[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voorstel van wet

Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte politieke reclame)

Voorstel van wet

Nummer: 2026D17277, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-13 13:20, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van kamerstukdossier 36927 -2 Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte politieke reclame).

Onderdeel van zaak 2026Z07701:

Preview document (šŸ”— origineel)


Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte politieke reclame)

Voorstel van wet

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is te voorzien in wettelijke regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1 begripsbepalingen

  • algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);

  • Autoriteit Consument en Markt: Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

  • Autoriteit persoonsgegevens: Autoriteit persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming;

  • Commissariaat voor de Media: Commissariaat voor de Media als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van de Mediawet 2008;

  • verordening: Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame.

Artikel 2 Aanwijzing bevoegde autoriteiten

  1. Het Commissariaat voor de Media is een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 22, derde en vierde lid, van de verordening.

  2. De Autoriteit Persoonsgegevens is een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de verordening.

  3. De Autoriteit Consument en Markt is voor uitvoering van deze wet belast met de coƶrdinatie op nationaal niveau met betrekking tot aanbieders van tussenhandeldiensten, bedoeld in artikel 22, derde lid, van de verordening.

Artikel 3 Aanwijzing Commissariaat voor de Media als nationaal contactpunt en beheerder register wettelijke vertegenwoordigers

  1. Het Commissariaat voor de Media is de beheerder van het register wettelijke vertegenwoordigers, bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de verordening.

  2. Het Commissariaat voor de Media is het nationaal contactpunt, bedoeld in artikel 22, negende lid, van de verordening.

Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders

  1. Met het toezicht op de naleving van artikel 20 van de verordening zijn belast de leden en buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens, de ambtenaren van het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede de bij besluit van de Autoriteit persoonsgegevens aangewezen personen.

  2. Met het toezicht op de naleving van de artikelen 5 tot en met 17 en 21, eerste tot en met het derde lid, van de verordening zijn belast de leden van het Commissariaat voor de Media en de bij besluit van het Commissariaat voor de Media aangewezen medewerkers van het Commissariaat voor de Media.

Artikel 5 Samenwerking AP, ACM en CvdM

  1. De Autoriteit persoonsgegevens, de Autoriteit Consument en Markt en het Commissariaat voor de Media zijn bevoegd om in het belang van een efficiƫnt en effectief toezicht op de verordening afspraken te maken en daartoe samenwerkingsprotocollen vast te stellen. Een samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

  2. Onverminderd artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, onderscheidenlijk artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt zijn de Autoriteit persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt bevoegd uit eigen beweging, en desgevraagd verplicht, aan elkaar en het Commissariaat voor de Media de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

  3. Het Commissariaat voor de Media is bevoegd uit eigen beweging, en desgevraagd verplicht, aan de Autoriteit persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet en de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening.

Artikel 6 Sanctionering

  1. Het Commissariaat voor de Media en de Autoriteit Persoonsgegevens zijn ter handhaving van de bepalingen, genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 18 en 19 van de verordening bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.

  2. De in artikel 4, eerste en tweede lid, bedoelde personen behoeven voor de uitoefening van de in het eerste lid omschreven bevoegdheid de uitdrukkelijke en bijzondere volmacht van het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit persoonsgegevens, onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden.

  3. De Autoriteit Persoonsgegevens is ter handhaving van artikel 20 van de verordening, bevoegd tot oplegging van:

  1. een zelfstandige last in de vorm van een bindende aanwijzing; of

  2. een zelfstandige last in de vorm van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, onderdeel f, van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame; of

  3. een last onder bestuursdwang; of

  4. een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 25, tweede lid, van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame.

  1. De Autoriteit Persoonsgegevens is ter handhaving van artikelen 18, 19 van de verordening, bevoegd overeenkomstig artikel 83 van de Algemene verordening gegevensbescherming tot oplegging van:

  1. een last onder bestuursdwang; of

  2. een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 83, vijfde lid, van de algemene verordening gegevensbescherming.

  1. Het Commissariaat voor de Media is ter handhaving van de bepalingen genoemd in artikel 4, tweede lid, bevoegd tot oplegging van:

  1. een zelfstandige last in de vorm van een bindende aanwijzing; of

  2. een zelfstandige last in de vorm van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, onderdeel f, van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame; of

  3. een last onder bestuursdwang; of

  4. een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 25, tweede lid, van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame.

  1. Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in tweede lid, onderdelen a en b, en het derde lid, onder a en b is gericht, handelt overeenkomstig die last.

  2. De te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom of een bestuurlijke boete komt toe aan de Staat.

Artikel 7 Toezeggingen

  1. Onverminderd artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid van het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens met betrekking tot artikel 20 tot het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom aan een overtreder, indien het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens op aanvraag van die overtreder besluit tot het bindend verklaren van een door de overtreder gedane toezegging.

  2. Het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens kan een besluit nemen als bedoeld in het eerste lid, indien zij het bindend verklaren van een toezegging doelmatiger acht dan het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom.

  3. De overtreder dient de aanvraag voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid in, voordat het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens een besluit omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom heeft genomen.

  4. De termijn, bedoeld in artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens de aanvraag ontvangt, tot de dag waarop de het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens een besluit op de aanvraag heeft genomen. Artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

  5. De overtreder gedraagt zich overeenkomstig het besluit, bedoeld in het eerste lid.

  6. Het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens bepaalt gedurende welke periode het besluit, bedoeld in het eerste lid, geldt en kan deze periode telkens verlengen.

  7. Het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens kan een besluit als bedoeld in het eerste lid, of een besluit tot verlenging als bedoeld in het zesde lid, wijzigen of intrekken indien:

    1. er een wezenlijke verandering is opgetreden in de feiten waarop het besluit berust;

    2. het besluit berust op door de overtreder verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende gegevens;

    3. overtreder in strijd met het vijfde lid, handelt.

Artikel 8 Toepassing Kaderwet ZBO’s

  1. De artikelen 21 en 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn niet van toepassing op de Autoriteit persoonsgegevens, Autoriteit Consument en Markt en het Commissariaat voor de Media voor de toepassing van deze wet.

  2. Artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen vindt slechts toepassing ten aanzien van het door, de Autoriteit persoonsgegevens en Autoriteit Consument en Markt gevoerde financiƫle beheer en de administratieve organisatie.

Artikel 9 Wet op de politieke partijen en de Nederlandse autoriteit politieke partijen

  1. De Nederlandse autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111, van de Wet op de politieke partijen, is bevoegd om de gegevens, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de verordening, te verwerken.

  2. Onverminderd artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, onderscheidenlijk artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt zijn de Autoriteit persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt uit eigen beweging bevoegd, en desgevraagd verplicht, aan de Nederlandse autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111 van de Wet op de politieke partijen, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet en de Wet op de politieke partijen.

  3. Het Commissariaat voor de Media is bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht aan de Nederlandse autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111 van de Wet op de politieke partijen, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet en de Wet op de politieke partijen.

  4. De Nederlandse autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111 van de Wet op de politieke partijen, is uit eigen beweging bevoegd, en desgevraagd verplicht, aan de Autoriteit persoonsgegevens, de Autoriteit Consument en Markt en het Commissariaat voor de Media gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van artikel 9.

  2. Indien het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2025 ingediende voorstel van wet houdende regels betreffende de financiering van politieke partijen en transparantieregels met betrekking tot hun interne organisatie en financiƫn, evenals regels met betrekking tot het toezicht en het verbieden van politieke partijen (Wet op de politieke partijen) (Kamerstukken 36 742) tot wet is of wordt verheven en artikel 111 van die wet in werking treedt, treedt artikel 9 van deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 11 Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte politieke reclame.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Pieter Heerma