Verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 (Kamerstuk 26234-316)
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D17348, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 12:46, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (VVD)
- Mede ondertekenaar: M. Prenger, griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 (Kamerstuk 26234-316)
Onderdeel van zaak 2026Z07733:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Preview document (š origineel)
26234 Vergaderingen Interim Committee en Development Committee
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteldā¦ā¦..
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben onderstaande fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 (Kamerstuk 26234 nr. 316) en het verslag Jaarvergadering Wereldbank 2025 (Kamerstuk 26234 nr.314)
De op 7 april 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ā¦ā¦ā¦ā¦. 2026 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
Voorzitter van de commissie,
Den Hollander
Griffier van de commissie,
Prenger
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties met antwoord van de minister
Inbreng D66-fractie
Inbreng VVD-fractie
Inbreng GroenLinks-PvdA fractie
Inbreng CDA-fractie
Inbreng JA21-fractie
Inbreng BBB-fractie
II Volledige agenda
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank. Zij onderschrijven het belang van een goed functionerend multilateraal systeem en zien in de Wereldbank een cruciale partner bij het bevorderen van duurzame, inclusieve groei, het tegengaan van klimaatverandering en het versterken van stabiliteit in kwetsbare regioās. Deze leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen over de inzet van het kabinet.
Wereldbank Governance en Multilateralisme
De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet het uitblijven van hervormingen in de Shareholding Review beoordeelt. Acht het kabinet deze uitkomst wenselijk, mede in het licht van de bredere internationale roep om een eerlijkere vertegenwoordiging van lage-inkomenslanden binnen multilaterale instellingen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht groot belang aan een eerlijke vertegenwoordiging van lage-inkomenslanden binnen de Wereldbank. Op dit moment ontbreekt de vereiste brede consensus onder aandeelhouders voor een aanpassing van stemverhoudingen. Het uitblijven van hervormingen in de Shareholding Review is teleurstellend. Nederland blijft zich daarom actief inzetten om de positie en invloed van lage-inkomenslanden binnen de Wereldbank te versterken, onder meer via het zogenoemde Voice-traject. De Wereldbank werkt momenteel de aanbevelingen van dit traject, waaronder capaciteitsopbouw voor adviseurs van lage-inkomenslanden en het versterken van hun vertegenwoordiging richting het management van de Bank, verder uit. Het kabinet verwelkomt deze stappen en steunt de verdere uitwerking hiervan.
Voorts vragen deze leden of het kabinet concreet kan toelichten welke stappen Nederland zet om de stem van lage-inkomenslanden binnen de Wereldbank structureel te versterken. Hoe wordt de effectiviteit van deze inzet gemonitord en geƫvalueerd?
Antwoord van het kabinet
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 1 zet Nederland zich actief in voor versterking van de positie van lage-inkomenslanden binnen de Wereldbank, onder meer via het Voice-traject en in samenwerking met gelijkgezinde aandeelhouders. De inzet richt zich op concrete verbeteringen in vertegenwoordiging en betrokkenheid bij besluitvorming, waaronder versterking van de capaciteit van kiesgroepen waarin veel lage-inkomenslanden zijn vertegenwoordigd.
De effectiviteit hiervan wordt gevolgd via de voortgang op de uitwerking van het Voice-traject en de mate waarin lage-inkomenslanden daadwerkelijk invloed uitoefenen binnen de governance van de Bank. Het kabinet informeert uw Kamer periodiek over de implementatie van de hervormingen in het Voice-traject via de geannoteerde agendaās.
Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe Nederland zich er binnen de Wereldbank voor inzet dat geopolitieke spanningen niet leiden tot politisering van besluitvorming, maar dat de Bank een betrouwbare en neutrale multilaterale actor blijft.
Antwoord van het kabinet
Nederland zet zich ervoor in dat de Wereldbank opereert binnen haar mandaat als ontwikkelingsinstelling, waarbij besluitvorming plaatsvindt op basis van inhoudelijke criteria en vastgestelde beleidskaders. Deze kaders, waaronder sociale- en milieustandaarden, geven invulling aan de waarden en doelstellingen die de Bank en haar aandeelhouders onderschrijven. Juist in een context van toenemende geopolitieke druk op de beleidskoers van de Bank zet Nederland zich binnen de Raad van Bewindvoerders, samen met gelijkgezinde partners, actief in voor de consistente toepassing van deze kaders en standaarden. Zo draagt Nederland eraan bij dat de Wereldbank voorspelbaar en doelmatig opereert, ook in een context van toenemende geopolitieke spanningen.
OekraĆÆne
De leden van de D66-fractie vragen hoe donorcoördinatie rond de wederopbouw van Oekraïne concreet wordt verbeterd om versnippering en overlap van financiering te voorkomen.
Antwoord van het kabinet
Coƶrdinatie tussen donoren is cruciaal om versnippering en overlap te voorkomen. Nederland is daarom actief lid van het Ukraine Donor Platform, dat goede, afgestemde donorcoƶrdinatie tot doel heeft, evenals afstemming van hervormingsinspanningen in lijn met het EU-toetredingsproces. Het Ukraine Donor Platform fungeert als een koepel voor donorcoƶrdinatie met de G7+. Het platform sluit aan bij de coƶrdinatie die via de ambassades in OekraĆÆne plaatsvindt. Daarnaast spelen de Internationale FinanciĆ«le Instellingen (IFIās) een belangrijke rol in de coƶrdinatie, aangezien een groot deel van de internationale steun via de IFIās verloopt en wordt inzet ook in reguliere contacten tussen EU-landen afgestemd.
Voorts vragen deze leden welke rol het kabinet ziet voor de Wereldbank in het stroomlijnen van deze coƶrdinatie, en hoe daarbij wordt samengewerkt met de Europese Unie en andere multilaterale instellingen.
Antwoord van het kabinet
De Wereldbank speelt een sleutelrol in de effectieve verstrekking van niet-militaire steun aan Oekraïne, onder meer via het Ukraine Recovery and Reconstruction Trust Fund (URTF), waar donorgelden worden samengebracht en ook Nederland financieel aan bijdraagt. Sinds 2022 heeft Nederland EUR 263 miljoen bijgedragen; een nieuwe bijdrage van EUR 55 mln. is toegezegd. De coördinatie van steun verloopt verder via het Ukraine Donor Platform, waaraan ook Nederland actief deelneemt. De Wereldbank heeft zitting in de stuurgroep van het platform, de Europese Unie is vicevoorzitter. Daarnaast stroomlijnen zowel de Wereldbank als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de inzet met de EU-toetredingseisen voor Oekraïne. De Wereldbank en het IMF dragen hierbij in het bijzonder de zorg ten aanzien van financieel-economische hervormingen en anti-corruptie.
Gaza
De leden van de D66-fractie vragen hoe binnen het GRAD-fonds wordt geborgd dat Palestijnen daadwerkelijk zeggenschap houden over de prioritering van wederopbouwinspanningen.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht grote waarde aan Palestijnse betrokkenheid bij de prioritering en uitvoering van wederopbouwinspanningen in Gaza. Deze boodschap zal ik ook overbrengen als ik President Banga spreek tijdens de Voorjaarsvergadering. De inzet van (toekomstige) middelen uit het Financial Intermediary Fund for Gaza Reconstruction and Development (GRAD) fonds wordt bepaald door de Board of Peace. Nederland is geen lid van de Board of Peace en heeft daarom geen directe invloed op de inzet en borging van de GRAD-middelen. Op dit moment bestaat nog aanzienlijke onduidelijkheid over de werkwijze, standaarden en besluitvorming aangaande de inzet van deze middelen. Mede om die reden heeft Nederland vooralsnog geen bijdrage aan het GRAD-fonds toegezegd. Nederland volgt de verdere operationalisering van het GRAD-fonds nauwgezet.
Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet de representatie van Palestijnen binnen de āBoard of Peaceā beoordeelt, en welke inzet Nederland pleegt om inclusieve en legitieme vertegenwoordiging te waarborgen.
Antwoord van het kabinet
Voor Nederland is Palestijnse betrokkenheid in het toekomstig bestuur van Gaza essentieel. Deze boodschap draagt Nederland naar alle partners uit. De oprichting van de National Committee for the Administration of Gaza (NCAG) als technocratisch orgaan onder de Board of Peace is daarmee een stap in de juiste richting, evenals het liaison-kantoor tussen de Board of Peace en de Palestijnse Autoriteit. Op dit moment is nog onduidelijk hoe de verschillende onderdelen van de Board of Peace, waaronder het NCAG, worden vormgegeven. Tegelijkertijd steunen Nederland en de Europese Unie de Palestijnse Autoriteit, met als doel diens capaciteiten te versterken om toe te werken naar het bestuur van een onafhankelijke Palestijnse staat, bestaande uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem.
Voorts vragen de leden van de D66-fractie op welke wijze wordt voorkomen dat wederopbouwprocessen top-down worden ingericht, zonder voldoende lokale participatie en maatschappelijke inbedding.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht veel waarde aan het afstemmen van projectontwikkeling en -implementatie op de lokale context en situatie. Hierdoor sluiten projecten beter aan bij de praktijk, wat de effectiviteit en de duurzaamheid versterkt. Voor de Wereldbank is lokale participatie integraal onderdeel van haar werkwijze. De Bank hanteert in wederopbouwprojecten hoge sociale standaarden, die waarborgen bevatten voor lokale participatie en maatschappelijke inbedding. Zo schrijven deze standaarden voor dat alle relevante stakeholders bij projecten toegang tot informatie krijgen, actief geconsulteerd worden en dat hun feedback verwerkt moet worden. Communicatie gebeurt in lokale talen en consultaties vinden plaats op een inclusieve en niet-discriminerende wijze. Dit geldt voor de gehele projectcyclus: van ontwikkeling en ontwerp tot uitvoering en monitoring.
Syriƫ
De leden van de D66-fractie vragen hoe wederopbouwfinanciering via multilaterale kanalen kan bijdragen aan het versterken van lokaal bestuur in Syriƫ, conform de motie-Van der Werf.1
Antwoord van het kabinet
Het kabinet ziet, in lijn met de motie Van der Werf, het versterken van lokaal bestuur in Syriƫ als belangrijk component van de wederopbouwopgave. De Wereldbank is hiervoor gezien haar schaal en expertise onmisbaar: de Bank werkt nauw samen met de Syrische overgangsregering bij het herstellen van basisdiensten, het stabiliseren van de publieke financiƫn en het doorvoeren van institutionele hervormingen. In lijn met haar Fragility, Conflict and Violence Strategy, zet de Wereldbank ook specifiek in op het versterken van lokaal bestuur en gemeenschappen in fragiele landen zoals Syriƫ. Als voorbeeld is het op orde brengen van de overheidsfinanciƫn en -processen onmisbaar om geldstromen tussen nationaal en lokaal bestuur efficiƫnt en transparant te laten verlopen. Hierdoor krijgt het lokale bestuur de mogelijkheid om kernfuncties, zoals sociale dienstverlening, effectief uit te voeren. Zo werken de Syrische overgangsregering en de Wereldbank samen aan het verbeteren van financiƫle processen, onder andere door effectiever begrotingsbeheer, betere dataverzameling en digitalisering. Deze inzet wordt gefinancierd met een schenking van USD 20 miljoen uit de International Development Association (IDA), de concessionele tak van de Wereldbank voor lage-inkomenslanden.
Voorts vragen deze leden op welke wijze wordt bevorderd dat wederopbouwinspanningen bijdragen aan bredere representatie van minderheden en regioās buiten Damascus in bestuurlijke structuren.
Antwoord van het kabinet
Op de wederopbouwinspanningen die via de Wereldbank verlopen zijn de milieu- en sociale standaarden van de bank van toepassing. Deze standaarden waarborgen onder meer aandacht voor minderheden en kwetsbare groepen in de projectcontext tijdens het consultatieproces. Daarnaast schrijven zij voor dat discriminatie in alle fasen van een project moet worden voorkomen en dat mogelijke negatieve effecten op kwetsbare bevolkingsgroepen actief worden gemitigeerd. Projecten moeten gelijke behandeling en toegang voor alle mensen garanderen, ongeacht geslacht, etniciteit, religie, politieke overtuiging, leeftijd, handicap, seksuele geaardheid of andere persoonlijke kenmerken. Door deze voorwaarden en standaarden beschouwt het kabinet de Wereldbank als een belangrijke partner in Syriƫ om minderheden te bereiken en hun positie te versterken.
Tevens vragen de leden van de D66-fractie welke rol het kabinet ziet voor de Wereldbank in het ondersteunen van inclusieve, lokaal gedragen institutionele opbouw.
Antwoord van het kabinet
Voor het kabinet is de Wereldbank een belangrijke partner bij het herstellen en ontwikkelen van instituties op een inclusieve manier. Dit geldt onder andere voor sectoren als gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming. Daarnaast is ook het herstel van essentiƫle infrastructuur, zoals water- en elektriciteitsvoorzieningen, van cruciaal belang, aangezien deze basisvoorzieningen fundamenteel zijn voor het herstel en de wederopbouw.
Een concreet voorbeeld is het Syria Electricity Emergency Project, dat in 2025 gefinancierd is met een IDA-schenking van USD 146 miljoen. Naast het herstel van cruciale lokale infrastructuur, biedt het project ook technische ondersteuning om de institutionele capaciteit in de elektriciteitssector in Syriƫ te verbeteren, met name op het gebied van ontwikkeling en uitvoering van strategieƫn en hervormingen, evenals projectontwikkeling en -uitvoering. Naast het herstel van cruciale lokale infrastructuur, biedt dit project technische ondersteuning om de institutionele capaciteit in de elektriciteitssector in Syriƫ te verbeteren, met name op het gebied van ontwikkeling en uitvoering van strategieƫn en hervormingen, evenals projectontwikkeling en -uitvoering.
Klimaat
De leden van de D66-fractie vragen hoe Nederland zich ervoor inzet dat klimaatfinanciering van de Wereldbank niet alleen omvangrijk is, maar ook eerlijk wordt verdeeld, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare landen.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet niet alleen in op toename van de klimaatfinanciering van de Wereldbank, maar ook op eerlijke inzet, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare landen. Klimaat is een integraal onderdeel van het mandaat van de Wereldbank om extreme armoede te verminderen en gedeelde welvaart te bevorderen. De Bank heeft haar klimaatfinanciering de afgelopen jaren substantieel opgeschaald, onder meer via de doelstelling dat minimaal 45% van de financiering klimaatrelevant is.
De verdeling van financiering verloopt via bestaande landenallocatiemodellen, waarbij rekening wordt gehouden met onder meer inkomensniveau en kwetsbaarheid. Via IDA, het loket van de Wereldbank voor de armste landen, gaat daarbij relatief meer steun naar de meest kwetsbare landen, onder meer via concessionele financiering en specifieke inzet op klimaatadaptatie. Nederland zet zich er binnen de Wereldbank voor in dat deze middelen transparant en effectief worden ingezet en dat de focus op de meest kwetsbare landen behouden blijft, onder andere via de Raad van Bewindvoerders en in samenwerking met gelijkgezinde aandeelhouders.
Voorts vragen deze leden hoe wordt geborgd dat klimaatadaptatie ā die direct raakt aan bestaanszekerheid ā voldoende prioriteit krijgt naast mitigatie.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderschrijft het belang van klimaatadaptatie, juist omdat dit direct raakt aan bestaanszekerheid van kwetsbare gemeenschappen. Voor een eerlijke verdeling van klimaatmiddelen wordt verwezen naar het antwoord op vraag 12.
Aanvullend zet Nederland zich in voor een evenwichtige verdeling tussen mitigatie en adaptatie. Adaptatie-investeringen leveren vaak geen direct financieel rendement op. Daarom vereisen zij voldoende concessionele financiering, onder meer via de International Development Association en trustfondsen van de Wereldbank. De Wereldbank rapporteert jaarlijks over klimaatmitigatie en -adaptatie. Dit stelt Nederland in staat om via de Raad van Bewindvoerders, in samenwerking met gelijkgezinde aandeelhouders, te sturen op het behoud van voldoende aandacht voor klimaatadaptatie.
Ook vragen de leden van de D66-fractie of het kabinet ruimte ziet om binnen de Wereldbank sterker te sturen op klimaatrechtvaardigheid en op lokale betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van projecten.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderschrijft het belang van klimaatrechtvaardigheid en lokale betrokkenheid bij Wereldbankprojecten, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare groepen. Daarom ziet Nederland er als aandeelhouder op toe dat deze stevig verankerd blijven in de werkwijze van de Wereldbank. Binnen de Wereldbank staan de behoeften en prioriteiten van klantlanden centraal. Projecten worden ontwikkeld in nauwe afstemming met nationale overheden en lokale belanghebbenden, waarbij gemeenschappen en maatschappelijke organisaties worden betrokken bij de voorbereiding en uitvoering, onder meer via consultatieprocessen. Klimaatrechtvaardigheid krijgt in de praktijk vorm doordat binnen projecten expliciet rekening wordt gehouden met de positie van kwetsbare groepen, onder meer via sociale en milieubeoordelingen en aandacht voor betaalbaarheid. Daarnaast wordt via concessionele financiering extra ondersteuning geboden aan landen met beperkte financiƫle draagkracht.
Tot slot vragen de leden welke rol het kabinet voor de Wereldbank ziet weggelegd in het assisteren bij het mobiliseren en coƶrdineren van private financiering voor klimaatmitigatie en -adaptatie, en wat de Nederlandse inzet hierop is.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet ziet voor de Wereldbank een belangrijke rol bij het mobiliseren en coƶrdineren van private financiering voor klimaatmitigatie en -adaptatie. De Bank kan hierbij risicoās verlagen en investeringen mogelijk maken in markten waar private financiering anders tekortschiet of uitblijft. De inzet van de Wereldbank is erop gericht om waar mogelijk private financiering te mobiliseren, en publieke middelen in te zetten waar dat nodig blijft. De Bank doet dit onder meer via garanties en andere risico-delende instrumenten, gedegen due diligence en projectvoorbereiding. Voor klimaatmitigatie is het mobiliseren van private middelen vaak goed mogelijk. Voor klimaatadaptatie geldt dat dit complexer is, omdat investeringen minder directe financiĆ«le opbrengsten genereren. Publieke en concessionele middelen blijven daarom essentieel, waarbij de Wereldbank een rol speelt in het combineren van deze middelen met private financiering waar dat haalbaar is. Nederland zet zich er als aandeelhouder voor in dat de Wereldbank deze rol verder versterkt, met oog voor additionaliteit en impact, en met bijzondere aandacht voor inzet in de meest kwetsbare landen.
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 en het verslag van de vorige Jaarvergadering. Zij hebben hierbij nog enkele vragen.
In een wereld van toenemende geopolitieke spanningen en instabiliteit vinden de leden van de VVD-fractie het van belang dat middelen via de Wereldbank doelgericht worden ingezet en aantoonbaar bijdragen aan Nederlandse strategische belangen, zoals veiligheid, migratiebeheersing en economische kansen. Zij vinden het dan ook positief dat de Wereldbank marktliberalisering steeds vaker als randvoorwaarde voor leningen hanteert. Wat deze leden betreft, dient het kabinet erop toe te zien dat elke euro die uitgetrokken wordt voor ontwikkelingssamenwerking onderhevig is aan een strategische toetsing. Hoe kijkt de minister hiernaar? Kan de minister concreet toelichten hoe hij waarborgt dat Nederlandse bijdragen aan de Wereldbank worden getoetst aan strategische criteria zoals migratiebeheersing, nationale veiligheid en economische kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven?
Antwoord van het kabinet
Bij de inzet van ontwikkelingsmiddelen houdt het kabinet nadrukkelijk rekening met de bijdrage van de Wereldbank aan Nederlandse strategische belangen zoals stabiliteit, veiligheid, beheersing van migratiestromen en economische kansen. De Wereldbank is hierbij een essentiĆ«le partner, juist omdat zij op schaal kan bijdragen aan structurele factoren zoals economische groei, werkgelegenheid, goed bestuur en weerbaarheid in kwetsbare regioās. De inzet via de Wereldbank draagt daarmee bij aan het wegnemen van grondoorzaken van instabiliteit en migratie, en aan het creĆ«ren van economische kansen en handelsrelaties. Het kabinet monitort deze inzet via rapportages en evaluaties en spreekt de Bank als aandeelhouder actief aan op effectiviteit en resultaten.
Als aandeelhouder stuurt Nederland aan op de versterking van het ondernemingsklimaat in klantlanden, waaronder duidelijke regelgeving, sterke instituties en het wegnemen van belemmeringen voor private sectorontwikkeling en investeringen. Daarnaast zet Nederland zich in voor transparante en kwalitatieve aanbestedingsprocedures binnen de Wereldbank, waarbij kwaliteit verplicht wordt meegewogen en maatregelen tegen onrealistisch lage biedingen bijdragen aan een gelijk speelveld. Nederlandse bedrijven worden ondersteund om binnen dit gelijke speelveld succesvol te concurreren, onder meer via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De leden van de VVD-fractie blijven pal staan voor de ondersteuning van OekraĆÆne in zijn strijd voor vrijheid en territoriale integriteit. De veiligheid van dit land is onlosmakelijk verbonden met de stabiliteit op ons eigen continent. In dat kader vormt de aanhoudende Russische aanwezigheid in het bestuur van de IBRD een fundamentele aantasting van de morele autoriteit van de Wereldbank. De leden van de VVD-fractie noemen het onbestaanbaar dat een agressor die een agressieoorlog op het Europese continent voert en zich dagelijks schuldig maakt aan verwerpelijke oorlogsmisdaden, mede de kaders bepaalt voor de besteding van IBRD-middelen en de allocatie van fondsen voor herstel. Zij vragen de minister daarom of hij bereid is om in internationaal verband krachtig te pleiten voor het formeel opschorten van het Russische lidmaatschap.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet veroordeelt de Russische agressie tegen OekraĆÆne in de sterkst mogelijke bewoordingen en blijft OekraĆÆne onverminderd steunen in zijn strijd voor soevereiniteit en territoriale integriteit.
Binnen de Wereldbank zijn sinds het begin van de oorlog alle nieuwe financieringsactiviteiten in Rusland opgeschort. Tegelijkertijd is de Bank een centrale rol gaan spelen in de ondersteuning en wederopbouw van OekraĆÆne. Nederland zet zich er als aandeelhouder voor in om deze inzet verder te versterken en de invloed van Rusland binnen de bestaande kaders zo veel mogelijk te beperken. Het kabinet is geen voorstander van het formeel opschorten van het Russische lidmaatschap van de Wereldbank. Een dergelijke stap is juridisch en institutioneel complex en zou brede steun van aandeelhouders vereisen. Bovendien zou dit de mogelijkheid om Rusland binnen multilaterale kaders aan te spreken en invloed uit te oefenen beperken. Nederland blijft zich wel, samen met gelijkgezinde landen, inzetten om de druk op Rusland te vergroten.
De leden van de VVD-fractie maken zich daarnaast zorgen over het gelijke speelveld binnen de Wereldbank. Zij merken op dat de noodzaak voor een fundamentele modernisering van de financieringscriteria eveneens scherp naar voren komt bij de positie van China binnen de mondiale financiƫle architectuur. Nederland heeft als aandeelhouder een stemrecht van circa 1,89 procent in de IBRD en draagt daarmee substantieel bij aan het kapitaal van dit instituut. Hoe beoordeelt de minister het dat China, als tweede economie ter wereld, nog steeds aanspraak maakt op financiering uit Wereldbankmiddelen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt het ongemak dat China, als tweede economie ter wereld, nog steeds toegang heeft tot financiering van de Wereldbankgroep. Het kabinet is van mening dat de rol van China als ontvanger van financiering uit internationale financiƫle instellingen wringt met zijn economische positie en toenemende rol als kapitaalverstrekker. Schaarse middelen dienen in principe te worden gericht op landen met de grootste financieringsbehoefte en beperkte toegang tot kapitaalmarkten. Tegelijkertijd kan beperkte en gerichte inzet van de Wereldbank in China, bijvoorbeeld op het gebied van mondiale publieke goederen zoals klimaat en kennisdeling, toegevoegde waarde hebben, zolang dit gebeurt binnen de momenteel geldende kaders.
Hoewel China historisch een grote lener was, is de omvang van de nieuwe leningen de afgelopen jaren aanzienlijk afgenomen tot circa USD 1 miljard per jaar. Dit is ongeveer 2,5% van de totale jaarlijkse IBRD-leningen, waardoor er geen sprake is van verdringing van de leencapaciteit voor andere landen. Integendeel: omdat China momenteel meer op oude leningen aflost dan het aan nieuwe financiering ontvangt, levert het land per saldo kapitaal terug aan de Wereldbank, wat de financiƫle ruimte voor leningen aan behoeftigere landen juist ondersteunt.
Nederland kijkt desalniettemin kritisch naar de financiering aan China door de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD), het loket van de Wereldbank voor middeninkomenslanden. De Wereldbank hanteert hiervoor het zogenoemde graduation beleid, waarbij de toegang tot financiering van landen afneemt naarmate hun inkomensniveau en toegang tot private financiering toenemen. Tijdens de meest recente herijking van dit beleid heeft het kabinet zich ingezet voor aanscherping van de criteria en versterking van de transparantie en consistentie van de toepassing daarvan. Dit moet ertoe leiden dat landen die daar economisch toe in staat zijn, sneller en voorspelbaarder doorgroeien naar een positie zonder reguliere IBRD-financiering. Voor landen zoals China betekent dit dat een realistisch en tijdgebonden afbouwpad van financiering passend is.
Verder vragen de leden van de VVD-fractie de minister wat hij concreet gaat doen om de Chinese toegang tot deze financiering te beperken. Is hij bereid zich in internationaal verband in te zetten voor het stopzetten van leningen zolang China zijn markt niet daadwerkelijk en transparant openstelt voor westerse partijen?
Antwoord van het kabinet
In aanvulling op het verscherpen van het graduation-beleid, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 18, onderschrijft het kabinet het belang van een gelijk speelveld en wederkerige markttoegang. Nederland vraagt hiervoor consistent aandacht binnen de Wereldbankgroep, onder meer in de Raad van Bewindvoerders, evenals in bredere internationale gremia.
Het kabinet is van mening dat eerlijke concurrentie en wederkerigheid belangrijke randvoorwaarden zijn voor een goed functionerend internationaal economisch systeem. Deze randvoorwaarden zijn echter niet eenzijdig via de Wereldbank af te dwingen. De inzet op een gelijk speelveld en wederkerige markttoegang maakt daarom onderdeel uit van een bredere kabinetsinzet, waarin verschillende internationale fora en instrumenten elkaar aanvullen. Binnen de Wereldbank betekent dit dat Nederland zich inzet voor transparante en marktconforme financiering, en voor het voorkomen van verstoringen van lokale en internationale markten, onder andere door expliciet aandacht te hebben voor bedrijven die vanwege marktverstorende staatssteun oneerlijke concurrentie vormen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat de huidige multilaterale architectuur onvoldoende is toegerust op de huidige geopolitieke realiteit. Hierdoor reageert het systeem pijnlijk traag op geopolitieke verschuivingen en raakt het verlamd door bureaucratie en fragmentatie. Wat de leden van de VVD-fractie betreft vindt er dan ook een fundamentele herbezinning plaats op de wijze waarop wij onze internationale invloed organiseren. Er moet bewogen worden naar slagvaardige coalities van gelijkgestemde landen met een gedeelde visie op veiligheid en democratische waarden in plaats van te blijven hangen in instituten die door tegenstanders van binnenuit worden uitgehold. De leden van de VVD-fractie vragen de minister of hij de analyse deelt dat de huidige gefragmenteerde architectuur onze strategische slagkracht ondermijnt en of hij bereid is de mogelijkheden voor een model vergelijkbaar met de NAVO voor internationale hulp te verkennen.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de analyse dat slagvaardige coalities nodig zijn om de internationale invloed van Nederland te bestendigen, ook op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. Multilaterale organisaties vormen een belangrijk platform om deze coalities tot stand te brengen en onze gedeelde visie op democratische waarden, veiligheid en duurzame ontwikkeling effectief uit te dragen. Nederland blijft daarom inzetten op het versterken en verbreden van dergelijke coalities, zowel met Europese partners als in breder verband.
Inbreng leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de inzet voor de
vergadering van de Wereldbank gelezen. Zij hebben hierover nog enkele
vragen en opmerkingen.
Allereerst lezen de leden van deze fractie dat Nederland substantiƫle invloed heeft binnen de Bank, bijvoorbeeld als vaste vertegenwoordiger van de kiesgroep van dertien landen. Maar deze leden zien ook met grote zorg dat het kabinet forse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking doorzet. Waar de ODA-prestatie onder het laatste kabinet Rutte nog 0,6% was, wordt dit de komende jaren 0,45%. Welk effect heeft dit op de bijdragen van Nederland aan de Bank? Welk effect heeft dit gehad, of zal dit hebben, op de positie van Nederland in de Bank?
Antwoord van het kabinet
De afgelopen jaren is er fors bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Op de kernbijdragen van Nederland aan de Wereldbankgroep, en in het bijzonder aan de International Development Association (IDA), is echter niet gekort. IDA geldt als een van de meest efficiƫnte vormen van ontwikkelingssamenwerking: elke ingelegde euro genereert een veelvoud aan financieringscapaciteit voor investeringen in stabiliteit, werkgelegenheid, gezondheid en voedsel- en waterzekerheid in de armste landen. Bovendien is door deze inzet het Nederlandse stemaandeel binnen de Wereldbankgroep gehandhaafd. Nederland heeft zijn invloed als vertegenwoordiger van een kiesgroep behouden en kan actief blijven sturen op de beleidsprioriteiten van de Bank, zoals armoedebestrijding, stabiliteit en duurzame economische ontwikkeling. Tegelijkertijd draagt deze inzet bij aan bredere Nederlandse belangen, waaronder democratische waarden, veiligheid en duurzame ontwikkeling. Naar de toekomst toe kiest dit kabinet ervoor om te investeren in ontwikkelingssamenwerking en effectieve multilaterale kanalen zoals de Wereldbankgroep onverminderd te blijven steunen.
Klimaat
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de energiestrategie
van de Bank wordt herzien en het Climate Change Action Plan
afloopt. Met grote zorg zien de leden van deze fractie dat politieke
aandacht voor het klimaat internationaal verslapt, terwijl mensen
wereldwijd vragen om een aanpak van de klimaatcrisis die onverminderd
verergert. Deze leden vragen zich af hoe het kabinet inzet op een hoge
klimaatambitie na 2026, samen met gelijkgestemde landen die een
ambitieuze klimaataanpak voorstaan.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de zorg en urgentie over de verminderde aandacht voor klimaatverandering en spant zich in om de doelen van het Parijsakkoord te halen. De Wereldbank speelt een belangrijke rol in het genereren van de benodigde klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden. Samen met gelijkgestemde landen dringt Nederland er daarom op aan dat de Wereldbank zich ambitieus blijft inzetten op klimaat en dat het de projecties voor klimaatfinanciering, zoals aangegeven op COP29 in Baku, daadwerkelijk gaat realiseren. Nederland verzoekt samen met gelijkgestemde landen dat het Climate Change Action Plan wordt voortgezet met daarin ook een bevestiging van doelstellingen dat minimaal 45% van de Wereldbank bijdraagt aan klimaat en dat alle financiering in lijn is met het Parijsakkoord.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met enige zorg dat de besteding van de Nederlandse bijdrage van 935 miljoen aan het IDA21-programma voor lage-inkomenslanden, zal worden gevolgd op āthemaās zoals de ontwikkeling van de private sector en banen, schuldbeheer en belastinginning, watermanagement en voedselzekerheid, en stabiliteit en veiligheid.ā Hoewel dit belangrijke themaās zijn, missen deze leden klimaatadaptatie- en mitigatie in dit rijtje. Zij vragen de minister om aan te geven of het voor het kabinet ook een prioriteit is om te monitoren of onze bijdrage helpt bij de aanpak van de grootste crisis van onze tijd.
Antwoord van het kabinet
De eenentwintigste middelenaanvulling van de IDA (IDA21), en daarmee ook de Nederlandse bijdrage daaraan, besteedt bijzondere aandacht aan klimaatadaptatie en -mitigatie. Zie ook het antwoord op vraag 12 en 13.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tevens, gezien de Bank de grootste multilaterale klimaatfinancier is, hoe de minister waarborgt dat klimaatfinanciering leidt tot meetbare en transparante resultaten, gezien signalen dat de klimaatrelevantie van bijdragen wordt overschat. Deze leden vragen hoe Nederland zich inzet voor meer transparantie en onafhankelijke controle binnen de Wereldbank. Zo wijzen de leden erop dat veel energiesectorhervormingen als klimaatrelevant worden aangemerkt, terwijl deze vooral marktliberalisering bevorderen en risicoās bij ontwikkelingslanden leggen.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderschrijft het belang van transparantie en onafhankelijke controle om te borgen dat door de Wereldbank gerapporteerde klimaatfinanciering daadwerkelijk klimaatrelevant is. Nederland pleit daarom voor strikte en consistente toepassing van de gezamenlijke klimaatmethodologie van multilaterale ontwikkelingsbanken, zodat overschatting wordt voorkomen. Binnen de Wereldbank dringt Nederland aan op robuuste controlemechanismen en de mogelijkheid tot correcties wanneer financiering ten onrechte als klimaatrelevant wordt aangemerkt. Daarnaast ondersteunt Nederland verdere versterking van transparantie, onder meer via het resultatenkader (Corporate Scorecard), zodat klimaatresultaten beter inzichtelijk en toetsbaar worden.
Tot slot op dit punt vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zich af of Nederland zich ervoor zal inzetten dat de Wereldbank ontwikkelingslanden niet alleen ondersteunt bij het verduurzamen van de energievoorziening ā iets wat vaak tot rendement leidt ā maar ook tot zaken die van enorme waarde zijn en juist gebaat zijn bij publieke investeringen, omdat private investeringen hier geen baat in zien, zoals biodiversiteit, en klimaatadaptatie.
Antwoord van het kabinet
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 13, spoort het kabinet de Wereldbank aan zich breed te blijven inzetten voor klimaatrelevante investeringen in ontwikkelingslanden, zowel op het gebied van energietransitie als biodiversiteit en klimaatadaptatie. Dat doet de Wereldbank veelal door publieke middelen in te zetten en, waar mogelijk, te combineren met private financiering. Omdat investeringen in biodiversiteit en adaptatie vaak minder directe financiƫle opbrengsten genereren, is hiervoor in het bijzonder publieke en concessionele financiering vereist. Het kabinet blijft de Bank hierop aanspreken. Zo zal Nederland tijdens de Voorjaarsvergadering het belang onderstrepen van de ontwikkeling van de Tropical Forest Forever Facility, waarbinnen de Wereldbank publieke middelen en garanties inzet om privaat kapitaal te mobiliseren voor de bescherming van biodiversiteit in tropische bossen.
Eerlijke vertegenwoordiging
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over de
groeiende schuldenlast in vooral Afrikaanse landen. Veel landen besteden
inmiddels meer dan de helft van hun inkomsten aan schulden, in plaats
van aan zorg en onderwijs. Dit belemmert ontwikkeling en raakt vooral
meisjes en jonge vrouwen. De leden vragen of de minister deze zorgen
deelt en hoe Nederland bijdraagt aan eerlijke
schuldherstructurering.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de zorgen van de leden van GroenLinks-PvdA over de groeiende schuldenlast. Daarom steunt Nederland de driepijlerstrategie van de Wereldbank en het IMF die zich richt op structurele hervormingen, aanvullende financiering en het verlagen van de financieringskosten. Meer specifiek zet Nederland zich binnen de Wereldbank in voor betere belastinginning, ontwikkeling van lokale kapitaalmarkten, versterkt schuldbeheer en meer schuldentransparantie. Voor landen die volgens het IMF en de Wereldbank kampen met een onhoudbare schuldenlast zet het kabinet zich in voor de versterking van het zogenaamde Common Framework om tot rechtvaardige en effectieve schuldherstructurering te komen. Nederland pleit, onder meer in de G20 en de Club van Parijs, voor het verduidelijken van het herstructureringsproces door gestandaardiseerde tijdlijnen in te stellen en spoort publieke schuldeisers aan hieraan bij te dragen. Daarnaast zet Nederland zich in voor meer transparantie van zowel private als publieke schuldeisers over de voortgang van onderhandelingen en andere niet-vertrouwelijke informatie en de coƶrdinatie van schuldherstructurering te verbeteren. Tot slot zal Nederland tijdens de Voorjaarsvergadering pleiten voor uitbreiding van het Common Framework naar midden-inkomenslanden.
Daarnaast vinden deze leden dat lage- en middeninkomenslanden beter vertegenwoordigd moeten worden in internationale financiƫle instellingen zoals de Wereldbank. Zij vragen welke stappen de Minister concreet zet om internationaal steun te vergaren om dit te verbeteren, of de Minister initiatieven om de Wereldbank te hervormen vanuit het mondiale Zuiden zal omarmen en ondersteunen.
Antwoord van het kabinet
Zie het antwoord op vraag 1.
OekraĆÆne
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met zorg over de
wederopbouw in OekraĆÆne en dat de financieringsnoden in het huidige jaar
en in de jaren daarna nog onzeker zijn. Het is goed dat Nederland
aanvullende bijdragen zal doen en OekraĆÆne blijft steunen. Maar kan de
minister al een inschatting geven van wat andere landen van plan zijn om
te doen en wat het vooruitzicht is voor OekraĆÆne bij deze
vergadering?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet de steun voor Oekraïne tot en met 2029 onverminderd voort. Dat is cruciaal gezien de grote militaire, financiële en sociale noden, en de grote schade aan energie-infrastructuur, huizen en publieke voorzieningen. Nederland pleit internationaal voor een eerlijke verdeling onder donoren om aan deze noden tegemoet te komen. Tijdens de ministeriële rondetafel over Oekraïne, die tijdens de Voorjaarsvergadering wordt gehouden, zal Nederland aandacht vragen voor donorcoördinatie, het belang van hervormingen onderstrepen en een oproep doen voor aanhoudende financiële steun. De Ukraine Recovery Conference (URC), die in juni 2026 in Gdansk zal plaatsvinden, is een van de momenten waarop naar verwachting verschillende landen hun steunbijdragen bekend zullen maken.
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank van 13 tot en met 18 april 2026 en van het verslag van de Jaarvergadering van oktober 2025. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke Wereldbank die bijdraagt aan stabiliteit, weerbaarheid en economische ontwikkeling, juist in een wereld van geopolitieke spanningen, hoge schulden en groeiende onzekerheid. Deze leden hebben nog enkele vragen hierbij.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het centrale thema van de Voorjaarsvergadering āBuilding Prosperity Through Policyā is, met veel nadruk op beleid, regelgeving en het ondernemingsklimaat als basis voor groei en werkgelegenheid. Deze leden steunen die lijn, omdat werk en bestaanszekerheid de beste basis vormen voor stabiliteit, minder irreguliere migratie en meer weerbare samenlevingen. Wel vragen deze leden hoe het kabinet gaat bewaken dat deze agenda niet blijft steken in algemene beleidsvoornemens, maar wordt vertaald in meetbare resultaten op landenniveau. Aan welke concrete uitkomsten wil het kabinet de inzet van de Wereldbank op dit punt toetsen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet steunt de banenagenda van de Wereldbank en de nadruk op versterking van beleidsfundamenten als basis voor duurzame groei en werkgelegenheid. Daarbij zet het kabinet zich ervoor in dat deze agenda wordt vertaald in concrete en meetbare resultaten op landenniveau. Nederland stuurt hier dan ook dagelijks op via de Raad van Bewindvoerders en toetst langs de lijnen die de Bank zelf centraal stelt: het versterken van het ondernemingsklimaat, het mobiliseren van private investeringen en het creƫren van banen. Concreet kijkt Nederland daarbij naar verbeteringen in het ondernemingsklimaat en de voorspelbaarheid van beleid en regelgeving; toename van private investeringen en toegang tot financiering; versterking van macro-economische fundamenten, waaronder belastinginning, schuldbeheer en schuldentransparantie; en uiteindelijk meer en betere banen, met name voor jongeren en vrouwen.
De Wereldbank zet voorts in op een meer geïntegreerde aanpak van beleidsadvies, financiering en private sectorontwikkeling. Het kabinet ondersteunt dit en zet zich in voor een sterke rol van de International Finance Corporation, de private sector tak van de Wereldbank, bij het opschalen van investeringen, juist waar deze het hardst nodig zijn. Daarnaast acht het kabinet het van belang dat landen die hervormingen doorvoeren en transparantie vergroten daarvoor worden beloond. Het kabinet zet zich daarom in voor een inzet van de International Development Association (IDA), de concessionele tak van de Wereldbank voor lage-inkomenslanden, die beleidshervormingen en goed financieel beheer stimuleert door financiële prikkels te versterken.
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat in lage-inkomenslanden de komende tien tot vijftien jaar circa 1,2 miljard jongeren de arbeidsmarkt betreden, terwijl naar schatting slechts 400 miljoen banen worden gecreƫerd. Dat gat is enorm. Hoe wil het kabinet bevorderen dat de Wereldbank zich niet alleen richt op algemene groei, maar vooral op kansrijke toekomstbestendige arbeid, jeugdwerkgelegenheid en lokale mkb-ontwikkeling?
Antwoord van het kabinet
De banenagenda van de Wereldbank bestaat uit drie pijlers: het versterken van menselijk kapitaal en fysieke infrastructuur, het verbeteren van de kwaliteit van beleid en regelgeving, en het vergroten van financiering voor investeringen in de private sector. Het doel is het creƫren van duurzame werkgelegenheid.
Het kabinet vindt het van belang dat deze inzet zich nadrukkelijk richt op jongeren, toekomstbestendige arbeid en de ontwikkeling van zowel het lokale mkb als het grootbedrijf. Investeringen in menselijk kapitaal dragen bij aan de arbeidspositie van jongeren en aan een toekomstbestendige beroepsbevolking. Een goed ondernemingsklimaat en betere toegang tot financiering stellen het bedrijfsleven, waaronder lokale mkb-bedrijven, in staat te groeien en banen te creƫren. Tijdens de Voorjaarsvergadering zal het kabinet de Wereldbank aansporen deze elementen expliciet mee te nemen in de uitwerking van de banenagenda.
Welke rol ziet het kabinet daarbij voor de private takken van de Wereldbank, IFC (Internationale Financieringsmaatschappij) en MIGA (Het Multilateraal Investeringsgarantieagentschap)?
Antwoord van het kabinet
Een goed investeringsklimaat is cruciaal om private sectorontwikkeling en werkgelegenheid op schaal mogelijk te maken. De International Finance Corporation (IFC) en het Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) spelen hierin een sleutelrol door private investeringen mogelijk te maken in markten waar deze anders uitblijven. De IFC doet dit via directe investeringen en mobilisatie van kapitaal, terwijl MIGA risicoās voor investeerders verlaagt via garanties en verzekeringen. In dit licht kijkt het kabinet uit naar de nieuwe private sectorstrategie van de Bank, de zogenoemde āIFC 2030-strategieā, die inzet op verdere innovatie van instrumenten om investeringen te ontsluiten. Het kabinet acht het van belang dat deze inzet zich ook sterk richt op de meest uitdagende markten, zoals fragiele staten, waar de additionaliteit het grootst is. Juist daar kunnen de IFC en MIGA het verschil maken door investeringen op gang te brengen, werkgelegenheid te creĆ«ren en zo bij te dragen aan de banenagenda. In de meer ontwikkelde markten kan de inzet eraan bijdragen dat er structureel en op schaal meer private financiering beschikbaar komt voor investeringen in de private sector, voor duurzame economische ontwikkeling en de klimaat- en energietransitie.
Voorts lezen de leden van de CDA-fractie dat ongeveer een derde van de financiering van de Wereldbank naar fragiele en conflictgevoelige landen en regioās gaat. Deze leden steunen dat, juist omdat instabiliteit in die regioās direct kan doorwerken in migratie, veiligheid en ontwrichting in Europa. Kan het kabinet nader toelichten hoe Nederland erop zal aandringen dat de Wereldbank in deze context meer inzet op lokale uitvoeringskracht, veiligheid van basisvoorzieningen en perspectief voor gastgemeenschappen en vluchtelingen?
Antwoord van het kabinet
De Wereldbank schat dat in 2030 meer dan de helft van de allerarmsten in fragiele en conflictgevoelige gebieden woont. Vanuit het ontwikkelingsmandaat van de Wereldbank is speciale aandacht voor instabiliteit daarom essentieel. Nederland heeft bij de totstandkoming van de nieuwe strategie van de Wereldbank voor de inzet in fragiele en conflictgevoelige gebieden voor de periode 2026-2030 aangedrongen op meer aandacht voor conflictsensitiviteit, onder door met lokale uitvoeringspartners samen te werken. Ook veiligheid en de migratiedimensie zijn belangrijke aandachtspunten in de strategie. Tijdens de Voorjaarsvergadering zal mede op Nederlands initiatief een rondetafelgesprek plaatsvinden over dit thema, met deelname van het management van de Wereldbank, donorlanden en lenende landen.
De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan de rol van de Wereldbank bij opvang in de regio. In dat licht zijn deze leden positief over het belang dat het kabinet hecht aan het International Development Association (IDA) en aan het loket dat gastgemeenschappen en vluchtelingenopvang ondersteunt. Kan het kabinet concreet maken hoe groot de Nederlandse inzet op dit punt is binnen IDA21?
Antwoord van het kabinet
Nederland draagt in totaal EUR 935 miljoen bij aan de twintigste middelenaanvulling van de International Development Association (IDA21). Deze middelen komen ten goede aan de brede inzet van IDA, waaronder ondersteuning van landen die grote aantallen vluchtelingen opvangen. Binnen IDA21 is circa USD 4 miljard specifiek gereserveerd voor het loket voor gastgemeenschappen en vluchtelingen (Window for Host Communities and Refugees). Dit vormt een belangrijk, maar niet het enige, instrument waarmee de Wereldbank inzet op opvang in de regio. Daarnaast dragen ook reguliere IDA-financiering en andere thematische programmaās bij aan het versterken van voorzieningen, economische kansen en weerbaarheid in landen die vluchtelingen opvangen. De totale inzet op dit terrein is daarmee breder dan dit specifieke loket. Nederland heeft zich als donor ingezet voor het behoud van dit loket en stuurt via de IDA-onderhandelingen en de Raad van Bewindvoerders op een substantiĆ«le inzet van middelen voor opvang in de regio en gerelateerde stabiliteitsdoelen.
Hoe wordt bewaakt dat middelen ook echt terechtkomen in regioās waar opvangdruk hoog is en stabiliteit onder spanning staat?
Antwoord van het kabinet
Het IDA-loket voor gastgemeenschappen en vluchtelingenopvang werkt met specifieke voorwaarden om financiering daar in te zetten waar deze het meest nodig is. Zo moet ten minste 0,1% van de bevolking uit vluchtelingen bestaan, moeten landen beschikken over een adequaat beschermingskader, en moeten zij een concrete strategie hebben die zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen ondersteunt. IDA maakt deel uit van de bredere inzet van de Wereldbank in fragiele en conflictgevoelige situaties, waardoor middelen in het bijzonder terechtkomen in regioās waar opvangdruk en instabiliteit samenkomen. Daarnaast is deze inzet gekoppeld aan landenprogrammaās van de Wereldbank en wordt deze periodiek gemonitord en geĆ«valueerd. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de mate waarin vluchtelingen toegang krijgen tot basisvoorzieningen en economische kansen. Dit stelt aandeelhouders in staat om bij te sturen waar nodig.
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast aandacht voor de mondiale schuldenproblematiek. De leden lezen dat tussen 2022 en 2024 circa 741 miljard dollar meer uit ontwikkelingslanden wegvloeide via rente en aflossingen dan er aan nieuwe financiering binnenkwam. Dat is zorgelijk. Deze leden steunen de inzet op schuldentransparantie, beter schuldbeheer en een herzien schuldenraamwerk. Zij vragen wel hoe het kabinet de effectiviteit van de huidige Three-Pillar Approach beoordeelt. Leidt deze aanpak nu al tot aantoonbaar lagere financieringskosten, meer transparantie en meer begrotingsruimte voor landen? Zo nee, wat moet er volgens het kabinet scherper?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet steunt de inzet van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) via de Three-Pillar Approach voor landen met liquiditeitsproblemen. Het kabinet ziet een duidelijke link tussen de eerste pijler, structurele hervormingen om het financiƫle fundament van landen te versterken, en de beschikbaarheid van aanvullende financiering. Het kabinet benadrukt het belang van een sterkere koppeling tussen hervormingen en financiering.
Het kabinet constateert echter dat de voortgang op de drie pijlers achterblijft. Zo blijven fragmentatie van het schuldenlandschap en de betrokkenheid van diverse crediteuren, waaronder niet-traditionele en private partijen, een uitdaging. Naast de Three-Pillar Approach zet het kabinet zich daarom in voor schuldentransparantie, versterking van schuldbeheer en het verbeteren van herstructureringsprocessen. en het beter betrekken van alle relevante crediteuren. Daarnaast blijft het van belang dat landen worden ondersteund bij het versterken van hun schuldbeheer en macro-economisch beleid, zodat nieuwe schuldopbouw duurzaam blijft. Gezamenlijk zijn deze elementen essentieel om de mondiale schuldenproblematiek structureel aan te pakken. Zie ook het antwoord op vraag 27.
De leden van de CDA-fractie vinden het terecht dat Nederland meer aandacht vraagt voor klimaatrisicoās en binnenlandse schulden in de schuldhoudbaarheidsanalyses. Wel vragen deze leden of het kabinet ook wil bevorderen dat schuldaanpakken beter worden gekoppeld aan investeringen in voedselzekerheid, waterbeheer en economische weerbaarheid. Juist op die terreinen kunnen landen immers structureel sterker worden.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht groot belang aan robuuste schuldhoudbaarheidsanalyses van het IMF en de Wereldbank. Deze analyses vormen de kern van verantwoord schuldenbeleid en zijn erop gericht landen te beschermen tegen het aangaan van onhoudbare schulden. Het uiteindelijke doel is dat landen kunnen blijven investeren in hun economische ontwikkeling en weerbaarheid. Investeringen in voedselzekerheid, waterbeheer en economische ontwikkeling versterken de groeicapaciteit van economieĆ«n en dragen daarmee bij aan schuldhoudbaarheid op de langere termijn. Het kabinet zet zich ervoor in dat schuldhoudbaarheidsanalyses een realistisch en toekomstgericht beeld geven, inclusief klimaatrisicoās en binnenlandse schulden. De koppeling tussen schuldaanpakken en specifieke investeringsprioriteiten ligt primair bij de betrokken landen zelf, in samenspraak met de instellingen.
Ten aanzien van Oekraïne steunen de leden van de CDA-fractie onverminderd de inzet op wederopbouw, economische stabilisatie, transparantie en anticorruptie. Deze leden lezen dat de geschatte wederopbouwkosten voor de komende tien jaar zijn opgelopen naar 588 miljard dollar. Dat onderstreept de noodzaak van strakke coördinatie. Kan het kabinet toelichten welke aanvullende Nederlandse inzet tijdens deze Voorjaarsvergadering wordt gepleegd om donorcoördinatie, monitoring en institutionele hervormingen in Oekraïne verder te versterken? Hoe wordt voorkomen dat versnippering of overlap ontstaat?
Antwoord van het kabinet
Coördinatie tussen donoren is cruciaal om versnippering en overlap te voorkomen. Nederland is daarom actief lid van het Ukraine Donor Platform, dat goede, afgestemde donorcoördinatie tot doel heeft, evenals afstemming van hervormingsinspanningen in lijn met het EU-toetredingsproces. Het kabinet zal tijdens de Voorjaarsvergadering bij de ministeriële rondetafel over Oekraïne aandacht vragen voor donorcoördinatie, het belang van hervormingen onderstrepen en een oproep doen voor aanhoudende financiële steun. De Wereldbank monitort actief haar projecten in Oekraïne, waaronder de doelstellingen, financiële voorstellen en jaarverslagen. Zie ook de antwoorden op vragen 4 en 5.
De leden van de CDA-fractie lezen verder dat de Wereldbank ook een rol ambieert in Gaza en mogelijk ook in Syriƫ, mits aan duidelijke politieke en institutionele voorwaarden wordt voldaan. Deze leden vinden dat begrijpelijk, maar hechten sterk aan transparantie, controleerbaarheid en het voorkomen dat middelen wegvloeien of hervormingen ondermijnen. Kan het kabinet voor zowel Gaza als Syriƫ nader aangeven welke randvoorwaarden voor Nederland minimaal moeten zijn vervuld voordat verdere betrokkenheid van de Wereldbank kan worden gesteund?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht sterk aan transparantie en controleerbaarheid van wederopbouwmiddelen, juist omdat inzet in fragiele en conflictgevoelige contexten gepaard gaat met verhoogde risicoās. De Bank werkt standaard met uitgebreide sociale en milieustandaarden, robuuste fiduciaire kaders, anticorruptie-mechanismen en onafhankelijke toezicht- en evaluatiestructuren, die bijdragen aan verantwoorde inzet van middelen. Daarom ziet Nederland de Wereldbank als een aangewezen partner in wederopbouwcontexten.
De mate waarin de Wereldbank actief kan zijn in conflictsituaties wordt in de praktijk primair bepaald door de veiligheidssituatie en de operationele randvoorwaarden. In Gaza zijn activiteiten sinds december 2023 opgeschort. In Syriƫ heeft de Wereldbank recentelijk de activiteiten herstart. Zodra de omstandigheden dit toelaten, staat Nederland in beginsel positief tegenover (hernieuwde) betrokkenheid van de Wereldbank in Gaza, mits aan de genoemde standaarden en voorwaarden wordt voldaan. Nederland zal daarbij als aandeelhouder via de Raad van Bewindvoerders de inzet van de Wereldbank nauwgezet blijven volgen en waar nodig bijsturen, met bijzondere aandacht voor transparantie, verantwoording en effectiviteit. Daarnaast geldt dat bredere internationale kaders richtinggevend zijn voor de Nederlandse inzet, waaronder relevante resoluties van de Verenigde Naties. Deze vormen mede het referentiekader voor de beoordeling van betrokkenheid van de Wereldbank in fragiele en conflictgevoelige contexten.
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet op klimaatadaptatie en water. Waterbeheer, drinkwater, landbouw en bescherming tegen droogte en overstromingen zijn direct verbonden met bestaanszekerheid en migratiedruk. Voornoemde leden vragen hoe het kabinet de Nederlandse waterexpertise concreet wil verbinden aan de nieuwe waterstrategie van de Wereldbank. Welke kansen ziet het kabinet voor Nederlandse kennisinstellingen, waterbedrijven en uitvoeringspartners? En hoe wordt voorkomen dat dit vooral bij intenties blijft?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet ziet duidelijke kansen om Nederlandse waterexpertise te verbinden aan de waterstrategie van de Wereldbank, omdat Nederland beschikt over geĆÆntegreerde kennis op het gebied van waterbeheer, klimaatadaptatie en deltatechnologie. Het kabinet zet zich ervoor in dat deze expertise niet losstaand wordt ingezet, maar structureel wordt gekoppeld aan programmaās en investeringen van de Wereldbank. Dit gebeurt onder meer via samenwerking met Nederlandse kennisinstellingen, waterbedrijven en uitvoeringspartners in door de Wereldbank gefinancierde projecten en programmaās, bijvoorbeeld op het gebied van stedelijke waterbeheer, klimaatadaptatie en landbouw. Daarnaast zet het kabinet in op het versterken van kennisuitwisseling en institutionele samenwerking, zodat Nederlandse ervaring met geĆÆntegreerd waterbeheer bijdraagt aan duurzame oplossingen op landenniveau. Om te voorkomen dat dit bij intenties blijft, is het van belang dat samenwerking wordt verankerd in concrete programmaās, financieringsinstrumenten en partnerschappen. Het kabinet zet zich daarom in om deze koppeling actief te bevorderen, onder meer via bestaande samenwerkingsprogrammaās en door inzet op nieuwe initiatieven, zoals het Center of Excellence voor water.
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat wordt verkend of een Center of Excellence voor water(management) in Nederland toegevoegde waarde kan hebben. Deze leden vragen het kabinet deze gedachte verder uit te werken. Welke vorm zou zoān centrum kunnen krijgen, welke partners zouden daarbij betrokken kunnen worden en hoe zou dit de positie van Nederland binnen Wereldbankprogrammaās kunnen versterken?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet verkent de ontwikkeling van een Center of Excellence voor water(management) als onderdeel van de inzet op de waterstrategie van de Wereldbank, waarin kennis en capaciteitsopbouw als randvoorwaarde worden gezien voor succesvolle implementatie. De precieze vorm van een dergelijk centrum wordt in de loop van 2026 uitgewerkt, in nauwe samenwerking met Nederlandse kennisinstellingen, private partijen, maatschappelijke organisaties en overheden. Een dergelijk centrum kan bijdragen aan een meer structurele inzet van Nederlandse kennis en expertise binnen programmaās van de Wereldbank, en daarmee de aansluiting tussen Nederlandse expertise en de vraag vanuit de Bank versterken.
Verder lezen de leden van de CDA-fractie dat de Wereldbank tijdens de Jaarvergadering van 2025 het belang van de private sector, aanbestedingshervormingen en het mobiliseren van privaat kapitaal opnieuw heeft benadrukt. Deze leden steunen dat, mits publieke doelen voorop blijven staan en aanbestedingen eerlijk, transparant en doelmatig verlopen. Kan het kabinet toelichten hoe Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen beter kunnen aanhaken bij Wereldbankprojecten, zonder dat ontwikkelingsdoelen ondersneeuwen? Welke concrete vervolgstappen zet het kabinet sinds de Jaarvergadering van 2025 op dit punt?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de visie van de CDA-fractie dat publieke doelen voorop moeten blijven staan en dat aanbestedingen eerlijk en efficiënt moeten verlopen. Om Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen zo goed mogelijk bij projecten aan te laten sluiten, ondersteunt RVO hen met voorlichting, advies en matchmaking. Zo zijn in 2025 verschillende sessies georganiseerd om Nederlandse partijen te verbinden en te informeren over aanbestedingsprocessen bij de Wereldbank. Deze thematisch ingedeelde sessies richtten zich onder andere op de agrofoodsector, kustbeheer en steun en wederopbouw in Oekraïne.
De leden van de CDA-fractie vragen ten slotte ook aandacht voor de shareholding review en het Voice-traject. Deze leden vinden het goed dat lage-inkomenslanden sterker worden betrokken bij bestuur en besluitvorming. Tegelijk is het van belang dat de Wereldbank bestuurbaar blijft en effectief kan opereren. Hoe beoordeelt het kabinet de huidige stand van zaken? En welke uitkomst acht het kabinet voor Nederland wenselijk, nu een formele stemrechtherziening waarschijnlijk uitblijft?
Antwoord van het kabinet
Zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 1, acht het kabinet een eerlijkere vertegenwoordiging van lage-inkomenslanden binnen de Wereldbank wenselijk, met behoud van bestuurbaarheid en effectiviteit. Het kabinet constateert dat het Voice-traject concrete, stapsgewijze vooruitgang oplevert. Zo worden kiesgroepen met veel lage-inkomenslanden versterkt, waardoor deze landen beter in staat zijn hun rol in bestuur en besluitvorming effectief te vervullen, ook al veranderen de onderliggende stemverhoudingen niet fundamenteel. Nederland zet zich in voor verdere uitwerking van dit traject, waarbij steeds de gevolgen voor de bestuurbaarheid en het functioneren van de Bank worden meegewogen. Het kabinet streeft naar een uitkomst die zowel de legitimiteit als de slagkracht van de Wereldbank versterkt.
Inbreng leden van de JA21-fractie
De leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de Koninkrijksinzet voor de voorjaarsvergadering van de Wereldbankgroep die zal plaatsvinden tussen 13 en 18 april 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
China
De leden van de fractie van JA21 brengen in herinnering dat het
Development Committee tijdens de jaarvergadering in oktober
voor de achtste keer niet tot een gezamenlijke slotverklaring wist te
komen. Ook was er wederom geen overeenstemming over het opnemen van
verwijzingen naar klimaat- en genderbeleid en de positie van China
binnen de Wereldbank. Kan het kabinet uitweiden over de laatste stand
van zaken rond deze twee twistpunten? Deelt het kabinet de mening dat
China, gelet op het inkomensniveau en de toegang tot kapitaalmarkten,
niet langer in aanmerking zou moeten komen voor reguliere
IBRD-leningen?
Antwoord van het kabinet
Sinds 2022 hebben aandeelhoudende lidstaten bij de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) door geopolitieke verdeeldheid geen consensus kunnen bereiken over een gezamenlijke slotverklaring. Zo bestaat er sinds het uitbreken van de oorlog in OekraĆÆne geen overeenstemming over de bewoording van de Russische invasie. Tijdens de afgelopen jaarvergadering waren formuleringen rondom klimaat- en genderbeleid, evenals de positie van China binnen de Wereldbankgroep, ook onderwerp van discussie tussen aandeelhouders. Ten aanzien van klimaat- en genderbeleid geldt dat een brede groep landen, waaronder Nederland, het belang hiervan onderschrijft als integraal onderdeel van duurzame ontwikkeling. Tegelijkertijd is een groep landen terughoudend ten aanzien van expliciete verwijzingen in gezamenlijke verklaringen, wat consensus bemoeilijkt. Nederland blijft zich, samen met gelijkgezinde landen, inzetten voor het behoud van een ambitieuze inzet op deze themaās binnen de Bank.
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vragen 18 en 19, is China de afgelopen decennia sterk economisch gegroeid en heeft ruime toegang tot internationale kapitaalmarkten. Het kabinet is van mening dat toegang tot financiering vanuit de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) in lijn moet zijn met het ontwikkelingsniveau en de toegang tot kapitaalmarkten van een land. Schaarse middelen dienen te worden gericht op de landen met de grootste financieringsbehoefte. Het kabinet is daarom kritisch op de omvang en aard van IBRD-financiering aan China. Tegelijkertijd kan beperkte en gerichte inzet van de Wereldbank in China, bijvoorbeeld op het gebied van mondiale publieke goederen zoals klimaat en kennisdeling, toegevoegde waarde hebben zolang dit gebeurt binnen de momenteel geldende kaders.
Hoe wordt deze kwestie aangevlogen in de komende Voorjaarsvergadering? Hoe ziet het huidige krachtenveld eruit? Welke mogelijkheden heeft Nederland vanuit haar positie als voorzitter van een kiesgroep om dit te agenderen? Kan de minister toezeggen hier een inspanning voor te willen doen?
Antwoord van het kabinet
Zie de antwoorden op vragen 18 en 19.
Klimaat- en milieudoelstellingen
De leden van de fractie van JA21 brengen in herinnering dat in 2022
verschillende hervormingen zijn doorgevoerd bij de Bank. Dit betrof
onder meer het toevoegen van klimaat- en milieuoverwegingen aan haar
formele doelstellingen. Een minimaal vereiste voor de leden van de
fractie van JA21 is dat dit proces niet afleidt van het oorspronkelijke
kernmandaat. Kan het kabinet toelichten hoe sinds de herijkingen van
2022, klimaat- en milieuoverwegingen concreet worden meegewogen in
projectselectie en -beoordeling, en hoe wordt voorkomen dat deze nadruk
ten koste gaat van de kernopdracht van de Bank op het terrein van
economische ontwikkeling en basisinfrastructuur? Zijn er recente cijfers
bekend over het aandeel klimaatprojecten in vergelijking met klassieke
infrastructuur- of armoedebestrijdingsprojecten? Kan de minister iets
meedelen over hoe klimaateisen tegenwoordig worden meegewogen in de
projectbeoordeling? Hoe komen klimaat- en milieuambities specifiek naar
voren in de aangekondigde focus van de Bank rondom werkgelegenheid? Kan
het kabinet toezeggen aandacht te blijven vragen voor een gebalanceerde
en realistische afweging?
Antwoord van het kabinet
De missie van de Wereldbank is het beëindigen van extreme armoede en het bevorderen van gedeelde welvaart op een leefbare planeet. Klimaat is geen losse doelstelling van de Bank, maar maakt integraal onderdeel uit van de inzet op armoedebestrijding en economische ontwikkeling. Zonder klimaatactie nemen armoede, fragiliteit en migratiedruk toe. Dit betekent dat de Bank in alle relevante projecten rekening houdt met de gevolgen van een veranderend klimaat. Bij waterzuiveringsprojecten wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met toekomstige waterniveaus van rivieren en bij landbouwprojecten wordt gezocht naar gewassen die beter bestendig zijn tegen droogte of verzilting. Er is geen onderscheid tussen klimaatprojecten en klassieke projecten, aangezien de klimaatimpact geïntegreerd wordt meegenomen in de projecten van de Wereldbank. Dat geldt evenzeer voor de inspanningen van de Bank die zich op werkgelegenheid richten. Het kabinet steunt deze geïntegreerde benadering en draagt, onder meer binnen de Raad van Bewindvoerders, actief bij aan een gebalanceerde afweging van alle doelstellingen van de Bank.
Oorlogssituaties
Ten slotte zijn de leden van de fractie van JA21 benieuwd naar de Nederlandse behartiging van de verschillende belangen namens haar kiesgroep, met onder meer Israël en Oekraïne. Kan de minister toelichten hoe Nederland als voorzitter van EDS19 binnen de Wereldbank de belangen en wensen van de kiesgroeplanden weegt, mede in relatie tot de bestaande oorlogssituaties?
Antwoord van het kabinet
Als kiesgroepvoorzitter2 vertegenwoordigt Nederland alle landen binnen de kiesgroep. Hiertoe weegt Nederland de belangen en posities van alle landen in de kiesgroep, inclusief Israël en Oekraïne, en brengt deze in nauwe samenwerking met deze landen samen tot een gezamenlijke inzet richting het management van de Wereldbank. Als voorzitter zet Nederland in op een gezamenlijke lijn binnen de kiesgroep, ook op gevoelige dossiers. Doordat Nederland meerdere landen vertegenwoordigt, kan het bijdragen aan het overbruggen van verschillende perspectieven en het tot stand brengen van werkbare en breed gedragen besluiten, juist op gevoelige dossiers zoals de huidige oorlogssituaties. Daarbij is het uitgangspunt dat de Wereldbank inzet op ondersteuning van stabiliteit, wederopbouw en economische weerbaarheid, binnen het bestaande mandaat en de geldende afspraken.
Los hiervan werd begin deze maand bekend dat een internationale coƶrdinatiegroep is opgericht, met daarin onder meer het Internationaal Energieagentschap (IEA), het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbankgroep, om de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten te mitigeren. Kan het kabinet een toelichting geven over deze ontwikkeling en waar dit samenwerkingsverband specifiek op zal gaan inzetten.
Antwoord van het kabinet
Het Internationaal Energieagentschap (IAE), het IMF en de Wereldbank werken aan een gezamenlijke respons op de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Zij zetten daarbij in op drie pijlers. Ten eerste het monitoren en analyseren van de economische impact, onder meer op inflatie, handel en betalingsbalansen. Ten tweede het coƶrdineren van de inzet door financiƫle behoeften in kaart te brengen en waar nodig financiƫle steun te verlenen. Ten derde het mobiliseren van andere relevante stakeholders om effectieve steun te bieden aan landen die dat nodig hebben. Het kabinet verwelkomt deze samenwerking en steunt via de Nederlandse vertegenwoordiging binnen deze instellingen een gecoƶrdineerde aanpak om de economische gevolgen van de oorlog zo veel mogelijk op te vangen.
Inbreng leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden lezen dat het kabinet inzet op voortzetting van de afspraak dat 45% van de financiering van de Wereldbank klimaatrelevant moet zijn. Deze leden zijn op dit punt niet overtuigd. Zij vragen de minister om nader te onderbouwen waarom een dergelijk hoog percentage wenselijk is, en hoe wordt geborgd dat middelen daadwerkelijk bijdragen aan economische ontwikkeling, stabiliteit en welvaart in plaats van primair aan klimaatdoelen.
Kan de minister concreet aangeven welke effecten dit vooraf afgesproken percentage heeft op groei, werkgelegenheid en armoedebestrijding in ontvangende landen? En deelt de minister de mening dat je dit niet vooraf moet vastleggen, maar dat maatwerk toegepast dient te worden?
Antwoord van het kabinet
In aanvulling op het antwoord op vraag 46 zijn investeringen van de Bank gericht op economische ontwikkeling en gedeelde welvaart op een leefbare planeet. Klimaat maakt daarmee integraal onderdeel uit van de missie van de Wereldbank. De 45%-doelstelling is een instrument van de Bank om te borgen dat investeringen toekomstbestendig zijn. Infrastructuur, landbouw en waterbeheer die geen rekening houden met klimaatrisicoās lopen een groter risico om op termijn minder effectief te zijn of verloren te gaan. Klimaatrelevante investeringen dragen daarmee ook bij aan economische groei, werkgelegenheid en bestaanszekerheid. Dit laat zien dat deze inzet haalbaar is binnen de bredere ontwikkelingsopgave.
In het verlengde hiervan vragen de leden van de BBB-fractie of deze klimaatdoelstelling ook geldt voor middelen die worden ingezet voor wederopbouw in conflictgebieden, zoals OekraĆÆne. Deze leden wijzen erop dat de wederopbouwkosten voor OekraĆÆne worden geraamd op circa 588 miljard dollar voor de komende tien jaar. Acht de minister het wenselijk dat in een dergelijke context, bijna de helft van de middelen geoormerkt dienen te worden als klimaatrelevant? In hoeverre helpt dit de directe wederopbouw van infrastructuur, economie en basisvoorzieningen?
Antwoord van het kabinet
De doelstelling dat circa 45% van de financiering klimaatrelevant is, geldt voor de totale portefeuille van de Wereldbank en niet per land of per project. Wel is er ruimte voor maatwerk, waarbij de Bank in overleg met het betreffende land bepaalt aan welke sectoren prioriteit wordt gegeven.
Voor de wederopbouw van OekraĆÆne betekent dit dat de inzet primair is gericht op herstel van infrastructuur, energievoorziening, economie en basisvoorzieningen. In de huidige context, met grootschalige schade aan onder meer de energie-infrastructuur, wordt de inzet zodanig vormgegeven dat middelen niet als klimaatrelevant hoeven te worden aangemerkt wanneer dat herstel in de weg zou staan. De klimaatdoelstelling vormt daarmee geen belemmering voor de wederopbouw. Tegelijkertijd acht het kabinet het verstandig dat de wederopbouw, waar relevant, rekening houdt met klimaatrisicoās, ook met het oog op de toekomstbestendigheid. De landbouwsector is hiervan een goed voorbeeld. OekraĆÆne is een van ās werelds grootste graanexporteurs, terwijl klimaatverandering leidt tot meer droogte, hittegolven en onvoorspelbare neerslag. Het is daarom wenselijk dat toekomstige investeringen in voedselzekerheid hiermee rekening houden, zodat zij duurzaam bijdragen aan economische ontwikkeling.
Kan de minister concreet uiteenzetten hoe deze klimaatvoorwaarde bijdraagt aan het herstel van landen in oorlogssituaties, en of dit niet juist leidt tot vertraging, hogere kosten of minder effectieve inzet van middelen?
Antwoord van het kabinet
De klimaatdoelstelling van de Wereldbank geldt voor de totale portefeuille en niet per land of project. Investeringsprioriteiten worden altijd met het betreffende land vastgesteld. Voor landen in oorlogssituaties betekent dit vooral een nadruk op herstel van infrastructuur, economie en basisvoorzieningen. Daarbij is ook ruimte voor uitzonderingen op klimaatvoorwaarden wanneer de situatie daarom vraagt, bijvoorbeeld bij acute energiebehoeften. Infrastructuur, landbouw en energiesystemen die geen rekening houden met toenemende droogte, extreme weersomstandigheden of veranderende neerslagpatronen lopen een groter risico op schade of uitval, met hogere kosten en herinvesteringen tot gevolg. Door deze risicoās mee te nemen, wordt de kans verkleind dat investeringen hun waarde verliezen en wordt de weerbaarheid van economieĆ«n versterkt, met positieve effecten op groei, werkgelegenheid en bestaanszekerheid. De Wereldbank past deze afwegingen pragmatisch toe, zonder dat dit leidt tot vertraging van urgente herstelwerkzaamheden.
Daarnaast lezen de leden in de geannoteerde agenda veel over klimaatadaptieve maatregelen en investeringen, onder meer op het gebied van water en infrastructuur. Deze leden vragen de minister om de vertaalslag naar Nederland te maken. In hoeverre voert dit kabinet zelf klimaatadaptief beleid, met name in relatie tot de inzet van klimaat- en natuurgelden? Hoe wordt geborgd dat deze middelen doelmatig en effectief worden ingezet, en welke concrete resultaten zijn daarvan zichtbaar in Nederland?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de visie dat onze internationale inzet in lijn moet zijn met de inzet in Nederland. Het coalitieakkoord benadrukt dat een bloeiende economie en leefbare aarde hand in hand kunnen gaan. Dit sluit aan op de missie en visie van de Wereldbank. Het kabinet legt via de rijksbegroting en bijbehorende rapportagecyclus verantwoording af voor doelmatige en effectieve inzet van middelen.
De leden van de BBB-fractie missen daarnaast expliciete aandacht voor voedselzekerheid in de geannoteerde agenda en de onderliggende stukken. Hoewel uitgebreid wordt ingegaan op themaās als klimaat, water en economie, blijft voedselzekerheid onderbelicht. Deze leden achten dit een niet uitlegbaar gemis. De wereldbevolking groeit en wordt welvarender, wat leidt tot een toenemende vraag naar voedsel en in het bijzonder naar dierlijke eiwitten. Tegelijkertijd staat de productiecapaciteit onder druk door klimaatverandering, bodemdegradatie en schaarste aan ruimte. Deze leden vragen de minister hoe hij deze ontwikkeling duidt. Hoe kijkt de minister naar de spanning tussen een groeiende voedselvraag en een afnemende productiecapaciteit wereldwijd? Welke rol ziet de minister voor de Wereldbank in het waarborgen van mondiale voedselzekerheid?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderschrijft de urgentie van, en de toenemende druk op, de wereldwijde voedselzekerheid. Naast andere factoren dragen ook instabiliteit en conflict bij aan toenemende honger en ondervoeding. Sinds het uitbreken van de oorlog in OekraĆÆne heeft het kabinet de inzet op het versterken van de weerbaarheid van voedselsystemen daarom geĆÆntensiveerd.3 De Wereldbank speelt een cruciale rol in dit verband. Zo heeft de Bank recent, samen met onder meer het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling (IFAD) en de Afrikaanse ontwikkelingsbank (AfDB), het AgriConnect initiatief gelanceerd. Met dit initiatief wil de Wereldbank haar investeringen in voedselzekerheid verdubbelen tot USD 9 miljard per jaar en additioneel USD 5 miljard voor voedselzekerheid mobiliseren. Nederland ondersteunt het AgriConnect initiatief en draagt daaraan bij door financiering van voedselzekerheidsprogrammaās van de Wereldbank en IFAD. Deze programmaās richten zich op het vergroten van de productiviteit en de weerbaarheid van voedselsystemen, met name in kwetsbare gebieden. Zo dragen ze bij aan rurale stabiliteit, onder meer door het maken van afspraken tussen boeren en veehouders over toegang tot schaars land en water.
Bestaat er een samenhangende internationale strategie op dit punt, en zo ja, hoe ziet deze eruit? En is de minister bereid dit in te brengen in Washington?
Antwoord van het kabinet
Zie antwoord op vraag 52. Nederland ondersteunt het AgriConnect initiatief, en draagt daaraan bij door financiering van voedselzekerheidsprogrammaās van de Wereldbank en IFAD. Het kabinet zal die steun actief uitdragen in Washington, en zal voedselzekerheid tevens inbrengen als integraal onderdeel van de inzet op water en klimaat.
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of bovenstaande vragen, en de inzet van dit kabinet op het wereldtoneel, mee kan worden genomen in het nationale voedselstrategieplan waar de Kamer om heeft gevraagd en dat voor de zomer wordt verwacht. De leden vragen graag een reactie van de ministers.
Antwoord van het kabinet
In de strategische agenda voor voedselzekerheid zal ook aandacht worden besteed aan de internationale aspecten van het voedselsysteem en het garanderen van voedselzekerheid nu en in de toekomst.
II. Volledige agenda
Geannoteerde agenda met inzet voor de Wereldbank Voorjaarsvergadering 2026. 26234-316 - Brief regering d.d. 27-03-2026 minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma.
Verslag Jaarvergadering Wereldbank (oktober 2025). 26234-314 - Brief regering d.d. 17-11-2025, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, A. de Vries.
Kamerstuk II, 36 800 V, nr. 47.ā©ļø
De andere landen in de kiesgroep zijn ArmeniĆ«, BosniĆ« en Herzegovina, Bulgarije, KroatiĆ«, Cyprus, GeorgiĆ«, IsraĆ«l, MoldaviĆ«, Montenegro, Noord-MacedoniĆ«, RoemeniĆ« en OekraĆÆne.ā©ļø
Kamerstuk II, 2022/23, 33 625, nr. 341.ā©ļø