Reactie op verzoek van het lid Markuszower, gedaan tijdens de stemmingen op 24 maart 2026, over het amendement van het lid Grinwis over middelen ten behoeve van het openbaar vervoer (Kamerstuk 36800-XII-9)
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026
Brief regering
Nummer: 2026D18844, datum: 2026-04-20, bijgewerkt: 2026-04-21 16:22, versie: 4 (versie 1, versie 2, versie 3)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XII-33 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z08388:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-04-22 14:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-20 12:00: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (đ origineel)
36800 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026
Nr. 33 Brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 april 2026
De Kamer heeft op 24 maart gestemd over het wetsvoorstel met de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36 800-XII). Bij die stemming heeft de Kamer het amendement nr. 9 van het lid Grinwis aangenomen, dat ziet op het toevoegen van 224 miljoen in 2026 en 2027 aan artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor van de begroting van IenW.
Het lid Markuszower heeft na de stemming gevraagd om een brief ter beantwoording van zijn vraag of het kabinet een herstelwet wil maken voor dit amendement, aangezien de FVD-fractie heeft aangegeven eigenlijk tegen dit amendement te zijn maar verkeerd gestemd heeft.
De Kamer heeft op 31 maart gestemd over twee moties die een vergelijkbaar verzoek aan het kabinet deden1. Deze beide moties zijn door een meerderheid van de Kamer verworpen.
Het kabinet beschouwt dit als een afronding van de discussie over de begroting van het ministerie van IenW en het amendement Grinwis.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Kamerstukken 23 432, nrs. 680 en 708.âŠī¸