[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Uitkomsten CO2 onderzoek visserij

Brief regering

Nummer: 2026D15495, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 09:03, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z06874:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,  

Via deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van het onderzoek “Klimaatimpact en voedingswaarde van in Nederland geproduceerd en geconsumeerd voedsel uit zee”. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van vragen van uw Kamer uit 2021 (TK 2021 nr. 2021Z04799 en 2021Z05822) en een actie die, mede naar aanleiding hiervan, is opgenomen in de Visie op Voedsel uit Zee en Grote Wateren (hierna: Visie) (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1624).

Het onderzoek naar de CO2 uitstoot van visserij dat in 2024 is uitgezet bestaat uit drie delen. Deel 1 was gericht op de CO2-uitstoot door bodemberoering en is begin 2025 gepubliceerd1. Uit dit rapport blijkt dat er door verschillende onzekerheden geen definitieve conclusies te trekken zijn over in hoeverre bodemberoering door vistuigen bijdraagt aan CO2-uitstoot in de atmosfeer. Het onderhavige onderzoek Klimaatimpact en voedingswaarde van in Nederland geproduceerd en geconsumeerd voedsel uit zee, bevat delen 2 en 3. Deel 2 is specifiek gericht op de CO2-uitstoot door de Nederlandse visserij, uitgesplitst in métier (vismethode) en doelsoort. Deel 3 richt zich op de vergelijking tussen de resultaten van deel 2 en de bekende CO2-uitstoot van landproducten zoals biefstuk, noten en peulvruchten. Daarnaast geeft deel 3 een beschrijving van de voedingswaarde ten opzichte van verschillende landproducten. Met deze brief stuur ik u de uitkomst van deel 2 en deel 3 van het onderzoek.

Uit het onderzoek blijkt dat voor pelagische soorten zoals haring en makreel de CO2-uitstoot vergelijkbaar is met de gegevens zoals deze zijn opgenomen in de Visie. De gemiddelde uitstoot voor deze soorten is vergelijkbaar met de uitstoot voor de productie van plantaardig voedsel zoals een vegetarische burger of walnoten. Andere soorten zoals mosselen en oesters zitten qua uitstoot in een vergelijkbare range als kipfilet of varkenshaas. De CO2-uitstoot van de visserij op platvis toont een ander, minder positief, beeld dan voorgaande studies. Soorten zoals tong en schol komen qua uitstoot in de buurt van biefstuk. De CO2-uitstoot voor deze soorten is het hoogste van de onderzochte visserijproducten.

De verschillen in resultaten tussen dit onderzoek en eerdere onderzoeken vloeien voort uit het feit dat in dit onderzoek is gerekend met ‘eetbaar product’ in tegenstelling tot ‘aangeland product’. De CO2-uitstoot van een scholfilet is groter dat dat van een gehele schol omdat tenminste de helft van de vis niet wordt gebruikt voor humane consumptie. Dat gewicht van de vis telt dan niet mee in de berekening. Mosselen bestaan qua grootte en gewicht voor het grootste deel uit een schelp die niet gegeten wordt, waardoor ook hiervoor de CO2-uitstoot voor het te eten deel hoger uitpakt dan eerder berekend. Hiermee wordt aangesloten op systematiek die ook voor andere voedingsproducten wordt toegepast. Daarnaast is in dit nieuwe rapport uitsluitend gerekend met specifieke Nederlandse data terwijl in andere onderzoeken wordt gewerkt met internationale data.

Zoals aangegeven scoort vooral bodemvisserij qua uitstoot minder positief dan in eerdere onderzoeken. Op verzoek van LVVN heeft WSER beschreven waar de CO2-uitstoot geproduceerd wordt. Tot de aanlanding van de vis wordt de CO2-uitstoot voor meer dan 90% veroorzaakt door brandstofverbruik, over de gehele productieketen neemt dit af tot 48%. Van platvisvisserij is bekend dat het brandstofgebruik hoog is. Al jaren wordt gewerkt aan innovaties om dit naar beneden te brengen. Met name sinds het wegvallen van de pulsvisserij, wordt gewerkt aan andere innovaties die bijdragen aan het verminderen van brandstofgebruik. De in 2023 opengestelde energie-efficiëntieregeling heeft voor meerdere schepen gezorgd voor een vermindering van het brandstofgebruik door aanpassingen van deze schepen. Deze vermindering is niet verwerkt in het bijgevoegde rapport, omdat de aangepaste schepen niet in de voor dit rapport gebruikte data zaten. Een evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling zal na afloop van de uitvoering van de regeling, naar verwachting in 2027, worden voorbereid. Meerdere openstellingen en onderzoekstrajecten, zoals onderzoek naar een zero-emissie garnalenkotter en slimme brandstofbesparing door efficiënter te vissen, zullen eraan bijdragen dat het brandstofgebruik in de toekomst verder kan dalen. Zo zal er in 2026 een energie-efficiëntieregeling opengesteld worden voor de schelpdiervisserij. Met deze regeling kunnen schelpdiervissers vaartuigen aanpassen zodat deze minder brandstof verbruiken en zo minder broeikasgassen uitstoten. De transitie in de zeevaart naar klimaatneutraal varen in 2050 zou voor de bodemvisserij eveneens een grote kans kunnen bieden om de CO2-uitstoot te minimaliseren. Naast dat het kansen biedt voor het verminderen van CO2-uitstoot neemt het brandstofgebruik door verduurzaming van de schepen ook af. Ongeveer 37% van de totale kosten van een boomkorkotter bestaat uit brandstofkosten, een significantie reductie van deze kosten draagt daarmee direct bij aan de economische duurzaamheid van deze visserijbedrijven.

De potentie om de CO2-uitstoot aanzienlijk te reduceren wil ik samen met de sector optimaal benutten zodat de Nederlandse vissers in de toekomst met een nog duurzamer product bijdragen aan de voedselzekerheid van ons land. Want voedsel uit zee is van grote waarde voor een gezond dieet. Het onderzoek bevestigt dat vis, en met name vette vis zoals makreel en haring, een unieke bron zijn van meervoudig onverzadigde omega-3-vetzuren. Vis, schaal en schelpdieren vormen daarnaast onder meer een goede bron voor jodium en selenium.

Deze rapporten laten zien hoe divers de visserijsector is en dat het verschil in technieken en soorten ook grote verschillen laten zien in de CO2-voetafdruk van de producten die hieruit voortkomen. Het benadrukt ook het belang, zeker voor een deel van de sector, om de komende tijd stappen te zetten op het gebied innovaties die bijdragen aan verduurzaming. Daarmee borgen we dat ook in de toekomst deze voedselproducten uit zee duurzaam gewonnen kunnen blijven worden.

Het verminderen van brandstofgebruik draagt direct bij aan het verminderen van de impact op het ecosysteem en op het vergroten van de economische duurzaamheid. Dit zijn belangrijke stappen voor een toekomstbestendige visserij die zorgt voor voedselzekerheid en een gevarieerd dieet mogelijk maakt.

Zoals aangegeven sluit dit onderzoek aan bij de Visie voedsel uit zee en grote wateren. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de uitvoeringsagenda, waarin diverse stakeholders samenwerken om de visie te realiseren. Ik zie deze onderzoeken ook als input voor de trajecten die hierin zijn opgenomen. Ik zet mij in om u de uitvoeringsagenda dit voorjaar toe te sturen.

Hoogachtend,

Silvio P.A. Erkens

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. The potential for CO2 emissions from bottom trawled North Sea sediments, expert opinion, Wageningen Marine Research IJmuiden, January 2025↩︎