming.
Wanneer een in Nederland gevestigde aanbieder van hostingdiensten twee of meer definitieve verwijderingsbevelen heeft ontvangen kan de ATKM besluiten dat deze aanbieder is blootgesteld aan terroristisch online inhoud. De aanbieder dient dan onder andere aanvullende specifieke maatregelen te nemen om zijn diensten te beschermen tegen de verspreiding van terroristisch online inhoud. De aanbieder kiest zelf welke specifieke maatregelen hij hiervoor treft en rapporteert hierover aan de ATKM.6
De verplichtingen onder de DSA zijn gelaagd en afhankelijk van de omvang van de dienst. Online platformen moeten op grond van artikel 16 beschikken over een gebruiksvriendelijk meldsysteem voor illegale inhoud. Bij een vermoeden van een strafbaar feit dat het leven of de veiligheid van een persoon bedreigt, moeten zij volgens artikel 18 de opsporingsdiensten informeren. Daarnaast moeten meldingen van trusted flaggers op basis van artikel 22 met voorrang worden behandeld.
Voor VLOPs gelden strengere eisen. Zij moeten volgens artikel 34 systemische risico’s rond de verspreiding van illegale content analyseren en op grond van artikel 35 passende maatregelen nemen. Bij ernstige nalatigheid kunnen op grond van artikel 52 boetes tot 6% van de wereldwijde jaaromzet worden opgelegd. Ook moeten VLOPs de mogelijke risico’s voor bijvoorbeeld de openbare veiligheid analyseren en beperken, bijvoorbeeld door algoritmische versterking te verminderen of gebruikers naar hulpinstanties te verwijzen. De Europese Commissie houdt toezicht op deze verplichtingen.
Vraag 7
Erkent u de noodzaak om het instrumentarium voor bindende
verwijderbevelen, blokkades of andere interventies te versterken wanneer
platformen er niet in slagen om terroristische propaganda effectief
tegen te gaan?
Antwoord op vraag 7
Het wettelijk instrumentarium, zoals de DSA en de
TOI-verordening, biedt mogelijkheden om op te treden tegen onveilige
online omgevingen. Zo is in het kader van voorgenoemde wetten een opbouw
van handhavingsmogelijkheden voorzien.
Wat betreft de manier waarop er gehandhaafd kan worden onder de TOI-verordening door de ATKM verwijs ik u graag naar het uitgebreide antwoord op vraag 6. Om de doeltreffendheid en praktische effecten van de Uitvoeringswet TOI en de bevoegdheden van de ATKM te beoordelen, is in 2025 de evaluatie van deze wet gestart. Daarin wordt de juridische reikwijdte van verwijderbevelen onderzocht, waaronder de juridische mogelijkheid en wenselijkheid van bevoegdheden ten aanzien van ‘legal yet harmful’ materiaal. In het najaar van dit jaar zal ik uw Kamer informeren over de resultaten hiervan.
Daarnaast heeft Nederland in december 2025, samen met Duitsland en Frankrijk, de Europese Commissie opgeroepen om in samenspraak met onder andere online platformen een vrijwillige gedragscode op te stellen ter bestrijding van online radicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme.7 De voorstellen voor de gedragscode richten zich op de bescherming van gebruikers van online platformen, het delen van signalen van online radicalisering, en het tegengaan van zogeheten ‘platform migratie’ waarbij (geblokkeerde) gebruikers (telkens) naar andere platformen uitwijken (en accounts op nieuwe platformen openen).
De DSA biedt ruimte voor de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de Nederlandse toezichthouder, en de Europese Commissie om handhavend op te treden bij niet-naleving van de verplichtingen uit de verordening. De verordening laat in een uiterst geval en onder voorwaarden ruimte voor de toezichthouder om de rechter te verzoeken de toegang tot een dienst tijdelijk te beperken wanneer sprake is van een voortdurende inbreuk die neerkomt op een strafbaar feit waarbij het leven of de veiligheid van personen wordt bedreigd. De Europese Commissie kan VLOPs dwingende maatregelen opleggen en boetes uitdelen wanneer zij systemische risico's onvoldoende mitigeren.
In 2027 vindt de evaluatie van het effect en doeltreffendheid van de DSA plaats. Om dit instrumentarium verder te versterken, zal Nederland een actieve rol spelen in deze evaluatie en ons inzetten voor verdere aanscherping van regels waar dat wenselijk en mogelijk is. Daarbij richten wij ons niet alleen op de aanpak van illegale en schadelijke content, maar nadrukkelijk ook op het gebrek aan transparantie en de werking van schadelijke algoritmen. Deze inzet sluit aan bij de doelstellingen uit het coalitieakkoord. Zo zal het kabinet zich inzetten om sociale media veiliger te maken door middel van strenger toezicht op platformen en transparantie over algoritmen, en effectieve handhaving tegen illegale content. In de komende periode zal worden bezien op welke wijze hier nadere invulling aan kan worden gegeven.
Vraag 8
Kunt u, voor zover het onderzoek dat toelaat, inzicht geven in de
nationaliteiten en verblijfsstatussen van de verdachten, en aangeven in
hoeverre er sprake is van banden met jihadistische conflictgebieden
zoals Syrië?
Antwoord op vraag 8
Zoals het Openbaar Ministerie naar buiten heeft gebracht, zijn er
verspreid over negen politie-eenheden in totaal zestien verdachten
aangehouden. Volgens het Openbaar Ministerie hebben dertien verdachten
de Syrische nationaliteit en drie verdachten de Nederlandse
nationaliteit. Het kabinet doet geen uitspraken over individuele
verblijfsstatussen of andere persoonsgegevens van de verdachten.
Vraag 9
Indien verdachten recente banden hebben met of afkomstig zijn uit
jihadistische conflictgebieden, hoe wordt dit betrokken in de
dreigingsanalyse en geeft dit aanleiding om aanvullende
veiligheidsmaatregelen te treffen?
Antwoord op vraag 9
Het onderzoek van het Openbaar Ministerie loopt en over lopende
onderzoeken kan ik geen uitspraken doen.
De NCTV houdt de ontwikkelingen omtrent de jihadistische dreiging nauwlettend in de gaten en rapporteert daarover in het DTN. Ook wordt voortdurend bezien of de huidige aanpak voldoende handvatten biedt of dat aanscherping van maatregelen nodig is.
Vraag 10
Welke preventieve maatregelen worden ingezet om jongeren te beschermen
tegen online radicalisering en rekrutering, en hoe wordt de samenwerking
met gemeenten, onderwijs en ouders hierbij vormgegeven?
Antwoord op vraag 10
De lokale aanpak vormt een essentieel onderdeel van de
kabinetsinzet tegen radicalisering, extremisme en terrorisme, waarbij
altijd sprake is van maatwerk. Met name waar het jongeren betreft is het
belang van effectieve vroegsignalering groot en dergelijk maatwerk
vereist — een noodzaak die ook door de AIVD is benadrukt in haar
publicatie ‘Een web van haat’.8 Hierbij is een grote rol
weggelegd voor preventie, bijvoorbeeld door het bevorderen van digitale
weerbaarheid van jongeren, het ondersteunen van ouders en het trainen
van (lokale) professionals zoals jeugdwerkers en leerkrachten om
mogelijke signalen van (online) radicalisering vroegtijdig te
herkennen.
Het versterken van digitale weerbaarheid is een belangrijke pijler binnen de preventieve aanpak van online radicalisering9, waarbij passende en effectieve interventies op lokaal niveau van groot belang zijn. Op dit gebied werk ik intensief samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), waaronder bij het toekennen van de Versterkingsgelden aan gemeenten. Vanuit de Versterkingsgelden worden diverse lokale interventies ondersteund die bijdragen aan het versterken van de digitale weerbaarheid van jongeren, zoals lessen op school over mediawijsheid en online jongerenwerk. SZW zet daarnaast ook op lokaal niveau preventief in op het versterken van bewustwording, kennisontwikkeling en -deling en samenwerking van professionals op het thema online radicalisering.10 De NCTV heeft de Expertise-Unit Sociale Stabiliteit in 2025 en 2026 gevraagd met regionale advisering de lokale aanpak te ondersteunen, met als doel duurzame netwerken tussen lokale professionals op te bouwen ter bevordering van lokale preventie en deskundigheidsbevordering. Tevens is de aansluiting tussen zorg- en veiligheidspartners een aandachtspunt. Daarbij is een extra focus aangebracht voor de aanpak van snelle online radicalisering van jongeren door jongerenwerkers, onderwijzers, ouders en jongeren, en hoe deze aanpak zelf kan worden vormgegeven door inzet op online veiligheid en digitale weerbaarheid.
Tot slot is het van groot belang dat (lokale) professionals uit het sociaal-, onderwijs-, zorg- en veiligheidsdomein over de juiste kennis en handvatten beschikken om signalen vroegtijdig te herkennen zodat hierop effectief kan worden gehandeld. Het Rijksopleidingsinstituut tegen Radicalisering (ROR) werkt samen met gemeentes aan de deskundigheid van professionals door middel van kennisverspreiding en het versterken van vaardigheden en biedt diverse trainingen en workshops aan professionals, zoals een workshop ‘Online Radicalisering’ of de serious game voor docenten genaamd ‘Botsende ideeën’. Daarnaast biedt het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE) hulp en advies aan professionals en mensen die in hun privé omgeving te maken krijgen met (mogelijke) radicalisering of extremisme.
Vraag 11
Ziet u verband tussen het aanwakkeren van online jihadisme en recente
demonstraties waarbij uitingen zijn gedaan die terroristisch geweld
verheerlijken dan wel legitimeren? Hoe wordt in zulke gevallen direct
ingegrepen bij strafbare uitingen?
Antwoord op vraag 11
In algemene zin kunnen uitingen die online worden gedaan direct
of indirect effect hebben in de fysieke wereld. Intolerante en
gewelddadige boodschappen worden, met name door de komst van sociale
media, razendsnel verspreid om de geesten van anderen ontvankelijk te
maken voor terroristische denkbeelden. Als mensen online propaganda van
terroristische organisaties voorgeschoteld krijgen, kan dat
radicalisering in de hand werken en van invloed zijn op de wijze waarop
deze personen zich gedragen in onze maatschappij, niet alleen online
maar ook op straat, bijvoorbeeld bij bijeenkomsten of demonstraties.
Personen die online radicaliseren door veelvuldige blootstelling aan terroristische boodschappen kunnen hun intolerante gedachtegoed in de openbare ruimte uitdragen, bijvoorbeeld door terroristische misdrijven te verheerlijken of door steun te betuigen aan terroristische organisaties. Om deze verheerlijkende propaganda nog beter en gerichter aan te kunnen pakken, heeft het kabinet een wetsvoorstel in voorbereiding waarin twee nieuwe strafbaarstellingen zijn opgenomen, te weten de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme en de strafbaarstelling van het openlijk betuigen van steun aan een terroristische organisatie. Dit wetsvoorstel ligt op dit moment voor advies bij de Raad van State.
Uiteraard kan er op dit moment ook al strafrechtelijk worden
opgetreden tegen strafbare uitingen die online of offline in het
openbaar worden gedaan.
Op het moment dat er strafbare uitlatingen worden gedaan tijdens een
demonstratie is het aan het Openbaar Ministerie als gezag om een
afweging te maken of de politie moet ingrijpen. Het Openbaar Ministerie
kan eveneens na een demonstratie ingrijpen door dan tot strafvervolging
over te gaan. Deze afweging is aan het Openbaar Ministerie.
Vraag 12
Welke maatregelen gaat u nemen om online radicalisering, rekrutering en
terroristische propaganda krachtiger tegen te gaan? Bent u bereid de
Kamer hier spoedig over te informeren?
Antwoord op vraag 12
Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten om online radicalisering,
extremisme en terrorisme aan te pakken - in het bijzonder waar het
jongeren betreft. Er wordt voortdurend bezien of de huidige wet- en
regelgeving toereikend is en er wordt stevig ingezet op preventie,
bewustwording en samenwerking met lokale en internationale partners. In
het voorjaar van 2026 zal ik in de volgende voortgangsbrief van de
Versterkte Aanpak Online nader ingaan op de verdere ontwikkelingen in
het tegengaan van online extremisme en terrorisme.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden
Vondeling en Wilders (beiden PVV), ingezonden
11 februari 2026 (vraagnummer 2026Z02964)
NOS, 10 februari 2026, Vijftien mensen opgepakt om verspreiden van IS-propaganda (nos.nl/artikel/2601749-vijftien-mensen-opgepakt-om-verspreiden-van-is-propaganda).↩︎
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, december 2025.↩︎
AIVD Een web van haat - De online grip van extremisme en terrorisme op minderjarigen, 3 april 2025↩︎
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, december 2025.↩︎
Jaarverslag ATKM 2024↩︎
Indien de bevoegde autoriteit – ATKM – van oordeel is dat ingevoerde specifieke maatregelen niet volstaan, kan deze besluiten dat bijkomende maatregelen genomen moeten worden.↩︎
Kamerstukken II, 2025/2026, 29754, nr. 773.↩︎
AIVD Een web van haat - De online grip van extremisme en terrorisme op minderjarigen, 3 april 2025↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 29 754, nr. 774.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 32 824 nr. 448.↩︎