Antwoord op vragen van het lid Boelsma-Hoekstra over het bericht dat een eeuwenoude paasvuurtraditie stopt door regeldruk
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D17651, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 09:19, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z05283:
- Gericht aan: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1611
Antwoord van staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 15 april 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van Omroep Gelderland?
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat een bijna honderd jaar oude paasvuurtraditie in Huissen moet stoppen?
In de media verschenen berichten dat een eeuwoude traditie, georganiseerd door een kleine groep vrijwilligers, niet kan worden voortgezet. De oorzaak? Een opeenstapeling van regels van verschillende overheden. Dit is een treffend voorbeeld van hoe regelgeving de concrete praktijk – zoals bij een paasvuur – zeer complex maakt.
Dit is precies het soort onbegrijpelijke ingewikkeldheid dat wij als kabinet willen aanpakken. Een traditie van bijna honderd jaar, gedragen door vrijwilligers met hart voor hun dorp of stad, zou niet mogen stranden op regels die afzonderlijk misschien redelijk lijken, maar alles bijeen geheel onhaalbaar lijken te zijn voor kleine organisaties. Dit probleem speelt niet alleen in Huissen – het is een landelijk patroon.
Als staatssecretaris voor de Slagvaardige Overheid is het mijn taak dit, samen met vele anderen, structureel op te lossen. Niet alleen door regels één voor één te laten schrappen of te vereenvoudigen, maar ook door de overheid anders te laten nadenken: Is deze regel proportioneel? Is hij ook uitvoerbaar voor een clubje vrijwilligers? Dit vraagt ook om een mentaliteitsverandering: regels moeten nodig zijn – niet meer dan nodig, en niet onnodig ingewikkeld. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel zaken veel simpeler kunnen, zonder afbreuk te doen aan breed gedeelde publieke waarden.
Als staatssecretaris wil ik het derhalve breed en structureel aanpakken en zal ik geen oordeel uitspreken over de feiten en omstandigheden van deze specifieke casus of de concreet toepasselijke regels. Wel illustreert deze casus op indringende wijze de klem waarin mensen belanden door de aard en opeenstapeling van regels. De regels leiden in de praktijk, ook door de combinatie van regels, tot een blokkade van activiteiten die wellicht helemaal niet schadelijk, gevaarlijk of anderszins maatschappelijk ongewenst zouden hoeven zijn.
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten met welke landelijke regelgeving en vergunningseisen organisatoren van paasvuren te maken krijgen?
Uit de mij bekende informatie over deze casus blijkt dat het gaat om een combinatie van regelgeving en eisen van gemeentelijke en provinciale overheden op het gebied van veiligheid en natuurbescherming. Ook spelen nationale wetten, zoals de Gemeentewet, Omgevingswet en Waterwet, een rol die de basis vormen van veel decentrale regulering.
Dat blijkt ook af te hangen van de lokale situatie en bijvoorbeeld of het een nieuwe locatie betreft. Genoemd kunnen worden een evenementenvergunning en verkeersontheffing en eventueel een omgevingsvergunning, de daarbij behorende voorwaarden en daarvoor in rekening te brengen leges. De concrete omstandigheden, wat men waar precies wil doen bepalen de toepasselijke regels, waarbij de desbetreffende gemeente een belangrijke rol speelt in het bepalen van de regels en de wijze waarop deze concreet worden toegepast en ook het beleid binnen de desbetreffende veiligheidsregio een rol speelt. De toepasselijke regels hangen dus van de concrete casus af.
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de stapeling van regels voor vrijwilligersorganisaties steeds moeilijker uitvoerbaar wordt?
Ja, die zorg deel ik. Vrijwilligersorganisaties vervullen een belangrijke rol in onze samenleving. Grote, professionele, organisaties hebben tegenwoordig al vaak met een hoop regels en bureaucratie te maken, maar voor een kleine groep vrijwilligers is het al snel ondoenlijk. Wanneer de regeldruk zo is gegroeid dat de uitvoering van maatschappelijk gedragen activiteiten onhaalbaar wordt, heeft dat een onwenselijke uitholling van het maatschappelijk leven tot gevolg. Dit is ook een onderbouwing van het beleid van dit kabinet om de regeldruk voor burgers merkbaar te verminderen.
Vraag 5
In hoeverre wordt bij het opstellen en toepassen van regelgeving rekening gehouden met de uitvoerbaarheid voor vrijwilligersorganisaties?
Bij de voorbereiding van nationale wetgeving moet binnen de Rijksoverheid allereerst het Beleidskompas goed worden toegepast. Dit is de centrale werkwijze die vraagt om een analyse van de gevolgen voor de relevante doelgroep(en), waaronder in voorkomende gevallen ook vrijwilligersorganisaties. Ook de zogenoemde doenvermogentoets is een instrument en werkwijze die analyseert of het voorgenomen beleid uitgaat van een realistisch mensbeeld en aansluit bij het gedrag en de leefsituatie van de relevante doelgroep(en). Daarbij zal zo mogelijk ook aandacht moeten worden besteed aan de opstapelende effecten voor burgers en wat nationale en lokale regels samen betekenen voor een kleine vrijwilligersorganisatie.
Naast deze instrumenten hebben burgers en bedrijven ook de zelf mogelijkheid om te reageren op nationale conceptregelgeving – bijvoorbeeld door te reageren op een consultatie. De praktische mogelijkheden voor ongeorganiseerde burgers zijn echter zeer beperkt. Het vraagt aan de andere kant ook veel van de makers van beleid en wetgeving om daar oog voor te hebben. Wat betreft lokale en regionale regelgeving bieden gemeenten vaak ruimte voor inspraak en participatie van burgers en (vrijwilligers-)organisaties.
Vraag 6
Bent u bereid specifiek te kijken naar regelgeving die initiatieven uit de samenleving onevenredig hard raakt, en een subdoel te nemen voor vrijwilligersorganisaties?
Deze maand vindt de internetconsultatie plaats voor vereenvoudigingen die worden opgenomen in de eerste editie van de in het coalitieakkoord genoemde Vereenvoudigingswet. Daarin zullen naar verwachting nog geen specifieke vereenvoudigingen voor vrijwilligersorganisaties onderdeel van zijn. Daarnaast zal ik wel binnen enkele weken een groot aantal organisaties oproepen om samen met de meest betrokken ministeries vereenvoudigingsvoorstellen te ontwikkelen voor de eerstvolgende ronde in 2027. Mogelijk bevat die ronde ook regels die het werk van vrijwilligers(organisaties) makkelijker maakt. Ik hoop namelijk op een rijke oogst voor de tweede en volgende edities. Eind juni zal ik de Kamer nader over deze vereenvoudigingswet en de bredere aanpak informeren.
Specifiek voor maatschappelijke organisaties en vrijwilligers staan
in het coalitieakkoord bovendien enkele gerichte maatregelen
aangekondigd om de regeldruk te verminderen. Maar er is dus meer nodig.
De inzet van het gehele kabinet is om een aanpak te ontwikkelen die zich
richt op het maatschappelijk effect en merkbaar is voor de
professionals, burgers en ondernemers. Deze aanpak moet ook bijdragen
aan de slagvaardigheid van de overheid zelf en de ambtelijke
dienst.
Het schrappen of vereenvoudigen van regels is daarbij geen doel op zich.
Waar het om gaat, is dat mensen hun leven kunnen leiden en inrichten,
individueel of in georganiseerd verband, zonder de overheid als obstakel
te ervaren. En een overheid die ook eenvoudiger werkt. Dat uitvoerders
en vakmensen hun werk kunnen doen zonder onnodige regels en formulieren.
En dat mensen de overheid weer als begrijpelijk en betrouwbaar ervaren.
Hierin is het van belang dat er ook wordt gekeken naar het geheel aan
regels waar bijvoorbeeld een vrijwilligersorganisatie aan moet
voldoen.
De kwestie van de paasvuren illustreert dat het ook bij vrijwilligersorganisaties niet om een denkbeeldige problematiek gaat. De wijze waarop het kabinet de zeer stevige ambities uit het coalitieakkoord op dit onderdeel zal gaan uitvoeren, wordt op dit moment verkend, in samenspraak met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en binnen de Tasforce Slagvaardige Overheid. Casuïstiek als de Paasvuren zal daarin ook besproken worden.
Op de korte termijn valt al veel te winnen door de administratieve zaken te vereenvoudigen, voor alle ondernemers en burgers, ook vrijwilligersorganisaties, — dat is echte vereenvoudiging zonder dat een publiek belang wezenlijk tekort wordt gedaan. Maar de ambitie is om ook op brede domeinen zoals het fiscale, sociale en fysieke domein de stelsels meer ingrijpend te vereenvoudigen.