[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Acties met betrekking tot de aanpak ten behoeve van passende jeugdhulp voor jongeren met complexe problematiek

Brief regering

Nummer: 2026D17936, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 16:09, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07959:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

In de afgelopen weken zijn zorgelijke berichten verschenen over het gebrek aan passende hulp voor jongeren met complexe problematiek, en de gevolgen hiervan voor deze jongeren.1 Ook het rapport2 van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ), over de kwaliteit van hulp op het Hoenderloo-terrein aan jongeren met een complexe hulpvraag dat op 30 maart jl. verscheen, onderschrijft dit. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en ik delen de zorgen die uw Kamer heeft uitgesproken. Samen met betrokken partijen wil ik stappen zetten om de zorg voor deze jongeren beter te maken. Hierbij realiseer ik mij dat het niet eenvoudig is om passende zorg te organiseren voor jongeren met complexe problematiek, en onze inzet daarom niet in alle gevallen direct resultaat zal hebben.

Op 31 maart jl. heeft uw Kamer mij verzocht u te informeren, onder meer over de concrete acties die samen met gemeenten, jeugdhulpaanbieders, en gecertificeerde instellingen (hierna: GI’s) genomen gaan worden om jongeren met complexe problematiek beter in beeld te krijgen en passende zorg en onderwijs en/of dagbesteding voor hen te organiseren. Met deze brief geef ik, mede namens de Staatssecretaris van JenV, opvolging aan dit verzoek. Daarnaast informeer ik u in deze brief over de rol van de IGJ, de beëindiging van het verscherpt toezicht bij Enver en geef ik een update over het erkenningstraject rondom de misstanden in de gesloten jeugdhulp, inclusief ZIKOS.

Problemen in de jeugdhulp voor jongeren met complexe problematiek

Jongeren met complexe problematiek hebben meestal al veel meegemaakt en veel verschillende hulpverleners gezien. Bij deze jongeren is bijvoorbeeld sprake van (ernstige) zelfbeschadiging, suïcidaliteit, agressieproblematiek, verslavingen en/of seksuele uitbuiting. Er is voor deze jongere niet één pasklare oplossing: wat zij nodig hebben is heel uiteenlopend. Het gaat erom hulptrajecten meer passend te maken en daarmee doorplaatsingen voorkomen.

Bij incidenten, crisissituaties en onveiligheid kwamen jongeren voorheen veelal terecht in de gesloten jeugdhulp. Maar uit onderzoeken en verhalen van ervaringsdeskundigen weten we dat de gesloten jeugdhulp jongeren op langere termijn vaak niet helpt.3 Want juist wanneer zij verbinding en nabijheid nodig hebben, van waaruit zij kunnen leren en ontwikkelen, werd hen het tegenovergestelde geboden: een verregaande inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen en een repressief klimaat. Dit heeft een grote impact (gehad) op hun leven.

Tegelijkertijd is de pijnlijke realiteit dat er een kleine groep jongeren is die – ondanks intensieve en specialistische hulp – gedrag blijft laten zien waarmee zij een gevaar vormen voor zichzelf en/of hun omgeving. Voor professionals en betrokken organisaties vraagt dit om hele moeilijke keuzes. Tevens vraagt het een afweging welke risico’s we acceptabel vinden, en welke mate van vrijheidsbeperking we toelaatbaar vinden. Zoals eerder naar uw Kamer is gecommuniceerd zullen er, ook als we stoppen met gesloten jeugdhulp, omstandigheden zijn waarbij de toepassing van vrijheidsbeperking nodig zal blijven.4

Voor een deel van de jongeren met complexe problematiek geldt dat zij eerder én andere hulp nodig hebben. Zodat zij waar mogelijk met intensieve hulp thuis kunnen blijven wonen. En als zij niet thuis wonen, dan het liefst zo thuis mogelijk. Dit vraagt een andere manier van werken vanuit de specialistische jeugdhulp: meer gezamenlijk vanuit verschillende expertises (oftewel interdisciplinair) én zo veel mogelijk ambulant (bij jongeren thuis of op andere zorglocaties). We zien dat dit nog onvoldoende tot stand komt. Door het gebrek aan deze passende hulp in de eigen regio wordt noodgedwongen gekozen voor hulpaanbod dat niet biedt wat deze jongeren écht nodig hebben. Verwijzers zien zich te vaak genoodzaakt een oplossing te zoeken buiten bestaande contracten. Dit gaat onder andere om één-op-één plaatsingen (bijvoorbeeld op vakantieparken) en/of plaatsingen op een plek ver van huis, die vaak niet aansluiten bij wat jongeren nodig hebben, zonder onderwijs en/of dagbesteding, die ook nog eens zeer kostbaar kunnen zijn. Bovendien is niet altijd duidelijk of de hulpverleners over de benodigde expertise beschikken om deze jongeren goede hulp te bieden. Ook zien we dat de druk om jongeren te plaatsen malafide zorgaanbieders een kans biedt om zorg te verlenen die niet aan de eisen voldoet. Tot slot zien we dat er behoefte is aan meer regie op het organiseren van een goed, passend zorgaanbod.

Alles bij elkaar is dit uiterst zorgwekkend. Als stelstelverantwoordelijken zijn we daarom direct in gesprek gegaan met de vertegenwoordiging van gemeenten, jeugdhulpaanbieders en GI’s. Hieronder beschrijven we de maatregelen die we gezamenlijk, ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid, nemen. We maken onderscheid naar de maatregelen die we op korte termijn nemen, en de maatregelen die op de (middel)lange termijn moeten leiden tot structureel toereikend en passend aanbod voor jongeren met complexe problematiek. Daarnaast zetten we extra maatregelen in die fraude moeten tegengaan en het toezicht versterken.

  1. Korte termijn: regionale doorbraakaanpak met landelijke regie

Samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Jeugdzorg Nederland (JZNL), Nederlandse GGZ (NLGGZ) en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) stellen we vast dat één-op-één plaatsingen en plaatsingen op een zorglocatie buiten de regio die oorspronkelijk niet door de gemeente is gecontracteerd (hierna ook: buitencontractueel) niet wenselijk zijn. Want jongeren worden niet beter van langdurige één-op-één begeleiding en je ontneemt hen autonomie. En om jongeren zo thuis mogelijk te laten opgroeien moet gecontracteerd aanbod in of dichtbij de eigen regio beschikbaar zijn. Eén-op-één-plaatsingen en buitencontractuele plaatsingen zouden daarom alleen moeten plaatsvinden indien dit in het directe en aantoonbare belang van de jongere is, of in een crisissituatie het minst schadelijk is voor de jongere ter overbrugging naar geschikt aanbod in de eigen regio.

Een eerste stap die we willen zetten is dat op korte termijn, onder regie vanuit het Rijk, meer zicht moet komen op de jongeren die verblijven in een één-op-één setting, of op buitencontractueel aanbod. Allereerst om te beoordelen of het verblijf veilig is, en indien daar zorgen over zijn, op korte termijn een alternatief te organiseren. Indien het verblijf veilig is maar niet passend, wordt toegewerkt naar passende zorg. Onderwijs en/of dagbesteding moet daar altijd integraal onderdeel van zijn.

We realiseren ons dat deze zoektocht niet makkelijk zal zijn. Een gebrek aan passende oplossing in de regio was immers mede aanleiding voor deze één-op-één of buitencontractuele plaatsing. Om zicht te krijgen op deze jongeren, ontwikkelen we, onder regie van het Rijk, met VNG, NLGGZ, VGN en JZNL op korte termijn een regionale aanpak. Gemeenten, GI’s en regionale expertteams (hierna: RET) moeten daarbij, ieder vanuit eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk in de jeugdregio zicht krijgen op deze jongeren; de veiligheid van deze jongeren, de passendheid van de zorg, de problematiek van deze jongeren en de hulp die de jongeren nodig hebben. We vragen de regio’s om rond de zomer een overzicht hiervan op te leveren zodat we het landelijke beeld kunnen vormen.

Het zicht krijgen op de doelgroep en het zoeken naar passende zorg en onderwijs en/of dagbesteding is vooral een verantwoordelijkheid voor de GI’s (voor jongeren met een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel), en het RET en gemeenten (voor jongeren waarbij de GI niet betrokken is). Het RET stemt daarbij in het geval van een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel nauw af met de GI’s, zodat de voorgestelde zorg een goede invulling is van de wettelijke verantwoordelijkheid van de GI’s. Het ligt voor de hand dat de GI, het RET, zorgaanbieders en de gemeenten nauw samenwerken in deze regionale aanpak. Want deze opgave kan niet gerealiseerd worden zonder actieve betrokkenheid van zorgaanbieders. Zij spelen een cruciale rol in het vormgeven en beschikbaar stellen van passend zorgaanbod en dienen structureel betrokken te worden bij regionale samenwerking en besluitvorming.

Op basis van deze regionale gegevens wordt landelijk de ontwikkeling rondom het aantal één-op-één plaatsingen en/of buitencontractuele plaatsingen nauwlettend gemonitord. De komende tijd richten we deze landelijke monitoring verder in, onder andere om zicht te krijgen op de voortgang en knelpunten in het organiseren van passende hulp in de regio. Dit wordt nader uitgewerkt met betrokken partijen. Daarin wordt ook meegenomen welke landelijke ondersteuning hiervoor nodig is. We zullen uw Kamer hier rond het zomerreces nader over informeren.

Om goede uitvoering te kunnen geven aan deze taak, moet het RET stevig georganiseerd en gepositioneerd zijn. Op dit moment zijn er tussen regio’s grote verschillen. Op verzoek vanuit het ministerie van VWS en VNG wordt hier op dit moment onderzoek naar gedaan. De opbrengsten worden betrokken bij de regionale aanpak. Waar nodig worden, onder landelijke regie, afspraken gemaakt met regio’s over doorontwikkeling die noodzakelijk is.

  1. (Middel)lange termijn: onderliggende knelpunten aanpakken

Met de hierboven beschreven aanpak nemen we op korte termijn concrete stappen voor jongeren die op dit moment in één-op-één setting of buitencontractueel aanbod verblijven. Dit leidt echter niet direct tot een structureel toereikend en passend aanbod van hulp aan jongeren met complexe problematiek. Het gebrek aan passende hulp wordt veroorzaakt door hardnekkige onderliggende knelpunten. Het aanpakken van deze knelpunten vraagt een langere adem. Hieronder schetsen we welke stappen we zetten.

Afbouw en ombouw van gesloten jeugdzorg

In 2022 is in samenspraak met de sector besloten de gesloten jeugdhulp af en om te bouwen met als doel om in 2030 het aantal gesloten jeugdhulpplaatsingen zo dicht mogelijk bij nul te brengen. Het Rijk ondersteunt deze transformatie zowel financieel als inhoudelijk. Het is onderdeel van de Hervormingsagenda. In november 2024 is de Regeling Specifieke Uitkering (SPUK) transformatie gesloten jeugdhulp in werking getreden. Daarmee is € 176 miljoen beschikbaar gesteld aan coördinerende gemeenten in zeven landsdelen voor de transformatie. Over de inzet van deze middelen worden, in de landsdelen en met zorgaanbieders, op dit moment afspraken gemaakt. Daarnaast zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen Jeugdzorg Nederland5, de VNG en de ministeries van VWS, JenV en OCW over de visie en inhoudelijke richting op de transformatie van de gesloten jeugdhulp en de manier waarop zij deze willen vormgeven. Ook is een programmateam ingericht om landelijk regie te voeren op de transformatie en gemeenten en aanbieders hierin te ondersteunen. In de afgelopen jaren zijn al grote stappen in gezet. Waar in 2019 nog ruim 1.700 gesloten plaatsingen plaatsvonden, ging het in 2025 nog om 656 plaatsingen.6

Ook als we stoppen met gesloten jeugdhulp, zullen er omstandigheden blijven waarbij de toepassing van vrijheidsbeperking de enige mogelijkheid is om hulp te bieden die nodig is.7 Daarom is het voornemen aangekondigd om de Jeugdwet te wijzigen, om de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen in open residentiële jeugdhulp onder strikte voorwaarden mogelijk te maken, in lijn met de Wet verplichte ggz (Wvggz) en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd). Sterke rechtswaarborgen voor de jongere staan hierbij centraal. Hiermee ondersteunen we de verdere transformatie van de gesloten jeugdhulp.

Zorg in de eigen omgeving

We willen dat jongeren zoveel mogelijk thuis kunnen opgroeien, ook als zij hulp nodig hebben. De inzet van (intensieve) ambulante gezinshulp en -behandeling heeft de voorkeur. Indien thuis wonen (tijdelijk) niet kan, willen we dat de geboden hulp zo thuis als mogelijk is: gezinsgericht en in de buurt van school, sport en sociale netwerk van de jongere. Om hier een impuls aan te geven gaan we de bestuurlijke afspraken over de transformatie gesloten jeugdhulp en uit 2024 aanvullen en verder concretiseren. De afspraken zullen in ieder geval zien op de volgende thema’s:

  1. Een verbeterde integrale (interdisciplinaire) samenwerking tussen specialistische jeugdhulpaanbieders vanuit jeugd- & opvoedhulp, jeugd-ggz, verslavingszorg en gehandicaptenzorg, zodat jongeren kunnen blijven op de plek waar zij wonen ook als er extra hulp en expertise nodig is of er zorgen over veiligheid ontstaan. Zorg moet naar de jongere toe in plaats van de jongere naar de zorg.

  2. Er is altijd een gedeelde verklarende analyse bij een (voorgenomen) uithuisplaatsing of doorplaatsing. Hierin staat omschreven waarom/waardoor problemen zijn ontstaan én voortduren. Essentieel onderdeel bij een verklarende analyse is dat jongeren en ouders gelijkwaardig betrokken zijn. We maken expliciete afspraken over wie verantwoordelijk is voor deze gedeelde verklarende analyse.

  3. Afspraken in landsdelen tussen gemeenten en GI’s over het verwijsproces gesloten jeugdhulp met als doel het verminderen van spoedverwijzingen, de inzet van de gedeelde verklarende analyse en het bieden van casusregie.

  4. De ontwikkeling van een landelijke monitor om de transformatie van de gesloten jeugdhulp structureel in beeld te brengen, inclusief de ontwikkeling van alternatieve zorg.

Regie op bovenregionale en landelijke samenwerking

Vanaf 1 januari 2027 zijn gemeenten op grond van de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht om in een jeugdregio samen te werken bij de inkoop van gespecialiseerde jeugdhulp, wat moet bijdragen aan een beter zicht op de benodigde zorg en een dekkend zorglandschap in de regio. Voor een kleine groep jongeren is echter zorg en expertise nodig die niet altijd regionaal georganiseerd kan worden maar vraagt om bovenregionale of zelfs landelijke samenwerking. We zien dat er op dit moment veel belemmeringen hierin zijn. Zo is bijvoorbeeld onvoldoende duidelijk hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen gemeenten, jeugdregio’s en de landsdelen waardoor er onvoldoende dekkend zorglandschap is voor jongeren met complexe problematiek. Het is noodzakelijk dat hierover, onder landelijke regie, sluitende afspraken worden gemaakt. Waar nodig moet dit worden verankerd in wet- en regelgeving. De landelijke partijen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om tot oplossingen te komen. Dit vraagt intensieve gesprekken, die ik, vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid de komende maanden zal voeren. Ik zal uw Kamer informeren rond de zomer over de voortgang.

Verbinding Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming

In het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming werken de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en ik samen met diverse partners en regio’s aan een nieuwe landelijke aanpak. De basisprincipes zijn: gezinsgericht, rechtsbeschermend, transparant, eenvoudig en lerend. In deze nieuwe aanpak staan de behoeften van kinderen en volwassenen die thuis niet veilig zijn centraal.

Er wordt gewerkt aan een veranderstrategie met bijbehorende doorbraakacties. Uitgangspunt hierbij is wat er gedaan kan worden om het stelsel te verbeteren met de middelen die er zijn. Voor het zomerreces zal deze veranderstrategie met bijbehorende acties met de Tweede Kamer worden gedeeld.

  1. De aanpak van fraude en versterking van toezicht op integriteit

In het IGJ-rapport over de kwaliteit van hulp op het Hoenderloo-terrein8, zijn ook signalen opgenomen die vragen oproepen over de integriteit van (enkele) zorgaanbieders en/of professionals. Zo voldoen meerdere aanbieders niet aan de wettelijke eisen voor een Verklaring omtrent Gedrag (VOG) en bleek uit een politiecontrole dat er medewerkers/professionals van aanbieders actief zijn met antecedenten uit het verleden. Deze signalen zijn erg zorgelijk, met name omdat de jongeren, die op dit terrein verblijven, een kwetsbare doelgroep vormen.

Er worden, langs de lijn van toelating, screening en toezicht, al de nodige stappen gezet om toezicht te versterken en fraude aan te pakken. We noemen er drie. Ten eerste zijn er via de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg extra eisen gesteld aan de bestuursstructuur (intern toezichthouders) en aanvullende eisen aan financiële bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders. Ten tweede zal ook het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) extra voorwaarden en verplichtingen stellen aan de bedrijfsvoering van aanbieders. Ten derde heb ik in aanvulling hierop besloten om een wetsvoorstel voor te bereiden waarmee ook een vergunningsplicht voor jeugdhulpaanbieders wordt ingevoerd.

De IGJ ziet bij een aantal aanbieders dat de randvoorwaarden voor personeelsinzet niet worden nageleefd. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de inzet en de kwaliteit van personeel en voor het controleren van diploma’s en andere formele stukken van hun personeel, zoals een VOG. Professionals moeten bekwaam zijn om de aan hen toebedeelde taken uit te voeren en beschikken over de juiste deskundigheid om jongeren te helpen. Werkgevers zijn verplicht om de norm van verantwoorde werktoedeling toe te passen zoals deze in het Kwaliteitskader Jeugd is uitgewerkt. Daarnaast ben ik voornemens de vergewisplicht wettelijk te verankeren. Deze zal in ieder geval jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verplichten het arbeidsverleden van nieuwe medewerkers na te gaan. Het wetsvoorstel waarin dit is opgenomen gaat over enkele weken in internetconsulatie.

In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afspraken gemaakt over een breed, integraal pakket van maatregelen, gericht op het voorkomen, stoppen en bestraffen van zorgfraude. Onder andere is in het AZWA opgenomen dat het (gemeentelijk) toezicht op de jeugdhulp verstevigd en geprofessionaliseerd zal

worden en dat hiertoe een stimuleringsprogramma wordt opgezet vanaf 1 januari 2027. Over de invulling van dit stimuleringsprogramma ben ik met de VNG in gesprek. Gemeenten hebben immers ook een belangrijke rol om fraude tegen te gaan. Voor meer informatie over de aanpak zorgfraude verwijs ik u naar de Kamerbrief over de voortgang en versterking van de aanpak zorgfraude die binnenkort aan uw Kamer wordt toegestuurd. Ik onderzoek de mogelijkheden op het herzien van de contractstandaarden jeugd bij maatwerkovereenkomsten.

Tot slot acht ik het van belang te benoemen dat gemeenten bij het aangaan van contracten met zorgaanbieders nu ook al voorwaarden en regels op kunnen nemen voor het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik. Ook kunnen gemeenten bij zorgen over de integriteit van een zorgaanbieders een Bibob-toets uitvoeren.

De rol van de IGJ in het jeugdstelsel

De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en andere organisaties in het jeugddomein. Dit doet IGJ regelmatig samen met andere inspecties, zoals de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV).

De IGJ geeft aan dat zij zich richt in het toezicht op de grootste risico’s, op die zaken waar zij het grootste effect kan bewerkstelligen en thema’s die maatschappelijk urgent zijn. Meldingen en klachten over incidenten, misstanden en terugkerende tekortkomingen zijn daarbij voor de inspectie een belangrijke bron van informatie. Als de kwaliteit en veiligheid van de jeugdzorg onvoldoende is, kan de inspectie maatregelen opleggen zoals een verscherpt toezicht of een aanwijzing.

Beëindiging van het verscherpt toezicht bij Enver en toepassing aanwijsbevoegdheid

Met ingang van 9 maart 2026 is het verscherpt toezicht op Enver door de IGJ beëindigd. Sinds 30 april 2025 stond Enver voor de duur van 9 maanden onder verscherpt toezicht, omdat er tekortkomingen waren in de pleegzorg. De IGJ voerde destijds thematisch toezicht uit naar de pleegzorg bij Enver, omdat de IGJ eerder concludeerde dat Enver ernstig tekort was geschoten in het geven van hulp en een meisje zwaar mishandeld is tijdens haar verblijf in een pleeggezin in Vlaardingen. Tijdens het verscherpt toezicht heeft Enver een uitgebreid verbetertraject ontwikkeld en geïmplementeerd. Dit verbetertraject heeft er onder meer toe geleid dat het verscherpt toezicht is beëindigd.

Volgens de inspectie heeft Enver in de periode van het verscherpt toezicht ervoor gezorgd dat het grootste deel van de normafwijkingen is weggenomen, waaronder de normafwijkingen met de hoogste risico’s. Deze risico’s zagen toe op gebrekkige dossiervoering, beperkt zicht op veiligheid, het niet planmatig werken volgens professionele standaarden en het ontbreken van organisatorische randvoorwaarden. De inspectie constateert dat binnen Enver de basis op orde is gebracht door medewerkers te sturen in het voldoen aan professionele standaarden en meer uniform te handelen. Daarnaast heeft de gewijzigde aanpak en houding van het bestuur – inclusief het aanstellen van een extra bestuurder – het vertrouwen in de verbeterkracht van Enver verhoogd.

Belangrijk hierbij is dat de inspectie constateert dat Enver zich in de periode van het verscherpt toezicht heeft ingezet om een voldoende en actueel beeld te krijgen van de kwaliteit van pleegzorg die Enver biedt. Bovendien hebben alle pleegzorgbegeleiders de veiligheid van pleegkinderen in pleeggezinnen die zij begeleiden (opnieuw) in beeld gebracht tijdens het verscherpt toezicht.

Aanwijsbevoegdheid

De IGJ houdt onpartijdig en onafhankelijk toezicht op de kwaliteit en veiligheid van pleegzorg en vervult hierin een onafhankelijke rol. Daarom is vastgelegd dat het niet aan de minister is om bijzondere aanwijzingen te geven die zien op de wijze waarop de inspectie een specifiek onderzoek verricht, of op de bevindingen, oordelen en adviezen van de inspectie.

De IGJ is zelfstandig tot het afgewogen oordeel gekomen dat het verscherpt toezicht op Enver kan worden opgeheven. IGJ heeft aan de hand van het toetsingskader Pleegzorg geconstateerd dat op de acht normen (aanzienlijke) verbeteringen zijn doorgevoerd.

Tot slot is het goed om te markeren dat ook na het beëindigen van het verscherpt toezicht de IGJ vinger aan de pols zal blijven houden. De inspectie heeft Enver verzocht om het bestaande verbeterplan Pleegzorg aan te scherpen met alle aandachts- en verbeterpunten uit het rapport. De inspectie verwacht hiervan na de zomer een verslag te ontvangen. Afhankelijk van de resultaten zal de inspectie het vervolg bepalen.

Voortgang erkenningstraject gesloten jeugdhulp incl. ZIKOS

Het ministerie van VWS voert, samen met een afvaardiging van aanbieders van gesloten jeugdhulp vanuit Jeugdzorg Nederland en de VNG, gesprekken met jongeren en oud-cliënten over de erkenning van het leed dat zij hebben ervaren binnen de gesloten jeugdhulp. Onderdeel van deze gesprekken is hoe excuses, erkenning en herstel op een betekenisvolle manier vorm kunnen krijgen. Daarbij wordt besproken wat jongeren en oud-cliënten nodig hebben om zich daadwerkelijk gehoord en erkend te voelen. Ik streef ernaar om snel, in overleg met de partijen (waar mogelijk voor de zomer) een besluit te nemen over het geheel. Ik zal u hierover informeren voor het zomerreces.

Ik wil benadrukken dat erkenning en excuses een begin zijn, geen eindpunt. Daarom heeft het kabinet voor de periode 2026–2030 incidenteel budget van in totaal € 12 miljoen beschikbaar gesteld. Dit budget wordt ingezet voor het uitvoeren van de erkennings- en herstelactiviteiten voor oud-cliënten die leed hebben ervaren binnen de gesloten jeugdzorg. De basis voor de invulling van dit erkenning- en hersteltraject zijn de geleerde lessen van de zes pilotprojecten, die gefinancierd zijn met de middelen uit het amendement Westerveld9. De komende periode zullen VNG, Jeugdzorg Nederland en ik samen jongeren en ervaringsdeskundigen verder invulling geven aan het erkenning- en hersteltraject.

Tot slot

In een omgeving die bedoeld is om bescherming te bieden als kinderen niet thuis kunnen wonen, moeten kinderen veilig zijn en goede zorg en onderwijs en/of dagbesteding krijgen. Ook als deze kinderen een complexe zorgvraag hebben, waarvoor niet direct een passend hulpaanbod bestaat. Als overheid dragen wij samen met de betrokken organisaties de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ieder kind dat aan onze zorg wordt toevertrouwd, veilig is. Daar werken we met volle inzet aan.

Hoogachtend,

De minister van Langdurige Zorg,

Jeugd en Sport,

Mirjam Sterk


  1. O.a. ‘Honderden onhandelbare’ jongeren voor miljoenen ‘gedumpt’ op vakantieparken: ‘Zij leven in het niks’’ (Ad.nl, 26 maart 2026), ‘Kinderen die niemand wil’ (Zembla, 26 maart 2026), ‘Friese gemeenten naar Den Haag voor andere opvang jongeren met complexe zorgvraag’ (NOS, 31 maart 2026).↩︎

  2. Toezicht Hoenderloo: jeugdhulp onvoldoende, geen passende hulp in regio | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd↩︎

  3. Onder andere rapporten van Stichting Het Vergeten Kind, de Kinderombudsman en het rapport ‘Eenzaam gesloten’ van ervaringsdeskundige Jason Bhugwandass.↩︎

  4. Kamerstukken II, 2024-2025, 31 839, nr. 1029.↩︎

  5. Namens de aanbieders van gesloten jeugdhulp↩︎

  6. Data vanuit toeleidingssysteem gesloten jeugdhulp (TLS) van Jeugdzorg Nederland, jaarrapportage 2025 en 20219.↩︎

  7. Kamerstukken II, 2024-2025, 31 839, nr. 1029.↩︎

  8. Toezicht Hoenderloo: jeugdhulp onvoldoende, geen passende hulp in regio | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd↩︎

  9. Amendement 36 600 XVI, nr. 113↩︎