[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen die de leden Inge van Dijk en Straatman over het onderzoek naar de antiwitwasaanpak door de Algemene Rekenkamer

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D16212, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-07 15:49, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05115:

Preview document (🔗 origineel)


AH 1549

2026Z05115

Antwoord van minister Heinen (Financiën), mede namens de minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 7 april 2026)

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel van RTL en het achterliggende rapport van de Algemene Rekenkamer 'Gevolgen groot, opbrengsten onbekend'?1

Antwoord 1

Ja, daar ben ik bekend mee.

Vraag 2

Deelt u de hoofdconclusie van de Algemene Rekenkamer dat de huidige anti-witwasaanpak onvoldoende effectief en efficiënt is?

Antwoord 2

De Algemene Rekenkamer (AR) richtte zich in haar onderzoek op de periode 2020-2024. Ik ben het met de AR eens dat de antiwitwasaanpak in die jaren in de praktijk beter kon. Na afloop van die onderzoeksperiode heb ik samen met de minister van Justitie en Veiligheid onze nieuwe antiwitwasaanpak met de Tweede Kamer gedeeld.2 Deze nieuwe antiwitwasaanpak adresseert veel van de conclusies van de AR. In deze nieuwe antiwitwasaanpak benoemen wij twee hoofddoelen: 1) verlagen van lasten voor bonafide burgers en bedrijven; en 2) barrières verhogen voor criminelen. Door deze doelen centraal te stellen zetten we in op een antiwitwasaanpak die zowel effectief is als efficiënt.

Vraag 3

Kun u een inschatting maken van de jaarlijkse kosten die banken maken als gevolg van de personele inzet ter bestrijding van witwassen en hoe deze kosten doorberekend worden aan klanten?

Vraag 4

In hoeverre acht u de genoemde kosten proportioneel in verhouding tot de effectiviteit van het beoogde doel van witwasbestrijding, mede gelet op neveneffecten zoals het risico op discriminatie, de toegenomen regeldruk voor bedrijven en verenigingen en het mogelijke afhaken van vrijwilligers waardoor maatschappelijk initiatief onder druk kan komen te staan?

Vraag 10

In hoeverre hebben deze hogere compliancekosten gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse banken ten opzichte van banken in andere landen?

Antwoord vraag 3, 4 en 10

Ik kan geen inschatting maken van de jaarlijkse kosten die banken maken als gevolg van de personele inzet, of de gevolgen van de hogere compliancekosten voor de concurrentiepositie van Nederlandse banken ten opzichte van banken in andere landen.

Banken bepalen zelf hun eigen inzet op het antiwitwasdossier. Er is sinds de publicatie van ‘Herstel naar balans’ door De Nederlandsche Bank (DNB) nadrukkelijk ingezet op een verbeterde risicogebaseerde toepassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), zowel door de toezichthouder als door banken.3 Dit betekent dat de inzet hoger moet zijn als de risico’s hoger zijn. Als de risico’s lager zijn moeten de maatregelen beperkt worden. De Wwft geeft hier ook de ruimte voor. Ook in de nieuwe antiwitwasaanpak is dit een belangrijke pijler aangezien is gebleken dat banken in de praktijk de risicogebaseerde aanpak nog steeds onvoldoende toepassen. Banken stellen hierdoor nog steeds soms onnodige vragen aan bepaalde klanten, en sommige burgers ervaren zelfs discriminatie. Een verbetering van de risicogebaseerde aanpak zorgt ervoor dat banken minder onnodige vragen stellen, en minder maatregelen nemen wanneer de risico’s lager zijn. Dit kan er toe leiden dat banken minder kosten maken. De uitvoering van de risicogebaseerde benadering ligt primair bij de banken, zij dienen ervoor te zorgen dat de maatregelen die zij nemen proportioneel zijn aan het geconstateerde risico. DNB houdt toezicht op deze risicogebaseerde benadering.

Daarnaast hebben veel banken de afgelopen jaren grootschalige hersteltrajecten moeten uitvoeren, omdat zij de basis van de antiwitwasaanpak niet op orde hadden.4 Deze hersteltrajecten waren nodig om onder andere een goede basis te leggen voor de risicogebaseerde aanpak.

De problematiek rondom discriminatie bij banken speelt breder dan enkel de toepassing van de Wwft. Het is onacceptabel dat burgers discriminatie ervaren in de interactie met banken. De afgelopen jaren hebben we zelf ook onderzoeken gedaan naar (ervaren) discriminatie. De minister van Financiën heeft naar aanleiding van deze onderzoeken diverse acties opgesteld om (ervaren) discriminatie aan te pakken. Dat geldt ook voor de banken zelf en voor DNB. Hierover is de Tweede Kamer in mei 20245, december 20246 en september 20257 geïnformeerd.

Vraag 5

Kunt u uitleggen waarom in het rapport wel de effecten van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) op (oud-) politici (Politically Exposed Persons, PEP’s) zijn onderzocht, maar bijvoorbeeld niet is gekeken naar de effecten op maatschappelijke organisaties zoals (sport)verenigingen, terwijl deze laatste groep ook signalen van administratieve lasten en belemmeringen meldt?

Antwoord vraag 5

De AR bepaalt zelf hoe zij hun onderzoek vormgeven. In het rapport benoemt de AR dat zij drie groepen hebben geselecteerd om te onderzoeken hoe verschillend de ervaren controles door banken zijn. Ze hebben niet enkel groepen geselecteerd op signalen van lasten. Daarnaast is het zo dat er voor PEP’s specifieke onderzoeksverplichtingen zijn voor poortwachters.8

Vraag 6

Bent u bereid deze effecten op maatschappelijke organisaties alsnog te laten onderzoeken om zo een volledig beeld te krijgen van de neveneffecten?

Antwoord vraag 6

In 2023 heeft SIRA in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een onderzoek gedaan naar regeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen.9 Daar is vervolgens ook een kabinetsreactie op gestuurd in 2024, mede namens mij.10 In het onderzoek is genoemd dat de Wwft-verplichtingen maatschappelijke organisaties voornamelijk tijd kosten.

Het ministerie van Financiën is ook regelmatig in gesprek met een brede groep aan organisaties om de impact van de antiwitwascontroles te bespreken, onder andere in hetMaatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) de-risking. In het MOB de-risking zitten vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), DNB, betaalinstellingen, goede doelen en ondernemers- en consumentenverenigingen samen om de voortgang op de aanpak van de-risking te bespreken en aan te pakken. Zo heeft de NVB standaarden opgesteld om banken te helpen in hun klantonderzoek. In haar proportionaliteitsverkenning onderstreept DNB de positieve vooruitgang die er op dit gebied heeft plaatsgevonden.11 Daarnaast spreekt het Ministerie van Financiën ook regelmatig met onder andere banken en maatschappelijke organisaties, waarbij de neveneffecten van de Wwft regelmatig onderwerp van gesprek zijn.

SIRA noemde enkele mogelijkheden tot verbetering, waaronder inzetten op de risicogebaseerde benadering. Daar ben ik nu mee bezig, maar dit staat en valt met de inzet vanuit banken zelf. Zij staan primair aan de lat om hier werk van te maken. Ik zie geen reden voor aanvullend onderzoek.

Vraag 7

Vindt u de huidige personele inzet bij De Nederlandsche Bank (DNB) en de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) proportioneel ten opzichte van de zeer grote personele inzet bij banken voor het verzamelen en melden van ongebruikelijke transacties, mede gelet op signalen dat de opvolging van deze meldingen niet altijd inzichtelijk is?


Antwoord vraag 7

DNB

De personele inzet bij DNB kan wat mij betreft niet vergeleken worden met de inzet bij banken aangezien deze twee organisaties totaal verschillende rollen hebben op basis van de wet in de antiwitwasketen. Banken vullen een centrale rol in ons financiële stelsel en dienen risicogebaseerd onderzoek te doen naar klanten en hun transacties te monitoren.

DNB controleert of financiële ondernemingen, waaronder banken, voldoen aan hun wettelijke verplichtingen. De taken die hierbij komen kijken zijn anders dan die van banken, en dus is het logisch dat de personele inzet van een andere orde is. Ik ben van mening dat de huidige inzet van DNB daarom proportioneel is.

FIU

De personele inzet bij FIU-Nederland laat zich moeilijk vergelijken met de inzet bij banken aangezien deze twee organisaties verschillende rollen en verantwoordelijkheden hebben op basis van de wet in de antiwitwasketen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het analyseren van alle ongebruikelijke transacties geen doel op zich is. De FIU-Nederland analyseert meldingen risicogebaseerd, waarbij het zich richt op de grootste risico’s en op de prioriteiten van de ketenpartners. Dit past binnen de risicogebaseerde aanpak van witwassen.

De FIU-Nederland ziet in de aanbevelingen in het rapport tevens een aansporing van de huidige inzet op het verbeteren van de datakwaliteit. Het verbeteren van de datakwaliteit maakt vervolgens een meer data-gedreven benadering, zoals aanbevolen door de AR, verder mogelijk. De data gedreven benadering maakt het vervolgens mogelijk om beter inzicht te krijgen en geven in de meest risicovolle meldingen en de opvolging hierop.

Vraag 8

Hoe beoordeelt u de signalen dat de huidige werkwijze van de FIU ertoe leidt dat niet alle ongebruikelijke transacties worden opgepakt, dat de aanpak onvoldoende risico- en datagedreven is en dat er weinig wordt gedaan aan kwaliteitsverbetering en structurele terugkoppeling richting banken en bent u bereid hier concrete stappen op te zetten?

Antwoord vraag 8

De focus van de FIU-Nederland ligt op het verder versterken van de risicogebaseerde aanpak, waarbij de grootste witwasrisico’s prioriteit krijgen. In de praktijk betekent dit dat de FIU-Nederland meldingen risicogebaseerd analyseert en zich richt op de belangrijkste risico’s en de prioriteiten van ketenpartners. Het oppakken van alle ongebruikelijke transacties is daarbij geen doel op zich.

Bovendien neemt de FIU-Nederland de conclusies en aanbevelingen ter harte om meer risico- en datagedreven te werken. De FIU-Nederland zet daarom ten eerste in op het verbeteren van de datakwaliteit. Het verbeteren van de datakwaliteit maakt vervolgens een meer data-gedreven benadering verder mogelijk. De versterkte datapositie zal de FIU-Nederland ook de mogelijkheid geven om risico’s, trends en fenomenen beter te identificeren en te duiden. Daarnaast zal de FIU-Nederland verkennen in hoeverre IT-oplossingen kunnen ondersteunen in een meer data-gedreven benadering. De afgelopen jaren zijn al een aantal belangrijke stappen gezet ten behoeve van het objectief prioriteren van belangrijke meldingen.

De FIU-Nederland onderstreept het belang dat de AR geeft aan kwalitatief goede meldingen door meldingsplichtige instellingen. Binnen de huidige wettelijke mogelijkheden werkt de FIU-Nederland momenteel al concreet aan het verbeteren van de kwaliteit van de meldingen, bijvoorbeeld door middel van een aanstaande update van de meldformulieren. Gedurende het jaar publiceert de FIU-Nederland bovendien op diens website over witwasmethoden, zoals bijvoorbeeld het ‘cash compensatie model’, zodat poortwachters en andere partijen die inzichten kunnen benutten in hun werk. Het nieuwe Europese antiwitwaspakket biedt de FIU-Nederland vanaf juli 2027 meer mogelijkheden om informatie te verstrekken aan toezichthouders en feedback te geven aan poortwachters. Dit zal een verdere impuls geven aan het verbeteren van de kwaliteit van de meldingen. De FIU-Nederland bereidt zich momenteel voor op de implementatie van deze wetgeving.

Vraag 9

Klopt het dat DNB een strengere toezichtfilosofie hanteert dan toezichthouders in andere landen en dat Nederland de Europese anti-witwasregels strikter toepast, waardoor de administratieve lasten voor Nederlandse financiële instellingen hoger uitvallen?

Antwoord vraag 9

De Europese antiwitwasrichtlijn schrijft voor wat poortwachters moeten doen, de toezichthouder houdt hier toezicht op. De afgelopen jaren heb ik in verschillende gesprekken signalen ontvangen van verschillende poortwachters waarin zij aangaven dat Nederland, dan wel DNB strenger zou zijn op bepaalde onderdelen. Dit bleek telkens om een Europese verplichting te gaan en niet om een nationale interpretatie. Bovendien zie ik dat in andere EU-landen toezichthouders ook optreden richting poortwachters die de antiwitwasverplichtingen niet op orde hebben.

In haar toezicht benadrukt DNB dat poortwachters de verplichtingen uit de Wwft risicogebaseerd moeten uitvoeren, zoals onder meer blijkt uit haar leidraad (de Q&A en Good Practices Wwft).12 Voorts hebben DNB en het ministerie bijgedragen aan de totstandkoming van de eerder genoemde risicogebaseerde sectorstandaarden van de NVB, en heeft DNB in 2025 onderzoeken gedaan naar het tegengaan van discriminatie13 en de proportionele toepassing van de Wwft door banken.14 De FATF heeft ook in haar richtsnoeren over financiële inclusie (juni 2025) Nederland diverse malen genoemd als positief voorbeeld.15 Nederland blijft ook in Europees, waaronder in AMLA-verband, aandacht houden voor de versterking van de risicogebaseerde aanpak.

Vraag 11

Hoe reflecteert u op uw rol en die van uw ministerie ten aanzien van de beperkte inhoudelijke betrokkenheid bij de effectiviteit van het toezicht van DNB en bent u bereid om het gesprek over de effectiviteit en de gevolgen van de anti-witwasaanpak structureel te verankeren in de toekomstige overlegstructuur met DNB?

Antwoord vraag 11

De uitvoering van de opgedragen taken is primair de verantwoordelijkheid van DNB zelf. DNB is als zelfstandig bestuursorgaan onafhankelijk in de uitvoering van de taken die de wet haar opdraagt. Dat betekent dat zij zelf beslist over de uitvoering van haar taken.

Tegelijkertijd ben ik systeemverantwoordelijk voor het functioneren van het toezichtsysteem en de toezichthouders. Hierbij moet ik kunnen beoordelen of DNB haar taken op doeltreffende en doelmatige wijze uitvoert. Ik oefen hiertoe zogenaamd ‘toezicht op afstand’ uit op DNB. Dat doe ik conform de visie Toezicht op afstand16 en de Kaderwet zbo’s, op basis waarvan vijfjaarlijks het doeltreffend en doelmatig functioneren van DNB als zelfstandig bestuursorgaan wordt geëvalueerd.

Het is wenselijk om over de taakuitvoering van de Wwft meer inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het integriteitstoezicht van DNB. Ik ga dan ook met DNB in gesprek over hoe dit opgepakt kan worden. Hierbij geef ik de voorkeur om dit structureel te verankeren in bestaande publicaties of kanalen.

Vraag 12

Wanneer kunnen we de integrale kabinetsreactie ontvangen op het Algemene Rekenkamerrapport 'Gevolgen Groot, opbrengsten onbekend', inclusief een verbeterplan hoe de anti-witwasaanpak concreet meer risicogestuurd ingericht kan worden om zo de efficiëntie te verhogen?

Vraag 13

Kan de minister erop toezien dat bovengenoemde vragen meegenomen worden in de aanstaande kabinetsreactie?

Antwoord vraag 12 en 13

De reactie van de minister van Justitie en Veiligheid en mijzelf is opgenomen in het rapport van de AR. In die reactie gaan wij in op de conclusie en aanbevelingen van het AR rapport. Deze is ook te vinden op de site van de AR.17

In de tweede helft van 2026 zullen wij een voortgangsbrief sturen waarin de Kamer wordt geïnformeerd over de nieuwe antiwitwasaanpak. In de voortgangsbrief zullen wij verder inzage geven in de voortgang van de risicogebaseerde benadering. Ik merk hierbij op, net als wij richting de AR in onze reactie hebben opgemerkt dat de risicogebaseerde aanpak primair bij de banken ligt: zij dienen ervoor te zorgen dat ze zich op hoge risico’s richten en minder op lage risico’s.


  1. Raadpleegbaar op de rtl.nl: Pijnlijke conclusie: peperdure maatregelen tegen witwassen niet effectief en oneerlijk↩︎

  2. Kamerstukken II, 2025/26, 31 477 nr. 120↩︎

  3. Raadpleegbaar op dnb.nl: Aanpak van witwassen moet gerichter | De Nederlandsche Bank↩︎

  4. Raadpleegbaar op dnb.nl Rapport over het integriteitstoezicht: Integriteitstoezicht in Beeld 2025 | De Nederlandsche Bank, p.7.↩︎

  5. Kamerstukken II 2023/24, 23 013, nr. 289.↩︎

  6. Kamerstukken II 2024/25, 23 013, nr. 301.↩︎

  7. Kamerstukken II 2025/26, 23 013, nr. 310.↩︎

  8. Artikel 8, zesde tot en met tiende lid Wwft.↩︎

  9. Kamerstukken II, 2022/23, 29 515, nr. 485.↩︎

  10. Kamerstukken II, 2024/25, 29 515, nr. 494.↩︎

  11. Raadpleegbaar via dnb.nl: Proportionaliteit in Perspectief. Meer maatwerk mogelijk bij proportionele toepassing Wwft | De Nederlandsche Bank↩︎

  12. Raadpleegbaar op dnb.nl: Q&As en Good Practices Wwft | De Nederlandsche Bank↩︎

  13. Raadpleegbaar op dnb.nl: Vervolgonderzoek aanpak discriminatie banken | De Nederlandsche Bank↩︎

  14. Raadpleegbaar via dnb.nl: Proportionaliteit in Perspectief. Meer maatwerk mogelijk bij proportionele toepassing Wwft | De Nederlandsche Bank↩︎

  15. Raadpleegbaar op fatf-gafi.org: FATF publishes new Guidance on Financial Inclusion and Anti-Money Laundering and Terrorist Financing Measures↩︎

  16. Kamerstukken II, 2024/25, 32 648, nr. 16.↩︎

  17. Raadpleegbaar op: rekenkamer.nl Gevolgen groot, opbrengsten onbekend - Onderzoek naar de anti-witwasaanpak in de bankensector | Algemene Rekenkamer↩︎