Rapport ‘Economische effecten van defensie- uitgaven’ (SEO)
Brief regering
Nummer: 2026D19091, datum: 2026-04-21, bijgewerkt: 2026-04-21 12:21, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie (Ooit CDA kamerlid)
- Rapport ‘Economische effecten van defensie-uitgaven’ (SEO)
- Beslisnota bij Kamerbrief Rapport ‘Economische effecten van defensie- uitgaven’ (SEO)
Onderdeel van zaak 2026Z08498:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- 2026-04-23 10:45: Procedurevergadering Defensie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
| > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 21 april 2026 |
| Betreft | Aanbieding rapport ‘Economische effecten van defensie-uitgaven’ (SEO) |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
MINDEF20260030123
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
Hierbij informeer ik uw Kamer over het recent gepubliceerde rapport ‘Economische effecten van defensie-uitgaven’ van SEO Economisch Onderzoek. Dit onderzoek is in opdracht van Defensie uitgevoerd om beter inzicht te verkrijgen in de economische effecten van uitgaven aan Defensie. Het kabinet blijft zich inzetten voor een sterke krijgsmacht die bijdraagt aan de veiligheid van Nederland en zijn bondgenoten. Tegelijkertijd wordt, waar mogelijk en passend binnen deze primaire doelstelling, gestuurd op het versterken van de economische effecten van defensie-uitgaven.
Kern van het rapport
Het SEO-rapport biedt, op basis van wetenschappelijke literatuur,
inzicht in de economische effecten van defensie-uitgaven, onderscheiden
naar uitgaven aan innovatie, personeel en materieel.
SEO concludeert dat de economische effecten van defensie-uitgaven in belangrijke mate afhangen van de wijze waarop deze uitgaven worden ingezet. Daarbij komen enkele hoofdlijnen naar voren:
Innovatie (R&D): Uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling, met name wanneer gericht op dual-use toepassingen, fundamenteel onderzoek en publiek-private samenwerking, kennen relatief de meest positieve economische effecten.
Personeel: Defensie-uitgaven kunnen bijdragen aan verdere krapte op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktkrapte drukt de te verwachten multiplier van defensie-uitgaven. De multiplier geeft de verhouding weer tussen een euro die wordt uitgegeven door de overheid en de groei van het bruto binnenlandsproduct. Daarnaast wijst de literatuur op negatieve arbeidsproductiviteitsgevolgen voor voormalig dienstplichtigen en militairen bij doorstroom naar de civiele arbeidsmarkt, gezien het verschil in de gevraagde vaardigheden. Aan de andere kant kunnen bepaalde vaardigheden – zoals leiderschapskwaliteiten – juist overdraagbaar zijn. SEO stelt dat er meer onderzoek nodig is naar arbeidsmarkteffecten van werken bij Defensie voor beroepsmilitairen, reservisten en burgerpersoneel.
Materieel: Internationale coördinatie, specialisatie en gezamenlijke inkoop kunnen bijdragen aan schaalvoordelen en doelmatigere bestedingen. Het spreiden van materieeluitgaven over de tijd kan de inflatoire druk verlichten. Om de defensie-industrie op te zetten is langjarig commitment nodig, waarbij een inzet op bestaande economische clusters de kans op succes vergroot.
Macro-economische context: De economische multiplier van defensie-uitgaven in Nederland valt naar verwachting lager uit dan in andere landen omdat Nederland relatief veel importeert en de arbeidsmarkt krap is. Een negatieve multiplier acht SEO onwaarschijnlijk. Over het algemeen zijn de economische baten van defensie-uitgaven niet dermate hoog dat ze zichzelf economisch terugbetalen.
Appreciatie
Het kabinet verwelkomt dit rapport als een waardevolle aanvulling op het
bestaande inzicht in de economische effecten van defensie-uitgaven. De
bevindingen sluiten op hoofdlijnen aan bij eerdere studies, waaronder
analyses van het CPB.
Voor het kabinet geldt dat investeringen in Defensie in de eerste plaats zijn gericht op het waarborgen van de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid. Veiligheid is een randvoorwaarde voor een goed functionerende economie, maar de waarde van veiligheid laat zich niet volledig in economische termen vatten.
Tegelijkertijd onderstrepen de bevindingen van SEO dat gerichte beleidskeuzes van belang zijn om, waar mogelijk, positieve economische effecten te realiseren. Het kabinet herkent in dit verband met name het belang van:
investeringen in R&D en dual-use technologie;
het versterken van de Nederlandse en Europese defensie-industrie;
internationale samenwerking en schaalvoordelen bij materieelverwerving;
aandacht voor arbeidsmarkteffecten bij de personele groei van Defensie.
Ook bevestigt het rapport dat er op onderdelen nog belangrijke kennislacunes bestaan, met name ten aanzien van arbeidsmarkt- en productiviteitseffecten in de Nederlandse context.
Vervolg
Het kabinet hecht eraan om de economische dimensie van defensie-uitgaven
verder te verdiepen en te onderbouwen. In dat kader wordt momenteel
gewerkt aan de Economische Beleidsanalyse (EBA)
defensie-industrie, die naar verwachting in de zomer van 2026
wordt opgeleverd.1 Deze analyse zal onder meer ingaan
op de economische effecten van defensie-uitgaven en zal adviseren over
beleid dat onder meer kan bijdragen aan meer positieve economische
effecten.
Defensie neemt de inzichten uit dit SEO-rapport en de EBA defensie-industrie ook mee in de update van het industriebeleid, welke in het derde kwartaal van 2026 met uw Kamer gedeeld zal worden. De update dient ter nadere concretisering van de ambities zoals gesteld in het coalitieakkoord m.b.t. een innovatie-autoriteit en ter concretisering van de Defensie Strategie voor Industrie & Innovatie (D-SII), Conform motie 36800-X-48 van het lid Van Lanschot; alsook conform motie-Dassen/Peter de Groot (36 800-X, nr. 62) en motie-Dassen/Van Lanschot (36 800-X, nr. 63). De Defensienota neemt de inzichten uit deze rapporten en analyses waar mogelijk mee.
DE MINISTER VAN DEFENSIE Dilan Yeşilgöz-Zegerius |
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Derk Boswijk |
|---|
Kamerstuk 31 125-143↩︎