[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Overzicht en stand van zaken alle maatregelen Strategie Antisemitisme Bestrijding 2024-2030

Bijlage

Nummer: 2026D17214, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 15:57, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Actualisatie bestrijding antisemitisme (2026D17197)

Preview document (🔗 origineel)


Leeswijzer

De Strategie bestaat uit 3 pijlers, die gezamenlijk 6 ambities omvatten:

  1. Pijler 1: Beschermen, monitoren en opvolgen

    • Ambitie 1: Beveiligen Joodse instellingen, aanpakken daders en ondersteunen slachtoffers

    • Ambitie 2: Vrij en veilig Joods-zijn in het onderwijs

  2. Pijler 2: Onderwijs en preventie

    • Ambitie 3: Wegnemen voedingsbodem antisemitisme

    • Ambitie 4: Samen een vuist tegen antisemitisme in het voetbal

  3. Pijler 3: Herdenken en vieren

    • Ambitie 5: De herinnering levend houden en erkenning

    • Ambitie 6: Kennismaken en vieren Joods leven in Nederland

Een overzicht van alle maatregelen en de voortgang hiervan wordt in deze bijlage per pijler toegelicht.

Pijler 1: Beschermen, monitoren en opvolgen

De eerste pijler richt zich op het beschermen van de Joodse gemeenschap, het monitoren van antisemitische incidenten en het versterken van de opvolging daarvan. Het kabinet zet in op een effectieve aanpak van antisemitisme door middel van betere registratie van incidenten, het vergroten van meldingsbereidheid, het ondersteunen van slachtoffers en het versterken van opsporing en vervolging. Daarnaast wordt gewerkt aan het verbeteren van samenwerking tussen betrokken organisaties, zodat antisemitisme sneller wordt herkend en adequaat kan worden aangepakt.

Ambitie 1: Beveiligen Joodse instellingen, aanpakken daders en ondersteunen slachtoffers

Maatregel 1: Instellen Taskforce Antisemitismebestrijding

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief ‘Actualisatie Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030’ , alsmede naar het bijgevoegde adviesrapport van de Taskforce en de kabinetsreactie daarop.

Maatregel 2: Inrichten veiligheidsfonds voor ondersteuning Joodse scholen, instellingen en evenementen

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief ‘Actualisatie Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030’.

Maatregel 3: Slachtoffers van antisemitisme kunnen met vertrouwen hun melding doen bij de voorgenomen centrale organisatie van de gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s)

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief ‘Actualisatie Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030’.

Maatregel 4: Nazorg aan slachtoffers

De versterking van nazorg binnen het vernieuwde stelsel van antidiscriminatievoorzieningen is in voorbereiding. In het kader van de transitie naar de centrale organisatie wordt bezien hoe nazorg structureel kan worden geborgd, zodat slachtoffers van discriminatie, waaronder antisemitisme, passende ondersteuning ontvangen na een melding. Daarbij wordt verkend hoe een pilot voor nazorg kan worden ingericht, met als doel te komen tot een duurzame voorziening binnen het nieuwe stelsel. Tevens wordt gekeken naar goede voorbeelden uit andere Europese landen. Voor specifieke nazorg aan mensen die antisemitisme ervaren blijven het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van BZK samenwerken met Joods Maatschappelijk Werk. Zie ook maatregel 6.

Maatregel 5: Preventie discriminatie (algemeen) op lokaal niveau

De inzet op preventie van discriminatie op lokaal niveau wordt voortgezet. De decentralisatie-uitkering van € 2,5 miljoen per jaar blijft beschikbaar voor gemeenten en is zowel voor 2026 als voor 2027 geborgd.

Gemeenten bepalen zelf op welke wijze zij deze middelen inzetten, waaronder voor activiteiten gericht op het voorkomen van discriminatie en het versterken van sociale cohesie.

Maatregel 6: Bijstaan slachtoffers antisemitisme (Joods Maatschappelijk Werk)

Joods Maatschappelijk Werk voert een driejarig project uit gericht op het versterken van de ondersteuning aan slachtoffers van antisemitisme. In dit kader wordt gewerkt aan een netwerk van consulenten en hulpverleners met specifieke expertise op het gebied van antisemitisme, evenals aan het verbeteren van kennis bij meldingsinstanties en het bevorderen van doorverwijzingen naar passende hulpverlening. Hiermee wordt beoogd de ondersteuning aan slachtoffers te versterken en bij te dragen aan een veerkrachtige Joodse gemeenschap.

Maatregel 7: Trainingen antisemitisme voor op te richten ADV-academie

De versterking van deskundigheid binnen het vernieuwde stelsel van antidiscriminatievoorzieningen is in voorbereiding. In aanloop naar de inrichting van de ADV-academie wordt ingezet op gerichte kennisontwikkeling over antisemitisme voor consulenten van de antidiscriminatievoorzieningen.

Discriminatie.nl werkt daarbij samen met het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) aan de ontwikkeling van een e-learningmodule over antisemitisme. Deze module is bedoeld om consulenten beter toe te rusten in het herkennen van antisemitische aspecten in meldingen en het zorgvuldig begeleiden van slachtoffers. Met deze inzet wordt beoogd de kwaliteit en uniformiteit van de behandeling van meldingen van antisemitisme binnen het nieuwe stelsel te versterken.

Maatregel 8: Expertisecentrum aanpak discriminatie politie (ECAD-P)

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief ‘Actualisatie Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030’.

Maatregel 9: Herkennen antisemitisch aspect bij aangifte bij politie

De NCAB en de politie hebben de afgelopen periode meerdere gesprekken gevoerd. In deze gesprekken heeft de NCAB signalen uit de Joodse gemeenschap gedeeld dat slachtoffers soms terughoudend zijn met het doen van aangifte, omdat zij ervaren dat het antisemitische karakter van incidenten niet altijd wordt herkend in het aangifteproces.

Naar aanleiding hiervan is er door de politie extra uitleg gegeven aan de intake- en servicemedewerkers van de politie over het herkennen van signalen van antisemitisme bij het opnemen van aangiften. Daarnaast sluit de politie aan bij bijeenkomsten met de Joodse gemeenschap, waaronder townhall-bijeenkomsten die door de NCAB worden georganiseerd, om het vertrouwen in het doen van aangifte te vergroten.

Met de versterking van het ECAD-P is er een discriminatierechercheur aangesteld met antisemitisme als taakaccent. Iedere politiefunctionaris blijft daarbij verantwoordelijk voor het opnemen en behandelen van aangiften van antisemitische incidenten. De discriminatierechercheur met het taakaccent antisemitisme ondersteunt collega’s bij de behandeling van zaken waarbij antisemitisme een rol speelt en draagt binnen de politieorganisatie bij aan verdere bewustwording en deskundigheid in het herkennen van antisemitisme bij aangiften.

Ook binnen het OM is aandacht besteed aan het beter herkennen van het antisemitische aspect bij strafbare feiten. Zo is onder meer deelgenomen aan een internationale training for trainers gericht op de herkenning en aanpak van haatmisdrijven. Daarnaast wordt ingezet op verdere professionalisering via trainingen over het herkennen van hate crime. Tevens wordt de samenwerking tussen ECAD-P en het OM verder versterkt om signalering en opvolging van antisemitische incidenten te verbeteren.

Met bovenstaande wordt ook de motie ‘antisemitisme voortvarend onder de aandacht brengen bij de Politieacademie’ van het lid van Dijk (SGP)1 afgedaan.

Maatregel 10: Onderzoek knelpunten onder slachtoffers van discriminatie waaronder antisemitisme bij melding en aangifte

Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) verzocht onderzoek te doen naar knelpunten die slachtoffers van discriminatie, waaronder antisemitisme, ervaren bij het doen van een melding of aangifte. Het onderzoek richt zich op belemmeringen in de praktijk en mogelijke verbeterpunten in het meld- en aangifteproces.

Het onderzoek is inmiddels gestart en zal naar verwachting begin 2027 aan de Kamer worden verzonden.

Maatregel 11: Snelrecht toepassen wanneer mogelijk bij antisemitisme/ discriminatoire gronden

Maatregel 12: Gedragsinterventies en bijzondere voorwaarden opgelegd door rechter bij antisemitisme

Maatregel 13: Initiatiefwetvoorstel strafverzwaringsgrond bij discriminatoir waaronder antisemitisch aspect

Maatregel 14: Strafbaarstelling Holocaustontkenning

Maatregel 15: Verkenning strafbaarstelling antisemitisme in andere landen

Voor een toelichting op de maatregelen 11 tot en met 15 wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Maatregel 16: Near real time dashboard discriminatoire/antisemitische incidenten

De ontwikkeling van het near real time dashboard loopt. De pilotfase is inmiddels afgerond. Medio 2026 wordt het dashboard landelijk uitgerold, waarmee gemeenten en betrokken instanties beter en sneller inzicht krijgen in gemelde discriminatoire en antisemitische incidenten. Tot medio 2027 wordt ingezet op verdere doorontwikkeling van de tool, gericht op het verbeteren van functionaliteit, gebruiksvriendelijkheid en datakwaliteit. Met deze gefaseerde aanpak wordt de monitoring van antisemitisme structureel versterkt en wordt het mogelijk trends en ontwikkelingen tijdiger te signaleren. Ook wordt geïnventariseerd hoe de samenwerking met informele meldpunten, zoals het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), kan worden versterkt en hoe deze meldingen kunnen worden opgenomen in het dashboard.

Maatregel 17: Inzicht ontwikkelingen online antisemitisme in de Nederlandse taal

Inzicht in ontwikkelingen rond online antisemitisme is essentieel om deze vorm van antisemitisme effectief te kunnen bestrijden.

De NCAB, in samenwerking met CIDI, laat jaarlijks onderzoek uitvoeren naar online antisemitisme in de Nederlandse taal. De resultaten over de jaren 2021 tot en met 2024 worden in de eerste helft van 2026 verwacht. Onderzoek naar het jaar 2025 zal in de loop van 2026 worden gestart.

Maatregel 18: Internationale inzet op tegengaan antisemitisme

Nederland zet zich ook internationaal actief in voor de bestrijding van antisemitisme. Tijdens de ministeriële week van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september jl. sprak de minister van Buitenlandse Zaken met vertegenwoordigers van onder andere het World Jewish Congress, de Conference of Presidents, het American Jewish Committee en de Anti-Defamation League. In deze gesprekken werd onder meer stilgestaan bij de wereldwijde toename van antisemitisme en werd de blijvende inzet van Nederland op de bestrijding hiervan onderstreept.

Op EU-niveau heeft Nederland samen met Frankrijk en Oostenrijk een gezamenlijke EU-non-paper ondersteund en mede opgesteld gericht op het versterken van de aanpak van antisemitisme en andere vormen van haat. In deze non-paper wordt onder meer voorgesteld om bij de toekenning van EU-subsidies nadrukkelijker te borgen dat ontvangers de waarden van artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het EU-Grondrechtenhandvest respecteren. Daarnaast wordt gepleit voor een versterkte Europese aanpak van haatspraak en antisemitisme, onder meer door intensievere samenwerking tussen lidstaten en Europol, inzet op educatie en Holocaustherinnering en naleving van de Digital Services Act.

Nederland blijft daarnaast actief deelnemen aan internationale bijeenkomsten en kennisuitwisseling over de aanpak van antisemitisme. Zo nam de NCAB deel aan een conferentie in Zwitserland (9–10 februari jl.) over de aanpak van antisemitisme in de OVSE-regio, met speciale aandacht voor het tegengaan van intolerantie en discriminatie.

Ook wordt internationaal samengewerkt op het gebied van de strafrechtelijke aanpak van antisemitisme. In dat kader organiseerde Nederland op 18 en 19 november jl. een International Prosecutors’ Summit on Antisemitism.

Maatregel 19: European Conference of Public Prosecution Services on Antisemitism

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Ambitie 2: Vrij en veilig Joods-zijn in het onderwijs

Maatregel 20 en 21: Versterkende maatregelen sociale veiligheid (wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs)

Het wetsvoorstel Vrij en Veilig onderwijs is in juni 2025 bij uw Kamer ingediend en de plenaire behandeling is voorlopig gepland in week 20. Het wetsvoorstel treedt naar verwacht per 1 augustus 2027 in werking. Met dit wetsvoorstel wordt de wettelijke zorgplicht voor de veiligheid van leerlingen nader ingevuld, onder meer door middel van een verplichte incidentenregistratie en een jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid.

Maatregel 22: Blijvend onder de aandacht brengen van leermiddelen en trainingen gericht op het herkennen van en ingrijpen bij antisemitisme en andere vormen van discriminatie

Funderend onderwijs

Via het Expertisepunt Burgerschap worden leermiddelen en trainingen gericht op het herkennen van en ingrijpen bij antisemitisme en andere vormen van discriminatie blijvend onder de aandacht gebracht bij scholen en docenten in het primair en voortgezet onderwijs. Scholen kunnen daarbij gebruikmaken van bestaande ondersteuningsstructuren, waaronder het project Schurende Gesprekken, dat financiële ondersteuning biedt voor scholing in het begeleiden van gesprekken over gevoelige maatschappelijke thema’s.

Er zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor twee opdrachten gericht op het ontwikkelen van trainingen, handvatten en professionalisering van docenten bij het tegengaan van antisemitisme. Deze inzet bouwt voort op het programma ‘Voorbij Vooroordelen’ en draagt bij aan verdere versterking van de deskundigheid van onderwijsprofessionals.

Middelbaar beroepsonderwijs

Ook binnen het middelbaar beroepsonderwijs blijven via Stichting School en Veiligheid en het Expertisepunt Burgerschap lesmaterialen, leermiddelen en trainingen beschikbaar die gericht zijn op het herkennen van en adequaat reageren op antisemitisme en andere vormen van discriminatie. De ondersteuning van scholen op dit thema wordt voortgezet binnen de bestaande structuren. Ook in het mbo kunnen scholen daarbij een beroep doen op het project Schurende Gesprekken, dat financiële ondersteuning biedt voor scholing in het begeleiden van gesprekken over gevoelige maatschappelijke thema’s. Dit project is gericht op het po, vo en mbo.

Hoger onderwijs

Het ministerie van OCW werkt samen met andere partijen, waaronder de NCAB, aan een handreiking voor vertrouwenspersonen over het herkennen van en omgaan met antisemitisme binnen het hoger onderwijs. Publicatie wordt op korte termijn (binnen enkele weken) verwacht. Daarnaast wordt gewerkt aan separate handreikingen voor docenten en leidinggevenden in het hoger onderwijs, gericht op hun rol en verantwoordelijkheid bij het herkennen van en omgaan met antisemitisme.

Maatregel 23: Vergroten sociale veiligheid in het mbo, hbo en wo

Middelbaar beroepsonderwijs

In het mbo hebben onderwijsinstellingen in het kader van de wettelijke drievoudige kwalificatie de opdracht om studenten niet alleen op te leiden voor een beroep, maar ook voor een eventuele vervolgopleiding en voor burgerschap. Met het wetsvoorstel Uitwerking burgerschapsopdracht WEB wordt ter versterking van het burgerschapsonderwijs een vernieuwd kader geschetst voor het bevoegd gezag van mbo- en vavo-instellingen. Het bevoegd gezag moet zorgdragen voor een instellingscultuur die in overeenstemming is met basiswaarden van de democratische rechtsstaat, waaronder in ieder geval vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Studenten moeten daarbij worden gestimuleerd om te oefenen met zich te verhouden tot en te handelen volgens die waarden. Instellingen hebben de ruimte om dit op een eigen manier in te vullen, binnen de kaders van voornoemde basiswaarden. Zo krijgen instellingen meer handvatten om actief op te treden tegen diverse vormen van discriminatie, inclusief antisemitisme.

Daarnaast wordt binnen het mbo ingezet op het versterken van sociale veiligheid via de bestuurlijke afspraken tussen het ministerie van OCW en mbo-instellingen (Werkagenda mbo tot en met 2027). Hierin zijn met de sector afspraken gemaakt over het bevorderen van een inclusieve en veilige leeromgeving en het versterken van integrale veiligheid binnen instellingen en leerbedrijven. In het kader hiervan werken de instellingen aan een representatieve monitor integrale veiligheid mbo. De nadruk in deze monitor ligt op de sociale veiligheid op en rondom school.

Hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs

In het kader van de integrale aanpak sociale veiligheid voor het hoger onderwijs en de wetenschap werkt het ministerie van OCW aan het verder versterken van de sociale veiligheid in het hbo en wo. Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van de wettelijke zorgplicht voor sociale veiligheid samen met het mbo. Hiermee wordt nadrukkelijker vastgelegd dat instellingen zorg moeten dragen voor de (sociale) veiligheid binnen hun instelling en hier beleid op moeten voeren volgens een lerende cyclus. Een andere maatregel uit de integrale aanpak is het landelijke subsidieprogramma sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap, waarmee universiteiten, hogescholen en studenten- werknemers- en promovendiorganisaties gestimuleerd worden om samen te werken bij het vergroten van sociale veiligheid.2 Deze partijen kunnen ook aanvragen indienen voor de verbetering van de sociale veiligheid van Joodse studenten en medewerkers. Hiervoor is tot en met 2027 jaarlijks € 4,5 miljoen beschikbaar.

Daarnaast werken de hogescholen en universiteiten aan een monitor van de ervaren sociale veiligheid van studenten en medewerkers. Zo maken de Vereniging Hogescholen (VH) en Universiteiten van Nederland (UNL) ook in 2026 een sectorbeeld van de ervaren sociale veiligheid van studenten en medewerkers op hogescholen en universiteiten. Een eerste analyse, inclusief verkenning naar mogelijkheden voor structurele monitoring, is in 2025 met OCW gedeeld. Zoals de koepels UNL en VH ook in hun (bijgevoegde) brief aangeven, achten de instellingen het registreren van de ervaren veiligheid van Joodse studenten en medewerkers niet mogelijk, gelet op wettelijke kaders rondom privacy en het verbod op registratie van afkomst of religie. Instellingen registreren incidenten binnen de bredere kaders van sociale veiligheid en discriminatie.

Maatregel 24: Meldingsbereidheid verhogen en voorzieningen verbeteren

In opdracht van het ministerie van OCW is onderzoek uitgevoerd naar de meld- en klachtvoorzieningen voor sociale veiligheid binnen het hoger onderwijs. Daarbij is tevens een verkenning gedaan naar de ervaringen van Joodse studenten en medewerkers met deze voorzieningen. De rapporten zijn eind 2025 gepubliceerd en bevatten handelingsperspectieven om de meldingsbereidheid te vergroten en de toegankelijkheid en kwaliteit van meld- en klachtvoorzieningen te verbeteren.

Instellingen gaan aan de slag met de aanbevelingen uit de verkenning.3 In bijgevoegde brief van de koepels UNL en VH gaan zij ook in op deze onderzoeken. Verder is de verwachting dat eerdergenoemde handreikingen voor vertrouwenspersonen, docenten en leidinggevenden over het herkennen van en omgaan met antisemitisme de meldingsbereidheid zal verhogen.

Maatregel 25: Wijzen op het belang van aangiften en maatregelen bij demonstraties met antisemitische component op de onderwijsinstellingen

De minister van OCW heeft onderwijsinstellingen nadrukkelijk opgeroepen om bij vermoedens van strafbare feiten, waaronder antisemitische uitingen of gedragingen, altijd aangifte te doen. Instellingen hebben toegezegd hieraan gevolg te geven. Daarnaast blijft het van belang dat instellingen, waar nodig, passende maatregelen treffen binnen de eigen huisregels en veiligheidskaders.

Maatregel 26: Waarborgen en bevorderen van inclusie

Middelbaar beroepsonderwijs

Binnen het mbo wordt inclusie en sociale veiligheid structureel bevorderd via het burgerschapsonderwijs. Met de invoering van de nieuwe wet burgerschap (beoogde ingang schooljaar 2027–2028) wordt nadrukkelijker invulling gegeven aan de kwalificatie-eisen op het gebied van democratische rechtsstaat, gelijkwaardigheid en respect voor diversiteit. Het thema inclusie raakt aan meerdere kwalificatie-eisen en aan alle dimensies waarop burgerschap in het mbo is gedefinieerd.

Daarnaast is kansengelijkheid één van de speerpunten in de bestuurlijke afspraken tussen het ministerie van OCW en mbo-instellingen (Werkagenda mbo). Hiermee wordt gewerkt aan een inclusieve leeromgeving waarin ruimte is voor diversiteit in identiteit en overtuiging.

Hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs

In het hbo en wo wordt inclusie bevorderd via de implementatie van het landelijk kader studentenwelzijn 2023–2030. Dit kader stimuleert instellingen om te werken aan een inclusieve leer- en werkomgeving, met aandacht voor studenten en medewerkers die uiting willen geven aan hun religie of identiteit.

De tussenevaluatie van het landelijk kader studentenwelzijn loopt. De resultaten worden begin 2026 verwacht.

Maatregel 27: Periodiek overleg over welzijn Joodse Studenten en voortgang maatregelen

De minister van OCW en de NCAB spreken periodiek over het welzijn van Joodse studenten. Daarnaast heeft het ministerie van OCW regelmatig contact met medewerkers van het bureau van de NCAB. Zowel de minister van OCW als de NCAB voert regelmatig gesprekken met Joodse studenten over hun ervaringen omtrent de (sociale) veiligheid op universiteiten.

Pijler 2: Onderwijs en preventie

De tweede pijler richt zich op het voorkomen van antisemitisme door middel van onderwijs, bewustwording en maatschappelijke weerbaarheid. Het kabinet zet in op het vergroten van kennis bij studenten over Joodse geschiedenis, de Holocaust en hedendaags antisemitisme. Door educatie, dialoog en preventieve maatregelen wordt gewerkt aan het versterken van kennis en begrip, met als doel antisemitisme tegen te gaan en polarisatie te verminderen.

Ambitie 3: Wegnemen voedingsbodem

Maatregel 28: Kennis over Joods leven en de Joodse geschiedenis

In 2026 heeft het ministerie van OCW opdracht verleend aan Synagoge Groningen voor het uitvoeren van activiteiten gericht op interreligieuze dialoog en het kennismaken met Joos leven door jongeren. In dit kader zijn projectsubsidies verstrekt, waaronder een bijdrage aan de Synagoge Groningen voor activiteiten gericht op ontmoeting en dialoog. Zie ook maatregel 56. Binnen het onderwijs wordt aandacht voor Joods leven en de Joodse geschiedenis veelal vormgegeven in het kader van de burgerschapsopdracht. Hoewel dit thema niet expliciet als afzonderlijk doel is opgenomen binnen het mbo, wordt het in de praktijk door instellingen regelmatig behandeld binnen de bredere invulling van burgerschapsonderwijs. De inzet op projecten en initiatieven op dit terrein wordt bezien in samenhang met bredere beleidsontwikkelingen, waaronder het voorgenomen Nationaal Plan Joods Leven van de ministeries van OCW en SZW in samenwerking met de NCAB (zie voor nadere uitleg onder de paragraaf ‘Nieuwe maatregelen en versterkingen’)

Maatregel 29: Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie

De uitvoering van het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie, opgesteld door OCW, SZW en VWS in samenwerking met de NCAB, is in uitvoering. Het plan richt zich op het versterken van Holocausteducatie in het onderwijs en het vergroten van kennis over de Holocaust. De eerste voortgangsrapportage is op 11 december 20254 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Voor een nadere toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Maatregel 30: Lokale steunpunten voor scholen

De gemeente Amsterdam heeft in de zomer van 2024, op basis van het advies van de NCAB, het Steunpunt Holocausteducatie opgericht. Bij dit steunpunt kunnen docenten terecht met vragen over Holocausteducatie. Het steunpunt verwijst naar passende lesmethodes en biedt hulpmiddelen aan om het gesprek over de Holocaust in de klas te ondersteunen.

Op 27 januari 2026 is de gemeente Den Haag, in samenwerking met de gemeente Amsterdam en de NCAB, als tweede Nederlandse gemeente aangesloten op het Steunpunt Holocausteducatie. Bij dit steunpunt kunnen docenten terecht met vragen over Holocausteducatie. Het steunpunt kan bijvoorbeeld verwijzen naar verschillende lesmethodes en hulpmiddelen aanbieden om het gesprek over de Holocaust eenvoudiger te maken.

Maatregel 31: Historisch onderzoek naar de Holocaust

Nederland ondersteunt internationale samenwerking op het gebied van Holocaustonderzoek via het European Holocaust Research Infrastructure (EHRI), met het NIOD als hoofdzetel. Dit initiatief heeft als doel onderzoeksinformatie over de Holocaust uit verschillende landen te verzamelen en toegankelijk te maken en zo bij te dragen aan internationaal onderzoek en kennisontwikkeling over de Holocaust.

Maatregel 32: Versterken Holocausteducatie in de inburgering

Per 1 juli 2025 zijn de gewijzigde eindtermen voor het inburgeringsexamen Kennis van de Nederlandse Maatschappij in werking getreden, waarin kennis over de Holocaust expliciet is opgenomen. Daarnaast is in 2026 een pilot gestart waarbij inburgeraars een bezoek brengen aan instellingen voor Holocausteducatie.

Voor een nadere toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Maatregel 33: Tegengaan misinformatie, waaronder complottheorieën

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Maatregel 34: Symbolenbank

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de politie hebben een Symbolenbank ontwikkeld waarin professionals informatie kunnen raadplegen over rechts-extremistische symbolen. In deze databank zijn ook antisemitische symbolen en uitingen opgenomen.

De Symbolenbank is bedoeld voor onder meer medewerkers van de politie, gemeenteambtenaren, jongerenwerkers en andere professionals die in hun werk geconfronteerd kunnen worden met extremistische symboliek. De NCTV en de politie dragen zorg voor het doorlopende beheer, de actualisatie en de kwaliteitsbewaking van de databank.

Maatregel 35: Project based collaboration Antisemitism

Nederland participeert actief in de Project Based Collaboration (PBC) antisemitisme, een uitwisselingsplatform van de Europese Commissie voor lidstaten die samenwerken rond specifieke thema’s. Binnen deze samenwerking worden kennis en ervaringen gedeeld over onder meer de aanwezigheid van antisemitisme binnen verschillende vormen van extremisme, de registratie van antisemitische incidenten en effectieve beleidsmaatregelen om antisemitisme te voorkomen en te bestrijden.

De deelname van Nederland aan deze samenwerking loopt door en draagt bij aan internationale kennisuitwisseling en het versterken van de aanpak van antisemitisme in Europees verband.

Maatregel 36: Plan van aanpak online discriminatie

Het Plan van aanpak tegen online discriminatie geeft invulling aan de bredere inzet van het kabinet om discriminatie, haat en racisme in de digitale ruimte terug te dringen. Het plan richt zich op het verbeteren van bescherming voor slachtoffers, het versterken van meld- en registratiestructuren en het verbeteren van toezicht en handhaving op digitale platforms. Binnen deze aanpak is expliciet aandacht voor antisemitisme.

Het plan wordt ontwikkeld in samenwerking tussen de ministeries van BZK (coördinerend), Justitie en Veiligheid, SZW en OCW. De NCAB heeft input geleverd bij de planvorming. De uitvoering loopt momenteel. Uw Kamer wordt in de zomer via een voortgangsbrief geïnformeerd over de stand van zaken.

Ter versterking van de strafrechtelijke aanpak van online discriminatie zijn daarnaast structurele middelen (€600.000) beschikbaar gesteld aan het OM.

Maatregel 37: Digital Services Act

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Maatregel 38: Contact Commissariaat voor de Media

De minister van OCW onderhoudt doorlopend contact met het Commissariaat voor de Media over de geldende platformregulering en het toezicht op aanbieders die onder de Mediawet vallen. In dat kader is ook de motie-Van der Plas c.s. besproken. De Kamer is hierover geïnformeerd bij Kamerbrief met reactie op de motie-Van der Plas en anderen over toezicht op socialmedia-accounts en naleving van de Mediawet. Daarmee is uitvoering gegeven aan de motie. Het Commissariaat blijft als onafhankelijk toezichthouder verantwoordelijk voor het eigen toezicht- en handhavingsbeleid binnen de kaders van de Mediawet.

Maatregel 39: Meldpunt Online Discriminatie

Meld.Online Discriminatie biedt burgers de mogelijkheid om meldingen te doen van online discriminatie, waaronder antisemitisme. Het meldpunt beoordeelt meldingen op mogelijke strafbaarheid en kan platforms verzoeken om discriminerende uitingen te verwijderen. Het meldpunt is daarnaast aangewezen als trusted flagger onder de Digital Services Act, waardoor meldingen door platforms met prioriteit worden behandeld.

Maatregel 40: Internationale kennisuitwisseling

De NCAB onderhoudt structureel contact met buitenlandse coördinatoren en is met regelmaat aanwezig op bijeenkomsten met buitenlandse coördinatoren.

Vanwege de aanjagende werking van online antisemitisme is binnen het netwerk van Special Envoys and Coordinators on Combating Antisemitism (SECCA) een werkgroep opgericht met focus op internationale kennisdeling, gezamelijke acties en overleg met grote online platforms. De NCAB zit deze werkgroep voor. In 2025 heeft de NCAB een bijeenkomst georganiseerd met drie grote platforms (X, TikTok en Meta). De werkgroep heeft een brief gestuurd aan de platforms met concrete acties die de platforms kunnen nemen om online antisemitisme op het platform tegen te gaan.

De NCAB is voornemens een Nederlandse delegatie van burgemeesters en wethouders te leiden die zal deelnemen de Mayors Against Antisemitism Summit. Deze bijeenkomst heeft als doel de lokale bestrijding van antisemitisme te bevorderen en kennisuitwisseling te faciliteren tussen lokale bestuurders.

Maatregel 41: Handreiking voor gemeenten over omgaan met spanningen en polarisatie

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Maatregel 42: Tegengaan verkoop antisemitische boeken

De NCAB heeft in 2025 de samenwerking tussen de online verkopers en diverse externe experts op het gebied van antisemitisme en discriminatie versterkt. In 2026 worden nieuwe platforms en webshops aangemoedigd om ook deel te nemen aan dit initiatief om de verkoop van antisemitische boeken tegen te gaan.

Ambitie 4: Samen een vuist tegen antisemitisme in het voetbal

Maatregel 43: Aanpak Antisemitisme Voetbal

In aansluiting op de in het coalitieakkoord 2026‑2030 aangekondigde strafbaarstelling van deelname aan discriminerende en antisemitische spreekkoren, wordt de mogelijkheden geïnventariseerd om de vervolgbaarheid van discriminerende spreekkoren te vergroten, met name in situaties waarin het individuele aandeel van verdachten moeilijk te bewijzen is.

Maatregel 44: Ons voetbal is van iedereen

Het kabinet vindt het van belang dat iedereen veilig moet kunnen sporten in Nederland. Discriminatie, racisme en antisemitisme worden daarom niet getolereerd, zoals ook wordt benoemd in het regeerakkoord. De ministeries van VWS, JenV, OCW en SZW zetten samen met de KNVB en NOC*NSF de aanpak Ons Voetbal Is Van Iedereen (OVIVI) en Onze Club Is Van Iedereen (OCIVI) voort. Op 22 april 2025 heeft de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport de monitor OVIVI en OCIVI met de Kamer gedeeld. In deze brief is aangegeven dat samen met betrokken departementen, de KNVB en andere partijen wordt bezien hoe zowel OVIVI als OCIVI wordt voortgezet. Binnen de eerste helft van 2026 wordt verwacht de resultaten van de nieuwste monitor OVIVI en OCIVI met uw Kamer te kunnen delen.

Maatregel 45: (Opschaling) Fair Play workshop Anne Frank Stichting binnen Onze Voetbal Is Van Iedereen (OVIVI)

Het ministerie van SZW zet in het kader van OVIVI in op bewustwording en gedragsverandering onder jongeren via onder meer de Fair Play-workshops van de Anne Frank Stichting en de aanpak van spreekkoren. De Fair Play-workshops worden uitgevoerd op scholen, in samenwerking met jeugdtrainers van betaald voetbalorganisaties, en bij voetbalclubs, zowel in het betaald als in het amateurvoetbal. De workshop bestaat uit een interactieve game en een groepsgesprek. Hiermee worden jongeren bewust gemaakt van verschillende vormen van discriminatie, waaronder antisemitisme, en van hun eigen rol bij het tegengaan van discriminatie op en rond het voetbalveld. De aanpak is gericht op het versterken van handelingsperspectief en normbesef.

De financiering vanuit de ministeries van SZW en Justitie en Veiligheid is verlengd tot en met 2027, waarmee jaarlijks ten minste 150 workshops kunnen worden uitgevoerd. Hiermee wordt het bereik onder jongeren vergroot en de inzet structureel verankerd.

Maatregel 46: Voortzetten/opvolgen spreekkoren project

In lijn met het coalitieakkoord 2026–2030 zet het kabinet de aanpak van antisemitische spreekkoren in het voetbal voort en versterkt deze. Om antisemitische en racistische spreekkoren in het voetbal tegen te gaan, kunnen supporters die zich in of rond het stadion hebben misdragen (op aangeven van de club of nadat zij strafrechtelijk in beeld zijn gekomen) deelnemen aan het Spreekkorenproject dat sinds 2016 wordt uitgevoerd door de Anne Frank Stichting. Daarnaast worden binnen clubs ook sfeerbepalende sleutelfiguren gemotiveerd om vrijwillig deel te nemen aan het project, met als doel een positieve verandering in de sociale normen rond het voetbal te bevorderen.

Het project, dat de afgelopen jaren werd uitgevoerd bij onder meer Feyenoord, FC Utrecht en FC Den Bosch, is inmiddels uitgebreid naar PSV Eindhoven. De aanpak richt zich op bewustwording van het kwetsende effect van antisemitische en racistische spreekkoren. Onderdeel van het programma zijn groepsgesprekken en gezamenlijke bezoeken aan herdenkingslocaties, waaronder Nationaal Monument Kamp Vught, het Namenmonument in Utrecht en het Kindermonument in Rotterdam.

Deelnemers geven aan dat zij door persoonlijke verhalen van (Joodse) mede-supporters beter inzicht krijgen in de impact van spreekkoren en afzien van het gebruik daarvan. In 2025 zijn negen programma’s uitgevoerd met in totaal 102 supporters. Voor 2026 staan elf programma’s gepland. De inzet wordt in 2027 voortgezet.

Maatregel 47: Detectie bewijsbaarheid en monitoring

Er vinden regelmatig gesprekken plaats met de KNVB over het beter registreren en documenteren van discriminerende en antisemitische incidenten door betaald-voetbalorganisaties. Door in te zetten op verbeterde meldstructuren en het gebruik van technologie door clubs wordt beoogd de signalering en handhaving in de strijd tegen racisme en discriminatie in het voetbal verder te versterken.

Maatregel 48: Normstelling

Er is een brede doorlopende campagne voor sportclubs, sporters en toeschouwers onder de naam Discriminatie=Kansloos. Deze gaat onder andere over de wijze van melden, innovaties rond signaleren en nog veel meer maatregelen. Daarnaast worden ook middelen door de KNVB ingezet om aan omstanders en slachtoffers uit te leggen welke acties zij kunnen ondernemen als de norm wordt overschreden.

Maatregel 49: Campagne inzet amateursport

In afstemming met de KNVB en met NOC*NSF bekijken de ministeries van VWS en SZW momenteel op welke wijze er meer kan worden bereikt in bewustwording over de Holocaust te creëren en hedendaags antisemitisme bij amateurvoetbalclubs en in de amateursport te herkennen en tegen te gaan. Het streven is om zoveel als mogelijk aan te sluiten bij bestaande initiatieven.

Pijler 3: Herdenken en vieren

De derde pijler richt zich op het levend houden van de herinnering aan de Holocaust en het zichtbaar maken van Joods leven in Nederland. Door herdenken, educatie en aandacht voor Joodse geschiedenis en cultuur wordt bijgedragen aan historisch besef en maatschappelijke bewustwording. Het kabinet ondersteunt initiatieven die bijdragen aan het herdenken van de Holocaust en aan het versterken van kennis over en waardering voor Joods leven en erfgoed.

Ambitie 5: De herinnering levend houden en erkenning

Maatregel 50: Herdenken, verhalen blijven vertellen

Het kabinet blijft inzetten op het versterken van de Tweede Wereldoorlog-herinneringssector. In dat kader is uw eerder Kamer geïnformeerd over de ambities en financiële inzet voor de versterking van de WOII-sector en de herinneringscentra5. Via de subsidieregeling Versterking Tweede Wereldoorlog Herinneringssector zijn middelen beschikbaar gesteld om de educatieve en maatschappelijke rol van deze instellingen verder te versterken.

Maatregel 51: Holocaust Memorial Day 27 januari

Rondom International Holocaust Memorial Day op 27 januari wordt jaarlijks aandacht besteed aan de Holocaust door middel van educatieve activiteiten, herdenkingen en publieksinitiatieven. In dat kader wordt onder meer de campagne Leer over de Holocaust uitgevoerd, een initiatief van de NCAB in samenwerking met Anne Frank Stichting, Centraal Joods Overleg, CIDI, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Joods Cultureel Kwartier, Landelijk Steunpunt Gastsprekers WOII-Heden, Na de Oorlog, Nationaal Comité 4 en 5 mei en Nationaal Monument Kamp Vught.

Maatregel 52: Januari Holocaustmaand

In januari 2026 heeft de NCAB in samenwerking met de ministeries van OCW, VWS en SZW, de verschillende herinneringscentra en onderwijskoepels voor de derde keer de landelijke ‘Leer over de Holocaust’-campagne georganiseerd en uitgevoerd. Tijdens de campagnemaand wordt op verschillende manieren aandacht besteed aan het belang van Holocausteducatie.

Het doel van de jaarlijkse campagne is om de kennis over de Holocaust te vergroten en de herinnering daaraan levend te houden. De betrokken bewindslieden geven in deze periode extra aandacht aan Holocausteducatie, om de campagne zo goed en breed mogelijk te laten landen binnen de sectoren waar zij verantwoordelijk voor zijn.

Maatregel 53: Landelijke dag antisemitisme 25 april

Uw Kamer heeft bij motie uitgesproken jaarlijks rond 25 april een plenair debat over antisemitisme te houden. In 2025 heeft een dergelijk debat niet plaatsgevonden. Voor 2026 is nog onzeker of dit zal plaatsvinden. De onderhavige actualisatiebrief is wel rond deze datum geagendeerd.

Ambitie 6: Kennismaken en vieren van Joods leven in Nederland

Maatregel 54: Handreiking omgaan met spanningen: kennisdeling en waarborgen pluriforme culturele sector

Voor een toelichting op deze maatregel wordt verwezen naar de Kamerbrief bij deze bijlage.

Maatregel 55: Het beleven van identiteit, cultuur en geloof

Het kabinet onderschrijft dat onderwijsinstellingen ruimte moeten bieden voor het beleven van identiteit, cultuur en geloof, binnen de geldende wettelijke kaders.

Feestdagen en religieuze verplichtingen van personeel zijn geregeld in de toepasselijke cao’s. Daarnaast biedt de Leerplichtwet leerlingen en studenten de mogelijkheid om vrij te krijgen voor religieuze verplichtingen op niet-christelijke feestdagen. In bestuurlijk overleg is bij onderwijskoepels aandacht gevraagd voor het belang van bewustwording rondom religieuze feest- en rustdagen. Dit maakt onderdeel uit van het lopende beleid gericht op inclusie en sociale veiligheid binnen het onderwijs.

Maatregel 56: Interreligieuze en interculturele dialogen

De inzet op interreligieuze en interculturele dialoog wordt voortgezet als onderdeel van de preventieve aanpak van antisemitisme en bredere maatschappelijke polarisatie.

In 2026 heeft het ministerie van OCW opdracht verleend aan Synagoge Groningen voor het uitvoeren van activiteiten gericht op interreligieuze dialoog en het kennismaken met Joods leven door jongeren. De activiteiten hebben tot doel wederzijds begrip te bevorderen, stereotypen te doorbreken en kennis over Joods leven in Nederland te vergroten. De inzet op interreligieuze en interculturele dialoog wordt in samenhang bezien met bredere inspanningen op het terrein van kennisbevordering en ontmoeting. De voortgang en verdere invulling worden binnen deze bredere beleidscontext gemonitord.

Daarnaast heeft de stichting Geloven in Samenleven (GIS) in opdracht van het ministerie van SZW (2023–2025) de pilot Interreligieuze dialoog met jongeren uitgevoerd. Het definitieve eindrapport is begin september 2025 opgeleverd en met uw Kamer gedeeld.

De pilot had als doel het bevorderen van wederzijds begrip en het verkleinen van de maatschappelijke afstand tussen jongeren met verschillende religieuze achtergronden. In zeven gemeenten zijn acht bijeenkomsten georganiseerd, waarbij 123 jongeren met Joodse, islamitische, christelijke en niet-religieuze achtergronden met elkaar in gesprek zijn gegaan. Deelnemers deelden persoonlijke ervaringen, wat volgens GIS bijdroeg aan empathie, wederzijds begrip en het ontstaan van nieuwe netwerken.

Momenteel worden er gesprekken met verschillende partners gevoerd over hoe het beste invulling gegeven kan worden aan de motie Bamenga6 (D66) ten aanzien van structurele financiering voor interreligieuze dialoog, en wordt bezien of en hoe een vervolg kan worden gegeven aan bovengenoemde pilot, met inachtneming van de gestelde randvoorwaarden. Daarbij wordt verkend of vervolginitiatieven kunnen worden gefaciliteerd en ondersteund, waarbij per initiatief zorgvuldig wordt getoetst of aan de randvoorwaarden wordt voldaan.

Met deze inzet wordt interreligieuze ontmoeting gestimuleerd als instrument ter versterking van sociale cohesie en weerbaarheid tegen antisemitisme.

Maatregel 57: Behoud Joods-Nederlands erfgoed en kunsten

Het behoud en de zichtbaarheid van Joods-Nederlands erfgoed blijven een belangrijk onderdeel van de inzet binnen deze strategie. Het ministerie van OCW verstrekt op grond van de Erfgoedwet structurele subsidie (4 miljoen euro per jaar) aan het Joods Cultureel Kwartier voor publieksactiviteiten en het beheer en behoud van de collectie van het Joods Museum. Daarnaast zijn 80 (voormalige) synagogen en 71 Joodse begraafplaatsen aangewezen als Rijksmonument. Hiermee zijn deze locaties als onmisbaar en onvervangbaar erfgoed beschermd en komen eigenaren in aanmerking voor financiële ondersteuning bij instandhouding. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed blijft zorgdragen voor informatievoorziening en ondersteuning rondom het behoud van dit erfgoed.


  1. Kamerstuk II, 2025-2026, 30 950, nr. 471.↩︎

  2. https://programmasocialeveiligheid.nl↩︎

  3. Kamerbrief met update over sociale en fysieke veiligheid op universiteiten en hogescholen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎

  4. Kamerstukken II, 2025-2026, 36272, nr. 20.↩︎

  5. Kamerstukken II, 2024-2025, 30600 XVI, nr. 184.↩︎

  6. Kamerstukken II, 2025-2025, 30950, nr. 486.↩︎