Aankondiging windenergie op zee subsidietender IJmuiden Ver Gamma-B
Brief regering
Nummer: 2026D15962, datum: 2026-04-03, bijgewerkt: 2026-04-03 13:06, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z07070:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-04-21 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Het kabinet investeert conform het coalitieakkoord in schone en betaalbare energie van eigen bodem. Het kabinet zet daarbij stevig in op windenergie op zee. Windenergie op zee is de motor van de energietransitie en draagt bij aan een duurzaam Nederland. Ook vergroot windenergie op zee de energieonafhankelijk en weerbaarheid bij geopolitiek onrust. Vanaf volgend jaar zal het kabinet de uitrol van windenergie op zee stimuleren met contracts for difference, zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 20 maart 20261. Dit jaar stimuleert het kabinet de verdere uitrol van wind op zee met twee subsidietenders van 1 GW.
In het Actieplan windenergie op zee van 16 september 2025 is het voornemen aangekondigd om in 2026 2 kavels van 1 GW windenergie op zee met subsidie te vergunnen2. Ter voorbereiding op de tenderregelingen heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (hierna: PBL) na een marktconsultatie geadviseerd over het maximaal tenderbedrag3. Met de hoogte van de geadviseerde maximale tenderbedragen was er budgettaire ruimte voor 1 GW, in plaats van de voorgenomen 2 GW. Om die reden heeft het vorige kabinet ervoor gekozen om in eerste instantie 1 GW met subsidie open te stellen en bij de voorjaarsbesluitvorming budget voor de tweede 1 GW integraal af te wegen.
Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota budget beschikbaar gesteld voor het vergunnen van een tweede kavel van 1 GW windenergie op zee in 2026, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring op de eerste suppletoire begroting van KGG (samenhangend met de Voorjaarsnota). Dit is in lijn met de op 3 maart jl. aangenomen motie van het lid Oosterhout c.s.4 en het Actieplan windenergie op zee. Deze tweede tender van 1 GW draagt bij aan de energieonafhankelijkheid, klimaatdoelstellingen, economie, verduurzaming van de industrie en een robuustere toeleveringsketen.
Kavelkeuze
Het kabinet is voornemens twee kavels van 1 GW met subsidie te vergunnen in 2026. Ten eerste gaat het om de kavel IJmuiden Ver Gamma-A van 1 GW.5 Hiervoor heeft vanaf 16 januari jl. gedurende zes weken de internetconsultatie opengestaan van de ontwerp-tenderregeling. Ten tweede gaat het om de kavel IJmuiden Ver Gamma-B van 1 GW. Voor dit kavel is – in afstemming met TenneT - gekozen, omdat IJmuiden Ver Gamma-A en IJmuiden Ver Gamma-B op hetzelfde platform op zee worden aangesloten en de desbetreffende kavelbesluiten onherroepelijk zijn.
Procedure
De ontwerp-tenderregeling van IJmuiden Ver Gamma-B is gepubliceerd na de bekendmaking van de Voorjaarsnota door het kabinet. Dit wordt gepubliceerd onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring van de eerste suppletoire begroting van KGG. Pas als beide kamers deze hebben aangenomen, kan worden overgegaan tot openstelling van de tender in het najaar. Het kabinet wil windparkontwikkelaars daarmee voldoende tijd geven voor het voorbereiden van een aanvraag. Het kabinet zal daarom in december 2026 de tenders van IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B sluiten. De precieze data worden uiterlijk bekendgemaakt in de definitieve tenderregeling die het kabinet in het tweede kwartaal van dit jaar publiceert.
IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B worden aangesloten op hetzelfde platform op zee van TenneT, met aanlanding op de Maasvlakte. Door de kavels tegelijk te vergunnen kunnen de windparken op zee bij een succesvolle vergunningverlening tegelijkertijd worden aangesloten op het platform op zee waardoor het net op zee optimaal wordt benut. Gevolg hiervan is dat kabinet de tender van IJmuiden Ver Gamma-A iets naar achteren schuift ten opzichte van het eerder voorgenomen sluiten van de tender eind september. Dit sluit aan bij de ontvangen reacties vanuit de marktconsultatie op de ontwerp-tenderregeling om meer voorbereidingstijd te bieden. Hoewel er onzekerheid is over de precieze hoogte van de gevolgkosten voor TenneT, leidt dit enerzijds tot vertragingskosten, maar voorkomt het anderzijds kosten voor additionele werkzaamheden op zee voor het gefaseerd aansluiten.
De ontwerp-tenderregeling voor IJmuiden Ver Gamma-B is identiek aan de geconsulteerde ontwerp-tenderregeling van Gamma-A, met uitzondering van het maximaal tenderbedrag en daarmee het beschikbare budget.
Het kabinet verwacht bij voldoende inschrijvingen op de tenders de vergunningen in het eerste kwartaal van 2027 te kunnen verlenen. De windparken zullen naar verwachting in 2032 in gebruik worden genomen.
Financieel
Het kabinet is voornemens voor IJmuiden Ver Gamma-B een maximaal tenderbedrag van €103/MWh te hanteren.6 Dit is iets lager dan voor IJmuiden Ver Gamma-A, want de verwachte windopbrengst van IJmuiden Ver Gamma-B is iets hoger door de ligging van de kavel. Dit betekent dat het verplichtingenbudget (subsidieplafond) is vastgesteld op ca. €3,92 mld. en de verwachte kasuitgaven zijn geraamd op ca. €2,27 mld. De daadwerkelijke verplichtingen en kasuitgaven hangen af van het winnend tenderbedrag en de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs.
Om windparken op de zee in 2026 met subsidie te kunnen vergunnen wordt er een reservering getroffen op de KGG-begroting. Op basis van het geadviseerde maximum tenderbedrag en de langjarige elektriciteitsprijs is er een raming gemaakt van de verwachte kasuitgaven. Het openstellingsbudget is gelijk aan het verplichtingenbudget, dat is het maximaal uit te keren subsidiebedrag. Dit is dus het bedrag dat de ontvanger op basis van de beschikking maximaal kan ontvangen. Hier is alleen sprake van bij een langjarige lage elektriciteitsprijs.
De verwachte kasuitgaven zijn lager dan het openstellingsbudget, omdat bij hogere prijzen het uit te keren subsidiebedrag wordt gecorrigeerd voor inkomsten uit de markt voor het leveren van elektriciteit. De verwachte kasuitgaven gaan daarom niet uit van het maximaal uit te keren bedrag, maar van het bedrag waarvan verwacht wordt dat dit uitgekeerd wordt op basis van de meerjarige raming van de elektriciteitsprijzen. De daadwerkelijke kasuitgaven die gedurende de looptijd van de subsidie worden gedaan, zijn onderhevig aan de ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen. Dit is vergelijkbaar met de SDE++-systematiek.
Bij publicatie van de ontwerp-tenderregeling zullen de Eerste Kamer en de Tweede Kamer bij publicatie van de ontwerp-tenderregeling nog moeten stemmen over de Voorjaarsnota/eerste suppletoire begroting en dus ook over het budget voor de tender van IJmuiden Ver Gamma-B. Openstelling van de tender van IJmuiden Ver Gamma-B is daarom onder voorbehoud dat het parlement instemt met de begroting.
Mogelijk invoedingstarief voor producenten
De ACM heeft het voornemen om een producententarief in te voeren, waarbij niet alleen de afnemer, maar ook de producent betaalt voor het elektriciteitsnet. Het PBL heeft de door de ACM voorgestelde invoering van een invoedingstarief voor elektriciteitsproducenten niet mee kunnen nemen in het maximum tenderbedrag. Reden hiervoor is dat op dit moment nog niet duidelijk is of dit invoedingstarief er komt en zo ja, hoe het zal worden vormgegeven. Als er een invoedingstarief komt, leidt dat tot kostenverhogingen, die windparkontwikkelaars momenteel niet kunnen inschatten of beperken en daarmee ook tot risico’s voor de slagingskans van de tender. Het kabinet heeft deze risico’s bij de ACM onder de aandacht gebracht. Afhankelijk van of de ACM besluit tot het invoeren van een invoedingstarief en zo ja, de termijn waarop de ACM de vormgeving van het invoedingstarief publiceert, kan het invoedingstarief gevolgen hebben voor de slagingskans van de tenders van IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B.
Internetconsultatie
De reacties op de internetconsultatie van de ontwerp-tenderregeling voor IJmuiden Ver Gamma-A worden momenteel verwerkt en kunnen leiden tot een wijziging in de definitieve tenderregelingen voor zowel IJmuiden Ver Gamma-A als Gamma-B, omdat de tenderregelingen identiek zijn.
Hoewel de tenderregelingen van Gamma-A en Gamma-B identiek zijn aan elkaar en wijzigingen van de consultatie voor Gamma-A ook gelden voor Gamma-B, wordt ook de ontwerp-tenderregeling van Gamma-B voor zes weken geconsulteerd. De kavels zijn immers anders gelegen.
Uiterlijk met de definitieve tenderregelingen wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over eventuele wijzigingen, mede n.a.v. de internetconsultatie. Wijzigingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de vormgeving van de tenderregeling, de voorselectiecriteria ter uitvoering van de Europese Net Zero Industry Act en de hoogte van de maximale strike price. De definitieve tenderregelingen worden gelijktijdig gepubliceerd.
Tot slot
Het slagen van de tenders voor IJmuiden Ver Gamma-A en IJmuiden Ver Gamma-B is belangrijk voor de energieonafhankelijkheid, de bijdrage aan de klimaatdoelstellingen, de verduurzaming van de industrie en het behouden van een robuuste toeleveringsketen die sterk met de Nederlandse economie is vervlochten. Het kabinet blijft stappen zetten voor een continue en realistische uitrol van windenergie op zee. Dat geldt ook bij de toekomstige vergunningverlening van windparken op zee middels contracts for difference.
Stientje van Veldhoven-van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlage 1: Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie conform Comptabiliteitswet 3.1.1
| Onderdeel | Toelichting |
|---|---|
| Doelen | Windenergie op zee levert een grote maatschappelijke bijdrage. Zo draagt het bij aan energieonafhankelijkheid, Nederlandse economie, verduurzaming van Nederland en de toeleveringsketen. Met de Routekaart van ca. 21 GW windenergie op zee rond 2030 is een uitrolpad geschetst voor de ontwikkeling van windenergie op zee dat zo bij moet dragen aan de investeringsbeslissingen in windenergie op zee en de verduurzaming van de industrie. Ook volgt uit het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee dat er een robuuste 30 GW in 2040 geldt als ondergrens voor windenergie op zee die nodig is om de verduurzamingsplannen van Nederland en de industrie mogelijk te maken. De uitrol van windenergie op zee volgens het voorziene pad uit de Routekaart windenergie op zee staat laatste jaren echter onder druk als gevolg van sterk gestegen ontwikkelkosten en gedaalde en onzekere opbrengsten voor windparkontwikkelaars. Dit leidt tot een direct gevolg voor het behalen van klimaatdoelstellingen, energieonafhankelijkheid, zet een rem op de economie, vertraagt of leidt tot afstel van verduurzaming van de industrie, en heeft nadelige gevolgen voor de toeleveringsketen. |
| Beleidsinstrumenten | Het instrument is de vergunningverlening van windenergie op zee met de procedure van subsidie. Dit betekent dat een winnende aanvraag in de tender een vergunning verkrijgt op grond van de Wet windenergie op zee en een subsidiebeschikking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie waarmee de SDE++-systematiek wordt gevolgd. De subsidie voor windenergie op zee werkt volgens dezelfde systematiek als de SDE++-regeling, waarmee de Minister van Klimaat en Groene Groei bedrijven ondersteunt die duurzame energie opwekken of technieken toepassen die CO₂-uitstoot verminderen. De Minister vergoedt daarbij het onrendabele deel van een project: het verschil tussen de kosten van de duurzame techniek en de opbrengsten uit de markt. Als de marktprijs lager is dan het tenderbedrag van de aanvraag wordt subsidie uitgekeerd. Bij hogere elektriciteitsprijzen daalt de hoeveelheid kasuitgaven. De uitbetaling gebeurt op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde productie. Hierdoor zorgt deze systematiek ervoor dat bedrijven ondersteuning ontvangen voor het financieel haalbaar maken van duurzame projecten financieel op een zo kosteneffectief mogelijke manier. Een dergelijke vorm van ondersteuning kan nog ingezet worden tot halverwege 2027. Vanaf juli 2027 vereist de Europese Commissie dat prijszekerheidsondersteuning voor projecten voor hernieuwbare elektriciteit enkel in de vorm van Contract for Difference. Dit is verplicht vanuit Europese regelgeving en een al veel toegepast instrument in het buitenland. CfD wordt momenteel nog uitgewerkt in de nationale wetgeving. CfD biedt de mogelijkheid voor ook terugvloeiende gelden naar de Staat als de elektriciteitsprijs boven de strike price ligt, het niveau waarop een ontwikkelaar een rendabele businesscase heeft. |
| Financiële gevolgen voor het Rijk | Op basis van het maximum tenderbedrag van € 103/MWh zijn de verwachte kasuitgaven geraamd op ca. € 2,27 mld. (over de periode 2032-2046) en een verplichtingenbudget/subsidieplafond van € 3,92 mld. De reservering en de raming vallen lager uit als het winnende tenderbedrag lager is het maximum tenderbedrag. De daadwerkelijke uitgaven zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs tijdens de subsidiabele periode van 15 jaar vanaf inbedrijfname van het windpark op zee. |
| Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren | Door zoveel als mogelijk continuïteit te bieden in de uitrol van windenergie op zee worden de vertragingskosten van TenneT, die landen in de nettarieven, zoveel als mogelijk beperkt. |
| Nagestreefde doeltreffendheid | De sterk gestegen ontwikkelkosten en gedaalde en onzekere opbrengsten voor windparkontwikkelaars hebben ertoe geleid dat een onrendabele top is ontstaan die snel groter is geworden. Daarvoor wordt subsidie ter beschikking gesteld op basis van de daadwerkelijke productie. De subsidie wordt achteraf uitgekeerd op basis van de jaargemiddelde elektriciteitsprijs. |
| Nagestreefde doelmatigheid | De subsidie dekt alleen de onrendabele top af, het verschil tussen de marktprijs voor energie en de kostprijs voor de opwek door het windpark. Daarnaast wordt een basiselektriciteitsprijs gehanteerd. Wanneer de elektriciteitsprijs onder de basiselektriciteitsprijs valt, wordt geen extra subsidie uitgekeerd. Met het maximum tenderbedrag van € 103/MWh komt de
subsidie-intensiteit voor deze tender uit op De toepassing van een prijszekerheidsmechanisme is in lijn met mondiale ontwikkelingen. Hoewel de tenders in het buitenland niet een-op-een kunnen worden vergeleken met de Nederlandse tenders, geven deze tenders een goede indicatie van de uitdagende marktomstandigheden die op dit moment wereldwijd gelden voor windenergie op zee. |
| Evaluatie | Met het starten van de internetconsultatie van de ontwerpregeling kan eenieder reageren op de regeling. Dit biedt gelegenheid de ontwerpregeling aan te passen naar definitieve regeling. Ook biedt de consultatie een graadmeter voor de bereidwilligheid en de kans van slagen van de tender. Nadat de tender is gesloten zullen de resultaten en het succes van de tender worden geëvalueerd om daar voor opvolgende tenders van te leren qua budgetreservering en tenderontwerp. Deze lessen worden ook zoveel als mogelijk meegenomen in de uitwerking van de Contract for Difference die vanaf halverwege 2027 toegepast moet worden. |
Kamerstukken II 2025/26, 31 239, nr. 445 (2026D13075).↩︎
2025D39426 (Actieplan wind op zee).↩︎
Planbureau van de Leefomgeving, 16 januari 2026, Advice offshore wind tender 2026, Maximum tender amount for the TOWOZ-concept↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 36800-XXIII nr. 26.↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 33561, nr. 99.↩︎
Planbureau van de Leefomgeving, 16 januari 2026, Advice offshore wind tender 2026, Maximum tender amount for the TOWOZ-concept↩︎