Tweeminutendebat Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken en financiële gevolgen (35633-25) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D16613, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-09 09:53, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-08 10:30: Tweeminutendebat Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken en financiële gevolgen (35633-25) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen
Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de
beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen
Aan de orde is het tweeminutendebat Uitspraken College van
Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende
nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken en
financiële gevolgen (35633, nr. 25).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat
Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken
betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken
en financiële gevolgen. Er hebben zich twee leden aangemeld, maar de
heer Koorevaar wil, geloof ik, het verzoek doen of hij mee mag doen.
Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Bij dezen het verzoek of ik mee mag doen.
De voorzitter:
Is daar bezwaar tegen? Nee. Dan mag u meedoen.
Ondertussen heet ik ook nog even de staatssecretaris van LVVN van harte
welkom. Ik geef mevrouw Van der Plas, die al klaarstaat, het woord
namens de BBB-fractie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. In 2020 werden de pelsdierhouders gedwongen om allemaal hun
bedrijven te beëindigen. Gedwongen. Familiebedrijven waren generaties
lang opgebouwd. Het ging om ondernemers die niets verkeerd hadden
gedaan, maar die van de een op de andere dag hun toekomst in rook zagen
opgaan. Ze kregen een compensatie opgelegd, met kortingen die inmiddels
door de rechter onterecht zijn verklaard. Zij kregen dus onterecht te
weinig geld. Nu worden alleen de ondernemers gecompenseerd die tegen de
overheid zijn gaan procederen, alsof het normaal is dat je eerst moet
vechten tegen de Staat en de machtige advocaten om te krijgen waar je
recht op hebt. De staatssecretaris heeft hierover recent gezegd dat hij
niet wil dat dit als voorbeeld genomen gaat worden. Ik ben daar echt
verbijsterd over. Mensen moeten een rechtszaak aanspannen om te krijgen
waar ze recht op hebben, iets wat de overheid nagelaten heeft ze te
geven. Daar ligt gewoon een rechterlijke uitspraak. Ik vind het zó'n
groot onrecht.
Voorzitter. Ik heb daarom ook een motie. Ik hoop dat de Kamer goed
nadenkt over hoe ondernemers en burgers in Nederland gemangeld worden
door de overheid en dat de Kamer hier uiteindelijk zegt — dat is bij het
laatste amendement gebeurd — "wij gaan dit niet steunen". Het is echt
gewoon een groot schandaal.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft
geoordeeld dat toegepaste kortingen in het kader van de
nadeelcompensatie voor pelsdierhouders onterecht waren;
overwegende dat van ondernemers die door een wettelijk besluit gedwongen
werden hun bedrijf te beëindigen, niet verlangd mag worden dat zij tegen
de overheid moeten vechten om rechtvaardig te worden behandeld;
overwegende dat de overheid betrouwbaar en rechtvaardig hoort te
handelen en gemaakte fouten richting burgers volledig behoort te
herstellen;
verzoekt de regering om alle uitgekochte pelsdierhouders, ook degenen
die geen juridische procedures hebben gevoerd, alsnog rechtvaardig te
compenseren voor de eerder door de overheid onterecht toegepaste
kortingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 26 (35633) (#1).
Hartelijk dank.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Den Hollander. Nee, die heeft geen
behoefte aan haar spreektijd; die luistert gewoon. Dan geef ik wél het
woord aan de heer Koorevaar, die het woord zal voeren namens de
CDA-fractie. Gaat uw gang.
De heer Koorevaar (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank dat ik deel mag nemen aan dit
debat.
Dit onderwerp schreeuwt erom dat wij er een aantal vragen over stellen.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geconstateerd dat de
schadevergoeding die door het ministerie is uitgekeerd aan 150
pelsdierhouderijen juridisch houdbaar was, maar dat de korting op de
vergoedingen vanwege het maatschappelijk risico en de aftrek van €38 per
fokteef onjuist zijn vastgesteld. Voor ondernemers die in hoger beroep
zijn gegaan, is er een mogelijkheid tot extra compensatie. Dit geldt tot
op heden nog niet voor ondernemers die hetzelfde hebben meegemaakt, maar
niet in hoger beroep zijn gegaan. Dat is in mijn ogen niet eerlijk en
dat moeten we in mijn ogen zo veel mogelijk voorkomen.
Ik heb daarom drie vragen. Heeft de staatssecretaris zicht op het aantal
pelsdierhouders die geen bezwaar of beroep hebben aangetekend en wat
zijn de kosten als die pelsdierhouders ook gecompenseerd worden, zoals
de groep die wel in hoger beroep ging? Mijn tweede vraag: kan de
staatssecretaris een inschatting maken van de juridische kosten die
ermee gemoeid zijn als alle ondernemers zonder extra compensatie een
procedure starten? De derde vraag: is de staatssecretaris met mij van
mening dat de overheid er alles aan moet doen om ondernemers binnen
eenzelfde sector gelijk te behandelen en zo onnodige maatschappelijke
kosten te voorkomen?
Tot zover.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. O, u krijgt nog een
interruptie van mevrouw Van der Plas; blijf nog even staan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben blij dat heer Koorevaar hier staat en dat mevrouw Den Hollander,
hoewel ze geen vragen heeft gesteld, wel aanwezig is bij dit debat. Dit
is namelijk groot onrecht. Ik hoorde de heer Koorevaar praten over wat
het gaat kosten voor de ondernemers en voor de regering om een procedure
te starten, maar het gaat hier gewoon over onrecht. De overheid heeft
hier een fout gemaakt. Ik kan gewoon niet begrijpen dat een overheid die
een fout maakt, nu zegt: ja, maar als we dit óók gaan doen, scheppen we
wel een precedent. Het mag toch niet zo zijn dat ondernemers, burgers
die gewoon recht hebben op een vergoeding — een rechter heeft daar een
uitspraak over gedaan — tegen de Staat moeten procederen om te krijgen
waarvan al is uitgesproken dat ze er recht op hebben? Het is prima dat
we weten wat de kosten zijn, maar dat mag nooit een overweging zijn om
te zeggen: dan gaan we het maar niet doen, want het gaat een beetje te
veel kosten. Deze mensen zijn gedwongen om met hun bedrijf te stoppen.
Ze hebben dat gedaan, maar ze hebben niet de vergoeding gekregen die ze
moesten krijgen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vindt de heer Koorevaar ... Ja, sorry, het zit mij zo hoog!
De voorzitter:
Dat is duidelijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vindt de heer Koorevaar ook dat wat het kost geen reden mag zijn? Het
moet gewoon vergoed worden.
De heer Koorevaar (CDA):
Allereerst vind ik het heel prettig dat mevrouw Van der Plas aangeeft
dat zij het op prijs stelt dat er meer Kamerleden naar dit korte debat
zijn gekomen. Dat ten eerste. Ten tweede heeft mevrouw Van der Plas,
misschien niet in die mate waarin zij dat zelf heeft gezegd, van mij ook
gehoord dat ik het niet eerlijk vond. Daarom vind ik ook dat dit zo veel
als mogelijk moet worden voorkomen. Ik stel daarom aan de
staatssecretaris een aantal verduidelijkende vragen, omdat ik hoop te
begrijpen hoe het kabinet hierin zit. Ik vind het dus oneerlijk en ik
hoop dat er een oplossing gaat komen, omdat ik het oneerlijk vind.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is goed om te horen, maar ik heb toch een klein beetje het vermoeden
dat mensen denken "Pelsdierhouders? Die nertsen in zo'n hok, dat is toch
allemaal zielig en zo?" en dat dit een overweging is dat dit niet hoeft.
Maar dit zijn ook burgers van Nederland. Dit zijn ook ondernemers van
Nederland. Zij zijn ook het slachtoffer geworden van een fout van de
overheid en moeten nu gewoon krijgen waar zij recht op hebben. Ik hoop
echt dat het CDA dit goed in de overwegingen gaat meenemen bij het
beoordelen van de motie die ik zojuist heb ingediend.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik zal zeker de beantwoording van het kabinet meewegen. Ik heb de
overweging van mevrouw Van der Plas gehoord. Ik sluit aan bij het eerste
dat ik zei: mevrouw Van der Plas heeft gezien dat ik hier sta, zij staat
hier en mevrouw Den Hollander is hier in de zaal, dus dat onderstreept
dat we graag antwoorden willen hebben. Die zullen we meewegen in ons
uiteindelijke oordeel.
De voorzitter:
Dank u wel. We schorsen vijf minuten. Dan krijgen we antwoorden op de
vragen en een appreciatie op de ingediende motie. We zijn even
geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het
tweeminutendebat over de uitspraken van het College van Beroep voor het
bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie voor
pelsdierhouderijen. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de
regering. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Voor ik naar de motie en de beantwoording ga, wil ik wel een paar feiten
op een rijtje zetten in dit debat. De Wet verbod pelsdierhouderij is in
januari 2013 in werking getreden en daarin werd toen aangegeven dat de
sector binnen elf jaar zou sluiten in Nederland. Daar is dus elf jaar de
tijd voor gegeven; dat is de overgangstermijn. Toentertijd is besloten
geen nadeelcompensatie te geven. Er zijn drie dingen opgezet: een sloop-
en ombouwregeling ter waarde van 28,8 miljoen, een sociaaleconomisch
plan voor de overgangsfase van 4,5 miljoen en de compensatie
pensioenschade van 0,4 miljoen. Tijdens covid zagen we dat er mogelijk
besmettingen konden plaatsvinden op de nertsenhouderij. Het verbod dat
al in werking was getreden — men wist dat het eraan kwam — is toen drie
jaar naar voren gehaald. Voor die drie jaar is nadeelcompensatie gegeven
ter waarde van circa 85% van de maximumomzet op basis van het vergunde
aantal dieren en de productiecapaciteit in die jaren. Dat is vergoed. Er
is circa 150 miljoen euro voor uitgetrokken voor ongeveer 150
ondernemers, dus gemiddeld 1 miljoen per ondernemer, voor sommigen meer,
voor sommigen minder. De Staat en het kabinet waren van mening dat het
een rechtvaardige compensatie was.
Dan komt de mogelijkheid voor ondernemers om bezwaar aan te tekenen.
Alle 150 ondernemers hebben in de contacten die er waren ook te horen
gekregen dat de mogelijkheid bestond om bezwaar te maken als ze het er
niet mee eens waren. Een deel heeft daarvoor gekozen, een groter deel
heeft daar niet voor gekozen. Ik wil daarbij aangeven dat de groep die
het niet heeft gedaan, het toentertijd dus geen onrechtmatige vergoeding
vond. Daarop is de uitspraak gebaseerd. Er zijn appellanten geweest,
mensen die in bezwaar zijn getreden, die gelijk hebben gekregen. Die
uitspraak volgen we. Dat betekent echter niet dat wij de oorspronkelijke
compensatie daarmee onrechtvaardig vinden.
Voorzitter. Dan ga ik naar de vragen van het CDA.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dit echt schandalig; het spijt me zeer. Er wordt hier
vergoelijkend gezegd: ja, maar in 2013 was al afgesproken dat ze zouden
stoppen, in 2020 in de covidperiode is dat versneld en er is 150 miljoen
uitgekeerd, waarbij wordt benadrukt dat het 1 miljoen per ondernemer is
…
Staatssecretaris Erkens:
Gemiddeld, soms meer, soms minder.
De voorzitter:
Nee, nee, mevrouw Van der Plas heeft het woord.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Soms meer, soms minder, maar eigenlijk wordt gezegd: dat is best wel
veel geld. Ondertussen zitten de ondernemers nog met sloopkosten, ze
moeten nog afdragen aan de Belastingdienst, dus alles gaat daar nog van
af. Maar wat ik het ergste vind, is dat de staatssecretaris hier zegt:
een deel van de ondernemers heeft er niet voor gekozen, dus zij vonden
de vergoeding die ze kregen waarschijnlijk best wel goed. Nee, dat
vonden ze niet. Er zijn heel veel ondernemers in Nederland, ook kleinere
ondernemers en gezinnen, die geen procedures kunnen volgen en eieren
voor hun geld kiezen. Zij gaan niet tegen de machtige landsadvocaat
procederen. Ze hebben er misschien niet eens de middelen voor om dat te
doen. Het is een heel kostbaar en langdurig traject om tegen de machtige
overheid te moeten procederen.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil weten wat de staatssecretaris vindt van wat ik zeg. Ik wil
opmerken dat de staatssecretaris het van tafel veegt door te zeggen:
kennelijk vonden ze de vergoeding wel goed. Dan weet deze
staatssecretaris niet hoe in het land wordt gedacht over het procederen
tegen de overheid. Mensen denken heel vaak: ik ga dat nooit winnen.
Staatssecretaris Erkens:
Hier wordt een beeld geschetst en worden er vergelijkingen gemaakt, ook
met het debat over de begroting, die gewoon niet volledig correct zijn.
Ik vind het van belang om hier ook de feiten in te brengen. De feiten
zijn dat er inderdaad een wettelijk verbod op pelsdierhouderij aankwam,
met ingang van 2024 na elf jaar overgangstermijn. Daarvoor was geen
nadeelcompensatie voorzien. Dat is drie jaar naar voren gehaald en
daarvoor is dus 150 miljoen extra uitgetrokken. Toen hebben alle
pelsdierhouders het aanbod gekregen "je mag bezwaar maken". Een deel
heeft daarvoor gekozen en een deel niet. Zo werkt het ook in de
rechtsstaat. Als je bezwaar maakt, kun je gelijk krijgen. Dat neemt niet
weg dat ik nog steeds vind dat wij hier een nette compensatie gegeven
hebben. We hebben ook nog een sloop- en ombouwregeling. U gaf net aan
dat daar ook kosten voor gemaakt worden, bijna 30 miljoen euro. Hierover
is door de overheid gedurende een uitvoerig traject in 2021 met de
sector gesproken. Dan kun je je recht halen en volgen wij die uitspraak,
maar we zijn nog steeds van mening dat dit een nette compensatie was.
Dat zijn grote bedragen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is de reden waarom mensen in Nederland geen vertrouwen meer hebben
in de overheid, want zo wordt het afgedaan, terwijl het hier gaat om een
relatief kleine groep die er nog recht op zou moeten hebben. We hebben
het hier altijd over "de menselijke maat" en over "maatwerk toepassen".
Deze mensen hebben gewoon recht op die compensatie, omdat een rechter
heeft vastgesteld dat de overheid fout is geweest met de vergoedingen.
Nu wordt eigenlijk tegen deze mensen gezegd "ja sorry hoor, dan had je
maar moeten procederen", "ja sorry hoor, het is eigen schuld, dikke
bult, dan moet u dat nu nog maar gaan doen". Ik vind dat gewoon echt
niet kunnen, met de menselijke maat. Dit is waarom Nederland geen
vertrouwen meer heeft in de overheid.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, voorzitter, ik heb niet gezegd: dan moeten mensen maar bezwaar gaan
maken of naar de rechter stappen. Wat ik gezegd heb, is dat er een
compensatie is afgesproken toentertijd waartegen bezwaar gemaakt kan
worden, een compensatie die in gesprek met de sector is opgesteld,
inderdaad bovenop de regelingen die al getroffen waren. Het kabinet is
van mening dat dit toentertijd een nette compensatie was.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Drie vragen van het CDA. Heeft de staatssecretaris zicht op
het aantal pelsdierhouders die geen bezwaar of beroep hebben
aangetekend? Dat zijn 92 casussen. Als zij ook een soortgelijke
compensatie zouden aanvragen, zou daar circa 25 miljoen euro extra mee
gemoeid zijn. Dat is op basis van de zogeheten NMR-korting; dat is het
normaal maatschappelijk risico. Dat doen wij altijd bij
nadeelcompensatie. Daarbij ga je uit van een korting van circa 15% en de
uitspraak van het CPB was dat die bij de appellanten op 0% is
gezet.
Voorzitter. De tweede vraag was of er een inschatting gemaakt kan worden
van de kosten als er inderdaad juridische procedures komen. Dat gaat om
proceskosten en die inschatting kunnen wij niet maken, want die hangt af
van het aantal zaken.
De derde vraag van het CDA was of we van mening zijn dat de overheid er
alles aan moet doen om ondernemers binnen eenzelfde sector gelijk te
behandelen en zo onnodige maatschappelijke kosten te voorkomen. Het
vertrekpunt is nog steeds dat in de beleidsregel een nette compensatie
is afgesproken, dat er ook flankerend beleid is gekomen, ook in
samenspraak met de sector, en dat het daarna iedereen vrijstaat om daar
bezwaar tegen te maken. Een groep heeft daar wel voor gekozen en een
andere groep niet. In het kader van de rechtsstaat zou "ongelijke
behandeling" in dezen betekenen dat je appellanten onderling anders gaat
behandelen en dat je niet-appellanten onderling anders gaat behandelen,
en dat hebben we niet gedaan.
Voorzitter. De motie van mevrouw Van der Plas wil ik ontraden, ook
verwijzend naar het interruptiedebat en conform het begrotingsdebat
waarin wij het hierover gehad hebben.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De staatssecretaris heeft het over 92 "casussen". Dat zijn 92 gezinnen
die een bedrijf hadden, een bedrijf dat generaties lang in de familie
zat en dat van hen afgepakt is, sneller dan het eigenlijk zou moeten. Ze
zaten nog in een proces dat ze iets anders konden gaan doen. En hier
wordt gezegd "dat zijn 92 casussen" — dit is precies wat ik bedoel: het
zijn geen casussen, dit gaat over mensen! Het gaat over families die
generaties lang hun bedrijf daar hebben gehad. Ik zou aan de
staatssecretaris willen vragen om in het vervolg niet meer over
"casussen" te spreken maar over mensen.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, voorzitter, want als het om een juridische procedure gaat, dan heet
het "een casus", maar het gaat in dezen uiteraard om gezinnen, om
ondernemers. Daar geef ik mevrouw Van der Plas gelijk in. Maar dit is de
terminologie die wij gebruiken in dit soort processen.
De voorzitter:
Dank. Dat was het debat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan dinsdag 14 april aanstaande stemmen over de ingediende motie. Ik
schors een ogenblikje om een wisseling van bewindspersoon te realiseren
en een ander tweeminutendebat te gaan voeren.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.