Motie van het lid Ergin over inzichtelijk maken in hoeverre onderwijshuisvestingsmiddelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van schoolgebouwen
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
Motie (kabinetsappreciatie: Ontraden)
Nummer: 2026D15344, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-02 10:35, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiΓ«le HTML versie (kst-36692-18).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.A. Ergin, Tweede Kamerlid (DENK)
Onderdeel van kamerstukdossier 36692 -18 Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting).
Onderdeel van zaak 2026Z06810:
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-04-01 10:45: Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting) (36692) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (π origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 692 Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
Nr. 18 MOTIE VAN HET LID ERGIN
Voorgesteld 1 april 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting en hiervoor middelen ontvangen via het gemeentefonds;
constaterende dat deze middelen niet geoormerkt zijn, waardoor gemeenten beleidsvrijheid hebben in de besteding;
overwegende dat hierdoor onduidelijk is in hoeverre beschikbare middelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van schoolgebouwen, waardoor ongelijkheid tussen gemeenten kan ontstaan;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken:
β welke middelen gemeenten ontvangen voor onderwijshuisvesting via het gemeentefonds;
β in hoeverre deze middelen daadwerkelijk worden besteed aan onderwijshuisvesting;
β welke verschillen er bestaan tussen gemeenten in investeringen en kwaliteit van schoolgebouwen;
verzoekt de regering voorts om dit inzicht voor de volgende begroting van het gemeentefonds aan de Kamer te doen toekomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Ergin