Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 27 april 2026 te Luxemburg (Kamerstuk 21501-32-1776)
Landbouw- en Visserijraad
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D18843, datum: 2026-04-20, bijgewerkt: 2026-04-20 13:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (CDA)
- Mede ondertekenaar: R.P. Jansma, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z07943:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-22 11:15 ⇒ Betrokken bij het schriftelijk overleg Landbouw- en Visserijraad (april) op 20 april 2026. (Besluit)
- 2026-04-21 16:16 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-04-20 12:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-04-20 12:00: Landbouw- en Visserijraad (27 april) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-04-21 16:16: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-22 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-04-23 10:16: (onder voorbehoud) Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad 27 april 2026 (21501-32-1776) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Verslag van een schriftelijk overleg
Binnen de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 27 april 2026 (Kamerstuk 21501-32, nr. 1776).
De op 20 april 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van … toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Steen
De griffier van de commissie,
Jansma
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie 2
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie 3
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie 4
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie 5
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie 7
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie 9
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie 10
II Antwoord van de minister voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 27 april 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027
De leden van de VVD-fractie lezen dat tijdens de Raad een beleidsdiscussie zal plaatsvinden over de voorstellen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027 en dat Nederland daarbij inzet op een doelgericht GLB, een weerbare en toekomstbestendige sector en generatievernieuwing. Deze leden constateren dat het achtergronddocument voor deze beleidsdiscussie nog niet beschikbaar is en vragen het kabinet daarom nader toe te lichten welke concrete onderwerpen naar verwachting centraal zullen staan tijdens de bespreking in de Raad en welke prioriteiten Nederland daarbij zal hanteren in de onderhandelingen.
Inkomenssteun en gevolgen voor de Nederlandse landbouw
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel voor het nieuwe GLB onder meer ziet op een gerichtere inzet van inkomenssteun en dat het beschikbare budget in reële termen kan dalen ten opzichte van het huidige beleid. Deze leden vragen het kabinet welke gevolgen het verwacht van deze ontwikkelingen voor de structuur en concurrentiepositie van de Nederlandse landbouwsector, in het bijzonder voor bedrijven die sterk afhankelijk zijn van investeringen in innovatie en verduurzaming. Tevens vragen zij in hoeverre het kabinet verwacht dat de voorgestelde wijzigingen in inkomenssteun gevolgen kunnen hebben voor de productiecapaciteit en voedselzekerheid binnen de Europese Unie (EU).
Flexibiliteit voor lidstaten en gelijk speelveld
De leden van de VVD-fractie lezen dat het nieuwe GLB mogelijk meer ruimte biedt aan lidstaten om eigen keuzes te maken bij de inrichting van steunmaatregelen. Deze leden vragen het kabinet hoe het in de onderhandelingen inzet op het waarborgen van een gelijk speelveld binnen de EU en welke concrete waarborgen het noodzakelijk acht om te voorkomen dat verschillen tussen lidstaten leiden tot concurrentieverstoringen voor Nederlandse boeren en tuinders. Tevens vragen zij hoe het kabinet de uitvoerbaarheid en administratieve lasten van het nieuwe GLB meeweegt in zijn inzet.
Marktsituatie in de landbouwsector
De leden van de VVD-fractie lezen dat de marktsituatie in de landbouwsector onder druk staat door geopolitieke ontwikkelingen en stijgende kosten voor energie, transport en kunstmest, wat leidt tot grotere onzekerheid in de voedselketen. Deze leden vragen het kabinet hoe het de huidige weerbaarheid van de Nederlandse landbouwsector beoordeelt en welke risico’s het ziet voor de continuïteit van bedrijven op de middellange termijn indien deze kostenontwikkelingen aanhouden.
Actieplan Meststoffen
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie (EC) werkt aan een Actieplan Meststoffen dat moet bijdragen aan stabilisatie van de mestmarkt en het vergroten van de leveringszekerheid. Deze leden vragen het kabinet welke concrete resultaten het verwacht van dit actieplan op de korte en middellange termijn en hoe het kabinet zich ervoor inzet dat maatregelen uit dit plan daadwerkelijk bijdragen aan lagere kosten en grotere leveringszekerheid voor boeren. Verder vragen zij welke kansen de minister ziet om het gebruik van organische meststoffen, waaronder dierlijke mest, beter te benutten om de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen. Ziet het kabinet mogelijkheden voor het gebruik van RENURE als oplossing binnen de Europese meststoffencrisis?
Staatssteun en marktverstoring
De leden van de VVD-fractie lezen dat de EC onderzoekt of lidstaten tijdelijk meer ruimte kunnen krijgen om boeren te ondersteunen vanwege stijgende kosten. Deze leden vragen het kabinet hoe het in de onderhandelingen inzet op het voorkomen van concurrentieverstoringen tussen lidstaten en welke criteria het kabinet hanteert bij de beoordeling van eventuele nationale steunmaatregelen. Tevens vragen zij in hoeverre het kabinet verwacht dat deze tijdelijke maatregelen structurele gevolgen kunnen hebben voor het functioneren van de interne markt.
Strategisch belang van landbouw en duurzaam bosbeheer bij natuurbranden
De leden van de VVD-fractie lezen dat het Cypriotisch voorzitterschap het onderwerp natuurbranden heeft geagendeerd met het doel om inzichten uit te wisselen over het strategisch belang van landbouw en duurzaam bosbeheer bij het voorkomen en beperken van natuurbrandrisico’s. Deze leden vragen het kabinet welke mogelijke nieuwe verplichtingen of beleidsmaatregelen op Europees niveau worden voorzien naar aanleiding van deze discussie en welke gevolgen dit kan hebben voor Nederlandse boeren, terreinbeheerders en andere betrokken partijen. Tevens vragen zij hoe het kabinet zich ervoor inzet dat eventuele nieuwe maatregelen uitvoerbaar en proportioneel blijven en aansluiten bij bestaande nationale beleidskaders.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 27 april 2026. Over de agenda en enkele visserijgerelateerde zaken hebben deze leden vragen en opmerkingen.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er in de Raad wordt
gesproken over de toekomst van het GLB. Deze leden vragen of de agenda
voor dit gesprek inmiddels al bekend is en of deze inmiddels gedeeld kan
worden met de Kamer. Het kabinet zal zich uitspreken voor een
doelgericht GLB, een weerbare en toekomstbestendige sector, leefbaarheid
op het platteland, generatievernieuwing en inzet op groene doelen. Kan
het kabinet duidelijk maken welke aanpassingen van het GLB of specifieke
maatregelen het op deze punten aandraagt? Wat bedoelt het kabinet in het
bijzonder met “inzet op groene doelen”? Welke doelen zijn dit en hoe
moet het GLB aangepast worden om deze (sneller) te halen? Deze leden
wijzen op artikel 10 van het GLB 2025, waarin EU-lidstaten wordt
gevraagd om te voorzien in initiatieven die ten goede komen aan het
klimaat, milieu, dierenwelzijn, welvaart en duurzaam bosbeheer. Komt een
dergelijk artikel in het herziene GLB en pleit het kabinet voor het
uitbreiden van dit artikel?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwachten dat de Landbouw- en Visserijraad deels in het teken zal staan van de situatie in Iran en de gevolgen van de stijgende brandstofprijzen voor boeren. Deze leden dringen eropaan om publieke middelen aan te wenden voor maatregelen die zorgen voor structurele verduurzaming van de landbouwsector. Deze leden lezen dat het kabinet werkt aan een steunpakket, waar “verlichting op het knellende mestdossier” een onderdeel van is (Telegraaf, 20 april 2026, 'Reddingsboei voor vissers om Iran-oorlog: miljoenensteun en versneld verduurzamen van vloot' (https://www.telegraaf.nl/politiek/reddingsboei-voor-vissers-om-iran-oorlog-miljoenensteun-en-versneld-verduurzamen-van-vloot/146539132.html)). Zij vragen in hoeverre dit steunpakket in samenwerking met EU-lidstaten en de EC is vormgegeven en welke middelen het kabinet hiervoor aanwendt. Welke inbreng levert het kabinet bij de Raad op dit punt en wat is zijn boodschap richting Europese collega’s? Zal het kabinet zich inspannen voor maatregelen waarmee met zekerheid te zeggen is dat deze effectief bijdragen aan het structureel verduurzamen van de landbouw?
Diversen Visserij
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele diversenpunten
over visserij. Ten eerste lezen deze leden in de krant dat de regering
voornemens is om tientallen miljoenen (“twintig tot dertig miljoen
euro”) vrij te maken voor de verduurzaming van de vissersvloot
(Telegraaf, 20 april 2026, 'Reddingsboei voor vissers om Iran-oorlog:
miljoenensteun en versneld verduurzamen van vloot'
(https://www.telegraaf.nl/politiek/reddingsboei-voor-vissers-om-iran-oorlog-miljoenensteun-en-versneld-verduurzamen-van-vloot/146539132.html)).
Om hoeveel vissers gaat het die in dit pakket steun zouden ontvangen? Op
welke Europese regelingen doet het kabinet hiervoor een beroep en
hoeveel van de totale steun komt direct ten goede van verduurzaming?
Welk aandeel is afkomstig uit het European Maritime Fisheries and
Aquaculture Fund (EMFAF)-fonds en ten goede van welke prioriteiten van
dit fonds worden de middelen straks ingezet? Deze leden waken ervoor dat
de fossiele industrie straks wordt gespekt met geld wat is bedoeld voor
het structureel verduurzamen van de visserij. Hoe worden de middelen
verdeeld over de visserijsector? Wordt ook de bodemberoerende visserij,
met een grote milieu-impact, gesubsidieerd door dit steunpakket? Welke
bewezen effectieve manieren van verduurzaming en brandstofbesparing
worden door het kabinet straks gecompenseerd? Deze leden manen de
regering tot een ambitieuze verduurzamingsstrategie voor de vloot, omdat
dit op termijn de beste manier is om de visserij een duurzame toekomst
te geven. Kan het kabinet aantonen wat het aan resultaat verwacht door
het steunpakket? Tot hoeveel brandstof- en kostenbesparing zal het
steunpakket leiden? Hoe onderbouwt het kabinet dat de middelen doelmatig
worden ingezet en het gewenste effect zullen hebben en niet in feite de
fossiele industrie subsidiëren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun zorgen over de dalende makreelpopulatie en de dreigende overbevissing van de pijlinktvis. Ten eerste wijzen deze leden op de belabberde staat van het makreelbestand, waardoor volgens experts een totaalverbod op de vangst dreigt (AD, 31 maart 2026, 'Overbeviste makreel verder in gevaar: ‘Risico op totaal vangstverbod’' (https://www.ad.nl/binnenland/overbeviste-makreel-verder-in-gevaar-risico-op-totaal-vangstverbod~a7b274b7/)). Het blijft deze leden verbazen dat supermarkten die een verkoopverbod op makreel hebben ingevoerd, blijkbaar meer doen voor de gezondheid van de populatie dan de meeste EU-landen. Kan het kabinet uitleggen welke gevolgen het heeft voor de toekomst van het makreelbestand dat het makreelquotum ver boven het wetenschappelijke advies van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) komt te liggen? Is het op basis van wetenschappelijk onderzoek te verantwoorden dat het makreelquotum zo hoog is, tegen het ICES-advies in? Graag horen deze leden wat de houding is van het kabinet wat betreft het vastgestelde makreelquotum.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun zorgen over de vangst op de pijlinktvis. Door de opwarming van de Noordzee verplaatst het dier zich naar onze wateren en neemt de vangst toe. Echter, zo stellen experts, zonder regulering van de vangst dreigt de pijlinktvis gevangen te worden voordat ze eitjes hebben afgezet, waardoor de populatie te snel wordt uitgeput (Vroege Vogels, 17 april 2026, 'Overbevissing van de pijlinktvis in de Noordzee' (https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/overbevissing-van-de-pijlinktvis-in-de-noordzee)). Is het kabinet bekend met deze problematiek en is het voornemens om beleid te maken op de vangst van de pijlinktvis? Onderschrijft het kabinet dat in de huidige situatie te weinig oog is voor het herstellen van de populatie? Deze leden benadrukken het belang van goede monitoring van de dalende visbestanden. Is het kabinet voornemens om de pijlinktvispopulatie en -vangst beter te monitoren en zo ja, hoe? Is het kabinet bereid om hier op de Landbouw- en Visserijraad aandacht aan te besteden en te verkennen of er meer EU-lidstaten zijn waarmee ze kan optrekken om het voorzorgsprincipe van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) beter toe te passen op de vangst van pijlinktvis?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie spreken grote zorgen uit over de voortdurende koers van de EU, waarbij de Nederlandse soevereiniteit over ons landbouw- en visserijbeleid steeds verder wordt uitgehold door groene idealen en Brusselse bemoeizucht. Onze boeren en vissers vormen de ruggengraat van onze voedselzekerheid en mogen niet langer worden opgeofferd aan abstracte doelen.
1. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027:
Voedselproductie boven Landschapstuinieren
De leden van de PVV-fractie vragen of de minister bereid is om in
Brussel te eisen dat het GLB na 2027 primair gericht blijft op
voedselzekerheid en economische levensvatbaarheid en dat elke verdere
verschuiving naar klimaatideologie wordt geblokkeerd. Hoe gaat de
minister voorkomen dat de nationale beleidsvrijheid verder wordt
ingeperkt door de Brusselse visie voor landbouw en voedsel?
2. Marktsituatie en Oekraïne: Stop de oneerlijke
concurrentie
De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat de sinds oktober 2025
geldende vrijhandelsovereenkomst (DCFTA) met Oekraïne zorgt voor een
massale import van goedkope landbouwgoederen, wat onze eigen boeren die
aan veel strengere eisen moeten voldoen in een onmogelijke positie
brengt. Enkel monitoring is volstrekt onvoldoende. Kan de minister in de
Raad afdwingen dat er harde en automatisch werkende vrijwaringsclausules
worden geactiveerd zodra Oekraïense importen de Nederlandse marktprijzen
ondergraven? Deze leden eisen onmiddellijke actie tegen de stijgende
inputprijzen in plaats van het afwachten van weer een nieuw Actieplan
Meststoffen.
3. Mestbeleid: Onvoorwaardelijke erkenning van RENURE
De leden van de PVV-fractie vinden het onacceptabel dat Nederland voor
de toepassing van eigen innovaties zoals RENURE en digestaat nog steeds
moet smeken bij de EC. De starre Nitraatrichtlijn dient als een
verstikkend dictaat. Is de minister bereid om in Luxemburg de rug recht
te houden en onvoorwaardelijk te eisen dat RENURE per direct, zonder
aanvullende groene restricties, wordt erkend als kunstmestvervanger?
Waarom wordt de herziening van de Nitraatrichtlijn niet direct ingezet
om het gebruik van digestaat als duurzaam alternatief voor kunstmest
EU-breed toe te staan, zoals ook door andere lidstaten is
gevraagd?
4. Handelsverdragen (Mercosur): Geen uitverkoop van de agrarische
sector
De leden van de PVV-fractie zijn faliekant tegen de voorlopige
toepassing van het Mercosur-verdrag per 1 mei aanstaande. Het importeren
van vlees uit landen die niet aan onze standaarden voldoen is een klap
in het gezicht van de Nederlandse veehouder. Is de minister bereid om
zich in Europees verband hard uit te spreken tegen de voorlopige
toepassing van het Mercosur-verdrag om de Nederlandse veehouderij te
beschermen tegen oneerlijke concurrentie?
5. Visserij: Ruimte voor de vloot en terugkeer van de puls
De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat onze vissers worden
weggepest door torenhoge brandstofprijzen en disproportionele regels,
zoals cameratoezicht en weegverplichtingen. Gaat de minister de
energietransitie in de visserij aangrijpen om de pulsvisserij, een
bewezen effectieve en brandstof besparende methode, opnieuw op de agenda
te zetten als essentieel onderdeel van een rendabele vloot?
De leden van de PVV-fractie wijzen de inzet van camera's op vaartuigen
resoluut af als een inbreuk op de privacy en autonomie van onze
vissers.
De leden van de PVV-fractie roepen de minister op om in Luxemburg
eindelijk de Nederlandse belangen voorop te stellen. Kies voor de
Nederlandse boer en visser en herstel onze nationale soevereiniteit.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor het schriftelijk overleg van de vaste commissie voor de Landbouw- en Visserijraad in april en hebben enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de voorstellen van de EC voor de invulling van het GLB om lidstaten de ruimte te geven om de basisbetaling vast te stellen binnen een bandbreedte per hectare. Het kabinet heeft in het BNC-fiche aangegeven deze bandbreedte te willen verlagen en de ondergrens te schrappen, terwijl andere lidstaten er mogelijk voor kiezen zwaarder in te zetten op de basisbetaling. Hoe ziet de minister de inzet van het kabinet om de bandbreedte te verlagen en de ondergrens te schrappen in verhouding tot het risico op een ongelijk speelveld tussen lidstaten die juist kiezen voor een hogere basisbetaling? Welke concrete inzet zal de minister in de Raad kiezen om een gelijk speelveld binnen de EU te waarborgen?
De leden van de CDA-fractie hebben vernomen dat de RVO de definitieve beschikkingen voor de GLB-aanvragen 2025 heeft verstuurd. Deze leden krijgen signalen dat een aanzienlijk deel van de aanvragen voor eco-regelingen is afgekeurd. In de sector bestaan zorgen over de betrouwbaarheid van de controle met het Areaal Monitoring Systeem (AMS), waarbij gebruik wordt gemaakt van satellietbeelden en algoritmes om te beoordelen of aan voorwaarden.
De leden van de CDA-fractie betreuren dat de afkeuringen voor eco-regelingen leiden tot onzekerheid en mogelijk afnemende bereidheid onder boeren om deel te nemen aan de eco-regeling terwijl deze regeling een belangrijke pijler vormt onder de verduurzaming van de landbouw. Is de minister bereid om beschikkingen die hebben geleid tot substantiële verlagingen of afkeuringen van eco-regelingvergoedingen opnieuw te laten beoordelen waarbij menselijke beoordeling leidend is? Op welke wijze wil de minister de deelname aan de eco-regeling in 2026 bevorderen in het licht van de huidige signalen van onvrede en onzekerheid?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de maandelijkse voortgangsrapportage over de onderhandelingen over het GLB 2028-2034. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan de strategische autonomie van de EU op het gebied van voedselproductie en eiwitvoorziening. Deze leden constateren dat de Europese afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitgewassen al jaren een kwetsbaarheid vormt voor de voedselzekerheid en de concurrentiepositie van de Europese veehouderij. Kan de minister toelichten wat de inzet van Nederland is in de GLB-onderhandelingen ten aanzien van een Europese eiwitstrategie, en op welke wijze het nieuwe GLB kan bijdragen aan het verminderen van de Europese importafhankelijkheid van eiwitgewassen?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de sterk gestegen kunstmestprijzen als gevolg van verstoringen in de energie- en handelsroutes, met name rond de Straat van Hormuz, en van het aangekondigde EU-Actieplan Meststoffen. Deze leden constateren dat de afhankelijkheid van buitenlandse kunstmest de weerbaarheid van de Europese landbouwsector structureel ondermijnt. Zij zien RENURE als een kansrijke bijdrage aan een duurzamere en minder importafhankelijke meststoffenvoorziening. Kan de minister toelichten wat de Nederlandse inzet is in de GLB-onderhandelingen op het faciliteren van RENURE-toepassing en welke stappen hij in dat licht zet om belemmeringen in de Europese regelgeving voor RENURE op korte termijn te verminderen?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de recente besluitvorming in de Europese Visserijraad over het makreelquotum. Deze leden constateren dat het vastgestelde quotum van 299.010 ton aanzienlijk hoger ligt dan het wetenschappelijk advies van ICES van 174.000 ton, terwijl het makreelbestand de afgelopen tien jaar al sterk is afgenomen. Kan de staatssecretaris toelichten hoe hij in Europees verband inzet op het alsnog sluiten van internationale afspraken over de verdeling van het makreelquotum binnen de door ICES geadviseerde grenzen en welke stappen hij onderneemt om te voorkomen dat de daadwerkelijke vangst het vastgestelde quotum overschrijdt?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Europese plannen om visserijsectoren tegemoet te komen bij de sterk gestegen brandstofkosten als gevolg van de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten. Deze leden maken zich zorgen dat het financieren van brandstofcompensatie ten koste gaat van de middelen die zijn bestemd voor structurele verduurzaming van de visserijsector en daarmee de transitie naar een toekomstbestendige visserij vertraagt in plaats van versnelt. Zij zijn van mening dat eventuele tijdelijke steun beleidsmatig beter past binnen EMFAF-prioriteit twee of drie, gericht op markt- en gemeenschapsondersteuning, dan binnen prioriteit één, die is gereserveerd voor innovatie en natuurherstel. Kan de staatssecretaris toelichten of Nederland voornemens is gebruik te maken van de Europese mogelijkheden voor brandstofcompensatie en zo ja, uit welke EMFAF-prioriteit hij deze middelen wil inzetten en hoe hij daarbij borgt dat de innovatiemiddelen voor verduurzaming intact blijven?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Landbouw
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de onderliggende stukken en hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat het achtergronddocument voor de beleidsdiscussie over het GLB na 2027 nog niet beschikbaar is. Deze leden vragen zich af of dit document inmiddels al wel beschikbaar is en of de minister dit achtergronddocument met de Kamer kan delen. Datzelfde geldt door het achtergronddocument voor de beleidsdiscussie over de marktsituatie.
De leden van de BBB-fractie constateren dat er serieuze zorgen bestaan over een mogelijk ongelijk speelveld tussen lidstaten, onder andere door verschillen in basisbetalingen en de toegenomen flexibiliteit binnen het GLB. Deze leden delen deze zorgen en vragen de minister hoe hij dit risico beoordeelt en welke concrete inzet Nederland pleegt om een ongelijk speelveld te voorkomen. Ook vragen zij of de minister bereid is zich in te zetten voor een beperktere bandbreedte in basisbetalingen tussen lidstaten.
De leden van de BBB-fractie constateren voorts dat de Europese Rekenkamer wijst op toenemende complexiteit, onzekerheid en risico’s op vertraging in de uitvoering van het nieuwe GLB. Deze leden vragen hoe de minister deze kritiek beoordeelt en of hij de zorg deelt dat boeren hierdoor juist minder zekerheid krijgen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de EC werkt aan een Meststoffenactieplan om de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen en de leveringszekerheid te vergroten. Deze leden vragen wanneer de Kamer dit Meststoffenactieplan kan verwachten en wat de Nederlandse inzet hierbij is. In dat kader lezen zij dat door de minister wordt ingezet op vermindering van kunstmestgebruik. Zij vragen of dit impliciet betekent dat ook de stikstofgebruiksruimte verder wordt beperkt en geven aan dat dit wat hen betreft zeer zorgelijk zou zijn. Zij vragen de minister expliciet of minder kunstmestgebruik betekent dat ook minder stikstofgebruiksruimte beschikbaar komt en hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot lagere opbrengsten en verdere druk op boeren.
De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat juist het beter benutten van dierlijke mest kan bijdragen aan het verminderen van kunstmestgebruik. Deze leden vragen of de minister deze opvatting deelt en welke inzet Nederland pleegt om de toepassing van dierlijke mest te verruimen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de Nitraatrichtlijn zou worden geëvalueerd en dat vanuit de sector nadrukkelijk wordt gepleit voor aanpassing om meer ruimte te bieden voor dierlijke meststoffen. Deze leden vragen naar de stand van zaken van deze evaluatie en of de minister van mening is dat de Nitraatrichtlijn moet worden aangepast. Tevens vragen zij of de minister bereid is zich in Europees verband in te zetten voor herziening van deze richtlijn.
De leden van de BBB-fractie constateren dat boeren worden geconfronteerd met sterk stijgende kosten voor niet alleen kunstmest, maar ook energie en transport, wat leidt tot grote onzekerheid in de sector. Deze leden vragen welke concrete maatregelen de minister in Europees verband inzet om deze kostenstijgingen te mitigeren en hoe de weerbaarheid van de landbouwsector daadwerkelijk wordt versterkt.
De leden van de BBB-fractie vragen de minister welke Europees juridische belemmeringen er zijn om het nationale fosfaatplafond in Nederland te kunnen verhogen. Wat is de juridische status van de laatste derogatiebeschikking en de gemaakte afspraken in ruil voor de laatste derogatie nu deze is “verlopen"?
De leden van de BBB-fractie benadrukken tot slot dat de landbouwsector van essentieel belang is voor voedselzekerheid, leveringszekerheid en strategische autonomie van Europa. Deze leden vragen hoe dit strategisch belang concreet wordt vertaald in de Nederlandse inzet richting de Raad en op welke wijze wordt voorkomen dat Europese regelgeving de productiekracht van de landbouwsector verder ondermijnt.
Visserij
De leden van de BBB-fractie vragen of het is toegestaan om te vissen op houting, aangezien hierover momenteel in de sector onduidelijkheid bestaat.
De leden van de BBB-fractie vragen wat de huidige stand van zaken is van de makreelonderhandelingen. Hoe borgt de staatssecretaris het gelijke speelveld voor Nederlandse vissers ten opzichte van andere kuststaten? Kan de Kamer hierover per brief apart worden geïnformeerd, inclusief de inzet van het kabinet, mogelijke vervolgstappen en de gevolgen voor de Nederlandse visserijsector?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de staatssecretaris aankijkt tegen het feit dat andere kuststaten afwijken van het hoofdadvies van ICES. Welke gevolgen heeft dit voor het makreelbestand en de positie van de EU? Wat is het Nederlandse visserijbelang in de Groenlandse wateren?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de staatssecretaris zich inzet voor een allesomvattend akkoord met Noordoost-Atlantische kuststaten over makreel en hoe wordt omgegaan met overbevissing door derde landen, waaronder Rusland.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat de Nederlandse visserij onevenredig wordt geraakt door strengere Europese quota, terwijl andere landen minder strenge scenario’s hanteren.
De leden van de BBB-fractie vragen of de staatssecretaris bereid is om de garnalensector de ruimte te geven om eerst de effecten van ingezette verduurzamingsstappen te laten zien, alvorens aanvullende maatregelen te overwegen.
De leden van de BBB-fractie vragen welke mogelijkheden de staatssecretaris ziet voor zowel actieve als passieve visserij binnen windmolenparken en of er een tijdspad kan worden gegeven voor de implementatie van nieuwe wet- en regelgeving. Kan de Kamer hierover per brief apart worden geïnformeerd?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de staatssecretaris aankijkt tegen het feit dat in landen zoals Denemarken soorten als zwarte zee-eend en eidereend worden bejaagd, terwijl in Nederland extra beschermingsmaatregelen gelden. Leidt dit tot een ongelijk speelveld waarbij de visserij mogelijk onterecht het slachtoffer wordt? Indien dat het geval is, zou het niet logischer zijn om eerst in gesprek te gaan met landen zoals Denemarken over hun beleid, in plaats van aanvullende gebiedssluitingen voor de visserij te overwegen? Zijn er mogelijk nog andere vogelsoorten waarvoor dit ook geldt?
De leden van de BBB-fractie vragen of er een actuele stand-van-zakenbrief kan worden gestuurd over de uitvoering van aangenomen visserijmoties.
De leden van de BBB-fractie vragen of erop of rondom de Doggersbank naast visserijactiviteiten ook defensieactiviteiten plaatsvinden en hoe deze activiteiten zich tot elkaar verhouden.
De leden van de BBB-fractie vragen of de staatssecretaris bereid is om naar aanleiding van het door Wageningen University & Research (WUR) gemaakte wetenschappelijke rapport in gesprek te gaan met zowel de WUR als het Voedingscentrum over het advies omtrent visconsumptie.
De leden van de BBB-fractie vragen welke wetenschappelijke rapporten er zijn over de trek van paling in zout water, inclusief de levensstadia glasaal en schieraal en of deze worden meegenomen in beleid.
De leden van de BBB-fractie vragen wat de actuele stand van zaken is rondom de brandstofcrisis in de visserij en welke concrete stappen worden gezet om noodsteun te realiseren.
De leden van de BBB-fractie vragen waarom Nederland achterblijft bij andere lidstaten in het verstrekken van steunmaatregelen en hoe dit wordt rechtgezet om een gelijk speelveld te waarborgen.
De leden van de BBB-fractie vragen of de staatssecretaris bereid is zich in Europees verband in te zetten voor snelle en flexibele inzet van het European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund voor noodsteun.
De leden van de BBB-fractie vragen welke concrete maatregelen worden genomen om het brandstofverbruik in de visserij te reduceren en innovatieve technieken sneller mogelijk te maken.
De leden van de BBB-fractie vragen of het klopt dat Nederlandse vissers in buitenlandse havens niet meer mogen bunkeren en zo ja, of de staatssecretaris hierover in gesprek gaat met zijn buitenlandse collega’s.
De leden van de BBB-fractie vragen of de staatssecretaris bekend is met de brief over de toekomstige financiering van wetenschappelijk onderzoek binnen het visserijbeleid en of hij de zorgen deelt dat zonder geoormerkte middelen de kwaliteit van visserijonderzoek en quota-onderbouwing onder druk komt te staan.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe wordt gewaarborgd dat er in de toekomst voldoende middelen beschikbaar blijven binnen Europese fondsen voor visserijonderzoek, gezien het belang hiervan voor het vaststellen van quota en technische maatregelen.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de staatssecretaris aankijkt tegen de oproep om de financiering voor wettelijk verplichte visserij onderzoekstaken breder te positioneren richting de ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken, gezien het bredere belang voor maritiem beleid.
De leden van de BBB-fractie vragen of het kabinet voornemens is om naast de mosselsector ook andere visserijsectoren in aanmerking te laten komen voor duurzame subsidies vanuit het European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de staatssecretaris aankijkt tegen de zorgen van Duitsland over de disproportionaliteit van de voorgestelde regels rondom het wegen van visproducten en of Nederland zich inzet voor vereenvoudiging van regelgeving.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de staatssecretaris de impact van cameratoezicht bij weeglocaties beoordeelt en of dit proportioneel is.
De leden van de BBB-fractie vragen wat de stand van zaken is rondom de implementatie van het IT CATCH-systeem en in hoeverre andere lidstaten dit niet op orde hebben. Is de staatssecretaris bekendmet signalen dat containers blijven staan in Nederlandse havens door problemen met IT CATCH? Wat wordt hieraan gedaan? Is de staatssecretaris bereid om in Europees verband te pleiten voor coulance bij de implementatie van IT-systemen, zodat Nederlandse vissers en handelaren niet de dupe worden van problemen in andere lidstaten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben begrepen dat de EC het Visserijfonds wil openzetten voor crisissteun in verband met de sterk gestegen brandstofprijzen en de gevolgen daarvan voor de visserijvloot. Deze leden horen graag wat de stand van zaken is. Deze leden constateren dat tientallen kotters aan wal blijven liggen vanwege de bijna verdubbelde gasolieprijzen. Zij geven daarbij aan dat deze grote impact van de brandstofprijzen mede te wijten is aan het pulskorverbod. Deze leden constateren eveneens dat verschillende Europese lidstaten, waaronder Frankrijk, al compenserende maatregelen voor hun visserijsector hebben aangekondigd of ingevoerd. Deze leden horen graag of het kabinet ook voor de Nederlandse kottervisserij wil werken aan een vorm van brandstofcompensatie en een stilligregeling en hoe beschikbare Europese middelen hiervoor worden benut. Hoe waardeert de staatssecretaris de voorstellen die hiervoor zijn gedaan vanuit de visserijsector? Welke maatregelen is hij bereid te nemen?
De leden van de SGP-fractie hebben begrepen dat veel akkerbouwers recent van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) een afwijzing hebben gekregen voor de ecoregeling 2025 in verband met tekortkomingen bij braaklegging van gronden. Deze leden hebben hier enkele vragen over. In de eerste plaats horen zij graag waarom deze akkerbouwers nu pas bericht hebben gekregen over de afwijzing. Het kan gaan om verkeerde inschattingen die zich dit seizoen weer kunnen voordoen. In dit stadium is er echter nauwelijks ruimte meer om bouwplannen aan te passen. In de tweede plaats hebben deze leden begrepen dat een (groot) deel van de afwijzingen te maken zou hebben met gebruik van satellietbeelden waarop bloeiende groenbedekking slecht herkend zou zijn en met, vanwege de extreme droogte in het voorjaar, laat opgekomen bloemenmengsels. De financiële gevolgen voor bedrijven kunnen groot zijn. Deze leden horen graag in hoeverre satellietbeelden en bijbehorende algoritmen worden getoetst aan de praktijk. Zij horen ook graag in hoeverre rekening gehouden wordt met overmacht door de extreme voorjaarsdroogte en het daardoor laat opkomen van de vereiste groenbedekking. Zij horen graag welke mogelijkheden de minister ziet om de genoemde afwijzingen te heroverwegen en te voorkomen dat bewijslast en de klimatologische risico’s eenzijdig bij boeren wordt gelegd.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad, die 27 april 2026 zal plaatsvinden, en de bijbehorende stukken en hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over die zij graag onder de aandacht willen brengen.
Gemeenschappelijk
Landbouwbeleid na 2027
De leden van de PvdD-fractie constateren allereerst dat het voorstel
voor het nieuwe GLB wordt besproken in een tijd waarin Europa wordt
geconfronteerd met een klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis en een
toenemende druk op water en bodemkwaliteit. Verder is er ook
geconstateerd in onderzoek van Wageningen University and Research (WUR)
(WUR, maart 2018, 'Distribution of CAP pillar 1 payments to farmers in
the EU' (https://edepot.wur.nl/444994))
dat een aanzienlijk deel van de publieke middelen binnen het GLB
terechtkomen bij een relatief kleine groep grote landbouwbedrijven. Deze
leden vragen de minister hoe de verdeling van publieke middelen
gerechtvaardigd wordt. Deelt de minister de opvatting dat publieke
middelen op eerste plaats moeten worden ingezet voor maatschappelijke
doelen zoals natuurherstel, klimaatadaptatie, biodiversiteitherstel en
verbetering van dierenwelzijn? Zo ja, hoe wordt dit door de huidige
verdeling geborgd? Zo nee, wat staat er voor de minister wel op de
eerste plaats waar de publieke middelen voor ingezet moeten worden in
relatie tot een weerbare en toekomstbestendige sector, leefbaarheid op
het platteland en inzet op groene doelen die genoemd worden in de
agenda?
De leden van de PvdD-fractie vragen verder of de minister de opvatting deelt dat publieke subsidies niet zouden moeten bijdragen aan schaalvergroting en concentratie in de landbouw, wat nu opnieuw dreigt te gebeuren? Zo ja, wat gaat de minister doen om dit te voorkomen? Hoe gaat hij zich hier op Europees niveau over positioneren?
Strategisch
belang van landbouw en duurzaam bosbeheer bij het versterken van
risicopreventie en weerbaarheid tegen natuurbranden
De leden van de PvdD-fractie lezen dat tijdens de Landbouw- en
Visserijraad ook een uitwisseling zal plaatsvinden over het strategische
belang van landbouw en duurzaam bosbeheer voor het voorkomen en beperken
van consequenties van natuurbranden. Kan de minister toelichten welke
rol hij ziet voor landbouwsystemen bij het versterken van de
weerbaarheid van het landschap tegen natuurbranden? Kan de minister
aangeven welke prioriteiten Nederland gaat inbrengen in het BNC-fiche
wat op dit moment aan wordt gewerkt?
Gemeenschappelijk
Visserijbeleid (GVB)
De leden van de PvdD-fractie vragen ook aandacht voor de evaluatie van
het GVB. Een brede coalitie van Europese natuurorganisaties hebben
gesteld dat het huidige visserijbeleid tekortschiet in een duidelijke
implementatie en handhaving (WWFEU, 18 november 2025, ‘Don't sink the
Common Fisheries Policy – fulfil its potential’
(https://www.wwf.eu/?20123366/cfp-position-paper). Deze leden wijzen op
problemen zoals overbevissing, bijvangst en aantasting van mariene
ecosystemen. Volgens onderzoeken staat door deze problemen gecreëerd
door menselijk handelen 90 procent van de Europese Zeegebieden onder
druk. Erkent de staatssecretaris de problemen rondom duidelijke
uitvoering en handhaving van het gemeenschappelijk Visserijbeleid? Zo
ja, welke concrete stappen gaat hij zetten?
De leden van de PvdD-fractie vragen verder in hoeverre Nederland gebruikmaakt van bestaande mogelijkheden binnen het visserijbeleid waarmee ecologische en maatschappelijke criteria zwaarder wegen en grote overtreders strenger worden gestraft voor wanpraktijken binnen de visserij. Daarnaast vragen deze leden hoe de staatssecretaris zich gaat inzetten op betere controle op visserijactiviteiten zodat illegale praktijken beter kunnen worden aangepakt. Is de staatssecretaris bereid zich in te zetten voor het beëindigen van subsidies die overcapaciteit en destructieve visserijmethoden in stand houden? Kan de staatssecretaris aangeven hoe Europese middelen beter kunnen worden ingezet voor herstel van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen?
De leden van de PvdD-fractie willen verder de minister erop wijzen dat er nog steeds te veel boven het quotum wordt gevist op makreel. Makreel is een sleutelsoort en cruciaal voor het gezond houden van ecosystemen in de Noordzee en Atlantische oceaan. Deze leden vragen of de staatssecretaris kan toezeggen dat hij dit steeds dringender probleem tijdens de Landbouw- en Visserijraad zal aankaarten en terug kan koppelen aan de Kamer welke verdere maatregelen er zullen komen om te voorkomen dat dit onomkeerbare gevolgen gaat hebben voor de makreelpopulatie en mariene ecosystemen.
De leden van de PvdD-fractie maken zich ook zorgen over de effecten van het ontbreken van regulering bij nieuwe doelsoorten. Deelt de staatssecretaris de zorgen van deze leden dat het ontbreken van regulering bij nieuwe doelsoorten (zoals de ongequoteerde pijlinktvis) een direct risico vormt voor overbevissing en de schadelijke consequenties die hieraan vastzitten zoals verdere ecologische verstoring? Kan de staatssecretaris toelichten waarom er voor nieuwe doelsoorten zoals de pijlinktvis nog geen vangstquotum of andere effectieve regulering geldt, ondanks de groeiende visserijdruk? Is de staatssecretaris bereid om op korte termijn nationale voorzorgsmaatregelen te nemen die het overbevissen gaan voorkomen? Zo ja, in hoeverre zullen lessen van situaties uit het verleden, zoals de overbevissing van tong, schol en garnalen, worden meegenomen en toegepast?
De leden van de PvdD-fractie vragen in het licht van het toekomstbeeld waar door experts over wordt gewaarschuwdin hoeverre de staatssecretaris het huidige visserijbeheer preventief genoeg acht of dat het nog te reactief is ingesteld. Welke stappen gaat de staatssecretaris zetten op zowel nationaal als Europees niveau om dit te verbeteren? Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij zich zoveel mogelijk gaat inzetten op de afbouw van de visserij, maar dat in het geval van ontwikkeling van nieuwe visserijen, ecologische grenzen leidend gaan zijn in zijn beleid zodat overbevissing voorkomen kan worden?
Verslag
Landbouw- en Visserijraad 30 maart 2026 en terugkoppeling gesprek met de
Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn
De leden van de PvdD-fractie hebben daarnaast ook kennisgenomen van het
feit dat de staatssecretaris namens Nederland steun heeft uitgesproken
voor een EU-breed verbod op pelsdierhouderij en het uitfaseren van
kooihuisvesting richting de Eurocommissaris voor Gezondheid en
Dierenwelzijn, Olivér Várhelyi. Deze leden verwelkomen deze inzet, maar
hebben hier nog enkele vragen over. Kan de staatssecretaris toelichten
welke concrete stappen Nederland op korte termijn zal gaan zetten om een
EU-breed verbod op pelsdierhouderij en handel in bont daadwerkelijk te
realiseren? Hoe gaat de staatssecretaris samenwerken met andere
lidstaten om het voorstel voor een EU-breed verbod te versnellen? Hoe
gaat de staatssecretaris om met het initiatief van Oostenrijk om druk op
te voeren op de EC, als blijkt dat de EC in gaat zetten op
dierenwelzijnsaanpassingen in plaats van een totaalverbod?
II Antwoord / Reactie van de minister
III Volledige agenda
Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 27 april 2026 te Luxemburg + voortgangsrapportage over voortgang onderhandelingen GLB 2028-2034
Kamerstuk 2026Z07943 - Brief minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen - 15 april 2026
Verslag Landbouw- en Visserijraad 30 maart 2026 en terugkoppeling gesprek met de Eurocommissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn
Kamerstuk 21501-32-1775 - Brief minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen - 10 april 2026