[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Onderzoek naar de toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet 2021-2023 en onderzoek naar de effecten en gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet

Brief regering

Nummer: 2026D17667, datum: 2026-04-14, bijgewerkt: 2026-04-15 09:18, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07838:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Met deze brief informeer ik uw Kamer over twee WODC-onderzoeken met betrekking tot artikel 13b Opiumwet. Het gaat om 'Onderzoek naar de toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet 2021-2023 (Deelonderzoek A)' en 'Onderzoek naar de effecten en gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet (Deelonderzoek B)'.

Deelonderzoek A omvat de driejaarlijkse monitor over de toepassing van artikel 13b Opiumwet, die is opgezet naar aanleiding van de motie van de leden Buitenweg/Van Nispen uit 2018.1

Deelonderzoek B omvat verdiepend onderzoek naar de effecten en gevolgen van artikel 13b Opiumwet. Dit is een vervolg op een verkenning naar het monitoren van de gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet. Die verkenning is destijds gedaan ter uitvoering van de motie van de leden Sneller/Van Nispen.2 In de beleidsreactie van 24 juni 2024 is toegezegd om de aanbeveling van de onderzoekers op te volgen om eenmalig een verdiepend onderzoek te doen naar de gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet.3 Met deelonderzoek B is deze toezegging uitgevoerd.

Artikel 13b Opiumwet

Artikel 13b Opiumwet geeft een burgemeester kort gezegd de bevoegdheid herstelmaatregelen te treffen wanneer er in woningen of lokalen of op een daarbij behorend erf drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn, of wanneer voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die bestemd zijn voor het bereiden of telen van drugs. Op grond van artikel 13b Opiumwet kan een burgemeester een waarschuwing geven, een last onder dwangsom opleggen of een pand of bijbehorend erf sluiten met toepassing van bestuursdwang.

Opzet van de onderzoeken

Om inzicht te krijgen in de toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet op gemeentelijk niveau, hebben de onderzoekers van Deelonderzoek A gebruik gemaakt van enquêteonderzoek onder gemeenten, beleidsanalyses en een expertmeeting. De enquête werd ingevuld door 217 gemeenten. In de expertmeeting hebben de onderzoekers de voorlopige bevindingen besproken met vertegenwoordigers van zestien verschillende gemeenten. Om inzicht te krijgen in de rechterlijke toetsing hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van kwalitatieve en kwantitatieve jurisprudentieanalyses.

Voor Deelonderzoek B hebben de onderzoekers onder andere gebruik gemaakt van casestudies, interviews met bewoners en ondernemers, buurtonderzoek, een enquête onder woningcorporaties en jurisprudentieonderzoek.

Conclusie van de onderzoeken

Volgens de onderzoekers kunnen de resultaten van beide deelstudies burgemeesters ondersteunen bij de eigenstandige lokale toepassing van de bevoegdheid uit artikel 13b Opiumwet door meer structuur, transparantie en voorspelbaarheid te scheppen bij de toepassing van die bevoegdheid. De onderzoekers geven aan dat daarbij in het bijzonder de keuzes tussen de verschillende maatregelen, de onderbouwing van de noodzaak en evenredigheid daarvan, alsook het betrekken van persoonlijke omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de (mogelijke) huurrechtelijke gevolgen goed verdisconteerd moeten worden. En dat het daarbij van belang is aan te sluiten bij de meest recente jurisprudentie van de Afdeling.

Deze op basis van input van o.a. gemeenten ervaren meerwaarde van meer structuur, transparantie, en voorspelbaarheid in de toepassing van artikel 13b Opiumwet, vormen voor de onderzoekers de basis voor de aanbeveling om een landelijk handelingskader te ontwikkelen voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet. In een dergelijk landelijk handelingskader kunnen worden opgenomen:

  • De stappen in het uitvoeringsproces van artikel 13b Opiumwet.

  • Richting aan de gewenste inhoud en kwaliteit van bestuurlijke rapportages van de politie, mede in het licht van gesignaleerde knelpunten rond volledigheid, tijdigheid en noodzakelijkheid van informatie over persoonlijke omstandigheden.

  • Handvatten voor het (beter) informeren van belanghebbenden over de procedure en de mogelijkheden tot het zoeken van rechtsbescherming.

  • Suggesties voor het informeren van omwonenden en de buurt.

  • Een interactief beoordelingskader dat burgemeesters kunnen gebruiken bij de besluitvorming.

De onderzoekers geven daarbij aan dat een dergelijk handelingskader expliciet ruimte dient te laten voor maatwerk en bestuurlijke afweging en geen afbreuk dient te doen aan de beoordelingsruimte van de burgemeester.

De aanbeveling voor het opstellen van een handelingskader komt voort uit de synthese van de belangrijkste resultaten van beide deelonderzoeken. In samenhang bezien laten de resultaten zien dat burgemeesters bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet opereren in een complex speelveld. De onderzoekers concluderen dat in de praktijk ingrijpende maatregelen, met name woningsluitingen, frequent worden ingezet, terwijl minder ingrijpende alternatieven in veel gevallen eveneens hadden kunnen bijdragen aan het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Tegelijkertijd zijn de (onbedoelde) gevolgen van sluiting aanzienlijk, met name voor (kwetsbare) bewoners, en blijkt uit de jurisprudentieanalyse dat de rechter regelmatig corrigerend optreedt wanneer de noodzaak en/of de evenwichtigheid van de maatregel ontbreekt of onvoldoende is onderbouwd. Daarbij komt in de onderzoeken naar voren dat belanghebbenden de weg naar rechtsbescherming niet altijd goed weten te vinden.

Verder signaleren de onderzoekers dat gemeenteambtenaren knelpunten ervaren in de uitvoeringspraktijk, bijvoorbeeld in de kwaliteit en tijdigheid van bestuurlijke rapportages van de politie. Ook ervaren gemeenteambtenaren de strengere rechterlijke toetsing en de belangenafweging als complex en tijdrovend. Tenslotte zien de onderzoekers dat de handelswijze per gemeente sterk verschilt.

Vervolg

Ik ben de onderzoekers erkentelijk voor het onderzoek. Veel van de signalen en knelpunten zijn herkenbaar. Ik vind het daarom in ieder geval een nuttige aanbeveling van de onderzoekers om een landelijk handelingskader te ontwikkelen dat burgemeesters kan ondersteunen bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet. In dat handelingskader kunnen handvatten worden geboden voor een groot deel van de gesignaleerde knelpunten, zonder afbreuk te doen aan de beoordelingsruimte van de burgemeester. Ik volg deze aanbeveling op en vraag de onderzoekers om hier samen met het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) – en met betrokkenheid vanuit de gemeentelijke praktijk – uitvoering aan te geven. In het handelingskader zal in opvolging van de aanbeveling expliciet aandacht worden besteed aan de keuzes tussen de verschillende maatregelen, de onderbouwing van de noodzaak en evenredigheid daarvan, alsook het betrekken van persoonlijke omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de (mogelijke) huurrechtelijke gevolgen. Daarbij wil ik wel benadrukken dat dit kader dient als hulpmiddel voor gemeenten. Het blijft aan de burgemeester om elke situatie afzonderlijk af te wegen en te beoordelen.

Verder ga ik de bevindingen, aanbevelingen en het handelingskader zorgvuldig bespreken met de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten via het Strategisch Beraad Veiligheid. Ook zal ik de resultaten van het onderzoek bespreken in andere gremia waarin ik regelmatig spreek met gemeenten, zoals de G4, de G40 en de M50. Op basis van deze gesprekken zal ik bezien of er eventueel aanvullend op het handelingskader nog andere acties nodig zijn.

Bestuurlijke maatregelen zoals sluiting van een pand zijn een ingrijpend besluit voor betrokkenen, zeker als het gaat om woningen. Het is dan ook van groot belang dat met de toepassing van artikel 13b Opiumwet de beoogde doelen bereikt worden, zonder dat betrokkenen disproportioneel geraakt worden. Daarom zal ik zowel bij het opstellen van het handelingskader als in mijn gesprekken met gemeenten expliciet aandacht vragen voor het overwegen van minder ingrijpende maatregelen dan een sluiting. Ook zal ik in het bijzonder aandacht hebben voor het (beter) informeren van betrokkenen over de procedure en de mogelijkheden om rechtsbescherming te zoeken.

Ik zal uw Kamer kort na het komende zomerreces de beleidsreactie doen toekomen. Ik verwacht dat ik uw Kamer dan ook het toegezegde handelingskader kan toesturen.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel


  1. Kamerstukken II 2017/18, 34 763, nr. 10↩︎

  2. Kamerstukken II 2021/22, 34 763, nr. 19↩︎

  3. Kamerstukken II 2023/24, 34 763, nr. 21↩︎