Nahang Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo
Voortgezet Onderwijs
Brief regering
Nummer: 2026D16241, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-08 13:25, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
- Beslisnota bij Kamerbrief Nahang Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo
- Besluit praktijkgerichte vakken havo
- Nader rapport Besluit praktijkgerichte vakken havo
- Advies Raad van State
- Staatsblad 2026, nr. 71
Onderdeel van kamerstukdossier 31289 -608 Voortgezet Onderwijs.
Onderdeel van zaak 2026Z07202:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-16 10:15 â (Concept voorstel)
- 2026-04-09 00:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-16 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (đ origineel)
| Datum | 7 april 2026 |
|---|---|
| Betreft | Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo |
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
Wetgeving en Juridische Zaken Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl |
Onze referentie WJZ/62806673 |
Hierbij bied ik u aan het Besluit van 20 maart 2026 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met de mogelijkheid van het aanbieden van het praktijkgerichte vak in het havo (Stb. 2026, 71). Voor de inhoud van het besluit verwijs ik u naar de nota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven procedure, bedoeld in artikel 13.1, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de inwerkingtreding van het besluit, voor zover het betreft artikel I, onderdelen A, B, C en G niet dan nadat vier weken zijn verstreken na de overlegging van het besluit aan beide Kamers der Staten-Generaal. Indien meer dan een vierde deel van die termijn binnen een recesperiode van uw Kamer valt, wordt de termijn zodanig verlengd dat drie vierde deel daarvan buiten die recesperiode van uw Kamer valt.
Dit besluit is op 3 november 2025 voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal. Hierop heeft een schriftelijk overleg met uw Kamer plaatsgevonden, naar aanleiding van schriftelijke vragen van 1 december 2025. Het verslag schriftelijk overleg1 over de voorhang is in de procedurevergadering van
18 december 2025 voor kennisgeving aangenomen.
Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van het besluit met ingang van
1 augustus 2026.
Een brief van gelijke strekking heb ik heden gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Hoogachtend,
de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,
Judith Zs.C.M. Tielen
Kamerstukken II 2025/26, 31289, nr. 606.âŠī¸