Onderzoek zwangerschapsdiscriminatie
Arbeidsmarktbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D16629, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-09 16:50, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
- SEO rapport 'In verwachting van gelijke behandeling'
- Beslisnota bij Kamerbrief over onderzoek zwangerschapsdiscriminatie
Onderdeel van kamerstukdossier 29544 -1310 Arbeidsmarktbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z07436:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-04-21 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
29 544 Arbeidsmarktbeleid
30 950 Racisme en Discriminatie
Nr. 1310 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 april 2026
Zwangerschapsdiscriminatie is en blijft een hardnekkig probleem. Dat bevestigt een recent onderzoek van SEO, dat in opdracht van het ministerie van SZW is uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd onder vrouwen die in de afgelopen vier jaar een kind kregen en tijdens hun zwangerschap werkten of werk zochten. Hieruit komt naar voren dat 44 procent van deze vrouwen vermoedelijk een vorm van zwangerschapsdiscriminatie heeft meegemaakt. Dit speelt vooral bij sollicitaties en bij beslissingen over het verlengen of omzetten van tijdelijke contracten. Met deze brief bied ik dit onderzoek aan uw Kamer aan.
Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) heeft in het verleden diverse malen (2012, 2026 en 2020) vergelijkbaar onderzoek gedaan naar de aard en omvang van zwangerschapsdiscriminatie. Sinds het eerste onderzoek in 2012 is er nauwelijks verandering zichtbaar in de mate waarin zwangerschapsdiscriminatie vermoedelijk voorkomt. In het laatste onderzoek van het College uit 2020 kwam naar voren dat 43 procent van de vrouwen situaties heeft meegemaakt die vermoedelijk duiden op zwangerschapsdiscriminatie. Wel volgt uit het nieuwste onderzoek dat 42 procent van de vrouwen zwangerschapsdiscriminatie herkent, waar dit in het laatste onderzoek van het College nog 34 procent was. Ongeveer een kwart van de vrouwen die discriminatie ervaart én herkent, doet een melding. Dit is een toename ten opzichte van het onderzoek uit 2020, waar slechts 11 procent van de vrouwen die discriminatie ervaarde en herkende een melding deed.
Nieuw in het onderzoek van SEO is dat ook het perspectief van werkgevers is meegenomen, via een enquête onder werkgevers. Werkgevers geven aan dat zij het belangrijk vinden om zwangere werknemers goed te beschermen. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat een meerderheid van de werkgevers, 63 procent, niet volledig op de hoogte is van de regels rond gelijke behandeling bij zwangerschap en moederschap. Daarnaast blijkt dat veel werkgevers praktische belemmeringen ervaren bij het naleven van de regels.
Ik vind het van groot belang dat vrouwen en mannen gelijk worden behandeld op de arbeidsmarkt. Discriminatie vanwege een zwangerschap, bevalling of kinderwens mag én kan niet. Dat er geen vooruitgang is in het aantal vrouwen dat vermoedelijk met zwangerschapsdiscriminatie te maken krijgt laat wederom zien dat op dit gebied nog behoorlijke stappen te zetten.
De afgelopen jaren is er ingezet op grotere bewustwording en kennis onder werknemers en werkgevers, onder meer via de campagne 'Dat mag je verwachten’. Dat uit het onderzoek een toename in herkenning en meldingen naar voren komt, zie ik als positief. Ik blijf daarom inzetten op goede informatievoorziening aan werknemers en werkgevers. Verder ga ik graag in gesprek met sociale partners over hoe we ervoor kunnen zorgen dat zwangerschapsdiscriminatie wordt tegengegaan.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief