[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tentoonstellings- en verzamelverbod voor vogels met een laag risico op vogelgriep

Brief regering

Nummer: 2026D15913, datum: 2026-04-03, bijgewerkt: 2026-04-03 12:19, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07053:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Met deze brief informeer ik de Tweede Kamer over de nieuwe risicobeoordeling van de Deskundigengroep Dierziekten en de aanpassing van het tentoonstellings- en verzamelverbod voor vogels die een laag risico hebben op vogelgriep. Ik ga ook kort in op de inwerkingtreding van de wetgeving ten behoeve van de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR).

Risicobeoordeling Deskundigengroep Dierziekten

Ik heb de Deskundigengroep Dierziekten opnieuw om een risicobeoordeling gevraagd rondom vogelgriep. De deskundigen hebben op 5 maart jl. het risico van een besmetting van een commercieel pluimveebedrijf in Nederland ingeschat als ‘zeer hoog’, met een matige mate van onzekerheid. De deskundigen vinden het risico nog altijd zeer hoog, vergelijkbaar met de beoordeling in november 2025. De redenen daarvoor zijn de hoge prevalentie van het HPAI-virus in wilde vogels, en het feit dat het virus ook wordt aangetoond bij klinisch gezonde eenden, kolganzen en meeuwachtigen. Zij verwachten dat de kans op een besmetting van pluimveebedrijven, wilde vogels en zoogdieren de komende weken nog niet sterk zal afnemen. De deskundigen geven wel aan dat de mate van onzekerheid over de beoordeling wat groter is dan in november. De onzekerheid hangt met name samen met het nog onduidelijke effect van de voorjaarstrek, waardoor de aantallen ganzen en eenden zullen afnemen. Daarnaast draagt mogelijk ook de stijgende temperatuur bij aan een daling van het risico omdat het virus dan minder goed overleeft in het milieu. De deskundigen geven aan dat wellicht over een aantal weken wat meer duidelijkheid ontstaat over het effect van deze vogeltrekbewegingen op de epidemiologische situatie. Ik zal, afhankelijk van de situatie, kijken wanneer er behoefte is aan een nieuwe risicobeoordeling. Het verslag voeg ik bij deze brief.

Aanpassing van beleid voor vogels met een laag risico op vogelgriep

Enkele maanden geleden is een tentoonstellingsverbod opgelegd voor alle vogels. Dit verbod geldt voor vogels met een hoog risico op vogelgriep, zoals kippen en eenden (gedefinieerd in artikel 3.2 van de Regeling veterinaire maatregelen specifieke dierziekten of zoönosen). Het verbod geldt echter ook voor vogels met een laag risico op vogelgriep. Daarbij gaat het om andere vogelsoorten, zoals duiven en zangvogels (Kamerstuk 28807, nr. 309). Ik heb de Deskundigen Dierziekten specifiek gevraagd naar de risico’s van tentoonstellingen met alleen laagrisicovogels voor de verspreiding van het vogelgriepvirus naar locaties met vogels, waaronder pluimvee. De deskundigen geven aan dat met name voor houders die zowel laagrisicovogels als hoogrisicovogels houden de kans van introductie van het virus op een locatie toeneemt, wanneer het verbod op het verzamelen en tentoonstellen van laagrisicovogels wordt opgeheven.

Particuliere houders van vogels van laagrisicosoorten hebben aangegeven heel graag tentoonstellingen te willen bezoeken, omdat dit onder andere bijdraagt aan het in stand houden van rassen. Duivenhouders willen graag dat hun duiven kunnen deelnemen aan wedvluchten, die vanaf april weer worden gehouden. In andere lidstaten is dit niet verboden. Houders mogen dus deelnemen aan tentoonstellingen in het buitenland en ook deelnemen aan wedvluchten in het buitenland. Ik heb, mede op basis van de beoordeling van de deskundigen wat betreft het risico van deze evenementen, besloten om tentoonstellingen en verzamelingen van deze laagrisicovogels weer toe te staan. Ik wil daarbij benadrukken dat houders de plicht hebben om verspreiding van dierziekten zo veel mogelijk te voorkomen. Ik heb hierover veel contact met de hobbysector en zal hun vragen het belang hiervan bij hun achterban nogmaals te benadrukken en de voorzorgsmaatregelen te bespreken. Tentoonstellingen met en verzamelingen van hoogrisicovogels blijven voorlopig verboden. Ik houd de komende tijd de situatie nauwlettend in de gaten en zal de Deskundigengroep Dierziekten op binnenkort om een nieuwe risicobeoordeling vragen.

Ik heb op 16 oktober jl., mede op basis van de beoordeling toen van de Deskundigengroep Dierziekten, een landelijke ophok- en afschermplicht ingesteld om de kans op uitbraken bij gehouden vogels te verkleinen (Kamerstuk 28.807, nr. 309). Die maatregel laat ik vooralsnog zoals die is. Ik wil het belang benadrukken dat houders de bioveiligheidsmaatregelen goed naleven. Verdenkingen van vogelgriep bij gehouden vogels dienen direct bij de NVWA te worden gemeld, zodat we besmettingen zo snel mogelijk kunnen bestrijden. Gelukkig gebeurt dit ook en kunnen uitbraken tot nu toe snel worden bestreden. Ik wil mijn dank en waardering uitspreken aan alle houders die hieraan bijdragen, en vele anderen die dag en nacht paraat staan ten behoeve van de bestrijding.

Zoals ik aangaf zijn er ook nog steeds besmettingen bij wilde vogels. Iedereen die in contact komt met wilde vogels dient er rekening mee te houden dat deze besmet kunnen zijn met vogelgriep. Bij het hanteren van wilde vogels of kadavers is het daarom belangrijk dat de veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen zoals beschreven in de Leidraad omgang met wilde dieren met vogelgriep.

Inwerkingtreding wetgeving bestrijding IBR
In de brief van 1 juli 2025 (Kamerstuk 28286, nr. 308) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Algemene maatregel van bestuur (Amvb) die de bestrijding van de runderziekte infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR) regelt. Het streven was om deze op 1 juli 2026 in werking te laten treden, maar dit was afhankelijk van de voortgang van de verplichte stappen in het wetgevingsproces. De notificatie bij de Europese Commissie (EC) is eind oktober 2025 gedaan en inmiddels afgerond. Hieruit zijn geen opmerkingen gekomen. De Amvb ligt nu bij de Autoriteit Persoonsgegevens voor advies. Daarna zal de Raad van State om advies gevraagd worden. De Amvb dient zeker twee maanden voor inwerkingtreding te worden gepubliceerd. Er moeten nog stappen worden gezet en, omdat onzeker is hoe lang die precies duren, is samen met de betrokken organisaties vastgesteld dat de ingangsdatum van 1 juli 2026 niet haalbaar is.

De betrokkenen en ik vinden het belangrijk dat er voldoende tijd is voor communicatie over de nieuwe regels, zodat rundveehouders en andere belanghebbenden voldoende tijd krijgen om zich voor te kunnen bereiden. Ik ben in voortdurend overleg met de betrokken sectoren over de voortgang van de Amvb. Ik streef er nu naar dat de Amvb op 1 januari 2027 in werking zal treden.

Tot slot

De besmettingen met vogelgriep bij gehouden en wilde vogels houden velen bezig. Er zijn nog steeds veel uitbraken. De besmettingen zijn zeer ingrijpend voor getroffen houders en vele anderen. Voorafgaand aan het Kamerdebat van 28 mei zal ik de Kamer informeren over de stand van zaken van het intensiveringsplan preventie vogelgriep en mijn inzet daarbij.

Hoogachtend,

Silvio P.A. Erkens

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur