[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Monitoring tolk- en vertaaldiensten

Brief regering

Nummer: 2026D17444, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-13 14:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07750:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Met deze brief informeer ik uw Kamer, conform de eerdere toezeggingen van mijn ambtsvoorgangers, over de prestaties van de tolkdienstverlening in het kalenderjaar 2025. Daarnaast ga ik in op de voorlopige uitkomsten van de drie onderzoeken die zijn aangekondigd in de Kamerbrief van 5 februari 20251, betreffende het vergoeden van de wachttijd, het vergoeden per begonnen halfuur en de betaling per normregel. Verder geef ik met deze brief een terugkoppeling van de driehoeksgesprekken die in 2025 zijn gevoerd met beroepsvertegenwoordigers van tolken en vertalers, vertegenwoordigers van tolkbureaus en vertegenwoordigers van mijn ministerie. Tot slot ga ik in op de motie2 van het voormalig Kamerlid Koops (NSC), over mogelijke belangenverstrengeling binnen het Kwaliteitsinstituut Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Wbtv).

  1. Prestaties tolkdienstverlening

De toelichting over de inkoop van tolk- en vertaaldiensten en over hoe het stelsel van tolk- en vertaaldiensten werkt, vindt u in bijlage 1.

De informatie in deze brief betreft de prestaties in het kader van 29 verschillende tolkcontracten die met vier tolkbureaus zijn overeengekomen over het jaar 2025. Deze tolkbureaus waarborgen samen de tolkdienstverlening voor negentien verschillende overheidsorganisaties. Kerncijfers die ik binnen de contractuele afspraken mag delen, zoals leveringszekerheid, leveringsnauwkeurigheid en gevraagde talen, treft u in bijlage 2 en 3. Voor de volledigheid heb ik naast de kerncijfers over 2025 ook de kerncijfers over 2024 bijgevoegd.

In het jaar 2025 zijn in totaal 1.266.195 tolkbestellingen geplaatst en was de leverzekerheid3 98,5%. In heel 2024 zijn er 1.127.983 tolkbestellingen geplaatst en was de leverzekerheid 97,8%. Ondanks een stijging in 2025 van het aantal geplaatste tolkbestellingen met 12%, ontwikkelde de leverzekerheid zich in positieve zin met circa 0,7 procentpunt ten opzichte van 2024. Een reden hiervoor kan zijn dat het aantal tolken in het Register is gestegen. In 2025 was er sprake van een levernauwkeurigheid van 83,6%. Voor heel 2024 betrof dit 80,1%. Ik ben verheugd om te zien dat bij een stijgend volume de prestaties op leverzekerheid en levernauwkeurigheid een positieve ontwikkeling laten zien.

  1. De drie aangekondigde onderzoeken

Tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid van 20234 en het Commissiedebat Juridische Beroepen op 24 april 2025 is aandacht gevraagd voor de uitvoering van de aanbesteding voor het Openbaar Ministerie (OM) en de Rechtspraak. In lijn met de motie van het voormalig lid Van Nispen (SP) c.s.5 en de toezegging in de Kamerbrief van 5 februari 2025 heb ik voor de tolkdiensten van het OM en de Rechtspraak nader onderzoek gedaan naar:

  • of en hoe de wachttijd van tolken tussen meerdere tolkopdrachten vergoed kan worden binnen de huidige contractuele afspraken;

  • de vergoeding per begonnen half uur;

  • de wenselijkheid en de toepasbaarheid van een vergoeding per normregel.

In deze brief geef ik een nadere toelichting op elk van deze aspecten afzonderlijk en informeer ik u over de genomen besluiten.

Vergoeden van wachttijd

Voor de invoering van het nieuwe stelsel in 20206 werden tolken rechtstreeks ingeschakeld door het OM en de Rechtspraak. In sommige gevallen kreeg een tolk op locatie de opdracht om twee gesprekken te tolken waarvan de eind- en begintijd niet op elkaar aansloten. Zowel het OM als de Rechtspraak hanteerden toen een niet-gecodificeerde werkwijze, waar de wachttijd tot maximaal één uur in aanmerking kwam voor vergoeding.

Door het Categoriemanagement, het OM en de Rechtspraak is onderzoek gedaan naar de invoering van een vergoeding voor de tijd die overbrugd zou kunnen worden tussen twee gesprekken (met een maximum van één uur) bij opdrachten op locatie van het OM en de Rechtspraak. In het onderzoek is gekeken naar de mogelijkheden binnen de huidige contractuele afspraken. Uit het onderzoek blijkt dat:

  • het bundelen van twee gesprekken de tolkopdracht verlengt, wat de aantrekkelijkheid voor tolken vergroot;

  • overbruggingstijd gebruikt kan worden voor voorbereiding op het tweede gesprek;

  • het bundelen een retourrit voorkomt, reiskilometers en kilometervergoeding halveert, en CO2-uitstoot vermindert;

  • de invoering van overbruggingstijd (maximaal één uur) budgetneutraal is.

Op basis van deze uitkomsten zie ik voldoende aanleiding om overbruggingstijd van maximaal één uur tussen twee gesprekken bij tolkopdrachten op locatie bij het OM en de Rechtspraak te gaan vergoeden. Het ministerie heeft daarom besloten de vergoeding voor overbruggingstijd, met een maximum van één uur, verder uit te werken. Dit zal worden gedaan door het Categoriemanagement, het OM en de Rechtspraak, in overleg met de gecontracteerde tolkbureaus.

Vergoeden per begonnen half uur

De vergoeding die tolken ontvangen voor werkzaamheden bij het OM en de Rechtspraak is vastgelegd in het Besluit tarieven in strafzaken (Btis).

Het toenmalige Btis (2003) bevatte een voorwaarde waaronder de tolken een vergoeding per half uur ontvingen. In het verleden werd daardoor betaald voor tijd waarin niet werd getolkt. Bijvoorbeeld: voor een opdracht van 31 minuten werd 60 minuten betaald; daarmee betaalde de overheid voor 29 minuten dienstverlening die niet was geleverd. De halfuursvergoeding voor tolken bij het OM en de Rechtspraak was een specifieke regeling en werd in 2020 afgeschaft bij de herziening van het tolkenstelsel. Deze wijziging werd doorgevoerd ter bevordering van de uniformiteit en marktwerking, zoals aangegeven in de toelichting op het aangepaste Btis.7

Sinds de invoering van het nieuwe stelsel in 2020:

  • ontvangen alle tolken ten minste een minimum uurvergoeding en kunnen zij sindsdien afhankelijk van vraag en aanbod in de onderhandeling met het tolkbureau een hogere vergoeding bedingen;

  • betaalt de overheid de volledige duur van de verstrekte opdracht, zelfs als de uitvoering van de opdracht korter is dan de overeengekomen tolkduur;

  • wordt meerwerk altijd vergoed;

  • zijn uniforme annuleringsvoorwaarden vastgesteld, waardoor tolken een vergoeding ontvangen wanneer de opdrachtgever de opdracht voortijdig annuleert.

Uit onderzoek naar de herinvoering van een vergoeding per half uur blijkt dat:

  • veel discussies kunnen ontstaan over in welk tijdvak van 30 minuten de tolkopdracht is geëindigd;

  • bij herinvoering er een verschil ontstaat in de wijze waarop binnen de overheid tolkdienstverlening vergoed wordt;

  • de kosten voor het OM en de Rechtspraak zullen stijgen.

Op basis van deze uitkomsten concludeer ik dat het niet wenselijk is om de vergoeding van tolkdiensten per half uur voor het OM en de Rechtspraak opnieuw in te voeren. Daarom is besloten om hiervan af te zien.

Betaling per normregel

Bij de stelselwijziging in 2020 is besloten om de vertaaldiensten voor het OM en de Rechtspraak, vergelijkbaar met eerder afgesloten vertaalcontracten en de gangbare marktpraktijk, te gaan vergoeden op basis van een integraal woordtarief. Hierop is het Btis aangepast van een vergoeding per regel naar een minimum woordtarief van 7,9 eurocent. Dit minimum woordtarief wordt in alle vertaalaanbestedingen als ondergrens gehanteerd.8

Om de haalbaarheid en wenselijkheid van de invoering van een vergoeding die gebaseerd is op een normregel vast te stellen, heeft het ministerie in mei 2025 marktonderzoek uitgevoerd onder vertaalbureaus en heeft overleg plaatsgevonden met de vereniging van tolk- en vertaalbureaus in Nederland (VViN).

Uit het onderzoek blijkt:

  • dat voor vertaaldiensten die op afstand worden uitgevoerd, het al lange tijd gebruikelijk is om een vergoeding per woord toe te passen. In enkele gevallen wordt ook een vergoeding per pagina gehanteerd. Bij dienstverlening op locatie wordt doorgaans een tarief per uur vergoed.

  • dat de vertaalbureaus meerdere bezwaren hebben tegen standaard invoering van een vergoeding per normregel. Ten eerste wordt opgemerkt dat de software van vertaalbureaus vaak niet is ingericht om een vergoeding per normregel te verwerken. Daarnaast wordt het feit genoemd dat het aantal woorden per regel per taal varieert, wat kan leiden tot ongelijkheden in de vergoeding tussen verschillende talen wanneer betaling per normregel wordt gehanteerd.

  • dat de vertaalbureaus ondanks de genoemde effecten bereid zijn een vergoeding per normregel te faciliteren.

Dit heeft geleid tot de beslissing om, vanaf november 2025, in vertaalaanbestedingen en de bijbehorende contracten voorwaarden op te nemen. Deze voorwaarden zullen zelfstandig ondernemende vertalers in staat stellen om tijdens hun onderhandelingen met vertaalbureaus afspraken te maken over de vergoeding voor vertalingen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren op basis van een vastgestelde normregel.

  1. Motie van het voormalig lid Koops over verbetermogelijkheden bij de aanbesteding van tolkendiensten

Op 24 april 2025 is in het commissiedebat Juridische beroepen door het voormalig lid Koops (NSC) aandacht gevraagd voor mogelijke belangenverstrengeling binnen het Kwaliteitsinstituut Wbtv (hierna: Kwaliteitsinstituut),een onafhankelijk adviesorgaan in het kader van Wbtv-aangelegenheden. Daaropvolgend is door het voormalig lid Koops (NSC) een motie9 ingediend waarin, naast aandacht voor belangenverstrengeling, ook wordt verzocht om een onderzoek naar verbetermogelijkheden bij de aanbesteding van tolkendiensten zoals die nu is vormgegeven. In deze brief ga ik hier nader op in.

Het Kwaliteitsinstituut adviseert het ministerie en/of Bureau Wbtv gevraagd en ongevraagd over beleid en activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de Wbtv. De leden van het Kwaliteitsinstituut worden benoemd door de Raad voor Rechtsbijstand. Het lidmaatschap is gemaximeerd tot vier jaren, met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging met nog eens maximaal vier jaren.

Naar aanleiding van een vraag van voormalig lid Koops (NSC) hebben er gesprekken plaatsgevonden tussen het ministerie en het Bureau Wbtv. Uit deze gesprekken blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor belangenverstrengeling binnen het Kwaliteitsinstituut. In het gesprek is het belang van transparantie benadrukt en is besloten de benoemingstermijnen van de leden en of het gaat om een eerste of tweede benoeming op de webpagina van het Kwaliteitsinstituut te publiceren.10 De overige hoofdactiviteiten van de leden worden echter niet openbaar gemaakt. Dit is in lijn met de werkwijze van andere adviescommissies in het kader van de Wbtv, en geldende wet- en regelgeving, waar dergelijke informatie ook niet wordt gedeeld.

Verder verzocht het voormalig lid Koops (NSC) de regering om onderzoek te doen naar mogelijke verbeteringen in de wijze waarop de aanbesteding van tolkendiensten momenteel is vormgegeven. Hieraan wordt reeds gewerkt via de driehoeksgesprekken tussen de beroepsvertegenwoordigers, de vertegenwoordigers van tolkbureaus en het ministerie. Deze gesprekken bieden de mogelijkheid om verbetermogelijkheden en de doorontwikkeling van de aanbestedingen te verkennen.

  1. Audit KPMG

In de vorige Kamerbrief is aangekondigd dat in 2025 KPMG een audit uitvoert naar de wijze waarop mijn ministerie de aangeleverde managementrapportages van de tolk- en vertaalbureaus verwerkt in de verschillende sturingsdashboards.

Het eindrapport van KPMG van 4 februari 2026 is als bijlage 4 opgenomen.

Het ministerie zal starten met het oppakken van de volgende aanbevelingen:

  • het formeel vastleggen en documenteren van het werkproces voor het ontvangen, bewerken en verwerken van datasets;

  • het contractueel vastleggen van een uniforme deadline voor het maandelijks aanleveren van gegevens;

  • het toevoegen van een motivatiecode voor afwijkingen tussen het gevraagde taalniveau en het contractueel overeengekomen taalniveau die resulteren in een verschil in het geleverde taalniveau.

  1. Evaluatie van het stelsel

In de Kamerbrief van 5 februari 2025 heeft de voormalige staatssecretaris voor Rechtsbescherming de toezegging gedaan om te bezien hoe de evaluatie van het wettelijke deel van het stelsel vormgegeven kan worden.

Voorzien is om het WODC te vragen dit onderzoek uit te voeren. Een onderzoeksvoorstel is opgesteld en zal naar verwachting in het tweede kwartaal 2026 bij het WODC worden ingediend. Het onderzoeksvoorstel gaat in op de vraag in hoeverre de Wbtv realiseert wat is beoogd. Daarbij wordt gekeken naar de vraag in hoeverre de hoofddoelstellingen van de Wbtv – het waarborgen van kwaliteit en integriteit – worden behaald.

Over de uitkomsten van het onderzoek zal ik uw Kamer op een nader moment informeren.

Driehoeksgesprek

Tijdens het commissiedebat Juridische beroepen van 24 april 2025 heeft de voormalige staatssecretaris toegezegd uw Kamer te informeren over de gevoerde driehoeksoverleggen tussen vertegenwoordigers van mijn ministerie, de beroepsvertegenwoordigers van zelfstandig ondernemende tolken en vertalers en de vertegenwoordigers van tolk- en vertaalbureaus. Deze overleggen zijn gericht op het bevorderen van een constructieve samenwerking en een evenwichtige doorontwikkeling van het tolkenstelsel.

In 2025 hebben drie overleggen plaatsgevonden. Met het oog op de verdere ontwikkeling van het tolkenstelsel is besloten de overleggen in 2026 te richten op twee speerpunten: de differentiatie van tarieven en het minimaliseren van reisbewegingen. Door het ministerie zijn verschillende alternatieven uitgewerkt en aan de betrokken vertegenwoordigers is gevraagd hier een reactie op te geven. De uitkomsten van de driehoeksgesprekken zullen worden meegenomen in de verdere doorontwikkeling van het tolkenstelsel en kunnen van invloed zijn op nieuwe aanbestedingen en de uitvoering van tolkdienstverlening.

  1. Dag van de tolkdienstverlening

Op 31 oktober 2025 is de derde editie van de Dag van de Tolkdienstverlening gehouden. Vertegenwoordigers van diverse ketenpartners, waaronder opdrachtgevers, tolkbureaus, beroepsverenigingen en tolken, kwamen samen om het gesprek te voeren over de continuïteit en de kwaliteit van de tolkdienstverlening. Gedurende dit evenement werden verschillende belangrijke onderwerpen besproken, waaronder de rol van sociale media en de veiligheid van tolken. Ook werd er aandacht besteed aan de vergrijzing van de tolkenpopulatie met een focus op twee kernpunten: het aantrekkelijk maken van het beroep voor de huidige tolken om hen te behouden, en het enthousiasmeren van nieuwe aanwas voor het vak.

Daarnaast werd een interactieve sessie gehouden waarin de uitdagingen, afwegingen en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen in het tolkproces aan bod kwamen. Een belangrijk inzicht uit deze sessies was dat tolkdiensten een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn. Alleen door transparantie, duidelijke afspraken en flexibiliteit van alle betrokkenen kan de kwaliteit en leverzekerheid van tolkdiensten worden gewaarborgd.

Uit de reacties die tijdens de evaluatie van deze dag zijn verzameld, is gebleken dat er veel waardering bestaat voor het evenement. Het ministerie heeft daarom besloten om de Dag van de Tolkdienstverlening komend jaar opnieuw te organiseren.


Tot slot

Het afgelopen jaar zijn er positieve resultaten geboekt in de prestaties van de geleverde tolkdienstverlening en vooral in de onderlinge samenwerking. Hiervoor wil ik de tolkbureaus die hiervoor gecontracteerd zijn, de zelfstandig ondernemende tolken en de opdrachtgevende overheidsorganisaties complimenteren. Ik acht het van belang om de prestaties van de geleverde tolkdienstverlening met deze partijen te blijven bespreken.

In de afgelopen jaren is aan de Kamer jaarlijks een voortgangsbrief gestuurd over de tolkdienstverlening. Gezien de positieve ontwikkelingen van de prestaties op leverzekerheid en levernauwkeurigheid, de constructieve samenwerking in de driehoeksgesprekken en de waardering voor de jaarlijkse dag van de tolkdienstverlening acht ik het niet langer noodzakelijk een separate voortgangsbrief te sturen. Uiteraard zal ik uw Kamer informeren over belangrijke ontwikkelingen, zoals over de uitkomsten van het WODC-onderzoek en zo nodig betrek ik de tolkdienstverlening in de voortgangsbrieven toegang tot het recht.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Claudia van Bruggen

Overzicht van de bijgevoegde bijlagen:

  1. Stelsel van tolk- en vertaaldiensten

  2. Monitoring alle talen tolkenstelsel 2025

  3. Monitoring alle talen tolkenstelsel 2024

  4. Auditrapport verwerking gegevenssets tolkdiensten


  1. Kamerstukken II 2023/24, 29936, nr. 75.↩︎

  2. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 141↩︎

  3. Leverzekerheid geeft aan in welke mate tolkopdrachten worden geleverd, en levernauwkeurigheid beschrijft in hoeverre het gevraagde taalniveau geleverd is.↩︎

  4. Kamerstuk 2023–2024, 29 279 nr. 872↩︎

  5. Kamerstuk 2023–2024, 36 600 VI, nr. 119↩︎

  6. Kamerstuk 2019-2020, 29936 nr. 47↩︎

  7. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2020-220.html↩︎

  8. Artikel 5 Besluit tarieven in strafzaken 2003↩︎

  9. Kamerstuk 2024-2025, 36 600 VI, nr. 141↩︎

  10. https://www.bureauwbtv.nl/commissies/kwaliteitsinstituut-wbtv/↩︎