Antwoord op vragen van het lid Raijer over het bericht ‘Bijna helft van docenten heeft te maken met fysiek geweld door leerlingen en ouders: “Tijdens zwangerschap in mijn buik getrapt”’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D16883, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-09 16:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z04242:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 9 april 2026 |
|---|---|
| Betreft | Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Raijer (PVV) over het bericht: ‘Bijna helft van docenten heeft te maken met fysiek geweld door leerlingen en ouders: “Tijdens zwangerschap in mijn buik getrapt”’. |
Onderwijsprestaties & Voortgezet Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 62694113 |
Uw brief 06 maart 2026 |
Uw referentie |
Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de antwoorden op de vragen van het lid Raijer (PVV) over het bericht ‘Bijna helft van docenten heeft te maken met fysiek geweld door leerlingen en ouders: “Tijdens zwangerschap in mijn buik getrapt”’.
De vragen werden ingezonden op 4 maart 2026 met kenmerk 2026Z04242.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,
Judith Zs.C.M. Tielen
De antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Raijer (PVV) over bericht ‘Bijna helft van docenten heeft te maken met fysiek geweld door leerlingen en ouders: “Tijdens zwangerschap in mijn buik getrapt”’ met kenmerk 2026Z04242, ingezonden op 4 maart 2026.
Vraag 1
Erkent u dat uit het onderzoek van EenVandaag en CNV blijkt dat bijna de helft van de docenten te maken heeft gehad met fysiek geweld en dat dit dus geen uitzondering meer is maar een structureel probleem?
Antwoord 1
Ik heb kennis genomen van het onderzoek en betreur dat bijna de helft van de docenten die hebben gereageerd, aangeven dat ze te maken hebben gehad met fysiek geweld. Ik vind elke vorm van geweld tegen docenten onacceptabel.
Vraag 2
Hoe verklaart u dat leraren in Nederland, één van de rijkste en best georganiseerde landen ter wereld, niet eens veilig hun werk kunnen doen?
Antwoord 2
Verreweg de meeste scholen slagen er in om een veilig schoolklimaat te creëren, ondanks dat verruwing in de samenleving en in de wijken ook de school binnenkomt. Uit de laatste Landelijke Veiligheidsmonitor po/vo blijkt dat in schooljaar 2021/2022 3 procent van het po-personeel eenmaal per maand of vaker fysiek geweld heeft meegemaakt (een lichte stijging ten opzichte van het jaar ervoor). Voor vo-personeel is dat 1 procent, wat geen significante stijging is ten opzichte van het jaar ervoor.1 Maar laat er geen twijfel over bestaan: elk geval van geweld tegen onderwijspersoneel is er één te veel. Leraren en overig onderwijspersoneel moeten het werk altijd op een veilige manier kunnen uitvoeren.
Vraag 3
Deelt u de mening dat geweld tegen docenten automatisch moet leiden tot aangifte en stevige sancties, in plaats van interne afhandeling of het bagatelliseren van incidenten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Wat gaat u concreet en aantoonbaar doen tegen schoolbesturen die geweldsincidenten in de doofpot stoppen of hun docenten na bedreiging en mishandeling in de steek laten en welke sancties volgen als zij hun wettelijke zorgplicht niet nakomen?
Antwoord 3 en 4
De school moet een veilige plek zijn om te leren én te werken. Daarom roept het kabinet schoolbesturen ook op om altijd aangifte te doen bij een vermoeden van een strafbaar feit. Dat kan een schoolbestuur ook doen namens een slachtoffer. Het bagatelliseren of in de doofpot stoppen van incidenten is uiteraard geen goede werkwijze; een schoolbestuur verzaakt dan zijn zorgplicht voor een veilige werkomgeving. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving en kan besturen sanctioneren indien zij hun zorgplicht onvoldoende invullen.
Het zorgdragen voor een veilige omgeving voor personeel, leerlingen en studenten is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van scholen en schoolbesturen. Stichting School & Veiligheid biedt scholen en besturen hierbij ondersteuning, niet alleen met handreikingen, maar ook met een adviespunt en een 24/7 calamiteitenteam.
Het kabinet zet in op de goede randvoorwaarden voor veilig onderwijs. Zo ligt op dit moment het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs in de Tweede Kamer. Met dit wetsvoorstel krijgen scholen beter zicht op veiligheid, worden slachtoffers beter ondersteund als zich een incident voordoet en zorgen we dat scholen hun veiligheidsbeleid beter coördineren en evalueren, bijvoorbeeld door een vertrouwenspersoon en veiligheidscoördinator aan te stellen. De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 1 augustus 2027.
Vraag 5
Hoe kan het dat docenten die aangifte willen doen, soms worden afgeremd door hun eigen schoolbestuur uit angst voor imagoschade of minder aanmeldingen en vindt u dat acceptabel? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Als onderwijspersoneel zich niet veilig voelt om aangifte te doen dan is dat onacceptabel. De angst voor imagoschade mag daarbij geen rol spelen. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan bijdragen aan de meldingsbereidheid, want een vertrouwenspersoon is er voor om slachtoffers van incidenten bij te staan. Met het al genoemde Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs wordt het aanstellen van een interne én een externe vertrouwenspersoon verplicht. Ik roep besturen op om meldingen altijd serieus op te pakken en om altijd aangifte te doen bij vermoedens van strafbare feiten. Dat mag ook namens een medewerker.
Vraag 6
Bent u bereid om te onderzoeken of definitieve verwijdering van gewelddadige leerlingen sneller en consequenter moet worden toegepast, zodat de veiligheid van personeel voorop komt te staan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Er is geen plek voor agressie in het onderwijs. Elke vorm van geweld, intimidatie of ander ongewenst gedrag is wat mij betreft onacceptabel. Het is nu ook al mogelijk om leerlingen te schorsen of in het zwaarste geval te verwijderen van school. Ook kan ouders de toegang tot de school worden ontzegd. Bij vermoedens van strafbare feiten is aangifte doen ontzettend belangrijk. Een besluit tot schorsing of verwijdering is aan de school. Stichting School & Veiligheid heeft expertise op dit vlak en ondersteunt scholen hierbij. Ik acht het dan ook niet nodig om hier onderzoek naar te doen, en vind het veel belangrijker dat scholen de weg naar goede ondersteuning weten te vinden
Vraag 7
Bent u zich ervan bewust dat in een tijd van historisch lerarentekort bijna een kwart van de docenten overweegt het onderwijs te verlaten, mede door geweld en bedreigingen en begrijpt u dat het huidige, halfzachte optreden direct bijdraagt aan het verder leeglopen van onze scholen? Zo nee, hoe kunt u dit falen nog langer ontkennen? Zo ja, welke harde, concrete maatregelen worden op zeer korte termijn genomen om leraren daadwerkelijk te beschermen en wanneer zien we daar resultaat van?
Antwoord 7
Ik vind het buitengewoon ernstig dat docenten en ander onderwijspersoneel enige vorm van fysiek geweld ervaren en daarbovenop, dit niet altijd kunnen melden. Ieder incident is er één te veel. Het is belangrijk dat schoolbesturen achter hun personeel staan, incidenten serieus nemen en waar nodig aangifte doen. Met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs komt het kabinet met een stevig en omvattend pakket maatregelen om de veiligheid op scholen verder te vergroten. Dat wetsvoorstel bespreek ik binnenkort met uw Kamer. En hoewel het wetsvoorstel nog niet in werking is getreden, roep ik schoolbesturen op om nu al aan de slag te gaan met de maatregelen uit het wetsvoorstel. Zo kunnen scholen alvast beginnen met het registreren van alle veiligheidsincidenten en het melden van ernstige feiten bij de inspectie. Ook kunnen ze alvast aan de slag met het aanstellen van vertrouwenspersonen.
ResearchNed (2023). Veilig op school. Landelijke Veiligheidsmonitor 2021-2022: veiligheidsbeleid en veiligheidsbeleving in het primair en voortgezet onderwijs, bijlage bij Kamerstukken II 2022/23, 29240, nr. 133. Op dit moment ligt de Landelijke Veiligheidsmonitor stil om de wettelijke grondslag voor de gegevensbescherming ervan goed te regelen. Dat wetsvoorstel ligt momenteel in uw Kamer. Het streven is om in schooljaar 2027/2028 weer een Landelijke Veiligheidsmonitor uit te voeren↩︎