[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voortgang mestbeleid

Mestbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D16302, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 15:49, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 33037 -643 Mestbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z07251:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Met deze brief informeer ik u over de belangrijkste ontwikkelingen die de komende tijd in het mestbeleid aan de orde zijn. Ingegaan wordt op de voorbereidingen voor de vaststelling van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn, de gevolgen van het niet verkrijgen van een derogatie, de voortgang van de implementatie van Renure, de stimulering van mestverwerking en -vergisting en de evaluatie van de Nitraatrichtlijn. Daarnaast wordt u geïnformeerd over de onderzoeksresultaten van een verkenning naar nieuwe traceringssystemen voor het volgen en de borging van de informatie over mesttransporten en de verkenning naar het biologisch aanzuren van dierlijke mest.

Op 27 maart is uw Kamer geïnformeerd over de wijze waarop de aanpak van stikstof wordt geadresseerd via de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof1. Vanwege de aanpak van bredere milieuopgaven wordt in het kader van de Ministeriële Taskforce uitwerking gegeven aan het coalitieakkoord wat betreft grondgebondenheid, de voornemens met betrekking tot de productierechtenstelsels (verbreding opgave, uitbreiding diercategorieën, afromen voor bredere milieuopgaven en generieke korting als ultiem middel voor stikstofdoelen in 2035) en het maken van keuzes over afroming binnen de huidige stelsels vooruitlopend op een qua opgave en diercategorieën verbreed stelsel van productierechten. Het mestbeleid heeft een nauwe relatie met deze onderwerpen, maar richt zich ook specifiek op verbetering van de waterkwaliteit door de uit- en afspoeling van nutriënten uit de landbouw naar het grond- en oppervlaktewater te verminderen en te voorkomen. Om die reden wordt het mestbeleid, waaronder het 8e actieprogramma, in een aparte themabrief aan uw Kamer gemeld, zodat deze in de toekomst behandeld kan worden in het Commissiedebat Mestbeleid.

8e actieprogramma Nitraatrichtlijn

Op dit moment werk ik, in nauwe samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, aan de voorbereidingen om te komen tot het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het 8e actieprogramma ziet primair op verbetering van de waterkwaliteit door een verlaging van de nutriëntenbelasting (stikstof en fosfor) afkomstig uit de landbouw. Hierbij zal ik ook het effect van de maatregelen van het 8e actieprogramma op andere milieudoelen (zoals het verminderen van de uitstoot van ammoniak en lachgas) in ogenschouw nemen. Bij de uitwerking van het actieprogramma geef ik uitvoering aan de moties van Grinwis c.s. en Kostic2. Naast het inzichtelijk maken van de effecten van het 8e actieprogramma op de waterkwaliteit, ben ik voornemens ook de sociaaleconomische impact van maatregelen in het 8e actieprogramma inzichtelijk te maken voor een politieke weging over de uiteindelijke inhoud van het 8e actieprogramma.

De medeoverheden, waterschappen en provincies, betrek ik bij deze voorbereidingen om te komen tot het 8e actieprogramma en het daarin op te nemen maatregelenpakket. In dat kader wordt ook met hen gesproken over de wijze waarop een vervolg kan worden gegeven aan de aanwijzing van de met nutriënten verontreinigde gebieden (hierna: NV-gebieden). Bij de voorbereidingen voor het opstellen van het 8e actieprogramma betrek ik eveneens stakeholders (agrarische sectororganisaties, natuur- en milieuorganisaties en de koepel voor drinkwaterbedrijven (Vewin)). Ook zal de Europese Commissie (hierna: EC) worden geïnformeerd over de voortgang van de voorbereidingen voor een 8e actieprogramma. Ik zal uw Kamer, zoals reeds eerder is toegezegd, periodiek informeren over de voortgang van het 8e actieprogramma.

Gevolgen geen nieuwe derogatie

Op 22 december jl. ontving mijn ambtsvoorganger een reactie van de Europese Commissie op haar verzoek voor een nieuwe mestderogatie.3 De inhoud van deze brief was helder. De EC geeft in deze brief duidelijk aan dat Nederland niet voldoet aan de voorwaarden voor een derogatie. In de brief geeft de EC aan dat Nederland nog een grote opgave heeft ten aanzien van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, onder andere als het gaat om de belasting met nutriënten afkomstig uit de landbouw, en benoemt zij de stikstofopgave in Nederland. Gelet hierop zie ik geen ruimte voor een mestderogatie voor Nederland en is het dus niet mogelijk om boven de stikstofgebruiksruimte van 170 kilogram stikstof per hectare meer dierlijke mest te plaatsen, ook niet in het kader van experimenteerruimte of pilots. We zullen samen de schouders eronder moeten zetten en stappen maken om de waterkwaliteit te verbeteren en progressie te boeken op andere milieuopgaven zoals stikstof.

Voor de gevolgen van het niet verkrijgen van een nieuwe derogatie verwijs ik u naar de brief aan de Kamer van 19 februari jl. waarin is benoemd welke regels vanaf 1 januari 2026 gelden nu er geen derogatie is (en er nog geen 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is vastgesteld)4.

Ik realiseer mij dat het aflopen van de derogatie een grote invloed heeft op de Nederlandse landbouw, in het bijzonder de melkveehouderij. Ik vind het belangrijk om agrariërs wel perspectief te geven voor de lange termijn, bijvoorbeeld via opschaling van de mogelijkheid van productie en aanwending van Renure-meststoffen.

Voortgang implementatie Renure

Ik ben verheugd dat de Europese regelgeving voor Renure sinds 2 maart jl. in werking is getreden. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld werkt het kabinet aan een nationale regeling voor het gebruik van Renure, zodat het mogelijk wordt 80 kilogram stikstof per hectare boven de stikstofgebruiksruimte voor dierlijke mest aan te wenden met goedgekeurde Renure-meststoffen. Met deze regeling wordt beoogd het onder voorwaarden mogelijk te maken dat mestverwerkingsproducten, waarbij stikstof uit dierlijke mest in minerale vorm beschikbaar komt, kunnen worden toegepast als vervanger van kunstmest. Hiermee kunnen nutriënten uit dierlijke mest worden benut en kan de afhankelijkheid van kunstmest worden verminderd, terwijl de milieudoelen geborgd blijven. De ontwikkeling en toepassing van circulaire meststoffen zijn in de huidige geopolitieke context van toenemend belang.

In de afgelopen periode is overleg gevoerd met sectorpartijen en andere betrokken stakeholders over de nadere invulling van de regeling. Daarbij is onder meer gekeken naar de praktische uitvoerbaarheid, de voorwaarden voor toepassing van Renure en de inrichting van toezicht en handhaving. De regeling tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarmee het onder voorwaarden mogelijk wordt gemaakt Renure boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest toe te passen, is op 16 februari jl. bij de EC genotificeerd. In de daarop volgende drie maanden van de standstill-termijn hebben de EC en lidstaten de gelegenheid om opmerkingen te maken als zij van mening zijn dat eventuele technische voorschriften in de voorgenomen nationale regels niet verenigbaar zijn met het Europese recht. Deze standstill-termijn eindigt op 18 mei aanstaande. Gestreefd wordt naar inwerkingtreding van de regeling voor de zomer.

In de regeling wordt het gebruik van Renure boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest toegestaan wanneer de producent door de overheid is geregistreerd. Daarnaast zal dit in de toekomst ook mogelijk zijn wanneer de producent is gecertificeerd. Het certificeringsschema dat aan het certificaat ten grondslag ligt, moet daarvoor eerst bij de EC worden genotificeerd. Omdat het certificerings-schema nog niet definitief is vastgesteld door de schemabeheerder, is ervoor gekozen de regeling alvast zonder aanwijzing van een certificeringsschema te notificeren. Zodra het certificeringsschema is vastgesteld, zal ook de aanwijzing daarvan worden genotificeerd. Hiermee wordt voorkomen dat de toepassing van Renure in Nederland onnodig wordt vertraagd.

Mijn voornemen is om certificering in de toekomst voor alle producenten van Renure verplicht te stellen. Hiervoor is een wetswijziging nodig die certificering op grond van de Meststoffenwet mogelijk maakt. Dit voorstel voor wijziging van de Meststoffenwet is reeds eerder in consultatie gebracht. Mijn streven is het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk aan de Afdeling advisering van de Raad van State voor te leggen voor advies.

Internationaal

Op dit moment loopt in Brussel een evaluatietraject van de Nitraatrichtlijn. In het afgelopen jaar heeft de EC middels onderzoeken, publieke consultaties en afstemming met lidstaten via een expertgroep, suggesties en voorstellen opgehaald. De evaluatie zal naar verwachting binnenkort worden afgerond, waarna voor de zomer vanuit de EC een verslag wordt verwacht over de resultaten van de evaluatie en een eventueel opvolgend traject. Het is nog niet zeker of de evaluatie daadwerkelijk zal leiden tot een herziening van de Nitraatrichtlijn.

Een mogelijke wijziging van de Nitraatrichtlijn kan een opening bieden om de reikwijdte van de circulaire productie en gebruik van meststoffen afkomstig uit dierlijke mest (onder andere Renure) verder te kunnen uitbreiden. Op deze manier kan een meer circulaire vorm van landbouw worden gestimuleerd met mogelijke milieuvoordelen en het verminderen van de afhankelijkheid van kunstmest uit derde landen, iets wat in de huidige geopolitieke context aan belang wint. Dit sluit tevens aan bij de recente Mededeling van de EC over de bioeconomie strategie5 en het Actieplan meststoffen. Dit plan, dat de EC naar verwachting binnenkort zal presenteren, richt zich op een toename van het gebruik van circulaire meststoffen in plaats van kunstmest.

Stimuleren mestverwerking en -vergisting

Het verwerken van dierlijke mest maakt het mogelijk om mestproducten te maken die beter aansluiten bij de behoefte van gewas en bodem en ook de mogelijkheden van aanwending en transport te vergroten. Ook kan mestverwerking bijdragen aan het verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies van mest. Om die reden zet ik mij in voor de stimulering van mestverwerking. Naast de implementatie van Renure in de Nederlandse regelgeving, als hierboven toegelicht, bezie ik ook hoe de productie van Renure-meststoffen in Nederland verder opgeschaald kan worden. Ook wordt de vergroting van de mestverwerkingscapaciteit gestimuleerd ten behoeve van de export van meststoffen als aangegeven in de brief van 19 december jl.6

Met het ministerie van Economische Zaken trek ik samen op om de vergisting van dierlijke mest te stimuleren. Mestvergisting reduceert methaanemissies van mestopslagen en in combinatie met dagontmesting, biologisch aanzuren van mest en/of de verdere verwerking van de vergiste mest tot Renure-meststoffen kan een grotere reductie van ammoniak en methaan worden bereikt. Op deze manier

kan mestvergisting bijdragen aan de productie van groen gas, maar draagt het bij aan het verdienmodel voor de agrarische sector. Voor stimulering van mestvergisting is in de voorjaarsnota zes miljoen euro gereserveerd uit het investeringspakket 20 miljard voor 2026.

Het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM)7 is hét kenniscentrum voor mestverwerking dat voor eenieder onafhankelijke informatie geeft. In de afgelopen jaren heeft het NCM laten zien een verbindende rol tussen wetenschap, overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties en media te vervullen. Met haar nieuwsbrief, website en jaarlijkse inventarisatie over de ontwikkeling van mestverwaarding, bronnen die voor iedereen toegankelijk zijn, is de NCM van grote waarde ten behoeve van het algemeen belang. Ter bevordering van deze belangrijke, onafhankelijke rol in de informatie- en kennisuitwisseling over mestverwerking en -verwaarding verstrekt het ministerie van LVVN een jaarlijkse subsidie aan de NCM.

Onderwerpen lopend mestbeleid

Onderzoeksresultaten verkenning betere borging van mesttransporten

In de Kamerbrief Voortgang en voortzetting versterkte handhavingsstrategie mest van 31 mei 20238, heeft mijn voorganger aangekondigd een onderzoek voor te bereiden om te verkennen of er nieuwe en betere technieken op de markt zijn voor de borging van mesttransporten. In 2024 is dit onderzoek opgestart en eind 2025 afgerond. Ik heb in januari het definitieve onderzoeksrapport ontvangen. Met deze brief ontvangt de Kamer het onderzoeksrapport “Verkenning opties voor vernieuwing apparatuur voor automatisch registreren van mesttransporten” (bijlage 1). Dit rapport biedt goede aanknopingspunten om de monitoring van mesttransporten via traceringssystemen te verbeteren. Dit vind ik van groot belang om tot een geborgd en fraudebestendig systeem voor mesttransporten te komen. De komende maanden wil ik gebruiken om dit rapport nader te bestuderen en een vervolgaanpak op te stellen. Mijn voornemen is uw Kamer voor de zomer te informeren over deze vervolgaanpak.

Biologisch verzuren van mest

Het biologisch verzuren van mest heeft potentie voor het reduceren van emissies van ammoniak en methaan uit mestopslagen. Bij dit proces worden specifieke organische stoffen (bijvoorbeeld melasse, citrusmelasse, appelpulp, fruitpulp of wei) aan dierlijke mest toegevoegd, waardoor biologische omzettingen plaatsvinden in de mest die leiden tot verzuring en daarmee de conservering van de mest met minder emissies van ammoniak en methaan tot gevolg. Bijkomend voordeel is dat deze aangezuurde mest een hogere biogas opbrengst heeft. Gezien deze potentiële voordelen is hiervoor interesse vanuit ondernemers.

De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (hierna: CDM) is om advies gevraagd over verschillende organische stoffen waarmee de mest biologisch verzuurd kan worden. Op 10 november 2025 is het CDM-advies ‘Biologisch verzuren van mest’ gepubliceerd (bijlage 2).

Het opnemen van geschikte stoffen voor het biologisch verzuren van mest in de meststoffenregelgeving vereist een zorgvuldige beoordeling van hun werking, de samenstelling en eventuele risico’s. In aanvulling op het eerdere rapport is de CDM is gevraagd hierover advies uit te brengen. Voor dit advies is ook gevraagd te kijken naar andere mestadditieven. Op basis van deze rapporten bezie ik of en hoe aanpassing van de meststoffenregelgeving aan de orde is.

Jaimi van Essen

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. Kamerstukken II 2025/2026, 36800-XIV-80↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/2026, 33037, nr. 631 en nr. 632↩︎

  3. Kamerstukken II, 2025/2026, 33037, nr. 637↩︎

  4. Kamerstukken 2025/2026, 33037, nr. 641↩︎

  5. eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025DC0960↩︎

  6. Kamerstukken 2025/2026, 33037, nr. 636↩︎

  7. https://www.mestverwaarding.nl/.↩︎

  8. Kamerstukken 2022/2023, 33037, nr. 495↩︎