Reactie op twee onderwerpen ten aanzien van defensiepersoneel
Brief regering
Nummer: 2026D17707, datum: 2026-04-14, bijgewerkt: 2026-04-15 10:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z07851:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-15 15:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-04-15 15:00: Personeel (nader gewijzigde tijd) (Commissiedebat), vaste commissie voor Defensie
- 2026-04-23 10:45: Procedurevergadering Defensie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
| > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 14 april 2026 |
| Betreft | Reactie op twee onderwerpen ten aanzien van defensiepersoneel |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
MINDEF20260028/D2026-002034
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
Tijdens de procedurevergadering van 9 april jl. zijn door het lid
Boon (PVV) ten aanzien van twee onderwerpen reacties gevraagd
voorafgaand aan het Commissiedebat personeel van 15 april. In deze brief
ga ik op beide verzoeken in.
Verkorten mbo-opleiding
Het lid Boon heeft naar aanleiding van een recent verschenen
media-artikel gevraagd om een reactie op het besluit een mbo-opleiding
te verkorten (uw kenmerk 2026Z07502/2026D16889). Het artikel heeft
betrekking op het verkorten van de opleiding Veiligheid en Vakmanschap
(VeVa) Grondoptreden (GROP) mbo-niveau 2 van anderhalf naar één jaar.
Deze aanpassing is het resultaat van een gezamenlijk traject dat
Defensie met 21 regionale opleidingscentrums (roc’s) heeft
doorlopen.
Het is van belang te benadrukken dat de VeVa-opleiding geen eindpunt vormt, maar het startpunt is van een breder opleidingstraject. Studenten die vanuit de VeVa GROP-opleiding instromen, doorlopen na hun diplomering de militaire vervolgopleiding bij Defensie. In deze militaire opleiding worden zij verder opgeleid in onder meer militaire basisvaardigheden, optreden in operationele omstandigheden en fysieke en mentale weerbaarheid. De militaire opleiding bouwt daarmee voort op de kennis en vaardigheden die in de VeVa-opleiding zijn opgedaan.
Door deze samenhang tussen de mbo-opleiding en de militaire vervolgopleiding ontstaat één doorlopende leerlijn, waarin overlap wordt voorkomen en de beschikbare opleidingscapaciteit doelmatiger wordt benut. Dit betekent dat de verkorting van de mbo-opleiding er niet toe leidt dat het totale opleidingsniveau omlaag zou gaan. Het leidt juist tot een efficiëntere inrichting van het totale leertraject. Het uitgangspunt blijft dat militairen pas worden ingezet nadat zij de volledige militaire opleiding succesvol hebben afgerond en voldoen aan alle gestelde eisen op het gebied van startbekwaamheid en inzetbaarheid.
De doorlopende leerlijn wordt ondersteund door de aankomende wet VABA (Verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) die per 1 augustus 2026 in werking moet treden. Deze wet heeft als doel mbo-opleidingen beter aan te laten sluiten op de praktijk van werk en beroep. Vergelijkbare éénjarige opleidingen bestaan al langer succesvol. Zo kan bijvoorbeeld de opleiding niveau 2 Beveiliging worden afgerond binnen 8-12 maanden. Dit is een voorbeeld dat vergelijkbaar is met de opleiding GROP. Daarnaast biedt ROC Zadkine in Rotterdam circa 40 opleidingen aan die in één jaar kunnen worden afgerond.
Het proces om de opleiding aan te passen is zorgvuldig doorlopen. De roc’s en Defensie hebben gezamenlijk een kritische taakanalyse (een systematische analyse waarin wordt gekeken welke taken essentieel zijn voor het functioneren van het individu en de organisatie) uitgevoerd en naar aanleiding daarvan is een kwalificatiedossier tot stand gekomen. Dit betreft het document dat beschrijft wat een student moet kennen en kunnen om een diploma te halen.
De roc's hebben in het traject nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de uitvoerbaarheid en de belasting voor studenten. Deze aandachtspunten zijn expliciet meegenomen in de afspraken met Defensie, onder andere door maatwerk mogelijk te maken voor studenten die meer tijd nodig hebben. In het proces is daarnaast steeds de nodige aandacht geweest voor de kwaliteit van de opleiding in combinatie met de haalbaarheid.
Daarom hebben Defensie en de onderwijsinstellingen afspraken gemaakt over onder meer voldoende stageplaatsen (Beroeps Praktijkvorming (BPV), begeleiding, doorstroommogelijkheden en monitoring. Ook wordt de verkorte opleiding gefaseerd ingevoerd, met een overgangsjaar waarin de lange en de kortere variant naast elkaar bestaan. Deze werkwijze geeft scholen ruimte om op eigen tempo over te stappen en zorgt voor continuïteit voor studenten. Alle roc’s hebben ingestemd met de eenjarige opleiding.
Leeftijdsgrenzen militairen
Het lid Boon verzoekt daarnaast om een reactie op een brief die de
vaste commissie voor Defensie heeft ontvangen met het verzoek tot
heroverweging en loslaten van de leeftijdsgrens voor instroom en inzet
van militairen (uw kenmerk 2026Z05784/2026D16886). De kernboodschap van
de steller van deze brief is het verzoek om de leeftijdsgrens van
militairen te heroverwegen en los te laten voor niet-fysiek zware
functies, te werken met functie-specifieke eisen, en kandidaten
individueel te beoordelen op geschiktheid, inzetbaarheid en
gezondheid.
Militairen worden gekeurd om als militair te kunnen dienen bij
Defensie en moeten voldoen aan de militaire basis eisen. Deze eisen zijn
gedifferentieerd naar cluster, gebaseerd op de te verwachte fysieke
inspanningen in de verdere loopbaan van de militair. Recent is een extra
basiscluster toegevoegd waarmee de aanstellings- en keuringseisen voor
bepaalde functies zijn verlaagd.
De steller heeft het in zijn brief over een uniforme leeftijdsgrens van
55 jaar en 6 maanden die geldt voor instroom en inzet. Daarbij moet een
onderscheid worden gemaakt tussen instroom en inzet. Defensie hanteert
geen uniforme leeftijdsgrens voor instroom. De leeftijdsgrenzen voor
instroom van beroepsmilitairen bij Defensie zijn momenteel
gespecificeerd naar categorieën zoals manschappen en korporaals,
onderofficieren en officieren en liggen vooralsnog tussen de 27 en 37
jaar. Daarbinnen wordt gedifferentieerd, bijvoorbeeld door rekening te
houden met de duur van de opleiding en het te behalen rendement daarna.
Voor reservisten hanteert Defensie geen vaste leeftijdsgrenzen.
Uiteraard wordt er wel rekening gehouden met de relatie tussen de
leeftijd van de kandidaat en de functie die hij of zij gaat
uitoefenen.
Momenteel beziet Defensie of de leeftijdsgrenzen voor beroepsmilitairen voor instroom verder kunnen worden verruimd. Hierover wordt overleg gevoerd tussen de sociale partners. Wanneer het overleg hierover is afgerond zullen we uw Kamer nader informeren zoals ook verzocht in de motie van het lid Boon over dit onderwerp (Kamerstuk 36800-X, nr. 43 van 5 maart 2026).
Waar het gaat om inzet, gelden voor Defensie op zich geen leeftijdsgrenzen. De Verenigde Naties (VN) hanteren echter wel een norm van 55 jaar voor VN-missies. Hier hebben we dus als Defensie wel rekening mee te houden.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Derk Boswijk