[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Toezegging gedaan tijdens het wetgevingsoverleg Cultuur van 19 januari 2026, over de stand van zaken van het Nationaal Slavernijmuseum

Brief regering

Nummer: 2026D17931, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 16:05, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07952:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 15 april 2026
Betreft Voortgang Nationaal Slavernijmuseum

Erfgoed en Kunsten

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

63246731

In het Wetgevingsoverleg Cultuur van 19 januari 2026 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer toegezegd te informeren over de stand van zaken van het Nationaal Slavernijmuseum. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezegging.

Het Nationaal Slavernijmuseum is een belangrijke en concrete bijdrage aan het maatschappelijk herstelproces over het slavernijverleden, en het tegengaan van de doorwerking van dat verleden in het heden. Op het Java-eiland in Amsterdam komt een permanente plek voor presentatie en herinnering, voor onderzoek naar persoonlijke familiegeschiedenis in relatie tot het Nederlandse slavernijverleden, en voor ontmoeting en gesprek over dit verleden. Het museum is een belangrijke en noodzakelijke aanvulling op ons museale landschap, zoals de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad eerder constateerden.1 Het is namelijk het enige museum dat permanent, structureel en substantieel aandacht besteedt aan het Nederlandse koloniale slavernijverleden. Ik onderschrijf de constatering van de Raden dat het museum grote nationale betekenis kent met een onderscheidende en inspirerende positie in het Nederlandse en Europese museale landschap. Het museum is bovenal een concrete bijdrage aan een belangrijke ambitie uit het coalitieakkoord Aan de slag: “We werken actief aan maatschappelijke bewustwording over het koloniale verleden en het slavernijverleden en de blijvende impact daarvan in samenwerking met de zes Caribische eilanden.”2

Wat vooraf ging

Het Nationaal Slavernijmuseum is een Amsterdams initiatief waar gemeenschappen van nazaten zich al decennialang voor inzetten. In de Amsterdamse gemeenteraad werd in 2017 het initiatiefvoorstel van de leden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA) unaniem aangenomen.3 OCW ondersteunt de ontwikkeling van dit museum sinds 2019 vanwege de spilfunctie voor de verdieping en verspreiding van kennis en bewustzijn over het slavernijverleden in het Koninkrijk en daarbuiten.4 In 2022 maakte mijn voorganger Gunay Uslu bekend € 29 miljoen bij te dragen aan de bouw van het museum.5

Op 15 februari 2024 is na een intensief participatietraject in het hele Koninkrijk, het museaal ondernemingsplan Vertel het hele verhaal gepresenteerd en overhandigd aan mijn voorganger Fleur Gräper-van Koolwijk en de Amsterdamse wethouder voor Kunst en Cultuur en Inclusie en antidiscriminatiebeleid, Touria Meliani.6

Op 30 mei 2024 bent u geïnformeerd over de bestuurlijke afspraken die het Rijk met de gemeente Amsterdam heeft gemaakt over de verantwoordelijkheidsverdeling en financiële bijdrage.7 Uitgangspunt voor de bestuurlijke afspraken is dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor de totstandkoming van het museum. Dit betekent dat de gemeente Amsterdam verantwoordelijk is voor de oprichting van een museumorganisatie en de bouw van het museum. OCW blijft betrokken bij de ondersteuning van de museumorganisatie en de ontwikkeling van het op te richten kenniscentrum.

In bovengenoemde bestuurlijke afspraken zijn ook de financiële afspraken gebundeld. Voor de bouw van het museum heeft het Rijk in totaal € 32,17 miljoen beschikbaar gesteld aan de gemeente Amsterdam.8 De gemeente draagt zelf voor de bouw en de oprichting van het museum € 47,4 miljoen bij. Tevens stelt het Rijk voor de ontwikkeling van de museumorganisatie voor de jaren 2025 tot en met 2028, € 1,1 miljoen per jaar beschikbaar. Dit is een voortzetting van de bijdrage van € 1 miljoen per jaar, die door mijn voorganger Ingrid van Engelshoven van 2021 tot en met 2024 ten behoeve van de museale voorziening is toegekend.9 Ook is een inspanningsafspraak vastgelegd om deze middelen vanaf de opening van het museum structureel in te zetten voor publieksactiviteiten. De gemeente heeft hiervoor ook structurele middelen gereserveerd. Tot slot heeft het kabinet-Rutte IV besloten om voor de ontwikkeling van het kenniscentrum van het museum éénmalig € 3 miljoen beschikbaar te stellen uit de middelen van het slavernijverledenfonds.10

Museumorganisatie in ontwikkeling

Op 9 april 2025 is besloten tot de oprichting van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. John Leerdam is vervolgens benoemd tot directeur-bestuurder. Tevens is de raad van toezicht benoemd, te weten, Matthias van Rossum en Bianca Tjon Atsoi onder voorzitterschap van Franc Weerwind.

De nieuwe organisatie heeft een operationeel ondernemingsplan ingediend bij de gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW voor de ontwikkeling van de organisatie richting 2030. Onderdeel van deze plannen is de voortzetting van de aanloopprogrammering in Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk, zodat het museum in de opstartfase reeds zichtbaar is en samenwerkingen aangaat met musea door het hele Koninkrijk. Tevens werkt het museum aan de ontwikkeling van het kenniscentrum dat integraal onderdeel wordt van het museum. Voor meer informatie over de voortgang van de museumorganisatie verwijs ik u naar de raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad van Amsterdam, die op het moment dat uw Kamer deze brief ontvangt wordt verstuurd door de wethouder voor Kunst en Cultuur en Inclusie en antidiscriminatiebeleid, de wethouder Gemeentelijk Vastgoed en de wethouder Deelnemingen.

Ontwerpproces museumgebouw en -park

In de vorige fase zijn via een intensief participatietraject wensen en ideeën opgehaald uit de betrokken gemeenschappen over het museumgebouw en -park. De gemeente Amsterdam heeft op 12 februari 2026 een internationale architectenprijsvraag gelanceerd. Met de prijsvraag wil de gemeente Amsterdam architecten en ontwerpteams wereldwijd uitnodigen om bij te dragen aan een betekenisvolle plek van herinnering, erkenning en verbondenheid. Voor meer informatie over het ontwerp- en bouwproces verwijs ik u naar de bovengenoemde raadsinformatiebrief. Omdat de architectenselectie officieel is gestart gaan de verantwoordelijke wethouders regelmatig de gemeenteraad van Amsterdam informeren over de voortgang van de bouw, in het kader van de Regeling Grote Projecten. Onderdeel hiervan is het continu actualiseren van de planning. Mochten hieruit consequenties voortkomen die relevant zijn voor het ministerie van OCW, dan zal ik uw Kamer hierover informeren.

Overwegingen structurele borging

Uw Kamer vroeg mijn ambtsvoorganger naar de overwegingen bij een besluit over structurele verantwoordelijkheid door de Rijksoverheid vanaf opening van het museum. Zoals gezegd constateer ik met de Raden dat het museum grote nationale betekenis kent met een onderscheidende en inspirerende positie in het Nederlandse en Europese museale landschap. Tegelijkertijd zie ik dat het museum momenteel in ontwikkeling is en tijd nodig heeft om zich verder te ontplooien.

Ik wil het museum tijd geven om de juiste ontwikkelstappen te zetten. Het museum moet bijvoorbeeld nog een collectieplan ontwikkelen en de museumorganisatie verder opbouwen. Het museum heeft ook tot 2029 voldoende financiële slagkracht. Ik kan u wel verzekeren dat ik mij in nauwe afstemming met de gemeente Amsterdam in zal zetten voor structurele borging van het museum. Ik ben voornemens u in 2027 te informeren over hoe het ministerie zich zal verhouden tot het museum.

Tot slot

Musea geven ons de kans om stil te staan bij het verleden en te begrijpen hoe het verleden invloed heeft op het heden. Zij creëren een brug tussen toen en nu en nodigen uit tot reflectie en gesprek. Ik ben verheugd dat er zowel door de Stichting Nationaal Slavernijmuseum als de gemeente Amsterdam goede stappen worden gezet. Opdat er een vaste plek komt om stil te staan bij het Nederlandse slavernijverleden. Een geschiedenis die van ons allemaal is.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Rianne Letschert


  1. Raad voor Cultuur en Amsterdamse Kunstraad, “Advies Nationale museale voorziening slavernijverleden”, 1 november 2021.↩︎

  2. Coalitieakkoord D66, VVD en CDA, “Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland”, 30 januari 2026.↩︎

  3. Initiatiefvoorstel “Een stap naar erkenning van het Amsterdamse slavernijverleden” van de leden Blom, Duijndam en Mbarki.↩︎

  4. Ingrid van Engelshoven, “Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021 – 2024”, 11 juni 2019 (pdf).↩︎

  5. Gunay Uslu, “Meerjarenbrief 2023 – 2025. De kracht van creativiteit: cultuur midden in de samenleving”, 4 november 2022 (pdf). Deze middelen volgen uit het coalitieakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” en zijn geen onderdeel van het slavernijverledenfonds.↩︎

  6. Peggy Brandon, John Leerdam en David Brandwagt, “Vertel het hele verhaal: plan voor de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum”, 15 februari 2024 (pdf).↩︎

  7. Kamerstukken II 2023-24, 36284, nr. 41 (2024D22206&did=2024D22206">pdf).↩︎

  8. De bijdrage van 29 miljoen is opgehoogd met loon- en prijsbijstelling 2023 en 2024.↩︎

  9. Ingrid van Engelshoven, “Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021 – 2024”, 11 juni 2019 (pdf).↩︎

  10. Kamerstukken II 2023-24, 36284, nr. 39 (2024Z07194&did=2024D16440">pdf).↩︎