Amendement van het lid Diederik van Dijk over een onderscheid tussen embryo's en embryoachtige entiteiten
Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie
Amendement
Nummer: 2026D17747, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 11:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.J.H. (Diederik) van Dijk, Tweede Kamerlid (SGP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36677 -13 Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie.
Onderdeel van zaak 2026Z07871:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 677 | Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie | |
| Nr. 13 | AMENDEMENT VAN HET LID Diederik van dijk | |
| Ontvangen 15 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
De met artikel I, onderdeel A, subonderdeel 4, voorgestelde begripsbepaling wordt als volgt gewijzigd:
1. de onderdeelsaanduiding âa.â vervalt.
2. â; ofâ aan het slot van onderdeel a (oud) wordt vervangen door een punt.
3. onderdeel b vervalt.
II
Aan artikel I, onderdeel A, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:
5. In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
embryoachtige entiteit: entiteit met een menselijk nucleair genoom, waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat, als ontwikkeling tot en met de gastrulatie zou plaatsvinden, dezelfde essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling ontstaan als bij een embryo en die het resultaat is van:
a. het samensmelten van een of meer in vitro geproduceerde geslachtscellen met een of meer in het menselijk lichaam geproduceerde geslachtscellen;
b. het samensmelten van in vitro geproduceerde geslachtscellen;
c. het samenbrengen van pluripotente stamcellen;
d. celkerntransplantatie; of
e. een andere wijze van tot stand brengen.
III
Na onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Aa
Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1a
Bepalingen met betrekking tot embryoâs zijn van overeenkomstige toepassing op embryoachtige entiteiten, tenzij anders is bepaald.
IV
In het met artikel I, onderdeel B, subonderdeel 4, voorgestelde vierde lid wordt âembryoâsâ vervangen door âembryoachtige entiteitenâ en wordt âdergelijke embryoâsâ vervangen door âdergelijke embryoachtige entiteitenâ.
V
In het met artikel I, onderdeel H, voorgestelde derde lid wordt âembryoâsâ vervangen door âembryoachtige entiteitenâ.
VI
In artikel I, onderdeel I, wordt âwaarmee de betreffende embryoâs tot stand worden gebrachtâ vervangen door âwaarmee de betreffende embryoachtige entiteiten tot stand worden gebrachtâ.
VII
Artikel I, onderdeel O, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het met subonderdeel 2 voorgestelde onderdeel e, subonderdeel 1°, wordt âembryo, datâ vervangen door âembryoachtige entiteit, dieâ.
2. In het met subonderdeel 3 voorgestelde tweede lid wordt âembryo datâ vervangen door âembryoachtige entiteit dieâ.
Toelichting
Het wetsvoorstel wijzigt de definitie van een embryo zodat ook entiteiten die niet het resultaat zijn van het samensmelten van een in het menselijk lichaam ontstane eicel en zaadcel, maar wel dezelfde essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling hebben ook onder de definitie komen te vallen.
De indiener is van mening dat, los van de vraag of het moreel wenselijk is om entiteiten te ontwikkelen die op het oog niet te onderscheiden zijn van menselijke embryoâs, er een fundamenteel ethisch onderscheid blijft bestaan tussen een embryo en dergelijke embryomodellen. Door embryoâs en embryoachtige entiteiten op definitieniveau gelijk te schakelen, wordt door de wetgever onvoldoende recht gedaan aan de unieke waarde van menselijk leven dat op een natuurlijke wijze is ontstaan.
Om dit onderscheid te markeren, stelt de indiener daarom een definitiesplitsing voor. Het begrip âembryoâ krijgt een aparte definitieomschrijving en er wordt een nieuw begrip toegevoegd, namelijk âembryoachtige entiteitenâ. Onder dit nieuwe begrip volgt de door het wetsvoorstel voorgestelde opsomming van mogelijke ontstaanswijzen van dergelijke entiteiten. Hiermee biedt de wetgever een juridische verankering van het ethische onderscheid tussen embryo en embryoachtige entiteiten.
Diederik van Dijk