Amendement van het lid Michon-Derkzen over een verruiming van de leeftijdsgrens naar 21 jaar
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)
Amendement
Nummer: 2026D16268, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-07 18:13, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I.J.M. Michon-Derkzen, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 36746 -12 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) .
Onderdeel van zaak 2026Z07220:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 746 | Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) | |
| Nr. 12 | AMENDEMENT VAN HET LID Michon-Derkzen | |
| Ontvangen 7 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
In artikel I, onderdeel E, wordt het voorgestelde artikel 628ac, eerste lid, als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel i wordt âachttien jaarâ vervangen door âeenentwintig jaarâ.
2. In onderdeel ii wordt na âeen scholier isâ ingevoegd âdie de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereiktâ.
3. In onderdeel iii wordt na âeen student isâ ingevoegd âdie de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereiktâ.
Toelichting
Indiener vindt dat een verruiming van de leeftijdsgrens naar 21 jaar logischer aansluit bij de doelen van de wet en de wensen van studenten en jongeren om flexibel bij te verdienen en de wens van ondernemers om hier gebruik van te maken. Indiener volgt daarnaast drie redeneringen.
Ten eerste de afdeling van de Raad van State (Afdeling). De Afdeling adviseert een âeenduidige systematiekâ te hanteren. Een leeftijdsgrens van 21 is eenduidiger dan het huidige stelsel van inschrijvingsbewijzen en jaarlijkse verificatie hiervan. Je volgt het advies van de Afdeling op, wat altijd een sterke positie is. De regering redeneert dat studenten minder bescherming nodig hebben, want (a) hun ouders zijn onderhoudsplichtig en (b) ze hebben studiefinanciering. De Afdeling constateert terecht dat de onderhoudsplicht eindigt bij 21 jaar. Daarmee valt de grond onder de argumentatie van 18 jaar weg.
Ten tweede de interne logica van het Burgerlijk Wetboek (BW). De onderhoudsplicht van ouders loopt tot 21 (artikel 1:395a BW). Tot die leeftijd heeft de wetgever al geoordeeld dat jongeren niet volledig op eigen inkomen hoeven te leunen. Het aansluiten bij die grens maakt het systeem coherent met bestaand recht, in plaats van een parallelle definitie te introduceren die afwijkt van andere leeftijdsgrenzen in het recht.
Ten derde de regeldruk. Het inschrijvingscriterium vereist jaarlijkse verificatie, omgang met DUO-portalen, aparte behandeling van buitenlandse studenten, en creëert onzekerheid bij tussenjaren en studiewisselingen. Een leeftijdsgrens vereist een blik op het legitimatiebewijs dat werkgevers al moeten controleren. De memorie van toelichting erkent zelf in paragraaf 8.4 dat de administratieve lasten van het inschrijvingscriterium substantieel zijn.
Michon-Derkzen