Gewijzigd amendement van het lid Michon-Derkzen ter vervanging van nr. 12 over dat bewijs met alle middelen kan worden geleverd of een werknemer scholier of student is
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)
Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)
Nummer: 2026D19007, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-22 14:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I.J.M. Michon-Derkzen, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 36746 -43 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) .
Onderdeel van zaak 2026Z08448:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
-
2026-04-21 15:00 โ Aangenomen. (Besluit)
- Voor 125: 50PLUS | BBB | CDA | ChristenUnie | D66 | FVD | GroenLinks-PvdA | Groep Markuszower | JA21 | Keijzer | PvdD | SGP | VVD | Volt
- Tegen 25: DENK | PVV | SP
-
2026-04-21 15:00 โ Aangenomen. (Besluit)
- 2026-04-21 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (๐ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 746 | Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) | |
| Nr. 43 | gewijzigd AMENDEMENT VAN HET LID Michon-Derkzen ter vervanging van dat gedrukt onder nr. 12 | |
| Ontvangen 21 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
In artikel I, onderdeel E, wordt na het voorgestelde artikel 628ac, derde lid, een lid ingevoegd, luidende:
3a. Bij het bepalen of een werknemer scholier of student is in de zin van lid 2 onderscheidenlijk lid 3 is artikel 152 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onverkort van toepassing.
Toelichting
Indiener vindt dat dit amendement logischer aansluit bij de doelen van de wet en de wensen van studenten en jongeren om flexibel bij te verdienen wat bij ondernemers voorziet in een behoefte.
De memorie van toelichting stelt in paragraaf 8.4 dat de administratieve lasten van het inschrijvingscriterium substantieel zijn. Met dit amendement verlaagt de regeldruk aanzienlijk. Het inschrijvingscriterium vereist jaarlijkse verificatie, omgang met DUO-portalen, aparte behandeling van buitenlandse studenten, en creรซert onzekerheid bij tussenjaren en studiewisselingen.
โDit amendement beoogt de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlagen door expliciet vast te leggen dat de status van scholier of student, zoals bedoeld in de uitzonderingsbepalingen voor de oproepovereenkomst (artikel 7:628ac Burgerlijk Wetboek), kan worden aangetoond met alle wettelijke bewijsmiddelen. Hiertoe wordt een nieuw lid ingevoegd dat de onverkorte toepasbaarheid van artikel 152 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevestigt. Hierin is geregeld dat bewijs met alle middelen kan worden geleverd en dat de waardering hiervan aan de rechter is. Met dit amendement worden geen extra regels gesteld ten opzichte van het huidige bewijsrecht.
Zonder deze wijziging ontstaat er onduidelijkheid over de vraag of het eerste lid van 628ac kan worden beschouwd als een lex specialis ten opzichte van artikel 152 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Met toevoeging van het nieuw lid wordt expliciet geregeld dat dit niet het geval is en dat het gewone bewijsrecht geldt. Hiermee blijven andere legitieme bewijsmiddelen (zoals een studentenkaart of bewijs van studiefinanciering) behouden als bewijsmateriaal. Daarnaast wordt behouden dat iemand als student of scholier blijft gelden voor de duur waarvoor het bewijs van inschrijving wordt afgegeven.
Michon-Derkzen