[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Neijenhuis over het urencriterium gelijktrekken op 16 uur

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)

Amendement

Nummer: 2026D16272, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-07 18:46, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36746 -16 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) .

Onderdeel van zaak 2026Z07224:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 746 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)
Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID neijenhuis
Ontvangen 7 april 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel N, onder 4, wordt in het voorgestelde elfde lid “twaalf uur” vervangen door “zestien uur”.

II

In artikel I, onderdeel Q, onder 6, wordt in het voorgestelde negende lid “twaalf uur” vervangen door “zestien uur”.

Toelichting

Met dit amendement wil de indiener het urencriterium gelijktrekken voor verschillende uitzonderingen op de regelgeving die volgt uit dit wetsvoorstel voor studenten en scholieren. Zo bestaat er een uitzondering voor deze groep op de ketenbepaling en op het verbod op nulurencontracten, aangezien zij dit werk als bijbaan doen naast studie of school. Voor beide uitzonderingen bestaat een urencriterium om te waarborgen dat het inderdaad een bijbaan betreft om oneigenlijk gebruik te voorkomen, alleen dit urencriterium verschilt per uitzondering, namelijk 12 uur voor de ketenbepaling en 16 uur voor het verbod op nulurencontracten. De indiener vindt dit verschil niet passend aangezien beide uitzonderingen gericht zouden moeten zijn op dezelfde groep. Daarom stelt de indiener voor om het urencriterium voor beide groepen gelijk te trekken op 16 uur. De indiener vindt dit een logisch aantal uren per week – en daarmee ook gerechtvaardigd om het bestaande urencriterium voor de ketenbepaling te verhogen naar 16 uur – aangezien dit aansluit op het werkelijk aantal gewerkte uren per week door deze groep, zoals ook door de regering is toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag. Het vermindert daarnaast de complexiteit voor werkgevers als zij geen rekening hoeven te houden met een specifieke groep werkende studenten en scholieren die tussen de 12 en 16 uur per week werken, waarvoor geen uitzondering op de ketenbepaling geldt maar wel een nulurencontract mag worden aangeboden.

Neijenhuis