Amendement van het lid Ergin over een landelijke monitor van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
Amendement
Nummer: 2026D15303, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-02 13:23, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.A. Ergin, Tweede Kamerlid (DENK)
Onderdeel van kamerstukdossier 36692 -12 Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting).
Onderdeel van zaak 2026Z06791:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 692 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting) | |
| Nr. 12 | AMENDEMENT VAN HET LID Ergin | |
| Ontvangen 1 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
In artikel I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt “drie” vervangen door “vier”.
2. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 92d. Landelijke monitor onderwijshuisvesting
1. Onze Minister draagt ten minste elke twee jaar zorg voor een landelijke monitor van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, gericht op de staat van de schoolgebouwen, de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Ten aanzien van het binnenklimaat en de energieprestatie wordt aangesloten bij een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut.
2. Onze Minister zendt eenmaal per twee jaar de Tweede Kamer der Staten-Generaal de monitor bedoeld in het eerste lid.
II
In artikel II, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt “drie” vervangen door “vier”.
2. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 90d. Landelijke monitor onderwijshuisvesting
1. Onze Minister draagt ten minste elke twee jaar zorg voor een landelijke monitor van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, gericht op de staat van de schoolgebouwen, de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Ten aanzien van het binnenklimaat en de energieprestatie wordt aangesloten bij een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut.
2. Onze Minister zendt eenmaal per twee jaar de Tweede Kamer der Staten-Generaal de monitor bedoeld in het eerste lid.
III
Artikel III, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt “drie” vervangen door “vier”.
2. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 6.2d. Landelijke monitor onderwijshuisvesting
1. Onze Minister draagt ten minste elke twee jaar zorg voor een landelijke monitor van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, gericht op de staat van de schoolgebouwen, de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Ten aanzien van het binnenklimaat en de energieprestatie wordt aangesloten bij een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut.
2. Onze Minister zendt eenmaal per twee jaar de Tweede Kamer der Staten-Generaal de monitor bedoeld in het eerste lid.
IV
Artikel III, onderdeel F, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt “drie” vervangen door “vier”.
2. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 11.63d. Landelijke monitor onderwijshuisvesting
1. Onze Minister draagt ten minste elke twee jaar zorg voor een landelijke monitor van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, gericht op de staat van de schoolgebouwen, de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Ten aanzien van het binnenklimaat en de energieprestatie wordt aangesloten bij een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut.
2. Onze Minister zendt eenmaal per twee jaar de Tweede Kamer der Staten-Generaal de monitor bedoeld in het eerste lid.
V
Aan het in artikel III, onderdeel G, voorgestelde artikel 12.24 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. De landelijke monitor, bedoeld in artikel 11.63d, wordt voor het eerst gezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het integraal huisvestingsplan, bedoeld in artikel 11.63a voor de eerste maal vastgesteld moet zijn.
VI
In artikel IV, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt “drie” vervangen door “vier”.
2. Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 79d. Landelijke monitor onderwijshuisvesting
1. Onze Minister draagt ten minste elke twee jaar zorg voor een landelijke monitor van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, gericht op de staat van de schoolgebouwen, de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Ten aanzien van het binnenklimaat en de energieprestatie wordt aangesloten bij een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut.
2. Onze Minister zendt eenmaal per twee jaar de Tweede Kamer der Staten-Generaal de monitor bedoeld in het eerste lid.
VII
Aan artikel V wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. De landelijke monitor, bedoeld in artikel 92d van de Wet op het primair onderwijs, artikel 90d van de Wet op de expertisecentra en artikel 6.2d van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020, wordt voor het eerst gezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het integraal huisvestingsplan, bedoeld in het tweede lid, voor de eerste maal uiterlijk vastgesteld moet zijn.
Toelichting
Het wetsvoorstel voorziet niet in een wettelijke verplichting tot het monitoren van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting op landelijk niveau. Tegelijkertijd geeft de regering aan dat gewerkt wordt aan de ontwikkeling van een monitor onderwijshuisvesting. Daarmee bestaat het risico dat deze monitor geen structureel en verplicht karakter krijgt en afhankelijk blijft van beleidsmatige keuzes. Het ontbreken van structurele monitoring van de kwaliteit van onderwijshuisvesting heeft er mede toe geleid dat de kwaliteit van schoolgebouwen afgelopen decennia drastisch achteruit is gegaan.
Uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) onderwijshuisvesting blijkt dat structurele monitoring en inzicht in de staat van de gebouwenvoorraad essentieel zijn voor een goed functionerend stelsel. Zonder een betrouwbaar en periodiek overzicht ontbreekt de basis om gericht te kunnen sturen op verbetering, prioriteiten te stellen en de voortgang van beleid te beoordelen.
Dit amendement introduceert daarom een zorgplicht voor de minister om periodiek zorg te dragen voor een landelijke monitor van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Deze monitor heeft tot doel om inzicht te geven in de staat van schoolgebouwen, waaronder de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie.
Daarnaast wordt geregeld dat de minister de Tweede Kamer periodiek, bijvoorbeeld eenmaal per twee jaar, informeert over de uitkomsten van deze monitor. Hiermee wordt geborgd dat de Kamer haar controlerende taak kan uitoefenen en dat ontwikkelingen in de kwaliteit van de onderwijshuisvesting transparant en inzichtelijk worden gemaakt.
Met dit amendement wordt een belangrijke stap gezet van vrijblijvendheid naar verantwoordelijkheid. Waar monitoring nu nog een beleidsvoornemen is, wordt deze met dit amendement verankerd in de wet en daarmee structureel geborgd.
Ergin