[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweede nota van wijziging

Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)

Nota van wijziging

Nummer: 2026D16051, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-08 11:34, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36777 -9 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs).

Onderdeel van zaak 2025Z13580:

Onderdeel van zaak 2026Z07109:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 777 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)
Nr. 9

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 7 april 2026

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel D wordt in het voorgestelde artikel 4c1, vijfde lid, ‘artikel 4a, tweede lid, opschrift en onderdeel c,’ vervangen door ‘artikel 4c, tweede lid, aanhef en onderdeel c,’.

2. In onderdeel E, subonderdeel 2, komt het voorgestelde onderdeel n te luiden:

n. de persoon bij wie de coördinatie van het veiligheidsbeleid, waaronder het beleid dat pesten tegengaat, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel c, is belegd,.

3. In onderdeel F wordt het voorgestelde artikel 14c als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt ‘landelijke klachtencommissies’ vervangen door ‘een landelijke klachtencommissie’.

b. In het zesde lid wordt ‘de rechtspersonen’ vervangen door ‘de rechtspersoon’ en wordt ‘de klachtencommissies’ vervangen door ‘de klachtencommissie’.

B

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A wordt in de begripsbepaling van veiligheidsbeleid voor de punt een puntkomma ingevoegd.

2. In onderdeel D wordt in het voorgestelde artikel 6b, vijfde lid, ‘artikel 6a, tweede lid, opschrift en onderdeel c,’ vervangen door ‘artikel 6a, tweede lid, aanhef en onderdeel c,’.

3. In onderdeel E, subonderdeel 2, komt het voorgestelde onderdeel m te luiden:

m. de persoon bij wie de coördinatie van het veiligheidsbeleid, waaronder het beleid dat pesten tegengaat, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, onderdeel c, is belegd,.

C

Artikel III wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel D wordt in het voorgestelde artikel 5a1, vijfde lid, ‘artikel 5a, tweede lid, opschrift en onderdeel c,’ vervangen door ‘artikel 5a, tweede lid, aanhef en onderdeel c,’.

2. In onderdeel E, subonderdeel 2, komt het voorgestelde onderdeel k te luiden:

k. de persoon bij wie de coördinatie van het veiligheidsbeleid, waaronder het beleid dat pesten tegengaat, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel c, is belegd,.

3. In onderdeel F wordt het voorgestelde artikel 23c als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt ‘landelijke klachtencommissies’ vervangen door ‘een landelijke klachtencommissie’.

b. In het zesde lid wordt ‘de rechtspersonen’ vervangen door ‘de rechtspersoon’ en wordt ‘de klachtencommissies’ vervangen door ‘de klachtencommissie’.

D

Artikel IV wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel B, subonderdeel 2, komt het voorgestelde onderdeel n te luiden:

n. de persoon bij wie de coördinatie van het veiligheidsbeleid, waaronder het beleid dat pesten tegengaat, bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onderdeel c, is belegd; en.

2. In onderdeel D wordt het voorgestelde artikel 3.36a als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt ‘landelijke klachtencommissies’ vervangen door ‘een landelijke klachtencommissie’.

b. Het zesde lid komt te luiden:

Onze Minister verleent subsidie aan de rechtspersoon voor het in stand houden van de klachtencommissie.

3. In onderdeel G wordt in het voorgestelde artikel 3.40a, vijfde lid, ‘artikel 3.40, tweede lid, opschrift en onderdeel c,’ vervangen door ‘artikel 3.40, tweede lid, aanhef en onderdeel c,’.

E

In artikel IX, onderdeel C, wordt, onder vernummering van het eerste en tweede subonderdeel tot het tweede en derde subonderdeel, na de aanhef een subonderdeel ingevoegd, luidende:

1. In het vijfde lid wordt na ‘De vertrouwensinspecteur is bevoegd ’ ingevoegd ‘persoonsgegevens, waaronder ‘ en wordt na ‘Uitvoeringswet Algemene verorderning gegevensbescherming’ een komma ingevoegd.

Toelichting

Met deze nota van wijziging wordt voorzien in enkele technische wijzigingen en verbeteringen van redactionele aard.

Aanpassing bepaling aanwijzing landelijke klachtencommissie

Onderdelen A en C, subonderdelen 3 en onderdeel D, subonderdeel 2.

De huidige bepalingen in de wettekst kunnen de indruk geven dat bedoeld is te regelen dat er altijd meer dan één landelijke klachtencommissie is. Dat heeft de regering echter niet beoogd. Zoals ook toegelicht in de artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel is bedoeld dat de verantwoordelijke bewindspersoon één of meerdere rechtspersonen aanwijst voor deze taak, die dan elk één of meerdere landelijke klachtencommissies in stand houden.1 Er kan dus ook sprake zijn van één rechtspersoon die één landelijke klachtencommissie in stand houdt.

Met de plannen van Stichting Onderwijsgeschillen en Geschillencommissies Bijzonder Onderwijs (hierna: GCBO) om samen te gaan ontstaat de situatie dat de regering momenteel slechts één rechtspersoon op het oog heeft om aan aan te wijzen die slechts één landelijke klachtencommissie in standhoudt als landelijke klachtencommissie in de zin van het wetsvoorstel. Om geen enkele onduidelijkheid te laten bestaan over de mogelijkheden onder de wettelijke bepalingen, wordt voorzien in een redactionele wijziging.

Het staat Stichting Onderwijsgeschillen en GCBO vrij te beslissen om samen te gaan. Daarbij hecht de regering er wel aan dat de landelijke klachtencommissie op voldoende draagvlak kan steunen om haar werkzaamheden op kwalitatieve en landelijke wijze door te zetten en dat zij zich waar vereist rekenschap geeft van denominatieve herkenbaarheid. De regering heeft begrepen dat de partijen een zorgvuldig proces hebben doorlopen om tot dit besluit te komen, waarbij een externe verkenning is uitgevoerd en sectorraden en profielorganisaties (Verus en VGS) zijn betrokken en waarbij denominatieve herkenbaarheid -waar vereist- is geborgd. De sectorraden en profielorganisaties hebben ook hun steun voor dit samengaan uitgesproken.

Volledigheidshalve merkt de regering op dat zij het bestaan van slechts één klachtencommissie niet een inperking acht van de vrijheid van onderwijs. De in het wetsvoorstel opgenomen maatregelen waarmee de vrijheid van richting wordt beschermd, zijn gelegen in het open stelsel. Daarin brengt deze situatie geen verandering. Het staat scholen vrij om in gezamenlijkheid te komen tot de oprichting van een landelijke klachtencommissie indien zij dat wenselijk achten, vanuit hun eigen ideologische opvattingen of om andere redenen. Indien een dergelijke commissie aan de bij wet gestelde vereisten voldoet dan zal de regering in beginsel de rechtspersoon die deze klachtencommissie instandhoudt aanwijzen.

Daarnaast is Stichting Onderwijsgeschilen voornemens om bij het samengaan met GCBO identiteitsgebonden leden aan te wijzen, die waar gewenst bij de behandeling van een klacht betrokken zijn. De regering hecht eraan om op te merken dat zij de wijze waarop Stichting Onderwijsgeschillen en de Geschillencommissie Bijzonder Onderwijs ruimte maken voor identiteitsgebonden klachtafhandeling waardeert.

Verwerking persoonsgegevens vertrouwensinspecteur

Onderdeel E.

De huidige formulering van artikel 6, vijfde lid, van de Wet op het Onderwijstoezicht geeft enkel een expliciete grondslag voor het verwerken van bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard. Daarmee is ook de grondslag om regels te stellen ten aanzien van de gegevens die door de vertrouwensinspectie worden verwerkt enkel beperkt tot die gegevens. Omdat de regering het wenselijk acht om helder te regelen op welke wijze door de vertrouwensinspectie wordt omgegaan met alle gegevens die zij verwerkt, wordt in onderdeel E voorgesteld om in artikel 6, vijfde lid, expliciet te regelen dat de vertrouwensinspectie ook reguliere persoonsgegevens verwerkt. Daarmee worden vast te stellen bewaartermijnen en andere waarborgen die bij algemene maatregel van bestuur zullen worden vastgelegd ook op deze persoonsgegevens van toepassing.

Verheldering bepalingen schoolgids

Onderdelen A en C subonderdelen 2, onderdeel B subonderdeel 3 en onderdeel D subonderdeel 1.

Onderdeel van het Wetsvoorsel vrij en veilig onderwijs is dat het beleid dat pesten tegengaat onderdeel wordt van het veiligheidsbeleid.2 De coördinator van het veiligheidsbeleid is daarmee tevens de coördinator van het beleid dat pesten tegengaat. Dit was abusievelijk niet goed opgenomen in de bepalingen over de schoolgids. Daarnaast was in het wetsvoorstel opgenomen dat de schoolgids informatie moet bevatten over het aanspreekpunt voor klachten over pesten en overige ongewenste omgangsvormen. In de artikelen over de vertrouwenspersoon wordt echter reeds geregeld dat de interne vertrouwenspersoon fungeert als dit aanspreekpunt, waardoor op dit punt de voorgestelde bepalingen overlapt met de bepaling dat in de schoolgids informatie moet worden opgenomen over de vertrouwenspersoon. Daaronder valt ook de informatie over de taken en verantwoordelijkheden van de vertrouwenspersoon zoals het fungeren als het aanspreekpunt voor klachten over pesten en overige ongewenste omgangsvormen. De bepaling is daarmee overbodig.

Onderdeel A, subonderdeel 2, onderdeel B, subonderdeel 3, onderdeel C, subonderdeel 2 en onderdeel D, subonderdeel 1 van deze nota van wijziging regelt daarom dat in de schoolgids informatie komt over de persoon bij wie de coördinatie van het gehele veiligheidsbeleid is belegd, waaronder het beleid dat pesten tegengaat. Tevens komt daarmee de verwijzing naar het aanspreekpunt voor klachten over pesten en overige ongewenste omgangsvormen te vervallen.

Redactionele verbeteringen

Onderdelen A, B en C subonderdelen 1 en onderdelen B en D subonderdeel 3.

In de artikelen over de registratie van de veiligheidsincidenten was bij de verwijzing naar de taken waarvoor de gegevens bewaard mogen worden abusievelijk de term ‘opschrift’ opgenomen waar ‘aanhef’ bedoeld was. Daarnaast werd in het voorgestelde artikel voor de Wet op het primair onderwijs abusievelijk naar het verkeerde artikel verwezen. Met de wijzigingen in onderdeel A, subonderdeel 1, onderdeel B, subonderdeel 2, onderdeel C, subonderdeel 1, en onderdeel D, subonderdeel 2, wordt dit hersteld.

In de begripsbepaling over veiligheidsbeleid in de Wet primair onderwijs BES was abusievelijk vergeten een puntkomma te plaatsen aan het eind van de begripsbepaling. Met de wijziging in onderdeel B, subonderdeel 1, wordt hier alsnog in voorzien.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.Z.C.M. Tielen


  1. Kamerstukken II 2024/25, 36777, nr. 3, p. 82.↩︎

  2. Voorgestelde artikel 3.40, eerste lid, onderdeel c, WVO 2020.↩︎