Conceptverslag Leefomgeving
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D16352, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-08 10:38, versie: 2
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-02 10:00: Leefomgeving (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Leefomgeving
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 2 april 2026 overleg gevoerd met mevrouw Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, over:
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 7 november 2025 inzake verzamelbrief bodem en ondergrond (30015, nr. 139);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 1 december 2025 inzake voortgang pfas-onderzoeksprogramma en enkele actualiteiten (35334, nr. 421);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 8 december 2025 inzake voortgang aanscherping geurnormen veehouderij (29383, nr. 442);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 19 december 2025 inzake verzamelbrief bodem en ondergrond (30015, nr. 141);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 18 december 2025 inzake staalslak en beleidskader secundaire bouwstoffen (30015, nr. 140);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 16 december 2025 inzake luchtkwaliteit (30175, nr. 481);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 15 december 2025 inzake voortgang milieuveiligheidsbeleid op gebied van biotechnologie (ggo’s) (27428, nr. 411);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 21 juli 2025 inzake tijdelijke regeling staalslakken (pauzeknop) (30015, nr. 136);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 3 juni 2025 inzake Woo-stukken met betrekking tot staalslakken (30015, nr. 134);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 27 mei 2025 inzake nadere informatie over een aantal onderwerpen met betrekking tot de berichtgeving van de NOS en Nieuwsuur op 16 mei jongstleden over de toepassing van staalslakken (30015, nr. 132);
de brief van de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu d.d. 9 februari 2026 inzake reactie op de inbreng over staalslak van de Stichting Gezondheid op 1 (30015, nr. 142);
de brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 13 maart 2026 inzake decentrale bevoegdheden staalslak (30872, nr. 324);
de brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 16 maart 2026 inzake reactie op verzoek commissie over aanpassing geurbeleid voor stallen van veehouderijen (29383, nr. 444);
de brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 24 maart 2026 inzake stand van zaken Nationaal MilieuProgramma (28089, nr. 347).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Huizenga
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Schukkink
Voorzitter: Huizenga
Griffier: Koerselman
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Bikkers, Dassen, Goudzwaard, Huidekooper, Huizenga, Chris Jansen, Kostić, Wiersma, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen. Ik open dit commissiedebat Leefomgeving en heet de
staatssecretaris en haar ambtenaren, de mensen op de publieke tribune en
hen die dit debat volgen via de livestream, evenals uiteraard de
Kamerleden van harte welkom. Er geldt vandaag een spreektijd van vijf
minuten per fractie. Zoals recentelijk besloten door de commissie
hanteren we voor de interrupties het 30 seconderegime. Een interruptie
van minder dan 30 seconden wordt dus niet als interruptie geteld. Als u
kort en bondig bent, dan helpt dat dus mee, maar een interruptie die
langer duurt dan 30 seconden, wordt als twee interrupties geteld; dus
reken maar na. Tegen die achtergrond stel ik ook voor om het vandaag
compact te houden en in de eerste termijn vier interrupties te hanteren.
Ik vraag u om daar rekening mee te houden.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde eigenlijk een punt van orde maken, omdat wij 20 minuten geleden
een brief van de staatssecretaris hebben ontvangen. Is het oké dat de
staatssecretaris eerst een toelichting geeft op die brief voordat we aan
de eerste termijn beginnen?
De voorzitter:
Ik kijk naar de staatssecretaris. Is dat een mogelijkheid. Ja? Dan geef
ik u het woord.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter. Mijn toelichting op de brief is de volgende. Er is in het
nieuws gekomen dat het onderzoek naar staalslakken, en zeker die fase 2,
nog niet bij het RIVM was neergelegd. Aan de hand van de brief van mijn
voorganger heb ik in mijn eigen brief geprobeerd de acht actielijnen nog
eens te benoemen en aan te geven dat fase 1, die bij het RIVM is
neergelegd, gestart is. Dat kan ik ook aan de hand van een aantal
activiteiten onderbouwen. Voor fase 2 is gisteren de mondelinge opdracht
gegeven, omdat ik vond dat ik me zou moeten houden aan de fases zoals
mijn voorganger die ook met uw Kamer heeft gedeeld. In de brief staat
ook, en ik denk dat dat het belangrijkst is, dat ik met het RIVM in
gesprek ga om ervoor te zorgen dat ik me kan vasthouden aan de volgorde
der dingen. Dat betekent dat ik sowieso al heb besloten om het verbod
met een halfjaar te verlengen, maar dat ik dan ook écht een besluit wil
nemen. Ik ga dus alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat het RIVM
op dat moment zijn onderzoeken ook heeft afgeleverd, zoals we dat ook
hebben afgesproken. Dat vraagt dus om een inspanningsverplichting van
mijn kant, want ik vind wel: afspraak is afspraak. Ik heb daar dus
gisteravond op het departement afspraken over gemaakt. Daar is
vanochtend vroeg met het RIVM overleg over geweest. Daarom kan ik u in
de brief melden dat ik dat overleg met het RIVM zo snel mogelijk ga
houden, deze week nog of begin volgende week, maar dat ik in principe
wil vasthouden aan de volgorde die ook in de brief van december is
opgenomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik aan de eerste termijn beginnen. Het voorstel is
om de heer Dassen als eerste het woord te geven, omdat hij zo meteen weg
moet. Ik ga ervan uit dat de commissie daarmee akkoord gaat. Dan geef ik
de heer Dassen van Volt het woord.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank aan de collega's om mij als eerste aan het woord
te laten, omdat ik inderdaad naar een volgende commissieactiviteit moet.
Mijn kinderen spelen op een plein in een mooie buurt. Daar spelen zij
graag met andere kinderen. Zo'n anderhalf jaar geleden was dat in
opspraak, om de simpele reden dat veel kinderen te maken hadden met
hoestbuien, traanogen. Wat was de reden? Staalslakken. Ik wil het
vandaag dan ook gaan hebben over het gebruik van staalslakken. De
staatssecretaris begon er net al over.
Het tijdelijk verbod zou inderdaad in juli aflopen. Ik ben blij dat de
staatssecretaris die periode nu verlengt, maar het roept ook heel veel
vragen op. Hoe gaan we hiermee verder? Wat als deze onderzoeken nog niet
afgerond zijn? Dat is waarschijnlijk immers de consequentie in januari
2027. Ik ontvang daar vandaag dan ook graag antwoorden op, want ik wil
daar graag duidelijkheid over, ook omdat we zien dat op veel onderzochte
locaties de milieueffecten bijzonder groot zijn. Overal waar die
staalslakken liggen, is er schade.
Mijn eerste vraag is dan ook hoe de staatssecretaris straks een besluit
kan nemen over het vervolg op dat verbod, terwijl de onderzoeken die dat
besluit moeten onderbouwen — ik begrijp nu dat ze inmiddels zijn gestart
— waarschijnlijk nog niet afgerond zijn op het moment dat de deadline is
verstreken. Ik hoor graag hoe de staatssecretaris van plan is om dat
besluit dan toch te nemen. Wat gebeurt er als de onderzoeken uitwijzen
dat het inderdaad niet toepasbaar is? Wat gebeurt er dan met al die
staalslakken? Hoe groot is het deel van de staalslakken dat op dit
moment al geëxporteerd wordt naar de Baltische staten? Hebben we daar
zicht op? Die blijven niet binnen onze grenzen. Dat is geen
koolstofweglekeffect, maar een staalslakweglekeffect. Hoe gaan we
daarmee om? Komt daar ook een verbod op tot we duidelijkheid hebben? Of
zijn we van mening dat we onze vervuilende afvalproducten naar andere
Europese landen kunnen sturen? Heeft de staatssecretaris daar met haar
collega's in de Baltische staten over gesproken, vraag ik haar. Worden
de uitkomsten van de Nederlandse onderzoeken gedeeld met de landen waar
wij die staalslakken naar exporteren, en wordt kennis over veilige en
over juist onveilige toepassingen actief gedeeld?
Voorzitter. We hebben eerder gevraagd of de deal met Tata kan worden
afgeblazen als het staalslakkenbeleid verandert. Het antwoord was: ja,
Tata kan opzeggen wanneer beleid de businesscase aanzienlijk negatief
beïnvloedt. We vroegen waarom Tata deze clausule per se wilde. Het
antwoord: het bedrijf heeft zijn businesscase gebaseerd op het huidige
beleid. Met andere woorden, Tata rekent erop dat het zijn afvalproduct
goedkoop kwijt kan blijven raken, en de overheid heeft dat geaccepteerd.
We vroegen om voorbeelden van gevallen wanneer de clausule geldt. Het
antwoord: het is onverstandig om die te geven vanwege de
onderhandelingspositie. Voor ons is dus onduidelijk waar precies de
grens ligt. Dus vandaar ook de volgende vraag. Kan de staatssecretaris
uitsluiten dat de opzegclausule in de JLoI de beleidsruimte om
staalslakken strenger te reguleren, beperkt?
Vraag zes. Als uit de onderzoeken blijkt dat toepassing niet kan, valt
een verbod daarop dan onder die opzegclausule?
Zeven. Wat betekent het als de onderzoeken pas zijn afgerond nadat de
maatwerkafspraak is gemaakt? Welke ruimte is er dan nog?
Voorzitter. Een betrouwbare overheid …
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik heb één interruptie voor de heer Dassen van Volt. Is het niet zo dat
bij wijziging van beleid Tata Steel contact moet zoeken met het
ministerie om te kijken of er mogelijkheden zijn om wel of niet door te
gaan, of er wel of niet sprake is van ontbindende voorwaarden? Of stelt
meneer Dassen dat dat, hoe dan ook, eenzijdig door het bedrijf kan
gebeuren?
De heer Dassen (Volt):
Die vraag heb ik dus voor de staatssecretaris: hoe moeten we die
clausule nou precies interpreteren? Kan Tata Steel op het moment dat er
veranderende voorwaarden zijn onder die deal uit? Wat zijn dan de
consequenties daarvan? Dat is voor mij onduidelijk als ik de JLoI lees.
Dat is zeker wel een verbinding. De antwoorden die het kabinet daar
eerder op heeft gegeven, laten ruimte voor twijfel daarover.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Dassen (Volt):
Een betrouwbare overheid kan niet tegelijkertijd met een bedrijf
onderhandelen over een miljardendeal én beleid maken over een schadelijk
restproduct van datzelfde bedrijf. Die rollen bijten elkaar. Zolang die
andere vraag niet beantwoord is, blijft de vraag of hier het algemeen
belang vooropstaat of de deal met Tata Steel.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan ga ik naar het lid Kostić van de Partij
voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. De Kamer was heel helder met de laatst aangenomen
motie van onder andere Partij voor de Dieren, JA21, PRO en D66: kom met
een totaalverbod op staalslakken totdat de nieuwste onderzoeken hebben
aangetoond dat staalslakken veilig zijn. Dat is de kern, want het gaat
om kankerverwekkende stoffen en om de gezondheid van mens en dier. Daar
hoor je niet mee te gokken. Gisteren las ik tot mijn verbazing dat
beloofde onderzoeken nog niet eens waren gestart. Daar is op ons verzoek
een brief over gekomen. Ik moet zeggen: het verhaal over fases is vaag.
De staatssecretaris lijkt een beetje het RIVM de schuld te geven; ik
hoop dat ik dat verkeerd heb begrepen. Het is echter goed dat het
huidige gedeeltelijke verbod in ieder geval tot 2027 wordt verlengd. Als
echter de onderzoeken tegen die tijd nog niet klaar zijn, dan hebben we
alsnog een probleem. Daarom wil ik echt een harde toezegging van de
staatssecretaris dat zij een verbod op het gebruik van staalslakken gaat
handhaven tot tenminste alle relevante onderzoeken afgerond zijn. Is de
staatssecretaris daarnaast bereid om de Kamer verder tegemoet te komen
in de wens om een totaalverbod voor niet vormgegeven staalslakken in te
voeren, zonder allerlei uitzonderingen? Ik wil graag een juridisch
advies aanbieden aan de staatssecretaris over hoe dat uitvoerbaar zou
kunnen zijn. Kan de staatssecretaris dit advies meenemen in haar
antwoorden?
Er leven momenteel veel zorgen over de staalslakken in de Westerschelde
en Oosterschelde. Daarom worden in Zeeuwse wateren tot 1 juli 2026 door
Rijkswaterstaat geen staalslakken meer gebruikt. Ik neem aan dat dat nu
ook gaat gelden tot 1 januari 2027. Dat vraag ik de staatssecretaris.
Onder andere Zeeuwse overheden en vissers willen onafhankelijk onderzoek
naar de langetermijneffecten van staalslakken op de volksgezondheid, het
bodemwatersysteem en voedselveiligheid. Kan de staatssecretaris
toezeggen deze onderzoeken uit te voeren en minstens tot die tijd
Rijkswaterstaat op te dragen in waterprojecten geen staalslakken toe te
passen? Het makkelijkste wat we kunnen doen als overheid, is namelijk
zelf stoppen met het gebruik van staalslakken.
Wat betreft gemeenten die hun inwoners willen beschermen door een lokaal
verbod in te stellen, blijft de staatssecretaris zeggen dat het
Circulair Materialenplan oproept om geen generieke lokale beperkingen in
te stellen. Klopt het dat de staatssecretaris hiermee nog steeds zegt
dat gemeenten geen totaalverbod mogen instellen? Twee juridisch
adviesbureaus concluderen namelijk dat gemeenten gewoon algemene
verboden op niet-gevormde staalslakken mogen instellen. Ik heb hier een
kopie van die adviezen voor de staatssecretaris. Kan de staatssecretaris
toezeggen hierop binnen twee weken per brief terug te komen, en daarbij
ook in te gaan op de vraag in hoeverre deze juridische analyses benut
kunnen worden om meer tegemoet te komen aan de wens van de Kamer voor
een totaalverbod op staalslakken? Kan de staatssecretaris ook zonder
omslachtig taalgebruik naar de gemeentes communiceren dat ze
niet-gevormde staalslakken gewoon volledig mogen verbieden?
Tot slot over die staalslakken. Het RIVM en de ILT concluderen dat bij
de toelating van bouwstoffen zoals staalslakken, de pH-waarde en
verschillende uitlogende stoffen niet worden meegenomen, terwijl deze
wel schadelijk kunnen zijn. Oud-staatssecretaris Heijnen erkende in die
lijn dat de kwaliteitseisen van bouwstoffen uit de Regeling
bodemkwaliteit onvoldoende bescherming bieden. Erkent de
staatssecretaris dat ook? Is de staatssecretaris bereid om op zo kort
mogelijke termijn de Regeling bodemkwaliteit 2022 aan te vullen, zodat
de pH-waarde van uitloogwater standaard wordt onderzocht als
kwaliteitseis voor bouwstoffen? En is ze bereid om daarin normen voor
alle andere relevante uitlogende stoffen op te nemen? Is de
staatssecretaris zich bewust van het feit dat de Commissie mer een
negatief advies heeft afgegeven voor het Circulair Materialenplan omdat
juist de milieu- en gezondheidseffecten onvoldoende in beeld zijn
gebracht, en dat het vorige kabinet dat niet wilde corrigeren? Kan de
staatssecretaris daar alsnog in tegemoetkomen?
Ten slotte de uitwerking van de actieagenda Industrie en Omwonenden. Er
wordt vaak gesproken over streven naar een balans tussen industrie en
omwonenden. Dat is natuurlijk mooi, maar ik zie al jaren het probleem
dat dat gebruikt wordt om te verhullen dat de belangen van omwonenden
nog steeds ondergeschikt zijn aan die van de industrie en dat er
onvoldoende actie wordt ondernomen om dat te herstellen. Hoe weet ik
dat? Dat weet ik uit de beslisnota van de ambtenaren over de uitvoering
van de actieagenda Industrie en Omwonenden. Daaruit blijkt dat eigenlijk
iedereen ontevreden is over de uitvoering, behalve de industrie zelf.
Omgevingsdienst NL stuurde een paar dagen terug nog een brief naar de
Kamer die de situatie goed samenvat. Ik citeer: "Drie jaar na het
onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid constateren we als
omgevingsdiensten dat concrete maatregelen die de gezondheid beter
waarborgen nog niet in beeld zijn en dat er nog geen positief milieu- of
gezondheidseffect voor omwonenden is gerealiseerd". Zij wijzen erop dat
ze vaak nog met lege handen staan om de omwonenden te kunnen helpen. Ik
vraag daarom aan de staatssecretaris of zij deze conclusies van de
omgevingsdiensten herkent en of zij bereid is om samen met de
omgevingsdiensten en omwonenden te kijken welke extra stappen we kunnen
zetten. Die extra stappen liggen er namelijk. Er liggen namelijk acht
onderzoeken vanuit het ministerie, met hele concrete efficiënte stappen
om de balans te herstellen. Die zijn verzameld in een factsheet. Kan de
staatssecretaris daaruit putten?
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Huidekooper (D66):
Ik hoor het lid Kostić spreken over de actieagenda Industrie en
Omwonenden. Ik deel haar gevoel dat de vorige staatssecretaris daarbij
voor de minst ambitieuze uitvoering heeft gekozen. Een hoop maatregelen
die in de door lid Kostić genoemde factsheet staan, worden niet
uitgevoerd. Ik zou haar willen vragen van welke maatregelen zij denkt
dat deze staatssecretaris die alsnog op zou kunnen pakken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zeker. Ik zou heel blij zijn als er serieus wordt gekeken naar die
factsheet, want er is heel veel in moeite gestoken om uit acht
onderzoeken te concluderen wat efficiënte maatregelen zijn. Er is dus
een heel breed pakket om uit te kiezen, met betere metingen, betere
bescherming van omwonenden, betere handhaving et cetera. Wat ons betreft
zou het al fijn zijn als de staatssecretaris daar serieus naar kijkt —
dat zijn allemaal efficiënte maatregelen — en daar een stap in neemt,
want ik heb van deze staatssecretaris gehoord dat ze het herstellen van
de balans heel serieus neemt. Maar goed, ik heb dat dus van eerdere
bewindspersonen ook gehoord. Ik zou heel graag willen dat deze
staatssecretaris de daad bij het woord voegt en laat zien dat ze de
balans echt wil herstellen. Daar is echt een stap in nodig, dus als we
daarvoor met D66 en hopelijk ook andere partijen zouden kunnen
optrekken, zou dat fijn zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Zalinyan van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. We hoorden het net al: bloedneuzen, geïrriteerde ogen,
geïrriteerde luchtwegen, huidirritatie en gevaar voor milieu en natuur.
We weten nog niets over de langetermijneffecten. Bij aanraking met regen
of grondwater gaat eerst de zuurgraad omhoog. Hierdoor gaan alle vissen
door. Vervolgens komen alle zware metalen vrij en in de bodem terecht.
Bij droog weer komt er juist stof vrij, dat ingeademd wordt door mensen.
Deze troep ligt in speeltuinen en op fietspaden, wegen en geluidswallen.
In 2005 is hier al voor gewaarschuwd door de toenmalige
staatssecretaris. In 2007 is er al onderzoek gedaan. En nu, bijna
twintig jaar later, doen we verbaasd. Heel fijn dat deze
staatssecretaris net met het bericht is gekomen dat het tijdelijke
verbod verlengd wordt, maar we hebben EenVandaag, Zembla, Nieuwsuur,
ILT, GGD en RIVM nodig gehad om tot een tijdelijke regeling te komen,
die nog steeds veel vormen van toepassing toelaat. Nu hebben we weer een
artikel van Nieuwsuur op woensdagochtend nodig, zodat de
staatssecretaris in één middag kan bepalen dat het tijdelijke verbod
verlengd wordt. Waarom hebben we de afgelopen jaren niets gedaan?
Blijkbaar kan het wel, maar doe het dan ook.
Voorzitter, dan de onderzoeken. De staatssecretaris verwijst in haar
beantwoording van de schriftelijke vragen meerdere keren naar lopende
onderzoeken. In de brief van 21 juli 2025 staat dat het RIVM-onderzoek
al loopt. Echter, uit berichtgeving van de NOS bleek dat deze cruciale
onderzoeken nog geen akkoord hadden, omdat het ministerie dat nog niet
had gegeven, terwijl de gezondheid van zo veel mensen op het spel staat.
Dat vind ik echt onbegrijpelijk.
Mijn vraag is heel concreet. Klopt het dat deze onderzoeken tot gisteren
nog geen akkoord hadden? Waar wachtte de staatssecretaris op? Waarom
hebben we wederom een onderzoek van Nieuwsuur nodig om hier in een
middag wel akkoord op te geven? Begin maart hebben ik en het lid Kostić
hier ook vragen over gesteld. Waarom werd de afgelopen drie weken
gewacht en niet gehandeld? Hoe kijkt ze naar de lengte van de
onderzoeken en het aflopen van een tijdelijk verbod? Het RIVM geeft aan
dat de onderzoeken, vooral etappe twee, die gaat over de gezondheid,
minimaal een jaar gaan duren. Dan komen we een halfjaar tekort.
Voorzitter, dan de tijdelijke regeling. Daar is door mijn voorganger,
Geert Gabriëls, heel hard aan gewerkt. Die loopt binnenkort af. In de
beantwoording lees ik dat er op korte termijn een besluit komt, maar we
hebben nu duidelijkheid nodig. Ik heb de volgende vragen. Wat betekent
dat op korte termijn? Waar hangt het van af? Wat houdt de
staatssecretaris tegen om, net zoals gisteren, vandaag duidelijkheid te
geven? Is de staatssecretaris bereid om het tijdelijke verbod nog verder
te handhaven, terwijl de onderzoeken van het RIVM lopen? Ik verzoek de
staatssecretaris ook om de uitgewerkte scenario's voor de opvolging van
deze regeling binnen een week te delen met de Kamer. Kan zij dit
toezeggen?
Dan een paar vragen over het CMP. De staatssecretaris zegt dat gemeenten
ruimte hebben om maatregelen te nemen. Tegelijkertijd staat in het CMP
dat bevoegde gezagen geen generieke beperkingen moeten opnemen voor
bouwstoffen, dat dat niet de bedoeling zou zijn. Hierdoor worden
gemeenten in verwarring gebracht. Mijn vraag is dus heel concreet: mag
een gemeente volgens deze staatssecretaris een generiek verbod op
staalslakken instellen, ja of nee? In de beantwoording van de
schriftelijke vragen wordt verwezen naar meldingen van drie gemeenten,
die adviezen vanuit het ministerie hebben gekregen. Ik verzoek u de
adviezen die aan de gemeenten gegeven zijn, ook met de Kamer te
delen.
We kunnen natuurlijk niet om de rol van Tata Steel heen. In de
beantwoording staat dat er geen contact is geweest over deze specifieke
brief, de CMP-brief, maar dat roept wel vragen op. Is er contact geweest
met Tata, ambtelijk of bestuurlijk, over de lokale maatregelen die in
het land zijn genomen? Waarom is ervoor gekozen om in de
maatwerkafspraken een ontbindende voorwaarde op te nemen rondom
staalslakken, terwijl we weten dat we daar beleid op gaan voeren? De
staatssecretaris zal zeggen dat we publiekrechtelijk altijd kunnen
ingrijpen. Dat snap ik, maar waarom neemt het kabinet bewust een
juridisch en financieel risico, terwijl we weten dat we beleid op
staalslakken nodig gaan hebben?
Voorzitter, tot slot. De staatssecretaris zegt dat belangen hand in hand
moeten gaan: circulaire economie en gezondheid. Echter, dat is een valse
tegenstelling. Als we heel eerlijk zijn, is het de afgelopen jaren
alleen maar de andere kant op gegaan. We zien milieuschade,
gezondheidsklachten en aanhoudende onrust. Dan kun je toch niet
volhouden dat die balans er is? Hand in hand kan alleen als beide
belangen serieus worden genomen. Dat betekent dat we moeten gaan
investeren in gezondheid. Laat dit niet opnieuw een granulietschandaal
worden, want ik zal blijven opkomen voor onze gezondheid. We hebben hier
geen kennisprobleem meer, maar vooral een handelingsprobleem. Daarom doe
ik de volgende voorstellen. Start nu de gezondheidsonderzoeken. Kijk
opnieuw naar de voorwaarden van een tijdelijk verbod, want die schieten
aantoonbaar tekort. Zorg dat de producent verantwoordelijk wordt voor
bijvoorbeeld het wassen van de staalslakken. Verleng het tijdelijke
verbod zolang de onderzoeken nog lopen. Werk nu al aan nieuwe
veiligheids- en toepassingsregels, zodat we klaar zijn om in te grijpen.
En wees eerlijk: als het niet veilig kan, dan is het geen bouwstof, maar
afval. Haal staalslakken uit de maatwerkafspraken met Tata Steel.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Huidekooper van D66.
De heer Huidekooper (D66):
Dank, voorzitter. Goedemorgen allemaal. Huub van der Lubbe zong het al:
"Een man weet pas wat hij mist, als ze er niet is". Dat geldt voor de
liefde, waar hij zo mooi over zong, maar zeker ook voor onze
leefomgeving. We beschouwen schone lucht, een gezonde bodem en veilig
drinkwater vaak als vanzelfsprekend, tot het moment dat die zekerheid
wankelt. Die druk is nu voelbaar bij staalslakken, waar ik vandaag mee
begin.
D66 is van mening dat een bloeiende economie en een gezonde leefomgeving
hand in hand moeten gaan, maar bij staalslakken is die koers volledig
uit het lood geslagen. Op meer dan 200 plekken in Nederland liggen deze
slakken in de openbare ruimte, bijvoorbeeld op fietspaden en waar
kinderen spelen. De verhalen over huidirritatie en natuurschade zijn
indringend; mijn collega's refereerden er ook al aan. Het wrange is dat
heel veel gemeenten eigenlijk niet eens wisten dat het Rijk die stoffen
toepaste. Wat D66 betreft verdient dit gebrek aan transparantie geen
schoonheidsprijs. Toch wil ik ook een compliment maken in de richting
van de staatssecretaris. Het is goed dat zij in de beperkte tijd dat zij
dit ambt nu vervult, snel heeft gehandeld door te verduidelijken dat
gemeenten de vrijheid hebben om regels te stellen en dat zij vanochtend
bekend heeft gemaakt dat het tijdelijke verbod wordt verlengd. Dat
getuigt van een luisterend oor voor de ons inziens terechte
onrust.
Toch hoor ik ook graag een eerlijke reflectie van de staatssecretaris op
het handelen van het Rijk de afgelopen jaren. Hoe kijkt zij terug op een
periode waarin signalen van bewoners werden genegeerd en de communicatie
ondermaats was? Welke lessen trekt zij hieruit? Hoe gaat zij borgen dat
veiligheid en transparantie in haar periode de absolute norm zijn, en
geen sluitpost?
Voorzitter. Die transparantie begint bij weten waar we aan toe
zijn.
De voorzitter:
Ik heb een interruptie voor u van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik sluit me aan bij de woorden van D66, maar even ter verduidelijking.
De staatssecretaris zegt wel tegen de gemeenten, zoals het er nu op
lijkt: je mag geen generiek staalslakverbod instellen. Is D66 het met
ons eens dat de staatssecretaris daar toch anders naar zou moeten
kijken?
De heer Huidekooper (D66):
Dank voor de vraag. In onze beleving heeft de staatssecretaris in die
brief gezegd dat gemeenten de vrijheid hebben om die regels te stellen.
Dat biedt natuurlijk in ieder geval de mogelijkheid dat wethouders, die
ik ook heb gesproken en die zeiden "ik weet nu niet of ik met mijn
handelen illegaal bezig ben", gewoon door kunnen gaan. Dat vind ik een
goede eerste stap. Daar refereerde ik aan.
De voorzitter:
Nog een vervolgvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, kort. We hebben de brief misschien anders gelezen, maar dan is het
juist goed dat de staatssecretaris opheldert of zij de gemeenten
inderdaad de vrijheid geeft om een generiek staalslakkenverbod af te
geven. Dan is dat ook duidelijk richting de gemeenten.
De voorzitter:
Gaat u verder, meneer Huidekooper.
De heer Huidekooper (D66):
Voorzitter. Die transparantie begint bij weten waar we aan toe zijn. Is
deze staatssecretaris bereid om alle bestaande locaties waar
staalslakken in onze leefomgeving aanwezig zijn, centraal en transparant
in kaart te brengen, inclusief de specifieke risicoprofielen? Dit is
extra urgent aangezien de verduurzaming van Tata Steel, waar de Kamer
volgende week over debatteert, ook een flinke toename in de productie
van staalslakken betekent. Dat is een goede stap voor klimaat en
gezondheid, maar vereist wel een betere aanpak van staalslakken dan we
nu gewend zijn. Hoe gaat de staatssecretaris zorgen voor een structureel
kader waarin ketenverantwoordelijkheid en het voorzorgsprincipe centraal
staan?
Voorzitter. Ten slotte pfas. Ik ben blij dat Nederland internationaal de
kar trekt voor een Europees verbod, maar in afwachting daarvan mogen we
niet lijdzaam toezien hoe onze bodem verder vervuilt. De roep om
centrale regie is luid. In Zeeland zien we dat lokale pfas-coördinatoren
actief zijn en effectief zijn, maar zij missen de landelijke verbinding.
Daarom vraag ik een toezegging. Is de staatssecretaris bereid om een
nationaal coördinator pfas aan te stellen, één aanspreekpunt voor
bewoners, bedrijven en medeoverheden?
Aan de andere kant moeten we niet alleen de kar trekken op het verbod,
maar ook op nieuwe innovaties, want in Nederland bewijzen we al dat het
wel kan. Kijk naar Wetsus in Leeuwarden, dat pfas letterlijk uit ons
water vist, of naar NX Filtration in Enschede, dat met membranen pfas
tegenhoudt zonder chemicaliën. Dat is Nederlands ondernemerschap op zijn
best: een wereldwijd probleem omzetten in een exportproduct. Maar het
rapport-Wennink over concurrentiekracht is ook pijnlijk eerlijk: we
hebben de kennis, maar we missen de regie en onze ondernemers lopen vast
in bureaucratie. Mijn concrete voorstel is het volgende. Is de
staatssecretaris bereid om samen met haar collega van EZ een integrale
innovatieagenda pfas op te stellen, geen papieren tijger maar een
praktisch actieplan dat onze innovatieve bedrijven de schaalgrootte
geeft die ze nodig hebben?
Ik rond af, voorzitter. Laten we van Nederland de pfas-vrije proeftuin
van de wereld maken, groen, gezond en goud voor onze economie. Vrij naar
De Dijk: onze leefomgeving is te kostbaar om pas te waarderen als die er
niet meer is.
Dank u wel.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik ben eigenlijk benieuwd hoe D66 kijkt naar de maatwerkafspraken en
vooral de ontbindende voorwaarden over staalslakken daarin. Wil D66
daarop reflecteren?
De heer Huidekooper (D66):
Dank voor de vraag. Wij vinden het heel belangrijk dat Tata Steel hier
kan verduurzamen — dan houden we banen hier en zorgen we voor groene
staalproductie, ook niet onbelangrijk in een snel veranderende wereld —
maar we hebben nog zorgen over de deal die nu voorligt, onder andere op
het punt van gezondheid en dit staalslakkenpunt. Het hangt ook zeer af
van wat de staatssecretaris zegt. Ik hoop dat ze mij vandaag gerust kan
stellen op dat punt. Dat baart mij absoluut zorgen.
De voorzitter:
Een aanvullende vraag van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ja, een korte vervolgvraag. Hoe kijkt D66 naar de juridische en
financiële risico's, los van de geruststelling van de staatssecretaris,
die wel of niet komt? Hoe kijkt D66 ernaar dat er gevolgen zijn aan
ontbindende voorwaarden? Waarom zouden wij onze overheid daartoe
oproepen? Die voorwaarden hebben we zelf opgenomen.
De heer Huidekooper (D66):
Opnieuw bedankt voor de vraag. Zoals de heer Dassen ook al zei: het is
op dit moment gewoon niet helemaal helder wanneer die voorwaarden nou
wel en niet in kunnen gaan. Ik sluit me dus eigenlijk aan bij zijn
inbreng. Daar wens ik ook verduidelijking op. Ik denk niet dat we hier
nu het hele debat van volgende week alvast moeten gaan zitten doen, maar
ik vind wel dat heel duidelijk moet zijn wanneer die voorwaarden in
werking kunnen treden, zodat we dat goed kunnen beoordelen, want op dit
moment is dat onvoldoende helder.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Misschien voor de helderheid: vorig jaar hebben we met Volt een motie
ingediend om te voorkomen dat de deal met Tata Steel verdere aanpak van
staalslakken en borging van gezondheid in de weg zit. Die motie is toen
gesteund door D66. Als we die motie weer indienen, steunt D66 die dan
ook weer?
De heer Huidekooper (D66):
Ik ben heel erg bereid om daar bereidwillig naar te kijken. Ik zou
alleen ook dit debat even af willen wachten. Laten we ook de antwoorden
van de staatssecretaris benutten. Ik ken natuurlijk de strekking van die
motie nog niet, maar volgens mij delen wij hier volledig hetzelfde doel.
We willen gewoon gezondheid in de IJmond en niet dat
staalslakkenprobleem met alle risico's van dien. Dus u bent van harte
welkom om die motie naar mij toe te sturen. Dan kijk ik ernaar.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Jansen van de PVV voor zijn
bijdrage.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de kwaliteit van onze
bodem, onze lucht en ons water. Voor de PVV staat voorop dat onze
burgers recht hebben op een veilige en gezonde leefomgeving, maar wel
met het gezonde verstand voorop, dus geen doorgeslagen bureaucratie,
geen blinde gehoorzaamheid aan Brusselse deadlines en onze boeren en
ondernemers niet onnodig de nek omdraaien met onuitvoerbare regels.
Daarom pleit ik er ook voor om middelen pas volledig te verbieden op het
moment dat er een gezonder alternatief is.
Voorzitter. Drinkwaterbedrijven trekken aan de bel. De kwaliteit van
onze drinkwaterbronnen staat onder druk door nitraat en stof uit de
industrie en huishoudens. De kans dat de doelen van de Kaderrichtlijn
Water in 2027 worden gehaald, is erg klein. Ik heb dan ook de volgende
vraag aan de staatssecretaris. De PVV vindt schoon drinkwater cruciaal,
maar we weigeren de boeren als grote zondebok aan te wijzen. Hoe gaat de
staatssecretaris voorkomen dat het achtste actieprogramma
Nitraatrichtlijn een eenzijdige lastenverzwaring voor de agrarische
sector wordt terwijl Vewin toegeeft dat industrieën, huishoudens maar
zeker ook onze buurlanden een grote rol spelen? De tweede vraag: is de
deadline van 2027 voor de Kaderrichtlijn Waternorm überhaupt nog
realistisch of stevenen we af op een juridisch moeras waarbij projecten
weer stilvallen? Is aanpassing van die deadline al ter sprake
gekomen?
Voorzitter. Het staalslakkendossier; dat werd al door een aantal
collega's genoemd. Het is beschamend dat we pas nu, na jarenlange
signalen over vervuiling in bijvoorbeeld Spijk en Eerbeek, op de
pauzeknop drukken wat betreft grootschalige toepassing van staalslakken.
Staalslakken zijn restproducten die vrijkomen bij de productie van
staal. Er lijkt sprake van een perverse prikkel, omdat dit
afvalmateriaal spotgoedkoop is. Het is massaal en soms onjuist en
onveilig toegepast. Nu is er door Tata Steel een verbetering van het
proces doorgevoerd, waardoor er sprake lijkt te zijn van een restproduct
dat minder schadelijk is. Ook gaat Tata Steel vanaf nu de hele keten
beheren, in plaats van de toepassing van staalslakken via een
onafhankelijke tussenschakel te laten doen.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. Kan de
staatssecretaris aangeven wat de verwachtingen zijn van deze verbetering
in het proces? Hoe wordt die dan gemonitord of bepaald? Dan de tweede
vraag. Kan de staatssecretaris garanderen dat bij de sanering in Spijk
en Eerbeek het principe dat de vervuiler betaalt, strikt wordt
toegepast? Of is er in een of beide gevallen geen vervuiler meer te
achterhalen? De PVV vindt het onacceptabel als de overheid opdraait voor
opruimkosten die verhaalbaar zijn. Is er ook sprake van een
compensatieregeling voor mensen die hier aantoonbaar permanent onder te
lijden hebben of onder te lijden hebben gehad? Dan de derde vraag. Hoe
gaat de aangekondigde meldplicht voor alle staalslaktoepassingen
voorkomen dat we weer achter de feiten aanlopen? Is er een mechanisme
dat in werking treedt als de meldplicht niet wordt nagekomen?
Voorzitter. Dan pfas. We zien dat het pfas-onderzoeksprogramma zich nu
ook richt op consumentenproducten zoals textiel en cosmetica. De PVV
maakt zich grote zorgen over de stapeling van deze forever chemicals in
ons milieu. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat Nederland in Brussel
pleit voor een totaalverbod, via REACH. We moeten waken voor een
"alleentje" van Nederland of een "alleentje" van de EU, waardoor onze
industrie wegvlucht naar landen waar deze regels niet gelden. De vraag
is dan ook of de staatssecretaris kan garanderen dat Nederland dit niet
gaat doen. Wat gaat zij doen om te voorkomen dat de EU in deze valkuil
stapt?
De voorzitter:
Er is een interruptie van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mooi verhaal over de staalslakken, maar ILT en RIVM concluderen dat de
huidige wet- en regelgeving omtrent gezondheid en milieu onvoldoende
beschermt tegen de staalslakken, ongeacht wat Tata Steel verder doet. Is
PVV het dus met ons eens dat er iets aan die kant moet worden gedaan?
Dan bedoel ik dat we bijvoorbeeld moeten kijken naar die regel over
bodemkwaliteit en naar scherpere regelgeving rondom staalslakken.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank aan lid Kostić voor deze vraag. Volgens mij ben ik begonnen met te
zeggen dat gezondheid van mensen wat ons betreft vooropstaat. Op het
moment dat die in het geding komt, ga ik dus kijken hoe dat kan worden
voorkomen. Staalslakken zijn, zeker in het verleden, met name toegepast
als ondergrond. Je ziet daar de gevolgen van: het sijpelt weg in het
water, kinderen die spelen op een speelplaats — dit zei de heer Dassen
net ook — hebben last van brandende ogen en er zijn ook nog andere
nadelige gevolgen. Volgens mij is er dus ook gezegd dat je het op die
plekken niet meer zou moeten toepassen.
Maar ik heb inmiddels ook begrepen dat staalslakken in Engeland worden
gebruikt als asfalt. Ze worden dus niet gebruikt als onderlaag, maar als
asfalt. Datzelfde gebeurt ook op de locatie in Nederland. Hierbij worden
er niet bovenmatig veel gevolgen gemeten in de ondergrond. Blijkbaar kan
het op die manier dus wel worden toegepast. Dat is ook mijn vraag aan de
staatssecretaris: is zij bekend met deze toepassing en hoe kijkt ze hier
tegenaan? Is dit mogelijk een oplossing voor Nederland? Dit is namelijk
een van de lastige dingen: zonder staalslakken is er ook geen staal. Op
dat moment praat je over een andere concurrentiepositie voor Tata Steel
ten opzichte van andere faciliteiten en maak je het dus ingewikkeld. Als
er een maatwerkafspraak nodig is — die is volgens mij ook nodig — en de
staalslakken zijn daar onderdeel van, dan vind ik het belangrijk dat je
wel goed gaat kijken hoe je die gaat toepassen en waar zoiets wél op een
geode manier kan gebeuren.
Sorry voor het lange antwoord, voorzitter.
De voorzitter:
Ik wilde net zeggen: hou het volgende antwoord graag een beetje
bondig.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik hoor twee dingen: gezondheid staat voor ons voorop, maar we moeten
ook probleemeigenaar worden van het staalafval van Tata Steel. Dat kan
natuurlijk niet samengaan. Op dit moment betaalt de belastingbetaler
voor het afvalprobleem van Tata Steel. Prima als Tata Steel dat zelf wil
aanpakken en wil innoveren: ga je gang. Maar wij zijn er volgens mij om
die gezondheid te beschermen en daar regels voor op te stellen. Mijn
concrete vraag gaat dus over die regels: is de PVV het met ons eens dat
we de regels rondom staalslakken moeten aanscherpen, in lijn met de
adviezen van het RIVM en de ILT?
De heer Chris Jansen (PVV):
Volgens mij heeft het lid Kostić niet goed geluisterd naar wat ik zei,
want ik heb ook aangegeven dat het principe dat de vervuiler betaalt
voor ons een strikt principe is. Wij willen juist zeker niet dat de
belastingbetaler daarvoor opdraait; dat willen we voorkomen. Wat dat
betreft is het denk ik een verbetering dat Tata Steel heeft aangegeven
dat ze nu zelf de hele keten willen gaan beheren. Want daarmee kom je
ook rechtstreeks bij de potentiële vervuiler, terwijl dat in het
verleden niet altijd het geval was. Op het moment dat regels moeten
worden aangescherpt om de volksgezondheid te beschermen, zullen wij daar
natuurlijk naar kijken. Maar tegelijkertijd kijk je ook naar wat dit
betekent. Als we willen dat een bedrijf in Nederland blijft maar dat het
wel gaat vergroenen, dan willen we niet dat dat bedrijf daardoor een
onmogelijke positie krijgt. Kijk überhaupt even naar de toepassing van
staal voor bijvoorbeeld defensieprojecten. We hebben staal gewoon
keihard nodig. Volgens mij willen we allemaal minder afhankelijk zijn
van andere landen voor grondstoffen en dus ook voor staal.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Wat is voor de PVV de grens als het gaat over schade aan de gezondheid?
Waar ligt de grens voor de acceptatie van bloedneuzen en huidirritatie?
Hoever moeten we gaan voordat we zeggen: we moeten nu opkomen voor de
gezondheid?
De heer Chris Jansen (PVV):
Volgens mij is het heel duidelijk dat de PVV aangeeft dat de
volksgezondheid vooropstaat. Punt. Volgens mij is ook binnen het
kabinet-Schoof zelfs op een gegeven moment besloten om het niet meer toe
te passen op locaties waar kinderen spelen: op speelplaatsen, op
schoolpleinen et cetera.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Een korte vervolgvraag. Ik waardeer enorm dat er wordt gezegd dat
gezondheid vooropstaat, maar er wordt de hele tijd achteraan gezegd:
maar als dat effect heeft op de bedrijvigheid of op Tata Steel, dan
maken we een andere keuze. Ik ben dus oprecht benieuwd naar waar die
grens ligt. Staat gezondheid voorop zolang Tata Steel kan blijven
bestaan of niet?
De heer Chris Jansen (PVV):
Laat ik het nog een keer zeggen: gezondheid staat altijd voorop. Alleen,
volgens mij hebben wij juist met z'n allen het doel om Tata Steel te
laten vergroenen. Als dat kan binnen de maatwerkafspraken en als
staalslakken — dat is een product dat altijd zal vrijkomen — op een
manier kunnen worden toegepast die ik noemde toen ik een vraag stelde
over asfalt, dan kan daarmee doorgegaan worden. Als dat niet mogelijk is
of als er situaties zijn waarin nooit kan worden voorkomen dat de
gezondheid in het geding komt, dan moet je een andere afweging
maken.
De voorzitter:
Dank u wel. Bent u klaar met uw betoog?
De heer Chris Jansen (PVV):
Nee, ik heb nog een klein stukje, voorzitter.
Ik had het net over pfas. Kan de staatssecretaris garanderen dat
Nederland dit niet in z'n eentje gaat doen? Wat gaat ze doen om te
voorkomen dat de EU eventueel in deze valkuil stapt? De tweede vraag:
wat is de stand van zaken rondom de moedermelk- en bloedmonsters? Onze
inwoners verdienen volgens mij helderheid over de werkelijke risico's
met betrekking tot hun gezondheid.
Dan geurnormen en bureaucratie. Over de geurnormen voor de veehouderij
is veel onrust. Er is vertraging in het dossier en boeren vrezen voor de
continuïteit van hun bedrijf. Wat ons betreft stopt die onzekerheid. Dat
is onze oproep. De PVV blijft ervoor pleiten dat wij geen aanscherping
willen die enkel gebaseerd is op theoretische GGD-richtlijnen.
Praktijkmetingen ter plaatse vormen de enige waarheid waarop wij ons
kunnen baseren. Kan de staatssecretaris toezeggen dat in de
beleidsvoorstellen van Q2 van dit jaar de economische impact op de
agrarische sector hetzelfde gewicht krijgt als de geurbeleving van
omwonenden?
Voorzitter. Dan het laatste punt: het Programma Bodem, Ondergrond en
Grondwater, BOG. Er wordt gewerkt aan een bodemgezondheidsindex. De PVV
ziet hierbij de contouren van weer een extra bureaucratische laag die de
woningbouw kan vertragen. De vraag is dan ook: hoe gaat de
staatssecretaris garanderen dat deze index geen nieuw instrument wordt
om bouwprojecten tegen te houden? Volgens mij hebben we namelijk keihard
huizen nodig, geen extra tabellen. Kortom, bescherm ons drinkwater en
onze gezondheid waar nodig, maar laat onze boeren en bouwers met rust
waar dat kan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De PVV zegt dat gezondheid op één staat, maar als het gaat om geurhinder
in de veehouderij, moet er nu een wetswijziging komen op aandringen van
de rechter en gezondheidsexperts. Die zeggen dat de wet jarenlang
onvoldoende is geweest om de gezondheid te beschermen. Moet de PVV hier
niet ook zeggen: kom nou snel met die wet en zorg dat je in lijn met de
gezondheidsexperts de gezondheid voldoende beschermt?
De heer Chris Jansen (PVV):
Ja. Het is belangrijk. Het moet ook gebeuren. Tegelijkertijd zie je ook
onderzoekers die met andere resultaten komen. Volgens mij is ook al
eerder de vraag aan het kabinet gesteld: kom nou eens met een duidelijke
vertaalslag van wat de ene groep onderzoekers vertelt en wat de andere
groep onderzoekers vertelt. Eigenlijk wordt het voor ons als Kamerleden
steeds lastiger. De vraag is op een gegeven moment: wie kun je nou nog
geloven? Of moet je ze allebei geloven? Dan hebben we nog een veel
groter probleem.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Welke groep onderzoekers bedoelt de PVV? Al onze instituten, het RIVM,
de GGD's, zeggen hetzelfde, en de rechter ook: de wet moet aangepast
worden om de gezondheid beter te beschermen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Volgens mij gaan we er als Kamer binnenkort zelfs met elkaar over praten
in een rondetafelgesprek. Volgens mij komen daar, op verzoek van onder
andere lid Kostić, ook andere onderzoekers aan bod die een ander geluid
willen laten horen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga verder naar de heer Bikkers van de VVD voor zijn
bijdrage.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We spreken in het commissiedebat Leefomgeving
vaak over bodem, luchtkwaliteit, stoffen als pfas en staalslakken. Voor
de VVD gaat het dan over de vraag hoe we de gezondheid van mensen
beschermen zonder dat we Nederland op slot zetten. Voor de VVD is dat
namelijk geen tegenstelling. We willen duidelijke regels, grip op
risico's en ruimte voor ontwikkeling. Want woningbouw, infrastructuur en
economische groei moeten versterkt worden, maar wel op een veilige
manier.
Voorzitter. Laat ik beginnen met pfas, een hardnekkig probleem. Het zit
overal, het breekt nauwelijks af en het kent risico's voor de
gezondheid. Daarom steunen wij de inzet van het kabinet voor een brede
Europese aanpak, want dit is bij uitstek een Europees probleem en dus
geen dossier voor nationale verboden. Een nationaal verbod klinkt
weliswaar heel daadkrachtig, maar werkt nauwelijks als de productie en
het gebruik elders doorgaan en het zet tegelijkertijd het Nederlandse
bedrijfsleven op achterstand. Daarom kiest de VVD voor Nederland als
Europees koploper, en niet voor nationale symboolpolitiek. Ik heb
daarover een paar concrete vragen aan de staatssecretaris. Wanneer
verwacht zij duidelijkheid over Europese restrictievoorstellen? Wat doet
Nederland om actief …
De voorzitter:
Ik heb een interruptie voor u.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Is de VVD het dan oneens met de kabinetslijn dat er in ieder geval op
korte termijn een nationaal gedeeltelijk lozingsverbod op pfas moet
komen?
De heer Bikkers (VVD):
Ik denk dat we door moeten pakken waar het kan, maar dat we ervoor
moeten zorgen dat we de concurrentiepositie van Nederland niet
verwaarlozen. Zeker, waar het proportioneel, gericht en effectief is om
dit probleem aan te pakken, moeten we wat mij betreft die stappen
zetten. Maar we moeten ook kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we
Europa meekrijgen. Dat was mijn volgende vraag aan de staatssecretaris:
hoe zorgen we dat Nederland actief andere lidstaten meekrijgt om tempo
te houden? Als we dat niet doen, dan komen we er ook niet.
De voorzitter:
Nog een aanvullende vraag van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben het helemaal eens met dat laatste. Toch nog even een bevestiging
dat de VVD eigenlijk zegt dat nationale maatregelen op pfas ook goed
zijn. Goed om te horen.
De heer Bikkers (VVD):
Dat zijn de woorden van het lid Kostić. Ik geef aan: daar waar we
stappen kunnen zetten om met pfas aan de slag te gaan, waar
alternatieven zijn, waar we op een goede manier de regels kunnen
aanscherpen, is dat goed. Maar we willen geen algeheel verbod op het
gebruik van pfas of het inzetten van pfas in Nederland. Daarmee zouden
we onze concurrentiepositie op het spel zetten. We hebben voor een
heleboel toepassingen geen alternatieven. Dat zou wat mij betreft geen
goede zaak zijn.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie in dit rondje.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is toch echt even belangrijk. Dit kabinet heeft als standpunt dat er
nationale maatregelen komen, met een gedeeltelijk lozingsverbod. Is de
VVD het daarmee eens en staat ze dus open voor nationale maatregelen, ja
of nee? Het is heel simpel.
De heer Bikkers (VVD):
De VVD staat open voor nationale maatregelen waar die effectief zijn.
Maar zoals ik al aangaf: een algeheel verbod zou niet goed zijn. Als het
effectief en gericht is, en uiteindelijk een goede bijdrage levert aan
de gezondheid, kijken we daar op een welwillende manier naar.
De heer Chris Jansen (PVV):
Nu ben ik toch ook best wel benieuwd: zegt de VVD nu ja tegen nationale
maatregelen als die de volksgezondheid helpen, ondanks dat we daarmee
verder gaan dan de EU-richtlijnen?
De heer Bikkers (VVD):
We hebben met elkaar afgesproken dat we koploper zijn in Europa en dat
we Europa mee willen krijgen, dus dan zullen we ook het goede voorbeeld
moeten geven. Nogmaals, zoals ik al zei, als het effectief en efficiënt
is, kunnen we er welwillend naar kijken. Echter, het gaat voor de VVD te
ver om nu zomaar een streep te zetten door alle toepassingen van
pfas.
De voorzitter:
Een vervolginterruptie van de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag is heel simpel: gaan we
in Nederland verder met stappen met betrekking tot pfas dan binnen
Europa verplicht is? Gaat de VVD daar voor stemmen of niet?
De heer Bikkers (VVD):
Dat is, denk ik, per situatie verschillend. Het is dus niet zo dat wij
zomaar zeggen: we gaan op allerlei verschillende vlakken verder dan
Europa. Ik heb wel aangegeven: we willen koploper zijn, dus dat moeten
laten blijken in onze daden. Maar zomaar zeggen dat we verdergaan dan
wat Europa van ons verwacht, op welk vlak dan ook ... Dat zal per
situatie verschillen. Ik vind het te makkelijk om nu te zeggen "ja,
laten we dat maar doen" en dan straks het verwijt krijgen dat we
allerlei dingen wegstrepen waar we geen alternatieven voor hebben,
waarmee we onze concurrentiepositie op het spel zetten et cetera. Dat
zijn de afwegingen die de VVD maakt.
De heer Chris Jansen (PVV):
Afsluitend: dan hoor ik de VVD hier dus toch zeggen dat zij nationale
koppen niet uitsluit. Daarmee breekt zij met het standpunt dat zij de
afgelopen jaren had.
De voorzitter:
Meneer Bikkers, wilt u nog reageren?
De heer Bikkers (VVD):
Nou, die conclusie laat ik voor de PVV. Wij gaan voor proportioneel,
gericht en effectief beleid, dat goed uitvoerbaar is en niet de
concurrentiepositie van Nederland op het spel zet. Als we het dan
vertalen naar waar het kan en waar het verstandig is, kunnen we volgens
mij tot elkaar komen.
Voorzitter. We moeten ook kijken in welke consumentenproducten het zit,
zoals kleding, sprays en cosmetica. Ik zou het volgende willen vragen.
Op welke bronnen zet het kabinet als eerste in om de blootstelling echt
te verlagen? Hoe zorgen we ervoor dat maatregelen gericht zijn op de
grote gezondheidswinst?
Voorzitter, dan ga ik richting de staalslakken. Collega's spraken hier
al over. Die zorgen zijn terecht, denk ik, en die moeten serieus genomen
worden. Het is goed dat het kabinet heeft ingegrepen met die tijdelijke
regeling en die heeft verlengd. Ik vind het wel van belang dat we
inzicht krijgen in het proces rondom de onderzoeken. Hoe zorgen we
ervoor dat we die staalslakken uiteindelijk wel op een goede en veilige
manier zouden kunnen inzetten? Ik ben dus wel benieuwd of de
staatssecretaris iets kan zeggen over wanneer we dat definitieve
beleidskader kunnen verwachten, hoe we het toezicht concreet versterken,
ook richting de omgevingsdiensten, en wanneer we een landelijk beeld
hebben van de risicovolle bestaande toepassingen.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Hoe kijkt de VVD naar de liggende onderzoeken van de ILT en het RIVM,
die op dit moment al aangeven dat veilig gebruik niet mogelijk is?
De heer Bikkers (VVD):
Ik trek de conclusie dat we het op een onveilige manier hebben
toegepast. Voor de VVD staat voorop dat we moeten zoeken naar een
veilige toepassing, omdat deze staalslak uiteindelijk gebruikt kan
worden als een secundaire grondstof, die ervoor zorgt dat we primaire
grondstoffen kunnen besparen. Dat moet wel, zeg ik er nogmaals bij, op
een veilige manier. Op die manier kunnen we ook die circulariteit in het
systeem krijgen. Zolang wij met elkaar staal gebruiken in de wereld,
zullen we ook een restproduct hebben. Als we dat restproduct op een zo
veilig mogelijke manier kunnen toepassen, dan zal de VVD daar zeker niet
voor gaan liggen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Een korte aanvulling: het gaat erom dat de toepassing volgens de
regelgeving was, maar dat de regelgeving dus niet voldoet omdat het
alsnog onveilig bleek te zijn. Hoe reflecteert de VVD daarop?
De heer Bikkers (VVD):
Dat erkent de VVD, maar tegelijkertijd zegt de VVD ook: we moeten
vooruitkijken naar een veilige toepassing. We realiseren ons wel
degelijk dat op het moment dat we met elkaar staal gebruiken voor
allerhande toepassingen en er te weinig schroot is om dat volledig uit
recycling te halen, we uiteindelijk staal zullen moeten blijven
produceren. We zullen dus een restproduct blijven houden. Dat
restproduct willen we op een goede, veilige manier inzetten. In mijn
ogen moeten alle onderzoeken leiden naar niet een algeheel verbod op het
gebruik van staalslakken, maar naar innovatieve manieren om staalslakken
zo veilig mogelijk in te zetten als secundaire grondstof, zodat we
minder primaire grondstoffen nodig hebben.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Nog een laatste korte aanvulling. Sowieso brengt veilig gebruiken kosten
met zich mee. Innovatieve methoden voor veilig gebruik hebben we gezien
in bijvoorbeeld België en Duitsland. Dan gaat het bijvoorbeeld om het
wassen van staalslakken. Wie draagt dan de maatschappelijke kosten die
daarmee gepaard gaan?
De heer Bikkers (VVD):
Dat is een vraag die daarop volgt. Wat mij betreft kijken we eerst naar
een veilige toepassing, dan naar innovatieve manieren en uiteindelijk
naar de kosten die daarachter wegkomen.
De voorzitter:
Ik zag ook nog een hand van de heer Huidekooper.
De heer Huidekooper (D66):
Ik hoor de VVD een aantal keren spreken over innovatie en over dat we op
zoek moeten naar goede pfas-vrije alternatieven. Maar daar moet je wel
wat voor doen. Een aantal jaren geleden hadden we nog heel veel pfas in
onze pannen zitten. Inmiddels weten we door innovatie en start-ups dat
dat helemaal niet meer hoeft. Vind ik de VVD aan mijn zijde als ik de
staatssecretaris oproep om een innovatieagenda te ontwikkelen voor dit
soort schone toepassingen en mogelijk ook kansen voor onze
economie?
De heer Bikkers (VVD):
Zeker als het gaat om innovatie en de vraag hoe we ervoor zorgen dat we
uiteindelijk alternatieven vinden voor het product, om dat zo de wereld
uit te kunnen helpen. Dan vindt u de VVD zeker aan uw zijde.
Uiteindelijk is het wel een product waarvan we met elkaar zeggen dat het
niet veilig is. Laten we ervoor zorgen dat er zo snel en zo veel
mogelijk alternatieven zijn, zodat we al die zaken waarbij we het
inzetten kunnen wegstrepen.
De voorzitter:
Meneer Bikkers, gaat u verder met uw betoog.
De heer Bikkers (VVD):
Ik heb bij interrupties al wat dingen kunnen doen, dus ik ga 'm wat
korter maken.
Ik heb nog een korte vraag over de implementatie van de herziene
Richtlijn industriële emissies, met name het voornemen om de AMvB niet
via een formele internetconsultatie te laten verlopen, terwijl het wel
gaat om ingrijpende regels voor de uitvoering bij bedrijven. De VVD
vindt het belangrijk dat dit soort regelgeving zorgvuldig, transparant
en uitvoerbaar tot stand komt; vandaar mijn vraag aan de
staatssecretaris of zij alsnog bereid is om de concept-AMvB via een
formeel ingerichte internetconsultatie open te stellen, zodat de
uitvoerbaarheid en proportionaliteit transparant kunnen worden
meegewogen en ook voor ons als Kamer zichtbaar is wat de verschillende
partijen daarover hebben gezegd.
Voorzitter, tot slot bodem en lucht. We staan voor een grote opgave: nog
lopende saneringen, nieuwe normen voor luchtkwaliteit richting 2030 en
druk op de ruimte voor woningbouw. Voor de VVD is het cruciaal dat het
beleid zich richt op de grootste gezondheidsrisico's en dat het
uitvoerbaar blijft voor gemeenten en bedrijven. Hoe versnelt de
staatssecretaris de aanpak van bodemsaneringen op risicolocaties? Hoe
ziet de routekaart eruit richting nieuwe luchtkwaliteitsnormen? Hoe
wordt voorkomen dat regels woningbouw en infrastructuur onnodig
vertragen?
Voorzitter. De rode draad is voor de VVD helder: bescherm de gezondheid,
zorg voor duidelijke en handhaafbare regels en houd ruimte voor bouwen,
ondernemen en innoveren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Nog een laatste vraag.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ja, een laatste vraag en die gaat wederom over staalslakken. Ik ben heel
benieuwd of de VVD bereid is om de ontbindende voorwaarden in de
maatwerkafspraken te heroverwegen of op een andere manier op te
schrijven — misschien zijn er ook andere oplossingen volgens de heer
Bikkers die kunnen helpen — zodat we recht doen aan de gezondheid van
mensen en de zorgen die er nu zijn.
De heer Bikkers (VVD):
De VVD doet zeker recht aan de zorgen en de gezondheid van mensen. Op 7
april hebben we een debat over de maatwerkafspraken en dan zult u de
inzet van de VVD horen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de bijdrage van mevrouw Zwinkels van het
CDA.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik zal in deze bijdrage twee onderwerpen
aanstippen: de staalslakken uiteraard en de luchtkwaliteit. Ik begin met
de staalslakken. De zorgen over de gezondheidsrisico's bij het gebruik
van staalslakken zijn groot. Na het tijdelijke verbod dan wel een
vergunningsplicht voor toepassing van staalslakken wordt gewerkt aan
nieuwe scenario's voor de periode daarna. Over deze opties moet op korte
termijn een besluit worden genomen en dat roept bij mij een aantal
vragen op.
Ten eerste. Welke scenario's of opties liggen er nu op tafel, ook voor
na het tijdelijke verbod, ook nu het tijdelijke verbod is verlengd?
Twee. Hoe worden risico's voor milieu en gezondheid gewogen ten opzichte
van bijvoorbeeld de praktische uitvoerbaarheid voor decentrale overheden
en de toepassing van staalslakken in het kader van het toewerken naar
een circulaire economie? Drie. Wat het CDA betreft start het RIVM daarom
zo snel mogelijk met onderzoek en komt er ook zo snel mogelijk
definitief uitsluitsel. Ik ben ook benieuwd waarom het zo veel tijd
heeft gekost om te beginnen met het onderzoek. Kan het ministerie het
RIVM de opdracht geven om hiernaar onderzoek te starten, en ons op de
hoogte houden van de bevindingen? Er lijkt onnodig tijd verloren te zijn
gegaan. Vier. Wordt in het onderzoek van het RIVM ook gekeken naar waar
en op welke wijze staalslakken wel op een verantwoorde wijze kunnen
worden toegepast?
Dan kom ik bij de luchtkwaliteit. Schone lucht is iets waar we dagelijks
op vertrouwen, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Toch heeft de
lucht die wij inademen invloed op ons dagelijks leven, niet alleen op
onze gezondheid, maar ook op ons welzijn en de kwaliteit van onze
leefomgeving. Daarom is het belangrijk dat we samen verantwoordelijkheid
blijven nemen voor een goede luchtkwaliteit. Het Schone Lucht Akkoord is
daar een mooi voorbeeld van, een samenwerking tussen Rijk, provincies en
meer dan 130 gemeenten om de luchtkwaliteit blijvend te verbeteren.
Daarnaast is de implementatie van de nieuwe Europese Richtlijn
luchtkwaliteit in volle gang. Onderzoek laat zien dat de luchtkwaliteit
verbetert, maar dat we moeten blijven bouwen aan een gezonde
leefomgeving. Met het oog op strengere normen in 2030 is er een aanpak
nodig om overschrijdingen te voorkomen en tegelijkertijd ruimtelijke
ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave mogelijk te houden.
De vorige regering was in overleg met decentrale overheden. In de
samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten werd onder andere de
mogelijkheid van een programmatische aanpak verkend. Veel verder dan een
omschrijving van het proces en het signaleren van mogelijke problemen
kwam de vorige staatssecretaris helaas niet. Ik hoor dan ook graag hoe
deze staatssecretaris kijkt naar de uitdaging op het gebied van
luchtkwaliteit en de aanpak die daarbij hoort.
Een aantal vragen. Allereerst: welke plannen heeft de staatssecretaris
voor de samenwerking tussen Rijk, provincies en gemeenten? Hoe kan zij
gemeenten aanmoedigen om doelen en maatregelen ten behoeve van de
luchtkwaliteit te formuleren, zodat zij actief aan de slag gaan met het
Schone Lucht Akkoord? Twee. Hoe kijkt de staatssecretaris naar de opgave
voor de luchtkwaliteit en hoe die zich verhoudt tot andere opgaven zoals
stikstof en klimaat? Drie. Uiterlijk eind 2028 wordt met een of meer
routekaarten aangetoond hoe Nederland met beleid en maatregelen de
grenswaarden zo veel mogelijk wil gaan halen. Wat mogen we verwachten
van de routekaart? Is het mogelijk dat we al eerder inzicht krijgen,
gelet op het tijdpad naar 2030? 2028 is immers wel heel kort daarop.
Kunnen sommige zaken prioriteit krijgen, in overleg met medeoverheden en
maatschappelijke organisaties? Denk daarbij ook aan kwetsbare
doelgroepen die we willen beschermen tegen gezondheidsrisico's van
luchtvervuiling. Tot slot vier. De uitstoot van fijnstof daalt, maar
door hoge achtergrondconcentraties is er vooral rond haven- en
industriegebieden nog steeds een opgave. Welke maatregelen zijn mogelijk
om de luchtkwaliteit in deze gebieden toch verder te verbeteren? Welke
mogelijkheden ziet de staatssecretaris om bijvoorbeeld in samenwerking
met de G40 in met name dichtbevolkt stedelijk gebied de luchtkwaliteit
te verbeteren?
Dat was mijn inbreng, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie nog een interruptie. Mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik zal nu in herhaling vervallen, maar ik ben ook benieuwd hoe het CDA
kijkt naar de maatwerkafspraken en de ontbindende voorwaarden daarin. Is
het CDA bereid tot een heroverweging van de ontbindende
voorwaarden?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Zoals net werd aangegeven, is er volgende week een debat over Tata
Steel. Ik zou daar dat debat willen voeren met elkaar, zodat we het goed
kunnen bespreken. Ik ben uiteraard ook benieuwd hoe het kabinet kijkt
naar die maatwerkafspraken en de joint letter of intent die nu in
ontwikkeling is. Ik hoop dat we volgende week dingen kunnen meegeven aan
het kabinet. Daar wil ik het op dit moment bij laten. Ik heb vooral
aandacht gevraagd voor de manier waarop we gemeenten kunnen helpen
rondom die staalslakken en hoe we ervoor kunnen zorgen dat ze op sommige
plekken toch nog kunnen worden toegepast en welke maatregelen daarvoor
nodig zijn.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik snap dat de coalitiepartijen van dit minderheidskabinet de hele tijd
verwijzen naar een ander debat, maar volgens mij zitten we vandaag hier
voor het staalslakkendossier. De staalslakken zijn een onderdeel van de
maatwerkafspraken. Die combinatie is er en die is ook heel logisch. Ik
zou daarom toch graag van het CDA willen weten hoe het kijkt naar het
risico dat het Rijk loopt op het moment dat er een ontbindende
voorwaarde in de maatwerkafspraken staat. Er kijken vandaag ontzettend
veel mensen naar dit debat die zich echt zorgen maken en die dit niet in
hun gemeente willen. Ik snap dat het CDA zegt: we kijken of het veilig
kan. Maar heel veel mensen willen die troep niet in hun gemeente. Ik wil
dus toch een antwoord op mijn vraag.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb zojuist al een antwoord gegeven. Ik vind het vervelend om te
horen dat dat voor nu in dit debat niet toereikend of voldoende is, maar
ik wil wel meegeven dat wij het belangrijk vinden om de
maatwerkafspraken en de joint letter of intent volgende week in hun
totaliteit goed te bespreken. Mocht daar, vooruitlopend daarop, vanuit
het kabinet al informatie over zijn, dan vind ik het heel fijn om dat
straks te horen. Wellicht kunnen we samenwerken om deze zorgen weg te
nemen. Wij hebben die ook; dat mag u best weten. We kunnen
tegelijkertijd de industrie helpen met verduurzamen en ons vertrouwen
uitspreken. Het is wat mij betreft heel erg belangrijk dat gezondheid
deel uitmaakt van de maatwerkafspraken. Het lid Kostić zei terecht dat
we ook vertrouwen moeten krijgen in het meten en met name in het
handhaven van de regels die we in Nederland hebben.
De voorzitter:
U waagt nog één laatste poging, zie ik.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog één laatste vraag. Ik waardeer deze laatste bijdrage enorm.
Dank daarvoor. Wij staan er natuurlijk altijd voor open om samen te
werken. Die handreiking doen wij ook richting het kabinet. Maar er
kijken nu mensen mee die graag willen weten hoe het CDA en andere
partijen denken over het staalslakkenschandaal. Waarom moeten die mensen
kijken naar het debat van dinsdag om te weten wat het standpunt is? Ik
vind dat een beetje gek. Hoe kijkt het CDA daarnaar?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat er wel gekkere dingen gebeuren in de Tweede Kamer; laat ik
daarmee beginnen. Ik denk dat het al hartstikke mooi is dat er volgende
week een debat staat gepland in de plenaire zaal. Dat is hartstikke
snel. Daar zal veel aandacht voor zijn. Dat nemen we heel serieus. Ik
hoop dat we met goede voorstellen kunnen komen rond de
maatwerkafspraken, want het gaat om grote bedragen. We willen als Kamer
goede zaken meegeven aan het kabinet, die vervolgens een plek kunnen
krijgen in de maatwerkafspraken. We zitten in dat proces en dat willen
we op een zorgvuldige en ordentelijke manier doen. Ik hoop op steun van
meerderheden in de Kamer, want dat is hartstikke hard nodig. Dat is het
antwoord waar mijn collega het op dit moment even mee moet doen.
De voorzitter:
Ik zie dat er nog een vraag is van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik begrijp dat dit misschien binnen de coalitie moet worden afgestemd,
maar ik wil wel twee dingen memoreren. Er komt volgende week een debat
omdat de Partij voor de Dieren dat heeft aangevraagd, juist omdat het
belang zo groot is. Het CDA heeft een motie van de Partij voor de
Dieren, JA21 et cetera gesteund voor een totaalverbod op staalslakken
totdat alle onderzoeken zijn afgerond. Blijft het CDA daarbij of heeft
het nu, na de verkiezingen, toch een andere mening?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik zit zelf sinds november in de Kamer, maar we staan daar uiteraard nog
steeds voor. Dat is misschien een geruststelling richting het lid
Kostić. Daar kan zij gewoon op vertrouwen. We kijken wel hoe dossiers op
elkaar ingrijpen en dat bespreken we vandaag. Het raakt Tata Steel en de
circulaire economie, waar ik het net al even over had. Ik vind dat dat
besproken mag worden. Die motie hebben wij inderdaad gesteund. Daarom
vroeg ik juist aandacht voor de uitvoerbaarheid, ook voor decentrale
overheden. Ik wil een stukje eenduidigheid en rust als het gaat om de
milieuregels in Nederland, want die moeten we juist hooghouden.
Tegelijkertijd wordt het onwerkbaar als we overal verschillende regels
krijgen. Ik wil heel graag dat we de regie pakken vanuit de nationale
overheid, zodat gemeenten, bouwbedrijven, aannemers et cetera weten waar
ze aan toe zijn. Ik denk ook dat dat onze taak is.
De voorzitter:
Ik zie nog een aanvullende vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik denk dat de uitvoerbaarheid voor de gemeenten juist wat makkelijker
wordt gemaakt door een heel duidelijk totaalverbod, waar het CDA
gelukkig mee heeft ingestemd. Beseft het CDA dat het thema circulaire
economie en de afwegingen rondom Tata ook speelden op het moment dat wij
onze motie indienden, en dat dit toen ook al is meegewogen door het
CDA?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Nogmaals, ik was op dat moment niet aanwezig in deze Kamer, maar
natuurlijk staat de circulaire economie al langer op ons netvlies. Die
willen wij ook graag verder brengen. Daarvoor is echt een opschaling
nodig en duidelijkheid rondom het mogen toepassen van secundaire
bouwstoffen. Daar zullen we in een ander debat in een andere commissie
ook weer over spreken met elkaar, zo kan ik u alvast vertellen. Ik hoop
dat u van het CDA altijd een consistent verhaal mag horen. Daar zal ik
me altijd voor inzetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kunnen we door naar de bijdrage van mevrouw Wiersma van
de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. De leefomgeving: dat is de plek waar mensen wonen,
werken, bewegen, hun kinderen laten opgroeien; zeker op het platteland,
dat overigens massaal wordt bezocht door mensen uit de stad, op de vrije
dagen. Juist het platteland, "de regio" noemen we dat vaak, wordt in
beleid vaak onderbelicht of merkt daar de negatieve effecten van. Het
gaat om open ruimte met verschillende landschappelijke kwaliteiten, waar
de agrarische productie plaatsvindt, waar er overwegend nog een sterke
sociale structuur is en waar mensen nog naar elkaar omkijken. Voor mij
klinkt dat als thuis, en dan heb ik het natuurlijk over Holwert.
Maar door overregulering komt die samenhang en de leefomgeving daar ook
steeds verder onder druk te staan. Dan ga ik een beetje op een andere
toer dan mijn collega's hier, mijn ambtsgenoten, want ik wil het hebben
over bijvoorbeeld het effect van regels op paasvuren. We hebben het dan
over een eeuwenoude en prachtige traditie, die zorgt voor saamhorigheid,
maar door de steeds strengere milieu- en stikstofregels wordt ze
onmogelijk gemaakt. Dat voelt buitenproportioneel. Dat gaat ten koste
van cultuur- en gemeenschapszin. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris
hiernaar kijkt. Ik weet dat zij niet alleen hiervoor verantwoordelijk
is, maar ik zou haar wel willen vragen om creatief mee te denken over
hoe wij deze prachtige traditie in stand kunnen houden.
Natuurlijk betekent een gezonde leefomgeving ook schone lucht. Het debat
daarover wordt vaak redelijk eenzijdig gevoerd. Als het om geurhinder
gaat, wordt vaak naar de landbouw gekeken, maar gelet op wat mensen
noemen in het kader van geurhinder, dan steken buren, de barbecue en de
vuurhaard, de open haard en de allesbrander met kop en schouders
erbovenuit. In de beeldvorming loopt dat soms mank. We wonen in een
maatschappij waarin tolerantie minder vanzelfsprekend is en zelfcomfort
belangrijker wordt. Dat kan ten goede komen aan de leefkwaliteit, maar
we moeten voorkomen dat regelgeving, overregulering, de boventoon voert.
Dan kom ik terug op de toezegging aan de BBB in een eerder debat; dat
staat ook in de brief. We zouden geïnformeerd worden over hoe we
geurhinder objectiever kunnen meten, zodat we niet langer afhankelijk
zijn van de subjectieve beleving ofwel de menselijke neus. Dat kunnen we
vaststellen met de inzet van innovatie, moderne technieken, zoals
sensoren en elektronische neuzen. Ik ben heel blij dat daar, zoals uit
de Kamerbrief blijkt, stappen in gezet worden, maar ik zou de
staatssecretaris willen vragen om bij de aanscherping van de
geurregelgeving uit te gaan van deze technieken en om die daarin te
gebruiken. Want het lijkt mij heel belangrijk dat bij het maken van
beleid objectiviteit boven subjectiviteit gaat.
Dan fijnstof.
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, ik heb een interruptie voor u.
De heer Huidekooper (D66):
Ik probeer het betoog van mevrouw Wiersma van de BBB toch een beetje
beter te begrijpen. Ze schetst dat de leefomgeving onder druk staat en
dat dat door regels zou komen. Heeft dat dan niets te maken met de
bestrijdingsmiddelen, waar heel veel pfas in zit en die we al jarenlang
toepassen? Heeft dat dan niets te maken met het mestoverschot dat al
jaren aanwezig is? Waar zit dat dan in? Regels kunnen toch niet tot een
slechte leefomgeving leiden?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik heb zojuist geschetst welke eeuwenoude traditie inmiddels onder druk
komt te staan door milieuwet- en regelgeving. Ik denk dat dat wel
degelijk het geval is. Waar een vergunning voor een paasvuur vijf jaar
geleden nog €50 kostte, gaat dat inmiddels richting €700. Dat is niet op
te brengen, dus daarmee hebben wet- en regelgeving gewoon impact op
eeuwenoude tradities, die daarmee onder druk komen te staan.
Waar het gaat om pfas in gewasbeschermingsmiddelen … Ik weet dat D66
voorstander is van een halvering van alles wat maar met landbouw te
maken heeft, maar gewasbeschermingsmiddelen worden ook getoetst op
persistentie in het milieu. Voordat gewasbeschermingsmiddelen in Europa
op de markt komen, worden er enorm strenge eisen aan gesteld. Ja, er
zitten pfas-stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, maar er zijn wel 1.500
stoffen die onder pfas vallen, waarvan er heel veel persistent zijn. Die
breken dus niet af in het milieu. De vergrijzing van het grondwater is
wel degelijk een groot probleem, maar de pfas-stoffen die in
gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden, zijn minder persistent en
breken dus wel af. Daar worden ze ook op getoetst. In Nederland doet het
Ctgb dat. Dat is een toonaangevend wetenschappelijk instituut, eigenlijk
wereldwijd. Die nuance mis ik soms wel in deze debatten, waarbij wij
hier in de Kamer de beeldvorming voeden. Daar kom ik straks ook op in
mijn volgende blokje. Dus dank voor deze vraag, want ik vind dit een
heel belangrijk onderwerp. Ik vind het ook belangrijk dat we werken aan
een goede leefomgeving.
De voorzitter:
Wilt u afronden? Ik zie dat er nog een vraag is.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Oké, ik zet een punt, want er komt nog een vraag. Dan gaan we weer
verder.
De heer Huidekooper (D66):
Ik zal het heel kort houden. Ik zou mevrouw Wiersma misschien dan toch
de suggestie willen doen om deze inbreng bijvoorbeeld bij het debat
Cultuur te doen. We spreken hier natuurlijk gewoon over de kwaliteit van
de bodem, de lucht en ons water. Die kwaliteit staat wel degelijk onder
druk. Ik zou zelfs willen stellen dat dat wellicht komt doordat we al
die gebruiken die mevrouw Wiersma schetst te veel ruimte hebben gegeven.
Ik vind het niet heel samenhangend wat mevrouw Wiersma hier
schetst.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik vind het wel schrijnend dat D66 hier stelt dat we eigenlijk te veel
ruimte gegeven hebben aan eeuwenoude tradities. Wat BBB betreft moeten
we die ook koesteren. Ja, je werkt aan een gezonde en schone
leefomgeving, maar er moet wel ook oog zijn voor welke impact dat heeft.
Ik ben het wat dat betreft ook van harte eens met de collega van de VVD,
die stelt dat je alle belangen goed moet afwegen. Dat is ook de opdracht
van deze staatssecretaris. Overregulering mag niet leiden tot ongewenste
neveneffecten. We moeten ook oog hebben voor de impact die regels
hebben. Dat is een belangenafweging die je maakt. Daarin tellen wij het
belang van tradities van de mensen die in Nederland wonen ook mee.
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma …
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, ik ga door.
De voorzitter:
Ik heb nog een interruptie voor u.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mevrouw Wiersma schijnt een betoog te houden tegen regels.
Tegelijkertijd zegt ze ook voor gezondheid te staan. Mijn concrete vraag
is dan welke voorstellen BBB concreet heeft om de gezondheid en het
milieu beter te beschermen.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Tja, welke voorstellen … In algemene zin is gezondheid een heel
belangrijk speerpunt, ook van de BBB. Het is heel erg belangrijk dat je
een belangenafweging maakt. Ik kom straks bijvoorbeeld op fijnstof. Een
andere minister heeft een brief gestuurd over het VGO. Je moet altijd
goed kijken wat echt daadwerkelijk welke impact heeft en dan
uiteindelijk een afweging maken. De BBB staat bijvoorbeeld voor
circulariteit. Neem bijvoorbeeld de staalslakken. Je kunt direct een
totaalverbod instellen, wat het lid Kostić graag zou willen, maar
volgens BBB is dat niet de weg, want Tata Steel is ook een hele
belangrijke werkgever in Nederland. Je moet echt kijken hoe je dat kunt
toepassen en hoe het wel veilig toepasbaar is, zodat je én de
economische activiteiten kunt waarborgen én de belangrijke werkgever in
stand houdt en tegelijkertijd kijkt hoe je die staalslakken op een goede
manier kunt toepassen, veilig voor mens, dier en milieu.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is niet de Partij voor de Dieren die een totaalverbod wil, maar een
meerderheid van de Kamer, inclusief JA21, SGP et cetera. Dat wil ik even
gezegd hebben. Ik vroeg naar concrete voorstellen van BBB om gezondheid
te verbeteren. Noem gewoon drie voorstellen waarin we samen zouden
kunnen optrekken om de gezondheid en leefomgeving te verbeteren.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Drie voorstellen. Wij zijn voorstander van het reduceren van fijnstof
met innovatieve technieken. Ik heb in mijn vorige ambt ook onderzoek
daarnaar richting de veehouderij uitgezet, maar het lijkt mij dat dat
een opdracht is aan alle sectoren, wel binnen de economische
randvoorwaarden. Een ander voorstel is het waarborgen van de
voedselproductie in Nederland. Ik ken geen mens die gezond is als die
geen voedsel consumeert, dus het lijkt me echt een absolute
randvoorwaarde voor de gezondheid van mensen in Nederland.
Tegelijkertijd — dat is een heel ander dossier, maar goed, ik word hier
uitgedaagd om antwoord te geven op vragen — is de trend die we binnen de
volksgezondheid zien, van zorg naar positieve gezondheid, er een die ik
van harte toejuich. Ik zie het ook als een taak voor heel veel
departementen om daarin een rol te spelen. Ik zal de komende tijd niet
alleen in deze commissie maar ook in die voor VWS en voor SZW concrete
voorstellen daarvoor doen, want ik ben voor een gezonde maatschappij. Ik
zou overigens daarover ook graag met het lid Kostić nog eens van
gedachten wisselen.
De voorzitter:
Dank u wel. Nog één laatste interruptie van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nou, vooruit dan maar: goed nieuws, met BBB samen optrekken. Dan nog één
poging, omdat mevrouw Wiersma het had over geurhinder en dat daarin wel
ergere dingen gebeuren, bijvoorbeeld bij houtkachels en de uitstoot
daarvan. Daar heeft ze gelijk in, want volgens het RIVM zijn houtkachels
een van de grootste bronnen van fijnstof. Dat veroorzaakt heel veel
gezondheidsschade, waaronder ook longkanker, volgens het Longfonds.
Kunnen we dus ook daarin samen optrekken om te kijken wat we daaraan
kunnen doen?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dit lid is niet tegen houtkachels; dat even vooropgesteld. Bij
houtkachels kun je kijken naar kachels met een goede verbranding,
waardoor er minder fijnstof en roet vrijkomt, maar daar zou ik graag met
het lid Kostić over van gedachten wisselen. Die handreiking neem ik ter
harte.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik vervolg. Dan fijnstof. Daar hadden we het net al even over. We zien
in de brief ook dat er op landbouwbedrijven nauwelijks overschrijdingen
worden vastgesteld. Het gaat vrijwel op alle plekken goed. Ik zag in de
brief dat het in acht gevallen niet zo is, maar op een heel groot aantal
is dat goed nieuws. Dat mag ook gezegd worden, zeker in een tijd waarin
de landbouw enorm onder druk staat. Ik kom dan ook op het Longfonds,
want dat doet al jaren wetenschappelijk onderzoek naar de positieve
effecten van boerderijstof op de gezondheid van kinderen. Zij stellen in
"Spelen bij de boer tegen astma" dat boerderijfijnstof vuil van het
goede soort lijkt te zijn. Oftewel, kinderen die daaraan worden
blootgesteld, ontwikkelen een beter immuunsysteem en lopen minder astma
op. Dat is al lange tijd bekend. Ik vind het belangrijk om dit te
stellen, omdat de VGO-onderzoekers in een recente Kamerbrief namens het
kabinet nu ook stellen dat bij de geitenhouderijen de effecten na 500
meter niet significant zijn. Ik ben daar zelf ook kritisch op geweest.
Dat is ook waarom ik zeg dat in de Kamer en in de media een bepaalde
beeldvorming tot stand komt, die nu te sterk is aangezet. Zo'n sector
verdient dat niet. Daarom vind ik het ook terecht dat een bestuurder, en
ook deze staatssecretaris, weloverwogen keuzes maakt en niet zonder meer
overgaat tot snel handelen en totaalverboden, want je moet gewoon weten
waar je het over hebt.
Ik had nog iets over Tata Steel willen zeggen, maar dat heb ik in
principe in het interruptiedebatje al gedaan. Ik vind dat Tata Steel
echt de ruimte en het vertrouwen nodig heeft om die vergroeningsslag te
maken. Tegelijkertijd zien we, als we het hebben over de waterkwaliteit,
hoe gemakzuchtig er met die staalslakken werd omgegaan; daar heb ik me
altijd over verbaasd. We zien het onder wegen, waar je veel uitloging
hebt. Hoe gaat deze staatssecretaris voorkomen dat dat soort
toepassingen in de toekomst nog mogelijk zijn? Oftewel, hoe zorgt zij
ervoor dat de risico's beheerst worden en dat alleen de veilige
toepassingen nog zullen worden toegepast wat betreft staalslakken? Kan
ze concreet maken wanneer het normenkader zodanig is aangescherpt dat
die onzekerheden verdwijnen?
Ik ben ook even benieuwd …
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, u bent door uw tijd heen. U heeft ook nog een
interruptie.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Mag ik de laatste vraag stellen? In Zeeland is er een besluit aangenomen
om het storten van staalslakken in water te verbieden. Ik ben benieuwd
naar de reflectie van de staatssecretaris daarop.
De voorzitter:
Mevrouw Zalinyan, ik moet u teleurstellen: u heeft geen interrupties
meer. Ik ga dus door naar de volgende spreker. Dat is de heer
Goudzwaard, namens JA21. Aan u het woord.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter. Er is al veel gezegd. Ik zet even een stopwatch aan.
JA21 koestert de verschillende vormen van innovatie zoals die zijn terug
te zien in allerlei vitale sectoren. Hard werken en technologisch
vernuft hebben dit land niet alleen rijkdom geleverd, maar ook gevormd
in de meest letterlijke zin van het woord. Onze leefomgeving zou
onherkenbaar zijn zonder de grote werken die onze voeten drooghouden en
het land bereikbaar, maar leefomgeving is ook erfgoed en geen
ongedwongen speeltuin voor experimenten met nieuwe materialen.
De staalslak is ook zo'n goed voorbeeld van materiaal waarbij meer
zorgvuldigheid op zijn plaats was geweest. Ooit leek het een makkelijke
en kostenefficiënte manier om staalproductie meer circulair te maken.
Die behoefte snap ik ook. Nu, zestien jaar nadat Rijkswaterstaat het
gebruik ervan verplichtte bij de aanleg van wegen, blijken staalslakken
schadelijke stoffen af te geven wanneer ze in contact komen met water.
Ik zeg "blijken", maar eigenlijk waren die risico's al decennialang
bekend. Staatssecretaris Aartsen noemde de rapporten over staalslakken
van de ILT, het RIVM en de Algemene Rekenkamer in zijn Kamerbrief van 21
juni 2025 "alarmerend". Ik heb een korte vraag aan de staatssecretaris,
die misschien al gesteld is. Wat worden nou die richtlijnen? Voor welke
toepassingen van staalslakken zijn ze geschikt, na de pauze? We kregen
net de brief voor deze commissie. Dat duurt nog een halfjaar. Hoe zeker
is de minister dat de staalslakken in deze toepassingen geen schadelijke
stoffen meer gaan lekken? Kan de staatssecretaris ook aangeven op welke
termijn zij een besluit over staalslakken verwacht te nemen, zodat
sectoren zich kunnen voorbereiden op de inwerkingtreding van het Besluit
activiteiten leefomgeving, de Bal? Daar zijn ook heel veel partijen mee
bezig.
Dan heb ik een blokje over geur. De luchtkwaliteit is de afgelopen jaren
als gevolg van lokaal, nationaal en Europees beleid sterk verbeterd. Dat
is heel erg fijn om te lezen, want een schone leefomgeving met schone
lucht is voor iedereen natuurlijk van hartstikke groot belang. Nederland
zou Nederland niet zijn wanneer er geen nieuwe klachten binnenkomen.
Ditmaal kwamen er vanuit ons landelijk gebied meerdere klachten over
geur. Er gaat aangescherpte regelgeving komen. JA21 vindt de wijze
waarop die geurbelasting wordt beoordeeld zorgelijk: een panel van
mensen in een laboratoriumsetting. Het is de vraag hoe consistent en
representatief dergelijke beoordelingen kunnen zijn. Daarnaast kunnen
resultaten natuurlijk ook hevig worden beïnvloed door de samenstelling
van zo'n panel. Wat is de norm vanuit hun eigen leefomgeving? Gelukkig
werkt het ministerie met behulp van de WUR aan het objectiveren van de
beoordeling, door te gaan werken met chemische analyses in combinatie
met een rekenmodel.
Vooropgesteld, JA21 staat in de basis zeker niet negatief tegenover het
feit dat meetmethodes soms ook gewoon herzien moeten worden. Het
stikstofdossier leert ons immers maar al te goed dat lang niet alles is
af te vangen binnen modellen. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat de
introductie van nieuwe meetmethodieken en rekenmodellen opnieuw leidt
tot juridische onzekerheid over bestaande agrarische activiteiten,
vergelijkbaar met bijvoorbeeld het stikstofdossier? Ik hoor daar graag
een reflectie op.
Dan pfas, wellicht het lastigste milieuvraagstuk van deze tijd. Lastig
omdat de gezondheidsrisico's niet volledig bekend zijn, maar het zeker
niet schadeloos is. Lastig omdat er nog geen eenvoudige manier is om met
pfas verontreinigde grond weer op te schonen. En ook lastig omdat pfas
nog steeds een belangrijk materiaal vormt voor vele producten. In
algemene zin steunt JA21 de beweging richting een pfas-verbod, met name
wanneer het gaat om producten die ook prima zonder zouden kunnen en
waarmee kinderen veel in contact komen. Ook voor directe lozingen vanuit
de industrie moet een oplossing gevonden worden, maar wel in samenspraak
met de sector. Het is belangrijk dat dit op Europees niveau gebeurt,
zodat er ook een gelijk speelveld is dat wij zouden kunnen handhaven. Er
zijn ook sectoren die niet zonder pfas kunnen. Daarom een vraag aan de
staatssecretaris. Wat is de inzet van Nederland bij het nastreven van
een Europees pfas-verbod? Wordt daarbij ook gekeken naar uitzonderingen
en derogatieperiodes voor sectoren waar bijvoorbeeld nog geen
alternatief voor pfas is gevonden? Kan de staatssecretaris toezeggen dat
Nederland zich bij gesprekken over het pfas-verbod gaat inzetten om te
voorkomen dat bijvoorbeeld fluorpolymeren over één kam worden geschoren
met verontreiniging veroorzakende pfas-soorten?
Dat was het, voorzitter. Dank u wel. Volgens mij ben ik door mijn tijd
heen.
De voorzitter:
Dank u wel. Perfect op de tijd getimed. Complimenten.
Dan hebben we de eerste termijn van de Kamer afgerond. Ik heb begrepen
van tevoren van de staatssecretaris dat er behoefte is aan een schorsing
van 30 minuten, zodat zij alle vragen die gesteld zijn kan beantwoorden.
Er is van alles voorbijgekomen. Er is dan misschien ook een mogelijkheid
om even een broodje te eten. We gaan dus over 30 minuten weer verder. We
maken er 12.00 uur van.
De vergadering wordt van 11.23 uur tot 12.01 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag dames en heren, we gaan verder met het debat over de
leefomgeving. Ik verzoek u dus te gaan zitten en ik wil graag een beetje
rust in de zaal. Dat is ook een verzoek aan de leden van de Kamer. Dank
u wel. We gaan naar de beantwoording van de staatssecretaris. Ik benoem
nog even wat er in de eerste termijn aan de orde is geweest, namelijk
dat we hetzelfde aantal interrupties hanteren. Het is dus eigenlijk
hetzelfde regime als daarnet. Ik begreep dat de staatssecretaris de
beantwoording in een aantal blokjes gaat doen. Ze geeft daar eerst een
toelichting op. Dat helpt mee in de beantwoording, denk ik. Het woord is
dus aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. Ik wil voordat ik aan de blokjes toekom
misschien nog een paar algemene opmerkingen maken. Ik heb de volgende
blokjes. Die zullen u niet verbazen trouwens: de staalslakken, pfas,
luchtkwaliteit, geur en overige. In dat laatste blokje zit normaal
gesproken heel veel, maar dat valt nu mee. Dat in het kader van het
timemanagement.
Dan mijn opmerkingen vooraf. Gezondheid is inderdaad het grootste goed,
denk ik. Ik hoor dat ook de hele commissie zeggen. Daar moet je ook niet
mee willen marchanderen. Ik heb in de vijf weken dat ik inmiddels
staatssecretaris ben, een paar bezoeken gebracht. Het liefst doe ik dat
op locatie en het liefst zonder toeters en bellen. Een enkele keer moet
dat laatste wel, maar liever niet. Ik ben in Beverwijk geweest. Ik ben
in Cuijk geweest. Ik ben ook in Soesterberg geweest. Wat mij opviel en
opvalt, is dat ook daar de bestuurders zeggen: gezondheid staat
bovenaan. Maar je merkt bijvoorbeeld in Beverwijk — ik heb daar ook met
bewoners gesproken — dat je echt heel hard moet werken aan vertrouwen:
vertrouwen in cijfers, vertrouwen in een overheid en vertrouwen in een
bedrijf. Ik heb in ieder geval wel meegekregen dat dat echt op de een of
andere manier een integraal onderdeel moet zijn van ons verhaal, zoals
ik dat ook graag weer elke keer met uw commissie zal bespreken. Het
tweede is dat ik ook wel weer onder de indruk ben geraakt van
oplossingen. Een deel van uw commissie heeft gezegd: het gaat ook om
innovatie en oplossingen, en hoe je vooruit kunt. Mensen zitten namelijk
te wachten op oplossingen en willen ook weten hoe je dan vooruitkomt.
Innovatie kan dan natuurlijk gewoon helpen.
Wat ik in ieder geval vanuit het regeerakkoord voor mezelf centraal heb
gesteld, en ook vanuit het kabinet, is dat we toe moeten naar een
ambitieus, toekomstgericht milieubeleid. Daarbij wil ik een koppeling
maken met andere opdrachten uit het regeerakkoord, zoals bijvoorbeeld
woningbouw en de ruimtelijke ordening, vooral omdat ik het milieubeleid
vooraan in een afwegingskader wil hebben. Dat zal de ene keer beter
lukken dan de andere keer, maar ik vind het wel van belang, want dan
hoef je niet achteraf nog eens een keer te zeggen wat er wel of niet
kan, maar ga je proberen om het vooraf te hebben over waar woningbouw
gepland wordt. Want laten we eerlijk zijn: we zitten ook op heel veel
woningen te wachten, maar je wilt dan wel heel graag dat gezondheid en
milieubeleid op een goede manier gelijk worden meegewogen.
Verder vind ik het vanuit het regeerakkoord belangrijk dat we die balans
echt transparant kunnen uitleggen. Dat lijkt me juist ook in het kader
van vertrouwen enorm van belang. Ik vind het ook van belang dat we
knopen doorhakken. Dat mag u ook van mij verwachten. En ik vind het van
belang dat afspraak afspraak is. Ik kom er zo op terug, maar met het
briefje dat ik gestuurd heb, heb ik hopelijk duidelijk gemaakt dat als
je een tijdpad afspreekt, je wel hele goede redenen moet hebben om
daarvan af te wijken. Ik ga daar in ieder geval wel mijn uiterste best
voor doen. "Proberen" vind ik net een beetje te weinig. Ik ga daar mijn
uiterste best voor doen.
Als het gaat om innovatie zal ik één voorbeeld noemen waar ik echt van
onder de indruk was. Ik was in Soesterberg. Pfas is echt een enorm groot
probleem, en toch heeft die gemeente het aangedurfd om daar, met behulp
van het Rijk en van Europa, 500 woningen te plannen. Dat is natuurlijk
superbelangrijk voor dat gebied, en ondertussen wordt er wel gewerkt om
die pfas op een goede manier weg te krijgen. Dat is niet makkelijk
geweest, maar ik was toch onder de indruk van wat lokaal gezag dan kan
en hoe zij dat samen met andere partijen voor mekaar krijgen. Kortom,
voordat ik zo meteen begin over de staalslakken, zou ik het volgende
willen zeggen. Gezondheid staat voorop, het gaat erom dat we aan de
voorkant een relatie leggen met andere opdrachten vanuit het
regeerakkoord, en het gaat ook om transparantie, juist in het kader van
vertrouwen en juist in het kader van het kijken naar cijfers. Ik heb dat
meerderen van u horen zeggen: hoe moet je nu eigenlijk naar cijfers
kijken? Ik zou ook willen zeggen: afspraak is afspraak, dus ik ga mijn
uiterste best doen om knopen door te hakken en dat aan u voor te leggen
zodra dat kan.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb een korte vraag over die andere ambities binnen het
coalitieakkoord. Daarbij staat preventie vooraan. Neemt deze
staatssecretaris dat ook mee? Preventie betekent ook het hard aanpakken
van milieuvervuilende stoffen.
Staatssecretaris Bertram:
Jazeker, maar preventie is in mijn ogen ook het volgende. Dat
VTH-stelsel, van vergunning, toezicht en handhaving is echt heel
belangrijk. Daar wil ik ook zeker naar kijken. Daar is ook onderzoek
naar gedaan, maar wij gaan daar wel mee door, want het is nog steeds
best een ingewikkeld bouwwerk. Maar preventie is wat mij betreft ook het
al van tevoren nadenken over hoe je dingen kunt combineren. De
luchtkwaliteitsnormen worden bijvoorbeeld aangescherpt; ik kom daar
straks op terug. Volgens mij waren het de heer Jansen en mevrouw Wiersma
die vroegen of ik daarmee niet zorgde dat de boel op slot ging. Ik vind
het dan van belang om niet gelijk toe te werken naar die normen. Ja, dat
moet ook gebeuren, maar je moet ook van tevoren al kijken naar
bijvoorbeeld het nog meer doorzetten van de elektrificatie. Of misschien
is er een andere manier om ervoor te zorgen dat we veel eerder aan de
normen kunnen voldoen. Dat vind ik ook preventie, want dat betekent dat
je een aantal doelen koppelt, maar dat je die ook direct vooraf een plek
geeft in zo'n proces, dat je natuurlijk ook met andere departementen
moet doen. Het aanscherpen van de normen, waar iedereen aan moet werken,
moet niet het enige zijn wat je kunt bedenken. Ja, dat moet ook
gebeuren, want die richtlijn is er niet voor niks, maar het maakt uit,
ook voor de regeldichtheid en voor hoe het lokale gezag ermee moet
omgaan, als je van tevoren al bedenkt hoe je preventief zou kunnen
inzetten op een aantal instrumenten die ervoor zorgen dat je het voor
mekaar krijgt. Daar zie ik zelf wel veel heil in, ook al vanwege die
paar gesprekken die ik gevoerd heb. Dat is natuurlijk nooit genoeg, maar
tegelijkertijd zie je wel de ambitie om ook met dat soort maatregelen
iets te doen voor innovatieve bedrijven en start-ups, zodat je eerder
aan die doelstellingen zou kunnen voldoen.
De voorzitter:
Dan gaat u verder met uw eerste blokje. Misschien is het handig om de
vragen even te verzamelen en die na het blokje te behandelen. Gaat u
verder.
Staatssecretaris Bertram:
Dan kom ik nu bij de staalslakken. In de brief van mijn voorganger van
december vorig jaar zijn acht lijnen uitgezet. Omdat daar ook een aantal
vragen over gesteld zijn, zou ik die heel kort met u willen doornemen,
zodat een deel van die vragen al gelijk beantwoord kan worden.
Ten eerste zijn er de RIVM-onderzoeken. Daar zijn veel vragen over
gesteld. Wat hebben we nu wel met het RIVM afgesproken en wat niet? Er
komen uitgebreide nieuwe onderzoeken naar de pH-effecten en de
gezondheidsrisico's. Er zijn drie etappes, waarvan de eerste twee van
belang zijn, ook vanwege het verbod dat gold tot 23 juli en dat nu met
een halfjaar verlengd is. We hebben gesprekken gevoerd met het RIVM over
de onderzoeksaanpak. Die zijn in de zomer van start gegaan. Etappe één
loopt. Er is een literatuurstudie gedaan. Er werd namelijk ook gevraagd
wat er precies gebeurd is vanuit het RIVM. Er zijn 180 studies gescreend
en de eerste conclusies zijn getrokken.
Wat in dat proces preciezer had gemoeten, om het zo te formuleren, is
dat we met het RIVM nadrukkelijker hadden moeten spreken over wanneer
het met fase 2 zou starten. Dat trek ik me ook aan. Het is dus niet zo
dat er geen gesprekken zijn gevoerd, want ik geloof dat er ongeveer
dagelijks contact is met het RIVM. Als je echter wilt dat het RIVM een
studie doet — dat staat ook in een brief aan de Tweede Kamer — hadden we
eerder moeten formaliseren hoe de onderzoeksopdracht eruitzag en wat we
van het RIVM verwachtten.
Voorzitter. We hebben al met het RIVM gezeten. Wat ik nu dus wil doen —
dat heb ik ook in mijn brief aan u gezegd — is ervoor zorgen dat ik deze
week of begin volgende week alles op alles zet om het tijdschema voor
elkaar te krijgen, zodat we eind dit jaar een besluit kunnen nemen. Ik
heb daarover natuurlijk geen honderd procent zekerheid, maar ik heb wel
de verwachting dat we met het RIVM tot een goed eindproduct kunnen
komen, dat ook binnen de tijd haalbaar is. Ik denk dat dit de oplossing
is voor de verschillende vragen en de verschillende opmerkingen die net
gemaakt zijn.
Voorzitter. Uiteraard informeer ik u zodra ik het gevoel heb dat het
anders loopt. Gelet op de contacten die we met het RIVM hebben, gaan wij
er echter van uit dat we het proces uiteindelijk kunnen afronden en dat
we de onderzoeken die we absoluut nodig hebben — je hebt die ondergrond
namelijk nodig — op tijd zullen hebben. Zo kan het besluit genomen
worden conform het proces dat mijn ambtsvoorganger heeft uitgezet.
De voorzitter:
Een korte interruptie van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Kan de staatssecretaris dan toezeggen om na het gesprek met het RIVM
actief aan de Tweede Kamer terug te koppelen wat daaruit is
gekomen?
Staatssecretaris Bertram:
Zeker.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Kan dat binnen afzienbare tijd?
Staatssecretaris Bertram:
Ja. Het belangrijkste is namelijk dat ik met het RIVM tot de slotsom kom
dat ik het tijdpad wil volgen dat mijn ambtsvoorganger aan de Kamer
heeft aangegeven. Dat betekent dus ook dat ik in het overleg met het
RIVM moet vaststellen of we dat voor elkaar krijgen.
Dan ga ik naar de tweede maatregel: vervolg tijdelijke regelingen en
Europa. Ik ga natuurlijk gebruikmaken van de verlenging tot en met 23
januari 2027. Dat betekent dat ik in de loop van de komende maanden mijn
volgende besluit moet gaan nemen, natuurlijk in nauw overleg met het
RIVM. Wat gebeurt er als we eenmaal al die informatie hebben en wat
betekent dat dan voor januari volgend jaar? Daarover informeer ik u
uiteraard ook. Dat wordt dan de volgende stap.
De voorzitter:
Ik zag een interruptie van de heer Jansen, maar ik wil voorstellen dat
de staatssecretaris even dit blokje afmaakt en dat we dan de
interrupties doen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Mijn vraag is: zitten we nog in het blokje pfas?
De voorzitter:
We zitten nog in het blokje staalslakken.
Staatssecretaris Bertram:
Ja. Ik roep als we bij pfas komen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Kunnen we dan straks ook nog een vraag stellen over het RIVM?
De voorzitter:
Ja, dat kan even na afloop van het blokje. Het lijkt me het handigste om
de vragen te verzamelen. Gaat u verder, staatssecretaris.
Staatssecretaris Bertram:
Ik zal de rest proberen sneller te doen, maar hierover waren nogal veel
vragen.
Voorzitter. De meld- en informatieplicht hebben we ingevoerd per
2026.
Over de Taskforce Bestaande Toepassingen Staalslak heb ik ook een brief
gestuurd. We komen tot een soort gezamenlijke aanpak met de VNG en de
betreffende gemeenten. Die taskforce draait. Het doel ervan is een
risicogerichte aanpak met een pakket aan maatregelen. Ik hoop dus dat
dat in de komende maanden het een en ander gaat opleveren.
We hebben het over Spijk gehad. Daar wordt toegewerkt naar een gedragen
advies. Daarover buigt een commissie zich.
Zeeland. De tijdelijke regeling gaat op zich niet over de wateren, maar
we zijn wel met Zeeland in gesprek over de Ooster- en de Westerschelde.
Ik ga er ook binnenkort naartoe. We hebben de gedeputeerden inmiddels
gesproken. Het gesprek gaat zo snel mogelijk plaatsvinden en heeft voor
een deel dus ook al plaatsgevonden. Het is duidelijk dat RWS, waarover
de minister van IenW uiteraard gaat, tot 23 juli 2026 geen
toepassingsmogelijkheden heeft voor staalslakken.
Dan heb ik er nog twee te gaan. De industrietafel staalslakken is
opgestart. We bespreken daar vooral verantwoorde, innovatieve en veel
minder risicovolle toepassingen van staalslak. Uiteraard informeer ik uw
Kamer ook daarover als we er wat verder mee zijn. Dat doe ik dan met de
complete, integrale aanpak.
Tot slot heb ik het beleidskader. Dat beleidskader wordt op dit moment
ontwikkeld. Dit is een heel belangrijk punt voor preventie. Met het
nieuwe beleidskader willen we namelijk voorkomen dat je ooit nog in de
situatie komt waarin je achteraf moet vaststellen dat je iets gedaan
hebt wat schadelijk is voor de gezondheid. Binnen het beleidskader
secundaire bouwstoffen willen we inzicht krijgen in hoe dit te voorkomen
valt en wat we daarvoor moeten doen. Ik denk dat dat de acties op de
acht lijnen zijn, zoals mijn voorganger die aan uw Kamer heeft
gestuurd.
Dan heb ik nog een hele set aan vragen, maar ik weet niet of u misschien
nu al …
De voorzitter:
Gaat u door met de beantwoording van de vragen en dan zien we wel of er
nog aanvullende vragen zijn.
Staatssecretaris Bertram:
Graag. Er was een vraag van mevrouw Zwinkels van het CDA of in het
onderzoek van het RIVM staat waar en op welke wijze staalslakken worden
toegepast. Uit het onderzoek volgen voorwaarden waaronder staalslak kan
worden toegepast. Dat is dus de wijze waarop. Het is uiteraard wel
afhankelijk van allerlei lokale omstandigheden.
Dan was er een vraag van het lid Kostić. Kan ik een harde toezegging
doen dat ik het gebruik van staalslakken zal verbieden? Ik heb net
gezegd dat ik de tijdelijke regeling verleng. Er lopen nog onderzoeken.
Ik wil dat de uitkomsten tijdig komen en dan neem ik een besluit over
een passende opvolging. Dat lijkt me de beste volgorde om uiteindelijk
het beste besluit te nemen.
Dan was er een vraag van mevrouw Zalinyan van PRO. Ik heb het verkeerd
gezegd, hè? Excuus. De vraag was: kunt u binnen een week met scenario's
komen? Dat is een beetje vlot. Wat ik wel kan laten zien, is welke
scenario's er op dit moment bestudeerd worden. Dat betekent natuurlijk
dat de invulling van de scenario's de komende periode begint.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Meer ter aanvulling: het gaat om de scenario's die in de beantwoording
van de schriftelijke vragen staan en waarnaar de staatssecretaris zelf
verwijst.
Staatssecretaris Bertram:
Ja.
De voorzitter:
Dat is een bevestiging.
Staatssecretaris Bertram:
Dan was er de volgende vraag van het lid Kostić. Ben ik bereid om de
Regeling bodemkwaliteit 2022 op zo kort mogelijke termijn aan te vullen?
Het antwoord daarop is: we zijn bezig met de herijking van de
bodemregelgeving. Daarin bekijken we of en hoe pH kan worden opgenomen.
Ik vraag even aan de persoon naast mij wanneer wij zover zijn met de
bodemregelgeving. Het gaat om de gebruikelijke periode voor wetgeving,
hoor ik.
Dan een volgende vraag van het lid Kostić. Kan ik reageren op de
juridische analyse die ik heb overhandigd? Het antwoord is ja. Ik zie
dat u verbaasd bent. U had gevraagd of dat binnen twee weken kon.
De voorzitter:
Binnen twee weken, bevestigt u bij dezen.
Staatssecretaris Bertram:
Ik probeer sommige antwoorden wat korter te houden! Ik ga ook in de
komende commissievergaderingen meer mijn best doen om u het een en ander
wat korter mee te geven — voor zover dat kan, dat ook wel weer.
Dan was er een vraag van de heer Bikkers van de VVD. Hoe zorgen we
ervoor dat de staalslakken op een goede en veilige manier kunnen worden
ingezet? In het kader daarvan zou ik hem met name graag willen wijzen op
de relatie met het achtste onderdeel van de acht lijnen. Daar zit
natuurlijk de innovatie. Daar zit ook "wat kan je aan preventie doen?"
en "hoe zorgen we ervoor dat?". Als je niet uitkijkt, lijkt het een
beetje een ondergeschoven kind, maar dat is het wat mij betreft niet. Ik
vind het heel belangrijk. Hoe meer we daar kunnen doen, hoe liever het
me is.
De heer Bikkers vroeg ook hoe het toezicht concreet versterkt kan
worden, ook richting de omgevingsdiensten. We hebben natuurlijk al een
aantal toepassingen in technische zin gedefinieerd: dikker dan een halve
meter et cetera. Er wordt voor de zomer een meld- en informatieplicht
ingevoerd voor staalslakken. Dat betekent dat de toezichthouder er op
die manier rekening mee kan houden.
Dan was er een vraag, ook van de heer Bikkers, over het landelijk beeld
van risicovolle bestaande toepassingen. Dat hebben we ondergebracht bij
de taskforce. Die hebben we gevraagd om tot een gezamenlijke aanpak te
komen. Dat betekent ook dat er een risicogerichte aanpak moet komen. Ik
kan nu dus nog niet zeggen hoeveel het er zijn, maar we hebben de
taskforce wel gevraagd of die een inschatting kan maken waar en hoe de
risicovolle gebieden aan te wijzen zijn en wat je dan kunt doen.
Voorzitter. Mevrouw Zwinkels vroeg hoe risico's voor milieu en
gezondheid worden gewogen. Ik heb dat in mijn intro gezegd. Ik vind dat
gezondheid vooraan in het proces gewogen moet worden, met een aantal
andere opdrachten vanuit het regeerakkoord. Daarmee hoop ik dat je aan
de voorkant in de besluitvorming zit in plaats van dat je achteruit moet
roeien, dat je ervoor kunt zorgen dat de resultaten komen en dat de
gezondheid wordt beschermd.
Voorzitter. Een vraag van de heer Jansen, PVV. Hoe gaat de meldplicht
voor staalslakken voorkomen dat we weer achter de feiten aan lopen? Dat
heb ik net eigenlijk al gezegd. De meld- en informatieplicht komt er
voor de zomer. De toezichthouder weet dan ook waar hij aan toe is en hoe
hij moet handhaven.
Is er sprake van een compensatieregeling?
De voorzitter:
Er is een aanvullende vraag van de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Het klopt: dan is de melding bekend.
Staatssecretaris Bertram:
Ja.
De heer Chris Jansen (PVV):
En dan? Wat gebeurt er daarna? Er kan wel een melding worden gemaakt,
maar als de toepassing daarna alsnog niet juist is, hoe komen we daar
dan achter?
Staatssecretaris Bertram:
Op het moment dat de meld- en informatieplicht er is, ben je in ieder
geval verder dan de situatie zoals die nu is. De toezichthouder kan dan
namelijk op basis van de bestaande regels handhaven en in ieder geval in
actie komen. Uiteindelijk houden we dat natuurlijk via het VTH-stelsel
in de gaten. Daarmee ben je in ieder geval verder dan als er niet eens
een informatieplicht is. Dan weet je als toezichthouder namelijk
überhaupt niet waar je in actie moet komen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Een vervolgvraag, voorzitter?
De voorzitter:
Een korte vervolgvraag.
De heer Chris Jansen (PVV):
Is de staatssecretaris het dan wel met mij eens dat de cirkel daarmee
nog niet rond is?
Staatssecretaris Bertram:
Zeker.
De heer Chris Jansen (PVV):
Je kan namelijk nog steeds niet honderd procent voorkomen dat er een
verkeerde toepassing plaatsvindt.
Staatssecretaris Bertram:
Dat ben ik uiteraard met de heer Jansen eens. Wel is het weer een
belangrijke stap, die door mijn voorganger gezet is, om de meld- en
informatieplicht in het leven te roepen. Daarmee wordt meer positie
gegeven aan de toezichthouder. Hij krijgt een duidelijkere positie in
het hele proces. Als we de komende maanden al die acht lijnen doornemen
en de resultaten daarvan bij elkaar voegen, dan hoop ik dat je
langzamerhand naar een gesloten systeem kunt. Daarbij is het VTH-stelsel
wat mij betreft belangrijk. Het staat niet per se in die acht lijnen.
Maar ik ben het wel met u eens, meneer Jansen, dat je het ergens zo
dicht mogelijk moet zien te regelen.
Dan nog een vraag van de heer Jansen. Is er sprake van een
compensatieregeling? Nee, die is er niet. Ik ben het wel met u eens dat
de vervuiler moet betalen. Ik noem bijvoorbeeld pfas in Soesterberg. Ik
kom straks nog op pfas, maar ik neem even dit voorbeeld. In dit geval is
Defensie aangesproken op het feit dat de pfas daar natuurlijk grote
schade aan de gezondheid heeft toegebracht. Het moet blijken of dat in
alle gevallen uiteindelijk afdoende is, maar dat is natuurlijk wel het
uitgangspunt.
De heer Chris Jansen (PVV):
Heel kort. Ik noemde Spijk en Eerbeek concreet als voorbeeld. Is de
vervuiler daar nog te achterhalen?
Staatssecretaris Bertram:
We hebben overal een taskforce voor en hier dus ook voor. Het is
misschien niet helemaal elegant om dat zo te noemen, maar het is wel zo.
Dat is ook een van de vragen die we bij de taskforce hebben belegd: wat
zie je als je de situatie in Spijk analyseert en valt er inderdaad iets
te doen met de vervuiler? In Soesterberg is dat gelukt. Maar dat zal,
zoals ik net al zei, niet in alle gevallen zo zijn. Ik ben het helemaal
met u eens dat dat wel het uitgangspunt zou moeten zijn en dat je daar
je best voor moet doen.
De voorzitter:
Het lid Kostić, aanvullend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn opmerking sluit hierop aan. Er ligt een aangenomen motie van de
Partij voor de Dieren die verzoekt meer maatregelen te nemen om de
vervuiler daadwerkelijk te laten betalen. Het vorige kabinet heeft
helemaal niks met die motie gedaan. Mijn verzoek aan de staatssecretaris
is dus om daar nog een keer naar te kijken en om per brief terug te
koppelen of zij hier wel of niet iets mee zou kunnen doen.
Staatssecretaris Bertram:
Ik doe graag die toezegging.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
Staatssecretaris Bertram:
De heer Jansen vroeg of ik bekend ben met de toepassing van staalslakken
in asfalt. Het antwoord is ja. Dat is ook onderdeel van de
industrietafel. We bekijken daar meerdere toepassingen dan alleen het
asfalt. Maar het was in ieder geval wel bekend.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Wiersma een interruptie heeft. Ik wil ook vragen
wanneer u dit blokje afrondt. Dan kunnen er misschien nog aanvullende
vragen komen. Kunt u aangeven hoeveel u nog heeft?
Staatssecretaris Bertram:
Ik denk nog zes briefjes. Er zijn heel veel vragen gesteld.
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, had u een directe interruptie op dit punt?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Eigenlijk op een eerder punt. Ik dacht dat we de vragen aan het einde
van het blokje zouden doen, maar nu zie ik dat een collega tussendoor
aan het interrumperen is. Ik ben dus in verwarring. Ik had namelijk nog
iets willen zeggen op het punt van de staalslakken in Zeeland, maar ik
bewaarde dat tot het einde. Maar als we nu al doorgaan en wel tussendoor
…
De voorzitter:
Dan spreken we nu af dat de staatssecretaris alle vragen langsloopt en
dat iedereen daarna de gelegenheid heeft om op dat punt in te
gaan.
Staatssecretaris Bertram:
Het goede nieuws is dat ik nu net aan de Zeeuwse wateren toe ben. Wie
weet helpt dat. De vraag, overigens ook van het lid Kostić, was wat het
verlengen van het tijdelijk verbod van Rijkswaterstaat nu betekent. Ik
heb net al gezegd dat er afgesproken is dat Rijkswaterstaat tot 21 juli
'26 geen fysieke toepassingen in het water zal doen. We gaan binnenkort
met de provincie verder in gesprek over wat te doen na 21 juli 2026. De
volgende bestuurlijke afspraken zijn gemaakt. Tot 21 juli worden er geen
staalslakken in de Ooster- en de Westerschelde gebruikt. Na '26 moet er,
uiteraard in overleg met het Zeeuwse gezag en Rijkswaterstaat, ook
gekeken worden naar extra waarborgen voor de Zeeuwse wateren. Uit mijn
gesprek met de gedeputeerde van Zeeland bleek namelijk hoe groot de
zorgen zijn en dat het probleem niet zomaar opgelost kan worden. Het is
wat mij betreft dus in ieder geval een van de prioriteiten om daar zo
snel mogelijk achteraan te gaan.
Dan was er tot slot nog een belangrijke vraag. Die ging over de
allereerste brief die ik naar uw Kamer heb gestuurd met de oproep om
rekening te houden met het Circulair Materialenplan en de relatie tot
het lokaal gezag. Ik heb toen in die brief gezegd dat het lokaal gezag
in een positie is om voor de eigen gemeente een verbod af te kondigen.
Daar blijf ik ook bij. Ik hoop dat dat voldoende duidelijk is. Het
tijdelijk verbod geldt tot juli. Er komen zes maanden bij. In de loop
van de rit moet duidelijk worden hoe of wat. Maar wij treden niet in het
lokaal gezag, zoals dat in de Wet milieubeheer is gedefinieerd.
Er was nog een vraag van het lid Kostić, over de Commissie mer in
relatie tot het Circulair Materialenplan. Deze verantwoordelijkheid ligt
bij de minister van KGG. Ik zal ervoor zorgen dat zij deze vraag
krijgt.
Ik denk dat ik hier heel even stop. Dan kijk ik even wat ik nog had
liggen. Anders duurt het wel heel lang.
De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris. Ik kijk naar de leden. Allereerst een
vraag van mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Vooropgesteld: ik ben blij te horen dat de staatssecretaris de Zeeuwse
staalslakken met prioriteit oppakt. Toch hoor ik dat de pauzeknop tot
juli '26 aanstaat. Dat is echt heel kort. Ik weet dat dit heel veel
onrust veroorzaakt in Zeeland. Ik zou de staatssecretaris dus willen
vragen om te overwegen om de pauzeknop nog even ingedrukt te houden
totdat het een en ander is uitgezocht. Staalslakken zijn zeer basisch en
hebben echt een grote impact op het milieu. We zijn heel druk met de
Kaderrichtlijn Waterdoelen voor '27. Tegelijkertijd hebben we het over
een pauzeknop die nog drie maanden aanstaat. Kan de pauzeknop ook na
juli '26 even aanblijven, tot dit goed opgehelderd is?
Staatssecretaris Bertram:
Ik denk dat het belangrijk is — daar zijn we het snel over eens — dat
het gesprek met Zeeland zo snel mogelijk wordt opgestart. Ik zou dus
graag willen afspreken dat ik u na het gesprek met Zeeland laat weten
waar we in dat gesprek gekomen zijn. Tegelijkertijd weet ik dat het ook
voor Rijkswaterstaat belangrijk is dat er een besluit valt. Dat ligt bij
een en hetzelfde ministerie. Maar het lijkt mij van belang dat ik eerst
dat gesprek voer. Ik heb de gedeputeerde al gesproken. Zodra ik dat
gesprek heb gehad, kom ik bij u terug.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ben blij met het antwoord van de staatssecretaris. Alleen, ik weet
zelf ook hoelang het duurt om een regeling voor te bereiden en hoelang
het duurt voordat zo'n potentiële pauzeknop tot een verlenging kan
komen. Kan de staatssecretaris mij toezeggen dat het potentieel
verlengen van dit onderdeel in voorbereiding zal zijn, mocht uit die
gesprekken blijken dat dat gewenst en noodzakelijk is? Dat laatste lijkt
mij wel het geval.
Staatssecretaris Bertram:
Ik zou u het volgende kunnen toezeggen. Al voordat ik op deze plek zat,
is met Rijkswaterstaat en het bestuur afgesproken dat er sowieso extra
waarborgen moeten komen voor een veilige toepassing, ook voor de periode
na juli. Volgens mij is dat het haakje om te kunnen zeggen: wat gaan we
dan doen? Dat moeten we natuurlijk samen met het bevoegd gezag in
Zeeland doen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik sluit me aan bij het betoog van de BBB hierover. Dit gaat niet over
een verbod. Je kunt Rijkswaterstaat gewoon vragen: gebruik geen
staalslakken. Het is gewoon een overheidsinstantie, dus dat is niet zo
moeilijk. Waarom doen we dat niet gewoon? Dat vergt niet een heel verbod
of hele wetgeving. Waarom doen we dat niet?
Staatssecretaris Bertram:
Ik wil toch graag vasthouden aan de stappen die afgesproken zijn. Dat
wil zeggen dat we zo snel mogelijk in gesprek gaan met het Zeeuwse
bestuur. Ook Rijkswaterstaat heeft hier een belang bij. Ik vind het niet
alleen belangrijk om vast te stellen hoe de situatie er na juli uitziet,
maar ook om vast te stellen hoe je het kunt doen op een manier die voor
partijen zo gezond mogelijk is en die Rijkswaterstaat hopelijk helpt om
te doen wat gedaan moet worden. Ik vind het dus nog te vroeg voor een
aantal conclusies. Ik zou dat proces op een nette manier willen afdoen.
Ik heb ook toegezegd dat ik u daarvan op de hoogte houd, want het is
belangrijk genoeg. Ik wil dat uiteraard ook in nauwe samenspraak doen
met het bevoegd gezag in Zeeland.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat begrijp ik zeker. Alleen komt er hierna een tweeminutendebat wat mij
betreft, want wat ons betreft zit er echt urgentie in. BBB heeft dat ook
net benadrukt. Wat in Zeeland geldt, geldt natuurlijk ook voor wateren
in andere delen van Nederland. Daar zijn de zorgen, ook bij vissers,
even groot. Ik wil dus toch dat de staatssecretaris op zo kort mogelijk
termijn hierover nadenkt, met Zeeland gaat praten en misschien nog met
andere provincies om te kijken op welke manier we dit kunnen
accommoderen. Is het misschien inderdaad verstandig om vanuit
Rijkswaterstaat toch te zeggen: we gaan gewoon geen staalslakken
gebruiken bij waterwerken?
Staatssecretaris Bertram:
Ik begrijp de zorgen, want die heeft de gedeputeerde mij ook duidelijk
gemaakt. Ook hier zit je met onderzoeksmateriaal waaruit zou blijken dat
het op land echt veel gevaarlijker is dan in water. Ik wil dat debat op
een eerlijke manier voeren, ook met het bevoegd gezag in Zeeland. Ik wil
er alles aan doen om met het bevoegd gezag daar tot overeenstemming te
komen over hoe je dit zo goed mogelijk zou kunnen doen. Ik denk dat ik
op dit moment vooral met hen dat debat moet voeren. Dat betekent dat ik
u daarover informeer. Ik wil op geen enkele manier de zorg die er
bestaat in Zeeland onder de tafel schuiven, want het is me wel duidelijk
dat we daar echt iets aan moeten doen.
De voorzitter:
Dan is het gebruikelijk dat u nog aangeeft op welke termijn u de Kamer
informeert, om het scherp te zetten. Misschien kunt u daar nog op
reageren.
Staatssecretaris Bertram:
Ik denk dat het het meest verstandig is om te zeggen dat dat in mei
is.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de staatssecretaris iets zeggen over de CMP-brief en dat
gemeenten een verbod mogen opleggen, maar mijn vraag ging specifiek over
generieke beperkingen. Ik citeer nu letterlijk uit de CMP-brief: "Bij
lokale regelgeving (omgevingsplannen) met beperkingen aan het gebruik
van secundaire bouwstoffen nemen bevoegde gezagen daarom geen generieke
beperkingen op voor materiaal dat voldoet aan de kwaliteitseisen."
Daarna komt er nog een zinnetje. Mogen generieke verboden door de
gemeenten? En als dat wel mag, waarom staat dit dan in deze brief?
Staatssecretaris Bertram:
Ik denk dat de tekst in de brief die ik uw Kamer heb gestuurd, een
oproep betreft. Ik wil er geen enkele twijfel over laten bestaan dat het
bevoegd gezag conform de Wet milieubeheer de besluiten kan nemen zoals
zij dat in de eigen gemeente willen. Dat betekent altijd — dat staat ook
in de Wet milieubeheer — dat je iets moet onderbouwen et cetera.
Tegelijkertijd is dat wel de positie. Als het nodig is om dat nog een
keer op papier te zetten, dan wil ik dat graag doen, gewoon om die
twijfel weg te nemen. We hebben dit ook in overleg met de VNG gedaan en
daar is mij verzekerd dat dit wat hen betreft voldoende duidelijk is en
ook het bevoegd gezag voldoende in handen geeft.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Een vervolgvraag. Ik snap dat. Ik waardeer het ook enorm dat de
staatssecretaris met de VNG in gesprek is gegaan. Ik zie dat ook.
Tegelijkertijd moeten we ons als overheid wel bewust zijn van onze
communicatie met gemeenten. Kan de staatssecretaris bevestigen dat zo'n
een brief die vanuit de rijksoverheid naar de gemeenten gaat wel
degelijk verwarring oproept en dat dat niet ligt aan
interpretatie?
Staatssecretaris Bertram:
Ik kan u in ieder geval meegeven dat als er op enig moment over zoiets
belangrijks verwarring ontstaat, dat betekent dat wij dat op de een of
andere manier duidelijker hadden moeten zeggen. Dat wil ik direct
toegeven. Dat is ook de reden geweest dat ik dacht: oké, dan gaan we
heel snel een brief sturen, waarin klip-en-klaar staat wat de positie
van het lokale gezag is. Dat is afgestemd met de VNG. Dat is wat mij
betreft nu ook de positie die ik inneem en verdedig.
De voorzitter:
We gaan eerst even naar mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Excuses, want dit is misschien een ordevraag en ik weet niet zo goed
waar ik die moet plaatsen. Er zijn zo stemmingen in de plenaire zaal.
Wordt het debat daarvoor geschorst? Ik moet me anders even tijdelijk
verontschuldigen.
De voorzitter:
Ik heb het inderdaad begrepen. Er zijn zo meteen stemmingen, dus dan
schorsen we even. Had u ook nog een interruptie op dit onderwerp? Nee.
Oké, prima. Dan gaan we naar mevrouw Zwinkels.
Even voor de mensen die nu kijken en die denken: wat is er aan de hand?
We hadden even wat onderling overleg, omdat er zo stemmingen zijn. We
gaan daarom zo heel kort even schorsen, zodat een aantal mensen de
stemmingen kunnen doen. Dat geldt niet voor alle fracties. We bieden
daarvoor even de ruimte. Dat ter toelichting. Ik kijk nu toch even naar
mevrouw Zwinkels om te zien of zij nog een interruptie heeft.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank, voorzitter. Ik heb er een aantal, want ik had even gewacht. Ik
begin bij het punt waar we het op het eind nog even over hadden. Dat
gaat over de secundaire bouwstoffen in relatie tot het lokaal gezag. Ik
zou de verwarring ook wel met elkaar willen wegnemen. Kan de
staatssecretaris toezeggen om toch nog een keer een brief naar ons te
sturen na de afstemming met de minister van KGG, om duidelijk te maken
dat gezondheid vooraan staat in die afweging? Ik vond dat juist een heel
terecht punt. Dat moet aan de voorkant, zodat we niet achteruit hoeven
roeien. Kan zij ook duidelijk maken hoe dat dan voortaan wordt
meegenomen in de regels rondom de secundaire bouwstoffen?
Staatssecretaris Bertram:
Als het nodig is om dat toch nog een keer te bevestigen, doe ik dat. Het
zal niet anders zijn dan wat ik al in die brief heb opgenomen. Die brief
is ook afgestemd met KGG. Maar als u op de een of andere manier nog een
keer een bevestiging wilt hebben en denkt dat dit verstandig is, wil ik
dat uiteraard doen.
De voorzitter:
Een aansluitende vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Precies. Het is namelijk heel belangrijk om dat, vooral richting de
gemeenten, te corrigeren, want nu staat in de brief van de
staatssecretaris dat generieke verboden door gemeenten niet mogen. Het
is wel belangrijk om dat te corrigeren richting gemeenten. De gemeente
gaat namelijk over de vraag of zij wel of geen generieke verboden
wil.
Staatssecretaris Bertram:
Om alle twijfels te voorkomen, wil ik rustig nog een brief sturen, maar
volgens mij heb ik met dat briefje, ook juist in overleg met de VNG,
duidelijk gemaakt hoe je de brief van december moet duiden en wat dat
betekent voor het eigen lokale gezag. Ik herhaal hier nog een keer, voor
de zekerheid en omdat ik dat ook belangrijk vind: het lokaal gezag is
het lokaal gezag op basis van de Wet milieubeheer en daar kan die brief
van december geen inbreuk op plegen. Als dat nog een keer op papier moet
komen, ga ik dat uiteraard doen, want ik wíl ook niet dat daar twijfels
over bestaan, maar het is wel de route die ik met de VNG heb
afgesproken.
De voorzitter:
En dan gaan we nog naar de heer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Het is lastig om op de zaken vooruit te lopen als het gaat over
staalslakken, want worden we nu minder circulair, gaan we beter
afdichten of gaan we het zoeken of vinden in innovatie? We gaan het
beleven. Maar wat gebeurt er dan nu, op dit moment, precies met die 500
miljoen kilo aan staalslakken die eruit rollen? Wat gebeurt daar nu
precies mee? Wat gaat dan de situatie worden wanneer er geen oplossing
wordt gevonden? Kan de staatssecretaris daar iets over zeggen?
Staatssecretaris Bertram:
Ik denk dat er drie lijnen zijn. Een. Uiteraard wordt het opgeslagen bij
Tata. Dat is natuurlijk nog steeds het geval. Ik kom straks overigens
nog even terug op Tata, want dat was een belangrijk stuk, maar ik heb
het nog heel even apart gehouden. Maar goed, dat is in ieder geval een
maatregel. Voor een deel gaat het ook naar het buitenland. Daar was ook
nog een vraag over. En voor een deel is de vraag wat je met innovatie
met betrekking tot staalslakken kunt. Dat vind ik zelf ook een hele
interessante, ook gelet op alle gesprekken die er gevoerd zijn. In
Beverwijk attendeerde de wethouder mij erop dat er daar een start-up was
die dat wassen van die staalslakken kon versnellen. Ja, dat is
natuurlijk toch interessant. Daarmee is nog niet gezegd dat je het moet
doen, maar het is in ieder geval interessant genoeg om te bekijken wat
je kunt doen. Dat lijken mij dus de drie lijnen van wat er op dit moment
gebeurt. Dat we daar heel snel verder mee door moeten aan de hand van de
achtste lijn die in de brief van de vorige staatssecretaris is
beschreven, is evident.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors even voor de stemmingen. Ik denk voor een
kwartiertje, maar in ieder geval zolang ze duren. Ik hoop niet dat het
al te lang duurt.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Excuses, voorzitter. De stemming is toch wel fractiegewijs, althans dat
hoor ik net van mijn collega. We hoeven er dus niet allemaal heen, maar
ik zie dat het lid Kostić er al wel heen is. Dus dat is dan wel even een
afweging. Ik weet ook niet hoe dat precies afgesproken is, gezien de
orde.
De heer Bikkers (VVD):
Ik heb een punt van orde. Volgens mij gebeurt het wel vaker dat we een
commissiedebat hebben en er fractiegewijs gestemd moet worden, en dan
gaat het commissiedebat gewoon door. Ik heb alle begrip voor het feit
dat er kleinere fracties zijn die misschien toch die kant op moeten,
maar ja, het is wel de gewoonte dat we dan gewoon doorvergaderen,
volgens mij. Ik vind het dus een beetje wonderlijk dat we nu gaan
schorsen, maar het is aan de commissie, lijkt mij.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Jansen ook nog een ordevoorstel heeft.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ja, ik zit te kijken naar de stemmingslijst. Er staat werkelijk bijna
niets op, dus binnen een minuut is lid Kostić terug. Volgens mij kunnen
we dus ook gewoon doorgaan met de vergadering.
De voorzitter:
Prima. Dan wil ik voorstellen dat we inderdaad gewoon doorgaan. Bent u
aan het einde van uw blokje, staatssecretaris? O, ik zie dat er nog
vragen zijn.
De heer Huidekooper (D66):
Ik was nieuwsgierig of de staatssecretaris nog wil reageren op mijn
vraag over het in kaart brengen van bestaande locaties waar staalslakken
in de leefomgeving zitten. Ze gaf een antwoord, waar ik blij mee was,
over de meldplicht, maar antwoordde nog niet op de vraag hoe we omgaan
met de staalslakken die al in de leefomgeving zijn. Ik zou daar in ieder
geval graag een overzicht van willen.
Staatssecretaris Bertram:
Ik meende dat ik net al gezegd had dat de taskforce de opdracht heeft om
locaties in beeld te brengen, zodat je daarna veel gerichter aan de slag
kunt. Dat ligt dus bij de taskforce.
De heer Huidekooper (D66):
Dat gaat dus ook over de bestaande locaties? Dat was mij niet
helder.
Staatssecretaris Bertram:
Ja, zeker.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik had nog een vraag over het RIVM, dus die zou ik nu dan graag willen
stellen. Ik ben blij met de urgentie en haast die de staatssecretaris
erachter zet, door ons aanvullend hierop een brief te sturen en ons
hierin mee te nemen, dus dank daarvoor. Ik ben nu wel benieuwd naar het
volgende, en hopelijk kan de staatssecretaris daar antwoord op geven. We
hebben denk ik wel tijd verloren met elkaar. Ik ben benieuwd naar de
formele opdrachtbevestiging richting het RIVM. Zijn er nog hobbels die
daarin genomen moeten worden? Is het reëel dat we de verloren tijd dit
jaar nog weten in te lopen, gelet op de deadline?
Staatssecretaris Bertram:
De opdracht voor de eerste fase was natuurlijk al gegeven. De opdracht
voor de tweede fase is zo ongeveer as we speak gegeven; dat was
gisteravond, vermoed ik zo. Dat betekent dat we deze week, begin
volgende week met het RIVM het volgende gesprek moeten voeren: wat is er
eigenlijk al gebeurd? Er is namelijk al veel onderzoek doorgespit. Het
gebeurt natuurlijk ook allemaal op basis van bestaand onderzoek. We
hebben zelf twee urgente vragen. Ten eerste: is er tijd verloren?
Misschien valt het mee, maar ik moet dat wat preciezer vaststellen. Ten
tweede: als er tijd verloren is, hoe halen we die dan in? Dan weet je
hoe dat zich verhoudt tot het proces dat in de decemberbrief geschetst
is.
De voorzitter:
Een aanvullende vraag van mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voor mij is dit heel verhelderend, dus dank voor dit antwoord. Er is
eerder toegezegd, richting het lid Kostić, om een actieve terugkoppeling
te geven. Mijn verzoek is om dit punt daarin mee te nemen.
Staatssecretaris Bertram:
Ik knikte ja, maar ik zal dat mondeling bevestigen: ja.
De voorzitter:
Ik kijk even rond of er verder nog leden zijn die vragen hebben over dit
blokje.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik heb wel een vraag over dit blokje, maar volgens mij zou de
staatssecretaris nog terugkomen op Tata Steel en dat hoort bij
staalslakken, dus ik denk dat zij nog niet klaar is met dit
blokje.
Staatssecretaris Bertram:
Dat klopt. Tata Steel heb ik nog staan.
De voorzitter:
U gaat nog verder met Tata Steel.
Staatssecretaris Bertram:
Zeker. Voorzitter, als u mij toestaat: ik ben één feitelijke vraag nog
vergeten te beantwoorden. Dat was de vraag van de heer Dassen over de
export van staalslakken naar de Baltische staten. Zijn vraag was: om
hoeveel gaat het eigenlijk? Het gaat om 600 kiloton LD-staalslakken. Dit
valt onder de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen. Er is op
zich geen verbod, maar het land van verzending en het land van ontvangst
moeten wel toestemming verlenen voor het transport.
Voorzitter. Dan Tata Steel. Daar zullen we volgende week een uitgebreid
debat over hebben, ook met de minister en staatssecretaris van KGG. Ik
zou daar op dit moment het volgende over willen zeggen. De JloI, de
joint letter of intent, is nog geen bindende overeenkomst, want daarin
wordt toegewerkt naar de maatwerkafspraak en dat is natuurlijk dé
bindende overeenkomst. Er zijn, in ieder geval nu, voor ons debat, twee
belangrijke momenten waarop een van de partijen kan zeggen "ik doe het
niet" of "ik wil het niet". Dat is voor Tata Steel als zij het gevoel
krijgen dat de businesscase uiteindelijk niet rondkomt. Dat heeft
natuurlijk ook te maken met wat ze met de staalslakken mogen doen. Voor
mij is het heel belangrijk dat je in de GER, de
gezondheidseffectrapportage, duidelijk krijgt of er gezondheidswinst is
en zo ja, wat die gezondheidswinst dan is.
Die informatie is nu ongeveer bij elkaar gekomen. Die brieven gaan vóór
het debat van dinsdag nog naar de Kamer. Ik moet ze straks zelf eerlijk
gezegd ook nog van a tot z lezen, maar ik zeg het u alvast, want anders
denkt u: dat had je weleens kunnen zeggen. Die brieven worden nu met
spoed klaargemaakt om naar de Kamer te sturen. Voor mij is dit heel
belangrijk. Ik zei aan het begin niet voor niets dat gezondheid nummer
één is. Ik wil zien en weten wat er uiteindelijk gebeurt op het vlak van
de gezondheid en wat de inschattingen zijn. Ik spreek morgen nog een
aantal mensen over de gezondheid en over het onderzoek dat wordt
afgerond. Maar daarmee zijn we natuurlijk nog niet klaar, want er gaan
nog andere stappen gezet worden. Dat is het proces en dat zijn de twee
momenten waarop partijen kunnen zeggen: dit gaat voor ons niet werken.
De minister van KGG heeft natuurlijk haar eigen verantwoordelijkheid.
Dat geldt ook voor de staatssecretaris. Ik ben verantwoordelijk voor het
milieu en het onderzoek naar de gezondheid is voor mij natuurlijk heel
belangrijk.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik wil het toch even kort daarover hebben. Er is een motie aangenomen
door de Kamer om alle gezondheidsadviezen van de Expertgroep Gezondheid
op te volgen. Die heeft recent tegen de Kamer gezegd: we missen nog een
aantal punten. De Commissie mer heeft ook nog een aanbeveling. Neemt de
staatssecretaris die ook serieus mee?
Staatssecretaris Bertram:
Die nemen we zeker serieus mee. Uiteindelijk zal ik daar natuurlijk mijn
eigen opvattingen over moeten hebben. Ik begrijp de moties. Als ik zeg
dat de gezondheid vooropstaat, dan mag u van mij aannemen dat dat zo is.
Uiteindelijk zul je, op basis van al die onderzoeken, tot een eigen
standpunt moeten komen. Zo zie ik het in ieder geval voor me. Het komt
ook terug in de brief, zie ik hier staan, dus dat is fijn. Die stukken
komen nog uw kant op, voor het debat van dinsdag.
Ik meen dat ik hiermee het blokje over staalslakken heb afgerond.
De voorzitter:
Het blokje over staalslakken is afgerond, begrijp ik. Mevrouw Zalinyan
heeft nog een vraag.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over de vragen die ik heb gesteld. Ik heb best wat
vragen gesteld die niet zijn beantwoord in het blokje over staalslakken.
Ik weet niet wat goed is voor het debat. Moet ik die vragen nu herhalen,
zodat de staatssecretaris ze kan beantwoorden? Doen we dat schriftelijk
achteraf of in de tweede termijn? Het lijkt me wel dat die vragen
beantwoord moeten worden.
De voorzitter:
Ik denk dat de staatssecretaris daar even op moet reageren. Hoe ziet u
dat voor zich?
Staatssecretaris Bertram:
Excuus, want het is natuurlijk wel de bedoeling dat ik alle vragen
beantwoord. Vindt u het goed als ik tussen de eerste en de tweede
termijn even met u doorneem welke vragen u nog mist, zodat ik daarop in
de tweede termijn kan terugkomen?
De voorzitter:
Prima. Dan gaan we door naar … O, het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb nog een vraag over het gedeeltelijke staalslakkenverbod, dat nu
loopt. Dat komt natuurlijk voort uit de motie van de Kamer, die een
totaalverbod wilde. De vorige staatssecretaris heeft daar een
gedeeltelijk verbod van gemaakt. Ik wil graag weten wat er gebeurt als
het toch niet lukt om al die onderzoeken af te ronden binnen dit jaar.
Is de staatssecretaris dan bereid om te kijken naar de juridische
adviezen om het staalslakkenverbod toch door te zetten totdat die
onderzoeken klaar zijn?
Staatssecretaris Bertram:
Het eerlijke antwoord is dat je geen optie onbenut moet laten als dat
nodig is. Maar ik zet hier wel op in. Ik vind dat ook mijn
verantwoordelijkheid. Dit is aan de Kamer beloofd, maar het is ook voor
het proces nodig dat we de onderzoeksresultaten aan het eind van dit
jaar hebben. Dat is waar ik nu van uitga en dat is waar ik op ga duwen
en trekken.
De voorzitter:
Dat is akkoord, begrijp ik. Gaat u verder.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mag ik nog een vraag stellen?
De voorzitter:
Er is nog een aanvullende vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Er ligt gewoon een verzoek van de Kamer voor een totaalverbod. De
staatssecretaris wilde een gedeeltelijk verbod. Ik ben benieuwd of deze
staatssecretaris de Kamer meer tegemoet wil komen om te kijken of we nog
een stap verder kunnen gaan. We kunnen bijvoorbeeld kijken naar
waterwerken waarbij staalslakken worden gebruikt. We kunnen ook zonder
een verbod maatregelen nemen, bijvoorbeeld door Rijkswaterstaat geen
staalslakken meer af te laten nemen.
Staatssecretaris Bertram:
We doen het onderzoek niet voor niks. We hebben niet voor niks
bestuurlijke gesprekken. Ik heb het liefste het proces zoals dat door
mijn voorganger op papier is gezet. Dat is het proces zoals ik ook zelf
denk dat het ordentelijk afgelopen moet worden. Dat betekent dat ik op
basis van alle onderzoeken en op basis van alle gesprekken, ook de
gesprekken met uw commissie, tot een standpunt kom. Ik ga niet
vooruitlopen op maatregelen die we zouden kunnen nemen. Ik hou dus vast
aan dat proces. Tegelijkertijd zeg ik er eerlijk bij: het onderzoek doe
je niet voor niks en de gesprekken heb je niet voor niks, dus
uiteindelijk moet je al die informatie wegen voordat je tot een
eindoordeel komt.
De voorzitter:
Nog een laatste aanvullende vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, hierover. Ik heb een juridisch advies over dit onderwerp meegegeven
aan de staatssecretaris. Juristen zeggen eigenlijk dat de vorige
staatssecretaris zich op het verkeerde REACH-artikel heeft beroepen; het
zou over REACH-artikel 28 moeten gaan. Dan maak je de grootste kans dat
Europa er akkoord mee gaat of dat je in ieder geval het verbod mogelijk
kan maken als je dat zou willen. Kan de staatssecretaris daar actief
over terugkoppelen?
De voorzitter:
Ik zie ondertussen de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik heb meer een punt van orde. We hebben volgende week een debat.
Volgens mij kan een deel van deze vragen prima daar worden
gesteld.
De voorzitter:
Het is inderdaad het verzoek om het in ieder geval beknopt te houden. Ik
zou de staatssecretaris het woord willen geven voor een antwoord op deze
laatste vraag. Daarna gaan we naar het volgende blokje.
Staatssecretaris Bertram:
Volgens mij kan het kort. Ik had volgens mij al gezegd dat ik naar het
juridisch advies zou kijken.
Voorzitter. Ik ga door met pfas. Ik heb in mijn inleiding al gezegd dat
pfas een van de belangrijkste prioriteiten is voor het kabinet. In het
regeerakkoord staat dat wij een voortrekkersrol in Europa moeten
vervullen. Dat ben ik ook aan het doen. Ik heb in mijn eerste gesprekken
in Brussel al aangegeven dat pfas een belangrijk punt is. Dat is ook
waarom de Commissaris naar Nederland kwam.
Er zijn een paar stappen van belang bij pfas. De eerste is dat we met
Europa optrekken. Dit is namelijk zo'n groot probleem; je kunt wel
nadenken over nationale oplossingen, maar uiteindelijk zul je toch ook
op het Europese niveau zaken moeten doen. Een van uw vragen was: doe je
dat ook met andere Europese landen? Het antwoord is: jazeker. We trekken
al op met een aantal landen. We hebben daarmee natuurlijk ook het
verzoek gedaan om tot een verbod te komen. Dat betekent dat we nu het
advies van de Commissie afwachten. De wetenschappelijke commissie heeft
natuurlijk aangegeven wat zij van het verzoek om een verbod vond. Dat is
ook door de Commissaris naar buiten gebracht. In dat traject proberen
wij, zo goed en zo kwaad als het gaat, op het nationale level
maatregelen te nemen die wij kunnen nemen.
De heer Huidekooper stelde de vraag of innovatie daar een belangrijke
rol bij speelt. Ja. Het zal u niet verbazen dat ik dat inderdaad vind.
Het is cruciaal voor de aanpak van pfas en voor het toekomstig
verdienvermogen. Dat is wat ons betreft ook onderdeel van een bredere
innovatieagenda. Ook hier, net als bij de staalslakken, is innovatie een
middel om te voorkomen dat het nog in producten komt, om te helpen om
wat er is, zoals in Soesterberg, uiteindelijk weer uit het milieu te
krijgen of om het in te kapselen. Dat is voor ons in ieder geval een
reden om te zeggen: innovatie is echt een belangrijk onderdeel van de
aanpak, want anders komen we er waarschijnlijk niet doorheen.
Vervolgens was de vraag van de heer Huidekooper ...
De voorzitter:
Een momentje. Er is een interruptie van de heer Huidekooper.
De heer Huidekooper (D66):
Het is meer een verduidelijkende vraag. Ik ben namelijk heel blij om te
horen dat de staatssecretaris het belang van innovatie onderkent. Ze
zegt ook dat het onderdeel moet zijn van een bredere innovatieagenda. Ik
had om de concrete toezegging gevraagd om dit met haar collega van EZ
vorm te gaan geven en naar de Kamer te sturen. Is dat de toezegging die
nu wordt gedaan? Zo ja, wanneer kunnen wij het dan verwachten?
Staatssecretaris Bertram:
Ik kom in de tweede termijn even terug op wanneer. Het antwoord is:
zeker met EZ; ik wil alleen heel even kijken wanneer het reëel is om dat
te hebben.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris Bertram:
De heer Huidekooper vroeg of er een nationaal coördinator pfas zou
kunnen komen. Ik aarzel daarover. We hebben namelijk al best veel
taskforces en dergelijke. Alles wat helpt, helpt, maar ik vraag me
serieus af of een nationaal coördinator daar nog bij gaat helpen. Ik zou
dus toch eerst de komende periode willen afwachten, om te zien wat er
uit de vier belangrijkste lijnen komt. Dan kunnen we bekijken of we echt
een nationale coördinator nodig hebben.
De heer Huidekooper (D66):
Daarmee kan ik leven, zeg ik via de voorzitter tegen de
staatssecretaris. Omdat ze aangeeft dat ze nog aarzelt, zou ik haar wel
willen oproepen om het gesprek te voeren met de coördinatoren die
Zeeland heeft aangesteld. Zij hebben ervaring. Ik ben inmiddels
overtuigd. Wellicht weten zij de staatssecretaris ook te
overtuigen.
Staatssecretaris Bertram:
Die toezegging heeft u.
Even kijken. De heer Bikkers vroeg: wanneer komt er duidelijkheid vanuit
Europa over die restrictie? Zoals ik net al zei, is op 26 maart een
belangrijke stap afgerond. Toen is de opinie van het wetenschappelijk
agentschap gepubliceerd. Daarmee is die definitief. Die staat nu 60
dagen open voor een openbare raadpleging. Die termijn is volgens mij
inmiddels ingegaan. We verwachten dat die opinie eind dit jaar wordt
vastgesteld en dat de Commissie in 2027 dit proces moet afronden met een
conceptbesluit voor de pfas-restrictie.
De andere lidstaten. Dat heb ik u meegegeven. We trekken op met de leden
waarmee we de notitie hebben opgesteld waar dit alles mee begonnen is.
Ik heb inmiddels ook in Benelux-verband de eerste gesprekken gehad om te
kijken welke positie zij gaan innemen en of dat nog zou kunnen helpen.
Het verzoek van de Eurocommissaris was om haar te ondersteunen in dat
proces. Dat zijn we ook aan het doen. Die belofte heb ik gedaan toen ik
in Brussel was.
De heer Goudzwaard had een vraag over de fluorpolymeren. Volgens mij heb
ik die al voor een belangrijk deel beantwoord. De grootste
gezondheidswinst heb ik ook al gehad.
De bodemsaneringen en de risicolocaties met betrekking tot pfas. Er is
van 1.742 locaties iets bekendgemaakt. 60% daarvan zijn gesaneerd en 33%
is in uitvoering. De verwachting is dat met het grootste deel van de
rest voor 2030 wordt begonnen. Dat zeg ik tegen de heer Bikkers. Voor
nieuwe opgaven met betrekking tot pfas maak ik soortgelijke afspraken.
Tot 2030 ligt de nadruk op het in beeld krijgen van de locaties en het
aanpakken van de locaties met de hoogste risico's.
De voorzitter:
De heer Goudzwaard?
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik zag de staatssecretaris een beetje aarzelen over de beantwoording van
mijn verzoek om een toezegging. Ik moest net heel snel zijn, want ik zat
een beetje krap in de tijd. Ik wilde eigenlijk zeggen: die
fluorpolymeren zijn niet vluchtig, giftig of bioaccumulatief. Kortom, ze
voorkomen juist dat er verontreinigende stoffen in het water komen.
Daarom vroeg ik aan de staatssecretaris: kunt u toezeggen dat u zich bij
gesprekken over het pfas-verbod gaat inzetten om te voorkomen dat
fluorpolymeren over één kam worden geschoren met pfas-soorten die
verontreiniging veroorzaken? Kan de staatssecretaris daarop
reageren?
Staatssecretaris Bertram:
Excuus. Ja, dat kan ik doen, maar daar teken ik wel bij aan dat er
uiteindelijk nooit een onzorgvuldig verbod komt, maar een restrictie per
sector. Er wordt voor alle sectoren apart gekeken wat de emissies zijn
en wat dat betekent voor het milieu. Dat is uiteindelijk de basis om het
besluit te nemen. Maar ik ga uw verzoek uiteraard honoreren. Dat neem ik
mee.
Dan vroeg de heer Jansen of de staatssecretaris kan zorgen dat het geen
alleingang wordt voor Nederland en Europa. Volgens mij had hij het over
"in de val trappen". Ik zie hem knikken. Wij zijn juist EU-wijd aan het
werken aan dat verbod. Dat is ook de opdracht vanuit het regeerakkoord.
Wij willen dus niet dat we inderdaad in een val terechtkomen. We moeten
het op een ordentelijke, zorgvuldige manier samen met de Europese landen
doen.
De laatste vraag in dit blokje was ook van de heer Jansen. Die gaat over
monsters van moedermelk en bloed bij pfas-blootstelling. Daar heeft mijn
voorganger u afgelopen zomer over geïnformeerd. De uitkomst geeft een
beeld van de blootstelling van mensen in Nederland aan pfas. Ik verwacht
de resultaten van de moedermelkmonsters en nieuwe bloedmonsters voor de
zomer.
Dan ben ik door het blokje pfas heen.
De voorzitter:
Mooi. Gaat u verder met het volgende blokje. Misschien kunnen we het
allemaal een beetje bondig houden. Dan hebben we voldoende tijd voor het
gesprek, maar zijn we ook een beetje op tijd klaar. Ik zie dat het lid
Kostić een vraag heeft.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb één vraag in dit blokje. Er werd net namelijk een toezegging
gedaan aan JA21. Gaat de staatssecretaris wetenschappelijke inzichten
als uitgangspunt nemen voor beleid?
Staatssecretaris Bertram:
Op zo'n vraag zult u van mij gelukkig altijd ja horen. Het zou een
beetje gek zijn als dat niet zo was!
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik wil het toch graag wat scherper hebben. Gaat het dan over
onafhankelijke wetenschappelijke bevindingen?
Staatssecretaris Bertram:
U zult het vast niet gek vinden dat mijn antwoord ook daarop ja is. Ik
ga ervan uit dat een wetenschappelijk rapport echt wel de nodige mate
van onafhankelijkheid heeft. Ik zeg er wel in alle ernst bij dat dat
niet wegneemt dat er tussen wetenschappers natuurlijk ook een debat kan
zijn. Uiteindelijk zullen wij daar een besluit over moeten nemen. Dat is
tenslotte onze plek. Dan kun je daar van mening over verschillen, maar
je probeert het wel te doen op basis van onderzoek waarvan je in ieder
geval zelf denkt dat het naar beste eer en geweten opgesteld is.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris Bertram:
Dan het blokje luchtkwaliteit. Mevrouw Zwinkels vroeg welke plannen de
staatssecretaris heeft voor de samenwerking tussen Rijk, provincies en
gemeenten. Ik meen dat mevrouw Zwinkels het zelf ook al opbracht, maar
het Schone Lucht Akkoord is écht een groot succes. 130 gemeenten en alle
provincies doen daaraan mee. Ik verken momenteel ook hoe die
samenwerking onder de Richtlijn luchtkwaliteit vormgegeven kan
worden.
Mevrouw Zwinkels had hierbij ook de vraag of de relatie met andere
beleidsterreinen gelegd kan worden. Een van de beleidsterreinen die ik
hierbij van belang vind, is dat het uiteraard direct een positief gevolg
heeft voor de luchtkwaliteit als je die elektrificatie zou kunnen
doorzetten. Zo zijn er natuurlijk meer onderdelen waarvan je aan de
voorkant het gesprek met elkaar zou kunnen voeren en zou kunnen
beoordelen hoe je uiteindelijk tot het beste resultaat komt. Dat is dus
ook zeker onderdeel van de strategie. Maar ere wie ere toekomt: dit
akkoord heeft heel veel betekend en doet ook heel veel goeds in
gemeenten.
De voorzitter:
Mevrouw Zwinkels heeft nog een aanvullende vraag.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Goed om dit van de staatssecretaris te horen. Ik was vooral benieuwd hoe
we dan kunnen voortbouwen op het succes van het Schone Lucht Akkoord.
Kunnen we het bijvoorbeeld ook verbreden naar gemeenten die nu nog niet
deelnemen?
Staatssecretaris Bertram:
De bedoeling is uiteraard dat er zo veel mogelijk gemeenten aan meedoen,
want je ziet al dat we op koers liggen en 50% gezondheidswinst in 2030
denken te gaan boeken. Deze 130 gemeenten hebben natuurlijk op
vrijwillige basis al meegedaan. Die resultaten proberen we echt op zo
veel mogelijk plekken weg te zetten, waar de VNG ook bij is betrokken.
Wat mij betreft is het dus van het grootste belang dat veel meer
gemeenten hier uiteindelijk profijt van kunnen hebben.
Dan is er een vraag van mevrouw Zwinkels over de routekaarten. Die
bevatten maatregelen om dreigende overschrijdingen te voorkomen. Het is
nog onduidelijk of Nederland een of meerdere routekaarten moet indienen.
Dat hangt ook een beetje af van de maatregelenmix. Ik ben hierover in
overleg met de decentrale overheden, de medeoverheden. Ik zal de Kamer
rond de zomer informeren.
Er was nog een vraag van de heer Bikkers over de Richtlijn industriële
emissies. Het gaat bij de implementatie van die herziene richtlijn om
een strikte implementatie van de Europese regelgeving. De laatste
bijeenkomst wordt binnenkort ingepland. Omdat de AMvB alleen strekt tot
uitvoering van Europese regelgeving kun je eigenlijk niet anders dan
implementeren wat er is vastgesteld. Dan heeft het niet zo veel zin om
die nog voor een internetconsultatie aan te bieden. Ook onze juristen
zeggen: er valt eigenlijk weinig af te wegen, want dit is ongeveer de
een-op-eendoorvertaling van wat we aangeboden krijgen. Dat is eigenlijk
de belangrijkste reden om geen internetconsultatie te doen.
De heer Bikkers (VVD):
Ik begrijp dat het een een-op-eenimplementatie is en tegelijkertijd hoor
ik vanuit het bedrijfsleven toch wel geluiden dat er ruimte is voor
afweging en dat zij daar heel graag het gesprek over zouden voeren. Dat
gesprek wordt gevoerd. Tegelijkertijd hebben wij als Kamer op dit moment
geen zicht op welke afwegingen er vanuit het bedrijfsleven worden
gemaakt en hoe het kabinet daarop reageert. Vanuit de rol die wij als
Kamer hebben, zou ik dus toch willen aansturen op zo'n
internetconsultatie. Zo kunnen wij zien wat er is ingebracht door het
bedrijfsleven en wat daarmee is gedaan vanuit het kabinet.
Staatssecretaris Bertram:
Misschien kan ik de heer Bikkers in enige mate tegemoetkomen. Zo'n
consultatie doen betekent namelijk ook weer iets voor de stappen die je
moet nemen, voor het proces. Ik zou alles wat is opgehaald aan uw Kamer
kunnen laten weten. Dan weet u in ieder geval hoe de discussie is gegaan
en welke informatie er op tafel is gekomen. Is dat misschien een
tussenoplossing?
De heer Bikkers (VVD):
Volgens mij komen we dan tot elkaar, ja. Dat zou heel fijn zijn.
Staatssecretaris Bertram:
Fijn. Dank u wel. Dan was er nog een vraag van mevrouw Zwinkels over de
uitstoot van fijnstof, vooral over de hoge achtergrondconcentraties. Wij
zien zelf dat ook fijnstofemissies kunnen worden teruggebracht met
maatregelen op lokaal, nationaal of Europees niveau. Er zijn inmiddels
ook wel maatregelen bekend die dat met zich meebrengen. Momenteel zijn
we aan het onderzoeken welk pakket je dan nodig hebt om aan die
grenswaarden uit de herziene richtlijn te gaan voldoen. Afhankelijk van
de omstandigheid en bronnen kan dat per locatie verschillen. Ik weet
alleen niet — dat is ongetwijfeld de vraag — wanneer we dat zicht
hebben. Als we dat niet weten, laat ik u dat in de tweede termijn even
weten.
Voorzitter, volgens mij was dit het blokje luchtkwaliteit.
De voorzitter:
Mooi. Dan kunt u verder met het volgende blokje. O, ik zie toch een
nabrander.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik heb nog een vraag over geurnormen. Is dat dan een ander kopje? Is dat
overig?
De voorzitter:
Ja.
Staatssecretaris Bertram:
Ik heb daar toch voor de zekerheid een apart blokje van gemaakt. De
vraag van de heer Jansen was: kan de staatssecretaris toezeggen dat in
de beleidsvoorstellen voor Q2 van dit jaar de economische impact op de
agrarische sector hetzelfde gewicht krijgt als de geurbeleving van de
omwonenden? Waar we mee bezig zijn, is het volgende. We zijn bezig met
die nieuwe geurregels. Daarmee wil je ook de balans herstellen, dus
minder geurhinder voor omwonenden en ruimte voor veehouders om te kunnen
blijven ondernemen. Uiteindelijk moet een gemeente ermee aan de slag.
Dat bleek mij wel in dat gesprek in Cuijk, waar ik aan de keukentafel
bij een boerenbedrijf heb gezeten en ook bij omwonenden die er gewoon
echt heel erg last van hadden. Ik kijk daar dus integraal naar en ik
neem die afweging uiteindelijk mee in het beleidsvoorstel dat ik de
Kamer rond de zomer toestuur. Dan hoort u meer van mij.
Vervolgens had mevrouw Wiersma de vraag: kunt u bij de aanscherping van
geurregelgeving uitgaan van een nieuwe meetmethode? Ik laat onderzoek
doen naar het meten van geur met een chemisch-analytische methode. Dat
biedt pas op de langere termijn perspectief voor een praktische inzet.
De basis van de huidige regels is een objectieve rekenmethode die
gebaseerd is op metingen. Voor de aanpassing van het geurbeleid gebruik
ik de technieken die nu beschikbaar en ook betrouwbaar zijn. Ik wil u
wel toezeggen dat zodra er nieuwe methodes zijn waarvan wij zelf ook
denken dat die goed inzetbaar zijn — ik snap namelijk heel goed wat het
belang is — ik u dat zo snel mogelijk laat weten.
Dan een vraag van de heer Goudzwaard. Die ging ook over de meetmethodes.
Ook tegen hem zou ik willen zeggen: zodra we nieuwe methodes hebben die
we ook in de huidige techniek kunnen inpassen, gaan we dat zeker doen.
Er zit iets — dat zegt uw commissie ook — subjectiefs in en er zit iets
objectiefs in en alles wat je kunt doen om dit objectiever te maken,
gaan we zeker doen.
Dat was het blokje geur.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie. Het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voor ons is het vooral belangrijk dat de staatssecretaris kan toezeggen
dat ze hier ook uitgaat van gezondheidsexperts, dat ze die ook
raadpleegt. We hebben namelijk nog wat goed te maken als overheid
richting omwonenden, gezien de uitspraak van de rechter. Die heeft
gewoon gezegd: er worden hier mensenrechten geschonden, die wetgeving
moet beter. Worden die gezondheidsexperts nadrukkelijk betrokken bij
verdere wetgeving?
Staatssecretaris Bertram:
Ik zat te knikken, maar dat werkt natuurlijk niet. Het antwoord is ja,
maar dat betekent dus wel dat je 'm echt in de breedte pakt. Hoe
objectiever we uiteindelijk kunnen zijn, hoe liever het me is.
Dan ben ik bij het laatste blokje: overig. Er was een vraag van de heer
Jansen: hoe gaat u voorkomen dat het achtste actieprogramma
Nitraatrichtlijn een eenzijdige lastenverzwaring voor boeren wordt? Op
dit moment trekken we samen op met het ministerie van LVVN om dat
actieprogramma Nitraatrichtlijn op te stellen. Daar wordt uw Kamer apart
over geïnformeerd. De trekker van het achtste actieprogramma is
uiteraard de minister van LVVN, maar ik beloof dat ik in ieder geval al
uw aanmoedigingen om dit ook weer zo objectief mogelijk te doen zal
doorgeven.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, voorzitter. Dit is even een kleine aanvulling op de
staatssecretaris, want het achtste actieprogramma is er niet en zal er
niet komen. Als mijn informatie klopt, dan wordt dat het negende
actieprogramma.
Staatssecretaris Bertram:
Ik ga er helemaal van uit dat mevrouw Wiersma het bij het rechte eind
heeft. Dan maak ik ervan "het negende actieprogramma". Ik geef nog
steeds de opmerkingen door en ik ga het in ieder geval zelf ook even na.
Dank u wel.
Dan de deadline '27 voor de KRW, de Kaderrichtlijn Water. Is die nog
steeds realistisch en is aanpassing van die deadline al ter sprake
gekomen, was de vraag van de heer Jansen. Het voortouw hierbij heeft de
minister van IenW. Mijn informatie is dat in de aanloop naar het
commissiedebat Water in juni de Kamer zal worden geïnformeerd over de
uitvoering van die Kaderrichtlijn Water.
Ik had nog een vraag van de heer Jansen over de bodemgezondheidsindex.
De bedoeling is dat die nieuwe index niet wettelijk bindend wordt voor
decentrale overheden en woningbouw. Die is vooral bedoeld als
hulpmiddel. Als bijvoorbeeld op een evenemententerrein water blijft
staan en je het goed wilt afvoeren, dan helpt dit. Het is geen
belemmering voor de woningbouwopgave.
De heer Chris Jansen (PVV):
De vraag die erachter ligt is natuurlijk: kunnen mensen die bezwaar
willen aantekenen hiermee naar een rechter stappen? Dat is eigenlijk de
vraag die erachter zit.
Staatssecretaris Bertram:
Na een kleine consultatie hier achter de tafel denk ik toch dat ik
volhoud dat als die niet wettelijk bindend is, je ook deze procedures
niet krijgt. Een hulpmiddel is een hulpmiddel. Dus ik ga het nog even
checken, maar ik ga ervan uit dat dit het goede antwoord is.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris Bertram:
Even kijken. Het lid Kostić vroeg nog naar de concrete maatregelen of
eigenlijk de niet-concrete maatregelen in de Actieagenda Industrie en
Omwonenden. Van de stelling dat er al jarenlang geen positieve milieu-
en gezondheidseffecten zouden zijn, zou ik zeggen: dat lijkt me niet,
maar het is wel belangrijk dat we de vijf nieuwe acties die in gang
gezet zijn door kunnen zetten. Daarnaast zijn we natuurlijk bezig — dat
heb ik net al in mijn inleiding gezegd — met de versterking van het
VTH-stelsel, het stelsel voor vergunningverlening, toezicht en
handhaving, de implementatie van de herziene Richtlijn industriële
emissies, het Impulsprogramma Chemische Stoffen, de uitwerking van het
voorzorgsbeginsel en maatwerkafspraken over verduurzaming van de
industrie. Dit zijn in ieder geval vijf acties die ik zelf heel serieus
neem, want hoe meer we hiermee bezig zijn, hoe liever me dat is.
De laatste vraag die ik nog heb in dit blokje overig is van het lid
Kostić. Is de staatssecretaris bereid om de bij de Actieagenda Industrie
en Omwonenden meegezonden factsheets met beleidsopties opnieuw te wegen?
Bij het opstellen van de Kamerbrief van 19 december hebben we die opties
gewogen en omdat je niet alles kunt doorvoeren, althans meestal niet,
maar sommige dingen wel, is die brief uiteindelijk tot stand gekomen
zoals die er nu uitziet. We gaan wel in de praktijk aan de slag met
metingen en de adviesrol van de GGD. Dat doen we ook met de
beleidsmatige verkenningen en er komt een gesprekstafel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Hier maak ik me dan toch echt zorgen over. Ten eerste zei een
omgevingsdienst de dingen die zijn gezegd, namelijk dat er geen concrete
stappen zijn genomen en dat er veel mist. Mijn concrete vraag was dus:
wil de staatssecretaris hierover in gesprek gaan met de omgevingsdienst
en naar aanleiding daarvan terugkoppelen per brief op zo kort mogelijke
termijn welke stappen moeten worden gezet?
Staatssecretaris Bertram:
Ik ga een poging wagen om een brug te slaan naar mevrouw Kostić. Sorry,
naar het lid Kostić. Ik heb sowieso gesprekken met de omgevingsdiensten,
ook vanwege dat VTH-stelsel. Dat vind ik het goede moment om dan ook nog
eens een keer deze zaken met ze door te nemen. Ik kan dan niet beloven
dat ik het al volgende week of de week erop heb. Ik vind het VTH-stelsel
echt belangrijk, omdat dat toch ook duidelijk moet maken welke positie
alle partijen in dat best wel ingewikkelde milieuproces hebben. Ik zal
dan deze punten ook met ze doornemen.
De voorzitter:
Wanneer wordt de Kamer daarover geïnformeerd, is denk ik de
vervolgvraag.
Staatssecretaris Bertram:
Ik denk rond de zomer.
De voorzitter:
En nog een vervolgvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, over die factsheet. Dat is echt wel fundamenteel. Er zijn acht
onderzoeken en tientallen concrete voorstellen om actie te ondernemen,
waarvan de ambtenaren zeiden: als je al die andere maatschappelijke
organisaties, medeoverheden en toezichthouders tegemoet wil komen, neem
daar dan meer maatregelen van. Van al die tientallen maatregelen zijn er
nu twee meegenomen in de vorm van een pilot. Dat is veel te slap, veel
te slap. Ik wil echt deze staatssecretaris vragen om toe te zeggen om
daar gewoon nog een keer vers naar te kijken, want de beslissing in
december werd genomen door de vorige staatssecretaris. Ik vraag haar om
daarop terug te komen voor de zomer, om te kijken of daar niet meer
inspiratie uit te halen valt dan wat de vorige staatssecretaris kon
toezeggen.
Staatssecretaris Bertram:
Wat ik het lid Kostić in ieder geval zou kunnen toezeggen is dat ik deze
kwestie opnieuw met ze ga bespreken en dat ik u laat weten wat het
resultaat van dat gesprek is geweest. Dat neem ik mee in het stelsel dat
ik sowieso nog een keer met ze wil doornemen, ook over het VTH. Rond de
zomer kom ik daarop terug. Ik beloof u dat ik daar serieus naar zal
kijken.
De voorzitter:
Dat was de afronding van het laatste blokje. Dank u wel. Dan gaan we
naar de tweede termijn van de Kamer. In de tweede termijn heeft u nog 1
minuut en 40 seconden, maar het mag uiteraard ook korter. Lid
Kostić.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, mag ik nog één vraag stellen aan u? Ik zou nog even
doornemen met mevrouw Zalinyan welke vragen ik nog niet beantwoord had.
Misschien kan het anders heel even ambtelijk geregeld worden, zodat we
dit in de tweede termijn gelijk kunnen meenemen.
De voorzitter:
We komen zo meteen bij mevrouw Zalinyan en dan kan ze daarop ingaan.
Bedankt voor de reminder. Lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Ten eerste wil ik de staatssecretaris danken voor haar
uitgebreide antwoorden. Dat is verfrissend. Tegelijkertijd wil ik ook
een tweeminutendebat aanvragen. Ook wil ik benadrukken dat deze Kamer
gewoon een verzoek heeft gedaan, een motie heeft aangenomen voor een
totaalverbod op staalslakken totdat er duidelijkheid is over de
veiligheid ervan. Het is mij nog steeds niet duidelijk waarom deze
staatssecretaris het gedeeltelijke verbod alleen maar voortzet. Ik snap
dat ze op onderzoeken wacht, maar de Kamer zegt: prima, wacht op
onderzoek, maar doe dan een totaalverbod. Ik wil haar toch meegeven om
daar meer in mee te bewegen.
Tot slot. Als het gaat over het VTH-stelsel, zijn er ook signalen dat
het niet goed gaat met het toezicht en de handhaving. Daar heeft de
Algemene Rekenkamer van de week nog de Kamer over geïnformeerd. Ik
hoorde de staatssecretaris net zeggen dat ze daarover in gesprek gaat,
ook met de omgevingsdiensten. Ik zou zeggen: neem ook de signalen van de
Algemene Rekenkamer mee en koppel dat terug in die brief. Dat is mijn
laatste verzoek.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik wilde van deze tweede termijn gebruikmaken om het
te hebben over het onderwerp vertrouwen. Dat heeft met name met het
volgende te maken. Als oud-wethouder in de IJmond heb ik ook gezien hoe
ontzettend gepolariseerd het onderwerp Tata Steel is in de samenleving,
maar dat zie je overal in het land. Je ziet het ook met name
bijvoorbeeld in Spijk, waar mensen zich genoodzaakt voelen om zelf
onderzoeken te gaan doen, waar ze zelf advocaten inhuren om zich maar te
kunnen bewapenen tegen de overheid. Volgens mij is juist de overheid er
om de gezondheid te beschermen van al die mensen die bij grote
industrie, bij de grote vervuilende bedrijven wonen. Ik zou eigenlijk
ook aan de staatssecretaris willen vragen of zij hier toch een reflectie
op wil geven.
We zien het elke keer. Ik heb net al granuliet genoemd. Ik zie nu heel
veel parallellen met staalslakken. Laten we alsjeblieft voor de
makkelijke weg kiezen en niet voor de weg van granuliet. Er zitten hier
genoeg Kamerleden die echt doorbijten en die dit niet los zullen laten.
Ik wil u echt verzoeken, via de voorzitter, om hier alsjeblieft mee aan
de slag te gaan. Herstel ook dat vertrouwen in al die gebieden. Het gaat
immers niet alleen om Spijk of Eerbeek, het gaat om al die gebieden waar
mensen rondom industrie wonen. Die mensen, gewoon gewone mensen, maken
zich zorgen over hun gezondheid in de meest basale vorm. Ik wil dus echt
een oproep doen aan deze staatssecretaris, maar ook aan de
coalitiepartijen en aan dit kabinet om hier echt werk van te
maken.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de heer Huidekooper van D66.
De heer Huidekooper (D66):
Ook ik wil allereerst de staatssecretaris bedanken voor haar uitgebreide
antwoorden. Tot dusver krijg ik de indruk dat zij hier echt met goede
intenties in zit, en dat waardeer ik; dat wil ik ook gezegd hebben in
dit debat.
Met betrekking tot pfas ben ik heel blij dat de Eurocommissaris gelijk
in Nederland op bezoek is geweest, en ja, dat Nederland ook die
voortrekkersrol pakt zoals we dat ook hebben afgesproken in het
coalitieakkoord. Tegelijkertijd zag ik ook dat de Eurocommissaris heeft
gezegd dat ze denkt aan gepaste uitzonderingen. Ik zou wel benieuwd zijn
wat op basis van die gesprekken het beeld nu is: wat zijn die
uitzonderingen? Kijk, voor bepaalde medicatie kunnen we ons dat allemaal
voorstellen, maar laten we voorkomen dat hier een lobby wordt gestart
waardoor uiteindelijk alsnog heel veel mogelijk gaat zijn. Ik zou de
staatssecretaris tot het volgende willen aansporen. Nederland heeft
natuurlijk als waterland binnen de EU al allerlei koplopergroepen op het
gebied van water. Ik zou u willen aansporen om ook pfas daar stevig
onder de aandacht te brengen zodat we ook echt concreet invulling geven
aan deze koplopergroep.
Verder wil ik met betrekking tot de Actieagenda Industrie en Omwonenden
nog even benadrukken wat het lid Kostić ook heeft aangegeven. Het is
gewoon heel duidelijk dat die agenda vanuit het OVV-rapport komt omdat
de belangen van omwonenden van ziekmakende fabrieken heel lang te slecht
zijn gehoord. Dan vind ik het schrijnend om in de beslisnota te lezen
dat de industriebelangen daar verder in verweven zijn. Volgens mij zijn
er heel veel mensen die er al heel veel jaren last van hebben, en die
moeten we gewoon recht doen. Ik zou de staatssecretaris dus toch echt
willen oproepen om daar nog een keer goed naar te kijken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Jansen.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de staatssecretaris en de ambtelijke
ondersteuning voor de uitstekende beantwoording. Die had ik ook niet
anders verwacht, zeg ik als ik de ambtenaren bij de staatssecretaris zie
zitten. Ik wil wel het volgende opmerken. Eurocommissaris Roswall was
volgens mij van de week in het land. Dat is nou precies ook de reden
waarom ik die vraag stelde: let nou wel even op dat we niet stappen gaan
zetten waar je later spijt van krijgt, bijvoorbeeld rondom pfas omdat er
nog geen alternatieven zijn zonder dat smerige goedje. Dat wil ik dus
wel als kanttekening meegeven.
Overigens misschien ook in aanvulling op de opmerking van mijn collega
van GroenLinks-Partij van de Arbeid: ja, vertrouwen is absoluut
belangrijk en moet worden teruggewonnen, maar het gaat natuurlijk niet
alleen om de industrie. Het gaat juist ook over waar het is toegepast.
Er komen steeds meer locaties waar dit opnieuw aan de orde komt. Ik denk
dat daar met name ook een taak voor ons als overheid is weggelegd, of
het nou landelijk, regionaal of gemeentelijk is, om het vertrouwen te
herstellen. Ik denk namelijk dat mensen gewoon baat hebben bij goede
voorlichting over wat er is gebeurd, hoelang het is gebeurd en waar ze
bij wijze van spreken op moeten letten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bikkers.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk ook namens mij dank voor de
beantwoording. Ik vind het goed om te zien dat de houding van deze
staatssecretaris echt "laten we op zoek gaan naar oplossingen die niet
alleen goed voelen, maar ook echt goed werken" is. Want als we alleen
aan het eerste denken, dan krijgen we volgens mij een heleboel verboden.
We zullen tegelijkertijd zien dat er vooral ook innovatie nodig is om de
industrie zover te krijgen dat we de stap kunnen zetten naar
bijvoorbeeld het afscheid nemen van pfas en het niet meer gebruiken van
staalslakken op de verkeerde manier. Laten we vooral zoeken naar de
innovatieve manieren waarop dingen veilig kunnen. Die houding heb ik
vandaag bij de staatssecretaris gezien. Dat doet mij deugd, ook de wijze
waarop zij aangeeft hoe we nu toch transparantie gaan geven over wat we
meegenomen hebben van die Richtlijn industriële emissies. Ik denk dat we
op deze manier een mooie periode tegemoet gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de bijdrage van mevrouw Zwinkels van het
CDA.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ook namens ons dank aan de staatssecretaris voor
deze goede beantwoording en ook voor de voortvarendheid op dit dossier
als het gaat om ons milieu en een gezonde leefomgeving. Ik sluit me ook
aan bij de oproep tot vertrouwen. Dat heb ik ook in mijn eerste termijn
gedaan. Daarin is juist ook het VTH-stelsel van de omgevingsdiensten zo
belangrijk. Ik hoop dat we daarover later met elkaar nog een
commissiedebat gaan voeren, wanneer de brief van het kabinet daarover
onze kant op is gekomen.
Ik ben ook blij met de aanpak die wordt gevolgd samen met de VNG, met de
gemeenten, en dat er nu dus wordt gestart met een RIVM-onderzoek en dat
daaruit ook de voorwaarden gaan blijken voor de inzet van
staalslakken.
Ik ben ook blij met de brief die naar de Kamer komt over Tata Steel,
voorafgaand aan het debat van volgende week.
Ik zit nog een beetje na te denken over een motie of een ander voorstel
ten aanzien van de secundaire bouwstoffen, maar ik wil toch nog even
kijken waar het kabinet op dat punt mee komt.
Dan wil ik afronden met "luchtkwaliteit". Daar heb ik natuurlijk veel
vragen over gesteld. In deze tweede termijn zou ik de staatssecretaris
toch nog willen vragen om in te gaan op de routekaarten. Zojuist werd
toegezegd dat die rond de zomer komen. Dank voor die toezegging, maar ik
wil ook weten of daar meteen al inhoudelijke prioriteiten in kunnen
worden beschreven, juist omdat dat tijdpad richting 2030 zo krap is. Dat
zou ik namelijk erg behulpzaam vinden. Ik zou ook willen weten of de
informatie rondom fijnstof en de achtergrondconcentraties op hetzelfde
moment onze kant op zouden kunnen komen.
Daar wil ik het bij laten. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Ook van mij complimenten aan de staatssecretaris voor
de beantwoording. Ik zie volgens mij ook een pragmatische aanpak tot
stand komen onder deze staatssecretaris, die een brug wil slaan tussen
praktijk en beleid. Dat is althans mijn eerste indruk. Daarin trek ik
graag samen met haar op.
Ten aanzien van de beantwoording van zojuist over de inzet van
geurtechnieken ben ik nog wel benieuwd naar een tijdlijn. Volgens mij
zijn er namelijk wel bestaande technieken die inzetbaar zijn en is het
van cruciaal belang dat we van subjectiviteit naar objectiviteit gaan in
dat kader.
Waar het gaat om staalslakken — ik heb hier met nadruk Zeeland
aangehaald; dat gaat over de Ooster- en Westerschelde — is mij niet
geheel duidelijk of deze toepassing van staalslakken ook op andere
plekken in water plaatsvindt, maar dat zou de staatssecretaris misschien
in een toekomstige brief mee kunnen nemen. Daar ben ik dan eigenlijk wel
benieuwd naar.
Het kan zijn dat ik onvoldoende heb opgelet, maar heb ik de
staatssecretaris aan mijn zijde, bij wijze van spreken, als het gaat om
de paasvuren? Misschien heb ik het antwoord daarop gemist, maar ik vind
het toch van belang om die alsnog even te benadrukken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Goudzwaard.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank, voorzitter. Ook mijn dank aan de staatssecretaris en de ambtenaren
voor de beantwoording van alle vragen. Het is vooral goed om
staalslakken uitvoerig besproken te hebben. Ook in Friesland hebben we
daar veel problemen mee gehad, bij de Centrale As en de Haak om
Leeuwarden.
Er is toch nog iets waar JA21 zich een beetje zorgen over maakt. We
hebben de Kaderrichtlijn Water, waarvan volgens mij bijna geen Europees
land de doelen gaat halen. We hebben stikstof, waarbij volgens mij
NH3 niet de enige drukfactor is. We willen een circulaire
economie nastreven, maar er is op geen enkele manier vergunningverlening
voor RENURE los te krijgen. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Dan komt
daar ook nog eens de extra strenge regelgeving omtrent geur bij. Pas op
de belastbaarheid van onze ondernemers, zeg ik richting de
staatssecretaris. Natuurlijk wonen we in een heel dichtbevolkt land en
moeten we op elkaar letten. Dat is helder, maar aan het eind van de dag
hebben mensen ook een baan nodig. We moeten ook gewoon geld verdienen om
dit welvaartsniveau in stand te kunnen houden.
De voorzitter:
Dank u wel. Daar komt een interruptie op van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb eerst een constatering. Er is geen banentekort in Nederland,
gelukkig maar. JA21 zegt "pas op de druk op de ondernemers", maar vindt
JA21 dat we ook een beetje moeten passen op de druk op omwonenden? De
rechter heeft samen met wetenschappers namelijk al geconstateerd dat de
huidige wet de gezondheid van omwonenden onvoldoende beschermt. Kan JA21
ook een beetje medeleven hebben met de omwonenden en kijken hoe we het
dan wel goed kunnen krijgen?
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik ben het helemaal eens met lid Kostić. Natuurlijk moeten wij daar ook
naar kijken. Ik noemde gewoon even de optelsom van wat ons zorgen baart.
We willen als partij ook niet te lichtzinnig doen over klachten die
omwonenden ervaren. Zeker.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan resteert ons nog de beantwoording in tweede termijn,
maar er is ook nog de vraag van mevrouw Zalinyan uit het eerste rondje.
Misschien kunt u daarmee beginnen, staatssecretaris. Ik weet niet of u
nog tijd nodig heeft voor de beantwoording in tweede termijn. Of kunnen
we in één keer doorgaan? Misschien kunt u dat ook aangeven.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, als ik even één minuutje het setje mag doornemen, dan weet
ik even wat ik al wel beantwoord heb en wat niet. Anders belast ik u te
veel.
De voorzitter:
Dan wil ik voorstellen dat we even vijf minuten schorsen. Dan kunt u
daarna de beantwoording in één keer doen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag. We gaan verder met het commissiedebat Leefomgeving. Ik
verzoek iedereen weer te gaan zitten en om een beetje stilte in de zaal;
dan kunnen we verder. We gaan verder met de beantwoording van de tweede
termijn. Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor de
beantwoording.
Staatssecretaris Bertram:
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de commissie voor dit fijne debat.
Volgens mij helpt het mij heel erg om met u dit gesprek te hebben,
vooral ook omdat gezondheid inderdaad bovenaan staat en we dit debat ook
echt nodig hebben om weer een aantal stappen te zetten. Ik wil
onderstrepen wat vanuit verschillende kanten, door mevrouw Zalinyan en
ook door de heer Jansen weer is gezegd, maar eigenlijk denk ik dat de
hele commissie dit wel vindt: als je die gesprekken voert aan de
keukentafel of op de gemeentehuizen, dan is het vertrouwen in hoe je het
doet met gezondheid, wat dat betekent voor mensen, wanneer je
onderzoeken goed genoeg vindt, volgens mij cruciaal. Dat is in ieder
geval een van de punten waarom ik dit bovenaan zet. Het is niet zomaar
een soort technisch punt, want dit kost gewoon tijd, maar het is wel
heel belangrijk dat we daaraan werken. Ik onderstreep dat dus en neem uw
aansporing richting mij meer dan serieus. Alles wat ik daaraan kan doen,
zal ik zeker doen. Dat geldt overigens ook voor wat mevrouw Zwinkels zei
over de samenwerking met de medeoverheden, ook in het VTH-stelsel. Het
is superbelangrijk dat wij als overheden samenwerken. Daarom noemde ik
ze ook "medeoverheden". Van een oud-gemeentesecretaris van Den Haag kunt
u niet anders verwachten dan dat het voor mij nooit "lagere overheden"
zijn, maar altijd "medeoverheden". Uiteindelijk moet je dit gezamenlijk
doen. Ook daarom vind ik het belangrijk om dat gesprek te blijven
voeren. En uiteindelijk zijn wij ook weer afhankelijk van het lokaal
gezag en wat daar gebeurt, maar we moeten het wel echt in samenwerking
doen, juist om het voor de burgers, wat wij tenslotte allemaal zijn, qua
gezondheid ook zo goed mogelijk te doen.
Ik heb nog een aantal specifieke vragen.
De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ja. Die gaat over het VTH-stelsel. Ik wil graag van de staatssecretaris
weten of zij bereid is om ook naar het VTH-stelsel te kijken, en niet
per se vanuit de bevindingen die de commissie-Van Aartsen al heeft
gedaan. Dus opnieuw even bekijken of dat wel voldoet en op welke manier;
zeg maar een soort herijking van de commissie-Van Aartsen. Kan zij
daarnaar kijken?
Staatssecretaris Bertram:
Dat kan ik toezeggen. Ik spreek de heer Van Aartsen binnenkort. Dat is
natuurlijk mijn oud-burgemeester van Den Haag, dus dat zal een vreugde
zijn. Maar los daarvan ben ik van plan om juist met de medeoverheden,
maar ook met de omgevingsdiensten, het gesprek te voeren, zoals ik zonet
ook aan het lid Kostić heb toegezegd, om te kijken hoe je dit steviger
krijgt en hoe het ook echt zijn werk kan gaan doen. Volgens mij is daar
ook echt werk te doen. En als dit VTH-stelsel echt gaat werken, kan dat
ons allen gewoon helpen.
Dan heb ik nog een aantal praktische vragen. Ik vermoed ...
De voorzitter:
Nog een interruptie van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nog even over dat vertrouwen. Ik zit al heel lang op dat Tata-dossier,
ken alle belangen en weet hoe hard omwonenden hebben moeten vechten om
überhaupt erkend te worden. Ze hebben te maken gehad met een bedrijf dat
echt sjoemelde met cijfers en beloftes. De Reclame Code Commissie en de
omgevingsdiensten in Noord-Holland hebben Tata Steel daarover op de
vingers getikt. Dat wantrouwen komt dus ergens vandaan. Ik vraag de
staatssecretaris daarom om voor dat debat even met die omwonenden, met
Wijk aan Zee, te bellen over dat "gezondheid op één", om het ook echt te
kunnen voelen. Als Statenlid heb ik dit meegemaakt en ben ik echt
geschrokken van hoe dat daar gaat.
Staatssecretaris Bertram:
Ik kan u toezeggen dat ik er ook zelf naartoe ga. Er is al een gesprek
gepland en ik heb afgelopen maandag al met een aantal bewoners
gesproken. Dat blijf ik ook doen, want het voedt mij in mijn eigen
oordeelsvorming.
De voorzitter:
Mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank voor deze beantwoording ten aanzien van VTH en de
omgevingsdiensten. Ik deed net de suggestie om te kijken of we daar ook
een commissiedebat over kunnen organiseren. Daar zullen we als commissie
natuurlijk zelf over gaan, maar ik was benieuwd of de staatssecretaris
nog een aanbeveling kon geven voor wanneer in het jaar een goed moment
zou kunnen zijn, omdat er mogelijk nog informatie vanuit het kabinet
naar onze kant komt.
Staatssecretaris Bertram:
Ik zou suggereren vóór de zomer, voorzitter.
De voorzitter:
Ik zie veel blijdschap ontstaan hier.
Staatssecretaris Bertram:
Ja, nou begin ik wel een beetje nerveus te worden. Ik weet niet wat ik
precies heb toegezegd.
De voorzitter:
Er ontstaat hier een aanvullende vraag van mevrouw Zwinkels, ter
verheldering, denk ik. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja, dank, voorzitter. Met de onderlinge samenwerking zit het wel goed
volgens mij. Ik hoorde net ook iets over een toegezegde brief in de
zomer, dacht ik. Ik zou zelf eigenlijk de suggestie willen doen om op
het derde kwartaal, in september, te mikken. Maar goed, dan weet ik in
ieder geval dat het vanuit het kabinet geen enkel probleem is om het
eventueel eerder te doen.
De voorzitter:
Staatssecretaris, gaat u verder. U heeft het gehoord.
Staatssecretaris Bertram:
Jazeker. Dank daarvoor. Ik zou het zelf heel interessant vinden, omdat
je het dan in een vroeg stadium kunt ophalen. Dan voegt het ook iets
toe. Dat was eigenlijk mijn suggestie.
Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal vragen liggen die om antwoord
vragen. Dat is de vraag van het lid Kostić over het totaalverbod. U zult
waarschijnlijk niet verbaasd zijn dat ik toch vasthoud aan het antwoord
dat ik heb gegeven, namelijk: we hebben die brief en ik volg die
stappen. Maar ik heb u toegezegd, en dat mag u rustig van mij aannemen,
dat ik ook ander onderzoek ga betrekken bij mijn oordeelsvorming en dat
ik in ieder geval de stappen in de volgorde waarop ze in die
decemberbrief staan, ga doorlopen en daar de onderbouwing die nodig is
bij ga halen.
De voorzitter:
Ik dacht: het blijft stil. Maar is toch nog een vraag van het lid
Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, omdat ik al een paar keer heb geprobeerd te wijzen op het feit dat
de Kamer al heeft besloten om een totaalverbod in te stellen totdat de
onderzoeken klaar zijn. Ik begrijp dat deze staatssecretaris toch een
deel van het oude beleid doorzet. Maar goed, dat laat ik nu even rusten.
Ik wil wel weten wie er nou precies in die taskforce zit en wanneer we
daar de resultaten van kunnen verwachten, want dat is mij
onduidelijk.
Staatssecretaris Bertram:
Daarin zitten vertegenwoordigers van de koepels, omgevingsdiensten,
medeoverheden en gezondheidsdiensten. Als u dat preciezer wilt weten,
kan ik dat ook nog even toesturen, maar dat is echt een heel breed palet
om ervoor te zorgen dat je in de breedte ophaalt. Ik zie dat u dat graag
nog van mij hoort. Dat gaan we doen.
Dan heb ik een vraag liggen van de heer Huidekooper over pfas en de
toegepaste uitzonderingen. Er is nog niet bepaald welke uitzonderingen
er zouden moeten zijn. Ik begrijp de waarschuwing heel goed. Ik heb in
ieder geval wel begrepen dat je juist ook met medische apparatuur echt
voorzichtig moet zijn, omdat je die gewoon nodig hebt. Op die manier
wordt er volgens mij ook naar gekeken. Uiteindelijk komt daar natuurlijk
een voorstel voor. Ik ben het er wel mee eens dat het niet gaat werken
als je te veel uitzonderingen maakt, maar je moet wel heel precies
kijken.
De heer Jansen heeft mij ook op pfas gewezen. Hij zei: "Zorg dat er
vertrouwen is in de samenleving. Dat betekent bedrijven, maar dat
betekent ook bewoners. En zorg dus voor die duidelijkheid." Ik zeg u dat
toe, want dat lijkt me ook goed.
Voorzitter. De heer Bikkers heeft gevraagd naar pfas-oplossingen en de
samenwerking met EZK. Die is er. In het vierde kwartaal komen we met
extra informatie. Dan krijgt u ook het resultaat.
Mevrouw Zwinkels vroeg naar de routekaarten en fijnstof. Halverwege het
jaar komt er zicht op die routekaart, inclusief fijnstof. Dat komt dus
in één keer mee.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik had daarnaast ook gevraagd of er ten aanzien van die routekaarten in
de zomer ook al iets kan worden meegegeven aan prioriteiten, dus al meer
inhoudelijk.
Staatssecretaris Bertram:
Als we met die informatie komen, dan zit een deel van de prioriteiten
daar al in en dan wordt ook het onderwerp fijnstof meegenomen.
Mevrouw Wiersma vroeg naar de geurtechnieken. Het onderzoek dat op dit
moment loopt, wordt in 2027 afgerond. Vanuit dat onderzoek kunnen we ook
preciezer bepalen wat we toe kunnen voegen aan de manier waarop we die
onderzoeken nu doen.
Voorzitter. Dan de paasvuren. Dat antwoord had u nog van mij tegoed. Het
echte antwoord is natuurlijk: ik ga hier niet over; dat doet het lokaal
gezag. Dat moet ook vooral zo blijven. Ook bij het vuurwerk heb ik
gezegd en verdedigd dat er altijd redenen kunnen zijn waarom je
uiteindelijk toch afscheid neemt van een traditie die belangrijk is, dan
wel die anders gaat invullen. Zo kijk ik ook naar paasvuren. Volgens mij
is het belangrijk dat we aandacht hebben voor tradities die belangrijk
zijn voor mensen en dat je niet al te makkelijk zegt: het kan niet meer;
we doen het niet. Tegelijkertijd kan op enig moment het ongemak zo
oplopen en kunnen er zo veel andere belangen spelen dat je er wel heel
serieus naar moet kijken. Zo heb ik dat ook met vuurwerk proberen te
doen in de korte tijd die ik er zat om dat gesprek te voeren, maar ik
ben niet van de school die al te makkelijk zegt: wat maakt het nu uit?
Dat kan ik u in ieder geval meegeven.
De heer Goudzwaard vroeg naar de Kaderrichtlijn Water. Wij komen met een
aantal regels. Ik weet alleen niet wanneer. Ik hoor de ambtelijke
ondersteuning zeggen dat de minister van IenW volgende maand met een
brief komt.
Voorzitter. Dan had ik nog het setje vragen van mevrouw Zalinyan. Ik
meende dat ik een deel al had doorgenomen. Het overgrote deel ging over
Tata Steel. Ik zou hier nog een keer willen benadrukken dat er vandaag
of morgen nog brieven naar uw Kamer gaan met informatie, juist ook over
gezondheid, maar natuurlijk ook over wat de intentieovereenkomst
voorstelt en hoe je het proces richting die maatwerkafspraak inricht.
Voor mijn verantwoordelijkheid is het heel erg van belang wat er
uiteindelijk rondom gezondheid op papier komt te staan, maar ook wat het
onderliggende onderzoek is. Daar heb ik ook nog een aantal gesprekken
over. Voor Tata Steel is het een ontbindende voorwaarde als blijkt dat
ze hun businesscase niet rondkrijgen. Dat kan zijn door staalslakken,
maar ook door iets anders. Dat is voor het bedrijf een mogelijkheid om
te zeggen: dan kunnen wij uiteindelijk geen akkoord geven op de
maatwerkafspraak zoals die in voorbereiding is. Dat gaan we allemaal de
komende periode meemaken. Dat is dus de situatie rondom die JloI, die
intentieovereenkomst die nu in de maak is, en het proces in de aanloop
naar die maatwerkafspraak. Voor mij zijn dus cruciaal wat er in de
komende periode aan onderzoek naar gezondheid en in onderliggend
materiaal beschikbaar komt, maar ook mijn gesprekken met deskundigen en
omwonenden, want ik wil die weging uiteindelijk zo goed mogelijk
maken.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie van mevrouw Zalinyan.
Staatssecretaris Bertram:
Ik heb nog twee vragen van mevrouw Zalinyan. Uw vraag was: is er contact
geweest met Tata Steel voordat die brief over circulaire economie is
verstuurd? Het antwoord is: nee, in ieder geval niet vanuit ons.
Uw tweede vraag ging over het advies dat gemeenten daarover hebben
uitgebracht. Wij kennen waarschijnlijk één advies. We gaan er nog wel
even achteraan. De ene melding ging over secundaire bouwstoffen. We gaan
nog precies kijken naar de andere twee. Als de gemeenten ermee akkoord
gaan dat hun adviezen worden gedeeld, kan ik dat natuurlijk doen, maar
ik moet daar wel met die gemeenten over in gesprek.
Voorzitter, ik geloof dat ik nu dan toch een heel eind in de
beantwoording ben.
De voorzitter:
Ik zag eerst mevrouw Wiersma nog met een vraag.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Klopt, voorzitter. Ik heb nog geen antwoord gehoord op mijn vraag. We
weten over de Ooster- en de Westerschelde dat daar die staalslakken in
het water gebruikt worden. Ik had specifiek gevraagd of dit ook op
andere plekken speelt. Ik moet nu zelf ook door, dus ik vind het goed
als de staatssecretaris zegt dat ze bij de volgende communicatie over
dit onderwerp daarover iets vertelt in een brief die naar onze Kamer
gaat.
Staatssecretaris Bertram:
Ik kan hem misschien heel snel beantwoorden. Bij ons is niet bekend dat
het ook ergens anders speelt. We hebben dus vooral het gesprek met het
Zeeuwse gezag, dus met de Zeeuwse gemeenten en provincie. Zodra we
indicaties hebben, gaan we daar natuurlijk achteraan, maar het is in
ieder geval nu niet bekend.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ben niet helemaal tevreden met het antwoord, want Rijkswaterstaat is
een rijksbedrijf. Ik zou de staatssecretaris willen verzoeken om dit te
checken, zodat we een compleet beeld ervan hebben waar dit speelt.
Nogmaals, de staatssecretaris zou dat in toekomstige communicatie mee
kunnen nemen. Dank.
Staatssecretaris Bertram:
Dat kan ik toezeggen, voorzitter.
De voorzitter:
Bij dezen beantwoord.
De heer Chris Jansen (PVV):
Misschien is het handig om dit dan vóór het tweeminutendebat te
communiceren naar de commissie.
Staatssecretaris Bertram:
Dat zeg ik toe.
De voorzitter:
Nog een toezegging om dit vóór het tweeminutendebat toe te sturen. Dan
zie ik nog mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dat gaat met name om een vervolgvraag op wat de staatssecretaris zojuist
zei over de onderzoeken, maar ook over de maatwerkafspraken. De vraag
betrof niet het contact over de brief; die vraag heb ik schriftelijk
gesteld en daarop was het antwoord dat dat inderdaad niet zo is. Mijn
mondelinge vraag ging over het contact. Heeft Tata Steel bijvoorbeeld
contact opgenomen, ambtelijk of bestuurlijk, over de lokale verboden die
verschillende gemeenten hebben ingevoerd? Zij hebben namelijk wel ... Ik
zie heel veel discussie tussen de ambtenaren. Dat was één vraag en de
andere ging over het onderzoek. Zijn alle etappes nu al goedgekeurd met
het RIVM? Of moeten ze nog goedgekeurd worden en wanneer gaat u dat
doen?
Staatssecretaris Bertram:
Bij ons is niet bekend dat er contact is geweest tussen Tata Steel en
degenen die de brief hebben opgesteld of anderszins. Misschien kunnen we
daar nog even apart contact over hebben. Het is ons in elk geval niet
bekend.
De tweede vraag gaat over die fases een en twee. Die twee opdrachten
zijn verstrekt. Die van fase twee is uiteraard onlangs verstrekt; daar
hebben we deze week of volgende week met het RIVM het gesprek over. Wat
we dan ook met ze bespreken, is één, of er vertraging is opgelopen; wie
weet valt het mee, wie weet valt het niet mee. Mijn tweede vraag is dan
of we op een verantwoorde manier kunnen versnellen, zodat we wel op tijd
de informatie hebben. Vooralsnog houd ik namelijk vast aan de afspraak
die mijn voorganger met uw Kamer heeft gemaakt over het tijdpad.
De voorzitter:
Dank u wel. Volgens mij hebben we dan alles gehad. Ik zie toch nog een
vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb volgens mij een gemiste vraag. Daar kom ik zo op. Ik wil graag
een duidelijk antwoord van de staatssecretaris: dat ze zich niet laat
leiden door het verdienmodel van Tata Steel, maar dat het bij de keuzes
die ze maakt over de staalslakken vooral gaat om borging van gezondheid
en milieu.
De gemiste vraag neem ik meteen mee, anders blijf ik bezig. Ik vroeg de
staatssecretaris of ze de signalen vanuit de Algemene Rekenkamer en
andere bronnen kan meenemen in de brief over het VTH-stelsel en daar een
termijn aan kan verbinden.
Staatssecretaris Bertram:
Toezegging op het laatste. Uiteraard staat gezondheid voorop; dat is ook
mijn verantwoordelijkheid. Het is wel zo dat in de aanloop naar de
maatwerkafspraak uiteraard het bedrijf zelf een afweging heeft te maken.
Wij als rijkspartij hebben dat ook. Voor mij is heel helder dat ik
verantwoordelijk ben voor gezondheid en milieu, maar vooral gezondheid
in die GER.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de lijst met toezeggingen.
Na het gesprek met het RIVM over de onderzoekstrajecten over staalslakken wordt de Kamer begin volgende week geïnformeerd over de uitkomsten van dit gesprek.
De Kamer wordt geïnformeerd over de scenario's die worden bestudeerd voor na afloop van de tijdelijke regeling inzake staalslakken.
De Kamer ontvangt binnen twee weken een schriftelijke reactie op het advies van twee adviesbureaus over de mogelijkheid voor gemeenten om een algemeen verbod in te stellen op de toepassing van niet-gevormde staalslakken.
Heeft u hier een aanvulling op?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, het gaat om twee adviezen. Het ene gaat over de gemeenten en het
andere gaat over wat er landelijk nog kan worden gedaan.
De voorzitter:
Ik zie dat er geknikt wordt, dus die wordt aangevuld.
De Kamer wordt geïnformeerd over de uitvoering van de motie van Partij voor de Dieren over de vervuiler laten betalen als bodemsanering nodig blijkt te zijn na de toepassing van staalslakken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Deze is wel heel specifiek gemaakt. De motie is breder dan dit. Ik zou
willen refereren aan de motie die ik destijds nog met NSC samen heb
ingediend.
De voorzitter:
Dat gaat vast goedkomen.
De Kamer wordt nader geïnformeerd over de ontstane onduidelijkheid inzake de suggestie dat op grond van het Circulair Materialenplan generieke verboden door het lokaal gezag op staalslakken niet zijn toegestaan.
De Kamer wordt in mei geïnformeerd over de uitkomsten van het gesprek met het bevoegd gezag in Zeeland over een eventuele verlenging van de pauzeknop voor de toepassing van staalslakken in de Wester- en de Oosterschelde.
De Kamer wordt geïnformeerd over de rol die innovatie kan spelen bij het zoeken naar alternatieven voor pfas.
De Kamer ontvangt voor de zomer de resultaten over pfas in moedermelk en bloedmonsters.
Rond de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over een eventuele routekaart voor de luchtkwaliteitsdoelen, inclusief prioriteringen en fijnstof.
De Kamer wordt geïnformeerd over de input van het bedrijfsleven ten aanzien van de AMvB ter implementatie van de herziene Richtlijn industriële emissies.
Zodra er meer informatie is over nieuwe methodes voor het objectief vaststellen van geurbelasting wordt de Kamer hierover geïnformeerd.
Rond de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het gesprek met de omgevingsdiensten, waarin de staatssecretaris de beleidsopties uit de factsheets van de Actieagenda Industrie en Omwonenden aan de orde zal stellen.
De Kamer wordt nader geïnformeerd over de samenstelling van de taskforce voor de aanpak van door staalslakken vervuilde locaties en over de vraag wanneer de eerste resultaten hiervan te verwachten zijn.
De Kamer ontvangt vóór het tweeminutendebat informatie over de vraag of er in andere wateren problemen spelen met staalslakken.
Daar hoort bij dat het lid Kostić een tweeminutendebat heeft
aangevraagd.
Volgens mij is dit de hele lijst met toezeggingen. Mocht u toch
constateren dat er iets mist, dan denk ik dat u de route hiervoor kent.
Ik bedank iedereen voor zijn aanwezigheid bij dit debat. Ik wens u
alvast goede paasdagen, met welke traditie dan ook. Tot een volgende
keer. Dank u wel.
Sluiting 14.09 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|