Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D17642, datum: 2026-04-13, bijgewerkt: 2026-04-15 08:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-13 13:00: Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (Notaoverleg), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Defensie heeft op 13 april 2026 overleg gevoerd met de heer Boswijk, staatssecretaris van Defensie, over:
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 19 december 2025 inzake definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) (36592, nr. 55);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 12 februari 2026 inzake beantwoording vragen commissie over het definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (36592-55) (36592, nr. 57);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 13 februari 2026 inzake verzamelbrief vastgoed en leefomgeving (36592, nr. 58);
de brief van de staatssecretaris van Defensie d.d. 23 maart 2026 inzake opvolging van de motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de maximale juridische ruimte opzoeken om binnenlands te kunnen oefenen met drones (36600-X-58) (30806, nr. 60).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,
Paternotte
De griffier van de vaste commissie voor Defensie,
De Lange
Voorzitter: Ten Hove
Griffier: De Lange
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bikker, Boon, Diederik van Dijk, Dobbe, Peter de Groot, Ten Hove, Jagtenberg, Van Lanschot, Nanninga, Piri en Wiersma,
en de heer Boswijk, staatssecretaris van Defensie.
Aanvang 13.01 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag allemaal. Het is 13.00 uur. Welkom allemaal bij het
notaoverleg Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Een warm welkom
aan de staatssecretaris en aan de ondersteuning. Aan de andere zijde
heet ik ook de leden van de Tweede Kamer welkom. Er is een hele mooie
afvaardiging vandaag. Ook heet ik iedereen welkom op de tribune en de
kijkers die van een afstand meekijken. De spreektijden voor het
notaoverleg zijn vooraf allemaal vastgesteld. De leden mogen die zelf
indelen voor de eerste en de tweede termijn. U heeft vier interrupties
in de eerste termijn. Aangezien het een notaoverleg is, hebben we in de
tweede termijn gelegenheid tot het indienen van moties.
Dan wil ik als eerste het woord geven aan mevrouw Jagtenberg van D66. U
heeft twaalf minuten.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. In de VS hoorde ik de F-35 ooit omschreven
worden als de "sound of freedom", als die met een volle afterburner
overvloog. In de omgeving van Leeuwarden dacht mijn schoonfamilie daar
echter anders over. Ze vroegen mij of ik als lucht- en
ruimtevaartingenieur daar niet iets aan zou kunnen doen. Sinds de
invasie in Oekraïne kijken we in Nederland gelukkig wel anders naar dit
soort overlast. De noodzaak van een slagvaardige krijgsmacht is
duidelijk. Tegelijkertijd leven we in een klein land, waarin we de
ruimte samen moeten delen. Dat vraagt om een balans en een "whole of
society"-aanpak, waarmee we de lasten beperken en de baten vergroten.
Juist daarom wil ik beginnen met complimenten aan Defensie. Er wordt
echt werk gemaakt van afstemming met de omgeving rond het NPRD. Er wordt
actief gezocht naar manieren om de lasten te verminderen, en de
contacten verlopen over het algemeen goed. Wat mijn fractie betreft is
de volgende stap duidelijk: niet alleen het beperken van de lasten, maar
ook het vergroten van de baten.
Voorzitter. De komst van nieuwe kazernes en Defensielocaties legt extra
druk op de omgeving; denk aan woningbouw, infrastructuur en
voorzieningen. Dat zijn geen kleine vraagstukken. Dit raakt direct aan
de leefbaarheid in gemeenten. Veel mensen maken zich daar terecht zorgen
over. Daarom vraag ik de staatssecretaris: hoe wordt deze extra druk
integraal meegenomen in de plannen? Kunnen lokale overheden rekenen op
concrete ondersteuning vanuit het kabinet om deze groei op te vangen,
bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur?
Een ander groot punt van zorg is stikstof. Eerder waren die zorgen al
aanzienlijk. Het kabinet schreef zelfs dat de effecten enorm zouden
kunnen zijn. Er werd gesproken van een vertraging van jaren en het
risico dat dit de verdedigingscapaciteit van het NAVO-grondgebied kan
beperken. Dat zijn stevige woorden. Daarom is mijn vraag: waar staan we
nu? Hoe wordt voorkomen dat noodzakelijke defensie-uitbreidingen
vastlopen? In de beantwoording van de feitelijke vragen lezen we dat het
kabinet werkt aan een nieuwe stikstofaanpak. Hoe verloopt het overleg
met collega-bewindspersonen op dit punt? Kunnen we op korte termijn
duidelijkheid verwachten over een aanpak waarin ook Ruimte voor Defensie
expliciet wordt meegenomen? Ook netcongestie is op veel plekken
inmiddels een harde beperking. Op welke manieren kijkt Defensie naar het
zelf opwekken en opslaan van energie om deze knelpunten te omzeilen?
Wordt daarbij ook gekeken naar het delen van energie met bijvoorbeeld
commerciële partijen in de omgeving? Dit zijn allemaal vraagstukken waar
nationale veiligheid en lokale leefbaarheid elkaar raken. Juist daarom
is het van belang dat we hier vooruitkijken, knelpunten tijdig
adresseren en samen met de regio tot oplossingen komen.
Voorzitter. Ruimte voor Defensie betekent ook: ruimte maken. Dat raakt
mensen, hun huizen, hun bedrijven, hun leefomgeving. Juist daarom is
participatie geen bijzaak maar een voorwaarde voor draagvlak en
zorgvuldige besluitvorming. Voor mijn fractie staat voorop dat niemand
zich overvallen mag voelen door plannen van de overheid. In het eerdere
debat ging het over 27 woningen en bedrijven die plaats moesten maken
voor Defensie. Het is goed om te lezen dat het gesprek met ondernemers
en woningeigenaren is gestart, maar ik wil de staatssecretaris hierover
het volgende vragen. Lopen deze gesprekken inmiddels met álle betrokken
eigenaren? En is het aantal van 27 nog steeds actueel? Ik herinner de
staatssecretaris graag aan de breed aangenomen motie om mensen die hun
huis moeten verlaten van deur tot deur te begeleiden. Wat is er concreet
met die opdracht gebeurd? Hoe ziet de begeleiding er in de praktijk uit?
En hoeveel van deze mensen hebben inmiddels een nieuwe plek gevonden?
Want als we dit doen, dan moeten we het goed doen: menselijk, zorgvuldig
en met oog voor de toekomst van de betrokkenen.
Voorzitter. Hoewel de mensen die wij spreken duidelijk doordrongen zijn
van de noodzaak van meer ruimte voor Defensie, maken ze zich ook zorgen
over wat dit precies voor hen betekent. Dat zijn geen cijfers op papier,
maar mensen met een verhaal. Laten we ervoor zorgen dat zij zich gezien
en gesteund voelen. We horen van hen de zorg dat door de afwezigheid van
communicatie duidelijkheid ontbreekt, wat ruimte laat voor
spookverhalen. Hoe worden omwonenden op de hoogte gehouden van
verandering en mogelijk overlast? En hoe zorgen we ervoor dat er geen
ruimte ontstaat voor nepnieuws en onrust, maar juist voor vertrouwen en
duidelijkheid?
Voorzitter. Als we spreken over ruimte voor Defensie, hebben we het niet
alleen over vierkante meters grond, maar juist ook over het luchtruim
boven ons. Daar liggen enorme kansen: de kans om te innoveren, om te
trainen, om voorop te blijven lopen in een wereld waarin onbemenste
systemen een steeds grotere rol gaan spelen. Het ontwikkelen,
experimenteren, opleiden, trainen en oefenen met drones en de
bestrijding daarvan zijn essentieel om onze krijgsmacht wendbaar en
toekomstbestendig te houden.
Voorzitter. Wie vooruit wil, moet ruimte creëren, niet alleen fysiek
maar ook juridisch. In de opvolging van de motie-Van Dijk zien we een
analyse van knelpunten en een duidelijke ambitie om de maximale
juridische ruimte op te zoeken voor opleidings- en trainingsdoeleinden.
Dat is precies de richting die nodig is. Laten we die ruimte dan ook
daadwerkelijk benutten. Wanneer horen we meer over het oplossen van deze
knelpunten? Worden alle juridische knelpunten meegenomen in de Wet op de
defensiegereedheid? Kan de staatssecretaris toezeggen dat we voor het
behandelen van de wet een uitgebreide terugkoppeling hebben gehad over
de opvolging van de motie-Van Dijk?
Voorzitter. Na het thema drones wil ik kort ingaan op innovatie,
specifiek op de samenwerking met lokale overheden. Als Defensie ergens
uitbreidt, raakt dat direct de regio. Juist dan is het belangrijk dat we
samen optrekken en kansen verzilveren. Neem Lelystad Airport: met de
komst van de F-35 komt daar meer defensieactiviteit. Tegelijkertijd is
er in de regio een sterke wens voor meer werkgelegenheid en voor een
innovatieve invulling van de luchtvaart, bijvoorbeeld op het gebied van
duurzame technologie. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak. Daarom
vraag ik de staatssecretaris hoe hij concreet samenwerkt met gemeenten
en provincies om lokale ambities, zoals innovatie en economische
ontwikkeling, te verbinden aan de plannen van Defensie. Hoe zorgt u
ervoor dat regio's niet alleen de gevolgen ervaren, maar ook echt
meeprofiteren van de kansen die dit biedt?
We zien dat het wél kan. In Amersfoort en Zeist wordt al gewerkt aan een
integrale aanpak, waarin natuur, leefomgeving en veiligheid hand in hand
gaan. Dat levert vertrouwen en kwaliteit op. Kan de staatssecretaris
toezeggen naar dit voorbeeld te kijken en de lessen hieruit mee te nemen
in de andere onderdelen van het Nationaal Programma Ruimte voor
Defensie?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Als dit alles was wat collega Jagtenberg over Lelystad Airport ging
zeggen, dan heb ik daar een vraag over.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ja, dat was alles.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is het geval. Bij het notaoverleg over het conceptprogramma lagen er
twee duidelijke moties over Lelystad Airport: eentje van de collega's
van de VVD, om Lelystad Airport niet alleen te openen voor de F-35 maar
ook voor de burgerluchtvaart — ik zie meneer De Groot weer stralen nu ik
dit zeg — en eentje van de ChristenUnie, om dat juist niet te doen. De
motie van de ChristenUnie werd aangenomen met steun van CDA en D66 —
sorry, meneer De Groot, maar zo waren de verhoudingen. Nu heb ik gelezen
dat deze partijen zijn gedraaid in de afspraken die in het
coalitieakkoord zijn gemaakt, met alle gevolgen van dien wat betreft de
geluidsoverlast en wat dat zal betekenen voor inwoners, juist ook voor
die van Zeewolde en de Veluwe. Mijn vraag is de volgende. Hoe weegt D66
de risico's van het toestaan van burgerluchtvaart op een plek die juist
ook voor de militaire luchtvaart ontzettend belangrijk is? Vindt u dat
alle risico's daarvan al voldoende in beeld zijn gebracht of zijn er nog
aanvullende onderzoeken nodig?
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank voor de vragen. Wat onze fractie betreft, staat nationale
veiligheid voorop. We hebben dat ook met de regio Lelystad afgestemd.
Zij waren er juist voor dat, naast het openen voor de F-35, Lelystad ook
openging voor burgerluchtvaart. Voor D66 staat voorop dat dit natuurlijk
hand in hand gaat met de geldende wet- en regelgeving voor natuur en
milieu en dat het een afweging moet zijn die daarmee in balans is. Tot
zover.
De voorzitter:
Dat leidt nog tot een vervolgvraag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor het antwoord. Het is goed om te horen dat de nationale
veiligheid vooropstaat, ook in alle komende afwegingen. Ook in mijn
eigen partij, de ChristenUnie, is het zeer bekend dat Lelystad ervan
overtuigd is dat het goed is voor de lokale economie. Ik begrijp ook dat
men zich daarvoor wil inspannen. Als Lelystad Airport voor
vakantieluchtvaart wordt geopend, vind ik daar iets van wat ik bij IenW
wel zal vertellen. Nu ik de defensiepet draag, heb ik eigenlijk twee
grote zorgen. Aan de ene kant maak ik me zorgen dat het voor
belemmeringen gaat zorgen wat betreft de vergunningverlening, omdat we
zien dat de toegangswegen daardoor nog meer dichtslibben. Daarnaast maak
ik me ook wel echt zorgen om de veiligheidsrisico's als we beide
vermengen. Is D66 bekend met goede voorbeelden ervan dat dit uitstekend
samengaat? Zouden we hier toch niet eerst even — bezint eer ge begint —
moeten bekijken of dit überhaupt wel een verstandige combinatie is met
de F-35's? We weten dat de dreiging de komende jaren zal toenemen en dat
Defensie alleen maar zal groeien. Hoe ziet D66 dat voor zich? Kunnen we
daarin een gezamenlijk aanknopingspunt vinden?
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank voor de vervolgvraag. Ik begrijp de zorgen en denk dat dit een
goede vraag is voor de staatssecretaris zelf. Hierover is namelijk nog
te weinig uitgezocht. Er mag meer op papier komen over wat dat concreet
betekent. Ons punt blijft dat de nationale veiligheid wel
vooropgaat.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel voor de beantwoording. Mevrouw Bikker was wel heel lief, want
het is natuurlijk wel een feit dat D66 een draai heeft gemaakt hierop.
Het is toch interessant om te weten welke afwegingen D66 eerder maakte
om te zeggen: we openen Lelystad niet voor de burgerluchtvaart, niet
voor vakantievluchten. Nu gebeurt dat namelijk wel, maar die
veiligheidsoverwegingen waren toen ook al bekend. Voor ons is het
natuurlijk altijd een heel spannend spanningsveld geweest, want je zag
commerciële belangen hier ook doorheen spelen, bijvoorbeeld van de
Schiphol Group. Ik ben dus toch wel benieuwd waarom D66 nu die draai
heeft gemaakt. Welke nieuwe informatie is er gekomen die maakt dat er nu
gezegd wordt: "wij wegen dat toch anders"?
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik denk niet dat we het als een draai moeten zien. Zoals ik net ook al
antwoordde aan mevrouw Bikker, is de afweging dat het openen van
Lelystad Airport voor de burgerluchtvaart hand in hand gaat met het feit
dat het daar zelf om vraagt als de F-35's er komen. Dat is dus één
afweging. Verder blijft voor ons wel vooropstaan dat het in lijn moet
blijven met de huidige wet- en regelgeving voor natuur en milieu.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat was niet het antwoord op mijn vraag. Die informatie dat Lelystad
Airport open wilde voor de burgerluchtvaart was al bekend; dat willen ze
al jaren, al sinds Lelystad Airport is gebouwd. Die afweging kan dus
niet nieuw geweest zijn. Dat kan dus geen nieuwe reden zijn geweest voor
D66 om toch te zeggen: we denken hier ineens faliekant anders over en we
staan wel vakantievluchten toe vanuit Lelystad Airport. Welke nieuwe
informatie heeft D66 gehad om te beoordelen dat het nu wel verantwoord
kan? Zijn bijvoorbeeld de belangen van de bewoners en van het milieu
anders gewogen en is de overlast anders gewogen? Wat is daar nu anders
in? Of is het echt alleen maar een politieke overweging vanwege het in
een coalitie gaan?
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Nogmaals, ons standpunt blijft dat het in lijn moet blijven met de nu
geldende wet- en regelgeving voor natuur en milieu. We zien dat dat wel
kan. Sterker nog, we komen met verscherpte maatregelen, omdat de
CO2-uitstoot en de geluidsoverlast omlaag moeten. We zetten
dus vooral in op het nog verbeteren van een bepaalde situatie.
De voorzitter:
Oké, dank u. Dan gaan we naar de eerste termijn van mevrouw Bikker. U
heeft vijf minuten. O, u was nog niet zover, mevrouw Jagtenberg? Dan
vervolgt u uw betoog. Excuus.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dat maakt niet uit. Dit was ook het laatste, hoor.
Voorzitter. Tot slot een aantal korte, concrete punten. Uit Groningen
horen we signalen over mogelijke uitbreiding bij de Eemshaven. Wat zijn
de concrete ambities van Defensie hier? En lopen er al gesprekken over
verdere uitbreiding?
In Leeuwarden zou een COA-locatie komen, maar dat gaat nu niet door
vanwege Defensie. Hoe weegt de staatssecretaris deze belangen? En hoe
blijft de overheid een betrouwbare en voorspelbare partner voor
regio's?
Veel plannen zijn gebaseerd op de NAVO-norm van 2%, maar inmiddels is
die al 3,5%. Wat betekent dit voor de ruimtevraag? En is dit
toekomstbestendig of moeten we rekening houden met meer?
Afrondend, voorzitter. Dit was mijn eerste debat. Ik vond het superleuk,
zelfs de interrupties. Ik kijk uit naar meer.
De voorzitter:
Hartstikke mooi. Dank u wel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is toch altijd goed om het debat te voeren. Ik heb nog één vraag.
Tijdens het vorige debat — daar zat u nog niet bij, maar uw voorganger
wel — hebben we doorgepraat over compensatie voor bewoners die nadeel
ondervinden van dit plan, Ruimte voor Defensie. Dat kan zijn gebeurd
omdat ze bijvoorbeeld onteigend worden, omdat ze gevolgschade zullen
hebben of omdat ze door het stellen van het voorkeursrecht al schade
hebben ondervonden, al is de definitieve locatie niet op hun plek
gevallen. Er is dus heel veel schade. We hebben het gehad over
compensatie. Er is ook een motie aangenomen. Die heeft D66 gesteund. Die
ging over ruimhartig compenseren en ook duidelijk maken wat die
ruimhartigheid dan betekent, want het is nogal een subjectief begrip. Nu
lees ik de definitieve nota en het hele begrip "ruimhartig" komt daar
niet in terug. Mijn vraag is dus eigenlijk: is het D66 duidelijk hoe
bewoners nu worden gecompenseerd en of dat "ruimhartig" voldoende is, en
vindt D66 dat ook genoeg? Wij hebben daar twijfels over; daar zal u niet
over twijfelen.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Check. Dank voor de vraag. Drie interrupties, dat is toch wel weer leuk
van mevrouw Dobbe! Dank. Ik vind dat een goede vraag en ik sluit me daar
eigenlijk wel bij aan. Daarom heb ik de staatssecretaris eerder ook
gevraagd om een update te geven over de stand van zaken met betrekking
tot het aantal wisselingen van woningeigenaren en andere mensen die
ruimte moeten maken voor Defensie. Dat is niet een direct antwoord op uw
vraag, maar ik sluit me daar wel bij aan.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik zag dat dit lid zo blij was met de interrupties dat ik dacht: ik
pleeg er ook nog eentje. Zij stelt dat het zou moeten verlopen conform
de geldende wet- en regelgeving op het gebied van natuur, maar we zien
nu dat Lelystad — dat is natuurlijk echt wel een hoofdpijndossier, ook
voor deze staatssecretaris overigens — geen goede vigerende
natuurvergunning heeft. Er zijn in Nederland heel veel PAS-melders. Dat
zijn mensen die altijd integer hebben gehandeld, conform wet- en
regelgeving, maar toch niet over een goede natuurvergunning beschikken,
omdat zij ten tijde van het PAS geen vergunning konden krijgen.
Het PAS is op een gegeven moment vernietigd bij de Raad van State door
een rechtszaak van MOB. Maar er zijn heel veel gezinsbedrijven in
Nederland die nog steeds wachten op legalisatie om een natuurvergunning
te krijgen en weer in een legale situatie terecht te komen. Dat loopt
echt zeer moeizaam. Er zijn talloze handhavingsverzoeken bij bedrijven,
gezinsbedrijven, die integer gehandeld hebben en straks toch mogelijk
problemen ondervinden in de continuering van hun bedrijf, dat soms al
generaties in de familie is. Ik ben het toch wel een beetje eens met
mijn buurvrouw over de draai van D66. Als dit lid … Excuses, ik ben je
naam even kwijt. Jagtenberg! Ik moet, in luchtvaarttermen, nog een
beetje landen in deze commissie. Als dit lid nou moet kiezen tussen de
belangen van een vliegveld en burgerluchtvaart en de belangen van al die
gezinsbedrijven in Nederland die ook op zo'n vergunning wachten, hoe
kijkt ze daar dan nu tegen aan?
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Bedankt voor de vraag. Wederom, voor ons staat voorop dat nationale
veiligheid belangrijk is. Zoals ik net al aangaf in mijn vraag aan de
staatssecretaris, willen we echter ook graag zien dat er zo veel
mogelijk wordt gekeken naar een integrale aanpak van deze kwestie. Het
raakt namelijk meerdere belangen. Daarbij sluit ik mij aan.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat was niet zozeer de vraag, natuurlijk. Ik had het hier niet over het
militaire gebruik, want dat snap ik. Het ging om de verbreding naar
burgerluchtvaart. De inzet daarop en de inspanningen die D66 voor zich
ziet, voelen in disbalans, wetende dat er ook nog zo veel
gezinsbedrijven, ondernemers die te goeder trouw gehandeld hebben,
wachten op deze inspanning vanuit dit kabinet, vanuit de politiek, maar
ook vanuit D66.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Sorry, wat is de vraag?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik had net niet het idee … Het ging niet om het militaire aspect, maar
om de verbreding naar burgerluchtvaart. Hoe weegt het lid Jagtenberg het
dat daarop inzet wordt gepleegd? Zou dit vergund kunnen worden, terwijl
er ook nog heel veel ondernemers zijn die geen politieke ondersteuning
hebben gehad, ook niet van D66? Hoe weegt zij het dat hiervoor wel
inspanningen worden gedaan, terwijl er tegelijkertijd nog heel veel
PAS-melders zijn die wachten op een goede vergunning?
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank voor de verheldering. Het blijft voor ons vooropstaan dat nationale
veiligheid nu bij uitstek het belangrijkste is. Een integrale aanpak zou
heel fijn zijn waar mogelijk, maar op dit moment is het vooral heel
belangrijk dat we ervoor gaan zorgen dat we zelf veilig blijven, zodat
we dat ook op lange termijn kunnen blijven en er ook ruimte blijft voor
andere mensen in de samenleving om andere dingen te doen.
De voorzitter:
Ik zie geen interrupties meer. Dan gaan we nu echt naar de eerste
termijn van mevrouw Bikker. U heeft in totaal vijf minuten.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u, voorzitter. Afgelopen donderdag was ik bij de Generaal
Spoorkazerne in het mooie Ermelo. Ik was opnieuw onder de indruk van het
prachtige werk dat onze mannen en vrouwen bij Defensie doen. Eén ding is
duidelijk: het is urgent dat we snel op gaan bouwen. In defensie moeten
we namelijk investeren, maar niet alleen op papier. Daarom een
3D-bijdrage van de ChristenUnie over draagvlak, duidelijkheid en
doorpakken.
Allereerst draagvlak. Het draagvlak voor de defensie-uitbreiding is
namelijk over het algemeen vrij groot. Dat merkte ik ook in Ermelo en
elders op de Veluwe. Omwonenden en gemeenten willen hun
verantwoordelijkheid voor onze veiligheid nemen. Maar draagvlak is
kostbaar. Daarom is het noodzakelijk dat inwoners en bedrijven niet
alleen nadelen, maar ook duidelijk voordelen ondervinden van de
defensieuitbreiding. Er moet dus niet alleen een kazerne gebouwd of
uitgebreid worden, maar ook worden geïnvesteerd in de voorzieningen,
woningbouw, leefbaarheid en bereikbaarheid van een gebied. Daarover zijn
mijn zorgen groot. Ik noem bijvoorbeeld Ermelo. Welke garanties hebben
inwoners daar dat niet alle stikstofruimte naar de uitbreiding van de
kazerne gaat en jongeren vervolgens kunnen fluiten naar de
starterswoningen waarop ze al lang wachten?
Ik noem ook de bereikbaarheid van de Veluwe. De kazerne in Zeewolde —
deze staatssecretaris was als Kamerlid ook allerminst gelukkig met deze
locatiekeuze — gaat met de zeer beperkte ontsluiting zorgen voor gedoe.
Laat staan als er echt een keer paniek uitbreekt. Hier is geld voor
nodig. De antwoorden in de feitelijke vragenronde stellen mij allerminst
gerust. "Ga maar leuren bij IenW in het MIRT", is het antwoord, even wat
minder ambtelijk geformuleerd. Weet de staatssecretaris al hoelang
Hoevelaken op antwoord wacht? Kan de staatssecretaris hier echt genoegen
mee nemen? Ik denk zomaar van niet. Bovendien gaat veel verkeer over
provinciale wegen. Daar biedt het MIRT geen antwoord.
Voorzitter. Draagvlak dus. Dat geldt ook voor Staphorst. Dat wordt
terecht aangehaald als voorbeeld van hoe een gemeenschap het grote
munitiedepot verwelkomt. Maar als het Rijk van zijn kant het verhaal
rond infrastructurele aanpassingen niet nakomt, zeg dan maar dag tegen
het draagvlak. Dat kunnen we niet hebben, want het is dringend dat we
doorpakken.
Voorzitter. Dan het tweede punt: duidelijkheid over de planning.
Gemeente en personeel van kazernes hebben echt behoefte aan
duidelijkheid. Deze staatssecretaris moet wat de ChristenUnie betreft
voorkomen dat de Nederlandse ziekte ook zijn ministerie gaat overnemen:
eindeloos overleggen en geen schop de grond in. Gemeenten moeten telkens
weer wachten op Defensie of op andere ministeries. Kan de
staatssecretaris per project aangeven wat de tijdsplanning gaat worden,
wanneer de eerste schop de grond in gaat en wanneer het eindplaatje
gerealiseerd is? Vorige week werden we in een briefing geïnformeerd over
de personele groei van Defensie. Dan kan je ook meteen duidelijk maken
waar de manschappen gestationeerd gaan worden.
Wanneer worden de kazernes in Ermelo en Stroe uitgebreid, in afwachting
van de nieuwe kazerne in Zeewolde?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil mevrouw Bikker van de ChristenUnie graag complimenten geven over
hoe goed ze in mijn geboorteregio actief is om te kijken wat er allemaal
speelt op het gebied van defensie. Ik heb in het debat over de begroting
gezegd dat ik in mijn jeugd niets anders zag dan Defensiepersoneel op
straat. Er liggen veel plannen, dus er moet veel gebeuren. Wij houden
elkaar vast om ervoor te zorgen dat dat op een goede manier gaat
plaatsvinden. Eén zin in het betoog van mevrouw Bikker viel mij op. Dat
was: wat zegt u tegen starters als Defensie uit moet breiden en zij geen
woningen kunnen krijgen omdat Defensie alle stikstofruimte opgebruikt?
Net gaf mevrouw Bikker ook weer aan dat die Defensielocaties moeten
worden uitgebreid. Mijn vraag is: moeten we hier in de Kamer niet
uitdragen dat starters niets aan een woning hebben op het moment dat zij
niet veilig zijn in Nederland? Dat houdt elkaar natuurlijk in de
houdgreep. Ik ben benieuwd hoe mevrouw Bikker daar eigenlijk naar
kijkt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Hiermee raakt collega De Groot eigenlijk aan de belangrijkste vraag van
dit hele overleg. Het is namelijk nodig dat we ruimte maken voor
Defensie en niet alles kan. We zullen moeten kiezen in schaarste. Dat
ben ik zeer met hem eens. Of het nou gaat om natuur, om woningbouw of om
bedrijvigheid, telkens zullen we een afweging moeten maken. Soms kan je
een hele mooie combinatie maken. Neem bijvoorbeeld Ermelo, waar ik was.
Ik ken de kazerne ook nog uit mijn jeugd, want ik heb een heel aantal
jaren in het mooie Nunspeet mogen wonen. Ik ken dus ook de geluiden van
de oefeningen, zowel van schieten in 't Harde als van alles wat je zag
gebeuren op de Ermelosche Heide. Maar dat terzijde. Wat me opviel: die
kazerne is ooit veel drukker bevolkt geweest. Daar waren de manschappen
gelegerd. De dienstplichtigen hebben daar nog volop rondjes gemarcheerd.
Ik denk dus dat er ook binnen de huidige vergunning allerlei
mogelijkheden zijn voor het bouwen, alleen moeten er dan goede afspraken
gemaakt worden, met de regio, met de omliggende gemeenten en met de
provincies, over hoe je er qua stikstofruimte een beetje voor kan zorgen
dat jongeren ook een huis kunnen vinden. Ik denk dat dat kan.
Wat betreft Natura 2000 vind ik het net zo goed spannend, om maar een
schot voor de boeg te geven. Ook daar zie ik dat we alles hebben
vastgelegd in tijden dat de wereld keurig aangeharkt was, maar nu … Neem
Overijssel, waar allemaal kleine Natura 2000-gebiedjes liggen. Ik ben
dol op natuur, want ik ben van de ChristenUnie, maar toch: we hebben wel
een afweging te maken als het gaat om defensie. En dan kan niet alles
samengaan. Ook dat gesprek hebben we in Europa te voeren, vind ik. Ik
hoop ook dat de staatssecretaris dat wil doen. Ik zie dus zeker wel het
spanningsveld, maar ik denk ook dat als we allebei willen … Je kan je
verschuilen achter de wetten en de regelgeving. Dat is mijn zorg. Als ik
manschappen, betrokkenen of ambtenaren spreek, dan merk ik dat iedereen
in het bestuurlijk overleg vanuit zijn eigen mandaat zit te
onderhandelen. Misschien is het niet tijd om te onderhandelen, maar is
het tijd om door te pakken. Dan vragen we elkaar: wat vinden we het
meest dringend? Daarom zei ik: aan draagvlak kunnen we met elkaar wat
doen, maar ook aan duidelijkheid.
Dan kom ik bij doorpakken, voorzitter, als u wil. Ik ga wel mijn
stopwatch weer aanzetten, want ik weet hoe dat gaat met mijn vijf
minuten. Doorpakken: dan komen we bij Lelystad. Bij het notaoverleg over
het conceptprogramma lagen er twee duidelijke moties. Ik schetste dat
net al aan collega Jagtenberg. De motie van de ChristenUnie werd
aangenomen. Ik vond dat mooi, niet alleen omdat ik niet zo'n voorstander
ben van burgerluchtvaart op Lelystad Airport, maar ook omdat ik hou van
doorpakken. Wat zou het goed zijn als dit vliegveld snel gereed kan
komen, juist voor de militaire luchtvaart. Natuurlijk moeten we kijken
wat er nodig is voor de Flevolandse economie; daar sta ik honderd
procent achter. Maar kan de staatssecretaris garanderen dat de komst van
de burgerluchtvaart geen remmende factor zal worden in het realiseren
van de militaire luchtvaart? Laat duidelijk zijn: ik ben tegen de komst
van de burgerluchtvaart daar.
Voorzitter. Ik heb nog een laatste vraag. Hoe gaat de staatssecretaris
ermee om dat er nu veel meer landbouwgrond nodig is dan eerder werd
beoogd? Door de komst en de uitbreiding van de burgerluchtvaart gaat er
heel veel echt vruchtbare landbouwgrond verloren. Kan de
staatssecretaris ook aangeven wat dit alles gaat betekenen voor de wegen
op de Veluwe en de aansluiting op Flevoland? Want die moet niet
vastlopen als er paniek is; dat moet nog steeds soepeltjes doorgaan. Ik
hoor op die punten heel graag hoe mobiliteitsproblemen worden
voorkomen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Dijk. U heeft in
totaal ook vijf minuten spreektijd.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel. Onze krijgsmacht heeft meer ruimte nodig om te kunnen
oefenen en militairen op te leiden. De ruimte in Nederland is schaars.
Defensie is sterk afhankelijk van de bereidheid van decentrale
overheden. Dat ze hun vinger hebben opgestoken, verdient alle lof, want
deze opgave biedt naast kansen ook uitdagingen voor bestuurders,
bewoners en ondernemers op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid
en mobiliteit. Ik denk aan de gemeenten Dronten en Goeree-Overflakkee,
plekken die aangewezen zijn om extra te oefenen met laagvliegen met
helikopters, of aan Nijkerk en Zeewolde, het grootste plan uit het
nationaal programma. De komst van een nieuwe kazerne van de landmacht
aan de Spiekweg in Zeewolde trekt bedrijvigheid aan in de provincie
Flevoland, maar zet ook meer druk op bijvoorbeeld de verkeerssituatie
rond knooppunt Hoevelaken. Kan de staatssecretaris aangeven, ook in
aanvulling op de vraag van mijn collega, mevrouw Bikker, wanneer het
kabinet met middelen komt om de aanpak van knooppunt Hoevelaken van de
grond te krijgen? De MIRT-brief van afgelopen januari stelt ons wat dat
betreft niet gerust. Hoe is de afstemming met de bewindspersonen van
IenW? De kazerne wordt tussen 2030 en 2040 in gebruik genomen, een nogal
brede range. Kan de staatssecretaris aangeven wat er nodig is om in de
buurt van 2030 te komen?
Ondertussen worden ondersteunende diensten alvast uitgebreid op de
bestaande kazernes in Ermelo en Stroe. Hoe betrekt Defensie omwonenden
hierbij? De SGP heeft veel waardering voor de werkbezoeken die de
staatssecretaris in dit kader al aflegde aan Nijkerk, Zeewolde en
Staphorst. De vastgoedbehoefte voor de munitieopslag Staphorst en de
grondverwervingskosten zijn inmiddels geborgd in de Voorjaarsnota.
Tegelijkertijd blijft er onzekerheid over de financiering van
infrastructurele aanpassingen en ontsluitingen. De SGP kan zich er alles
bij voorstellen dat de betrokken partijen inmiddels behoefte hebben aan
een tijdlijn. Daarom vraag ik de staatssecretaris: wanneer kunnen we de
financiële borging van de infrastructurele aanpassingen verwachten? Wat
ons betreft wordt dit met Prinsjesdag geregeld, zodat Staphorst verder
kan. Graag hoor ik hoe uitvoering gegeven wordt aan mijn motie,
waaronder ook de naam van mijn favoriete staatssecretaris prijkt.
Voorzitter. Het verdient een compliment aan de voorganger van deze
staatssecretaris dat hij zo veel locaties heeft kunnen aanwijzen die
voorzien in de behoeftes van Defensie. De enige behoefte waarvoor geen
locatie kan worden aangewezen, is de behoefte aan een tweede
springterrein waar met zware explosieven kan worden geoefend. In
antwoord op schriftelijke vragen, namelijk of dit noopt tot samenwerking
met onze oosterburen, gaf de staatssecretaris aan dat hij als
alternatief kijkt naar de verdeling over meerdere plekken in Nederland
of naar bestaande oefenmogelijkheden in het buitenland. Daarom vraag ik
hem: loopt het vervolgonderzoek hiervoor al, zodat duidelijk wordt welke
zoeklocaties hiervoor in beeld zijn?
Voorzitter. Relatief goede, goedkope drones maken het mogelijk om met
beperkte middelen grote schade aan te richten, waardoor sterkere legers
lokaal belangrijke nederlagen kunnen leiden. We zien dat in Oekraïne en
het Midden-Oosten. Juist omdat het slagveld van de toekomst
asymmetrischer en minder voorspelbaar wordt, is de technologische
knowhow van Nederlandse bedrijven op het gebied van intelligente
systemen van cruciaal belang. Terecht pakt Nederland in Europees verband
een leidende positie op het gebied van drones en counterdronesystemen,
maar met alleen technologie zijn we er niet.
Er moet ook geoefend kunnen worden. Ik heb met belangstelling — collega
Jagtenberg haakte daar ook bij aan — de analyse gelezen over knelpunten
voor het oefenen met drones. Hiermee wordt invulling gegeven aan mijn
aangenomen motie bij de begroting van 2025. Nog altijd zijn er
belangrijke juridische en fysieke beperkingen. Nauwere samenwerking met
civiele partners, kennisinstellingen en het bedrijfsleven is van
cruciaal belang. Daarom is mijn oproep — die is ook gedaan door D66 — om
te zorgen voor een vast gremium waarin Defensie kan samenwerken en
overleggen met de industrie en met andere partners om optimaal te kunnen
oefenen, trainen en opleiden met onbemande vliegtuigen.
Tot zover. Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties, dus we gaan naar de heer Boon van
de PVV met een totale spreektijd van tien minuten.
De heer Boon (PVV):
Dank u wel. De PVV is trots op de mannen en vrouwen van Defensie, die
elke dag paraat staan om ons land en onze vrijheden te beschermen. We
zijn trots op onze militairen, die bereid zijn om alles te geven voor
Nederland, en op onze veteranen: mannen en vrouwen die hebben gestreden
voor onze veiligheid, vaak onder zware en gevaarlijke omstandigheden.
Daarom is het goed dat we nu een andere koers gaan varen. Want eindelijk
komt er een einde aan jaren van bezuiniging op bezuiniging, jaren waarin
Defensie werd uitgekleed onder leiding van de VVD en Mark Rutte. Dat
waren jaren waarin onze militairen moesten werken met te weinig mensen,
verouderd materieel en een organisatie die niet op orde was. Die tijd is
voorbij. De PVV steunt de investeringen in ons leger.
Maar voor de PVV staat altijd één ding voorop: het Nederlands belang.
Onze militairen zijn er om Nederland te beschermen, om onze grenzen te
bewaken en om veiligheid te garanderen. Dat betekent dat onze
krijgsmacht sterk moet zijn: geen papieren werkelijkheid, maar echte
slagkracht. Daarom moet Defensie de ruimte krijgen om dat extra geld ook
echt goed te benutten. Geen bureaucratisch gedoe, geen vertraging, maar
daadkracht. Wij willen een sterke krijgsmacht die doet waarvoor hij
bedoeld is: Nederland beschermen. Dat betekent concreet: meer ruimte om
te oefenen, voldoende opslag voor materieel en betere, realistische
trainingsmogelijkheden. Want alleen goed getrainde militairen zijn
inzetbaar wanneer het erop aankomt.
Voorzitter. Dan moet je dus ook keuzes durven maken. Dan laat je
veiligheid niet tegenhouden door regels. Laten we eerlijk zijn: we
hebben niets aan militairen die in de file staan om een kazerne te
bereiken omdat de wegen het niet aankunnen. Dat is toch absurd?
Provincies en gemeentes willen vaak best meewerken, maar dit is precies
waar het wringt. We laten onze veiligheid toch niet blokkeren door
stikstofregels? Laat ik het maar gewoon zeggen: stop met die
stikstofonzin. We moeten doorpakken. Regel die infrastructuur. Zorg dat
onze kazernes bereikbaar zijn en Defensie kan doen wat nodig is. En ja,
houd de overlast zo veel mogelijk binnen de perken, voor militairen en
voor gewone Nederlanders. Maak geen excuses en overleg niet eindeloos;
ga het gewoon regelen.
Voorzitter. We moeten eerlijk zijn: een sterke krijgsmacht betekent op
sommige plekken meer overlast. Voor mensen die daar wonen is dat niet
niks. Dat begrijpen wij heel goed. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk
zijn. Het is simpelweg onmogelijk om dit te doen zonder enige overlast
te veroorzaken. We moeten er wel alles aan doen om die overlast zo veel
mogelijk te beperken. Dat kan door slim te plannen, te investeren in
goede infrastructuur en duidelijk te communiceren met de omgeving. Laat
een ding duidelijk zijn: onze veiligheid staat voorop.
Voorzitter. De PVV heeft nog een aantal vragen en aandachtspunten. Het
NPRD laat zien dat er grote stappen worden gezet, maar ook dat er nog
belangrijke gaten zijn. Zo is er geen nieuw terrein aangewezen om te
oefenen en te trainen met explosieven. Dat is wat de PVV betreft
onacceptabel. Een Nederlandse locatie heeft onze voorkeur, maar als het
in Nederland niet lukt, moet er actief gekeken worden naar haalbare
buitenlandse alternatieven, zodat onze militairen wel volledig kunnen
trainen.
Verder hebben wij de vraag of er binnen het NPRD voldoende is nagedacht
over oefenterreinen waar de nieuwe drone- en counterdrone-eenheden
kunnen trainen, zowel in het uitvoeren van aanvallen als in het
onderscheppen en uitschakelen van drones en raketten.
Voorzitter. De F-35 is ons superieure wapen in de lucht en het
paradepaardje van de luchtmacht. Hij is onmisbaar voor onze slagkracht
en paraatheid. De PVV staat daarom positief tegenover het stationeren
van deze toestellen op Lelystad Airport. Daarbij gaan wij ervan uit dat
er waar dat kan rekening wordt gehouden met de omwonenden.
Voorzitter. Wij willen dat ons eigen midden- en kleinbedrijf voorrang
krijgt bij opdrachten van Defensie, bijvoorbeeld bij de bouw van
kazernes en oefenterreinen, bij onderhoud en bij inkoop van goederen en
diensten. Koop juist lokaal. Denk aan simpele dingen als voedsel inkopen
bij lokale leveranciers, bloemen halen bij de bloemist in de buurt en
het gebak bestellen bij de warme bakker om de hoek. Besteed het geld in
regio's waar kazernes en oefenterreinen liggen. Als ons eigen midden- en
kleinbedrijf ervan profiteert, is dat goed voor Nederland en voor het
draagvlak. Graag hoor ik van de staatssecretaris of hij dit ook wil en
of er verstikkende aanbestedingsprocedures zijn die dit in de weg
zitten.
Daarnaast pleit de PVV ervoor dat Defensie een hogere prioriteit krijgt
op het spoor, met uitzondering van de spits, zodat militair transport
niet vastloopt in logistieke knelpunten. Hoe kijkt de staatssecretaris
hiernaar?
Voorzitter. Dan een ander punt. Nieuwe kazernes moeten voorbereid zijn
op moderne en hybride oorlogsvoering. Denk aan antidronemaatregelen en
bescherming tegen nieuwe dreigingen. Het gaat daarbij niet alleen om het
afslaan van aanvallen, maar ook om het tegengaan van spionage en andere
heimelijke activiteiten. Is de staatssecretaris ervan overtuigd dat
hier, ook qua ruimte en inrichting, voldoende rekening mee wordt
gehouden?
Een ander punt, een principieel punt, is dat de PVV geen islamitische
gebedsruimtes op kazernes wil. Onze krijgsmacht staat voor eenheid,
discipline en onvoorwaardelijke loyaliteit aan Nederland. Daarom is er
geen plaats voor de islam of het faciliteren van de sharia. Kazernes
zijn er om Nederland te verdedigen, niet om ruimte te bieden aan
islamitische voorzieningen die haaks staan op onze waarden en vrijheden.
Kan de staatssecretaris uitleggen waarom Defensie dit toch zou moeten
faciliteren?
Tot slot. De PVV vindt dat er niet gewacht moet worden tot 2028 om het
azc in Budel te sluiten. De mensen in Budel hebben al veel te lang veel
te veel overlast en agressief gedrag van asielzoekers moeten verdragen.
Het is genoeg geweest. Dat azc moet dit jaar voor 1 juli dicht, zodat er
weer ruimte komt voor onze eigen mensen. Wij zetten in plaats van
asielzoekers hén op één.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker. Mevrouw Dobbe spreekt
namens de SP. Zij heeft een totale tijd van vijf minuten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Defensie moet voorzien in wat er door de NAVO
wordt verwacht. Dat lezen we ook weer terug in deze nota. Daarom moet
Defensie groeien en is er behoefte aan ruimte. Waar is de onderbouwing
daarvan? We hebben zeker recent weer gezien hoe de NAVO vormgeeft aan
haar behoefte, namelijk door uitspraken van Trump die vervolgens
verdedigd worden door Rutte. Daarna zou Nederland dan daaraan moeten
voldoen. Ik heb eerder gezegd dat wij het problematisch vinden als de
levens van mensen in onzekerheid worden gestort door de belangen van
Trump en van de VS. Daarom stel ik deze vraag hier weer aan deze
staatssecretaris.
Als we kijken naar de mensen, de gezinnen, de bedrijven en de
gemeenschappen die worden geraakt, lezen we over participatie en
inspraak in de vervolg- en realisatiefase. Wat betekent dit nu heel
concreet? Veel mensen voelen zich nu al niet gehoord, dus wanneer, op
welke manier en waarover kunnen zij zich nog daadwerkelijk uitspreken en
waar hebben ze inspraak in? Hoe kunnen wij daar inzicht in krijgen,
zodat we ook weten dat het goed en zorgvuldig gebeurt?
Voorzitter, dan compensatie. In het vorige debat hebben we daar
uitgebreid over gesproken. Daarna is onze motie aangenomen om een
compensatieregeling uit te werken met daarin gespecificeerd hoe het
begrip "ruimhartig" wordt toegepast. Het hele begrip "ruimhartig" komt
in deze nota niet meer terug. Hoe is deze motie dus uitgevoerd? Graag
een concreet antwoord. We horen dat mensen op de Weerterheide in
blijvende onzekerheid verkeren. Over compensatie voor bijvoorbeeld
verlies van grond hebben ze nog niks gehoord. Onzekerheid vreet echt aan
mensen. Dat is heel erg voorstelbaar. Die onzekerheid doet mensen echt
heel erg veel. Ik hoor graag hoe het nu verdergaat en hoe deze motie
wordt uitgevoerd.
We lezen dat mensen in cassatie kunnen gaan bij de Hoge Raad als ze
bezwaren hebben tegen voorgestelde compensatie. Ja, me dunkt dat ze dat
recht hebben. Natuurlijk hebben ze dat recht! Hoe ruimhartig vindt de
staatssecretaris het zelf om mensen dan maar door te sturen naar de Hoge
Raad? Wat doet hij om te voorkomen dat mensen genoodzaakt worden om dit
te doen? Voor mensen die bezwaren hebben tegen besluiten over
nadeelcompensatie staat ook bezwaar en bestuursrechtelijk beroep open.
Dat lezen we ook. Ook hier: me dunkt, want daar heeft iedereen gewoon
recht op. Mensen moeten dan dus ingewikkelde juridische procedures
doorlopen, terwijl zij buiten hun schuld om schade hebben gelopen,
waarbij Defensie wel advocaten heeft en deze mensen niet. Waar is dus de
ruimhartige en laagdrempelige procedure die mensen kunnen
doorlopen?
We begrijpen dat er nog geen sprake is van of besluit genomen is over
gedwongen uitzettingen van mensen of bedrijven. Klopt dat? Kunnen wij
hier met de staatssecretaris afspreken dat hij het proces zo inricht dat
hier ook geen sprake van zal zijn in de toekomst?
Tot slot. Is de staatssecretaris het met ons eens dat we ons, gezien de
enorme opgaven zoals woningbouw, geen voorrang of uitzonderingen voor
Defensie die hier ten koste van gaan, kunnen veroorloven?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker, mevrouw Wiersma. Zij
heeft ook een totale spreektijd van vijf minuten.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, dank. Ik kom er net achter dat ik dan een en ander zal moeten
schrappen. Ik zal gauw voortgaan.
Voorzitter. Nederland staat voor een immense opgave. De wereld om ons
heen is instabieler geworden en dat vraagt om een sterke en goed
uitgeruste krijgsmacht. Dat is voor BBB ook absoluut geen discussie.
Veiligheid is een kerntaak van deze overheid. Maar één ding is ook
glashelder voor BBB: nationale veiligheid mag nooit ten koste gaan van
de voedselzekerheid en de vitaliteit van onze regio's. Juist in een
onzekere wereld hebben we beide nodig: een sterke krijgsmacht, maar ook
een sterke landbouwsector. Beide zijn randvoorwaardelijk voor een
weerbaar land.
We spreken vandaag over een ruimtebeslag van vele hectares. Ik weet dat
er nu minder op landbouwgrond wordt afgewenteld dan aanvankelijk in de
nota genoemd werd. Dat is afgezwakt en dat is positief, maar het gaat
uiteindelijk wel om meer dan 1.000 hectare. Ik wil de staatssecretaris
meegeven, en ik weet dat hij het weet: achter die hectares zitten
mensen. Daar zitten gezinnen. Daar zitten bedrijven, die daar soms al
generaties lang zitten. Het heeft een enorme impact als je ziet dat het
ruimtebeslag op jouw bedrijf valt. Dat geldt in de regio Zeewolde en in
Midden-Drenthe, bij De Haar. Daar gaat het om twee bedrijven, maar dat
zijn wel families van wie het leven significant veranderd wordt. We
begrijpen dat Defensie ruimte nodig heeft. Laat ik daarbij uitspreken
dat ik waardering heb voor wat de vorige staatssecretaris deed en wat
hopelijk ook deze staatssecretaris doet. Ik vraag hem of hij er ook
achter staat om het platteland hierin serieus te nemen en ook serieus
mee te nemen. Het is belangrijk dat de lijn die toen is ingezet,
zorgvuldig en rechtvaardig wordt voortgezet, met niet alleen oog voor de
gezinnen die het raakt, maar ook oog voor de voedselzekerheid.
Voorzitter. De staatssecretaris spreekt over een waardig perspectief en
volledige schadeloosstelling. Dat klinkt goed, maar ik ben wel benieuwd
wat dat concreet betekent voor de mensen die het raakt. Daarom heb ik
nog een aantal vragen. Het waardige perspectief staat voorop, maar hoe
rijmt de staatssecretaris dit met het feit dat schaduwschade, dus de
schade die ondernemers in het gebied nu al lijden door jarenlange
onzekerheid en investeringsstops, wettelijk is uitgesloten van
vergoeding? Is de staatssecretaris bereid om met een ruimhartige
regeling te komen die ook die juridische blokkade doorbreekt? Dan is het
namelijk daadwerkelijk een volledige schadeloosstelling en een waardig
perspectief.
In de regio's is daarnaast frustratie over de stikstofruimte, die tot
een kookpunt stijgt als het gaat over wie welke prioriteit krijgt; het
is al vaker benoemd. Honderden PAS-melders verkeren al jaren in
juridische onzekerheid en wachten op de aan hen beloofde legalisatie.
Het kabinet lijkt nu voor de uitbreidingsplannen wél wegen te vinden om
stikstofruimte vrij te maken, maar erkent zelf dat de beschikbare
stikstofruimte een cruciale factor is voor het tempo waarmee de 57
behoeften kunnen worden gerealiseerd, zeker omdat veel militaire
locaties in of nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden liggen. Het
is voor BBB een kwestie van morele en juridische rechtvaardigheid. Een
eerlijke volgorde en een kabinet dat zich kabinetsbreed inzet voor een
rechtvaardige benadering zijn daarin essentieel.
In de ingediende zienswijze zien we ook de vrees — luid, ook nog — dat
Defensie straks met voorrang de stikstofruimte opeist of, erger nog, dat
het stikstofsaldo van boeren die moeten wijken voor de kazernes of
munitiedepots, alleen wordt ingezet voor militaire activiteiten in
plaats van bijvoorbeeld het legaliseren van PAS-melders. De
staatssecretaris lijkt de verantwoordelijkheid daarvoor af te schuiven
op de kabinetsbrede aanpak en politieke besluitvorming, maar de mensen
in het veld vragen nu wel om boter bij de vis.
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, ik onderbreek u heel even. U heeft nog 45 seconden. Ik
weet niet wat voor plannen u voor de tweede termijn heeft, maar
...
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik heb straks nog één motie. Ik ga heel snel door.
Kan de staatssecretaris de toezegging doen dat er voor geen één project
binnen het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie een definitieve
stikstofvergunning zal worden aangevraagd of verleend zolang er in de
betreffende regio nog PAS-melders moeten wachten op de wettelijke
legalisatie van hun bedrijfsvoering? Ik zou de staatssecretaris willen
vragen om in de gezamenlijke aanpak voor alle projecten die daarop
wachten, inzet te plegen.
Ik stop hierbij, voorzitter.
De voorzitter:
Oké. Dan houdt u nog twaalf seconden over voor de tweede termijn. Dan
gaan we naar de volgende spreker. Dat is mevrouw Nanninga namens JA21. U
heeft in totaal zeven minuten.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Kijk eens aan! Dank, voorzitter.
Voorzitter. Voor JA21 gaan deze nota en dit gesprek met elkaar over de
vraag of Nederland in staat is om zijn krijgsmacht daadwerkelijk gereed
te maken. Zonder oefenterreinen, zonder vastgoed, zonder juridische
ruimte, zonder stikstof- en netruimte is echte gereedstelling zoals hier
bedoeld onmogelijk. Het NPRD maakt duidelijk dat Defensie extra fysieke
en milieuruimte nodig heeft om hoofdtaak 1 waar te maken en dat
onderschrijven wij volledig. Tegelijk zien we het risico dat we in deze
stukken deze grote woorden gebruiken, maar nog te weinig harde
uitvoeringszekerheid hebben. De vorige staatssecretaris,
staatssecretaris Tuinman, kon in de beantwoording van schriftelijke
vragen niet aangeven welke delen van het NPRD vastlopen op stikstof,
evenmin waar de netcongestie een probleem wordt en ook nog niet welke
financiële bijdragen van het Rijk per locatie nodig zijn voor
infrastructurele inpassing.
Voorzitter. Op het punt van regeldruk en juridische ruimte staat JA21
heel helder in de wedstrijd. Als Defensie gereed moet zijn, dan moet
Defensie ook de ruimte krijgen om te oefenen, te testen, op te schalen.
Dat geldt zeker ook voor onbemande systemen. In de brief van
staatssecretaris Boswijk over drones staat dat Defensie nu vastloopt op
complexe procedures, frequentieruimte, natuurwetgeving,
persoonsgegevens, verouderde luchtvaartregels en simpelweg gebrek aan
luchtruim. Het NPRD, in combinatie met de Wodg, moet daar dus heel snel
merkbaar verschil in gaan maken. Of kijk naar zo'n situatie als die in
Herwijnen: jarenlange procedures, weer een nieuwe rechtszaak, eindeloze
discussies en uiteindelijk is er nog steeds geen radar. Dit is dus
precies het soort getreuzel en geneuzel waar we echt van af moeten. Mijn
vraag aan de staatssecretaris is daarom simpel: in hoeverre is het NPRD
daadwerkelijk het startschot om dit soort dossiers vlot te trekken? Wat
gaat er dan concreet anders, zodat projecten, zoals die in Herwijnen,
niet opnieuw jarenlang vastlopen?
Daarom heeft JA21 hier een paar concrete vragen over. Wanneer verwacht
de staatssecretaris dat de aanpassingen in de
luchtvaartveiligheidsregels daadwerkelijk zijn geformaliseerd? Welke
bestaande oefen- en testlocaties kunnen dit jaar al extra worden benut?
Kan de staatssecretaris ons, al dan niet vertrouwelijk, periodiek
rapporteren over de voortgang van dronepilots in Valkenburg, Marknesse
en de andere door hem genoemde test- en schietlocaties? We hebben in
Oekraïne gezien dat drones cruciaal kunnen zijn in moderne
oorlogsvoering en dan moet dat ook terugkomen in dit programma en in de
uitvoering.
Voorzitter. In de antwoorden van de staatssecretaris staat dat Defensie
samen met IenW bekijkt welke infrastructurele aanpassingen die nodig
zijn voor het NPRD een plek kunnen krijgen in het MIRT. Ook staat er dat
aanpassingen aan de onderliggende wegennetten met gemeenten worden
besproken. In de regio Harderwijk is in het Bestuurlijk Overleg MIRT
afgesproken dat het Rijk bijna 100 miljoen euro uit de WoMo-middelen
bijdraagt aan een keervoorziening voor Harderwijk en aan maatregelen op
de Veluwelijn om een frequentieverhoging mogelijk te maken. Dat is heel
goed, maar laten we daar ook heel helder over zijn: voordat Defensie
ergens uitbreidt, moet honderd procent zeker zijn dat die investeringen
er ook daadwerkelijk komen. We kunnen niet eerst een munitiedepot
neerzetten en daarna via een ander ministerie half terugkrabbelen op wat
er is toegezegd omdat daar dan ineens toch weer geen geld voor is. De
groei van Defensie moet niet alleen iets vragen van burgers, maar ook
aantoonbaar iets teruggeven. Is de staatssecretaris dat met mij
eens?
Voorzitter. Dan nog even over het gebrek aan ruimte om te trainen met
explosieven. In hoeverre kijkt het kabinet serieus naar structurele
uitbreiding van oefenmogelijkheden in het buitenland? Nederland maakt al
gebruik van faciliteiten zoals op Kreta, maar is de staatssecretaris
bereid dit verder uit te bouwen als binnenlandse ruimte tekortschiet en
kan hij daarbij concreet maken of dit een volwaardig alternatief kan
zijn of dat het alleen een tijdelijke uitwijkoptie is? In een eerdere
beantwoording lezen wij dat Defensie die behoefte opnieuw gaat
heroverwegen en mogelijk wil kijken naar een combinatie van spreiding
binnen Nederland en het gebruik van bestaande oefenlocaties in het
buitenland. Kan de staatssecretaris iets meer duiding geven bij die
heroverweging? Wanneer verwacht hij hier meer duidelijkheid over te
kunnen geven? Is het denkbaar dat een structurele combinatie van
binnenlandse en buitenlandse oefenmogelijkheden uiteindelijk de voorkeur
krijgt?
Voorzitter, tot slot. De burgemeester en een wethouder van de gemeente
Staphorst zitten hier op de publieke tribune. Dat is een gemeente die
een stap naar voren zet om ruimte te bieden aan Defensie, waarvoor dank.
We willen andere gemeentes vooral oproepen dit ook te doen. Dat helpt
ons allemaal. Natuurlijk wil ik namens JA21 ook onze waardering en dank
uitspreken richting onze huidige mannen en vrouwen van Defensie en de
veteranen uit het verleden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker. Dat is de heer De
Groot. Hij spreekt namens de VVD. U heeft wel elf minuten.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik vandaag beginnen met het uitspreken van
waardering voor de mensen in Nederland, voor bestuurders van gemeenten
en provincies, die ruimte maken voor onze krijgsmacht. Dat gaat namelijk
niet zonder slag of stoot. Kijk maar naar Zeewolde, waar een megakazerne
mogelijk wordt gemaakt, of naar Lelystad, waar ruimte wordt geboden aan
de F-35. In Staphorst is er ruimte voor munitieopslag. In Budel worden
een kazerne en oefenterrein heropend. Het zijn een paar voorbeelden van
vele.
Soms liggen daar geen makkelijke keuzes aan ten grondslag. Het raakt
namelijk de leefomgeving van mensen. Dat vraagt natuurlijk om draagvlak,
maar ook om bestuurlijke moed. Juist daarom zeg ik hier: Nederland staat
op voor Defensie. Dat zie je steeds meer en steeds vaker. In Budel
willen ze bijvoorbeeld zelfs heel graag dat de militairen terugkeren.
Dat is mooi om te zien. Dat betekent ook dat Den Haag moet leveren, want
als het land ruimte maakt, mag het Rijk geen rem zijn op de planning,
het tempo en de randvoorwaarden. Ik kom daar zo op terug.
Voorzitter. Eerst nog maar even over waarom we dit moeten doen, want
laten we scherp zijn en blijven op de context. Het gaat over de
veiligheidssituatie, die in Europa fundamenteel is veranderd. Deze
commissie heeft twee weken geleden met eigen ogen gezien hoe dat
eruitziet. Ik heb in Polen en Oekraïne zowel de dreiging als de oorlog
met eigen ogen gezien. De dreiging is concreet en zal langdurig zijn.
Van Nederland mag worden verwacht dat wij hierop onze
verantwoordelijkheid nemen, om onszelf beter te kunnen verdedigen en
binnen de NAVO een sterke partij te zijn. Dat betekent dat wij een
krijgsmacht moeten hebben die inzetbaar, schaalbaar en geloofwaardig is.
Dat betekent dus groei, echt serieuze groei. Die groei kan er alleen
zijn als we fysiek en ruimtelijk de randvoorwaarden op orde hebben. Dat
is precies waar het hier vandaag over gaat. We hebben ruimte nodig voor
kazernes, voor munitieopslag, voor luchtmachtcapaciteit, voor
oefenterreinen en voor nieuwe vormen van optreden, zoals grootschalige
drone-operaties.
Voorzitter. Oorlogsvoering verandert razendsnel. Drones zijn geen niche
meer. We hebben net een aantal collega's erover gehoord. Ze zijn een
kernonderdeel van moderne conflicten. Dat vraagt om grootschalige
oefenruimte. Mijn vraag aan de staatssecretaris daarover is vandaag dan
ook: waar en wanneer wordt deze extra oefencapaciteit voor
droneoperaties gerealiseerd? Ik mis een grootschalig onderdeel daarvan
in dit programma.
Voorzitter. Een grote zorg van de VVD zijn het tempo en de samenhang van
dit programma. De opgave is groot, maar de aanpak is ook versnipperd. Er
is sprake van losse projecten, trage besluiten en veel focus op
procedures. Daarom stel ik de staatssecretaris de volgende fundamentele
vragen. Wat is zijn integrale planning, niet per locatie, niet per
project, maar met één samenhangend tijdpad voor het programma in zijn
geheel? Wanneer worden locaties vastgesteld? Wanneer starten de
uitbreidingen? Wanneer zijn ze operationeel? Kan de staatssecretaris een
duidelijke tijdlijn met concrete mijlpalen geven? Zo kunnen we ook
toetsen of er voldoende tempo is. Zonder planning is er geen regie en
zonder regie is er geen versnelling. Deze vragen zullen de
staatssecretaris aanspreken. Niet zo lang geleden nog was hij de man die
het kabinet opriep om veel tempo te maken. Gelukkig zit de
staatssecretaris, de heer Boswijk, nu zelf aan de knoppen. Ik verwacht
hier dus verbluffende antwoorden op van de staatssecretaris.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende komen we bij twee grote knelpunten:
stikstof en ruimtelijke beperkingen. We weten allemaal wel dat dit een
bottleneck is, maar we kunnen niet accepteren dat Defensie daardoor
stilvalt. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe de net gevraagde
integrale planning in de tijd zich verhoudt tot vrijkomende
stikstofruimte. Hoe wordt deze ook concreet gereserveerd voor Defensie?
Met andere woorden, hebben we straks plannen die niet uitgevoerd kunnen
worden omdat stikstofruimte ontbreekt, of is het straks allemaal
geregeld? Als dat risico er is, wat gaat de staatssecretaris dan doen om
dat dan ook te regelen? Zonder garanties voor de nationale veiligheid is
wachten op het oplossen van andere dossiers namelijk ook zinloos. Dat
moeten we wel beseffen. Daarom moeten we die prioritering ook sterker
aanbrengen.
Voorzitter. Dan de samenhang met andere randvoorwaarden.
De voorzitter:
Meneer De Groot, voordat u verdergaat, heeft mevrouw Bikker een
interruptie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Meneer De Groot spreekt woorden die ik zeer kan onderschrijven over de
dringendheid en over de Nederlandse ziekte die dreigt dat we wel onze
procedures eindeloos op orde houden, maar er vervolgens geen gezonde
defensie-uitbreiding is, maar alleen maar eindeloos gepraat. Nu is er
juist op de geboortegrond van de heer De Groot al heel erg lang een
band. Defensie en de Veluwe gaan gewoon goed samen. Ze willen ook goed
samengaan. Ziet collega De Groot met mij dat we versneld een aantal
stappen kunnen zetten als we niet alles op iedereen laten wachten, maar
ook gewoon in gebieden met provincies en gemeenten heel concrete
afspraken maken over wat er de komende vier jaar al mogelijk is? Ik denk
dat we op die manier ook meters kunnen maken, in plaats van dat we het
oude spreekwoord "wie iedereen omarmt, omarmt niemand" van belang laten
zijn, en dus eindeloos overleggen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank aan mevrouw Bikker voor deze interruptie. Kijk, ik denk dat het in
de regio waarin ik geworteld ben een beetje in het DNA zit om dat aan te
pakken. Mevrouw Bikker zal dat bij de bezoeken die ze heeft afgelegd ook
met eigen ogen hebben gezien. Het is bijvoorbeeld ook de provincie die
voor al die NPRD-uitbreidingen in kaart heeft gebracht wat er eigenlijk
moet gebeuren op het onderliggende wegennet, om maar even een voorbeeld
te noemen. Gemeentes hebben inzichtelijk gemaakt wat het eigenlijk
betekent voor de middenstand, zowel in positieve als in negatieve zin.
Daar komen ze ook mee naar voren. Het zijn dus allemaal betrokken
inwoners en gemeenten, die ook wat van ons vragen om een stap voorwaarts
te kunnen maken. Ik denk dat we daar goed naar moeten luisteren, omdat
versnelling wel degelijk mogelijk is, ja, zeker.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik was begonnen met het stukje over de samenhang
met andere randvoorwaarden. Ik wil beginnen met de woningbouw. Defensie
groeit en dat betekent dat er meer mensen komen. Een deel van die mensen
— ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de megakazerne die in Zeewolde komt —
zal straks niet elke week intern zitten om daarna weer terug te keren
naar huis. Een deel van het personeel, in dit geval van de kazerne, zal
zich dicht bij die nieuwe kazerne willen vestigen. Daarom zijn er
woningen nodig als we kazernes uitbreiden. Zonder te zorgen voor
voldoende woningen in de omgeving creëren we een nieuwe bottleneck. Dan
hebben we straks vacatures die we niet kunnen vervullen.
Daarom vraag ik aan de staatssecretaris of extra woningbouw standaard
onderdeel wordt van de planvorming rond nieuwe uitbreidende
Defensielocaties. Is de staatssecretaris bereid om samen met de collega
van VRO afspraken te maken met gemeenten en provincies over voldoende en
passende woonruimte voor Defensiepersoneel, waar voorrang voor
Defensiepersoneel onderdeel van is? Als je voor Defensiepersoneel bouwt,
moet je er ook voor zorgen dat het er kan wonen. Jaren geleden heb ik
hierover met de toenmalige woordvoerder Valstar een motie ingediend,
waaraan nog geen concrete opvolging is gegeven. Je moet dit aan de
voorkant meenemen en niet pas achteraf.
Hetzelfde geldt voor militaire mobiliteit. Een aantal collega's had het
hier ook al over. Een krijgsmacht die zich niet snel kan verplaatsen, is
een krijgsmacht die niet inzetbaar is. We hebben infrastructuur nodig
die voldoende geschikt is voor zwaar materieel. We hebben verbindingen
nodig die betrouwbaar zijn. We hebben logistieke corridors nodig die
aansluiten op onze NAVO-verplichtingen. De VVD ziet nu onvoldoende dat
deze mobiliteitsopgave integraal wordt meegenomen. Daarom is
bijvoorbeeld mijn motie over de Nijkerkerbrug een belangrijk signaal.
Het is ook een testcase voor hoe dit in de praktijk wordt opgepakt. Hoe
worden keuzes over locaties gekoppeld aan bereikbaarheid en
infrastructuur? Waar zien we concrete investeringen of versnellingen die
de militaire mobiliteit daadwerkelijk verbeteren? Alleen maar zeggen dat
we het meenemen in de MIRT-systematiek is echt onvoldoende; dat is nog
niks. Ik gaf het al aan bij mevrouw Bikker: er zijn provincies die al
inventarisaties hebben gedaan naar aanleiding van deze nota over ruimte
voor Defensie. Ik denk dat we het erover eens zijn dat slecht bereikbare
kazernes gewoon een zwakke schakel in onze verdediging zullen
worden.
Voorzitter. Tot slot vraag ik nog naar flexibiliteit en strategische
reserves. Als we het hebben over de toekomst van onze krijgsmacht, en
specifiek de luchtmacht, dan moeten we ook nadenken over redundantie.
Wat doen we als bestaande locaties tijdelijk uitvallen? Hebben we dan
voldoende uitwijkmogelijkheden? Hebben we capaciteit achter de hand?
Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe hij borgt dat Nederland
voldoende strategische flexibiliteit heeft om in verschillende
scenario's te blijven opereren. Dan doel ik eigenlijk op het hebben van
uitwijklocaties. Als je dat concreet wilt maken, kijk dan bijvoorbeeld
naar het vliegveld van Twente: waarom is dat nog niet aangewezen als
uitwijklocatie? We moeten namelijk vooruitdenken en niet alleen plannen
voor de ideale situatie, maar ook voor het scenario waarin het misgaat.
We hebben nu de kans om dit erbij te betrekken, dus laten we dat dan ook
besluiten.
Voorzitter, ik rond af. Nederland laat zien dat het bereid is om ruimte
te maken voor Defensie. Dat is geen vanzelfsprekendheid; dat is een
keuze. Het is een bewuste keuze voor veiligheid. Het is heel fijn dat
die bereidheid er is, maar dan moet het Rijk ook leveren, met tempo en
samenhang en door de randvoorwaarden snel op orde te brengen. Mijn
oproep aan de staatssecretaris is simpel: kom met een heldere planning,
los de knelpunten, zoals die op het gebied van stikstof, actief op, zorg
voor samenhang met woningbouw en mobiliteit, en regel de oefencapaciteit
die nodig is voor de krijgsmacht van de toekomst.
Voorzitter. Meer ruimte voor Defensie mag nooit een papieren
werkelijkheid zijn. Het is de verdere fundatie onder onze veiligheid.
Defensie wil deze verdere fundatie leggen, dus laten we ervoor zorgen
dat die kan worden gelegd.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat we verdergaan, heeft u een interruptie van mevrouw
Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ben even benieuwd. Als ik zo luister naar de bijdrage van het lid De
Groot, heb ik de indruk dat hij, zeker als het gaat om stikstof, het
eerder als een prioriteringsvraagstuk benadert. Vanuit het perspectief
van de BBB, en dat vind ik persoonlijk ook, zou er echt een fundamentele
herziening moeten komen van de vergunningverlening, waarbij het niet
meer gaat om prioritering, maar we vergunningverlening weer pragmatisch
en uitvoerbaar maken. Dat is op dit moment absoluut niet het geval in
Nederland. Ik ben benieuwd of de heer De Groot dat met mij eens
is.
De heer Peter de Groot (VVD):
Waar ik eigenlijk naar vraag, gaat niet zozeer over de stikstofaanpak,
want daarover debatteren we in een andere commissie. Ik wil gewoon zicht
hebben op wat dit betekent aan stikstofruimte. Dat zicht heb ik vanuit
de VVD-fractie nog niet eens. Dan kun je zeggen: hebben we veel of
weinig stikstofruimte nodig en binnen welk tijdsaspect? Moeten we dan
naar een prioritering of naar een andere stikstofvergunningverlening?
Kijk alleen al naar de plaatsing van de F-35. We weten dat dat pas vanaf
2033 of 2034 zal zijn. Dat is over acht jaar. Ik mag toch hopen dat we
dan voldoende stikstofruimte hebben om dat te realiseren. Ik mag hopen
dat we dan stikstofruimte hebben voor de megakazerne in Zeewolde. Ik
weet dat we die stikstofruimte in het hier en nu niet hebben, want we
hebben een probleem, maar dan moeten we die wel hebben. Ik vraag om een
integrale planning. Ik vraag ook welke stikstofruimte daarvoor nodig
is.
Stel dat we dan weer met elkaar om tafel zitten en het blijkt te schuren
tussen bijvoorbeeld het legaliseren van PAS-melders, stikstofruimte voor
woningbouw, waar ik al heel veel jaren om vraag, en stikstofruimte voor
de energievoorziening, waar ik vanuit die woordvoering ook al heel veel
jaren om vraag. Ik vraag het nu ook vanuit Defensie. Natuurlijk vind ik
nationale veiligheid heel belangrijk, maar we hebben nog meer
prioriteiten. Ik zou niet in die afweging willen komen. Tegelijkertijd
zeg ik: andere landen, zoals Rusland en het Midden-Oosten, hebben deze
stikstofproblematiek niet en die gaan gewoon door. In die hoedanigheid
moeten we ernaar kijken. Maar ik wil eerst het overzicht, voordat ik me
ga toeleggen op welke prioriteit het heeft, of het over uitzonderingen
gaat of over andere stikstofvergunningverlening. Daar ben ik nog
niet.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik wil de heer De Groot toch een beetje uitlokken om daar wat meer
antwoord op te geven. Een van de prioriteiten van dit kabinet is meer
natuur en meer natuurdoelen. Waar het vorige kabinet juist probeerde om
al het beleid in overeenstemming te brengen met wat daadwerkelijk kan in
Nederland, zodat we onszelf niet meer zo in de hoek schilderen, zoals
wij dat noemen, zou ik toch graag willen dat de heer De Groot kleur
bekent. Meer natuur ontwikkelen in de toekomst betekent niet per
definitie minder problemen. In de praktijk komt het er vaak op neer dat
er juist stikstofgevoelige natuur wordt toegevoegd, wat de problemen
uiteindelijk alleen maar groter maakt. Ik ben toch benieuwd of de heer
De Groot van mening is dat er een fundamentele herziening van het
huidige stikstofbeleid moet komen. Dat vraag ik omdat we nu zien dat
zelfs zoiets fundamenteels en belangrijks als Defensie daarin
vastloopt.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik snap dat mevrouw Wiersma van de BBB dit antwoord vanuit de VVD wil
hebben. Ik zit nu, sinds afgelopen 31 maart, vijf jaar in de Tweede
Kamer. We zijn alleen maar meer in de problemen gekomen op het gebied
van stikstof, bijvoorbeeld als het gaat om de woningbouw en de
energievoorziening. We hebben in de coalitie een stikstofaanpak met
elkaar afgesproken, die juist ruimte moet gaan geven. Ik sta achter die
afspraak. Ik wil alleen wel dat Defensie bij dat rijtje hoort dat wij
belangrijk vinden in Nederland. Het gaat namelijk over nationale
veiligheid. Nogmaals, de stikstofaanpak wordt in een andere commissie
besproken. Ik wil dat overzicht hebben. Op het moment dat dat op tafel
ligt en het heel nijpend blijkt te zijn, zou ik best opnieuw met mevrouw
Wiersma het debat willen aangaan over hoe we dit gaan oplossen. Maar op
dit moment heb ik dat overzicht niet en kan ik daar geen antwoord op
geven.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Toen ik de bijdrage van Kamerlid De Groot hoorde, dacht ik: Kamerlid
zijn is ook wel een heerlijke job, want je zegt gewoon tegen de
staatssecretaris "fix het". Ik denk dat de staatssecretaris ook vaak met
heimwee terugdenkt aan zijn periode als Kamerlid. Maar in alle ernst: ik
hoorde de heer De Groot onder andere spreken over het defensieproof
maken van alle infrastructuur. Dat is een hele terechte oproep. De
werkelijkheid is dat we tientallen miljarden tekortkomen voor het
reguliere onderhoud. De heer De Groot maakt deel uit van een
regeringsfractie. Hoe gaan we hier doorheen komen? Ik begrijp dat hij
het primair vraagt aan de staatssecretaris, maar ook de VVD zal hier
ideeën over hebben.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank aan de heer Van Dijk. Dit is een volledig terechte vraag. De
coalitie heeft 15 miljard extra vrijgemaakt in het MIRT-fonds voor de
komende jaren, om ervoor te zorgen dat we wel kunnen blijven investeren
in infrastructuur. Maar er ligt heel veel vraag als het gaat om
achterstallig onderhoud en als het gaat om de aanleg van de nieuwe
opgaven die we met elkaar ook willen. Ik ben het helemaal eens met het
pleidooi dat we Hoevelaken weer als eerste prioriteitsproject moeten
aanpakken. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar dat vraagt dus dat
ook de staatssecretaris die hier aan tafel zit — juist vanuit dat
perspectief stel ik de vragen — wel vecht voor de gelden die nodig zijn,
vanuit rijksverantwoordelijkheid bezien, om bijvoorbeeld de
Nijkerkerbrug of de verbreding van andere wegen te kunnen realiseren.
Maar in het MIRT voegen alleen zegt nog niet dat we het dan ook krijgen.
Dat was ook precies mijn pleidooi. Ik wil graag dat de staatssecretaris
daar ook voor vecht. Ik zal er vanuit mijn fractie zeker ook voor
vechten dat de nieuwe Defensielocaties bereikbaar zijn. Als we dan
keuzes moeten maken omdat er te weinig geld is, zal ik die ook durven
maken. Dat zou ik alvast willen meegeven aan de heer Diederik van
Dijk.
De voorzitter:
Oké. Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker, namens het CDA.
Dat is de heer Van Lanschot, met een totale spreektijd van tien
minuten.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Nederland leeft in een andere tijd dan tien jaar
geleden. De dreiging is dichterbij gekomen. Europa moet weer leren
denken in verdediging, afschrikking en paraatheid. Dan hoort daar ook
iets heel basaals bij. Dat is ruimte: ruimte om te oefenen, ruimte om te
vliegen, ruimte om munitie op te slaan, ruimte om militairen te
huisvesten, ruimte om op te leiden en ruimte om materieel te
onderhouden. Een programma van deze omvang kan alleen een succes worden
als er goed wordt samengewerkt met regionale en lokale overheden. Daarom
geef ik een groot compliment aan al die gemeenten en provincies die al
een stap naar voren hebben gezet om constructief mee te werken. Dank,
Staphorst, Ermelo, Zeewolde en al die andere.
Voorzitter. Wat ons betreft is de hoofdvraag niet of Defensie ruimte
nodig heeft. Die vraag is al beantwoord. Voor het CDA is de echte,
overkoepelende vraag: hoe zorgen we ervoor dat defensie-investeringen de
samenleving in de volle breedte kunnen versterken? Daarom willen we
vandaag ten eerste in het bijzonder stilstaan bij de infrastructuur rond
de defensieprojecten. Mevrouw Bikker, de heer De Groot en de heer Van
Dijk vroegen hier net ook al aandacht voor. Extra ruimte voor Defensie
betekent in de praktijk ook extra druk op wegen, spoor, energie, water
en bereikbaarheid. Dat wordt erkend in de brief van het kabinet. Dat is
heel fijn, maar hoe gaan we dat nou effectief vormgeven? Binnen het CDA
maken we een conceptueel onderscheid tussen enerzijds de
randvoorwaardelijke defensie-infra, bijvoorbeeld het aanleggen van een
weg naar een nieuwe kazerne, en anderzijds de koppelkansen met civiele
infra die er zijn. Denk aan een langgekoesterde regionale wens tot het
verbreden van een weg die veel gebruikt wordt, ook straks voor militair
verkeer. Het CDA vindt het belangrijk dat we deze koppelkansen pakken.
Daarmee versterken we de mobiliteit, woningbouw en economie in onze
regio's. Kan de staatssecretaris aangeven welke budgetten binnen het
NPRD beschikbaar zijn voor zowel de defensie-infrastructuur als de
civiele koppelkansen binnen het NPRD?
Daarbij hoort ook een goede taakverdeling van verantwoordelijkheden
tussen Rijk en regio. Dan helpt een bekostigingssystematiek. Dat klinkt
wat technocratisch, maar in de Brainportregio hebben we daar goede
ervaringen mee. Ik breng even het Project Beethoven in herinnering, om
de uitbreiding van ASML hier te houden: twee derde van de publieke
investeringen door het Rijk en een derde door de regio. Zo'n
verdeelsleutel zal anders zijn in het geval van NPRD-civiele infra en
koppelkansen, maar de denklijn is heel interessant. Waarom? Het zorgt
voor helderheid voor decentrale overheden, maar bovendien ook voor
consistentie tussen die overheden, zodat niet de ene gemeente een brug
krijgt die 20% gecofinancierd is en de andere een brug die 40%
gecofinancierd is.
We hebben het ook over het MIRT-proces als route om infrastructuurgeld
te besteden. Collega De Groot noemde het net al. Het lijkt logisch om de
expertise te bundelen die er is vanuit de IenW-collega's en dus bepaalde
infra-investeringen vanuit Defensie via het MIRT-proces te laten lopen.
Tegelijkertijd is het MIRT-proces ook vrij gestructureerd en daarmee
niet altijd even snel, gezien het tempo dat nodig is voor de
defensie-opgave. Daarom denkt het CDA dat een fast track binnen het
MIRT-proces voor NPRD-infra noodzakelijk is. Daarom heb ik de volgende
vraag aan de staatssecretaris. Is hij bereid om samen met zijn
IenW-collega's a een fast track in te richten voor NPRD-Defensie-infra
binnen het MIRT-proces en b een heldere bekostigingssystematiek met
decentrale overheden voor NPRD-koppelkansen op civiel gebied in te
stellen? Daartoe zullen we in de tweede termijn een motie
indienen.
Voorzitter. Op het gebied van woningbouw ziet het CDA een mogelijke
catch 22: de geluidscontour van een oefenterrein beïnvloedt waar
woningen gebouwd kunnen worden. De gemeenten die omgevingsplannen
vaststellen, zouden dus terughoudend kunnen zijn met het maken van
ruimte voor Defensie, omdat die worden beperkt in een andere belangrijke
opgave. In Oldebroek wordt dit vraagstuk voortvarend opgepakt door zowel
de gemeente als de ministeries, want zowel het college van B en W als de
minister kan ontheffing geven voor een deel van de decibellen die op de
gevels neerslaan. Is het kabinet bereid vaker dit soort ontheffingen in
te zetten, zodat we de woningbouwopgave ook voortvarend kunnen
aanpakken? Daar hoort natuurlijk bij dat gemeentes leidend zijn wat
betreft omgevingsplannen. Die scheppen dan ook eerlijke verwachtingen
naar de mensen die daar komen wonen.
Voorzitter. Ruimte voor Defensie gaat natuurlijk ook om de plek waar
onze mensen zullen moeten verblijven. Die vastgoedopgave is enorm: circa
475 objecten en 11.000 gebouwen. Daar is het Rijksvastgoedbedrijf een
essentiële partner bij, maar uit ervaring blijkt helaas ook dat het
Rijksvastgoedbedrijf niet altijd dezelfde KPI's, doelstellingen of
maatschappelijke opgaven heeft als andere ministeries. Daarom vragen we
aan de staatssecretaris of hij kan verkennen of de prioritaire
vastgoedprojecten binnen het NPRD overgeheveld kunnen worden van het
Rijksvastgoedbedrijf naar Defensie, zodat je als ministerie van Defensie
grip hebt op die kritieke objecten en niet wacht op een andere
partij.
Voorzitter. Wat ons betreft biedt deze grootschalige verbouwing bij
Defensie ook veel bredere kansen, bijvoorbeeld op het gebied van natuur.
Er is een samenwerking met Staatsbosbeheer die ziet op het versterken
van natuurgebieden. Wat is de reactie van de staatssecretaris op het
pleidooi van onder andere Natuurmonumenten dat strategische aankoop van
grond door Defensie een rol kan spelen bij het realiseren van nieuwe
natuur, als we natuur expliciet als koppelkans meenemen?
Dan hebben we het nog niet gehad over de samenleving. Dat is natuurlijk
een favoriet onderwerp van het CDA. Defensie zal wat ons betreft veel
vaker moeten oefenen op zichtbare locaties, maar andersom moeten
faciliteiten als kazernes ook worden opengesteld voor de samenleving,
zodat militairen niet alleen maar op hun kazerne zitten, maar ook naar
buiten gaan en er ook mensen van buiten naar binnen komen. Zo is er een
mooie samenwerking tussen Defensie en NOC*NSF voor het duurzaam
gebruiken van elkaars sportfaciliteiten. Dat is handig als je weet hoe
de budgetten op het gebied van sport voor gemeentes onder druk
staan.
Voorzitter. Ik heb al wat gezegd over van binnen naar buiten en van
buiten naar binnen. Het kan ook handig zijn om wat verder vooruit te
kijken in het kader van de dual use van kazernes en de
multifunctionaliteit van de woonunits die daar zitten. We leggen nu
allerlei slaapkamers aan voor militairen. Hoe denkt de staatssecretaris
over het idee om die zo te bouwen dat die in de toekomst ook gebruikt
kunnen worden voor spoedzoekers, dus voor mensen die met urgentie een
woning zoeken?
Drones zijn al een paar keer genoemd. Onlangs was ik aanwezig op de
dronedag op de kazerne in Oirschot. Daar oefent de landmacht met drones,
maar ze mogen nog geen granaten vasttapen aan die drones om te oefenen,
zoals op het slagveld in Oekraïne gebeurt. Het CDA vindt het belangrijk
dat we "train as you fight" kunnen oefenen. We moeten dus ook met drones
met scherp kunnen schieten. Kan de staatssecretaris toezeggen dergelijke
hinderlijke regels aan te passen of af te schaffen?
Ik ben bijna klaar, voorzitter. TNO publiceerde onlangs dat zij bezig
zijn met mobiele containers waarin explosieve stoffen geproduceerd
kunnen worden. Die kleine fabriekjes kunnen worden opgesteld op een
militair terrein. Zijn er locaties van Defensie die hier geschikt voor
zijn?
Ik rond af, voorzitter. Het CDA steunt de noodzaak voor extra ruimte
voor Defensie. We vragen drie dingen. Eén: regel de infrastructuur goed.
Twee: voorkom hinderlijke regels en bureaucratie. En drie: zorg dat
Defensie-investeringen de samenleving in de breedte versterken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een aantal interrupties. Ik begin met de heer De
Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben het volledig eens met die laatste oproep van de heer Van
Lanschot. Mijn vraag gaat over de droneoefeningen. Daar heeft de heer
Van Lanschot zelf namelijk ook een vraag over gesteld. Die gaat niet
zozeer over het kunnen oefenen met scherp, zou ik willen zeggen, maar
wel over oefenterreinen die groot genoeg zijn om te oefenen zoals het er
straks in het echt aan toegaat. We weten ook gewoon dat er enorm grote
oppervlaktes, grootschalige oefenterreinen nodig zijn om te kunnen
oefenen met drones. Mijn vraag aan de heer Van Lanschot is eigenlijk: is
de plek waar hij geweest is voldoende? Ik heb namelijk gevraagd naar
grootschalige oefenterreinen. Of zullen we moeten kijken hoe we
oefenterreinen kunnen koppelen? Of zullen we, als dat niet voldoende is,
nieuwe oefenterreinen moeten aanwijzen om te kunnen oefenen met drones
zoals het er straks ook in het echt aan toe zal gaan?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank voor de vraag. Of Oirschot groot genoeg is voor dit type
drone-oefeningen kan ik niet inschatten. Ik ben geen expert op dat
gebied. Ik onderschrijf volledig dat het noodzakelijk is dat er
grootschalig met drones geoefend wordt. Ik hoop dus dat de
staatssecretaris deze vraag kan beantwoorden. Ik zou dit pleidooi van de
heer De Groot dan ook steunen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Collega Van Lanschot noemde Oldebroek; daar worden ChristenUniemensen
altijd blij van, dus ik ook. Hij noemde echter niet vliegveld Lelystad.
Daar zit toch een verband. Acht Veluwse gemeenten hebben namelijk
aangegeven: "Alsjeblieft, geen vakantievliegveld Lelystad. Wij zijn
zeker bereid om onze portie te dragen wat betreft defensie, maar voeg
daar nou niet extra vakantievluchten aan toe." Wat is volgens het CDA de
dringende reden dat dat wel moet gebeuren? Is collega Van Lanschot ook
bereid om dat uit te leggen in Oldebroek?
De heer Van Lanschot (CDA):
Laat ik allereerst de uitnodiging om langs te gaan in Oldebroek
aannemen. Daar leg ik met alle plezier uit dat we ruimte voor Defensie
moeten maken en dat dat soms tot overlast zal leiden, hoe vervelend dat
ook is. Het is natuurlijk belangrijk dat geluidsoverlast bij de
verschillende aanvliegroutes zo veel mogelijk wordt geminimaliseerd. Nu
weet ik uit de technische briefings dat dat ook het geval is, maar we
kunnen helaas niet ontkennen dat er overlast zal zijn. Ik hoor mevrouw
Bikker denken: maar dan kunnen we de vakantievluchten toch niet doen? Op
zo'n manier wordt zo'n vliegveld natuurlijk onrendabel. Laten we ook
niet vergeten dat de provincie Flevoland wat aan ons geeft. Dan vind ik
het ook fair om wat terug te geven.
De voorzitter:
U bent aan het einde van uw interrupties, mevrouw Bikker. Het woord is
aan mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Met een vraag, inderdaad, voorzitter. Ik heb nog vier interrupties. Ik
ga even door op mevrouw Bikkers' vragen, want het wordt nu wel heel
mooi. Nu wordt opeens het argument erbij gehaald dat het toch rendabel
moet zijn. Gelukkig hebben we nog de verslagen van alle voorgaande keren
waarbij de staatssecretaris, die nu daar zit, hier gewoon als
CDA-Kamerlid zat en zijn inbreng bracht. Het was heel duidelijk. Het CDA
vond gewoon dat deze besluiten van elkaar losgekoppeld moesten worden.
Wat is daaraan veranderd, vraag ik aan de heer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank voor deze vraag. Volgens mij worden er eigenlijk twee vragen
gesteld. Eén: wil je het? Twee: hoe besluit je dan over die voornemens?
In ons verkiezingsprogramma hebben wij heel duidelijk gezegd dat wij
onder randvoorwaarden akkoord zijn met de openstelling van Lelystad
Airport. Dat is op zich niet veranderd. Ten tweede: combineer die
besluiten dan. Dat lijkt mij heel logisch, maar dat besluit is nog onder
het vorige kabinet genomen, zeg ik er maar even bij.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even voor de duidelijkheid: ik ga hier niet discussiëren over het
verkiezingsprogramma van het CDA. Laten we het houden bij de notulen van
de voorgaande woordvoerder namens het CDA: "Het moet stiller, het moet
schoner en er moet een oplossing komen voor de laagvliegroutes." Ik neem
aan dat dat in lijn was met het CDA-verkiezingsprogramma. "Zolang dat
nog niet geregeld is, zou 'militair' wat ons betreft echt los moeten
worden geknipt." Dat waren de woorden van de heer Boswijk als Kamerlid.
Nu is de vraag: is er volgens het CDA voldaan aan die
randvoorwaarden?
De heer Van Lanschot (CDA):
In de technische briefings die ik heb ontvangen over dit vraagstuk en
specifiek de aanvliegroutes, is daar wat mij betreft aan voldaan.
Tegelijkertijd ben ik daar geen expert in, dus ik kan niet inschatten
hoe die geluidscontouren exact optimaal in elkaar zitten. Ik moet
daarbij dus ook gewoon afgaan op de expertise van collega's. Het kan
inderdaad zo zijn dat je besluiten soms toch gecombineerd neemt en niet
apart zet. Ik zie dat als voortschrijdend inzicht.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, ik zie het vooral als wéér een onderwerp waarop het CDA en D66 de
VVD hebben laten winnen in de onderhandelingen. Toch? De VVD beaamt het.
Zo zie ik het. Aan geen enkele, geen enkele randvoorwaarde die het CDA
hieraan heeft gesteld, wordt nu voldaan. Dat is gewoon de waarheid. Kom
daar dan ook gewoon eerlijk voor uit: we hadden haast, er moest snel een
kabinet komen en ook dit punt hebben we ingeleverd. Kunt dat
beamen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik heb alle vrede met hoe dit nu gepland, georganiseerd en gecombineerd
wordt.
De voorzitter:
Mevrouw Piri in laatste instantie.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Gelukkig worden uw woorden ook vastgelegd in de notulen, want ik kan u
vertellen dat u daar nog heel veel spijt van krijgt. Wat gaat er nu
juridisch en procedureel gebeuren? Er moet een ruimer luchthavenbesluit
komen. Er moeten nieuwe zwaardere MER-procedures komen. Er moeten extra
beroepsmogelijkheden komen bij de Raad van State. Er komt een langer
tijdpad. Een natuurvergunning is vereist. Er komt een grotere
stikstofopgave. En dan zijn er nog twaalf punten, die ik niet opnoem.
Mijn vraag aan het CDA is wat nu belangrijker is. Is het gewoon
belangrijk dat wij, als we zeggen dat defensie zo belangrijk voor ons
is, nu regelen dat die F-35 zo snel mogelijk gestationeerd kan worden op
Lelystad Airport? Of is het belangrijker om te voldoen aan de eis van de
VVD aan de twee coalitiepartijen om een besluit waar nota bene een
meerderheid van de Kamer tegen was, inclusief het CDA, weer terug te
draaien?
De heer Van Lanschot (CDA):
Terecht noemt collega Piri het belang van Defensie. Onze fractie ziet
ook het belang van de commerciële luchtvaart. Daar hoort uiteraard bij
dat wordt voldaan aan alle geldende wet- en regelgeving en dat
vergunningen moeten worden aangevraagd en goedgekeurd. Daar hoort ook
bij dat de aanvliegroutes vanwege geluidsoverlast geminimaliseerd
worden. Dat vereist een verdraaid nauwkeurige en goede afstemming in de
regio. Dat zal soms tot overlast leiden. Dat vinden mensen vervelend. Ik
ga met alle plezier op de uitnodiging van mevrouw Bikker in om naar de
Veluwe toe te gaan om dat samen te bespreken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat noemen we ook een draai van het CDA als het gaat om Lelystad
Airport, net zoals het een draai is van D66. Dat is dan maar even
vastgelegd.
Ik wil over iets anders door. Het CDA zegt: de samenleving is ons
favoriete onderwerp. In de inbreng van het CDA heb ik erg veel gehoord
over kansen die overal liggen, ook voor de samenleving. Maar er is ook
een andere kant. Er zijn nu bewoners, omwonenden, die al tijdenlang in
grote onzekerheid zitten vanwege de voortgang van hun bedrijf of hun
huis, waar ze soms al generaties lang wonen. We hebben het over de
samenleving en over gemeenschappen die hierdoor enorm worden beïnvloed.
We hebben niet voor niets de vorige keer in deze commissie een
uitgebreid debat gehad over compensatie voor deze bewoners. Wij waren er
überhaupt niet voor, maar als het dan gebeurt en deze bewoners op deze
manier plaats moeten maken, of als er nadeel is voor deze bewoners, moet
er goede compensatie zijn voor elke schade die zij hebben geleden.
Daarom hebben we het er de vorige keer uitgebreid over gehad. Het zou
ruimhartig gebeuren. Niemand wist precies wat "ruimhartig" betekent,
want iedereen heeft daar een andere interpretatie van. Wij hebben
gezegd: definieer nou goed wat "ruimhartig" betekent en richt daar een
goed proces voor in. Dat zien we nu niet terug in deze nota. Ik zou
graag van het CDA willen weten wat voor het CDA ruimhartig is als het
gaat over de belangen van deze bewoners. Hoe weegt u dat ten opzichte
van de belangen van de bewoners en ten opzichte van Defensie en de
ruimteopgave? Wilt u ook meer weten over wat dit betekent? Op dit moment
is het namelijk onvoldoende duidelijk, ook voor de bewoners die nu in
onzekerheid zitten.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan mevrouw Dobbe voor deze interruptie. Zij maakt een terecht
punt. Wij hebben ook voor deze compensatiemotie gestemd. Die is verder
uitgewerkt in een vervolgmotie, waar we ook voor hebben gestemd. Mensen
die last krijgen van deze uitbreiding, moeten gecompenseerd worden.
Vervolgens is de vraag: wat betekent "ruimschoots"? Ik hoor net zeggen:
een goede, nette, ruimhartige compensatie. We begrijpen allemaal dat zij
gewoon goed moeten worden gecompenseerd. Kijk naar hoe dat in het NPRD
is verwerkt. Ik pak even paragraaf 10.2.2 erbij. Daarin staat: "Door
onteigening parallel te laten lopen aan de eerste fase van minnelijke
verwerving kan dus een waardig perspectief worden geboden aan
grondeigenaren." Wellicht is dat nog onvoldoende duidelijk voor mevrouw
Dobbe, maar dat lijkt mij al een eerste aanzet in antwoord op haar
vraag. Als dat niet zo is, denk ik dat ze die vraag het beste aan de
staatssecretaris kan stellen. Maar wij ondersteunen haar pleidooi.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij door naar de volgende spreker: mevrouw Piri,
die spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. U heeft in totaal
een spreektijd van elf minuten.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet hoe het met de collega's was, maar
rond de paasdagen was ik voor het eerst naar het Nationaal Militair
Museum. Het was echt prachtig weer en een prachtig museum. Er was bijna
geen parkeerplek. Dat was een goed teken, want het liet zien dat zo veel
gezinnen met de paasdagen eropuit trokken en dat er interesse is in
Defensie. Het buitendeel was net geopend. Dat betekent dat je ook
rondrijdende tanks en andere voertuigen kunt bewonderen. Ik denk dat het
heel mooi aangaf hoeveel belangstelling er is voor Defensie. Of je nou
binnen of buiten was: je zag jong en oud en gezinnen met kleine
kinderen, die een prachtig dagje uit hadden en een soort nationale trots
voelden voor onze krijgsmacht.
Voorzitter. Ik dacht: ik zeg dit even voorafgaand aan mijn inbreng. We
hebben het vandaag over Ruimte voor Defensie. Volgens mij is er in deze
Kamer heel breed draagvlak, van links tot rechts, voor het idee dat meer
investeren in onze krijgsmacht een absolute noodzaak is. Zoals ik
tijdens de behandeling van de Defensiebegroting aangaf, is één
voorwaarde die ik voor de komende tijd heel belangrijk vind, dat we
ervoor zorgen dat we het draagvlak voor Defensie, dat zo breed is in de
samenleving, behouden. Natuurlijk is ruimte schaars; veel collega's
hebben het al gezegd. We zijn een klein land met heel veel inwoners, een
hele grote woningopgave, een grote natuuropgave, een landbouwopgave —
collega's hadden het daar ook al over — en daar komt dan ook nog de
vraag om ruimte van Defensie bovenop. Voor mijn fractie is het evident
dat we, als we extra investeren in Defensie en in personele groei, ook
moeten kijken naar die ruimte.
Voorzitter. Ik heb natuurlijk ook een paar kritische punten. U hoorde
het net al bij mijn interruptie: mijn eerste punt gaat over Lelystad
Airport. Ik vind het eigenlijk echt heel lelijk hoe er nu besluiten aan
elkaar worden gekoppeld, terwijl er geen draagvlak was in de Kamer voor
het openen van Lelystad Airport voor vliegverkeer. Dat dat nu toch
gekoppeld wordt aan de voorwaarde om die F-35's daar te gaan stallen,
vind ik een goed voorbeeld van lelijke politiek.
Laat ik helder zijn: mijn fractie steunt de stationering van
jachtvliegtuigen op Lelystad. De planMER wijst Lelystad eenduidig aan
als de locatie met de minste geluidshinder en de ligging is strategisch
goed te verantwoorden. Daar gaat deze discussie dus niet over. De
zwaarwegende nationale veiligheidsbelangen laten ons geen ruimte voor
aarzeling. Maar juist daarom zijn wij fel tegen het koppelen van dit
besluit aan de openstelling voor groothandelsverkeer, zoals de coalitie
nu voornemens is. De juridische en ecologische risico's van zo'n
koppelbesluit zijn haast niet te overzien. We moeten eerlijk zijn: ook
enkel militair gebruik zal overlast creëren voor omwonenden, maar in
plaats van ze daarvoor ruimhartig te compenseren, worden ze nu gestraft
met nog meer overlast door dubbelgebruik, omdat de geluidscontouren
toenemen. Omwonenden zeggen daarom niet voor niets: geen en-en.
Ook vanuit verschillende Flevolandse gemeenteraden klinkt de oproep om
civiel en militair gebruik niet te koppelen. De provincie en de VVD
verkopen ons een beeld van eensgezind bestuurlijk draagvlak voor
commerciële opening, maar dat klopt simpelweg niet. Nederlanders zijn
echt bereid tot offers om een bijdrage te leveren aan onze nationale
veiligheid, maar met die bereidheid wordt gespeeld door ze extra offers
te laten brengen voor vliegvakanties. Kan de staatssecretaris aangeven
hoe hij lokaal draagvlak bij bewoners daadwerkelijk wil behouden?
Bovendien leidt dit koppelbesluit tot dramatische vertragingen, waarmee
onze nationale veiligheid in het geding komt. Compleet onverantwoord!
Dubbelgebruik — ik zal het uitleggen, voordat de VVD daar vragen over
heeft — vergt een ruimer luchthavenbesluit en een nieuwe MER-procedure,
en er dreigen juist extra juridische stappen en bezwaren. Elke stap is
een extra risico op jarenlange vertraging. Ook groeit bij dubbelgebruik
de stikstofopgave fors, terwijl intern salderen niet meer mogelijk is.
Stikstofruimte die we nodig hebben voor Defensie en onze woonopgave
wordt hiermee verspild. De natuurvergunning voor Lelystad Airport is nog
altijd niet op orde en dat gaat waarschijnlijk niet snel
veranderen.
Voorzitter, als u wilt, kan ik dit deel afronden, maar ik kan ook even
stilstaan voor een interruptie.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik vind het prima als GroenLinks-Partij van de Arbeid, bij monde van
mevrouw Piri, kritiek heeft op wat de VVD wil of wat we hebben
afgesproken in het coalitieakkoord. Het gaat mij erom de feiten en de
fictie uit elkaar te trekken. We hebben onlangs een technische briefing
gehad waarin gesteld werd dat binnen twee jaar een stikstofvergunning
verkregen zou kunnen worden, waarin we van Defensie zelf gehoord hebben
dat ze graag medegebruiker wil zijn vanwege de voordelen. Defensie wil
die luchthaven helemaal niet zelf exploiteren. Ze hebben ook aangegeven
dat pas vanaf 2033 of later definitieve stationering zou kunnen
plaatsvinden. We praten dus over een termijn van zeven, acht of
misschien wel tien jaar voordat er definitieve stationering plaats zal
vinden. Dan is het natuurlijk heel flauw om te zeggen: die
burgerluchtvaart gooit roet in het eten. Dat kan wellicht al binnen twee
tot drie jaar gerealiseerd worden. Dat zijn de feiten. Ik wil toch even
meegeven aan mevrouw Piri dat het belangrijk is om ook te kijken naar de
wensen van Defensie zelf rondom de stationering van de F-35.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Een aantal zaken hierover. Ten eerste: laten we het inderdaad bij de
feiten houden. Nog voordat deze drie partijen dit in het regeerakkoord
afspraken, was al héél duidelijk dat een meerderheid van de Kamer tegen
het civiel gebruik van Lelystad Airport is. Dat is een feit. Het tweede
is: de VVD doet het altijd voorkomen alsof dit in alle geledingen in
Flevoland bestuurlijk een enorme eis zou zijn. Dat is gewoon niet het
geval! Mevrouw Bikker gaf daarnet antwoorden. Ik geef die antwoorden ook
en heb die gesprekken ook gevoerd. Alles wat de VVD hier zegt, gaat
ervan uit dat civiel gebruik überhaupt standhoudt bij de rechter. Dat is
een hele grote vraag. Zoals ik net zei, kan de VVD toch niet ontkennen
dat een ruimer luchthavenbesluit, nieuwe en zwaardere MER-procedures met
nieuwe inspraakprocedures, extra beroepsmogelijkheden bij de Raad van
State, een langer tijdpad, een natuurvergunning voor zowel civiele als
militaire componenten et cetera allemaal blokkades zijn? Daar moet je
eerst overheen, voordat dit besluit kan plaatsvinden. Deze blokkades
zouden er niet zijn geweest als alleen het besluit was gevallen de
F-35's te stationeren. Dat kan de VVD toch niet ontkennen?
De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie.
De heer Peter de Groot (VVD):
De provincie Flevoland en de gemeente Lelystad willen dat dubbelgebruik
van Lelystad Airport. Laten we het dan ook even bij de feiten houden,
want er wordt mij aangewreven dat dat niet zo is. Dát zijn al jarenlang
de feiten, ook onder het mom van bestuurlijke transparantie, helderheid
en afspraken nakomen. Dat wil ik zeggen over het eerste punt. Dat zijn
de feiten. Zij willen dat zelf en tot op de dag van vandaag.
Mevrouw Piri gaat niet in op de vraag die ik aan het eind stelde over de
wens van Defensie zelf. Defensie heeft zelf aangegeven dat ze graag
medegebruiker willen zijn van een luchthaven die niet van Defensie is,
maar van de Schiphol Group. Dat is de wens die zij zelf uitspreken.
Natuurlijk moeten we dan voldoen aan alle juridische eisen die daaraan
gesteld worden. Dat gaan we ook doen. Die tijd hebben we ook; ik heb het
jaartal 2033 of later genoemd. Nogmaals, kan mevrouw Piri ingaan op de
wens van Defensie zelf om deze luchthaven als medegebruiker te gaan
gebruiken, in plaats van die in te zetten als militaire
luchthaven?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is er een verschil. Volgens mij is het de wens van Defensie
om F-35's te stationeren bij Lelystad Airport. Dát steunt mijn fractie.
Ik zal hier horen wat nu het standpunt van Defensie is. Het is een
politiek besluit tussen drie partijen. Een van hen was ervoor om ook
vliegverkeer toe te laten op Lelystad Airport. Dat was de VVD. Daarnaast
waren er twee partijen die, voordat ze de coalitie in gingen, dat
standpunt niet deelden. Ik erken: daar heeft de VVD gewonnen en daar
ligt nu een politiek besluit. Vanuit Defensie heb ik niet gehoord dat
het voor hun veiligheid en snelheid het allerbeste is als Lelystad
Airport niet alleen voor de F-35, maar ook voor burgerluchtvaart geopend
wordt. Dat heb ik Defensie niet horen zeggen.
De voorzitter:
Mevrouw Piri, u vervolgt uw betoog.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dan kom ik bij de bereidheid van ... Nee, ik was nog bezig met de
afronding van Lelystad Airport. Het is onbestaanbaar dat onze nationale
veiligheid gegijzeld wordt door de belangen van de luchtvaartlobby.
Daarom roep ik de staatssecretaris op om de realisatie van het militair
gebruik van Lelystad Airport niet afhankelijk te maken van commercieel
medegebruik. Hoe gaat hij voorkomen dat Defensie uiteindelijk met lege
handen komt te staan? Toen de staatssecretaris nog Kamerlid was, was hij
hier terecht zeer kritisch op. Zolang Lelystad Airport niet aan de
randvoorwaarden voldoet, moet militair gebruik losgeknipt worden. Is de
staatssecretaris het eens met mijn zeer gewaardeerde ex-collega
Boswijk?
Dan over de bereidheid van lokale overheden om actief mee te denken over
het bieden van ruimte voor Defensie, maar die daar, logisch, ook wensen
aan koppelen. Mijn fractie is wat dat betreft geschrokken van de
schriftelijke beantwoording. Er is vanuit Defensie geen dekking voor
infrastructurele aanpassingen en ontsluitingen. Defensie wijst daarvoor
naar andere ministeries. Dat is een gang van zaken die we als
Rijksoverheid echt niet willen. Defensie doet een immense ruimteclaim,
maar weigert de randvoorwaardelijke investeringen mee te financieren.
Mag ik de staatssecretaris eraan helpen herinneren dat IenW kampt met
miljardentekorten voor zelfs het minimale onderhoud, laat staan het
herinrichten van Nederland om de groei van Defensie te faciliteren? Kan
de staatssecretaris aangeven wat Defensie heeft aan nieuwe locaties die
onbereikbaar of onrealiseerbaar zijn, omdat de randvoorwaarden niet op
orde zijn? Vindt hij ook niet dat Defensie deze lasten mede zou moeten
dragen? Ook herinner ik de staatssecretaris eraan dat er meerdere moties
met een ruime meerderheid zijn aangenomen die het kabinet vragen om
inpassingsbudget vrij te maken en financiële borging van projecten te
realiseren. Hoe worden deze moties uitgevoerd? Ook hier dreigt draagvlak
verspild te worden. Staphorst heeft zichzelf aangeboden als locatie voor
een munitiedepot en is hiervoor terecht geprezen, maar als puntje bij
paaltje komt, lijkt Defensie niet over de brug te komen met financiële
middelen. Wat voor voorbeeld wordt hiermee gegeven door de
Rijksoverheid?
Voorzitter. Dan wil ik het hebben over compensatie. De staatssecretaris
krijgt mijn complimenten voor hoe hij steeds met betrokkenen in gesprek
gaat, maar hij zal ook moeten erkennen dat gesprekken alleen niet
voldoende zijn. Wat mijn fractie betreft is ruimhartige compensatie een
voorwaarde voor een succesvolle en rechtvaardige uitvoering van het
NPRD. Ook hierover is unaniem voor de motie-Dobbe/Nordkamp gestemd, over
het uitwerken van kaders voor een ruimhartige compensatieregeling. Het
kabinet werd daarin nadrukkelijk verzocht om de Kamer ruimschoots voor
het definitief vaststellen van locaties te informeren over een
dergelijke regeling en over hoe het concept ruimhartig wordt toegepast.
Helaas moet ik concluderen dat er niets is gedaan met die moties, ook
niet met de motie-Nordkamp over investeren in leefbaarheid. Is de
staatssecretaris het met mijn fractie eens dat er echt gekeken moet
worden naar een ruimhartige aanpak? Daarmee bedoelen we bijvoorbeeld ook
het kijken naar leefbaarheidsfondsen, waar gemeenten uit kunnen putten
voor geluidsisolatie, groenzones, verkeersveiligheid en
voorzieningen.
Voorzitter. Natuurcompensatie is voor mijn fractie belangrijk, maar ook
voor een succesvolle uitvoering van het NRPD. Defensie en natuur kunnen
immers goed samengaan, mits de juiste keuzes worden gemaakt. Het is
daarom goed om te lezen dat Defensie en Staatsbosbeheer een
intentieovereenkomst aan het uitwerken zijn voor een
samenwerkingsovereenkomst. Hoe staat het hiermee? Wordt dit een
landelijke overeenkomst? Kan de staatssecretaris ook aangeven of en hoe
andere natuurorganisaties hierbij betrokken worden?
Toch zijn er ook risico's. Uit de planMER blijkt dat de staat van de
natuur op meerdere vlakken verslechtert. Hoe staat het met de uitwerking
van een concreet natuurcompensatieplan? Mijn fractie acht het daarnaast
wenselijk om de strategische grondaankoop door Defensie expliciet te
koppelen aan de nog te realiseren hectares voor het Natuurnetwerk
Nederland. Op deze manier kan de groei van Defensie bijdragen aan onze
veiligheid en aan natuurherstel. Is de staatssecretaris bereid deze
koppeling ook toe te passen?
Tot slot, voorzitter. De uitbreiding van Defensie botst op een aantal
blokkades die bij andere ministeries zitten, zoals het stikstofslot, de
netcongestie, maar ook het ernstige tekort aan personeel in de bouw.
Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw zijn tussen nu en eind
2029 75.000 nieuwe arbeidskrachten nodig in de bouw. Als we niks doen,
betekent dat dat er een enorm grote concurrentie om vakkrachten en
bouwbedrijven gaat komen tussen Defensievastgoed en woningbouw. Volgens
mij is het de ambitie van in ieder geval mijn fractie, maar ook van dit
kabinet om dat hand in hand te laten gaan, om ervoor te zorgen dat het
allebei lukt en dat het een niet ten koste gaat van het ander. Hoe gaat
het kabinet hierop anticiperen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan zou ik zelf nog graag mijn
inbreng willen leveren. Ik wil de heer Van Lanschot daarom vragen om het
voorzitterschap even van mij over te nemen.
Voorzitter: Van Lanschot
De voorzitter:
Dat doe ik met alle plezier. We blijven wel gewoon zitten waar we
zitten, neem ik aan?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Zeker.
De voorzitter:
Dan mag ik als uw interim-voorzitter mevrouw Ten Hove het woord geven
voor haar inbreng van zeven minuten.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel. Middels het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie, het
NPRD, krijgt Defensie meer ruimte voor de noodzakelijke groei en voor de
versterking van de krijgsmacht. Het gaat om de grootste uitbreiding van
Defensie sinds 1935. Er is behoefte aan uitbreiding van kazernes,
opslagplaatsen, oefenterreinen, laagvlieggebieden en ruimte om te kunnen
opleiden en trainen. Hiervoor is meer ruimte een must. Stikstofruimte is
essentieel voor de realisatie van alle ambities. Veel Defensielocaties
liggen in of nabij stikstofgevoelige natuurgebieden. Het is daardoor
zeer onzeker of de benodigde vergunningen tijdig verkregen kunnen
worden. Defensie geniet geen uitzonderingspositie binnen de
stikstofregelgeving. Wat is het plan om binnen deze stikstofregels toch
alle gestelde doelen voor 2040 te realiseren? Lelystad Airport,
bijvoorbeeld, is dé locatie om F-35-gevechtsvliegtuigen te stationeren.
Hiervoor zijn een apart luchthavenbesluit en een natuurvergunning nodig.
De procedures hiervoor moeten nog worden opgestart, zei een ambtenaar
van Defensie onlangs in de technische briefing. Hij sprak van een
ingroeiscenario van tien jaar. Hoe gaat dit er precies uitzien? Wat is
plan B wanneer de natuurvergunningen uitblijven of juridisch worden
aangevochten, vraag ik de staatssecretaris.
Zo dreigt ook de munitieopslag in Staphorst inmiddels vertraging op te
lopen vanwege een aangetroffen dassenburcht. Toen ik dit hoorde, moest
ik gelijk denken aan de gevechtsbaan op het Infanterie Schietkamp, het
ISK, in Harskamp, want dat heeft tien jaar stilgelegen, onder andere
door natuurregelgeving en de aanwezigheid van beschermde diersoorten.
Tien jaar kon de gevechtsbaan niet gebruikt worden, maar gelukkig is
deze sinds oktober weer in gebruik.
De luxe dat defensieprojecten kunnen wachten omdat er een worm, een das
of een ander beschermd dier in de grond zit, is wat Groep Markuszower
betreft definitief voorbij. We kunnen het ons niet veroorloven dat we
hierdoor niet klaar zijn om ons grondgebied en onze burgers te
beschermen. Onze potentiële vijanden houden hier namelijk op geen enkele
manier rekening mee. Wij pleiten dan ook voor realistischer beleid bij
beschermde diersoorten wanneer het landsbelang en de nationale
veiligheid in het geding zijn. Wat zijn hierbij de plannen van het
kabinet?
Groep Markuszower steunt de uitbreiding van Defensie. We zijn echter
benieuwd hoe dit kabinet die gaat regelen zolang Nederland nog volledig
in de knel zit door het stikstofslot. Het kan toch niet zo zijn dat de
bouw van Defensieterreinen of de oefeningen stil komen te liggen door
deze stikstofregels? Wat gaat hiervoor het plan zijn?
Voorzitter. We ontvangen nu al veel verontrustende berichten van
medeoverheden die vrezen dat de komst of de uitbreiding van
Defensielocaties een groot beslag legt op de beschikbare stikstofruimte,
de natuurvergunningen en de netcongestie in hun gemeente, waardoor
woningbouw en andere civiele ontwikkelingen in de knel komen. Hoe wordt
ervoor gezorgd dat dit niet het geval gaat zijn?
Daarnaast benadrukt het rapport van ABN AMRO een ander knelpunt. De
extra investeringen in Defensie zetten de woningbouw verder onder druk.
De kans is groot dat er een strijd om technisch personeel ontstaat en de
kosten verder oplopen. Er wordt namelijk een beroep gedaan op dezelfde
aannemers, ingenieurs en installateurs die ook nodig zijn voor de
woningbouw, het onderhoud aan de bruggen en de wegen, en de uitbreiding
van het elektriciteitsnetwerk, zo constateren de onderzoekers van de
bank. Wat is de reactie van het kabinet op de conclusies in dit rapport?
En welke oplossingen heeft het kabinet om specifiek deze knelpunten aan
te pakken?
Voorzitter. Als we Nederland weerbaarder en slagvaardig willen maken,
moeten we keuzes durven maken en over grenzen heen durven stappen,
letterlijk en figuurlijk. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Ten Hove van de Groep Markuszower. Zijn er interrupties?
Ik kijk even om me heen. Zo niet, dan geef ik het voorzitterschap weer
aan u terug.
Voorzitter: Ten Hove
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we schorsen voor de beantwoording. De
staatssecretaris heeft aangegeven 25 minuten nodig te hebben. We
schorsen tot laten we zeggen 15.15 uur.
De vergadering wordt van 14.48 uur tot 15.15 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan door met de voortzetting. Voordat ik het woord geef aan de
staatssecretaris heb ik allereerst nog twee mededelingen. In deze
termijn krijgen alle leden maximaal drie interrupties, omdat we met een
behoorlijk aantal zijn. Ik wil u vragen om de vragen kort en bondig te
stellen. Na de beantwoording door het kabinet gaan we gelijk door naar
de tweede termijn van de Kamer. Dan kunt u moties indienen, mocht u dat
willen. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan alle Kamerleden voor hun
aanwezigheid en voor de goede vragen en het goede debat dat ik heb mogen
zien. Ik heb ook veel respect voor het feit dat een groot aantal van
deze Kamerleden recentelijk een bezoek heeft gebracht aan Oekraïne. Ik
denk dat dat heel belangrijk is. Dan zie je toch even waarom we dit
eigenlijk allemaal doen. Ik denk dat dat ook wel duidelijk terugkwam in
alle inbrengen. Dank daarvoor.
Voorzitter. Besturen is leed veroorzaken. Dat is een uitspraak van Ernst
Hirsch Ballin. Dat klinkt niet heel optimistisch. Er zijn gelukkig veel
optimistische verhalen over Defensie te vertellen, maar ik vond het wel
belangrijk om meteen aan het begin deze toon te zetten. Mijn opdracht
als staatssecretaris is namelijk niet alleen het opbouwen van onze
krijgsmacht, wat ik voel als een grote verantwoordelijkheid, maar ook om
te doen wat veel van uw Kamerleden noemden, namelijk het behouden en
versterken van het draagvlak voor onze krijgsmacht. Om dat te doen
moeten we ook eerlijk zijn over de negatieve impact die er ook is. Ja,
Defensie brengt heel veel positiefs, in de vorm van werkgelegenheid,
kennisontwikkeling en landschapsversterking; dat heb ik allemaal mogen
zien. Maar ik heb de afgelopen weken ook mensen ontmoet waarvan het
leven stilstaat. Ik vond het wel eerlijk om dat hier gewoon te zeggen.
Een aantal van u heeft hier ook aandacht voor gevraagd, dus het leek me
netjes om hiermee te beginnen.
In de week dat ik staatssecretaris werd, was mijn vraag aan mijn team
meteen: ik wil eigenlijk zo snel mogelijk …
De voorzitter:
Ik heb even een vraagje, staatssecretaris. Zou u misschien kunnen
aangeven hoeveel blokjes u heeft? Ik weet namelijk niet of dit nog de
inleiding is. Het helpt de leden om hun interrupties krachtig en op het
juiste moment in te zetten.
Staatssecretaris Boswijk:
Dank, voorzitter. De naam van het Kamerlid Boswijk is al vaak gevallen.
Ik heb hem in deze hoedanigheid helaas nooit mogen meemaken, maar hij
was altijd van de hele lange introducties. Ik was nog met mijn intro
bezig, maar ik heb zo meteen de blokjes algemeen, NPRD-proces,
omwonenden/compensatie, koppelkansen, specifieke locaties en overig. Ik
geef een seintje wanneer mijn introductie voorbij is.
Voorzitter. In de eerste week deed ik dus het verzoek om zo snel
mogelijk het land in te gaan om beeld en geluid te krijgen bij wat er
speelt in het land en om de bestuurders te ontmoeten. Een aantal had ik
in mijn vorige hoedanigheid al ontmoet, maar ik vond het belangrijk om
dat alsnog te doen en ook de mensen te spreken op wie het een negatieve
impact heeft. Ik wil dan ook van deze gelegenheid gebruikmaken om heel
veel complimenten te geven. Een aantal bestuurders en ambtenaren, zowel
lokale als provinciale, als ook mijn eigen ambtenaren, zitten hier op de
tribune. Ik heb daar gezien hoe mooi bestuurlijk Nederland functioneert.
Dat is echt wel een compliment waard. Ik ben mijn voorgangers Tuinman en
Van der Maat ook dankbaar hiervoor.
Ik heb ook de kansen gezien die dit kan bieden. Ik zag het al een beetje
terugkomen in de inbrengen: het lokaal ondernemerschap willen
stimuleren. Dat gaat van ondernemers in Drenthe die vroegen "kan ik mijn
fruit misschien kwijt bij de nieuwe kazerne?" tot aannemers die zeggen
"wij willen graag prefablegeringsgebouwen maken en dat gaan we
elektrisch doen, zodat we minder met stikstofregels te maken hebben". Ik
hoorde de heer Van Lanschot net iets zeggen over het deels openstellen
van kazernes. Het zijn allemaal hele goede ideeën die ik ook lokaal heb
gehoord en waardoor ik ook een kans zie om het draagvlak voor defensie
nog verder te vergroten dan alleen dat men in de actualiteit ziet waarom
defensie ook alweer nodig is.
Dat is een extra reden om te zeggen dat wij niet gaan voordringen op
bepaalde dossiers. Ik zal er zo meteen iets meer inhoudelijk op ingaan,
maar denk bijvoorbeeld aan stikstof. We gaan niet kijken hoe wij hierbij
snel kunnen voordringen, maar wel hoe wij ervoor kunnen zorgen dat wij
meehelpen bij het oplossen van dit immens complexe probleem.
Dit is de afronding van mijn inleiding. Ik vond eigenlijk dat mevrouw
Bikker het het perfectst samenvatte: draagvlak, duidelijkheid en
doorpakken. Mevrouw Bikker staat bekend om haar goede quotes. Ik proefde
dus heel veel positiviteit in alle gesprekken die ik heb gezien. Dit
staat even los van de verschrikkelijke verhalen die ik ook heb gehoord.
Over het algemeen is er veel positiviteit, veel mouwen opstropen en veel
draagvlak. Dat draagvlak moeten we wat mij betreft verbreden. Ook heb ik
wel een roep om duidelijkheid en om doorpakken gehoord. Ik zeg er wel
meteen bij dat het kabinetsbesluit pas in december genomen is. We hebben
natuurlijk een kabinetswissel gehad. Geef ons dus ook even respijt om
dit te gaan uitvoeren. Maar het ongeduld dat mevrouw Bikker heeft, heb
ik zeker ook en ik denk velen van u. Dat was de inleiding,
voorzitter.
Dan gaan we naar het kopje algemeen en NPRD-proces. Dat is wel een mooie
om mee te beginnen. De heer Van Dijk stelde de vraag wat de relevantie
en de noodzaak van het NPRD zijn. In het verlengde hiervan stelde de
heer Boon de vraag hoe we rekening houden met het dreigingsniveau. Ook
mevrouw Jagtenberg deed dat. Het is inderdaad zo dat het NPRD — een
aantal van u heeft het ook al gezegd — rekening houdt met de
2%-investering. Zoals u weet, is er vorig jaar besloten dat er een extra
investering gaat plaatsvinden richting 3,5%. Het kabinet heeft dat ook
bekrachtigd. Dat wil niet zeggen dat we gaan verdubbelen, helemaal niet
zelfs. De verwachting is dat we redelijk binnen de kaders kunnen
blijven. Wel is het goed om te realiseren dat we op dit moment nog
uitvoering geven aan de 2%. Wellicht komen er hier en daar nog
aanvullingen in de loop van de tijd, maar we zien er nu geen verandering
in voor op de korte termijn. Niemand weet echter hoe de wereld er over
drie of vier weken uitziet. Wij zullen hier dus altijd scherp op
blijven. We zullen u hier ook nauw in meenemen. Maar op dit moment zijn
we de 2% aan het uitvoeren. Die opgave is al heel erg groot en zal al
heel veel ruimte bieden voor wat we als Defensie op dit moment nodig
hebben in de legering, in het oefenen en noem maar zo op.
Mevrouw Bikker, maar ook de heer De Groot en mevrouw Nanninga vroegen om
een soort planning. Hoe gaat het er concreet uitzien? Dat is een
terechte vraag; die zou ik ook stellen. We hebben hierover in december
natuurlijk meerdere debatten in de Kamer gehad. Wat is de wens en
behoefte? We hebben uiteindelijk, na een vrij zorgvuldig proces,
besloten: dit zijn de locaties waar Defensie ruimte nodig gaat hebben om
klaar te zijn voor de toekomst. Dat is eigenlijk één groot programma
geweest. Nu zijn we eigenlijk op het punt gekomen dat we dat grote plan
moeten gaan vertalen naar lokale plannen.
Ik hoorde de heer De Groot zeggen dat hij geen versnippering wil. Ik
snap wat u bedoelt, meneer De Groot, maar ergens wil ik wél een
versnippering. Sommige plannen kunnen namelijk sneller gaan en andere
misschien juist vertragen of wat dan ook. Maar wat de heer De Groot,
denk ik, bedoelde — maar ik wil hem geen woorden in de mond leggen — is
dat we als Rijksoverheid in samenhang moeten gaan kijken. Dan gaat het
over vraagstukken rond bijvoorbeeld stikstof, bereikbaarheid of
woningbouw. We moeten dat wel zo integraal mogelijk doen. Maar
uiteindelijk zullen de plannen wel veel regionaler worden opgeknipt. Zo
kan je zorgen voor iets meer maatwerk op die locaties waar de
uitdagingen soms net iets specifieker of anders zijn dan op een locatie
verderop. Op die manier kan je ook iets meer versnellen. Op dit moment
zijn we drukdoende met het vertalen van het NPRD naar allemaal regionale
plannen. Het doel is dat we eind dit jaar roadmaps — ik had even geen
ander goed woord — aan jullie kunnen presenteren waarin we gewoon heel
duidelijk de tijdsplanning aangeven en zo veel als mogelijk kijken wat
de koppelkansen zijn, zodat jullie, maar ook ikzelf, veel meer de vinger
aan de pols kunnen houden.
Mevrouw Piri vroeg eigenlijk in het verlengde daarvan hoe het nou
bijvoorbeeld zit met natuurcompensatie. Naast stikstof, netcongestie en
de woningbouwopgave spelen natuur en de compensatie daarvan een rol. Het
zou natuurlijk dom zijn als we dat niet integraal aanpakken. Er zijn
inderdaad heel veel plekken … We hebben de kazernelocaties in Nederland
er een beetje op uitgezocht. Die zitten allemaal in gebieden waar de
stikstofdruk vrij hoog is, maar waar we ook wel een natuuropgave hebben.
Tegelijkertijd is er ook wel weer een kans voor Defensie om daar een rol
in te spelen, om te kijken of we ervoor kunnen zorgen dat we, naast dat
de kazerne up-to-date is, de natuur daar verbeteren en herstellen, wat
ook kan bijdragen aan het versneld krijgen van stikstofvergunningen. We
kijken er dus heel nadrukkelijk naar dat we alle vraagstukken daarin
meenemen. Dat doen we versnipperd, namelijk in kleine regio's, maar wel
echt integraal.
Die roadmaps krijgen jullie dus eind dit jaar. Het idee is dat we daarna
twee keer in het jaar, bij de Stand van Defensie, uw Kamer informeren
over de voortgang van de verschillende projecten. Dat is al een
gebruikelijke systematiek. Dan zal er ook gelegenheid zijn om daarover
verder in gesprek te gaan.
Gesproken over integraal en over goede samenwerking met medeoverheden:
mevrouw Jagtenberg kwam met het voorbeeld van A tot Z, Amersfoort tot
Zeist. Toevallig ben ik daar vorige week geweest. Ik was niet alleen; we
hadden een hele touringbus vol. We zijn daar inderdaad rondgereden. Ik
denk dat dat een voorbeeld is dat zeker inspirerend is en dat zeker
navolging verdient. Gelukkig heb ik wat ik in Utrecht heb gezien,
eigenlijk verspreid door heel Nederland gezien, van Brabant tot
Friesland, Drenthe en Flevoland: echt een hele nauwe samenwerking tussen
provinciale overheden, gemeentelijke overheden en de landelijke
overheid. Nogmaals complimenten voor hoe die samenwerking verloopt. Ik
weet dat ook andere ministeries kijken hoe Defensie dit proces heeft
doorlopen, omdat we natuurlijk veel meer ruimtelijke opgaves hebben. Dat
gaat dus goed.
Ten slotte in dit blokje. De heer Van Dijk had een vraag gesteld: hoe
kijkt u naar oefenen in het buitenland? Ons doel is toch om het zo veel
als mogelijk in het binnenland te doen. Waarom? Omdat we een andere
opgave hebben. Later deze week zal ik met u in debat gaan over
personeel. We zien gewoon dat trainen binnen de Nederlandse grenzen goed
is voor het kunnen werven en kunnen behouden van militairen. We doen al
heel veel in Duitsland, de VS en Scandinavië. Dat zal zeker zo blijven,
maar we willen ook rekening houden met de werkdruk van de militairen,
zodat we niet nog meer gaan eisen dan we nu al doen. We proberen dat dus
eigenlijk zo veel mogelijk binnen Nederland te behouden.
De heer Boon (PVV):
Oefenen binnen Nederland vind ik heel erg goed. De PVV heeft al meerdere
malen geprobeerd om onze tanks in Nederland gestationeerd te krijgen.
Dat is helaas niet gelukt, maar is de staatssecretaris wel bereid om te
kijken of er incidenteel in Nederland met tanks geoefend kan
worden?
Staatssecretaris Boswijk:
Ik kan mij herinneren dat de heer Boon zelfs een tank op een rotonde
wilde hebben ergens. Nou, ik ben een groot fan van de Leopard 2A8, die
wij gaan krijgen. Ik denk alleen dat de beelden die we graag zien niet
leidend moeten zijn — want dan nemen we soms de verkeerde besluiten —
maar wat uiteindelijk de beste omstandigheden zijn voor onze militairen
om te kunnen oefenen. Bij een Leopard speelt het in stand houden, het
onderhoud en het uitwisselen met de Duitsers ook mee. Zeg ik daarmee dat
er nooit een Leopard naar Nederland komt zodra we de Nederlandse
Leopards hebben? Dat zeg ik niet, maar ik denk dat het zwaartepunt toch
wel vooral bij het buitenland zal liggen, omdat daar de ideale
omstandigheden voor onze militairen zijn.
De voorzitter:
Er is geen vervolgvraag.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan kom ik bij het onderdeel knelpunten en koppelkansen. Er zit een
beetje overlap in, omdat knelpunten ook met processen te maken hebben.
Eigenlijk iedereen vroeg hiernaar. We hebben natuurlijk grote opgaven:
woningnood, stikstof, netcongestie en de natuuropgave. Het zou
natuurlijk heel dom zijn als wij dat, zeker als rijksoverheid, allemaal
versnipperd gaan doen. We bekijken die opgaven echt integraal. In het
belang van het behoud van draagvlak, lijkt het ons niet verstandig om …
Ik geloof dat mevrouw Wiersma een heel pleidooi voor de PAS-melders
hield. Dat is, denk ik, geheel terecht. Ik ben op de hoogte van de
schrijnende situatie waar veel boerengezinnen al jaren in zitten. Het
lijkt ons niet verstandig om dan te gaan voordringen. Het lijkt ons veel
duurzamer om een goed integraal plan neer te leggen met ook draagvlak in
de omgeving. Dat wil natuurlijk nooit zeggen dat je dan iedereen
meekrijgt, maar we willen wel een integraal en zo transparant mogelijk
plan neerleggen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik noemde in mijn bijdrage al het slepende verhaal over Herwijnen. Het
is altijd een afweging. Ik begrijp dat het kabinet graag met alle
belangen rekening wil houden, maar er moet natuurlijk ook een keer wat
gebeuren. Hoe gaan we voorkomen dat het weer verzandt in eindeloos veel
procedures, inspraak, tegenspraak en "moeilijk, moeilijk", zeker omdat
voor Defensie geldt dat bepaalde elementen vragen om een heel specifiek
terrein? Je kan bij wijze van spreken op heel veel plekken een azc
neerzetten, maar je kan niet overal een radarinstallatie neerzetten.
Daarvoor moet een terrein aan heel specifieke eisen voldoen. Dat is dus
ook veel schaarser. Waar ik eigenlijk naar op zoek ben, is een soort
prioriteitenladder van de staatssecretaris. De titel van het
rapport-Remkes luidde al: Niet alles kan. Er moeten gewoon knopen worden
doorgehakt, die misschien niet altijd lekker vallen bij iedereen.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik wil niet zeggen dat we iedereen te vriend gaan houden en dat ieders
belangen honderd procent worden geaccommodeerd, want dat kunnen we niet
overal waarmaken. Sterker nog, een aantal mensen zien dat het belang van
defensie nu voor dat van hun bedrijf of gezinsleven gaat. Dat is de
schrijnende situatie waar ik net mee begon. Dat kunnen we niet wegnemen.
Wij willen niet generaliseren en zeggen dat we overal ellebogenwerk gaan
doen, omdat dat het draagvlak voor onze krijgsmacht ondermijnt. Ik wil
dat dat draagvlak niet alleen afhangt van de actualiteit in de wereld,
namelijk dat het gevaarlijk is en dat we de krijgsmacht nodig hebben,
maar dat het duurzaam is. Laten we hopen dat er snel weer vrede op deze
aarde komt en dat er dan nog steeds draagvlak voor onze krijgsmacht
is.
Er is natuurlijk wel een mogelijkheid dat wij politiek af en toe eens
een keer een besluit zullen nemen zoals we vorig jaar in het kader van
de schietbaan hebben gedaan en dat we zeggen: we vinden het zo
belangrijk dat we kunnen oefenen en trainen; hier gaan we het wel doen.
De wet op de gereedstelling gaat ons ook een aantal mogelijkheden geven
om procedures sneller te doen of in te korten. Toch vind ik niet dat je
die mogelijkheid altijd maar zo moet gebruiken als je die hebt. Ik denk
eerlijk gezegd ook — dat is ook uit mijn bezoeken gebleken — dat wij
sommige beperkingen een beetje zelf opleggen. Als jij procedures achter
elkaar gaat plannen en je pas begint met de eerste procedure als jij
alle informatie voor de laatste procedure hebt waarvan ik zou denken
"misschien moeten we daar al mee beginnen", dan zit daar misschien een
gat tussen. Maar als het sneller gaat dan gedacht, dan krimpt dat veel
meer in.
Ik vertaal het weleens naar mijn privésituatie. Negen jaar geleden ging
ik een huis bouwen. Ik heb heipalen besteld terwijl ik nog geen
vergunning en geen financiering had, en terwijl het perceel niet op mijn
naam stond. Ik dacht: desnoods heb ik twintig heipalen over, maar het
gaat mij niet gebeuren dat ik straks alles heb behalve heipalen. Zo
zouden wij als overheid ook veel meer moeten opereren. Ik zie daar
eerlijk gezegd veel meer kansen en mogelijkheden dan wanneer we in alle
rijtjes gaan voordringen. Die mogelijkheid moet er zijn als de nood aan
de man is, maar omwille van het draagvlak kun je dat niet oneindig gaan
gebruiken, want dat krijg je dan toch weer terug.
De voorzitter:
Staatssecretaris, mag ik u vragen kort en bondig te antwoorden? Ik vind
het voorbeeld van de heipalen mooi, maar zo gaan we 18.00 uur niet
halen, ben ik bang. Er is nog een vervolgvraag van mevrouw
Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik denk dat de staatssecretaris en ik elkaar goed begrijpen. Mijn
grootmoeder zaliger zei altijd: beter mee verlegen dan om verlegen. Dan
had zij het meestal over papieren zakdoekjes en niet over heipalen, maar
dat terzijde. Het principe geldt. Ik denk dat wij elkaar goed verstaan.
JA21 staat ook helemaal niet voor overal dwars doorheen Defensiedingen
doordrukken, maar deze assertiviteit is denk ik van een goed niveau. Ik
zou willen zeggen: hou dat vast, ook als er straks gesproken moet worden
over stikstofruimte en als er inspraak bij komt kijken. Inspraak is een
groot goed, maar zeker bij die heel specifieke toepassingen van de
schaarse ruimte in Nederland voor Defensie zou ik willen meegeven daar
toch assertief op te zijn.
Staatssecretaris Boswijk:
Helemaal eens. Dan had ik nog een vraag over …
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik wil nog even hierop doorgaan, omdat het voorbeeld van de radar bij
Herwijnen een paar keer is genoemd als zou dat exemplarisch zijn voor
allerlei traagheid. Maar moeten we niet constateren dat juist omdat
burgers en decentrale overheden in de voorfase niet voldoende zijn
meegenomen, we dat achteraf zwaar hebben moeten betalen met vertraging?
Het zit niet altijd in procedures, maar is deze casus niet juist een
aanmoediging om heel veel te investeren in het voortraject?
Staatssecretaris Boswijk:
Ik denk inderdaad dat heel veel van wat de afgelopen jaren is gebeurd nu
gaat bijdragen aan het sneller uitwerken. Alles staat of valt natuurlijk
met vertrouwen en transparantie. Zoals ik al zei: tot nu toe heb ik heel
positieve beelden hierbij. Het is onze bedoeling om die positiviteit te
behouden. We gaan echt op een creatieve manier bekijken hoe we Defensie
kunnen borgen, meer dan alleen maar "hé, er komt een kazerne met een hek
eromheen". We gaan ook naar het lokale mkb kijken bijvoorbeeld. Maar er
is geen one-size-fits-all. Je moet dit per locatie bekijken. Ik kan wel
zeggen dat de lokale bestuurders goed hun best hebben gedaan. Dat ging
van krentenbrood in Staphorst tot suikerbrood in Friesland en vlaai in
Weert. Ik ben al een paar kilo aangekomen de afgelopen twee weken.
Dan over stikstof nog even specifiek. Zoals u weet, vinden wij dit een
opgave die we integraal moeten aanpakken. We hebben nu de Ministeriële
Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Ik heb meteen in de eerste week
een outreach gedaan naar de minister van LVVN om op dit onderwerp heel
nauw samen te werken, niet alleen ambtelijk, maar ook bestuurlijk. Die
wil is er ook echt. We zien allemaal: jij hebt geen succes als ik het
ook niet heb. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de staatssecretaris van KGG
als het gaat over netcongestie. Dat gaat vooralsnog hartstikke
goed.
Dan over de civiele aansluiting op het wegennetwerk. Het is inderdaad
waar dat op dit moment in de plannen het geld geregeld is voor de
kazerne en de aansluiting op de openbare weg. We weten natuurlijk dat
bepaalde kazernes en opslagen effect zullen hebben op het wegennetwerk,
lokaal, provinciaal en zelfs op rijksniveau. Wij zijn in goed en nauw
overleg met IenW hierover. Ik heb uw wensen in de Kamer gehoord. U kent
ook de dilemma's. Daar zijn we as we speak mee bezig. Wij staan in nauw
contact. We hopen hier binnenkort iets meer over te kunnen vertellen aan
jullie, maar de gesprekken met onder andere IenW zijn op dit moment
bezig. Zoals u weet, is het delen in schaarste, dus wij moeten hier ook
gewoon goed naar kijken.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de staatssecretaris voor de toelichting. Ik heb een vraag over
infra en mogelijke koppelkansen. Als het MIRT-proces gebruikt zou worden
voor Defensie-infra-investeringen, ziet de staatssecretaris dan ook de
potentie om daar een versneld proces — populair gezegd een fast track —
voor in te richten, zodat we op tijd onze Defensieopgave kunnen
realiseren?
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, maar tegelijkertijd wil ik er niet helemaal op vooruitlopen.
Inderdaad, ik ken het MIRT-proces nog uit de tijd dat ik provinciaal
actief was. Daar kun je zowel heel blij van worden als vier jaar later
heel ongelukkig, omdat het ineens weer verdwenen is. Ik ken dus de
ingewikkeldheid ervan. En ja, bepaalde vraagstukken hebben heel veel
prioriteit en bepaalde vraagstukken voor Defensie gaan echt pas op de
hele lange termijn spelen. Je hebt daar dan iets meer de ruimte voor. Ik
wil de Kamer dus vragen om ons even iets meer tijd te geven om te
bekijken wat dit voor de tijdplanning gaat doen, wat de schaarsteopgave
van IenW is, wat de hoogste prioriteiten zijn en — daar komt-ie weer —
welke koppelkansen er zijn. Wat kunnen wij als Defensie versnellen of
vertragen? Dat kun je bijvoorbeeld samendoen met de woningbouwopgave in
de omgeving. Dat gesprek vindt as we speak plaats. Zowel mijn collega
Karremans als ik zitten er nog maar net. We zijn heel hard bezig om te
bekijken hoe we dit met elkaar kunnen zwaluwstaarten en hoe we hier
slimme combinaties in kunnen maken. Maar goed, de wens van de Kamer is
vrij duidelijk.
De voorzitter:
Oké, de staatssecretaris vervolgt.
Staatssecretaris Boswijk:
Het is mooi om te zien hoe Defensie verbindt, want D66 vroeg om
uitvoering van een motie van de BBB ... Nee, excuus, van de SGP, al zou
dat eerste ook mooi zijn. De motie gaat over de 1,5%. Hoe verhoudt dit
zich onder andere tot de infrastructuur? Op dit moment vindt er een
inventarisatie plaats onder leiding van de NCTV, omdat de NCTV het heel
grote thema weerbaarheid coördineert. Daar valt die 1,5% onder. Dat
traject is echt net begonnen, dus ik kan daar op dit moment nog niet
veel meer over melden dan dat de motie nog moet worden uitgevoerd en wij
daar op dit moment mee bezig zijn. Zo snel als het kan, zullen we u daar
een terugkoppeling op geven.
Dan gaan we naar het stukje over drones. Het is duidelijk dat uw Kamer
recentelijk een bezoek heeft gebracht aan Oekraïne. We weten dat helaas
60% tot 80% van de slachtoffers in de oorlog in Oekraïne valt door
middel van drones. U heeft hier ook het een en ander over kunnen lezen
in Kamerbrieven en de media. Defensie is hier heel hard mee bezig, onder
andere op economisch gebied. Ik denk dat we een heel mooi netwerk aan
bedrijven op dit terrein hebben, waarmee onze krijgsmacht ook heel nauw
samenwerkt om te zien hoe de innovaties heel snel kunnen worden
geïmplementeerd. We zijn natuurlijk ook aan het bekijken hoe we die
innovatie en implementatie van drones het beste ruimtelijk kunnen
inpassen. Daar is uw Kamer ook over geïnformeerd door middel van een
Kamerbrief van 23 maart. Een enkeling van de leden heeft daar ook aan
gerefereerd. Op dit moment zijn we ermee bezig om zo veel mogelijk
verruiming te zoeken waar mogelijk. De Wet op de gereedstelling is een
van de initiatieven die op dit moment wat meer ruimte zou moeten
geven.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank. Was dit de beantwoording aangaande drones? Zo ja, dan miste ik nog
wat. Of komt dat nog? Ik had de staatssecretaris namelijk nog gevraagd
naar de aanpassingen in de luchtvaartveiligheidsregels, waardoor er meer
ruimte komt voor trainingen met drones, wanneer die daadwerkelijk zijn
gerealiseerd. Ik wil liefst een zo concreet mogelijk antwoord. Ook vroeg
ik de staatssecretaris of hij, al dan niet vertrouwelijk, de Kamer
periodiek kan rapporteren over de voortgang van pilots in onder meer
Valkenburg, Marknesse en andere locaties, want die ontwikkelingen gaan
snel. Er is ook snel meer ruimte voor nodig, denk ik.
Staatssecretaris Boswijk:
Inderdaad, u heeft die vraag gesteld. Veel antwoorden vindt u in de
brief van 23 maart, met de knelpunten en de mogelijkheden. Ik zou u
kunnen aanbieden dat we voor de zomer uw Kamer een briefing aanbieden
specifiek met betrekking tot drones, de implementatie en de
samenwerking. Ik moet even bekijken in hoeverre dat vertrouwelijk moet.
Dat kan ik op dit moment even niet vertellen, maar we kunnen uw Kamer
hier prima een briefing over aanbieden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Onder meer ikzelf, maar ook mijn collega van D66 — we zetten de
samenwerking nog even door — had het niet alleen over ruimte voor
oefenen et cetera, maar ook over de slagen die er nog gemaakt kunnen
worden op het gebied van nauwere samenwerking met civiele partners,
kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Komt de staatssecretaris daar
nog op terug?
Staatssecretaris Boswijk:
Zeker. Ik heb hier nog een laatste blaadje. We werken echt heel nauw
samen op dit gebied. Ik denk dat er een heel ecosysteem is rond drones
en de samenwerking met zowel kennisinstellingen als innovatieve
bedrijven. Dat gaat niet alleen om het fysiek maken van drones, maar ook
over de software en kunstmatige intelligentie. Ik durf toch wel te
stellen dat wij als klein landje tot de wereldtop behoren. Hoe komt dat?
Enerzijds is dat een combinatie van een redelijk overzichtelijk land
zijn en nauwe samenwerkingen hebben tussen de overheid,
onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Wat ook meewerkt, is dat wij
ook een van de meest betrouwbare en grootste donoren aan Oekraïne zijn.
Dat zorgt ook voor de nodige kennisuitwisseling. Denk bijvoorbeeld aan
Oekraïense bedrijven die vaak hierheen komen en Nederlandse bedrijven
die daar hun werk doen. Er gebeurt dus echt heel veel op dat terrein. Ik
denk dat een briefing er wellicht bij kan helpen om dat nog concreter te
maken.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Het is misschien een leuke persoonlijke anekdote: ik kom oorspronkelijk,
hiervoor, bij mijn vorige werkgelegenheid, uit het ecosysteem van
drones. Ik hoop die nauwe samenwerking ook te zien, maar eigenlijk, zeg
ik uit mijn ervaring, kan het nog veel beter. Ik heb toch vaak gezien
dat Defensie heel vaak praat over het belang van drones en het belang
van samenwerking, maar dat Defensie dat doet in eigen Defensieonderdelen
en het over het ecosysteem heeft, maar het niet samen met het ecosysteem
doet. Dat zou ik dus toch wel willen meegeven voor die technische
briefing waar u het over had. Kunt u dat meenemen?
Staatssecretaris Boswijk:
Dat wist ik natuurlijk, dus het zweet breekt me uit, maar ik kan mevrouw
Jagtenberg daar wel enigszins in geruststellen. Kijk, we zijn nog niet
op het niveau waar we willen zijn. Dat zullen we ook nooit zijn, omdat
de innovatie altijd door blijft gaan. Tegelijkertijd, en dat past niet
helemaal bij dit debat, is een van de punten in het coalitieakkoord dat
10% van het Defensiebudget naar innovaties toe moet. We willen een soort
DARPA-achtig agentschap waarin we heel nauw samenwerken en het niet
alleen hebben over ambities, maar die ook praktisch vertalen naar de
OPCO's. Ja, innovatie is op dit moment nog te veel versnipperd, maar we
zijn het nu allemaal heel snel bij elkaar aan het brengen: "Wat gebeurt
er al? Wie doet wat? Hoe kunnen we het versterken? Wat kan het
bedrijfsleven daarin betekenen?" Ik erken dus dat we nog niet op het
niveau zijn waar we willen zijn, maar alle losse puzzelstukjes zien er
heel veelbelovend uit. Het idee is ook wel dat dit onderdeel helemaal
uitgewerkt is voor de zomer, wanneer we de Defensienota gaan
presenteren. Ik denk dat we daar bij de briefing het meeste over kunnen
melden als we die daar zo dicht mogelijk op plannen.
Het gaat overigens veel verder dan het produceren van drones; het gaat
ook om fysieke ruimte om te kunnen oefenen en om samenwerken met
opleidingsinstellingen om dronepiloten te kunnen opleiden. Daar hebben
we recent natuurlijk al het een en ander over gedeeld in de media. Ik
denk dus dat we de Kamer daarin nog best wel positief kunnen verrassen,
maar ik zeg daar ook meteen bij: alle ideeën vanuit de Kamer en van
mensen uit de praktijk zijn natuurlijk altijd welkom.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik had natuurlijk een vraag gesteld over die professionele militaire
oefengebieden voor de drones. Ik vond dat de staatssecretaris heel kort
door de bocht zei "we zijn even aan het kijken hoe we daar iets meer
ruimte voor kunnen vinden", maar we weten natuurlijk van de situatie in
Oekraïne dat als je "in de praktijk" — zo noem ik het maar even — wilt
oefenen, onder gevechtsomstandigheden, je misschien wel een lange
vuurlinie moet simuleren. Dan praat je over oefengebieden van misschien
wel 10 kilometer bij 10 kilometer. Ik zie ze niet direct in het
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie staan, dus ik ben daar
eigenlijk wel naar op zoek. Via u, voorzitter, wilde ik toch echt aan de
staatssecretaris vragen of hij nog gaat komen met een ander gebied of
een combinatie van gebieden. Wordt daarnaar gekeken? Daar zou ik hem toe
willen oproepen.
Staatssecretaris Boswijk:
Dat heeft de heer De Groot terecht gezegd. Er wordt wel al op kleine
schaal op militaire terreinen geoefend en we doen het ook al op civiele
terreinen, maar los van het NPRD wordt er op dit moment ook gekeken hoe
we op dit gebied meer ruimte en slimmere combinaties kunnen maken. Daar
zijn we op dit moment ook mee bezig, dus die oproep is terecht.
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Excuus, ik ga verder. Dan was er nog de vraag van de heer Van Lanschot
wat onze reactie is op het pleidooi van Natuurmonumenten over
natuurontwikkeling en strategische aankoop. Dat past eigenlijk helemaal
bij de integrale gedachte. Overigens is Natuurmonumenten niet de enige
partij, met alle landschappen die ons land rijk is. Er is ook
Staatsbosbeheer. Wij gaan inderdaad kijken wat ons Defensiebelang is,
wat ons belang is om dit zo snel mogelijk te kunnen realiseren; dat is
natuurlijk afhankelijk van waar de Defensielocatie gesitueerd is en van
de grondeigenaren eromheen. Daar zal je bijvoorbeeld natuurcompenserende
maatregelen voor moeten nemen, afhankelijk van welke partij daar dan
omheen zit. Dat zullen we dan ook in nauw overleg doen. Wij weten ook
dat natuur en Defensie een hele goede combinatie zijn, omdat je in
sommige gebieden eigenlijk gewoon helemaal geen mensen wilt hebben; dat
is voor dieren en insecten goed nieuws. We hebben, geloof ik, sinds kort
ook de rouwrandvlinder. Ik vond het geen hele opbeurende naam. Die waren
we heel lang kwijt; die is weer terug dankzij Defensie. Dat is toch
mooi.
Wij kijken dus naar echte koppelkansen, ook op dit gebied, niet alleen
omdat wij beschermen wat ons dierbaar is — dat zijn dus ook de meest
kwetsbaren; lees: de natuur — maar ook omdat het gewoon nodig is om de
vergunningen op het gebied van stikstof rond te krijgen. Daarmee
beantwoord ik, denk ik, ook meteen de vraag van mevrouw Piri, die daar
eigenlijk ook naar vroeg: hoe kijken jullie naar slimme combinaties om
enerzijds Defensie te versterken, maar ook de natuuropgave in Nederland
te versterken? We kijken inderdaad hoe we dat slim kunnen doen. Dat doen
we zeker.
Excuus, ik dacht dat er een interruptie was. Ik moet ook gewoon naar de
voorzitter luisteren. Dat was ook de vraag van mevrouw Ten Hove. Ze
onderstreepte dat we snel van het stikstofslot af moeten en vroeg of er
geen plan B is. Nee, er is niet overal een plan B voor. Tegelijkertijd
denk ik ook wel dat we op het punt van stikstof als Defensie best wel
een positieve bijdrage kunnen leveren. Ik zeg er niet meteen bij dat het
makkelijk wordt, maar ik was bijvoorbeeld in de omgeving waar ook
mevrouw Bikker van de week is geweest. Daar staan de provincie en de
gemeente echt te springen, zo van: we hebben een plan liggen; willen
jullie alsjeblieft meedoen? Ik moet dat zelf nog goed bekijken. Ik heb
het plan gekregen, maar ik moet het zelf nog even beoordelen en dat ook
goed afstemmen met LVVN. Maar ik zie wel degelijk mogelijkheden om hier
snelheid te kunnen gaan maken.
Voorzitter. Dan het blokje omwonenden en compensatie. Een vraag die door
velen, onder anderen door mevrouw Jagtenberg, is gesteld, is: hoe worden
de omwonenden op de hoogte gehouden van de veranderingen en de mogelijke
overlast? Waar de overheid er vroeger altijd voor koos om alles helemaal
tot achter de punt en de komma's definitief te hebben en het dan pas
naar buiten te brengen, waardoor soms de indruk werd gewekt dat alles al
bekokstoofd was en omwonenden niks meer te zeggen hadden, heeft Defensie
er bij het NPRD heel nadrukkelijk voor gekozen om al in een heel vroeg
stadium te communiceren over de wensen, mogelijkheden en eisen. Het
vindt dus eigenlijk andersom plaats. Het nadeel daarvan is alleen dat
voor omwonenden, die soms werden overvallen door deze behoefte, de
onzekerheid nu heel lang duurt. Dat snap ik ook. Tegelijkertijd is
destijds — terecht, denk ik — de keuze gemaakt om zo snel mogelijk de
behoefte neer te leggen. Het nadeel is alleen dat je nog niet alle
details weet.
Inmiddels weten we die wel, na het kabinetsbesluit van afgelopen
december. Van de omwonenden die ik heb gesproken, waren veruit de
meesten positief, maar er waren dus ook mensen echt ontevreden. Het
heeft grote impact op sommige levens. Tegelijkertijd moet ik wel
nogmaals zeggen dat de gemeentes, provincies en rentmeesters die ik daar
heb gesproken, echt hun best doen om de lijnen van het contact zo kort
mogelijk te houden en zo veel mogelijk te communiceren. Gebeurt dat
overal voldoende? Niet volgens iedereen, zeg ik er ook meteen bij. Dat
is voor ons ook de reden om daar altijd scherp op te blijven. Maar
overall genomen ervaar ik wel dat Defensie dicht op de bal zit. Dat
zullen we ook moeten blijven doen. Dit is een proces dat voorlopig
natuurlijk gewoon aan de gang zal blijven. Overigens zullen wij als
Defensie ook als de kazernes klaar zijn, moeten blijven communiceren
over wat we aan het doen zijn, waarom we dat doen enzovoort.
Mevrouw Dobbe stelde een vraag over de compensatieregeling en de
uitwerking van het begrip "ruimhartig". Het is een beetje een
technocratisch verhaal, maar ik moet het zo houden: compensatie voor
direct geraakten — dat gaat over bedrijven, maar ook over gezinnen — is
gebaseerd op een volledige schadeloosstelling. Naast alle
vermogensschade gaat het dus ook om inkomensschade. "Ruimhartig" werd
opvallend genoeg door mensen soms ook juist als "een beetje een dode
mus" opgevat. Wat is nou "ruimhartig"? We wekken soms de indruk dat het
zo ontzettend veel is, maar we hebben ook gewoon een beperking, namelijk
dat de overheid niet iedereen oneindig mag compenseren, want die moet
iedereen gelijk behandelen.
Het verlies dat mensen niet alleen ervaren, maar dat gewoon fysiek ook
zo is — je bedrijf gaat weg van een plek waar je niet weg wil —- kun je
onmogelijk helemaal financieel compenseren. Wij zorgen dat we voor de
economische schade en alle randschade die daarbij komt, doen wat nodig
en mogelijk is. Het ruimhartige zit 'm er ook vooral in dat we verder
kijken dan: hier komt een zak geld. We bekijken ook echt hoe we mensen
kunnen helpen aan perspectief. Dat woord hoorde ik ook van veel mensen.
Zij willen gewoon duidelijkheid hebben, ze willen weten waar ze aan toe
zijn en ze willen weten naar welke plek ze toe kunnen. We hebben dus ook
tegen de rentmeesters gezegd: joh, geef dit de hoogste prioriteit, ga
overal in het land kijken waar mogelijkheden zijn. Ik zeg tegelijkertijd
meteen: het is ontzettend complex, omdat we natuurlijk een enorme opgave
hebben. Dat heb ik ook tegen de mensen gezegd toen ik bij ze aan tafel
zat, zowel in Zeewolde, dus in Flevoland, als in Drenthe. Mevrouw
Wiersma refereerde net al aan de PAS-melders en de hele
stikstofdiscussie. Dat loopt er ook doorheen. In die hele complexe
puzzel moet je een alternatieve locatie vinden voor deze gezinnen.
Ik ga geen beloftes doen die ik niet kan waarmaken. We hebben dus gezegd
dat we ons maximaal gaan inspannen en dat we de randen van de regeltjes
gaan opzoeken, maar je zult nooit de pijn die mensen ervaren helemaal
kunnen weghalen. Dat is ook gewoon het eerlijke antwoord. Ruimhartigheid
zoeken wij als overheid dus vooral in meer doen dan mensen kunnen
verwachten, maar helaas zal dat niet altijd genoeg zijn.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter ...
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, mevrouw Dobbe was eerst. Daarna mag u.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank aan de minister voor deze beantwoording. Kijk, ik snap dat het een
ingewikkeld proces is. Daarom hebben we, in de aanloop hiernaartoe, in
het ontwerp van dit plan zo veel aandacht eraan besteed als commissie.
Daarom is er ook Kamerbreed een motie aangenomen om "ruimhartig" geen
dode mus en geen vaag begrip te laten zijn waarmee je mensen het bos in
stuurt omdat het verder niks meer betekent. De Kamer heeft juist
gevraagd om het uit te werken en te laten zien wat het heel concreet
betekent, welk proces je met mensen doorloopt en wat zij kunnen
verwachten.
Het is heel goed dat deze staatssecretaris op plekken is geweest om met
mensen te spreken. U weet wel ongeveer wat hij in Zeewolde heeft
gehoord. Daar zijn de overwegingen echt niet allemaal positief. Daar
zitten mensen ook al heel lang in onzekerheid. Hetzelfde geldt voor de
Weerterheide. Daar beschrijven mensen bijvoorbeeld dat de schade die ze
lijden niet alleen fysiek is door het verlies van bedrijf en huis, maar
dat er ook schade is door het feit dat ze al zo lang in onzekerheid
zitten en dat ze investeringen hebben uitgesteld. Sommigen hebben echt
ziekteklachten van die onzekerheid.
Daarom hebben wij als Kamer de behoefte uitgesproken dat we willen weten
wat het betekent voor die nevenschade die mensen lijden. Daar hebben wij
gewoon geen concreet antwoord op gehad, want die motie is niet
uitgevoerd. Mijn vraag is dan: is deze staatssecretaris bereid om die
motie alsnog uit te voeren? In die motie stond natuurlijk "voordat dit
plan definitief wordt". Zou hij die motie zo kunnen interpreteren dat
hij zorgt dat hij zo snel mogelijk weer naar ons toe komt, zodat we
weten wat het precies betekent?
Staatssecretaris Boswijk:
Mevrouw Dobbe hoeft niet te vertellen hoe de mensen zich voelen. Een van
de bewoners die ik sprak, zei: ik heb mijn man al een jaar lang niet
meer horen zingen. Zoals ik in mijn eerste antwoord ook al heb gezegd,
ben ik me er terdege van bewust dat het niet alleen om economische
schade gaat. Sterker nog, die is vaak ondergeschikt. Het gaat vooral om
emotionele schade. De schade betreft op dit moment de onzekerheid. Ik
ben wel van mening dat wij de motie uitvoeren. Wij doen het maximaal
mogelijke om hen financieel te compenseren en wij doen nog meer dan
mogelijk is door zo snel mogelijk perspectief te bieden. We hebben
rentmeesters aangewezen en die gaan zo snel mogelijk bij deze mensen
langs. Die gesprekken vinden nu plaats. We gaan kijken of en hoe snel we
alternatieve locaties kunnen vinden. Ik heb ook ingekleurd hoe groot de
complexiteit is. Afgezien van het emotionele deel is het ook geen
kwestie van: we pakken het bedrijf op en zetten het ergens anders neer,
want het past daar precies. Nee, een koeienbedrijf in Flevoland op
kleigrond is wat anders dan een bedrijf in een veenweidegebied. Het is
echt een stuk complexer. Wij doen dus echt het maximale. Ik denk dat de
winst er vooral in zit om de onduidelijkheid zo kort mogelijk te laten
bestaan en zo snel mogelijk perspectief te bieden. Mevrouw Dobbe mag mij
erop aanspreken dat ik daar bovenop moet zitten.
Om aan te geven dat ik het als staatssecretaris zelf ook belangrijk
vind, was dit een van mijn eerste bezoeken. Ik ben als eerste
langsgegaan bij de mensen bij wie wij vooral leed veroorzaken, omdat ik
zelf ook zie dat wij hiervoor een verantwoordelijkheid hebben, maar ik
ga het ook niet mooier maken dan het is. Ik heb geen toverstaf. Ik heb
mij te verhouden tot de wet- en regelgeving die we in dit land hebben
afgesproken. Ik zoek daarin echt de randen op. Ik denk dat dat vooral
zit in het snel bieden van perspectief en daaraan maximale prioriteit
geven. Gelukkig is er voor een aantal mensen inmiddels een alternatieve
locatie gevonden. Ik hoop dat dat voor heel veel anderen ook gaat
gebeuren. Maar nogmaals, ik ga geen verwachtingen wekken die ik niet kan
waarmaken, want het is buitengewoon complex.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat snap ik. Maar nogmaals, de Kamer heeft hier wel een motie over
aangenomen. De staatssecretaris is van mening dat deze nu wordt
uitgevoerd. Maar voor ons is het moeilijk te beoordelen, omdat wij geen
inzicht hebben in hoe de compensatieregeling eruitziet. Hoe wordt het
begrip "ruimhartig" daarin toegepast? Mijn vraag aan de staatssecretaris
is: is hij bereid om ons aanvullend te informeren over het proces, dus
over wie wat wanneer doet, en over wat er gebeurt op het moment dat er
onenigheid is? Ik had net een voorbeeld gegeven. Er werd de suggestie
gedaan dat mensen in cassatie kunnen gaan bij de Hoge Raad als ze het
ergens niet mee eens zijn. Het kan toch niet zo zijn dat mensen maar
naar de Hoge Raad moeten op het moment dat er onenigheid bestaat? Ik heb
zelf heel veel behoefte aan inzicht in dat proces, zoals de motie ook
vraagt. Is de staatssecretaris bereid om ons dat te doen toekomen? Dan
weet ik ook waar ik de staatssecretaris aan kan houden.
Staatssecretaris Boswijk:
Het probleem is alleen dat die keukentafelgesprekken op dit moment
plaatsvinden. Op dit moment, as we speak, worden er met verschillende
families gesprekken gevoerd, met een door ons aangestelde rentmeester,
die wij uiteraard ook betalen. Wij hebben een heel duidelijke opdracht
gegeven, in de hoop dat we er op een minnelijke manier uit komen: doe
het maximaal mogelijke en zorg dat die onduidelijkheid zo kort mogelijk
duurt. Bij een aantal is dat inmiddels gelukt. We zullen er alles aan
doen om ervoor te zorgen dat het bij de rest ook lukt. Mensen kunnen
natuurlijk altijd naar de rechter als ze het er niet mee eens zijn, maar
dat is niet wat we willen. Wij zijn ons er terdege van bewust dat wij
dit veroorzaken als Defensie en we willen dit op een goede manier
regelen. Maar dat vergt een individuele aanpak. Niet elk
keukentafelgesprek loopt hetzelfde. Het is moeilijk om daar nu op
vooruit te lopen. Op dit moment vinden die gesprekken plaats en ik hoop
dat we hier op een minnelijke manier uit komen.
De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar ik mag toch hopen dat als die gesprekken nu bezig zijn, daarin de
kaders zijn geschetst en is meegegeven welk proces we nu precies met z'n
allen ingaan. Het begint niet bij een gesprek, bij "dan zien we wel weer
verder" en "we proberen het maximale te doen". Welke opdracht krijgen
die mensen dan precies mee? Wat is dan "het maximale"? Welke kaders zijn
er dan? Wat gebeurt er als bewoners het niet eens zijn met dat maximale?
Hoelang mag dat proces duren? Daar moeten toch kaders voor zijn? Wat
betekent dat dan? Ik heb er heel erg veel behoefte aan om dat proces,
dat is meegegeven aan de mensen die nu die compensatie gaan regelen, ook
zelf inzichtelijk te hebben. Dat hebben we nu niet. Daar zou ik de
staatssecretaris echt om willen vragen. Die motie is ook aangenomen, dus
het is gewoon belangrijk.
Staatssecretaris Boswijk:
Als het over het financiële gaat, is het zo dat de schade wordt
gebaseerd op de schadeloosstellingswaarde. Die is anders dan de
marktwaarde van het vastgoed. Die is veel ruimer. Dat gaat naast de
vermogensschade ook over de inkomensschade die mensen lijden gedurende
het proces. Dat is het maximale wat je op dit moment kan doen. Dat is
ruimhartiger. Maar nogmaals, ik denk niet dat het alleen in het
financiële zit.
Waar wij, denk ik, nog extra aandacht aan moeten geven, wat we ook doen,
is het perspectief. Dat kwam in ieder geval in de gesprekken die ik heb
gehad naar voren: ga toch kijken voor dat perspectief; zorg zo snel
mogelijk voor een alternatieve locatie, zodat mensen weer verder kunnen
met hun leven. Er is geen een boer die tegen mij heeft gezegd: ik moet
dit bedrag hebben. Wat ze tegen mij zeiden, is: "Moet ik mijn goot nog
gaan schilderen? Moet ik de melkrobot nog vervangen? Moet ik überhaupt
nog nieuw vee aanschaffen of moet ik het juist verkopen?" Die
onduidelijkheid is moordend. Daarom zeg ik: we moeten zorgen dat de
onzekerheid zo kort mogelijk is. Daarom hebben wij rentmeesters aan de
gang gezet en gezegd: ga door muren om zo snel mogelijk perspectief te
bieden voor deze mensen.
Er is alleen geen afwegingskader of een soort stromenmodel waarmee je
zegt hoe het precies gaat lopen. Elke locatie en elk gezin, zelfs als
het buren zijn, is namelijk anders. Elke plek waar deze mensen hopelijk
snel terecht kunnen komen om weer door te kunnen met hun leven en met
hun bedrijf, is anders. Het enige waar mevrouw Dobbe ons aan kan houden,
is dat we zorgen dat die periode zo kort mogelijk is en dat het
perspectief zo snel mogelijk komt. Als het gaat om het financiële, doen
wij het maximale wat mogelijk is. We kijken dus niet alleen naar de
marktwaarde, maar veel breder dan dat. Dat is wat ons betreft ook de
invulling van de motie. Ik denk dat het vooral aan de Kamer is om ons
daar strak aan te houden, en dat vind ik ook terecht.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ga de beloofde samenwerking helemaal waarmaken. Dit lijkt zowaar een
soort van treintje. Laat ik vooropstellen dat ik de staatssecretaris
hoor zeggen dat hij wil doen wat mogelijk is en dat hij de randen van de
regelgeving op wil zoeken. Ik word altijd heel blij van bewindspersonen
die dat beloven, maar ik wil ook meegeven dat de randen van wet- en
regelgeving hier worden gemaakt, dus met hulp van de Kamer. Kan de
staatssecretaris randen, grenzen, ook gaan verleggen? In mijn bijdrage
heb ik hem het volgende gevraagd. Op dit moment wordt schaduwschade
wettelijk uitgesloten van compensatie. Is de staatssecretaris bereid
zich ervoor in te spannen om die juridische blokkade op te heffen, voor
al die bedrijven die wel al jaren in onzekerheid zitten, waardoor er
minder bedrijfsontwikkeling heeft plaatsgevonden, waardoor hun bedrijven
minder waard zijn dan ze geweest waren als de plannen niet op hun
terrein gelegen hadden? Heeft deze staatssecretaris ook de motivatie om
daarmee aan de slag te gaan? Dat zou mij een heel blij Kamerlid
maken.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan is de verleiding natuurlijk heel groot. Wat wij op dit moment aan
het doen zijn, en wat ik ook merk bij de agrariërs die ik heb gesproken,
is dat wij heel snel duidelijk hebben … Laat ik het anders zeggen. Wij
hebben op dit moment al rentmeesters aangesteld met een brede opdracht:
"Doe het maximaal mogelijke. Kijk verder dan de marktwaarde. Kijk naar
de vermogensschade." Wat ons betreft doen we daar echt al heel veel in.
Ik heb daar ook niet gehoord dat de desbetreffende mensen het
onvoldoende vinden. De frustratie bij deze families zit vooral bij de
onzekerheid: "Waarom duurt het zo lang? Kunnen wij door met ons bedrijf?
Waar kunnen we heen?" Daar zit echt het grote probleem. Daar zit, denk
ik, ook de grootste winst. Geef daar extra aandacht aan en ga als de
brandweer zoeken naar alternatieve locaties. Voor een deel is dat
inmiddels gelukt en voor een deel niet, omdat er gewoon nogal grote
vraagstukken liggen op het gebied van de vergunningen. Het is dus niet
alleen het vinden van een locatie; het is ook de vraag of de locatie een
vergunning heeft, want de mensen hebben nu gewoon een goede vergunning.
Daar zit op dit moment vooral de onzekerheid.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dan wil ik daar toch nog even een verduidelijkende vraag over stellen.
Ik herken het ook, maar het is niet helemaal een antwoord op de vraag
die ik heb gesteld. Op mijn vraag over de schaduwschade, dus de schade
die al is ontstaan door alleen het publiceren van plannen, antwoordt de
staatssecretaris dat de rentmeesters eigenlijk al met een soortgelijke
opdracht op pad worden gestuurd. Zegt de staatssecretaris daarmee dat
die schaduwschade daarmee ondervangen is? Of geldt nog steeds dat de
wettelijke juridische blokkade er zit en zegt de staatssecretaris
eigenlijk dat hij daar niet mee aan de slag wil gaan?
Staatssecretaris Boswijk:
Om even de vraag helder te krijgen zeg ik dat datgene wat wij nu doen,
echt breder is dan alleen maar kijken naar de marktwaarde. Er wordt
gekeken wat de vermogensschade is. Ik weet niet of het nodig is om de
schaduwschade nu juridisch aan te passen, maar ik ben wel bereid om
extra navraag te doen naar wat daar nog extra in mogelijk is. Ik zou
kunnen toezeggen dat we dat uitzoeken binnen de mogelijkheden die er
zijn en dat we de Kamer daar later over informeren.
De voorzitter:
Staatssecretaris, wanneer is "later"? Kunt u dat even
specificeren?
Staatssecretaris Boswijk:
Ik probeer in de tweede termijn, maar anders laat ik het nog even in de
tweede termijn weten.
De voorzitter:
Helemaal goed. U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik ga omwille van de tijd een klein beetje sneller. Er waren nog vragen
over de van-deur-tot-deurmotie, onder andere van D66: "Hoeveel mensen
hebben er een plek gevonden? Hoe ziet de begeleiding er in de praktijk
uit?" Ik wil niet helemaal op individuele casussen ingaan. Er is een
aantal mensen dat nu wel een plek heeft gevonden. Alleen, het is
buitengewoon complex. Elk bedrijf is natuurlijk anders. Ik zei al dat
het over bepaalde vragen gaat. Wat voor type bedrijf ben je? Wat voor
grondslag heb je? Zit je op klei, veen of zand? Dat is ook echt een
andere manier van werken. Het is natuurlijk geen verrassing dat de druk
op de ruimte in Nederland groot is. Gelukkig zijn vrij recent een aantal
succesjes geboekt. Dat biedt dus hoop, maar het is nog steeds een
onderwerp dat blijvende aandacht vraagt en dat niet makkelijk is, zeg ik
er ook meteen bij.
Dat is dus ook echt de reden waarom ik dacht: ik vind dat ik hier in
mijn inleiding mee moet beginnen. Want ja, er is veel positiviteit rond
Ruimte voor Defensie en Defensie gaat veel brengen, maar dit is de
andere kant van de medaille. Die andere kant is er wel degelijk. Maar de
begeleiding is echt maximaal, omdat wij terdege beseffen dat wij een
grote impact hebben op het leven van deze mensen en dat het van belang
is dat we dit netjes en op een goede manier doen, om draagvlak te houden
voor Defensie. Ik zeg er ook meteen bij dat we niet iedereen helemaal
blij kunnen maken; dat is ook gewoon het eerlijke verhaal.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank voor het antwoord, staatssecretaris. Ik heb misschien een iets
concretere vraag: wanneer verwacht u hier wel meer duidelijkheid over te
hebben? Kunt u de Kamer informeren wanneer u dat beeld wel heeft?
Staatssecretaris Boswijk:
Nou, ik vind het moeilijk om daar … Wij gaan de Kamer hier tweejaarlijks
over informeren. Ik wil eigenlijk voorstellen dat wij dit punt dan
meenemen.
Mevrouw Jagtenberg en mevrouw Dobbe hadden ook nog gevraagd of gedwongen
uithuisplaatsingen hebben plaatsgevonden. Nee, die hebben niet
plaatsgevonden. Het is ook mijn grote opdracht en insteek om dat te
allen tijde te voorkomen. Op dit moment is daar dus geen sprake van. Ik
stel voor dat we de Kamer tijdens de tweejaarlijkse rapportage ook
informeren over de voortgang hiervan.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan had ik nog de opmerking van mevrouw Wiersma over het platteland en
dat we de zorgen van het platteland serieus moeten nemen. Volgens mij
hebben we daar al even een interruptiedebat over gehad. Zeker, die
zorgen nemen we serieus. We realiseren ons heel goed dat het gaat om
delen in schaarste en dat landbouwgrond een extra waarde heeft, zeker
als dat goede landbouwgrond betreft. Dus zeker. Dank voor deze
aansporing. Houd ons daar ook scherp op, want wij onderschrijven dit
belang geheel.
Mevrouw Piri vroeg: is de staatssecretaris het ermee eens dat we naar
een ruimhartige aanpak moeten kijken wat betreft een leefbaarheidsfonds
voor gemeenten, bijvoorbeeld voor geluidsisolatie? Ja,
Defensieactiviteiten kunnen invloed hebben op de leefbaarheid en bepalen
mede hoe inwoners hun eigen buurt ervaren wat betreft mobiliteit,
voorzieningen en sfeer. Binnen al deze mogelijkheden kijken we
natuurlijk maximaal wat we kunnen doen om overlast te voorkomen. Ik zeg
er ook meteen bij: we zullen niet alle overlast voorkomen; er zullen
mensen overlast ervaren. Dat is helaas inherent aan de verminderde
veiligheid in de wereld. Onze krijgsmacht moet daarmee kunnen oefenen.
Maar we zijn zeker in de afgelopen jaren wel degelijk een andere
Defensie dan in de jaren tachtig. Toen waren we verscholen achter onze
hekken en bemoeiden we ons met onze eigen punten en dingen. Wij kijken
echt veel breder dan dat. Ik denk dat ik dat net al heb genoemd. We
kijken ook echt naar de stikstofopgave en hoe we een rol kunnen spelen
in de natuurcompensatie. We kijken naar hoe we slimme combinaties kunnen
maken met wonen. Ook zeker op het gebied van leefbaarheid, wat mevrouw
Piri van … Hier staat nog "GroenLinks-PvdA", maar ik moet natuurlijk
"PRO" zeggen. O, ik hoor dat het in de Kamer nog GroenLinks-PvdA is.
Sorry, die notitie had ik nog niet meegekregen.
We kijken dus heel nadrukkelijk hoe we een slimmere combinatie kunnen
maken, bijvoorbeeld met het deels openstellen van kazernes. Een aantal
kazernes doen dit al. Die hebben sportfaciliteiten. Die gebruiken we
doordeweeks, maar in het weekend niet. Kunnen we wellicht iets met
sportclubs in de buurt? Kunnen we die faciliteiten gaan delen? Het is
geen one-size-fits-all. Het is afhankelijk van verschillende dingen.
Zijn er sportclubs waarmee je kan samenwerken? Zijn er bijvoorbeeld
faciliteiten in het weekend vrij? Hoe ligt de kazerne fysiek ten
opzichte van de woonkern? Wij kijken echt heel nadrukkelijk naar de
slimme combinaties, ook in het bredere licht, in de zin van: hoe kunnen
we het draagvlak voor defensie niet alleen laten afhangen van de
actualiteit in de wereld, maar hoe kunnen we ook laten zien dat defensie
meer is dan alleen wapensystemen en oefenen? Dat is iets wat we op dit
moment aan het uitvoeren zijn. Mocht de Kamer daar nog ideeën of wensen
bij hebben, dan staan we daar zeker voor open. Daarbij houd ik wel
meteen een slag om de arm door te zeggen dat we natuurlijk niet alles
kunnen, maar we zijn altijd bereid om te kijken wat kan. Ik zie zelf
namelijk ook dat we een grote verantwoordelijkheid hebben om toch iets
breder te kijken dan alleen ons eigen hekwerk. Dat gaan we dus zeker
doen.
Voorzitter. Dan kom ik bij het een-na-laatste blokje: specifieke
locaties. Dat gaat over heel veel locaties. Ik kijk even wat logisch is
om te doen. Ik begin met Lelystad. Kan de stas het standpunt van
Defensie over het toelaten van civiel vliegverkeer op Lelystad Airport
duiden? Wat is op het gebied van veiligheid en snelheid voor Defensie
het beste scenario: wel of niet met civiel? "Koppel militair gebruik
niet aan groothandel." Kan het civiele gedeelte militair gebruik
vertragen, is kort even de vraag die door meerdere leden is gesteld. Ik
meen dat mevrouw Dobbe en mevrouw Piri dat vroegen.
Ons standpunt is dat het gecombineerd gebruikmaken van burgerluchtvaart
op Lelystad eigenlijk hele grote voordelen heeft. Waarom? Ik ben daar
geweest en er zit enorm veel overlap in de faciliteiten, die er
overigens op dit moment al zijn. Ik noem de brandweer, de beveiliging,
de IT en de luchtverkeersleiding. Er is gewoon een civiel vliegveld,
waar al heel veel verplaatsingen plaatsvinden. Daar komt Defensie nu bij
en het stuk civiel wordt groter. We gaan extra geld investeren in
Defensie. Ik besef dat dat heel veel geld is, maar het is nog steeds
delen in schaarste. Ook daarin hebben wij een opdracht, namelijk om slim
te kijken hoe je combinaties kan maken. Het is duidelijk dat het kabinet
heeft besloten om van Lelystad Airport een civiel vliegveld te maken met
militair medegebruik. Iemand vroeg: is er al een voorbeeld van dat dat
werkt? Ja, dat is er op dit moment, namelijk Eindhoven. Daar werkt dit
eigenlijk op dit moment al. Uw Kamer heeft hier later deze maand nog een
debat over met de minister van IenW. Vooruitlopend op dat debat komt er
een brief naar uw Kamer met alle details hierover. Wij hebben op dit
moment geen aanleiding om te denken dat dat tot vertraging zou gaan
leiden.
Mevrouw Jagtenberg vroeg of het wat ons betreft een verstandig besluit
is. Ja, dat is wat ons betreft een verstandig besluit, omdat je die
combinatie met elkaar maakt.
Mevrouw Bikker stelde in het licht daarvan een vraag over een remmende
factor.
De voorzitter:
Staatssecretaris, u heeft eerst een interruptie van mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit was ook een discussiepunt tussen mij en de collega van de VVD, dus
ik dacht: ik ga het toch nog even vragen. Ik heb het nog een keer
opgezocht in het verslag van de vorige keer, dat natuurlijk met de
vorige staatssecretaris was. Toen is heel expliciet gevraagd of Lelystad
Airport als er geen civiel medegebruik zou zijn — het kabinet had
namelijk ook kunnen besluiten om het civiele deel niet te willen openen
— nog steeds de meest logische militaire keuze zou zijn. Ik neem aan dat
dat niet is veranderd, toch?
Staatssecretaris Boswijk:
Nee, het is militair gezien inderdaad nog steeds een hele verstandige
keuze om dit te doen. Zeker. Dat sluit echter niet uit dat civiel erbij
juist een hele slimme combinatie is, omdat je daardoor verschillende
faciliteiten, die je anders alleen militair zou moeten betalen, kan
combineren.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker, maar dan constateer ik in ieder geval het volgende. De
synergievoordelen waren de vorige keer ook bekend. Het was ook bekend
dat Defensie, ongeacht of het alleen een militair of ook een civiel
vliegveld zou zijn, nog steeds vindt dat Lelystad Airport daar het meest
geschikt voor is. Volgens mij is het enige wat veranderd is, het
standpunt van het CDA en D66, waardoor er nu een meerderheid is in deze
Kamer om een minderheidskabinet daarin te steunen. Dat constateer ik.
Volgens mij is er sinds het vorige debat namelijk niks veranderd. Kan de
staatssecretaris dat beamen?
Staatssecretaris Boswijk:
Twee details. Er zijn verkiezingen geweest. Er is een kabinet
geformeerd. Ik ken het programma van D66 niet helemaal, maar het CDA
heeft op dat punt een ander standpunt ingenomen in het
verkiezingsprogramma. Dat is veranderd. Het zijn details, maar het is
wel relevant.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan was er een vraag van mevrouw Piri over het contact met omwonenden.
Tijdens mijn bezoeken heb ik met omwonenden, vooral bedrijven,
gesproken. Die contacten zijn goed. Zolang dit proces loopt — dat is een
van de roadmaps; daarover zullen we u later over informeren — zullen we
hierover natuurlijk in goed contact blijven met omwonenden. Dat was
Lelystad.
Dan ga ik naar een vraag van de heer Van Dijk over Zeewolde: kan de
staatssecretaris aangeven wat er voor de realisatie van een centrale
kazerne nodig is om in de buurt van 2030 te komen? Dat ging om het
versnellen. Op dit moment doen we er alles aan om te bekijken — ik zal
het heipalenvoorbeeld niet nog een keertje noemen — hoe we bepaalde
punten kunnen versnellen zodat processen iets kunnen inklinken. Wij
hopen eind dit jaar met roadmaps richting de Kamer te komen om te laten
zien wat we gaan doen. Alleen, ik zeg er wel meteen bij dat je ook
nauwkeurig wilt zijn. Je zult bepaalde locaties waarschijnlijk kunnen
versnellen. Vooral bij de complexere vraagstukken — daar vallen Zeewolde
en Nijkerk zeker onder — wil je een gebiedsproces, zodat je ook de
belangen van de gemeenten, de natuurorganisaties en de bedrijven goed
kunt meenemen. Dat wil je dus niet overhaast doen. We gaan bekijken hoe
we dat slim kunnen doen. Die goede samenwerking heeft tot nu toe nog
niet tot vertraging geleid. Dat komt gewoon door de constructieve
opstelling van alle medeoverheden. We horen de aansporing. We hopen daar
eind dit jaar iets meer over te vertellen.
Dan een vraag van mevrouw Jagtenberg over de Eemshaven: wat zijn de
plannen van Defensie? De Eemshaven is inderdaad een hele belangrijke
haven, zeker naast Vlissingen en Rotterdam. We zijn op dit moment in
gesprek met de provincie Groningen en de gemeente Het Hogeland over de
mogelijkheden voor defensieactiviteiten in de Eemshaven. Dat zijn
gesprekken die as we speak plaatsvinden.
Mevrouw Jagtenberg had ook een vraag over het COA in Leeuwarden. Wij
voeren als Defensie een heel nauw gesprek met AenM, het COA en de
gemeente Leeuwarden. Het belang van Defensie staat voorop, gezien onze
opgaven, maar wij hebben hierin wel een constructieve houding. Als wij
de ruimte zelf nodig hebben, dan is dat duidelijk; dan hebben we die
zelf nodig. Maar mogelijk kunnen wij daar slimme combinaties in maken.
Maar goed, dat is gewoon een gesprek dat op dit moment aan de gang is.
Die gesprekken zijn vrij constructief op dit moment.
Er was nog een vraag van de SGP, maar ook van mevrouw Nanninga en de
heer De Groot: loopt er een vervolgonderzoek naar het springterrein
zodat duidelijk wordt welke alternatieven in beeld zijn? Dat is ook een
beetje wat de heer Boon zei over oefenen in het buitenland. Nee, op dit
moment loopt er nog geen vervolgonderzoek naar alternatieven in
Nederland. De behoefte bestaat nog steeds en Defensie onderzoekt of deze
behoefte structureel gefaciliteerd kan worden. Op dit moment wordt de
behoefte gefaciliteerd in het buitenland. Dat is het wat het
springterrein betreft.
Mevrouw Bikker van de ChristenUnie vroeg: wanneer worden de kazernes in
Ermelo en Stroe uitgebreid nu Defensie in afwachting is van een kazerne
in Zeewolde? Op veel Defensielocaties zijn er al mogelijkheden om
manschappen te huisvesten. Wij zullen zo creatief mogelijk zijn als we
bekijken hoe we bestaande terreinen wellicht sneller kunnen gebruiken.
Dat is hetzelfde verhaal, het heipalenverhaal. Dat doen we hier ook.
Maar we hebben natuurlijk wel met stikstof en netcongestie te maken. We
kijken continu wat we kunnen versnellen. Dit valt dus ook onder de
roadmaps die eind dit jaar gaan komen.
Het CDA vroeg: zijn er geschikte Defensielocaties voor kleine fabriekjes
in mobiele containers voor de productie van drones? Ik dacht dat dat
over TNT ging, de springstoffen, maar er staat TNO.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dat ging over TNO, het onderzoeksinstituut, dus niet de chemische stof.
TNO heeft onlangs een stuk gepubliceerd waarin staat dat er mobiele
containers ontwikkeld kunnen worden waarin explosieve stoffen
geproduceerd kunnen worden.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, TNT was dat, inderdaad. Het stuk was van TNO. Vandaar de verwarring.
Ik ben op de hoogte van dit initiatief. Het is erg veelbelovend. We zijn
inderdaad aan het kijken of en hoe we dat kunnen faciliteren. As we
speak vinden die gesprekken plaats. Daar komen wij hopelijk zo snel
mogelijk bij jullie op terug.
Nou, voorzitter, ik ben zowaar bij het laatste mapje, overig. De heer
Van Lanschot vroeg: is het verstandiger als Defensie directe regie zou
krijgen op een aantal cruciale vastgoedprojecten, in plaats van het
Rijksvastgoedbedrijf? Wat ons betreft is het Rijksvastgoedbedrijf een
goede partner van Defensie, met veel kennis over het realiseren van
projecten. We willen de uitvoering van het NPRD op de juiste manier
doorlopen. Daarvoor hebben we het Rijksvastgoedbedrijf nodig. De
uitvoering van het NPRD vindt zo snel als noodzakelijk en mogelijk
plaats. Ze zijn nauw aangehaakt bij diezelfde roadmaps om te bekijken
hoe we het sneller kunnen uitvoeren. Al die nieuwe processen zijn wennen
voor Defensie, maar dat is ook het geval voor onze medeoverheden. We
merken dat er nu een tandje bij wordt geschakeld.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de staatssecretaris. Het is goed dat het Rijksvastgoedbedrijf
zich als zo'n partner opstelt, maar ik moet daar toch een kritische
kanttekening bij plaatsen. Als wethouder in Eindhoven heb ik ook
meegemaakt dat soms echt gigantisch lang nodig is voor relatief
eenvoudige processen, zoals het verkrijgen van een taxatie voor een
gebouw dat moet worden overgedragen voor bijvoorbeeld de opvang van
vluchtelingen. Zelfs na diverse escalaties, ook op bestuurlijk niveau,
zagen we niet dat daar een versnelling in ontstond. Ik zou de
staatssecretaris op het hart willen drukken om goede gesprekken te
voeren op de diverse ambtelijke niveaus, ook met het
Rijksvastgoedbedrijf, om ervoor te zorgen dat we dat tempo er echt in
houden.
Staatssecretaris Boswijk:
Deze oproep is mij uit het hart gegrepen. Ik kan wel mededelen dat wij
nu de Commandopost Vastgoed hebben ingesteld. Daarmee kijken we heel
nadrukkelijk hoe we samen met marktpartijen kunnen versnellen. Dat gaat
bijvoorbeeld over de vraag: hoe kunnen we nu al legeringsgebouwen gaan
produceren? Dat zouden we dan prefab gaan doen en grootschalig
uitrollen. Die kennis halen we vooral uit de markt, omdat we die als
overheid gewoon nog onvoldoende hebben. Dat is vrij veelbelovend, moet
ik zeggen.
Een aantal van u heeft ook gerefereerd aan het rapport van de ABN over
de verdringende effecten van Defensie op de woningmarkt of de bouw. Ik
ga natuurlijk niet ontkennen dat die risico's er zijn. Tegelijkertijd
zie ik ook juist heel veel kansen in wat wij nu aan het doen zijn,
namelijk in die versnelling, in dat prefab bouwen van gebouwen en in de
goede afstemming met aannemers. Er is een grote groep aannemers bij ons
aangehaakt. Die kennis, die manier van werken en die schaalgrootte
kunnen wellicht ook bijdragen aan het versnellen van de woningbouw. Ik
zie daar best wel veel koppelkansen; dat is overigens echt een lelijk
woord, daar moeten we echt iets anders op verzinnen. Ik zie echt
mogelijkheden in de manier van werken die we bij Defensie nu samen met
marktpartijen aan het uitrollen en verkennen zijn. Als we het goed doen,
hoeven we elkaar niet te verdringen; dan kunnen we elkaar misschien wel
versterken. Dat vind ik veelbelovend. Ik zie daar echt een
versnelling.
De heer Van Lanschot hield een pleidooi over de traagheid van de
overheid. Die zie ik ook. Ik zie gelukkig dat daar door de urgentie nu
versnelling in komt.
Dan gaan we nu naar gebedsruimtes, onder het kopje "overig". De heer
Boon vroeg zich af waarom Defensie toch islamitische gebedsruimtes zou
moeten faciliteren op kazernes. Ik denk dat Defensie er in essentie is
om onze normen en waarden en manier van leven te beschermen. Wij zouden
geen knip voor de neus waard zijn als wij als overheid, als Defensie,
tegen bepaalde bevolkingsgroepen of overtuigingen zouden zeggen:
"Hartstikke leuk dat je bij ons werkt. Je beschermt misschien onze
grondrechten, maar wij hebben geen ruimte voor jouw grondrechten en voor
jouw overtuiging." Ik denk eerlijk gezegd dat dat een heilloze weg is en
dat we dan echt de verkeerde kant opgaan. Ik vind het dus goed dat er
geestelijke verzorging is voor alle geloofsrichtingen. Ik geloof dat we
iets van negen denominaties hebben. Het is goed dat we die ruimte
bieden.
Dan ten slotte nog een vraag van de heer Boon: kan de staatssecretaris
ons, al dan niet vertrouwelijk, informeren over de voortgang van
dronepilots in Valkenburg, Marknesse en de andere genoemde testlocaties?
Die vraag is niet van u? Ik vond het wel een intelligente vraag, maar
dat maakt niet uit. We hebben net aangeboden om daar een briefing over
te doen. Dat zouden we dus kunnen doen.
Dan ga ik ten slotte naar een vraag die er niet tussen zit, maar die de
heer De Groot wel heeft gesteld. Dat weet ik omdat de heer De Groot
altijd een groot pleitbezorger is voor de woningbouw. Die vraag was:
moeten militairen geen voorrang krijgen op woningbouwlocaties? We hebben
nadrukkelijk met het NPRD gekeken en met VRO afgestemd waar onze
Defensielocaties komen en waar grote woningbouw plaatsvindt, zodat
mensen zo min mogelijk vanaf weet ik veel waar moeten rijden om op hun
werkplek te komen. In die zin heeft er al afstemming plaatsgevonden en
zal die ook blijven plaatsvinden. Zo kunnen we het slim combineren.
Hoewel militairen mij dierbaar zijn, denk ik niet dat het verstandig is
om in een schaarse woningmarkt voor één groep een uitzondering te maken
voor woningbouw. Dat kan leiden tot scheve gezichten in de samenleving.
Ik denk dus dat we er vooral voor moeten zorgen dat de combinatie van
bouwen en de kazernes heel goed is afgestemd. De grote opdracht voor ons
in de politiek moet vooral zijn: zo snel mogelijk een einde maken aan
die woningnood.
De heer Peter de Groot (VVD):
Met dat laatste ben ik het overigens helemaal eens. We moeten dat
probleem oplossen, maar ik zou het eigenlijk willen omkeren. Op het
moment dat we niet kijken naar wat er extra nodig is om
Defensiepersoneel te huisvesten, zorgen we juist voor extra
kannibalisatie op hetgeen we bouwen. Mijn vraag ging dus niet alleen
over voorrang. Mijn vraag ging ook over — ik lees het nog een keer voor
— of extra woningbouw standaard onderdeel wordt van de planvorming. Als
je die extra woningen dan bouwt, moet je ze natuurlijk ook kunnen
toewijzen aan Defensiepersoneel. Dat was de wat uitgebreidere versie van
mijn vraag.
Voorzitter, als u mij toestaat, zou ik gelijk het andere ontbrekende
antwoord van de staatssecretaris, op een vraag die ik wel gesteld heb,
willen weten. Die ging over de strategische flexibiliteit. Ik bedoel dan
het hebben van uitwijklocaties en concreet: vliegveld Twente.
Staatssecretaris Boswijk:
Klopt, excuus. De heer De Groot heeft helemaal gelijk. Ik ga naar vraag
één. Dat speelt natuurlijk vooral in Zeewolde, omdat het daar over 7.000
arbeidsplekken gaat. Ik zeg daarover dat wij in heel nauw overleg zijn
met VRO. In de overleggen die ik heb gehad met de omliggende gemeentes,
wordt ook nu al geanticipeerd op het feit dat er een grote vraag komt.
Dat heeft een impact op de woningmarkt. In die zin ben ik het helemaal
eens met de heer De Groot. Op dit moment wordt hierop al geanticipeerd
in de plancapaciteit in de omliggende gemeentes.
Dan ga ik naar het tweede: de strategische flexibiliteit. Ik ga even
spieken, want daar heeft u inderdaad naar gevraagd. Op dit moment is het
NPRD gebaseerd op de 2%; dat is eigenlijk een beetje wat ik ook al aan
het begin zei. Op basis van die behoefte is er vanuit de luchtmacht geen
behoefte aan Twente, met die slag om de arm dat het nu natuurlijk naar
3,5% gaat en dat we binnenkort de invulling gaan krijgen en de eisen —
dat klinkt wat onaardig — van de NAVO, waar we natuurlijk zelf onderdeel
van zijn. Mogelijk komt daar dan nog een andere behoefte uit. Dat sluit
ik niet uit, maar op dit moment is die behoefte er niet.
De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is ook afdoende. Ik wilde graag nog even reageren op de woningbouw,
een portefeuille die ik een tijdje heb gedaan. Ik ben het helemaal eens
met het in kaart brengen van extra behoeften rondom Zeewolde, maar ook
op andere plekken. We weten ook, als we niet iets specifieks doen … De
wachtlijsten zijn jaren als we het bijvoorbeeld over sociale huur
hebben. Voor koopwoningen is dat misschien anders. Ik zit dus nog een
beetje op mijn stoel te draaien, van: wat moeten we hier nou eigenlijk
mee? Je kan als staatssecretaris in overleg met de minister van VRO wel
zeggen ernaar te kijken en misschien enkele honderden woningen extra te
bouwen, maar weten we dan zeker dat militairen daarvoor in aanmerking
komen? Ik denk het niet, want die schrijven zich op het laatst pas in.
Dat is dus best een lastige situatie, terwijl we die mensen daar keihard
nodig hebben om die Defensiekazerne te laten draaien. Ik denk nog even
na. Misschien kom ik in tweede termijn nog met een motie daarover.
De voorzitter:
U vervolgt.
Staatssecretaris Boswijk:
Tot slot wil ik even iets zeggen op deze vraag. De gesprekken die ik heb
gehad, gingen niet over enkele honderden woningen in gemeentes. Er wordt
echt wel over duizenden gesproken. Dat gaat niet alleen over Zeewolde;
dat is de grote woningnoodopgave die we met z'n allen hebben. In de
gesprekken die ik heb gehad, ik denk eigenlijk wel met alle omliggende
gemeenten, kwam nadrukkelijk terug dat die in hun plancapaciteit echt
nadrukkelijk rekening houden met wat voor impact Defensie heeft. Plus:
we moeten natuurlijk zelf ook kijken wat überhaupt de behoeftes zijn van
de mensen die bij Defensie werken. We weten ook dat veel mensen het
liefst willen blijven wonen waar ze nu wonen. Dat is ook een gegeven.
Daarom hebben we ook gekeken naar deze locatie.
De voorzitter:
Dat was 'm?
Staatssecretaris Boswijk:
Zeker. Ik zou niet meer durven.
De voorzitter:
Dat was een beste eindsprint, staatssecretaris. Allereerst dank u wel
voor de beantwoording. We vervolgen gelijk met de tweede termijn van de
zijde van de Kamer. Omwille van de tijd is er ruimte voor maximaal één
interruptie per Kamerlid. Het woord is aan mevrouw Jagtenberg.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog even aan het zoeken ben
hoe het proces van dit deel van de vergadering werkt, dus als ik een
foutje maak, spreek me daar dan eventjes op aan.
Ik begin in algemene zin met mijn observaties van dit notaoverleg. Ik
heb het niet geturfd, maar ik heb de staatssecretaris behoorlijk vaak
horen zeggen dat de gesprekken nu lopen. Dat is heel goed, denk ik, maar
daar ligt ook wel een taak voor ons als Kamer om scherp op de bal te
blijven. Stikstof- en netcongestiegesprekken met IenW lopen nu.
Gesprekken over omwonenden en bedrijven van deur tot deur begeleiden
lopen nu. De gesprekken over de Eemshaven, waar ik zelf mee kwam, lopen
nu. Noem maar op. Wat mij betreft zijn we als Kamer wel heel erg
terughoudend als we die gesprekken en de technische briefing afwachten.
Ik denk dat het voor heel veel mensen belangrijk is om hierbij kort op
de bal te blijven en snel te kijken naar eventuele kansen en
mogelijkheden om tijdig bij te sturen. Dat als initiële nabrander,
algemene beschouwing op dit notaoverleg.
Dan heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat commerciële partijen in Nederland worden belemmerd bij
het testen en experimenteren met drones door complexe wet- en
regelgeving en onvoldoende fysieke experimenteerruimte;
overwegende dat er op dit moment geen gremium is waarbinnen de gehele
Nederlandse dronesector op reguliere basis samenwerkt met Defensie en de
Nederlandse overheid;
overwegende dat nauwe samenwerking met commerciële partijen en
kennisinstellingen essentieel is om knelpunten nu en in de toekomst te
identificeren en op te lossen;
verzoekt de regering om de publiek-private samenwerking rondom test- en
experimenteergebieden voor drones verder vorm te geven middels een
regiegroep met een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de
dronesector en kennisinstellingen, en de Kamer jaarlijks te informeren
over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg, Diederik van Dijk,
Bikker, Peter de Groot en Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 62 (36592) (#1).
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dat is één. Nog eentje.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de nota Ruimte voor Defensie het kabinet heeft
gekozen voor Lelystad Airport als basis voor de F-35-toestellen;
overwegende dat er naast ruimte voor Defensie ook meer mogelijkheden
nodig zijn voor innovatie, met name op het gebied van (duurzame)
luchtvaart;
overwegende dat er samen met nieuwe Defensielocaties gekeken moet worden
hoe zo veel mogelijk integrale kansen benut kunnen worden;
verzoekt de regering om samen met het bedrijfsleven en
kennisinstellingen de mogelijkheden te onderzoeken voor het opzetten van
een concrete innovatiehub bij Lelystad Airport op het gebied van
luchtvaartinnovatie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg en Köse.
Zij krijgt nr. 63 (36592) (#2).
Dank u wel. Dan is het woord aan meneer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording en
voor het helder schetsen van het vervolg. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de krijgsmacht nog altijd behoefte heeft aan een
tweede springterrein, naast Reek, voor het oefenen met zware
explosieven, en in het NPRD hiervoor geen locatie is aangewezen;
overwegende dat momenteel slechts incidenteel geoefend wordt met zware
explosieven in het buitenland;
overwegende dat een structurele en toekomstbestendige invulling van deze
oefenbehoefte noodzakelijk is voor de inzetbaarheid en gereedheid van de
krijgsmacht;
verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een concreet
vervolgonderzoek te starten naar de structurele invulling van deze
behoefte, waarbij zowel realistische alternatieven binnen Nederland (al
dan niet gespreid over meerdere locaties) als structurele
oefenmogelijkheden in het buitenland volwaardig worden onderzocht, en de
Kamer na afronding hiervan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Bikker, Boon,
Van Lanschot, Peter de Groot, Jagtenberg en Nanninga.
Zij krijgt nr. 64 (36592) (#3).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie veel
Defensielocaties worden uitgebreid of nieuwe locaties worden
gecreëerd;
overwegende dat provincies, gemeenten en omwonenden vaak bereid zijn om
mee te werken aan de uitbreidingen, maar duidelijkheid nodig hebben over
de planning én realisatie van de uitbreidingen en randvoorwaardelijke
aanpassingen;
overwegende dat er onlangs gemeenteraden zijn geïnstalleerd en er nu
coalities worden gevormd en zij duidelijkheid nodig hebben voor de
plannen van Defensie in hun gemeente voor de komende vier jaar;
overwegende dat volgend jaar hetzelfde geldt voor de provincies;
verzoekt de regering om per locatie een duidelijk doel en tijdpad vast
te leggen, hierover afspraken te maken met provincies en gemeenten, en
de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Bikker, Peter
de Groot en Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 65 (36592) (#4).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik kreeg deze motie trouwens aangereikt van mijn collega Bikker, die
eerder weg moest.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon.
De heer Boon (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat lokaal draagvlak essentieel is voor de realisatie en het
gebruik van Defensieprojecten;
verzoekt de regering om bij Defensieprojecten naar redelijkheid voorrang
te geven aan het lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijf bij
aanbestedingen, bouw en het daaropvolgende onderhoud en de
leveringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 66 (36592) (#5).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat snelle en betrouwbare verplaatsing van militair
materieel essentieel is voor een slagvaardige krijgsmacht;
verzoekt de regering om Defensie naar redelijkheid prioriteit te geven
op het spoor voor het transport van militair materieel, met uitzondering
van de spits,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Emiel van Dijk.
Zij krijgt nr. 67 (36592) (#6).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat moderne en hybride dreigingen, zoals drones en moderne
precisiewapens, een steeds grotere rol spelen;
verzoekt de regering om bij de ontwikkeling en aanpassing van kazernes
structureel rekening te houden met dreigingen zoals drones en moderne
precisiewapens en hiervoor passende voorzieningen voor detectie,
verstoring en uitschakeling te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 68 (36592) (#7).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat stikstofregels noodzakelijke Defensieprojecten
blokkeren;
overwegende dat de veiligheid van Nederland en onze militairen veel
belangrijker zijn;
verzoekt de regering alle stikstofregels te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 69 (36592) (#8).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat omwonenden van het azc in Budel al jarenlang te maken
hebben met overlast;
overwegende dat het onacceptabel is om te wachten tot 2028 met
sluiting;
overwegende dat de ruimte nodig is voor Defensie;
verzoekt de regering om het azc in Budel op 1 juli 2026 te
sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Vondeling.
Zij krijgt nr. 70 (36592) (#9).
De heer Boon (PVV):
En de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat kazernes staan voor eenheid, discipline en loyaliteit
aan Nederland;
overwegende dat de islam niet bij Nederland hoort;
verzoekt de regering islamitische gebedsruimtes op kazernes te
verbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Wilders.
Zij krijgt nr. 71 (36592) (#10).
De heer Boon (PVV):
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie grote
impact heeft op de omwonenden en bewoners van de gekozen locaties;
verzoekt de regering structurele inspraak te faciliteren van bewoners en
omwonenden in de volgende fases van het Nationaal Programma Ruimte voor
Defensie, en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Wiersma en Piri.
Zij krijgt nr. 72 (36592) (#11).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
locaties zijn geselecteerd waarbij woningen, bedrijven en beschermde
natuur plaats zouden moeten maken;
overwegende dat gedwongen onteigening een enorme impact heeft op de
levens van mensen;
verzoekt de regering in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
niet over te gaan tot gedwongen onteigening maar andere oplossingen te
zoeken, zonder dwang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Wiersma.
Zij krijgt nr. 73 (36592) (#12).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat maatschappelijke belangen, zoals woningbouw, mogelijk
moeten wijken voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie;
overwegende dat dit negatieve effecten heeft voor de toekomst van
Nederland;
verzoekt de regering bij de implementatie van het Nationaal Programma
Ruimte voor Defensie geen voorrangspositie of uitzonderingspositie voor
Defensie te hanteren ten opzichte van maatschappelijke belangen zoals
woningbouw en natuur,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Wiersma.
Zij krijgt nr. 74 (36592) (#13).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat NPRD-plannen leiden tot schade, onzekerheid en
waardedalingen bij landbouwbedrijven en bij andere bewoners die
wettelijk niet worden gecompenseerd;
overwegende dat het kabinet spreekt van een "waardig perspectief" en
heeft aangegeven de grenzen van de wet op te zoeken;
verzoekt de regering te bezien hoe "schaduwschade" kan worden meegenomen
in de schadeloosstelling, en daarbij eventuele juridische belemmeringen
weggenomen kunnen worden, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Wiersma.
Zij krijgt nr. 75 (36592) (#14).
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot, voorzitter. Ik heb meermaals gevraagd naar het proces voor
compensatie en naar de manier waarop ruimhartigheid daarin wordt
ingevuld. Ik snap dat de intentie er is en dat er maximale inspanningen
zijn, maar we hebben nog steeds geen zicht op hoe dit er daadwerkelijk
concreet uit ziet. Dat is voor ons als Kamer wel ingewikkeld te
beoordelen en te controleren. Bij dezen zou ik daarom het volgende
informatieverzoek willen doen. Hoe ziet dat proces eruit? Hoe wordt het
begrip "ruimhartigheid" geïnterpreteerd? Waarom vraag ik dat?
Verschillende mensen, verschillende rentmeesters, worden op pad gestuurd
en die gesprekken zullen verschillen. Maar het moet niet van de
rentmeester of van het begrip "voor bepaalde geleden schade", zeker als
die niet financieel toetsbaar is, afhangen of iemand gecompenseerd wordt
of niet.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat binnen het NPRD één pilot plaatsvindt met hybride
gebruik van landbouw en Defensie en er 57 ruimtelijke behoeften zijn
rond agrarisch gebied;
overwegende dat hybride medegebruik bijdraagt aan behoud van
landbouwgrond en bedrijfscontinuïteit;
verzoekt de regering om te onderzoeken in hoeverre de pilot voor hybride
gebruik met landbouw uitgebreid kan worden in het NPRD en de Kamer
hierover te informeren voorafgaand aan de verdere uitwerking en
realisatie van de locaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 76 (36592) (#15).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat was snel, hè?
De voorzitter:
Heel snel. Dank u wel. Mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter, dank. Wij tekenen graag de motie van de heer Van Dijk mee en
de motie van de heer Van Lanschot die hij straks zal indienen.
Ik zit nog wel een beetje met een probleem. In de beantwoording van mijn
vragen over drones verwees de staatssecretaris naar zijn brief van 23
maart, maar mijn vragen stelde ik juist naar aanleiding van de brief van
23 maart, dus die brief is daar niet per se een antwoord op.
Dan ligt er een aanbod voor een briefing. Daar staan we niet
onwelwillend tegenover, maar dat kost wel weer veel organisatie en geeft
ook wel weer veel druk op onze agenda's. We zullen dus te zijner tijd
beoordelen wat er op de agenda voor die briefing staat. Wat ik eigenlijk
liever wil, is een concreet antwoord op de volgende vragen. Wanneer zijn
de aanpassingen van de luchtvaartveiligheidsregels geformaliseerd? Welke
bestaande oefen- en testlocaties voor drones kunnen dit jaar al extra
worden benut? Kan de staatssecretaris al dan niet vertrouwelijk
periodiek rapporteren — ik heb liever die vorm dan een briefing — over
de voortgang van de dronepilots op plaatsen waar dat van toepassing is,
onder meer in Valkenburg en Marknesse? Dat gaat echt om een rapportage
en niet om een technische briefing. Als dat niet kan, is dat ook goed,
maar een briefing aanbieden op zich is geen antwoord op mijn vraag. De
verwijzing naar de brief van 23 maart is ook geen antwoord op mijn
vraag, want die was juist de aanleiding.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan meneer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik
heb een aantal moties meegebracht ter aanmoediging van het goede werk,
hier en daar ook met een resultaatsverplichting.
De eerste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie veel
nieuwe locaties voor de groei van Defensie moeten worden
gerealiseerd;
overwegende dat hiervoor één samenhangende en integrale planning
noodzakelijk is;
verzoekt de regering één samenhangend tijdpad voor het gehele programma
op te stellen waarbij de start van uitbreiding per locatie en opening
van de locaties in relatie wordt gebracht met stikstofruimte, militaire
mobiliteit, woningbouw en het beschikbare budget,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Bikker en Van
Lanschot.
Zij krijgt nr. 77 (36592) (#16).
De heer Peter de Groot (VVD):
Dan een motie over een grootschalig droneoefenterrein.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen
grootschalig droneoefenterrein is opgenomen;
overwegende dat voor de gereedstelling van dit nieuwe onderdeel van
oorlogsvoering realistische oefeningen essentieel zijn;
verzoekt de regering een grootschalig droneoefengebied in Nederland te
zoeken en aan te wijzen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Jagtenberg en
Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 78 (36592) (#17).
De heer Peter de Groot (VVD):
De derde motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris eind 2024 de Kamer geïnformeerd
heeft over de noodzaak om het "Agile Combat Employment"-concept te
ontwikkelen;
overwegende dat in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen
uitwijklocaties voor de luchtmacht zijn opgenomen;
verzoekt de regering vliegveld Twente aan te wijzen als
uitwijkluchthaven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 79 (36592) (#18).
De heer Peter de Groot (VVD):
Dan de laatste motie, naar aanleiding van ons interruptiedebatje.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
nieuwe locaties voor de groei van Defensie worden gerealiseerd;
overwegende dat een deel van het personeel zich dicht bij deze locatie
zal willen huisvesten;
verzoekt de regering om per Defensielocatie te bezien hoe groot de extra
vraag naar woonruimte is;
verzoekt de regering met een aanpak te komen om deze woonruimte te
realiseren en te kunnen toewijzen aan Defensiepersoneel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 80 (36592) (#19).
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor het beantwoorden van
onze vragen, aan de collega's voor het debat en aan de ambtenaren op de
diverse ministeries die hier hard aan meewerken. De diverse partijen in
den lande had ik al benoemd in mijn inbreng. Wij moeten ook even
stilstaan bij de voorgangers van deze staatssecretaris, namelijk de
heren Christophe van der Maat en Gijs Tuinman, die zich ontzettend hard
hebben ingezet. Met ziel en zaligheid voor het dossier zijn zij het land
in gegaan en hebben ze het goede gesprek aan de keukentafel gevoerd.
Deze staatssecretaris zal dat gesprek ook blijven voeren. Complimenten
daarvoor!
Het is jammer dat de Partij voor de Dieren helaas niet aanwezig is bij
een debat waarin de Rouwmantel voorkomt. De vlinder Rouwmantel blijkt
ook een andere naam te hebben, namelijk de Koningsmantel. Ik zie de
griffier verschrikt kijken, maar dat is echt zo. Misschien staat die
vlinder wel een beetje symbool voor Defensie in algemene zin, want we
kunnen er ook positief naar kijken. Dat is ontzettend nodig. Bovendien
komt de vlinder steeds meer voor in het openbaar.
Voorzitter. Ik heb één motie. Die zal ik nu voorlezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanleg en het onderhoud van infrastructuur
essentieel zijn voor het realiseren van het NPRD en civiele koppelkansen
bieden voor infrastructuur ter versterking van woningbouw en de
regionale economie;
overwegende dat de infrastructurele opgave en de middelen van Defensie
voor het NPRD daarom ook via het MIRT-proces ingezet zouden moeten
kunnen worden voor de aanleg en het onderhoud van infrastructuur;
constaterende dat het MIRT-proces niet altijd de snelheid biedt die
nodig is voor het voortvarend realiseren van de noodzakelijke
versterking van de krijgsmacht;
overwegende dat voor NPRD-koppelkansen met civiele infra een financieel
kader voor (co-)financiering van decentrale overheden (verdeelsleutels
aanleg en onderhoud) leidt tot snellere besluitvorming en consistentie
tussen regio's;
verzoekt de regering om in het MIRT-proces een fast track in te richten
voor NPRD-infra, een kader voor (co-)financiering van NPRD-koppelkansen
met decentrale overheden uit te werken en beide uiterlijk in Q2 2026 met
de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Lanschot, Peter de Groot,
Jagtenberg, Nanninga, Piri, Diederik van Dijk en Bikker.
Zij krijgt nr. 81 (36592) (#20).
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ook namens mij dank aan de staatssecretaris voor de
beantwoording. We hebben natuurlijk al een uitgebreid debat hierover
gehad. Dat is gedaan door een andere woordvoerder, mijn voorganger. Dank
aan alle mensen die hier vanuit de gemeenten zeer bij betrokken zijn,
ook de omwonenden, en dat de komende jaren ongetwijfeld ook zullen
blijven.
Ik begreep van de staatssecretaris dat er, als het gaat om omwonenden,
contact is geweest met bedrijven. In verband met de omwonenden van
Lelystad Airport gaat mijn vraag natuurlijk expliciet over de mensen die
hadden aangegeven dat ze niet beide functies van het vliegveld wilden.
Mijn vraag is of de staatssecretaris bereid is om daarnaar te kijken.
Het debat over Lelystad Airport zullen wij voortzetten bij het
commissiedebat Luchtvaart. Daar is het laatste nog niet over gezegd,
denk ik. Het enige wat ik nog zou willen meegeven aan de
staatssecretaris is dat het heel naïef is om te denken dat dit niet tot
vertraging gaat leiden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Dan heb ik zelf nog twee moties, dus ik vraag de heer Van Lanschot om
even het voorzitterschap over te nemen.
Voorzitter: Van Lanschot
De voorzitter:
Bij dezen. Het woord is aan mevrouw Ten Hove.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) de
grootste uitbreiding van Defensie sinds 1935 vormt;
van mening dat deze uitbreiding zo snel en efficiënt mogelijk moet
plaatsvinden om de nationale veiligheid te waarborgen en dat het niet
acceptabel is dat Defensieprojecten stilliggen door
stikstofregels;
verzoekt de regering een plan te maken om een uitzondering voor
stikstofregels te creëren voor de uitbreiding van
Defensielocaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.
Zij krijgt nr. 82 (36592) (#21).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanwezigheid van bepaalde diersoorten een
belemmering kan vormen voor de paraatheid van Defensie;
verzoekt de regering met een plan te komen om diersoorten te beschermen
zonder dat de ontwikkeling en onderhoudsplannen van Defensie vertraging
oplopen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.
Zij krijgt nr. 83 (36592) (#22).
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ten Hove. Dan geef ik bij dezen het voorzitterschap
weer aan u terug.
Voorzitter: Ten Hove
De voorzitter:
Dank u wel. De staatssecretaris heeft tien minuten nodig om alle vragen
te beantwoorden en de moties te appreciëren. Ik zie u graag over tien
minuten terug. Laten we zeggen dat we allemaal om 17.10 uur weer in de
zaal zijn.
De vergadering wordt van 16.58 uur tot 17.10 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer beginnen. We vervolgen het debat met de tweede termijn van
het kabinet. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Kamerleden voor het goede debat
en de inhoudelijke vragen. Er zijn meer dan 100 vragen gesteld. Dat zegt
wel iets over de betrokkenheid en dat is mooi om te zien. Ik begin
gewoon met de appreciatie van de moties. Dat zijn er ook best wel
wat.
Ik begin met de motie op stuk nr. 62. Die kan ik oordeel Kamer geven,
met dien verstande dat er nu in het dictum staat dat er op dit moment
geen gremium is waarbinnen de gehele Nederlandse dronesector op
reguliere basis samenwerkt, maar dat dat er wel is. We werken onder
andere samen in Defport. Maar we onderschrijven uiteindelijk hetzelfde
doel, dus met die uitleg erbij geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 62 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 63 verzoekt de regering om samen met het
bedrijfsleven en kennisinstellingen de mogelijkheid te onderzoeken van
het opzetten van concrete innovatiehubs. Dit valt eigenlijk direct onder
de verantwoording van het ministerie van IenW, dus ik verzoek om deze
motie niet nu in te dienen maar bij het luchtvaartdebat van 21 april. Ik
denk dat we het dan wat hygiënischer houden. Daar hoort ook het oordeel
te liggen. Dus graag de motie intrekken en indienen op 21 april bij het
luchtvaartdebat, als dat zou kunnen, en anders geef ik het oordeel
"ontijdig".
De voorzitter:
Mevrouw Jagtenberg, bent u bereid om de motie elders in te dienen, om 'm
aan te houden?
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ja, dat is prima.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Jagtenberg stel ik voor haar motie (36592, nr.
63) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Boswijk:
Top, dank u wel. Het was voor ons allemaal ooit een eerste keer. Dat is
mooi.
De motie op stuk nr. 64 van de heer Van Dijk c.s. geef ik oordeel Kamer.
Ik zeg er ook meteen bij dat dit nog in de verzamelbrief over vastgoed
en omgeving terugkomt. Daarin zullen we dus uiteindelijk een update
geven van hoe het ervoor staat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 64 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 65 van de heer Van Dijk, of eigenlijk van mevrouw
Bikker, geef ik ook oordeel Kamer. Dat zijn de roadmaps waar ik meerdere
keren aan heb gerefereerd. Die komen eind 2026. Sowieso informeren we u
hier twee keer in het jaar over in de Stand van Defensie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 65 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 66 van de heer Boon verzoekt de regering om bij
Defensieprojecten naar redelijkheid voorrang te geven aan het lokale
mbk. Voor een deel gebeurt dit al, maar ik zie het als een extra
stimulans om dit nog beter te doen. Tenminste, ik heb een aantal
werkbezoeken gehad waarbij ik dacht: het zou mooi zijn als het kan. Dat
is wel met mitsen en maren en aanbestedingen en weet ik het allemaal,
maar ik vind het inderdaad voor het draagvlak voor de begroting, ook in
de lokale, directe omgeving, een goed voorstel, dus ik geef de motie
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 66 krijgt oordeel kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. motie 67, ook van de heer Boon en Emiel van Dijk,
over voorrang voor militair materieel op het spoor, krijgt wat mij
betreft oordeel Kamer, maar het krijgt alleen voorrang als het echt
nodig is, dus als de situatie erom vraagt. Dat is natuurlijk een kwestie
van een goeie afstemming met ProRail en NS, dus ik geef de motie in die
hoedanigheid oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 67 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 68, ook van de heer Boon, verzoekt de regering om
bij de ontwikkeling en aanpassing van kazernes structureel rekening te
houden met dreigingen zoals drones. Die motie geef ik oordeel Kamer. Op
dit moment vindt er bij de nieuwbouw ook al een revitalisatie en
inventarisatie plaats en worden er ook al voorzieningen geplaatst; denk
aan radars enzovoorts. Wat dat betreft geef ik de motie oordeel
Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 68: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan hebben we de motie op stuk nr. 69 van de heer Boon en Jansen over
het schrappen van alle stikstofregels. Het lijkt me een fantastisch
idee. We moeten alleen ook zorgen dat het juridisch houdbaar is, want
anders creëren we gewoon een nieuwe PAS. Wij zien dus inderdaad de
noodzaak om snel met oplossingen te komen. Daar is de Taskforce
Landbouw, Natuur en Stikstof voor. Maar deze motie gaat net iets te kort
door de bocht. Dus: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 69: ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 70 verzoekt de regering om het azc in Budel op 1
juli 2026 te sluiten. Die motie wordt ontraden. In overleg met AenM is
de afspraak gemaakt om dit in 2028 te doen. We hebben ook meerdere
belangen af te wegen dan alleen het defensiebelang. Dus: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 70: ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 71 met verwijzing naar het debat: ook
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 71: ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan de motie op stuk nr. 72 van mevrouw Dobbe. Die verzoekt de regering
structurele inspraak te faciliteren. Voor een groot deel gebeurt het
eigenlijk al, maar wij onderschrijven de oproep en de gedachte van deze
motie geheel, zeker in het belang van draagvlak. Zoals ik al aangaf,
vinden er zowel individuele overleggen plaats als zo meteen ook
gebiedsprocessen met medeoverheden. Maar aangezien we hetzelfde doel
dienen: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 72: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan de andere motie van mevrouw Dobbe, de motie op stuk nr. 73. Die
verzoekt de regering in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
niet over te gaan tot gedwongen onteigening. Ik heb al in het debat
gezegd dat wij er echt alles aan doen om het minnelijk te doen. Tot nu
toe gebeurt dat ook. Maar ik ga geen beloftes doen die ik misschien niet
waar kan maken. Dus nogmaals: we doen er echt alles aan om dit te
vermijden, maar ik kan er geen oordeel Kamer op geven. Dus:
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 73: ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 74 verzoekt de regering bij de implementatie van
het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrangspositie of
uitzonderingspositie voor Defensie te hanteren ten opzichte van
maatschappelijke belangen zoals woningbouw en natuur. Die motie wordt
ontraden. De afweging van belangen zullen soms ook om uitzonderingen
vragen op basis van de Wodg. We zullen zo veel als mogelijk proberen
netjes een afweging van alle belangen te maken, maar ik kan niet
uitsluiten dat er soms weleens momenten plaatsvinden dat we daar omwille
van bijvoorbeeld veiligheid een andere afweging in moeten maken. Dus:
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 74: ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 75. Daar heb ik het met mevrouw Dobbe, maar
eigenlijk vooral met mevrouw Wiersma over gehad. Wij zullen het maximale
doen om te kijken wat er mogelijk is, maar ik heb in het debat ook
gezegd dat ik de juridische belemmeringen niet ga wegnemen. De motie
vraagt daar wel om en wordt daarom ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 75 wordt ontraden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb gewoon even een vraagje: waarom niet de juridische belemmeringen
wegnemen? Als dit een ruimhartige compensatie in de weg zit, zou je toch
denken dat we de juridische belemmeringen weg kunnen nemen, als dat
kan?
Staatssecretaris Boswijk:
Het is ook omdat de huidige wetgeving, de Omgevingswet, zegt: als
ondernemer heb je ook een soort bedrijfsrisico. Dat gaat vooral over de
schaduwschade. Dat moet ik goed zeggen. Ik kan me voorstellen dat dat
voor ondernemers niet zo voelt, maar de wet zegt wel dat er een bepaald
risico is dat je als ondernemer altijd met een overheid te maken kunt
krijgen omdat er ineens een belang door jouw belang heen fietst.
Daarover hebben wij alle afspraken gemaakt als het gaat over
compensatie. Ik heb ook gezegd hoe die compensatie plaatsvindt. We doen
daar dus echt het maximale in. Ik denk alleen dat de ruimte vooral zit
in hoe we die begeleiding en dat perspectief zo snel mogelijk kunnen
bieden. We krijgen al meer ruimte als het gaat om de compensatie, dus
niet alleen de marktwaarde, maar ook de vermogensschade. Er zit vooral
ruimte in hoe we deze mensen zo snel mogelijk duidelijkheid, perspectief
en een andere locatie kunnen bieden. Dat heb ik eigenlijk ook al gezegd
in het debat.
De voorzitter:
Een hele korte vervolgvraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De staatssecretaris is het toch wel met ons eens dat dit iets verder
gaat dan een bedrijfsrisico? Hier hebben ondernemers schade van iets
waar ze zelf echt niks aan kunnen doen, namelijk de keuzes die door
Defensie worden gemaakt. Dat is toch geen normaal bedrijfsrisico? Dat
moeten we toch op een andere manier wegen? Daarom zou het goed zijn om
te kijken wat daar juridisch in de weg zit en hoe we dat kunnen
aanpassen, toch?
Staatssecretaris Boswijk:
Ik snap dat dat door de mensen in kwestie niet als normaal wordt
ervaren. Tegelijkertijd moeten we wel beseffen dat we in Nederland in
een dichtbevolkt land leven en dat dit, deze procedures, al wel sinds
wij spoorlijnen aanleggen in Nederland — dat is, denk ik, 180 jaar
inmiddels — gebeurt. Dat is voor elk individu buitengewoon schrijnend en
verschrikkelijk, maar stel dat wij hier gaan zeggen dat wij vinden dat
we de regels aan moeten passen, dan gaan we dit heel vaak krijgen, dus
ook als het gaat om fabrieken, kerncentrales of andere
energie-infrastructuur bouwen. We kunnen hier dan misschien heel veel
ruimte bieden, maar dan gaan we zo meteen een precedent scheppen dat we
niet waar kunnen maken in een dichtbevolkt land, dat we als Nederland nu
eenmaal ook zijn. Nogmaals, ik snap dat deze mensen het niet als normaal
ervaren, maar in een dichtbevolkt land, met veel druk op de ruimte, met
een ruimtelijke ordening die in grote lijnen al bestaat sinds ons
Koninkrijk begonnen is, kunnen we dat niet gaan aanpassen, want dan is
het hek van de dam.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 75 is ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 76 van mevrouw Wiersma verzoekt de regering om te
onderzoeken in hoeverre hybride gebruik met landbouw uit te breiden is
in het NPRD. Die is ontraden. Er is namelijk al eerder een motie
aangenomen voor dubbel ruimtegebruik. Uit mijn hoofd gezegd kwam die van
de heer Van Dijk. We zijn op dit moment bezig om dat uit te zoeken en te
kijken hoe we slimme combinaties kunnen maken. Die gesprekken vinden
plaats, onder andere met LTO Noord. Dat is al buitengewoon complex. We
hopen binnenkort terug te komen op hoe het daarmee staat. Deze motie
roept op om het nog verder uit te breiden. Dat lijkt mij niet reëel, dus
die wordt ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 76 wordt ontraden. Dat leidt tot een
vervolgvraag.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, want ik snap dit niet helemaal in lijn met die motie. Er staat
namelijk nog een aanvulling in. Ik vraag specifiek om binnen de pilot,
die loopt, te kijken of het verruimd kan worden. Ik snap uit de
appreciatie die de staatssecretaris geeft dus niet helemaal waarom dat
dan verder zou gaan of niet zou kunnen.
Staatssecretaris Boswijk:
Er is nog niet echt sprake van een pilot; er is meer sprake van
gesprekken en onderzoek. Wat verstaan we onder "dubbel gebruik"? Mag er
bijvoorbeeld geoefend worden als er gewassen staan en hoe zit het dan
met de voedselveiligheid? Ik kan me voorstellen dat lood in het maïs
niet iets is wat we willen. Of gaat het simpelweg om
mestplaatsingsruimte? Dat zou wel heel belangrijk kunnen zijn. Die
gesprekken vinden nu plaats. Tegelijkertijd komen we er ook achter dat
het allemaal niet zo makkelijk is als het destijds bedacht werd. Ik denk
dat het niet gaat helpen als we zeggen: het is heel moeilijk; we gaan
nog verder uitbreiden. Ik denk dat stap één is om te kijken wat we
kunnen met de bestaande motie van de heer Van Dijk en of we tot iets
kunnen komen. In het verlengde van eigenlijk alle oproepen en alle
koppelkansen die we proberen te maken, is dit ook iets serieus, maar ik
weet ook dat het complex is en niet zo makkelijk als de Kamer destijds
dacht. Het lijkt mij dan ook niet verstandig als we nu, midden in het
proces, zeggen dat we het nog even verder gaan uitbreiden.
De voorzitter:
Mevrouw Wiersma, heel kort.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, heel kort. Ik heb een vraag aan de staatssecretaris. Ik begrijp dat
er landen zijn, lidstaten zijn, die dit wel doen. Waarom is dat hier dan
zo ingewikkeld en kan het hier niet?
Staatssecretaris Boswijk:
Dat hebben wij dus uitgezocht. Wij hebben in onze nabije omgeving in
ieder geval geen landen gevonden die dit daadwerkelijk doen. Dat hebben
wij gehoord in de Kamer en dat hebben wij uitgezocht. Mochten wij het
over het hoofd zien, dan horen we heel graag om welke landen het gaat en
in welke vorm, maar wij zijn er in ons eerste uitzoekwerk achter gekomen
dat dat tegenvalt.
Dan de motie op stuk nr. 77, van de heer De Groot: oordeel Kamer. Dat is
in feite in lijn met het debat dat we hebben gehad. Het past ook in de
roadmaps zoals ik die heb genoemd.
Dan ...
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 77: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik moet er nog een beetje aan wennen dat ik u eerst moet laten
uitpraten. Ook voor mij is het allemaal nieuw.
Dan de motie op stuk nr. 78, over een grootschalig drone-oefenterrein,
van de heer De Groot en mevrouw Jagtenberg. U heeft groot geluk, want
die switcht zomaar van "ontraden" naar "oordeel Kamer", hoor ik naast
mij. Daarin kan ik ook meteen de vragen meenemen die mevrouw Nanninga
net stelde: "Wanneer zijn de droneregels geformaliseerd? Over welke
locaties hebben we het? Kunnen we periodiek worden geüpdatet over de
voortgang?" Allereerst: wanneer zijn de droneregels geformaliseerd? Dat
is in Q1 2027. "Over welke locaties hebben we het dan?" Het gaat om
Valkenburg, Deelen en Twente. Dat is in lijn met de motie van de heer De
Groot. We zijn dus aan het kijken hoe we bestaande oefenterreinen door
middel van corridors aan elkaar kunnen koppelen, zodat je die
grootschaligheid wel ontwikkelt. In het licht daarvan hoop ik dat ik
hiermee de vragen van mevrouw Nanninga heb beantwoord. Met die gedachte
kan ik de motie op stuk nr. 78, van de heer De Groot, oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 78: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 79, van de heer De Groot, over
Twente. Onder verwijzing naar het debat: ontijdig. Op dit moment bestaat
de behoefte niet. Dat sluit niet uit dat de behoefte mogelijk kenbaar
wordt gemaakt, maar het lijkt mij wel de volgorde dat we eerst de
behoefte van de NAVO afwachten voordat we hierop vooruit gaan
lopen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Hier zit wel een beetje de crux van deze discussie: als we afwachten,
bestaat vliegveld Twente dan nog? Ik zeg het even heel zwart-wit, maar
goed. Het is natuurlijk een vliegveld waar een klein beetje aviation
plaatsvindt. Eromheen vinden ook veel innovaties plaats. Alleen, het is
natuurlijk wel een zwaar gesubsidieerd vliegveld waar de Staat elk jaar
weer geld voor beschikbaar moet stellen. Voor je het weet, is het weg.
Ik zou eigenlijk het volgende willen voorstellen. Kan ik de
staatssecretaris verleiden door het dictum aan te passen en te zeggen
"ga in gesprek met de provincie, in dit geval Overijssel, om te kijken
wat er mogelijk is" of iets in die richting? Ik probeer even te kijken
hoe we hier toch nog tot een akkoordje kunnen komen met elkaar.
De voorzitter:
Meneer De Groot, ik wil u er even op wijzen dat u dat zelf dient te doen
bij de Griffie plenair. Komt de staatssecretaris hiermee tot een andere
appreciatie?
Staatssecretaris Boswijk:
Die gesprekken vinden op dit moment plaats en hebben eerder ook al
plaatsgevonden, ook over deze specifieke behoefte. Wij zijn doorlopend
met alle medeoverheden in gesprek. Ik denk dat we elkaar dan een beetje
bezighouden met iets wat we al aan het doen zijn. Feit blijft dat er op
dit moment vanuit de luchtmacht geen behoefte aan is. Ja, er gaat veel
geld naar Defensie, maar het is nog steeds delen in schaarste. We moeten
nog steeds op een slimme manier omgaan met het geld. Ik wil dus ook geen
verwachtingen wekken die we niet kunnen waarmaken of waaraan überhaupt
geen behoefte is. Ik zou eigenlijk willen zeggen: laten we afwachten
waarmee de NAVO komt. Ik snap het en we blijven niet op onze handen
zitten. We blijven in dialoog, maar ik wil niet voorsorteren op een
behoefte waarvan de luchtmacht heel duidelijk heeft gezegd dat ze die op
dit moment niet hebben, tenzij de NAVO opeens iets anders van ons gaat
vragen. Dat signaal hebben we overigens ook niet gekregen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 79: ontijdig.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 80 is ook van de heer De Groot. Deze motie verzoekt
de regering met een aanpak te komen om woonruimte te realiseren. Ik heb
dit eerder ook al aangegeven. Ik moet deze motie toch ontraden. Er zijn
al heel overleggen geweest en die vinden ook nog steeds plaats. Eerder
in het proces, toen het NPRD werd opgesteld, is er al duidelijk gekeken
waar kazernelocaties konden worden vergroot of nieuwe konden worden
gerealiseerd. Dat is toen al heel bewust gedaan. Er is toen gekeken waar
de behoefte van het personeel lag, waar het ov is, waar de
verkeersverbindingen zijn, hoe het in het land ligt en wat het doet met
het dreigingsniveau. Er is doorlopend overleg met medeoverheden over
deze vragen. De gesprekken gaan niet alleen over woningen, maar ook over
netcongestie en stikstof. Wat ons betreft is deze motie dus niet nodig.
Daarom ontraad ik 'm.
De heer Peter de Groot (VVD):
De staatssecretaris en ik hadden hier net een interruptiedebatje over.
Eén vraag blijft nog boven de tafel hangen, die ik toch aan de
staatssecretaris wil stellen: hoe komen deze woningen dan in handen van
het Defensiepersoneel? Dat is eigenlijk de kern. Dit idee komt niet uit
de lucht vallen. In de plancapaciteit en woningbouw is hier al rekening
mee gehouden, net als met alle andere dingen die moeten gebeuren. Dat
hoor ik ook van de staatssecretaris. Maar het kan nog steeds zo zijn dat
militairen die zich willen huisvesten bij een Defensielocatie met lege
handen staan. Daar maak ik mij grote zorgen over, want dat is nog niet
geregeld. Ik ben dus best bereid iets te doen met de motie, om haar niet
in te dienen of anderszins, maar ik zou graag willen dat de
staatssecretaris dit probleem adresseert.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik meen dat regionale en lokale overheden al veel meer ruimte hebben om
bepaalde groepen voorrang te geven. Ik geloof dat Amsterdam dat doet met
onderwijzers en politieagenten. Laten we het als volgt doen. Ik zou de
heer De Groot willen vragen deze motie aan te houden en ons even de tijd
te geven om naar de behoefte te kijken. Het is namelijk ook maar de
vraag of er een specifieke behoefte is. Dan gaan wij een verkenning
doen. Ik kijk even naast mij wat een logisch moment is om hierop terug
te komen. Voor het einde van het jaar komen wij hier dan op terug of dit
reëel is en of we hiermee aan de slag gaan. Ik denk dat we het in die
volgorde moeten doen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ben daar zeker toe bereid. Als de toezegging genoteerd kan worden,
vraag ik, via u, voorzitter, nog een toevoeging. Ik refereerde in het
debat aan de motie-Peter de Groot/Valstar. Die ging over hoe gemeenten
binnen hun verordening militairen als vitaal beroep kunnen aanwijzen,
zodat zij voorrang kunnen krijgen op een woning wanneer dat nodig is.
Dat is een motie uit 2023. In mijn optiek is deze eigenlijk nooit goed
opgevolgd. Daar zou het over moeten gaan.
Staatssecretaris Boswijk:
Had meteen gezegd dat het van oud-collega Valstar was, dan had ik
natuurlijk een heel ander oordeel gegeven! Nee, laat ik het als volgt
doen. Wij doen inderdaad de toezegging dat wij voor het einde van het
jaar ... Ik wil het eigenlijk betrekken bij die roadmaps. Ik vind het
het meest logisch als we dat moment aangrijpen om uw Kamer te
informeren, per plan, over de vooruitgang en de versnellingen die we
kunnen maken. Laten we ook specifiek kijken — dit gaat vooral over
Zeewolde — hoe we een slimme combinatie kunnen maken met wonen en de
behoeften van Defensie zelf. Laten we dat zo doen. Dat doen we dan voor
het einde van het jaar.
De voorzitter:
Oké.
Op verzoek van de heer Peter de Groot stel ik voor zijn motie (36592,
nr. 80) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 81 van de heer Van Lanschot en een
hele hoop andere mensen. Die gaat er eigenlijk over dat je binnen het
MIRT een soort snelweg kan maken voor Defensie. Ik wil 'm oordeel Kamer
geven, maar wel met een hele duidelijke kanttekening, namelijk: Defensie
is niet de enige vrager. Dus ja, ik zie het grote belang en ik zie ook
de aanleiding om te bekijken of we een slimme koppeling kunnen maken, of
we samen met IenW bij wijze van spreken een mandje kunnen maken met een
aantal knooppunten. Ik zeg er wel meteen bij: daarvoor zullen we
meerdere belangen moeten afwegen. Wat ik net met de heer De Groot
besprak over de woningbouwlocaties ... Het zou best slim zijn als we
gewoon gaan kijken: zijn er een aantal strategische knooppunten in
Nederland waarbij Defensie een van de partijen is? Die kunnen we eruit
halen en dan kunnen we daarmee versnellen. Met die kanttekening kan ik
'm oordeel Kamer geven. Ik zeg er wel meteen bij: ik moet dit wel samen
doen met mijn collega's van IenW en VRO. Het is dus een
inspanningsverplichting, maar geen resultaatsverplichting, zeg ik tegen
de heer Van Lanschot. Als hij er zo mee kan leven, kan ik de motie
oordeel Kamer geven.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank aan de staatssecretaris voor de toelichting. Uiteraard zijn er
meerdere belangen af te wegen. Deze motie vraagt er specifiek om dat het
sneller gaat waar het Defensie betreft. Ook met snelheid kun je
natuurlijk nog steeds bredere belangen afwegen. Dat is één element van
de motie. Het tweede element — daar hoor in de staatssecretaris nu niet
over — betreft de financiële kaders voor cofinanciering van decentrale
overheden. Ik ga er dan ook van uit dat dat ook wordt opgepakt, zoals de
motie vraagt. Dat het een inspanningsverplichting is, is akkoord. Als er
niet uit komt wat de motie beoogt, verwacht ik natuurlijk wel dat dat
keurig via een brief aan de Kamer wordt uitgelegd, uiterlijk in
Q2.
Staatssecretaris Boswijk:
Q2 is aankomend kwartaal al; dat is heel snel. Dat kan ik gewoon niet
waarmaken, eerlijk gezegd. Ik zou de uitvoering willen koppelen aan die
roadmaps. Dat vind ik logischer, omdat ik dan integraal alles meeneem.
Ik heb ook nog een kanttekening: ja, er ligt grote druk bij Defensie,
maar sommige woningbouwlocaties worden sneller uitgerold dan
bijvoorbeeld een kazerne of munitieopslag van ons. Dan kan het soms dus
juist helpen, als we snelheid belangrijk vinden, als we niet alleen naar
Defensie kijken, maar daar ook andere maatschappelijke vraagstukken aan
koppelen. Bij Defensie kan je soms namelijk zeggen: o, maar dat hebben
we pas in 2040 nodig. Daarom lijkt het me verstandig, als we snelheid
belangrijk vinden, om het net iets breder te trekken en naar meerdere
belangen te kijken. Dat zou ik wel verstandig vinden. Als de heer Van
Lanschot het daarmee eens is, kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik aarzel een beetje over deze appreciatie. Wat spreken we dan precies
af? Dat is voor mij nog niet volstrekt duidelijk. De insteek van de
staatssecretaris om breder en integraal af te wegen is prima, zolang het
maar extra snel gaat. Sommige Defensie-infra-investeringen zijn
uiteraard pas in 2030 of later nodig, dus voor die investeringen is
snelheid minder relevant. Het gaat uiteraard om de investeringen
waarvoor die snelheid wel heel belangrijk is. Ten aanzien van de timing
denk ik, eerlijk gezegd, dat Q2 voor een procesinrichting niet heel
ambitieus is, en voor een kader voor cofinanciering ook niet. Ik zou de
staatssecretaris en het ambtelijk apparaat willen oproepen om te kijken
hoe dat wel en pragmatisch kan.
Staatssecretaris Boswijk:
Hoe ik het voor me zie, is dat we specifiek kijken naar de
infrastructuur, wat daarvoor nodig is voor Defensie. Daar maak je
eigenlijk een soort los mandje van — ik weet even niet hoe ik het anders
moet noemen. Om de slagingskans groter te maken, kijken we
tegelijkertijd welke combinaties we kunnen maken met andere belangen —
lees: woningbouw, uitleglocaties voor bedrijventerreinen en
verkeersveiligheid. Laten we die laatste vooral niet vergeten. Ik denk
dat we daardoor voorkomen dat het bijvoorbeeld terechtkomt in het MIRT
en niemand er ooit meer iets van hoort. Wat dat betreft kan ik die
gedachtegang best volgen. Q2 is alleen echt te kort. Q1 is praktisch
voorbij. We zitten geloof ik al in Q2. Ja. Dat is echt te kort voor die
behoeftestelling en de afstemming met andere ministeries. Ik voel het
ongeduld dat de heer Van Lanschot heeft ook, maar ik wil ook slimme
combinaties maken en niet weer aparte processen hiervoor opzetten. Ik
zou toch vooral willen vragen om een deadline van eind dit jaar. Wat
leveren we dan op? Dan hebben we duidelijk in kaart wat de grote
infrastructurele knelpunten vanuit Defensie zijn. Dan hebben wij er ook
voor gezorgd dat we slimme combinaties hebben gemaakt met de andere
ministeries om de slaginskans uiteindelijk te vergroten. Dat is, denk
ik, het maximaal haalbare wat ik zou kunnen doen. Dan kan ik de motie
oordeel Kamer geven en anders niet.
De voorzitter:
De heer Van Lanschot in laatste instantie.
De heer Van Lanschot (CDA):
Misschien nog om het op te helderen. Het verzoek in de motie is niet om
het hele pakket aan projecten al in Q2 inzichtelijk te hebben. Dat zou
inderdaad niet realistisch zijn. Dit gaat puur over hoe een proces dat
sneller gaat eruit zou kunnen zien. Als het gaat om het op een rijtje
hebben van alle projecten, inderdaad gerelateerd aan roadmaps, dan snap
ik Q4 uiteraard. Maar dit gaat puur over de procesinrichting
ervan.
Staatssecretaris Boswijk:
Het probleem is dat er nog een debat plaatsvindt met IenW over het hele
afwegingskader rondom het MIRT, en dat is in Q2 nog niet afgerond. Wij
kunnen dan wel iets bedenken, maar ik weet nu al dat als IenW, dat er
uiteindelijk over gaat, iets anders voor ogen heeft, ik Q2 praktisch
niet ga halen. Ik heb ook in mijn afstemming gewoon andere ministeries
nodig. Ik kan dat niet alleen doen. Ik kan wel iets alleen doen, maar
dan heb ik geen enkel effect en dat schiet ook niet op.
De heer Van Lanschot (CDA):
Excuus, voorzitter en collega's, voor deze mooie onderhandeling waar u
bij bent. Ik neig naar wat mijn collega De Groot zegt, namelijk om er Q3
van te maken. Dat doe ik ook om het signaal af te geven dat wij als
Kamer tempo willen op dit dossier. Te vaak zijn overheden heel goed in
dingen langzaam doen, heb ik helaas zelf ook ervaren als lokaal
wethouder. Ik kan me voorstellen dat dat tot het dictum "ontraden"
leidt, maar dat vind ik geen groot probleem. Dan is het tenminste wel
duidelijk waar we over stemmen.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik ben toch wel heel nieuwsgierig hoe collega Boswijk destijds was. Die
was, denk ik, niet zo moeilijk. We gaan Q3 proberen. Ik zeg er wel
meteen bij dat het een inspanningsverplichting is en geen
resultaatsverplichting, simpelweg omdat wij niet het enige ministerie
zijn dat erover gaat. Ik hoor net dat het debat waar ik aan refereerde,
al is uitgesteld. Daar ga ik verder niet over. Ik hoor dus de noodzaak.
Met alle mitsen en maren die ik net heb genoemd en met Q3 gaan we er gas
op geven, maar wel met de winstwaarschuwing dat wij niet de enigen zijn
die hierover gaan.
De voorzitter:
Dan blijft de motie op stuk nr. 81: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Boswijk:
Met die uitleg erbij.
De voorzitter:
Ja, helemaal goed.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan de motie op stuk nr. 82. Die verzoekt de regering een plan te maken
om een uitzondering te creëren voor stikstofregels op de uitbreiding van
Defensielocaties. Ik heb in het debat al aangegeven dat ik zo min
mogelijk uitzonderingen wil, ook om draagvlak voor Defensie te houden.
Maar voor de gevallen waarvan we zeggen "onder het mom van veiligheid"
kunnen we nu al uitzonderingen maken. Ik noemde net al de schietbaan.
Vorig jaar hebben wij al zo'n uitzondering gemaakt op basis van
stikstofregels. Maar we moeten het niet altijd gaan gebruiken. Als wij
dat als Defensie continu blijven doen, ondermijnt dat het draagvlak in
de samenleving. Het is net al genoemd: PAS-melders, woningnood. Het kan
niet anders als veiligheid een groot ding wordt, maar ik wil dit niet
tot staand beleid gaan maken. Wat mij betreft krijgt deze motie dus het
oordeel "ontraden".
De heer Van Lanschot (CDA):
Zal ik het voorzitterschap even overnemen? Wilt u misschien een vraag
stellen, mevrouw Ten Hove?
De voorzitter:
Nee, hoor. Dank u wel.
De motie op stuk nr. 82: ontraden.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan de motie op stuk nr. 83. Die verzoekt de regering met een plan te
komen om diersoorten te beschermen zonder dat ontwikkeling en
onderhoudsplannen van Defensie vertraging oplopen. Deze motie is
eigenlijk overbodig aangezien dit op dit moment ons natuurbeleid is. We
zijn nu al verplicht om alle fauna en flora in kaart te brengen voordat
wij bepaalde activiteiten uitvoeren. Dat doen we als Defensie vrij
voortvarend. We weten dat we heel vaak in natuurgebieden opereren, waar
we met veel flora en fauna te maken hebben. Dat vinden wij zelf ook
belangrijk. Dit is dus eigenlijk al staande praktijk; dit gebeurt
eigenlijk doorlopend.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 83: overbodig.
Dank u wel, staatssecretaris.
Mevrouw Dobbe (SP):
Voorzitter, ik had nog vragen gesteld. Komt daar nog een antwoord op? Ik
had het zelfs "een informatieverzoek" genoemd.
De voorzitter:
Ja, dat klopt. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik dacht eerlijk gezegd … Ik heb bij de appreciatie van de motie van
mevrouw Wiersma een extra toelichting gegeven. Maar zou u uw vraag
kunnen herhalen?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja. Onze zorg zit bij het volgende. Stel dat je zegt: "Wij gaan in
gesprek met mensen over compensatie. Dat doen we ruimhartig en daarbij
nemen we niet alleen de financiële compensatie in ogenschouw, maar ook
bijvoorbeeld emotionele schade die is geleden et cetera." Nu is dat
afhankelijk van welke rentmeester je voor je hebt. Wij vroegen welke
kaders, welk proces daarmee wordt doorlopen, ook in lijn met de motie
die we eerder hebben ingediend. De vraag was ook of ik daar een
informatieverzoek van kon maken zodat we als Kamer in ieder geval de
informatie krijgen over hoe dat nu gebeurt.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik vrees dat ik mevrouw Dobbe nooit helemaal tevreden ga stellen. Wij
zijn als overheid gebonden aan bepaalde kaders, waarbij we uniform
moeten omgaan met alle gevallen. "Ruimhartig" heeft bij sommige mensen
de indruk gewekt dat ze net iets meer krijgen dan andere gelijke
gevallen, maar dat kan natuurlijk niet. Je kan als overheid iemand
natuurlijk niet iets meer compenseren dan een ander geval ergens anders
in Nederland. Je zal het altijd op een gelijke manier moeten kunnen
doen. Wij kijken dus niet alleen naar marktwaarde, maar ook naar
vermogensderving en naar hoe we mensen maximaal kunnen
ondersteunen.
Mevrouw Dobbe zegt: het maakt uit welke rentmeester je hebt. Dat punt is
niet waar: alle rentmeesters hebben dezelfde instructies. Sterker nog,
de mensen in kwestie mogen ook zelf met een rentmeester komen, die dan
door de overheid wordt betaald, mits de loonkosten van deze rentmeester
marktconform zijn en die dus net zo veel als andere rentmeesters zou
vragen. Ik zeg het maar om aan te geven dat wij er als overheid zo
neutraal mogelijk in zitten. Iedereen moet een gelijke behandeling
krijgen, maar wij kunnen niet meer doen dan de wet- en regelgeving ons
op dit moment toestaat.
Nogmaals, na de gesprekken die ik heb gehad met mensen voor wie Defensie
een grote impact heeft, weet ik dat hun frustratie eerlijk gezegd veel
meer dan op de euro's ziet op de lange doorlooptijd, de lange
onzekerheid en de vraag of ze verder kunnen met hun bedrijf. De wens
daarbij is ook dat die periode zo kort mogelijk duurt. Daar ligt vooral
de grote uitdaging. Mijn gevoel is wel dat daar op dit moment maximale
aandacht voor is en dat we daar ook op blijven duwen. Meer kan ik er
gewoon niet over zeggen, want meer is er ook niet over te zeggen.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe in laatste instantie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn laatste poging, hoor. Als het inderdaad een uniform proces is, wat
is dan het bezwaar om dat ook met de Kamer te delen en ons een brief te
sturen waarin staat beschreven welke stappen worden doorlopen, wat de
rentmeesters aan ruimte en opdracht meekrijgen en wat er gebeurt als er
een bezwaar of klacht is daarover of als er geen overeenstemming is? Als
dat allemaal uniform is, dan is er toch ook geen bezwaar om dat te delen
met ons?
Staatssecretaris Boswijk:
Als mevrouw Dobbe inderdaad vraagt naar een soort actielijst of
stromenschema over wat de randvoorwaarden en acties zijn, dan wil ik dat
met alle liefde delen. Dat zal niet veel meer zijn dan wat ik al in
verschillende zinnen heb proberen te delen. Dat kan ik dus toezeggen.
Dat wordt dan een verzamelbrief voor de zomer. Daarin zullen we dan
uitschrijven hoe dit proces er formeel uitziet. Dat zou ik op die manier
kunnen doen, maar het zal geen heel schokkende andere informatie zijn
dan die ik net heb gedeeld.
De voorzitter:
Voor de zomer, dus?
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar welke zomer is dat? Is dat een meteorologische zomer? Is dat
wanneer het reces start?
Staatssecretaris Boswijk:
De receszomer.
De voorzitter:
Even voor de duidelijkheid: om 21 juni start het reces.
Staatssecretaris Boswijk:
21 juni?
De voorzitter:
Dan start de zomer, sorry.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, ik wou net zeggen! Ik had Kamerlid moeten blijven!
De voorzitter:
Maar hebben we het dus over 21 juni?
Staatssecretaris Boswijk:
Nee, ik zou het reces aanhouden. Dat is, uit mijn hoofd, ergens begin
juli. Ik zou daar echt het zomerreces voor aanhouden.
De voorzitter:
Oké, dank u wel.
We gaan volgende week dinsdag stemmen over de moties. Dat doen we dus
niet deze week, maar volgende week. We hebben ook nog een aantal
toezeggingen. Die zal ik nader toelichten. We hebben het mooi gered qua
tijd.
De staatssecretaris zegt toe uiterlijk eind 2026 de Kamer te informeren over de regionale roadmaps van de verdere uitwerking van het NPRD. Hierin zal de toezegging worden meegenomen aan meneer De Groot, namelijk om de behoefte bij Defensie te peilen in specifieke gevallen, bijvoorbeeld ten aanzien van het toewijzen van voorrang voor woningruimte.
Dan een toezegging aan mevrouw Nanninga. Er komt een inventarisatie voor een briefing voor specifiek de commissie, desgewenst voor het zomerreces, over het inzetten van drones. De griffie gaat ervoor zorgen dat dit bij de volgende procedurevergadering op de agenda staat. Dan kunnen we dat als commissie dus met z'n allen bekijken.
Tot zover. O nee, de toezegging aan mevrouw Dobbe natuurlijk. Excuus.
Voor het zomerreces worden we nader geïnformeerd over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de ruimhartige compensatie.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik zal het debat er misschien op moeten naslaan — ik heb het niet
opgeschreven — maar volgens mij had ik ook een toezegging van de
staatssecretaris gekregen, in het begin.
De voorzitter:
Dan moet u mij dat even helpen herinneren, mevrouw Wiersma. Die
toezegging staat er namelijk niet op.
De Griffier:
Sowieso staat alles wat gezegd is in het verslag. Daar kunt u altijd
naar teruggrijpen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik hierbij afsluiten. Ik wil iedereen bedanken. Dank
aan de staatssecretaris, de ambtelijke ondersteuning, iedereen op de
tribune, de Kamerleden en de kijkers op afstand. Een fijne avond
allemaal.
Sluiting 17.49 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|