Tweeminutendebat Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid (CD 4/3) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D18411, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-17 09:21, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-16 11:40: Tweeminutendebat Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid (CD 4/3) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid
Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Leven Lang Ontwikkelen en
laaggeletterdheid (CD d.d. 04/03).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Leven
Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid. Ik heet de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van harte welkom. Ook een welkom aan de leden, de mensen
op de tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt. Vijf leden
hebben zich ingeschreven voor dit debat. Als eerste geef ik het woord
aan mevrouw Tseggai. Zij voert het woord namens de fractie van
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties en een vraag. Ik zal beginnen
met de vraag. In de Staat van het Onderwijs van afgelopen week lazen wij
dat de onderwijsinspectie zich zorgen maakt over diplomafraude in de
sector zorg en welzijn, met name via evc's. Dat is natuurlijk al langer
bekend, maar het gaat vooral om het toezicht daarop. Op dit moment ligt
dat nogal versnipperd bij onderwijsinstellingen, sociale partners en
private partijen. De onderwijsinspectie adviseert om regie te nemen, ook
in het kader van LLO-beleid. Ik vroeg mij naar aanleiding van deze
actualiteit af hoe de minister kijkt naar deze aanbeveling.
Verder heb ik twee moties. Ik begin met de motie over de
re-integratiemiddelen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is om 100 miljoen te bezuinigen
op re-integratiemiddelen van het UWV;
constaterende dat deze middelen essentieel zijn voor mensen die geen
werkgever meer hebben omdat ze bijvoorbeeld gedeeltelijk
arbeidsongeschikt zijn of een WW-uitkering hebben;
overwegende dat hulp bij het vinden van werk en scholing voor deze
doelgroepen cruciaal is om duurzame uitstroom naar werk te realiseren en
de sociale zekerheid uit te stromen;
overwegende dat het stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen een breed
maatschappelijk doel is, maar dat er voor de mensen die een werkgever
hebben, een beroep kan worden gedaan op cao-regelingen en op opleidings-
en ontwikkelfondsen;
verzoekt de regering om de 100 miljoen voor Leven Lang Ontwikkelen mede
te oormerken voor de doelgroepen van de re-integratiemiddelen en dus
mede te besteden aan mensen die werkloos zijn, die gedeeltelijk
arbeidsongeschikt zijn of een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zodat
scholing en hulp bij vinden van werk direct bijdraagt aan hun
re-integratieproces, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling van SZW
te informeren over de vormgeving hiervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Patijn.
Zij krijgt nr. 163 (30012) (#1).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 2,2 miljoen mensen zulke lage taal- en
rekenvaardigheden hebben dat zij niet zelfstandig hun weg kunnen vinden
in onze samenleving;
overwegende dat er een leer- en groeiplan voor lezen, rekenen en
digitale vaardigheden voor volwassen komt en dat het breed gedragen is
dat het aantal laaggeletterden moeten worden teruggedrongen;
verzoekt de regering om in dit plan met ambitieuze en meetbare
doelstellingen te komen wat betreft het aantal mensen dat wordt bereikt,
de kwaliteit van het geboden onderwijsaanbod door gemeenten en
nadrukkelijk op te nemen hoe zij mensen gaan bereiken die niet actief
zijn op de arbeidsmarkt, en de Kamer tweejaarlijks over de voortgang te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tseggai.
Zij krijgt nr. 164 (30012) (#2).
Hartelijk dank voor uw inbreng. Nu gaan we luisteren naar mevrouw Rooderkerk, die spreekt namens de D66-fractie. Gaat uw gang.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties, dus ik ga meteen van start.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het rapport-Wennink benadrukt dat Nederland alleen
economisch en technologisch relevant blijft binnen Europa door te
investeren in strategische sectoren zoals digitalisering, energie en
klimaat;
constaterende dat er nog altijd tekorten zijn in technische beroepen en
dat de aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en bijscholing
versterkt kan worden;
constaterende dat de opkomst van AI de arbeidsmarkt in hoog tempo
verandert en dat zowel bestaande als nieuwe beroepen steeds vaker vragen
om digitale en AI- gerelateerde vaardigheden;
overwegende dat deze transities vragen om voldoende beschikbaarheid van
hoogwaardig praktisch geschoold talent, met name in technische en
digitale domeinen;
overwegende dat een samenhangende talentstrategie, inclusief Leven Lang
Ontwikkelen (LLO), van belang is om zowel huidig als toekomstig
personeel toe te rusten met de benodigde vaardigheden;
verzoekt de regering om in de uitwerking van de nationale
talentstrategie expliciet prioriteit te geven aan de ontwikkeling van
technische, digitale en AI-vaardigheden over de volle breedte van het
onderwijs inclusief in het mbo en in LLO-trajecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, Biekman en De
Beer.
Zij krijgt nr. 165 (30012) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat LLO van cruciaal belang is voor het terugdringen van
arbeidsmarkttekorten en de transitie naar een hoogwaardige
economie;
overwegende dat regionale private samenwerkingen zoals hybride
techniekcentra en bedrijfsvakscholen LLO op een vraaggerichte en
toegankelijke manier weten te organiseren;
verzoekt de regering regionale publiek-private samenwerkingen expliciet
mee te nemen in de beleidsmatige uitwerking van het nieuwe
LLO-stelsel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk en Neijenhuis.
Zij krijgt nr. 166 (30012) (#4).
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Claassen. Hij
voert het woord namens Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. We hebben drie tweeminutendebatten over onderwijs. Het is
leuk om te zien dat dan ook de jongeren, onze toekomst, op de publieke
tribune zitten. Ook ik heb hier één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland ondanks tientallen jaren beleid en honderden
miljoenen aan investeringen nog steeds circa 3 miljoen laaggeletterden
telt, aldus méér dan tien jaar geleden, en dat het actieprogramma Tel
mee met Taal 2020-2024 er niet in is geslaagd dit aantal terug te
dringen;
overwegende dat beleid zonder concrete, meetbare doelstellingen voor
resultaatverbetering leidt tot verspilling van publieke middelen en dat
een simpele, effectieve aanpak gericht op bereik en uitstroom meer
oplevert dan brede programma's zonder afrekenbare normen;
verzoekt de regering bij de toegezegde Kamerbrief voor de zomer
concrete, meetbare doelstellingen te formuleren voor de terugdringing
van laaggeletterdheid, uitgedrukt in aantallen bereikte en uitgestroomde
cursisten per jaar, en de Kamer jaarlijks te rapporteren over de
voortgang hiervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Claassen en Boomsma.
Zij krijgt nr. 167 (30012) (#5).
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Beer. Hij voert het woord namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer De Beer (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De arbeidsmarkt verandert snel. Beroepen
verdwijnen, nieuwe ontstaan, en vaardigheden verouderen sneller dan
ooit. Dat vraagt om een aanpak waarbij mensen zich blijven ontwikkelen,
gericht op werk en perspectief. We zien ook dat dat nodig is. Werkgevers
staan te springen om personeel, terwijl tegelijkertijd een grote groep
mensen moeite heeft om aansluiting te blijven houden. Maar juist de
mensen die Leven Lang Ontwikkelen het hardst nodig hebben, maken er nog
te weinig gebruik van. Het systeem helpt daar niet altijd bij. Het is
versnipperd, complex en voor veel mensen lastig te doorgronden.
Voorzitter. Daar ligt wat de VVD betreft de kern: meer focus en minder
versnippering. Als we publieke middelen inzetten, moeten die
terechtkomen bij de mensen die nu langs de kant staan of dreigen uit te
vallen. Juist daar is de grootste winst te behalen, niet alleen voor
henzelf, maar ook voor onze economie. Het moet dan wel gericht zijn op
sectoren waarin Nederland mensen tekortkomt, zoals de zorg, de techniek
en het onderwijs. Daar liggen de kansen, en daar moeten we dus ook op
sturen.
Voorzitter. Tegelijkertijd zien we dat het aanbod nog te
onoverzichtelijk is: er zijn veel regelingen, vaak tijdelijke, en ze
zijn niet altijd goed op elkaar afgestemd. Dat geldt in het bijzonder
voor wat betreft het mkb. Daar ontbreekt vaak de tijd, de capaciteit en
het overzicht om de juiste keuzes te maken. Daarom is mijn vraag aan de
minister hoe hij ervoor zorgt dat de middelen voor Leven Lang
Ontwikkelen daadwerkelijk terechtkomen bij de mensen die nu nog
onvoldoende worden bereikt. En hoe wordt geborgd dat scholing zich
vooral richt op sectoren waar de tekorten het grootst zijn?
Voorzitter, tot slot. Leven Lang Ontwikkelen werkt alleen als het
overzichtelijk is, loont en vooral ook perspectief biedt. Het moet niet
versnipperd maar gericht en niet vrijblijvend maar doelgericht.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot in de termijn van de Kamer geef ik het woord aan
mevrouw Raijer. Zij voert het woord namens de PVV-fractie. Gaat uw
gang.
Mevrouw Raijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Wij hebben één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen in de praktijk
vooral terechtkomen bij hoogopgeleiden, die hun weg naar scholing al
weten te vinden;
overwegende dat juist praktisch opgeleiden, laaggeletterden en mensen in
kwetsbare posities deze ondersteuning het hardst nodig hebben;
van mening dat publiek geld gericht moet worden ingezet om kansen te
vergroten voor deze groepen;
verzoekt de regering om met concrete maatregelen te komen die borgen dat
middelen voor Leven Lang Ontwikkelen primair terechtkomen bij de groepen
die deze het meest nodig hebben, en de Kamer voor het zomerreces te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.
Zij krijgt nr. 168 (30012) (#6).
Mevrouw Raijer (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de zijde van de Kamer. We
schorsen heel kort, een ogenblikje, een minuut of een, twee. Daarna gaan
we door.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het
tweeminutendebat Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid. We zijn
toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Minister Letschert:
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ga meteen beginnen. Ik ga
allereerst de vraag van de fractie van PvdA-GroenLinks beantwoorden, van
mevrouw Tseggai, over berichten in de Staat van het Onderwijs en de
zorgen die er zijn over diplomafraude op het gebied van de erkenning
verworven competenties, de evc's. Laat ik vooropstellen dat ik de zorgen
daarover deel. Daarom heeft mijn voorganger samen met de ministers van
SZW, VWS en JenV gebruikers van de evc's erop gewezen dat de kwaliteit
niet altijd kan worden gewaarborgd. Ik kan daar eerlijk gezegd geen
regie op pakken, want dat instrument is van de sector zelf. Wij
benadrukken bij de examencommissies wel dat zij een belangrijke rol
hebben. Ze hebben namelijk een poortwachtersrol bij het checken van de
competenties als het gaat over instroom in die opleidingen. Ik ben met
ze in gesprek om hun positie daarop te verstevigen. In de uitwerking van
het LLO-stelsel zullen wij dit vraagstuk absoluut een plek geven, want
ik deel uw zorg.
Dan ga ik naar de moties, meneer de voorzitter, als u mij toestemming
geeft.
De voorzitter:
Zeker.
Minister Letschert:
De motie op stuk nr. 163, van de fractie van PvdA-GroenLinks, gaat over
de basisvaardigheden van volwassenen. Die wil ik graag overnemen.
De voorzitter:
Een ogenblik. Ik moet checken of de Kamer dat goedvindt, want anders
moeten we erover stemmen. Er wordt instemmend geknikt. Nee, toch
niet?
Minister Letschert:
De motie gaat over ambitieuze meetbare doelen op het gebied van
laaggeletterdheid.
De voorzitter:
O, is er wel instemming? Dan wordt de motie overgenomen.
Minister Letschert:
O, sorry, het is de motie op stuk nr. 164! Ik doe even mijn moties en de
minister van SZW doet dadelijk de andere moties.
De voorzitter:
Ja, oké, daardoor ontstond de verwarring. Het gaat dus om de motie op
stuk nr. 164.
Minister Letschert:
Van de motie op stuk nr. 164 zouden wij als kabinet dus zeggen:
overnemen.
De voorzitter:
We zien instemmend geknik. Dan hoeven we daar dus niet over stemmen.
De voorzitter:
De motie-Tseggai (30012, nr. 164) is overgenomen.
Minister Letschert:
Dan ga ik door naar de volgende motie, over de talentstrategie. Die
verzoekt om bij de uitwerking prioriteit te geven aan de ontwikkeling
van technische, digitale en AI-vaardigheden. Dat is ongelofelijk
belangrijk. Die geef ik graag oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 165 krijgt oordeel Kamer.
Minister Letschert:
Ik ga meteen door. Ik moet even kijken of ik de goede nummers voor me
heb. De motie op stuk nr. 166 verzoekt om de regionale publiek-private
samenwerkingen expliciet mee te nemen in de beleidsmatige uitwerking van
het nieuwe LLO-stelsel. Daar hebben we het in het debat uitvoerig over
gehad. Ook deze geef ik graag oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 166 krijgt oordeel Kamer.
Minister Letschert:
Ik heb nog een laatste motie, van de Groep Markuszower, op stuk nr. 167.
Die gaat ook over de basisvaardigheden. Die zou ik graag willen
overnemen. Maar ik wil er voor de interpretatie wel bij zeggen dat de
staatssecretaris in haar brief over het leer- en groeiplan heeft
toegezegd dat ze het bij de begrotingsbehandeling zal indienen en dus
niet voor de zomer, zoals de heer Claassen in zijn motie heeft staan.
Als we het mogen interpreten als "de concrete en meetbare doelen komen
bij de brief over het leer- en groeiplan", dan zou ik de motie kunnen
overnemen.
De voorzitter:
Ik zie de heer Claassen instemmend knikken. Is de rest van de Kamer
ermee akkoord dat deze motie wordt overgenomen?
De motie-Claassen/Boomsma (30012, nr. 167) is overgenomen.
De voorzitter:
Ik dank de minister. Ik geef het woord aan haar collega, de minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Minister Vijlbrief:
Voorzitter. Volgens mij heb ik twee moties over, de motie op stuk nr.
163 en de motie op stuk nr. 168. Die lijken erg op elkaar. Ze gaan
allebei over Leven Lang Ontwikkelen, over hoe je dat gaat uitwerken en
over hoe je ervoor zorgt dat het terechtkomt bij de mensen die het het
meest nodig hebben. Ze krijgen daarom allebei hetzelfde oordeel. De
motie-Tseggai/Patijn op stuk nr. 163 en de motie-Raijer op stuk nr. 168
krijgen allebei oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat is mooi. We zijn aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan op 21 april, aanstaande dinsdag, stemmen over de vier moties
waarover nog gestemd moet worden. De andere twee zijn overgenomen.