Voorstel van wet
Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd
Voorstel van wet
Nummer: 2026D15765, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-02 16:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van kamerstukdossier 36922 -2 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd.
Onderdeel van zaak 2026Z06990:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-16 10:15 ā (Concept voorstel)
- 2026-04-16 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (š origineel)
Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd
(KetenID WGK027028)
Voorstel van wet
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het billijk is aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd een aanvullende tegemoetkoming te verstrekken;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING WET STUDIEFINANCIERING 2000
De Wet studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 11.5 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 11.6. Grondslag verwerking gegevens over
gezondheid
1. Onze Minister is bevoegd om gegevens over gezondheid als bedoeld in
artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming
te verwerken, voor zover dit noodzakelijk is in het kader van besluiten
over voorzieningen als bedoeld in het tweede lid.
2. De voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, zijn de in de volgende
artikelen omschreven voorzieningen:
a. artikel 4.12;
b. artikel 4.13;
c. artikel 4.14, eerste lid;
d. artikel 4.14, tweede lid;
e. artikel 4.14, derde lid;
f. artikel 4.14, vierde lid;
g. artikel 5.2b;
h. artikel 5.15;
i. artikel 5.16, eerste lid;
j. artikel 5.16, tweede lid;
k. artikel 5.16, derde lid;
l. artikel 5.16, vierde lid;
m. artikel 12.30;
n. artikel 12.31.
Artikel 11.7. Waarborgen verwerking gegevens over
gezondheid
1. Onze Minister bewaart de in het kader van besluiten over
voorzieningen als bedoeld in artikel 11.6, tweede lid, verwerkte
gegevens over gezondheid tot tien jaar nadat het desbetreffende besluit
is genomen.
2. In afwijking van het eerste lid bewaart Onze Minister de gegevens,
bedoeld in het eerste lid, tot vijf jaar nadat de rechten en
verplichtingen van de betrokkene uit hoofde van deze wet zijn geƫindigd,
indien deze termijn van vijf jaar verstrijkt voordat de termijn van tien
jaar, bedoeld in het eerste lid, is verstreken.
3. In afwijking van het eerste lid bewaart Onze Minister het gegeven dat
een voorziening als bedoeld in artikel 11.6, tweede lid, is toegekend en
gegevens over aan het besluit tot toekenning van zoān voorziening
verbonden rechtsgevolgen tot vijf jaar nadat de rechten en
verplichtingen van de betrokkene uit hoofde van deze wet zijn geƫindigd,
indien deze termijn van vijf jaar verstrijkt nadat de termijn van tien
jaar, bedoeld in het eerste lid, is verstreken.
4. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid bewaart Onze
Minister de gegevens, bedoeld in het eerste lid, tot twee jaar na het
overlijden van de betrokkene, indien deze termijn van twee jaar
verstrijkt voordat de desbetreffende termijn of termijnen, bedoeld in
het eerste, tweede en derde lid, is of zijn verstreken.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend toegankelijk
voor onder het gezag van Onze Minister vallende daartoe geautoriseerde
personen. Bij ministeriƫle regeling worden regels gesteld over de
autorisatie van deze personen.
B
Artikel 12.30 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt na āTegemoetkomingā ingevoegd āen aanvullende
tegemoetkomingā.
2. Het eerste lid komt te luiden:
1. In dit artikel wordt begrepen onder:
tegemoetkoming: een tegemoetkoming van Onze Minister, niet zijnde studiefinanciering in de zin van artikel 3.1, in verband met het volgen van hoger onderwijs in een periode waarin een ho-student ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijs geen aanspraak kon maken op een basisbeurs;
aanvullende tegemoetkoming: een aanvullende tegemoetkoming van Onze Minister, niet zijnde studiefinanciering in de zin van artikel 3.1, in verband met het volgen van hoger onderwijs in een periode waarin een ho-student ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijs geen aanspraak kon maken op een basisbeurs.
3. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt āeen tegemoetkomingā vervangen door āde
tegemoetkoming en aanvullende tegemoetkomingā en vervalt ādieā.
b. In onderdeel a wordt voor āin de periodeā ingevoegd ādieā.
c. In onderdeel b wordt voor āgedurende de periodeā ingevoegd
ādieā.
d. Onderdeel c komt te luiden:
c. die:
1°. binnen de diplomatermijn hoger onderwijs of, indien hij geen studiefinanciering heeft aangevraagd, binnen tien jaar nadat hij zich voor het eerst heeft ingeschreven voor het hoger onderwijs, met goed gevolg een opleiding als bedoeld in artikel 5.7 heeft afgerond; of
2°. als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van structurele aard als bedoeld in artikel 5.16, derde lid, niet in staat is binnen de diplomatermijn hoger onderwijs, of indien hij geen studiefinanciering heeft aangevraagd, binnen tien jaar nadat hij zich voor het eerst heeft ingeschreven voor het hoger onderwijs, met goed gevolg het afsluitend examen te behalen; of
3°. op enig moment binnen de diplomatermijn hoger onderwijs, of indien hij geen studiefinanciering heeft aangevraagd, binnen tien jaar nadat hij zich voor het eerst heeft ingeschreven voor het hoger onderwijs, duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie meer heeft in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of niet langer in staat is om met arbeid meer dan 20% te verdienen van het maatmaninkomen in de zin van die wet en recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3 van die wet bestaat.
4. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vijfde tot en met negende lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, onder 1°, 2° en 3°, wordt voor degene die geen studiefinanciering heeft aangevraagd en die als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, of bijzondere omstandigheden van structurele aard als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, niet in staat is binnen de termijn van tien jaar met goed gevolg het afsluitend examen te behalen, de termijn van tien jaar verlengd met de duur van die bijzondere omstandigheden, met dien verstande dat de termijn ten hoogste vijftien jaar bedraagt.
4. Bij de toepassing van het tweede lid wordt voor degene die op grond van artikel 5.16, vierde lid, een nieuwe aanspraak op studiefinanciering heeft ontvangen alleen de periode van de nieuwe aanspraak op studiefinanciering betrokken.
5. In het vijfde lid (nieuw) wordt āDe tegemoetkoming bedraagtā
vervangen door āDe tegemoetkoming en aanvullende tegemoetkoming
bedragenā, wordt voor āper maandā ingevoegd ā, onderscheidenlijk ā¬
44,50,ā en wordt āde rechthebbende op een tegemoetkomingā vervangen door
āde rechthebbende op de tegemoetkoming en aanvullende
tegemoetkomingā.
6. In het zesde lid (nieuw) wordt āhet derde lidā vervangen door āhet
vijfde lidā en wordt na āwordtā ingevoegd āvoor de rechthebbende op de
tegemoetkoming en aanvullende tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid,
onderdeel c, onder 1°ā.
7. Het zevende lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt na ātegemoetkomingā ingevoegd āen aanvullende
tegemoetkomingā.
b. In onderdeel b wordt na ātegemoetkomingā ingevoegd āen aanvullende
tegemoetkomingā en wordt āwordtā vervangen door āwordenā.
8. In het achtste lid (nieuw) wordt āhet bedragā vervangen door āde
bedragenā, wordt āderde lidā vervangen door āvijfde lidā en wordt
āartikel 11.1ā vervangen door āartikel 11.1, eerste lidā.
9. In het negende lid (nieuw) wordt āeen tegemoetkomingā vervangen door
āde tegemoetkoming en aanvullende tegemoetkomingā.
ARTIKEL II. INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald
dat artikel I, onderdeel B, van deze wet voor zover het betreft artikel
12.30, vijfde en achtste lid, van de Wet studiefinanciering 2000,
terugwerkt tot en met 1 september 2026.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,