Mandaatnotitie rapporteur wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas
Brief lid / fractie
Nummer: 2026D17948, datum: 2026-04-15, bijgewerkt: 2026-04-15 16:25, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.J. van den Berg, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van zaak 2026Z07963:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-04-21 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Mandaatnotitie Aan Leden van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei Datum 13 april 2026 |
Esther Spaans Wetgevingsadviseur T 0625734166 E e.spaans@tweedekamer.nl |
|---|
Te betrekken bij procedurevergadering d.d. 21 april 2026 |
|---|
Mandaatnotitie wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas
Inleiding
In de procedurevergadering van 9 december 2025 is het lid Daniël van den Berg (JA21) benoemd als wetgevingsrapporteur voor het aangekondigde wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas. Deze notitie bevat een voorstel van de rapporteur voor de invulling van het rapporteurschap, waarvoor mandaat van de commissie voor Klimaat en Groene Groei wordt verzocht.
Beslispunten
|
|---|
2 Aangekondigd wetvoorstel bijmengverplichting groen gas
Stand van zaken en planning
Een eerste versie van het wetsvoorstel is op 27 mei 2024 aanhangig gemaakt bij de Afdeling advisering van de Raad van State voor advies. Ook heeft er een kennisgeving van het wetsvoorstel aan Europese Commissie plaatsgevonden. Op 12 augustus 2024 heeft de Europese Commissie in een uitvoerig gemotiveerde mening (UGM) aangegeven dat het wetsvoorstel in strijd is met artikel 34 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), omdat artikel 9.9.4.1, onder a, van het toen aangemelde ontwerp bepaalde dat een leverancier alleen aan de bijmengverplichting kan voldoen door gebruik te maken van gas uit hernieuwbare bronnen dat met een in Nederland gevestigde productie-installatie is geproduceerd. Deze bepaling bracht daarmee een verschil in behandeling tot stand tussen groen gas dat binnen Nederland wordt verhandeld en groen gas dat wordt geïmporteerd. Ook oordeelde de Europese Commissie dat er geen sprake was van een rechtvaardigingsgrond op grond van artikel 36 VWEU. Vervolgens heeft de regering besloten het wetsvoorstel aan te passen en is het wetsvoorstel op 19 november 2025 opnieuw aanhangig gemaakte bij de Raad.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft vervolgens op 18 maart 2026 een advies uitgebracht over het wetsvoorstel (dictum B). In de planningsbrief van de minister van K&GG staat aangegeven dat de planning is om het wetsvoorstel in Q1 2026 naar de Kamer te sturen.
Inhoud wetsvoorstel1
Het wetsvoorstel bevat een verplichting voor energieleveranciers om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid groen gas te leveren aan eindgebruikers. Groen gas wordt gemaakt uit hernieuwbare (bio)grondstoffen, bijvoorbeeld mest afkomstig van de landbouw. Het wetsvoorstel beoogt de groei van groengasproductie te stimuleren. De bijmengverplichting groen gas draagt bij aan het behalen van de doelstellingen van een groter aandeel energie uit hernieuwbare bronnen en 55% broeikasgasemissiereductie in 2030.
De energieleverancier voldoet aan de bijmengverplichting door te beschikken over zogenoemde groengaseenheden. Dat werkt als volgt. Een groengaseenheid vertegenwoordigt één kilogram CO2-equivalent emissiereductie die behaald is in de keten. Voor het berekenen van de emissiereductie wordt gekeken naar alle schakels in de gasketen, van de bron tot en met het moment van gebruik. Een energieleverancier is een aantal groengaseenheden verschuldigd dat overeenkomt met zijn marktaandeel.
Het totale aantal groengaseenheden van alle energieleveranciers moet ervoor zorgen dat, via een jaarlijks oplopend groeipad, in 2031 het streefdoel van de bijmengverplichting van 2,85 Mton CO2-ketenemissiereductie wordt gehaald. Het marktaandeel en het aantal verschuldigde groengaseenheden worden bepaald bij algemene maatregel van bestuur.
Met het wetsvoorstel wordt een nieuwe handelssystematiek geïntroduceerd die in Nederland zou gaan gelden, maar niet is gebaseerd op EU-wetgeving. Groengaseenheden kunnen worden gekocht en verkocht, zodat de markt als geheel aan de bijmengverplichting voldoet.
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) wordt belast met het toezicht op de hierboven genoemde handelssystematiek en de naleving van de bijmengverplichting groen gas. Ook dient de NEa toezicht te houden op private certificeringsorganen, die de naleving door marktdeelnemers van duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria controleren..
Advies Raad van State
De Raad heeft inmiddels op 18 maart 2026 een advies uitgebracht over het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas. De Raad heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend (B-dictum).
Kort samengevat maakt de Raad opmerkingen over de volgende onderwerpen:
1. De NEa krijgt een toezichthoudende taak op de keten en maakt daarbij gebruik van de in de Uniebank ingevoerde gegevens. Deze Uniebank is echter nog niet volledig operationeel wat bij de Raad de vraag doet rijzen of het verantwoord is om al met de bijmengverplichting te starten.
2. De Raad heeft vragen over of het mogelijk is dat brandstofleveranciers één en dezelfde emissiereductie zowel kunnen claimen op basis van de bijmengverplichting als op basis van de jaarverplichting hernieuwbare energie en zo ja, of dat ook wenselijk is.
3. De Raad vraagt zich af in hoeverre bij ministeriele regeling duurzaamheidseisen gesteld kunnen worden aan de levering van groen gas.
4. De Raad stelt verschillende vragen over de evaluatiebepaling van het wetsvoorstel.
5. En de Raad heeft vragen over de procedure die nog loopt bij de EU over dit wetsvoorstel.
Kennisgeving bij de Europese Commissie nog niet afgerond
Zoals hierboven beschreven is naar aanleiding van de UGM van de Europese Commissie het wetsvoorstel aangepast. Dit heeft geleid tot enkele nieuwe vragen van de Europese Commissie. De Raad geeft in zijn advies aan dat als de procedure bij de Europese Commissie nog tot ingrijpende wijzigingen van het wetsvoorstel leidt, geadviseerd wordt om het wetsvoorstel opnieuw aan de Raad voor advies voor te leggen.
Doel van het rapporteurschap
Het doel van het wetgevingsrapporteurschap is tweeledig:
• Het versterken van de informatiepositie van de Kamer;
• Het bijdragen aan een zorgvuldige en gedegen behandeling van het
wetsvoorstel.
Zie voor meer informatie ook de 2024D41786&did=2024D41786">handreiking wetgevingsrapporteurschap.
Voorgestelde werkzaamheden wetgevingsrapporteur
De wetgevingsrapporteur stelt aan de commissie voor om de volgende activiteiten te verrichten en haar het daartoe benodigde mandaat te verlenen.
1. Verkenning onder lidstaten naar alternatieven om groen gas te stimuleren via parlementair netwerk (ECPRD);
2. Technische briefing door het ministerie en de Nederlandse Emissieautoriteit;
3. Rondetafelgesprek;
4. Analyse wetsvoorstel en politiek-neutrale inbreng rapporteur.
Toelichting:
1.
In het advies van de Raad van State wordt aangegeven dat het wetsvoorstel een nieuwe handelssystematiek introduceert in Nederland, maar dat deze niet is gebaseerd op EU-wetgeving. Ook vraagt de Raad zich in zijn advies of het verantwoord is om met de bijmengverplichting te starten, zolang de Uniedatabank nog niet volledig operationeel is, of dat voor adequaat toezicht tijdelijke maatregelen moeten worden getroffen die de niet-beschikbaarheid van de Uniedatabank compenseren. De rapporteur wil om deze reden graag onderzoeken welke alternatieven er zijn om groen gas te stimuleren en wil daarbij kijken naar andere lidstaten. De rapporteur stelt voor om via het (parlementaire) ECPRD-netwerk een uitvraag te doen aan EU-lidstaten, met name aan de landen met de grootste huidige productie van groen gas en de landen met een groot potentieel voor het gebruik van groen gas. Denk hierbij aan Frankrijk, Duitsland en Italië. De uitvraag is bedoeld om te achterhalen op welke wijze deze landen groene gas stimuleren, wat de kosten zijn en wat de opbrengsten. De rapporteur stelt voor deze activiteit alvast in te zetten alvorens het wetsvoorstel is ingediend bij de Kamer.
2.
Wanneer het wetsvoorstel is ingediend bij de Kamer, stelt de wetgevingsrapporteur voor om de minister van Klimaat en Groene Groei en de Nederlandse emissieautoriteit te verzoeken om de ambtenaren een technische briefing te laten verzorgen.
3.
De rapporteur stelt voor om een rondetafelgesprek te voeren met verschillende betrokken partijen bij het wetsvoorstel, zoals energieleveranciers, (groen)gasproducenten, bedrijven uit de industrie en transportsector en brancheorganisaties over hun zorgen omtrent de hoogte van de bijmengverplichting, de daarmee gepaarde kosten en of deze doorberekend mogen worden, de flexibiliteitsmogelijkheden voor energieleveranciers onder de verplichting, de keuze voor de gebouwde omgeving, vergunningverlening voor mestvergisters en de bijmengverplichting na 2030/2031. De rapporteur komt zodra het wetsvoorstel is ingediend met een voorstel voor een rondetafelgesprek.
4.
De wetgevingsrapporteur stelt voor om nadat het wetsvoorstel is ingediend bij de Kamer door de staf een beknopte inhoudelijke analyse van het wetsvoorstel op enkele kwaliteitsaspecten te laten uitvoeren, bijvoorbeeld op (juridische) kwaliteit en/of uitvoerbaarheid. Ook wordt gekeken naar de verwerking door de regering van het advies van de Raad van State. Een opbrengst van deze analyse kan een voorstel van de rapporteur voor een politiek-neutrale inbreng namens de commissie in het verslag zijn. Daarbij kunnen vragen die voortkomen uit de bevindingen van de rapporteur ook worden meegenomen. Deze eventuele inbreng wordt dan ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie in een procedurevergadering voorafgaand aan de te zijner tijd vast te stellen inbrengdatum. Bij goedkeuring wordt de inbreng overgenomen als inbreng van de commissie. Daarnaast kunnen de fracties uiteraard zelf inbreng leveren voor het verslag.
Planning en duur rapporteurschap
De wetgevingsrapporteur stelt voor om de duur van het wetgevingsrapporteurschap te
bepalen tot het moment dat de behandeling van het wetsvoorstel is afgerond door de Kamer.
Zoals is voorgelegd aan de Raad van State.↩︎