Actualisatie bestrijding antisemitisme
Brief regering
Nummer: 2026D17197, datum: 2026-04-10, bijgewerkt: 2026-04-10 15:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Beslisnota bij Kamerbrief Actualisatie bestrijding antisemitisme
- Overzicht en stand van zaken alle maatregelen Strategie Antisemitisme Bestrijding 2024-2030
Onderdeel van zaak 2026Z07669:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Volgcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
De recente aanslagen op een synagoge in Rotterdam en een Joodse school in Amsterdam onderstrepen helaas de zorgwekkende ontwikkeling waarin antisemitisme in Nederland zichtbaar en voelbaar toeneemt. Antisemitisme is onaanvaardbaar. De wortels van antisemitisme zitten diep en vragen om een stevige en gezamenlijke inspanning. In deze Kamerbrief wordt mede namens de minister van Werk en Participatie, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, achtereenvolgens ingegaan op het huidige klimaat in Nederland en de inzet van het kabinet, de beleidsreactie op het rapport “Gevangen in Vrijheden” van de Taskforce Bestrijding Antisemitisme en tenslotte de voortgang en actualisatie van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–20301 (hierna: de Strategie).
Klimaat in Nederland
De aanslagen hebben diepe indruk gemaakt op de Nederlandse samenleving, in het bijzonder op de Joodse gemeenschap. Voor veel Joden versterken de aanslagen een gevoel van onveiligheid dat helaas niet nieuw is; er is sprake van versterkte gevoelens van angst, woede en verdriet. Zoals het kabinet eerder heeft benadrukt in de Kamerbrief van 16 maart 2026 over deze aanslagen, zijn dit geen incidenten op zichzelf, maar uitingen van een zorgwekkendere ontwikkeling waarin antisemitisme zichtbaar en voelbaar toeneemt.2 In die brief wordt nader gereflecteerd op de veiligheidsimplicaties van deze aanslagen in onze samenleving en spreekt het kabinet uit dat het zich blijft inzetten om de veiligheid van Joden in Nederland te bevorderen en om antisemitisme tegen te gaan..
Dit schetst een zorgelijk beeld van het huidige maatschappelijk klimaat. Antisemitisme manifesteert zich op een hoog en zichtbaar niveau in verschillende delen van de samenleving. Internationale spanningen vinden hun weerslag in het publieke debat en op sociale media, en antisemitische uitingen worden in sommige kringen steeds vaker openlijk geuit of genormaliseerd. Daarmee is sprake van een complexe en verontrustende situatie die vraagt om voortdurende alertheid, duidelijke normstelling en gezamenlijke weerbaarheid.
Voor veel Joden uit dit zich niet alleen in gevoelens van onveiligheid, maar ook in concreet gedrag in het dagelijks leven. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van Joodse instellingen, studenten en maatschappelijke organisaties uit het hele land blijkt dat zichtbaarheid steeds vaker wordt vermeden en dat aanvullende veiligheidsmaatregelen als noodzakelijk worden ervaren. Dit raakt direct aan de vrijheid om openlijk Joods te zijn en dat mag niet genormaliseerd worden.
Antisemitisme hoort niet thuis in onze samenleving. Het ondermijnt het fundament van de democratische rechtsstaat en tast waarden aan zoals menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en vrijheid van godsdienst. Joodse Nederlanders moeten zich vrij en veilig voelen om Joods te zijn. Dat is geen wens, maar een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Antisemitisme is niet een probleem van de Joodse gemeenschap, maar van de samenleving als geheel. Het vraagt om een duidelijke normstelling, om gezamenlijk optreden en om een samenleving die pal naast de Joodse gemeenschap staat.
Het kabinet richt zich daarom niet alleen op het bestrijden van antisemitisme, maar ook op het versterken van wat het bedreigt: het Joodse leven zelf. De zichtbare aanwezigheid en bloei van Joodse gemeenschappen horen vanzelfsprekend bij Nederland en verrijken onze samenleving. Beschermen én bevorderen van Joods leven zijn twee kanten van dezelfde opdracht. Joden zijn een onlosmakelijk onderdeel van onze samenleving. De zichtbaarheid van de Joodse gemeenschap en de vrijheid van Joden om de eigen identiteit te beleven zijn waarden die beschermd én gevierd dienen te worden. Het kabinet spant zich daarom in om Joods leven in de toekomst zichtbaarder en vanzelfsprekender te maken. In samenwerking met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (hierna: NCAB) wordt ingezet op initiatieven die daaraan bijdragen. Zo werken de ministeries van OCW en SZW samen met de NCAB aan een Nationaal Plan Joods Leven, gericht op het bevorderen en bekendmaken van Joods leven in ons land. Hier wordt onder het kopje “Voortgang en actualisatie van de Strategie” verder op ingegaan.
Met de Strategie heeft het kabinet, in samenwerking met de NCAB, een stevige en samenhangende aanpak van antisemitisme neergezet. Sinds de aanbieding van de Strategie aan uw Kamer op 22 november 2024 is voortgang geboekt en is de inzet op verschillende terreinen versterkt.3 Het huidige maatschappelijk klimaat laat zien dat deze inzet hard nodig blijft. De recente aanslagen staan niet op zichzelf. Bij demonstraties worden leuzen gescandeerd en symbolen gebruikt die antisemitisch zijn en kwetsend zijn voor de Joodse gemeenschap. Op universiteiten en hogescholen zijn spanningen zichtbaar rondom bijeenkomsten en protesten, waarbij Joodse studenten en medewerkers zich onveilig of geïntimideerd voelen.
Daarnaast blijkt uit internationaal onderzoek dat antisemitisme ook in het onderwijs een punt van zorg blijft. Zo laat recent UNESCO-onderzoek4 zien dat een aanzienlijk deel van de Europese leraren antisemitische uitingen in het klaslokaal waarneemt. Dat is onacceptabel. Antisemitisme hoort nergens thuis, en zeker niet in een leeromgeving waar alle leerlingen zich vrij en veilig moeten kunnen ontwikkelen. Ook in Nederland vraagt dit om blijvende alertheid in het onderwijs en gerichte versterking van de aanpak van antisemitisme. Scholen zoeken daarbij naar manieren om gastsprekers en andere initiatieven in te zetten, wat niet altijd eenvoudig is. Het is daarom belangrijk scholen hierbij actief te ondersteunen. Vanuit de wettelijke burgerschapsopdracht zijn scholen verplicht om kennis en respect bij te brengen van en voor verschillen en gelijke behandeling. Daarnaast is onderwijs over de Holocaust en over de opkomst en verspreiding van monotheïstische godsdiensten, waaronder het Jodendom, verankerd in zowel het huidige als het herziene curriculum van het primair en voortgezet onderwijs.5 Zonder het leren over antisemitisme en de gevolgen daarvan kan geen verbinding ontstaan en begrijpen jongeren niet waarom Joden zich nog altijd onveilig voelen.
Ook in andere sectoren blijft alertheid geboden. In het voetbal zijn antisemitische spreekkoren nog altijd een terugkerend probleem, steeds vaker blijkt dat Joodse sprekers en artiesten niet welkom zijn op uiteenlopende (maatschappelijke) podia, en online blijft sprake van een brede verspreiding van antisemitische stereotypen, complottheorieën en ontkenning of bagatellisering van de Holocaust.
Internationale ontwikkelingen versterken deze dynamiek en werken direct door in Nederland. De antisemitische terreuraanslag tijdens een Chanoeka-viering op Bondi Beach in Sydney op 14 december 2025 heeft wereldwijd geleid tot grote zorgen over de veiligheid van Joodse gemeenschappen en onderstreept de grensoverschrijdende aard van hedendaags antisemitisme. De invloed van buitenlandse actoren en de doorwerking van internationale ontwikkelingen op antisemitisme zijn onacceptabel.
Met de Strategie is in 2024 een belangrijke basis gelegd voor een structurele en duurzame inzet. Het kabinet zet deze inzet onverminderd voort. De Strategie vormt daarbij het centrale kader voor duurzame inspanningen. Tegelijkertijd wordt voortdurend bezien waar versterking of actualisatie nodig is, mede in het licht van recente ontwikkelingen en signalen uit de samenleving en de Joodse gemeenschap. De aanpak is daarmee in beweging en wordt waar nodig aangescherpt.
Eén van de maatregelen die is aangekondigd in de Strategie in 2024 is het instellen van de Taskforce Antisemitismebestrijding. De resultaten van de taskforce worden betrokken bij de integrale aanpak van antisemitisme door het kabinet. De beleidsreactie op het rapport ‘Gevangen in Vrijheden’ wordt daarom in deze brief meegenomen.
Kabinetsreactie Taskforce
Het kabinet heeft per 1 februari 2025 voor de duur van één jaar de Taskforce Antisemitismebestrijding (hierna: de Taskforce) ingesteld. De Taskforce stond onder voorzitterschap van de heer Jaap Smit en bestond uit vertegenwoordigers van onder meer lokale overheden, de onderwijssector, de cultuursector, de ov-sector en de Joodse gemeenschap. De Taskforce werd gevormd door Ineke Cleiren, René Glaser, Ton Heerts, Chanan Hertzberger, Wouter Koolmees, Rianne Letschert, Wilbert Paulissen, Mirjam van Praag en Eddo Verdoner. De Taskforce had als doel gerichte voorstellen te doen voor de maatregelen ten behoeve van de veiligheid van Joden, waaronder de veiligheid van Joodse studenten op hogescholen en universiteiten, het weren van antisemitische sprekers op hogescholen en universiteiten en veiligheidsconsequenties van de sit-ins op de NS-stations.
Op 2 februari 2026 hebben onze ambtsvoorgangers het eindrapport van de taskforce mogen ontvangen. Allereerst spreekt het kabinet grote erkentelijkheid uit aan Jaap Smit en de andere leden van de Taskforce die zich hebben ingezet om zorgvuldig en met betrokkenheid van alle relevante partners en de Joodse gemeenschap de problematiek in het hoger onderwijs en NS-stations in kaart te brengen en concrete aanbevelingen te doen. Op de aanbevelingen aan de minister van Justitie en Veiligheid (als coördinerend bewindspersoon), de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, wordt hieronder nader ingegaan.
Onderwijs
De veiligheid van Joodse studenten en medewerkers op hogescholen en universiteiten gaat het kabinet aan het hart. Het is onacceptabel dat zij zich niet vrij en veilig voelen op de onderwijsinstellingen. Het kabinet staat dan ook pal achter de Joodse studenten en medewerkers, en eenieder die zich niet veilig of vrij voelt op de onderwijsinstellingen. Zij neemt de adviezen van het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding ‘Gevangen in vrijheden’ zeer serieus. De recente explosies bij een synagoge en school hebben een diepe indruk op het kabinet gemaakt. Het staat niet ter discussie dat we alles moeten doen wat binnen ons vermogen ligt om ervoor te zorgen dat Joodse studenten en medewerkers in veiligheid kunnen studeren en werken en zich vrij voelen om hun identiteit te uiten. De minister van OCW staat daarom voortdurend in contact met de instellingen en hun koepels, met Joodse studenten en medewerkers evenals de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding (NCAB) hierover. Zij roept de onderwijsinstellingen daarbij op om aandacht te blijven hebben voor de Joodse minderheid, voor hen op te komen en op te treden tegen personen of omstandigheden die een onveilige werk- en leeromgeving creëren. Hieronder beschrijft zij welke extra maatregelen op instellings- en stelselniveau worden genomen om de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers op hogescholen en universiteiten te borgen. Bij de maatregelen op stelselniveau gaat zij ook in op de (drie) specifiek aan OCW gerichte aanbevelingen uit het rapport. Daarnaast gaat zij in op drie moties van uw Kamer, die aansluiten bij de adviezen van de Taskforce.
Opvolging aanbevelingen Taskforce
De meeste aanbevelingen uit het rapport zijn gericht aan de universiteiten en hogescholen. Voor de maatregelen op instellingsniveau verwijst de minister van OCW u dan ook naar bijgaande brief (bijlage 1) van de koepelorganisaties Vereniging Hogescholen (hierna: VH) en Universiteiten van Nederland (hierna: UNL), waarin zij toelichten hoe de instellingen opvolging geven aan de aanbevelingen. Ook beschrijven de koepels in hun brief op welke wijze de instellingen uitvoering geven aan een aantal moties die aan de adviezen van de Taskforce raken. De instellingen geven aan dat zij pal voor hun Joodse studenten en medewerkers staan. Daarnaast worden ook concrete acties genoemd. Zo wordt geïnvesteerd in het trainen van vertrouwenspersonen op herkennen van en omgaan met antisemitisme, het vergroten van de bekendheid van klacht- en meldstructuren en het verbeteren van interventies bij overtreding van de huisregels.
Gedegen opvolging van de aanbevelingen is van groot belang: in het (bestuurlijke) contact met de instellingen zal dit daarom de voortdurende aandacht hebben van de minister van OCW. De NCABheeft aangeboden de instellingen desgewenst te voorzien van ondersteuning en advies bij de implementatie van de aanbevelingen, zoals bij (het ontwikkelen van) trainingen voor vertrouwenspersonen en docenten. De NCAB zal op korte termijn met de instellingen in gesprek gaan om te zien waar hun behoefte ligt. Daarnaast zal de NCAB samen met het ministerie van OCW in het voorjaar van 2027 een miniconferentie organiseren voor de instellingen om ervaringen met de implementatie van de adviezen te bespreken.
Drie aanbevelingen uit het rapport zijn specifiek aan OCW als stelselverantwoordelijke gericht, waarbij de Taskforce stelt dat zij voor OCW een faciliterende rol ziet om te zorgen voor de randvoorwaarden voor de instellingen en hun koepels om de voorstellen uit te voeren. De eerste aanbeveling betreft het bieden van financiële, beleidsmatige en juridische ondersteuning aan de instellingen en hun koepels, en aan maatschappelijke organisaties ten behoeve van de uitwerking en implementatie van de voorstellen. De minister van OCW neemt deze aanbeveling ter harte en gaat er als volgt mee aan de slag.
Een aantal Joodse (studenten)organisaties doet al veel voor de ondersteuning van Joodse studenten en medewerkers. Om hen te helpen bij het versterken van de sociale infrastructuur stelt zij hen eenmalig € 350.000 beschikbaar. Daarmee ondersteunt de minister van OCW tevens de instellingen bij de implementatie van de aanbevelingen om ondersteuning van Joodse studenten en medewerkers te versterken, duurzame relaties met Joodse studenten en medewerkers te onderhouden, en (academische kennis) over Joods leven te stimuleren.6 Hiermee voldoe ik aan de motie Ceder c.s. om opvolging te geven aan het advies van de Taskforce om het (geestelijk) welzijn van Joodse studenten en medewerkers te verbeteren.7
Van belang om hier te vermelden is dat hogescholen en universiteiten middelen uit het bestuursakkoord hoger onderwijs & wetenschap (tot en met 2031 jaarlijks € 4 miljoen) inzetten om de sociale veiligheid te verbeteren en dat dit daarmee ook bijdraagt aan de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers. Verder kunnen instellingen een aanvraag indienen voor de verbetering van de sociale veiligheid van Joodse studenten en medewerkers bij het landelijk subsidieprogramma sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap, waarvoor tot en met 2027 jaarlijks € 4,5 miljoen beschikbaar is.
Naast financiële ondersteuning biedt de minister van OCW (extra) beleidsmatige en waar nodig juridische ondersteuning. De koepels geven in hun brief aan dat de instellingen inzetten op het op het bouwen en onderhouden van sterke ‘vierhoeken’. Deze door de Taskforce gemunte term omvat de lokale driehoek (burgemeester, politie en OM) en de hoger onderwijsinstelling. De minister van OCW acht het van groot belang dat de samenwerking binnen de vierhoek wordt versterkt zodat verwachtingen tussen alle partijen helder zijn en goede afstemming plaatsvindt bij de afhandeling van incidenten. Als stelselverantwoordelijke zal de minister van OCW dan ook, met betrokkenheid van de ministeries van JenV en BZK, het gesprek faciliteren gericht op landelijke uniformiteit van handelen van vierhoeken, en uw Kamer over de uitkomsten hiervan informeren. Ook worden de door het ministerie van OCW reeds gestarte acties op het vlak van antisemitismebestrijding voortgezet. Zo wordt binnen enkele weken een handreiking voor vertrouwenspersonen over het herkennen van en omgaan met antisemitisme gepubliceerd en zullen handreikingen voor docenten en leidinggevenden volgen.
De tweede aanbeveling die (deels) aan OCW is gericht betreft de uitwisseling van best practices door instellingen, waarbij “waar nodig gekeken dient te worden naar financiële ondersteuning vanuit het Ministerie van OCW.” Eerdergenoemde conferentie draagt bij aan de uitwisseling van best practices. Het eveneens bovengenoemde landelijk subsidieprogramma sociale veiligheid, dat erop gericht is instellingen te laten samenwerken op dit terrein, kan ook financiële ondersteuning bieden. Verder draagt het in opdracht van het ministerie van OCW uitgevoerde onderzoek in het kader van het subsidieprogramma Integrale Veiligheid 2016-2023 bij aan het delen van best practices. Doel van het onderzoek is voor zowel de instellingen als OCW om te leren van de ervaringen en opbrengsten die dit subsidieprogramma heeft opgeleverd binnen de instellingen en in de sector. En om te inventariseren op welke wijze het veiligheidsbeleid op instellingen en de coördinatie op sectorniveau geborgd en bevorderd kan worden, met behoud van autonomie van de instellingen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen begin 2027 met uw Kamer worden gedeeld.
Ten slotte, verwijst ook de derde aanbeveling - over lokale campagnes tegen discriminatie en haat in het hoger onderwijs - naar OCW als (mede)financier. De Rijksoverheid ondersteunt reeds landelijke campagnes tegen polarisatie, haat en discriminatie. Het ligt daarom niet voor de hand om als OCW ook aparte lokale campagnes (deels) te financieren.
1.2 Openbaar Vervoer
Het kabinet spreekt zijn waardering uit voor de zorgvuldige wijze waarop de taskforce de problematiek rond demonstraties op stations in kaart heeft gebracht. Hoewel de sit-in demonstraties doorgaans vreedzaam verlopen, brengen deze demonstraties op drukke stations toch algemene veiligheidsrisico’s met zich mee, onder meer door het geluidsniveau, de grote mensenmassa’s en het gelijktijdig plaatsvinden van meerdere demonstraties. Het kabinet spreekt daarnaast zijn waardering uit voor de concrete voorstellen die zijn gedaan. De taskforce beveelt aan om:
(1) de samenwerking en afstemming tussen de lokale driehoek, NS, andere treinvervoerders en ProRail te versterken en
(2) de uitwisseling van goede praktijken tussen gemeenten, politie, NS, ProRail en andere treinvervoerders te stimuleren.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) geeft op de volgende wijze invulling aan deze aanbevelingen. Allereerst blijft IenW nauw in overleg met NS en ProRail over de diverse preventieve maatregelen die reeds bestaan en worden toegepast. Hierbij gaat het om zowel operationele als communicatieve maatregelen, gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van risicovolle situaties in de toekomst. Voorbeelden zijn vroegtijdige afstemming met het lokaal bevoegd gezag (politie, gemeente en OM) om de risico’s te beperken, inzet van extra toezicht en personeel op stations waar demonstraties plaatsvinden en gerichte communicatie naar het publiek, zowel vooraf als tijdens demonstraties. Het ministerie van IenW monitort het effect van deze maatregelen, signaleert knelpunten, en stemt waar nodig af met andere ministeries zoals Justitie en Veiligheid (JenV) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
Daarnaast is door NS en ProRail, in afstemming met de ministeries van JenV, BZK en IenW, een handelingskader met bijbehorende escalatieladder opgesteld. Dit kader biedt duidelijke richtlijnen voor het optreden bij demonstraties en sit-ins. Het kader bevat ook een escalatieladder waarmee verschillende veiligheidsniveaus en bijbehorende interventies worden bepaald. Hierdoor kunnen NS, ProRail en de lokale veiligheidsdriehoeken snel en effectief optreden bij mogelijke risico’s tijdens
demonstraties.
Dit kader is gericht op het verbeteren van de handhaving bij stationsdemonstraties. Het handelingskader fungeert als richtlijn; het is uiteindelijk aan het lokale gezag om te besluiten over het faciliteren van demonstraties en het handhaven van de openbare orde en veiligheid.
Tot slot voeren NS, ProRail en gemeenten op basis van dit handelingskader gesprekken over aanvullende preventieve maatregelen. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan de aanbevelingen van de taskforce en wordt gewerkt aan een zorgvuldige balans tussen het demonstratierecht en de veiligheid van reizigers en medewerkers op stations.
Voortgang en actualisatie van de Strategie
Het kabinet heeft met de Strategie een stevige en noodzakelijke basis gelegd voor de bestrijding van antisemitisme. Deze actualisatie laat zien dat op meerdere fronten stappen zijn gezet. Tegelijkertijd is het te vroeg om uitspraken te doen over de effectiviteit van de totale aanpak. In 2027 zal daarom een tussentijdse evaluatie plaatsvinden, waarin de werking en impact van de maatregelen in samenhang worden beoordeeld en bezien wordt of verdere versterking of bijsturing nodig of wenselijk is. In het coalitieakkoord heeft het kabinet het versterken van de rol van de NCAB aangekondigd door zijn werk wettelijk te verankeren.
Met deze brief wordt uw Kamer, zoals aangekondigd in de voortgangsbrief van 4 juli 2025, geïnformeerd over de actualisatie van de Strategie. Hierbij wordt ingegaan op aanvullende maatregelen waaronder het Nationaal Plan Joods Leven, reeds afgeronde maatregelen en lopende en geïntensiveerde inzet. Een volledig overzicht van alle maatregelen en de actuele stand van zaken is als bijlage bij deze brief opgenomen.
Nieuwe maatregel: Nationaal Plan Joods Leven
De versterking van de aanpak van antisemitisme vraagt niet alleen om bescherming tegen haat en geweld, maar ook om het actief versterken van datgene wat antisemitisme bedreigt: het Joodse leven zelf. Herkenbaarheid, aanwezigheid, zichtbaarheid en bloei van de Joodse gemeenschap dragen bij aan de weerbaarheid van onze samenleving tegen antisemitisme. In de Strategie krijgt Joods leven daarom een prominentere plek.
Samen met de NCAB en de ministeries van OCW en SZW werkt het kabinet aan een Nationaal Plan Joods Leven, gericht op het zichtbaar maken, ondersteunen en versterken van Joods leven in Nederland.Het plan heeft tot doel de zichtbaarheid en veiligheid van Joods leven te vergroten, de kennis en overdracht over Joodse geschiedenis en cultuur in onderwijs en samenleving te versterken, en de ontmoeting en dialoog te bevorderen. Zo zal het plan ruimte bieden aan interreligieuze en interculturele initiatieven en aan initiatieven uit de Joodse gemeenschap zelf.
In de zomer van 2026 worden gesprekken gevoerd met Joodse organisaties, maatschappelijke partners en lokale overheden om te komen tot een concrete invulling van het plan. De uitkomsten worden betrokken bij de verdere uitwerking van de Strategie. Het bevorderen van Joods leven en bestrijden van antisemitisme zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, want zichtbaar Joods leven is de krachtigste en meest duurzame vorm van weerbaarheid.
Het kabinet spreekt in dit kader ook zijn grote waardering uit voor de gemeente Amsterdam voor het beschikbaar stellen van €25 miljoen ter versterking en bescherming van het Joodse leven in Amsterdam. Dit onderstreept het belang van lokale inzet naast de nationale aanpak.
Afgeronde maatregelen
Sinds de start van de Strategie zijn verschillende maatregelen uitgevoerd en afgerond. Hiermee zijn belangrijke stappen gezet in de versterking van de aanpak van antisemitisme. Het betreft onder meer de volgende maatregelen:
Maatregel 8 – Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (ECAD-P)
In het tweede halfjaarbericht van de politie in december 2024 is uw Kamer geïnformeerd over het structureel financieren van het Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (ECAD-P). Met deze financiering is de capaciteit van het expertisecentrum bestendigd en uitgebreid. Hiermee is structurele capaciteit beschikbaar gekomen om discriminatie, waaronder antisemitisme, binnen het politiewerk beter te signaleren, analyseren en adresseren.
Maatregel 11 – Snelrecht toepassen bij antisemitisme
Bij strafbare feiten waarbij sprake is van een discriminatoir aspect, waaronder antisemitisme, wordt waar mogelijk gebruikgemaakt van snelrecht. Snelrecht kan worden toegepast bij relatief eenvoudige zaken, bijvoorbeeld wanneer een verdachte op heterdaad is betrapt of het strafbare feit bekent, en wanneer de maximale strafeis niet hoger is dan één jaar gevangenisstraf. Deze werkwijze maakt onderdeel uit van de reguliere strafrechtelijke aanpak en wordt toegepast wanneer de omstandigheden van de zaak dit toelaten.
Maatregel 13 – Strafverzwaringsgrond discriminatoir motief
Per 1 juli 2025 is de strafverzwaringsgrond bij een discriminatoir aspect in het Wetboek van Strafrecht in werking getreden. Dit betekent dat wanneer een strafbaar feit, zoals mishandeling of vernieling, wordt gepleegd met een discriminatoir aspect, bijvoorbeeld uit haat tegen een bepaalde groep, het strafmaximum met een derde kan worden verhoogd. Deze strafverzwaringsgrond kan ook worden toegepast wanneer sprake is van een antisemitisch aspect. Met de inwerkingtreding van deze bepaling is het strafrechtelijk instrumentarium voor de aanpak van antisemitisme versterkt en is deze maatregel afgerond.
Maatregel 14 – Strafbaarstelling Holocaustontkenning
Met de Wet herimplementatie Europees strafrecht van 17 juli 2024 is het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden expliciet strafbaar gesteld als aanvulling op het bestaande verbod op groepsbelediging. Deze strafbaarstelling is op 1 oktober 2024 in werking getreden. De strafbaarstelling ziet onder meer op het ontkennen of bagatelliseren van de Holocaust, een uitingsvorm die nauw samenhangt met antisemitisme.
In januari 2025 volgde de eerste veroordeling wegens het vergoelijken van de Holocaust op basis van deze bepaling. Inmiddels zijn meerdere zaken behandeld en bij de strafrechter aan de orde geweest. Hiermee wordt zichtbaar dat dit strafrechtelijke instrument daadwerkelijk wordt toegepast bij de aanpak van antisemitische uitingen.
Maatregel 15 – Verkenning strafbaarstelling antisemitisme in andere landen
Tegelijk met de vorige voortgangsbrief heeft de minister van Justitie en Veiligheid uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van een verkennend onderzoek naar de strafbaarstelling van antisemitisme in de ons omringende landen.
Uit dit onderzoek bleek dat in België, Duitsland en Frankrijk in grote mate vergelijkbare strafrechtelijke instrumenten bestaan als in Nederland. Een belangrijk verschil was dat in deze landen discriminatoire motieven expliciet als strafverzwarende omstandigheid worden meegewogen door rechters. Met de inwerkingtreding van de strafverzwaringsgrond bij een discriminatoir aspect per 1 juli 2025 is dit inmiddels ook in Nederland het geval.
Maatregel 19 - European Conference of Public Prosecution Services on Antisemitism
In november 2025 heeft de NCAB de tweede conferentie voor Europese Officieren van Justitie, de International Prosecutors Summit on Antisemitism (IPSA), georganiseerd. Openbaar aanklagers en juridisch experts uit 33 Europese landen kwamen bijeen in Den Haag om hun gezamenlijke inzet te versterken om antisemitisme strafrechtelijk effectief aan te pakken. De NCAB blijft volgende edities van deze conferentie organiseren.
Maatregel 33 - Tegengaan misinformatie, waaronder complottheorieën
In het kader van het wegnemen van de voedingsbodem van antisemitisme zet het kabinet in op het versterken van de weerbaarheid tegen desinformatie en complottheorieën, waaronder antisemitische complottheorieën. In dat kader is de handleiding ‘Omgaan met desinformatie’ voor medeoverheden in 2024 herzien. Deze handleiding ondersteunt onder meer gemeenten bij het herkennen en adresseren van desinformatie en wordt blijvend onder de aandacht gebracht.
Daarnaast is de subsidie aan BENEDMO, de Vlaams-Nederlandse samenwerking ter versterking van factcheckers en andere experts op het gebied van desinformatie, afgerond conform de doelstellingen. Hiermee wordt de structurele aanpak van desinformatie versterkt, waaronder uitingen die bijdragen aan antisemitische complottheorieën, haat en polarisatie.
De acties uit de Voortgangsbrief van de Rijksbrede strategie tegen online desinformatie zijn grotendeels afgerond of bevinden zich in uitvoering.8
Maatregel 37 – Digital Services Act
De inzet op de toepassing van de Digital Services Act (DSA) maakt onderdeel uit van de aanpak van online discriminatie, waaronder antisemitisme, binnen het Europese kader. Het kabinet zet zich in voor het verhogen van het aantal verwijderingen van strafbare antisemitische uitingen online. In samenwerking met politie, het OM, antidiscriminatievoorzieningen, meldpunten en toezichthouders wordt gewerkt aan de effectieve inzet van betrouwbare flaggers die antisemitische content gericht kunnen signaleren en melden.
Daarnaast wordt gebruikgemaakt van monitoringinstrumenten om ontwikkelingen rond online haatspraak te volgen en te analyseren. Zo publiceert het European Observatory of Online Hate (EOOH) analyses over de omvang en ontwikkeling van antisemitische haatspraak online. Ook publiceert de Europese Commissie informatie over handhavingsacties en de naleving van Europese regels door online platforms, waaronder maatregelen tegen haatspraak en antisemitische uitingen.
Met de inwerkingtreding van de Digital Services Act en de inzet op monitoring, signalering en verwijdering van antisemitische content online, is deze maatregel gerealiseerd.
Maatregel 41 – Handreiking spanningen en polarisatie
De Expertise Unit Sociale Stabiliteit van het ministerie van SZW heeft een handreiking ontwikkeld die gemeenten, professionals en werkgevers ondersteunt bij het omgaan met spanningen en polarisatie, onder meer in relatie tot internationale conflicten zoals het conflict in het Midden-Oosten.9
De handreiking biedt praktische handelingsperspectieven voor het signaleren van spanningen, het voeren van het gesprek in lokale gemeenschappen en het ondersteunen van professionals die met dergelijke situaties te maken krijgen. De handreiking is verspreid onder gemeenten en vormt onderdeel van het reguliere ondersteuningsaanbod van de Expertise Unit Sociale Stabiliteit.
Voortgang en intensivering van maatregelen
Binnen de Strategie wordt op verschillende onderdelen gewerkt aan de verdere uitvoering en versterking van maatregelen. Hieronder wordt ingegaan op een aantal omvangrijke maatregelen die momenteel worden uitgevoerd of zijn geïntensiveerd.
Maatregel 2: Inrichten veiligheidsfonds voor ondersteuning Joodse scholen, instellingen en evenementen
Ten behoeve van het veiligheidsfonds is structureel €1,3 miljoen beschikbaar gesteld voor de ondersteuning van veiligheidsmaatregelen bij Joodse instellingen en evenementen.
In 2025 is via een tijdelijke regeling een eerste verdeling van de beschikbare middelen uitgevoerd. De regeling voorzag in een duidelijke behoefte: het totaal aangevraagde bedrag bedroeg circa 198% van het beschikbare budget. Van de 45 ingediende aanvragen zijn er 25 geheel of gedeeltelijk gehonoreerd. De middelen zijn onder meer ingezet voor bouwkundige en digitale veiligheidsmaatregelen en voor beveiliging bij instellingen en evenementen.
Joodse scholen hebben in 2025 via andere middelen een aanvullende bijdrage ontvangen. Het kabinet heeft hiervoor bewust extra middelen beschikbaar gesteld vanwege zorgen over de veiligheid van Joodse leerlingen, studenten en medewerkers en het belang dat het kabinet hecht aan een veilige leeromgeving binnen onderwijsinstellingen.
Tegelijkertijd is in 2025 gewerkt aan een structureel afwegingskader voor de inzet van het fonds vanaf 2026. Hierbij is nauw overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap om te komen tot een praktisch en passend kader. De volgende aanvraagronde zal vóór de zomer plaatsvinden. Zowel bij de uitvoering van de regeling in 2025 als bij de ontwikkeling van het afwegingskader is nauw samengewerkt tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid en de NCAB.
Bovenkant formulier
Onderkant formulier
Maatregel 3 - Slachtoffers van antisemitisme kunnen met vertrouwen hun melding doen bij de voorgenomen centrale organisatie van de gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s)
De versterking van het stelsel van ADV’s bevindt zich in voorbereiding, met beoogde implementatie per 1 januari 2028. Hiertoe heeft de minister van BZK een conceptwetsvoorstel in internetconsultatie gebracht10. De verdere voorbereidingen voor het centraliseren van meldingen van discriminatie en het toewerken naar één centrale organisatie worden voortgezet.
In het kader van deze maatregel wordt ingezet op het versterken van de samenwerking tussen Discriminatie.nl en Joodse organisaties, waaronder het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). CIDI wordt door de Joodse gemeenschap vaak als het primaire meldpunt ervaren. Daarom is het belangrijk dat CIDI en Discriminatie.nl intensief samenwerken, zodat het vertrouwen van de Joodse gemeenschap in de ADV’s wordt versterkt en de meldingen bij Discriminatie.nl een realistisch beeld van antisemitisme geven.
Deze samenwerking is gericht op het vergroten van de deskundigheid van consulenten bij de ADV’s op het gebied van antisemitisme, het verbeteren van de ondersteuning en doorverwijzing van slachtoffers en het stimuleren van meldingsbereidheid binnen de Joodse gemeenschap.
Met deze inzet wordt beoogd het vertrouwen van slachtoffers in het meld- en opvolgingsproces te versterken en de toegankelijkheid van het stelsel voor slachtoffers van antisemitisme te vergroten.
Maatregel 12: Gedragsinterventies en bijzondere voorwaarden opgelegd door rechter bij antisemitisme
De reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming zullen binnen hun bestaande interventies expliciet aandacht besteden aan antisemitisme en discriminatie. Bij de verdere uitwerking wordt samengewerkt met relevante partners, onder meer voor de analyse van relevante casuïstiek (daders/daden), en met de NCAB voor inhoudelijke expertise over antisemitisme. De NCAB verkent ook de mogelijkheid om nader onderzoek te doen naar daders van antisemitisme, zodat dit gerichter kan worden bestreden.
Maatregel 29: Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie
De uitvoering van het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie (hierna: het Plan), opgesteld door de ministeries van OCW, SZW en VWS in samenwerking met de NCAB, is in volle gang. Het Plan levert met verschillende acties een bijdrage aan het vergroten van de kennis over de Holocaust, het bewustmaken van de gevolgen van vooroordelen en antisemitisme en het verminderen van onwetendheid. Toegezegd is uw Kamer jaarlijks te informeren over de stand van zaken van de uitvoering. Op 11 december 2025 is de eerste voortgangsrapportage aangeboden aan uw Kamer.11
Eén van de ambities uit het Plan, mede vanuit een nadrukkelijke wens vanuit uw Kamer, is het stimuleren van bezoek van leerlingen aan een authentieke Holocaustlocatie. Dit heeft geleid tot een nieuwe maatregel, aangekondigd in de voortgangsrapportage. Vanaf januari 2026 krijgen alle scholen in het voortgezet onderwijs de mogelijkheid om via de CJP-cultuurkaart extra budget in te zetten voor extracurriculaire activiteiten op het gebied van Holocausteducatie. Vanuit het ministerie van OCW is hier jaarlijks €750.000 voor beschikbaar. Met deze middelen worden scholen ondersteund bij het organiseren van verrijkende en ervaringsgerichte activiteiten, zoals bezoek aan authentieke locaties, gastlessen, educatieve programma’s en andere vormen van extracurriculaire Holocausteducatie. Het budget kan ingezet worden voor entree-, programma- en vervoerskosten. De maatregel wordt onder verantwoordelijkheid van de ministeries OCW en VWS en in betrokkenheid van onderwijspartners en instellingen uit de WOII-herinneringssector uitgevoerd.
Omdat vanuit het Plan wordt gestreefd naar aandacht voor alle doelgroepen binnen het funderend onderwijs, wordt daarnaast de komende jaren jaarlijks €250.000 ingezet voor de versterking van Holocausteducatie in het primair onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs.
Voorts is opnieuw uitvoering gegeven aan de landelijke campagne ‘Leer over de Holocaust’, georganiseerd door de NCAB in samenwerking met de betrokken ministeries en partners uit het veld. In januari 2026 vond voor de derde keer de campagnemaand plaats. Daarnaast heeft de gemeente Den Haag, in navolging van Amsterdam, in januari haar Steunpunt Holocausteducatie geopend.
Sinds 2024 organiseert de NCAB een jaarlijkse Werkconferentie Holocausteducatie. Op 25 maart 2026 organiseerde de NCAB deze werkconferentie voor de derde keer. De werkconferentie brengt docenten, professionals uit de onderwijs- en herinneringssector, onderzoekers en betrokken overheidsinstanties samen om de nieuwste ontwikkelingen, wetenschappelijke inzichten en best practices te delen en bespreken. Vanaf dit jaar zal de Loe de Jong-lezing een vast onderdeel vormen van de werkconferentie. In 2026 werd de jaarlijkse lezing verzorgd door Adriaan van Dis.
Maatregel 32: Versterken Holocausteducatie in de inburgering
Per 1 juli 2025 zijn de gewijzigde eindtermen voor het inburgeringsexamen Kennis van de Nederlandse Maatschappij in werking getreden. Het begrip Holocaust is daarin expliciet opgenomen, waarmee kennis over de Holocaust onderdeel is geworden van wat inburgeraars moeten kennen en begrijpen.
In 2026 is daarnaast een pilot gestart waarin inburgeraars een bezoek brengen aan instellingen voor Holocausteducatie. Inburgeraars uit zeven gemeenten zullen in de tweede helft van 2026 het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam of het Herinneringscentrum Kamp Westerbork bezoeken. De pilot wordt in samenwerking met de betrokken gemeenten en instellingen vormgegeven. Daarbij wordt onderzocht hoe dergelijke bezoeken op een effectieve en verantwoorde wijze ingericht kunnen worden. Tevens wordt inzicht verkregen in de uitvoerbaarheid van een landelijke uitrol. Ter ondersteuning van de pilot wordt een educatieve video in eenvoudig Nederlands ontwikkeld, waarmee inburgeraars worden voorbereid op hun bezoek. Met deze inzet wordt beoogd de kennis over de Holocaust onder inburgeraars te versterken en bij te dragen aan het begrip van de historische context van antisemitisme binnen de Nederlandse samenleving.
Daarnaast werkt het ministerie van SZW aan de ontwikkeling van een handreiking Holocausteducatie. Het doel is om docenten inburgering praktische en concrete handvatten te bieden om over de Holocaust te doceren. De handreiking wordt na de zomer van 2026 opgeleverd.
Maatregel 54: Handreiking omgaan met spanningen: kennisdeling en waarborgen pluriforme culturele sector
De inzet op het versterken van de weerbaarheid van de culturele sector tegen polarisatie en spanningen is voortgezet. In dit kader is in opdracht van het ministerie van OCW het programma ‘Weerbare cultuursector in tijden van polarisatie’ uitgevoerd, door Kunsten ’92 in samenwerking met het Verwey-Jonker Instituut. Het programma omvatte een voorstudie, een kennisatelier en de ontwikkeling van een handreiking voor de sector. Deze handreiking is in januari 2026 gepubliceerd en sectorbreed verspreid, in samenhang met het advies van de Raad voor Cultuur inzake Artistieke Vrijheid. Naar aanleiding van het advies van de Raad voor Cultuur wordt bezien op welke wijze verdere versterking van de bescherming van de culturele en creatieve sector kan worden vormgegeven. In dit kader wordt beoogd een pilot specifiek voor de culturele en creatieve sector in te stellen.
Ambitie 4: Samen een vuist tegen antisemitisme in het voetbal,
antisemitische spreekkoren
In aansluiting op de in het coalitieakkoord 2026‑2030 aangekondigde strafbaarstelling van deelname aan discriminerende en antisemitische spreekkoren, wordt tevens ingezet op de versterking van de aanpak van ambitie 4 van de Strategie. Deze aanscherping onderstreept dat antisemitische uitingen, ook in de context van sport, onaanvaardbaar zijn. Het ministerie van VWS en de NCAB inventariseren waar deze versterking nodig is.
Hierbij wordt voortgebouwd op de bestaande maatregelen, waaronder het Spreekkorenproject van de Anne Frank Stichting. Doel is om de normstelling, preventie en handhaving rond antisemitische spreekkoren structureel te versterken.
Tot slot
Het kabinet blijft zich, samen met de Joodse gemeenschap, inzetten voor een samenleving waarin niemand zich vanwege afkomst of geloof onveilig hoeft te voelen, en waarin Joods leven zichtbaar, veilig en vanzelfsprekend kan bloeien.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Rianne Letschert
Kamerstukken II, 2024-2025, 30950, nr. 429.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 30950, nr. 848.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 30950, nr. 462.↩︎
UNESCO survey finds antisemitism present in three quarters of EU↩︎
po: kerndoel 27 po; vo: kerndoel 26, leergebied Mens en Tijd↩︎
Taskforce Antisemitismebestrijding Rapport ‘Gevangen in vrijheden’ (januari 2025), p. 36, 38-39.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 36 800, nr. 11.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 30821, nr. 230.↩︎
Handreiking gemeenten: 'Hoe in gemeenten om te gaan met spanningen en polarisatie rondom het conflict in Israël en Palestijnse gebieden' | Socialestabiliteit↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 30950, nr. 513.↩︎
Kamerstukken II, 2024-2025, 36272, nr. 20.↩︎