Conceptverslag Verduurzaming industrie
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D19238, datum: 2026-04-16, bijgewerkt: 2026-04-21 14:47, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-16 10:00: Verduurzaming industrie (Commissiedebat), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Verduurzaming industrie
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 16 april 2026 overleg gevoerd met de heer De Bat, staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei, over:
de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 3 september 2025 inzake steun aan het bedrijf Avantium (29826, nr. 263);
de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 31 oktober 2025 inzake duurzame chemie (32813, nr. 1540);
de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 16 oktober 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de brief van Natuur & Milieu over behoud en versterking van het Nederlandse klimaatbeleid, in het bijzonder de nationale CO2-heffing industrie (32813, nr. 1538);
de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 3 december 2025 inzake rapport Overlegtafel CO2-heffing "Kantelpunt voor klimaat en industrie" (32813, nr. 1544);
de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 18 december 2025 inzake ondertekening maatwerkafspraken Coöperatie Koninklijke Cosun U.A. (29826, nr. 278);
de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 11 maart 2026 inzake joint letter of intent Alco Energy Rotterdam (29826, nr. 280);
de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 10 april 2026 inzake verduurzaming industrie (29826, nr. 307).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene
Groei,
Zwinkels
De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene
Groei,
Nava
Voorzitter: Zwinkels
Griffier: Nava
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach, Grinwis, Jumelet, Klos, Kostić, Müller, Van Oosterhout, Russcher, Vermeer en Zwinkels,
en de heer De Bat, staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.
Aanvang 10.03 uur.
De voorzitter:
Een goedemorgen allemaal. Welkom bij dit commissiedebat, waarin we het
gaan hebben over de verduurzaming van de industrie. Welkom aan onze
bewindspersonen: de minister en de staatssecretaris. Welkom aan alle
mensen op de tribune, de pers en ook iedereen die kijkt. Uiteraard
welkom aan alle commissieleden, Kamerleden die hier vandaag aanwezig
zijn. Er zijn verder geen mededelingen, dus ik wil eigenlijk gewoon
lekker met elkaar gaan beginnen. Mijn voorstel zou zijn om, net als
gisteren, in totaal zes interrupties toe te staan, namelijk drie keer
twee. U kunt dan dus een korte vervolgvraag stellen. Wanneer we merken
dat we uit de tijd beginnen te lopen, kan ik het misschien iets
terugschroeven, maar ik hoop dat u ook zelf wat spaarzaam omgaat met al
uw vragen. Dan wil ik beginnen bij lid Kostić. Aan u het woord.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Wat dit kabinet nog niet helemaal doorheeft, is dat we
maar één planeet hebben. Toch produceert en consumeert Nederland alsof
we drie aardbollen hebben. Dat leidt tot natuurverlies en snelle
opwarming van de aarde. Het brengt onze veiligheid in gevaar. De
fossiele energiecrisis heeft bovendien laten zien hoe kwetsbaar
Nederland is door de afhankelijkheid van olie en gas. Had de politiek
maar naar de Partij voor de Dieren geluisterd en de keuze gemaakt voor
een echt groene economie. Die vraagt niet alleen om hernieuwbare
energie, maar ook om een forse energiebesparing, zeker door grote
bedrijven. Wat je niet gebruikt, hoef je namelijk niet op te wekken.
Eerder vroegen we via een motie om een integrale visie voor de
industrie, maar het kabinet draait om de hete brij heen. De spanning
tussen maatschappelijke doelen en beperkt beschikbare ruimte en middelen
wordt niet besproken.
Is de minister bereid om voor de zomer met een wetenschappelijk
onderbouwde analyse te komen van wat haar industrievisie betekent voor
klimaat, natuur, beschikbare ruimte, gezondheid en al die andere in de
motie genoemde aspecten, inclusief de spanningen daartussen? Hoe zijn de
plannen überhaupt getoetst aan klimaat- en natuurdoelen, vraag ik de
minister. Volgens de PBL is er minder dan 5% kans dat de industrie het
klimaatdoel voor 2030 gaat halen. Wat gaat de minister doen om dat doel
voor 2030 alsnog te halen?
Voorzitter. De Bonaire-uitspraak is keihard: het kabinet brengt mensen
in gevaar door falend klimaatbeleid. In plaats van dat te herstellen,
verspilt de minister belastinggeld aan een hoger beroep. Schaamt de
minister zich niet dat een rechter moet concluderen dat het rijke
Nederland mensenrechten schendt en geen eerlijke bijdrage levert aan het
tegengaan van de klimaatcrisis? Gelukkig moet de minister nu al handelen
in lijn met de uitspraak. De minister zegt dat het kabinetsbeleid
voldoende is, terwijl cijfers laten zien dat zelfs de huidige zwakke
doelen niet worden gehaald. Erkent de minister dat er snel meer moet
gebeuren? Is zij bereid om rond de zomer met een brief te komen waarin
zij aangeeft welke maatregelen zij gaat nemen die er wel voor zorgen dat
Nederland niet alleen aan de huidige doelen voldoet, maar ook zijn
eerlijke bijdrage levert aan het 1,5 gradendoel?
Voorzitter. Een strategische afbouw van een deel van de fossiele
basisindustrie is geen probleem, maar een kans. Het maakt ruimte vrij
voor echt groene bedrijven en het maakt Nederland gezonder en veiliger.
Als het kabinet geen keuzes maakt over wat we niet meer willen, blijven
we van crisis naar crisis gaan en betalen burgers de prijs. Erken dus
dat er voor de huidige vee-industrie in dienst van de export geen plek
is in Nederland. Bijna de helft van ons land wordt ervoor gebruikt. Ook
de luchtvaart moet krimpen. Sectoren als olieraffinage en kunstmest
hebben hun langste tijd gehad. Maar het kabinet doet het
tegenovergestelde. Het verspilt belastinggeld aan fossiele vervuilers en
schaft de CO₂-heffing af. Het laat burgers miljarden betalen voor het
feit dat de fossiele industrie, ondanks miljarden winsten, gefaald heeft
zich aan te passen. Dat is niet alleen niet eerlijk, maar het houdt ons
ook afhankelijk en het brengt ons in gevaar.
Dan Tata Steel. Het kabinet wil 2 miljard belastinggeld geven aan deze
onbetrouwbare vervuiler om over te stappen naar aardgas, zonder harde
garanties voor verduurzaming. Dát is al niet uit te leggen aan de gewone
burger. Dit weekend bleek bovendien dat Tata Steel weer een dwangsom
kreeg, omdat het niet meewerkt aan een controle. Tata overtreedt dus ook
andere regels. De minister zei zelf dat naleving van regels, compliance,
een voorwaarde is voor de afspraken met Tata. Kan zij bevestigen dat er
geen maatwerkafspraak met Tata komt als Tata zich niet houdt aan de
regelgeving en overtredingen rondom bijvoorbeeld de Kooks- en
Gasfabrieken niet eerst worden opgelost? Kan zij toezeggen om in mei een
juridische analyse naar de Kamer te sturen, mede op basis van artikel 15
van de joint letter over de overtredingen, de beoordeling van compliance
van Tata en de gevolgen voor eventuele steun?
Voorzitter. Dan het emissiehandelssysteem ETS, bedoeld om schadelijke
uitstoot te beprijzen en af te bouwen. Het is volgens wetenschappelijke
adviezen belangrijk dat het ETS op geen enkele manier wordt afgezwakt.
De minister wil aanpassingen binnen het ETS en het CBAM, zo lezen wij,
terwijl eerder beloofd is dat ze niet meewerkt aan de afzwakkingen. Is
er sprake van een koerswijziging, vraag ik haar.
Tot slot. De zogenaamde positieve keuzes van dit kabinet zijn geen
keuzes. Het blijft en-enbeleid. Het is de rupsje-nooit-genoegmentaliteit
die ons in deze problemen heeft gebracht. Zonder noodzakelijke keuzes
voor een groene toekomst blijft Nederland hangen in fossiele
afhankelijkheid en lopen onze burgers gevaar. In de woorden van de
Wetenschappelijke Klimaatraad: het is kiezen of verliezen. Ga dus
snoeien om te bloeien.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat dat een vraag oplevert van de heer Van den
Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor het lid Kostić hier spreken over rupsje-nooit-genoeg, maar dat
is precies hetgeen wat ik ook altijd hoor bij de Partij voor de Dieren.
We zijn al jaren bezig met verduurzaming. We hebben al heel veel stappen
gemaakt, ofwel op gezondheid, ofwel op het gebied van klimaat. Dan valt
het mij altijd op dat de Partij voor de Dieren in dit geval ook
rupsje-nooit-genoeg is: nooit is het goed genoeg. Mijn vraag is dan ook:
wanneer is het lid Kostić dan wél tevreden over de manier waarop wij het
doen met het klimaatbeleid?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Prachtige vraag. De Partij voor de Dieren is tevreden als we zoveel doen
dat we de aarde toekomstbestendig houden en veilig houden voor onze
kinderen. Hoe weten we wat genoeg is? Dat weten we volgens
wetenschappelijk advies. Volgens die wetenschappelijke adviezen zijn
doelen vastgesteld om onder die 1,5 graad opwarming te blijven. Daar
voldoen we bij lange na niet aan. We voldoen dus niet eens aan onze
eigen afgezwakte doelen; we voldoen niet eens aan de rechterlijke
uitspraken. De Partij voor de Dieren vraagt dus niet iets geks. Ze
vraagt op z'n minst ons te houden aan al eerder gemaakte afspraken, waar
het kabinet en de regering gewoon echt notoir slecht in zijn. Dat
veroorzaakt juist onrust bij de burger. Dat vindt de Partij voor de
Dieren ontzettend jammer.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, een korte vervolgvraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zou niet willen zeggen dat het kabinet notoir slecht is; dat zal ik
het dan maar vast meegeven. Dit is precies wel het ding. Het lid Kostić
zegt dat we iets heel normaals doen, of dat jullie iets heel normaals
willen, maar die 1,5 gradendoelstelling zou voor Nederland betekenen dat
wij zo'n beetje vanaf nu onze hele economie stil zouden moeten leggen om
zo veel te kunnen reduceren dat we dan in 2030 op dat doel uitkomen. Dat
leidt simpelweg tot armoede. Dat leidt tot totale destructie van onze
maatschappij. Waarom is dat nou niet gek gevraagd volgens het lid
Kostić? Dat is bizar.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wat tot armoede en tot grote economische kosten, eigenlijk niet op te
schrijven kosten, leidt en zal leiden, is dat er straks klimaatrampen
komen en dat er straks oogstfalen zal zijn omdat het klimaat zo slecht
is dat we eigenlijk geen goede landbouw meer kunnen bedrijven. Dat zijn
de echt grote gevaren. Je moet alles doen om dat te voorkomen. Het beeld
dat JA21 schetst, klopt gewoon niet. We hebben ons als Nederland te
houden aan de basisafspraken om ons best te doen om die grote gevaren af
te wenden. Daar voldoet Nederland niet aan. Dat heeft de rechter
meermaals bevestigd. Ik snap niet waarom JA21 weigert zich aan
rechterlijke uitspraken en aan eerder gemaakte afspraken te houden.
Waarom roept JA21 niet samen met ons: lief kabinet, houd je aan eerder
gemaakte afspraken, zorg ervoor dat we keuzes maken, zorg ervoor dat we
echt ruimte maken voor echt groene bedrijvigheid en dat we afscheid
nemen van die fossiele industrie, van die fossiele bedrijven en van die
achterhaalde vee-industrie die de helft van ons land bijna in bezit
houdt?
De voorzitter:
De bel die nu luidt heeft me een beetje geholpen om tot een afronding te
komen van uw antwoord. De heer Van den Berg gaat straks ook nog zijn
eigen inbreng geven, dus wellicht kan hij hier dan later op ingaan,
omdat u wat wedervragen stelt. We gaan door naar de inbreng van de heer
Russcher. U mag even wachten tot de bel voorbij is. We wachten één
moment.
Aan u het woord.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. De minister schrijft in haar brief van 10 april dat de
energie-intensieve industrie te maken heeft met een perfect storm: hoge
energieprijzen, oneerlijke concurrentie uit derde landen en
koolstofbeprijzing. Die verzwakken de internationale
concurrentiepositie, met sluitingen en verplaatsingen van productie tot
gevolg. Dat is correct, maar vervolgens trekt de minister precies de
verkeerde conclusie. Dit kabinet wil de verduurzaming namelijk
versnellen.
Voorzitter. Dit is vuur bestrijden met benzine. Uit het rapport van
adviesbureau Roland Berger van december 2025, opgesteld door de
brancheorganisatie voor de chemische industrie, Cefic, blijkt dat de
productiecapaciteit van de Nederlandse chemiesector sinds 2022 met zo'n
20% is afgenomen. Nederland is daarmee na Duitsland het zwaarst
getroffen land van Europa. Ons land vertegenwoordigt 20% van alle
aangekondigde capaciteitssluitingen in Europa, terwijl wij dus slechts
9% van de Europese chemieomzet uitmaken. De kaalslag is dus dubbel zo
groot als ons economisch gewicht rechtvaardigt. Zo'n 9.000 banen zijn
hiermee bedreigd.
Het zijn geen kleine namen die vertrekken. LyondellBasell, de grootste
producent van basiskunststoffen ter wereld, vertrekt vanuit Rotterdam
naar Saudi-Arabië. Indorama sloot in 2024 zijn vestiging in Rotterdam en
verhuisde naar Oman. Westlake sloot haar deuren en zette zijn
activiteiten voort vanuit het hoofdkantoor in Texas. Verder zegt het
hart van de Nederlandse maakindustrie, Tata Steel, last te hebben van de
hoge energiekosten. Geen wonder dat een van de grootste vakbonden van
Nederland, CNV, de hoge productiekosten in ons land koppelt aan hoge
energiekosten en een vol stroomnet.
Bedrijven vertrekken naar landen waar geen taboe heerst op fossiele
energie en waar de productiekosten een fractie zijn van wat wij hier
betalen. Andere landen in Europa hebben inmiddels ingezien dat dit pad
doodloopt. De Duitse minister van Economische Zaken, Katherina Reiche,
verklaarde dat gas nog steeds nodig is en dat Duitsland
langetermijncontracten afsluit met de Verenigde Staten, Canada, Angola
en Mexico. Bondskanselier Merz kondigde aan de import van vloeibaar gas
uit Qatar op te schalen. Italië komt terug op zijn plan om in 2026 alle
kolencentrales te sluiten en stelt de deadline uit tot 2038.
Wereldwijd is het kolengebruik sinds het Parijsakkoord in 2015 alleen
maar toegenomen. China en India verbranden massaal kolen, overvloedig,
goedkoop, veilig en betrouwbaar, terwijl wij hier onze kolencentrales op
de Maasvlakte sluiten of al gesloten hebben. Dat is wat hier gebeurt.
Uniper, beheerder van een van die kolencentrales, is de productie op de
Maasvlakte al aan het afbouwen, omdat het met de sluiting in 2030 in
aantocht niet rendabel is om noodzakelijk onderhoud te betalen. De
minister heeft aangegeven te willen onderzoeken of kolencentrales langer
kunnen openblijven, maar dat is te vrijblijvend en onzeker.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Ten eerste. Is de
minister bereid het verbod op elektriciteitsproductie met kolen per 2030
te schrappen of ten minste naar Italiaans voorbeeld uit te stellen tot
minimaal 2038, zodat onze kolencentrales de zekerheid krijgen om te
blijven investeren in onderhoud en productie? Ten tweede. Erkent de
minister dat het Nederlandse verduurzamingsbeleid bijdraagt aan het feit
dat Nederland 20% van alle Europese capaciteitssluitingen in de chemie
voor zijn rekening neemt, terwijl wij slechts 9% van de omzet
vertegenwoordigen? Ten derde. Is de minister bereid om de gaswinning in
het Groninger gasveld te hervatten, zodat we onze eigen
energievoorziening veiligstellen en de energieprijzen voor de industrie
verlagen?
Voorzitter, ik sluit af. De minister ziet dat de patiënt stervende is en
besluit de medicatie te verhogen die hem juist in die toestand heeft
gebracht. De Nederlandse industrie heeft geen behoefte meer aan
verduurzaming. Zij heeft behoefte aan betaalbare, betrouwbare energie,
net als gewone burgers. Heel Nederland heeft behoefte aan een overheid
die niet langer haar eigen economie ondermijnt ten behoeve van de
waanzinnige klimaatideologie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dat levert nog een vraag op van het lid Kostić.
Aan u het woord.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Vindt mijn collega dat er belastinggeld van burgers naar bedrijven in
Nederland moet gaan?
De heer Russcher (FVD):
Dat is een vrij brede vraag. Wij zien nu dat er belastinggeld van
Nederlandse burgers naar subsidies voor windmolens en andere
duurzaamheidsgekkigheid gaat. Daar is Forum voor Democratie geen
voorstander van.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Vindt mijn collega dat er überhaupt belastinggeld naar bedrijven in
Nederland moet gaan, bijvoorbeeld naar Tata Steel of andere fossiele
bedrijven?
De heer Russcher (FVD):
We zien nu dat dat noodzakelijk is, omdat ze te maken krijgen met
allerlei duurzaamheidsverplichtingen. Ten eerste verslechteren die de
concurrentiepositie van Nederland en ten tweede brengen die de
bedrijfsvoering van die bedrijven in gevaar. Door die verduurzaming zijn
ze niet meer winstgevend, dus moeten ze gecompenseerd worden. Dat zou
zonder duurzaamheidsbeleid niet nodig zijn.
De voorzitter:
Wilt u nog een vraag stellen? Ja? Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn college vindt dus dat burgers die al nauwelijks kunnen rondkomen,
moeten betalen voor achterstallig onderhoud van bedrijven die jarenlang
de winsten hebben opgestreken maar hebben verzaakt te investeren in
toekomstbestendigheid. Dat vind ik echt shocking.
De heer Russcher (FVD):
Zij zijn in die situatie gebracht door het verduurzamings- en
klimaatbeleid, waardoor zij op een gegeven moment subsidie nodig hebben.
Maar dat was niet nodig geweest als we geen klimaatbeleid hadden
gevoerd.
De voorzitter:
Ik heb zo de indruk dat u het niet met elkaar eens bent. Daar kunnen we
nog heel veel vragen aan wijden, maar ik stel voor dat we doorgaan met
de volgende inbreng. Die is van mevrouw Van Oosterhout. Aan u het
woord.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. De huidige fossiele crisis benadrukt nog maar
eens opnieuw dat de industrie in Nederland veel sneller moet
verduurzamen. Als onze energie van onze Noordzee komt en de koolstof uit
ons afval, zijn we weerbaar tegen schokken, houden we onze banen hier en
komt ons klimaatdoel dichterbij.
Dat geweldige perspectief vraagt om industriepolitiek. We moeten
handels-, vraag-, investerings- en grondstoffenbeleid samenbrengen om
een nieuwe industrie te bouwen. En ja, ook lagere elektriciteits- en
netkosten zijn onderdeel van de oplossing. Daarom is mijn fractie blij
met een CPPA-garantiefonds, CFD's en Flex-e. Ik lees dat de minister nu
bijna 200 miljoen euro raamt. Maar welk geld gaat ze hiervoor gebruiken?
Hoe komt ze op dit bedrag? Want de vraag naar de markt voor flex is veel
groter dan dat. De CO2-tafel van de industrie kwam op 125
miljoen per jaar. Hoe kan er zo'n groot gat zijn?
Op ongerichte energiecompensatie zijn we echter zeer kritisch. Als de
minister dat dan toch doet, doe het dan op een manier waarop het
netcongestie niet verergert, maar verhelpt en onze fossiele
afhankelijkheid niet vergroot, maar verkleint en doe het niet generiek,
maar gericht op bedrijven die hier investeren. Kortom, maak werk met
werk.
Europa stelt gelukkig harde eisen aan staatssteun. De Duitsers vullen
hun stroomprijs in met een herinvesteringsplicht, marktprikkels en een
flexibiliteitsbonus. We kunnen de steun ook koppelen aan de
energiebesparingsplicht. Ik hoor graag van de minister hoe ze naar dit
soort voorwaarden kijkt.
Misschien nog belangrijker: compensatie is geen plan voor de industrie
van de toekomst, terwijl Nederland bol staat van de groene koplopers met
baanbrekende ideeën. Denk aan bedrijven die ons afval kunnen omzetten in
bouwstenen voor de chemie, zodat die sector van fossiel af kan, aan
synthetische kerosine, zodat onze straaljagers niet meer afhankelijk
zijn van Hormuz of aan perovskietzonnecellen, waarmee we de concurrentie
met China weer aankunnen. Vanochtend stond in Het Financieele Dagblad
een mooi artikel met nog meer voorbeelden. Dit zijn de strategische
fabrieken en waardeketens van de toekomst. Die zouden we moeten helpen
met opschalen. Nu moeten ze hopen dat EZK nog met een paar miljoen kan
schuiven. Zo verliezen zowel ons klimaat als onze veiligheid en onze
economie.
Daarom heb ik nog enkele vragen aan de minister hierover. De kern van
ons huidige industriebeleid zet in op de bestaande industrie. Is de
minister bereid te onderzoeken hoe ze een maatwerkachtige aanpak kan
ontwikkelen voor het opschalen van nieuwe industrie? Gisteren omarmde de
minister ook al onze oproep voor een ketenaanpak voor wind op zee. Kan
ze dat ook doen voor dit soort nieuwe industriële ketens? Kan de
minister, net als voor elektrificatie, kijken hoe het huidige
instrumentarium beter kan worden gericht op opschaling? De NIKI-regeling
is nu eigenlijk de enige subsidie die beschikbaar is voor
first-of-a-kindprojecten, maar heeft absoluut niet de schaal die nodig
is en bovendien loopt die na 2030 af. Zo winnen we het inderdaad niet
van China.
Verder lees ik in de brief dat de minister in Europa wil inzetten op
vraagbeleid. Daar is mijn fractie het zeer mee eens. Maar is de minister
ook bereid om te onderzoeken hoe we de Nederlandse groene koplopers op
korte termijn al in eigen land kunnen helpen met marktvraag? Zo zou
Defensie een belangrijke afnemer kunnen zijn van zonnecellen of
e-fuels.
Tot slot nog een specifieke vraag over de subsidies uit het
EU-Innovatiefonds. Ik heb vernomen dat er geld beschikbaar was voor
Vioneo in Antwerpen, dat recent naar China is vertrokken. Ook Rotterdam
kent een ngo-initiatief. Kan de minister toezeggen in gesprek te gaan
met de Europese Commissie om de subsidie naar Rotterdam te halen?
Afsluitend. Door elektrisch rijden stoppen we met benzine en door
recycling neemt de vraag naar nieuw plastic af, en biologische landbouw
gebruikt geen kunstmest. Kortom, de industrie gaat veranderen. Welke
groene waardeketens bouwen we daarvoor in de plaats? Welke zijn van
strategisch belang en hoe gaat de overheid hierbij helpen? Want zonder
regisseur komt dit alles niet van de grond. Daarom doe ik aan het
kabinet de dringende oproep om een industriestrategie te maken. Voor
mijn part noemen we het deltaplan groene industrie, want we moeten ons
niet laten gijzelen door de vrees van verlies, maar laten drijven door
een plan voor de toekomst, of om met de WKR te spreken: ik hoop dat we
snel gaan kiezen in plaats van verliezen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb wel met interesse zitten luisteren naar het betoog van mevrouw
Van Oosterhout. Volgens mij hoor ik hier een draai die ten goede is. Ik
hoorde mevrouw Van Oosterhout namelijk zeggen dat we ons afval moeten
omzetten met technieken die gebruikt kunnen worden voor de circulaire
economie. Volgens mij doet Shell dat met bijvoorbeeld een
pyrolysetechniek. Ik hoor mevrouw Van Oosterhout altijd spreken over de
grote fossiele bedrijven die onze belangen niet behartigen, maar zegt
mevrouw Van Oosterhout nou eigenlijk dat Shell dat in dit geval wél doet
voor die groene industrie?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we goed onderscheid moeten maken tussen wat die grote
vervuilers doen voor de industrie. Ik wil Shell helemaal niet in het
verdomhoekje zetten; die doen ongetwijfeld ook goede dingen. Ik wil er
wel voor waken dat het geld dat we hebben, naar de juiste partijen gaat.
Daarvoor breek ik hier een lans.
De heer Van den Berg (JA21):
Het is in ieder geval fijn dat Shell niet in het verdomhoekje wordt
gedrukt. Ik zie een positieve kentering in dit debat. Zou mevrouw Van
Oosterhout er dan ook voor openstaan dat bijvoorbeeld Shell wel
subsidiegelden kan krijgen om inderdaad, los van het geld dat ze zelf
investeren — dat zijn miljarden per jaar — het verder te kunnen aanjagen
om Nederland verder te helpen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
We hebben ook gezien dat fossiele bedrijven zoals Shell in deze tijd 30
miljoen dollar per uur aan overwinst maken in deze fossiele crisis. Mijn
fractie vraagt zich dan ook sterk af of dit de partijen waaraan we ons
kostbare overheidsgeld moeten besteden, want dat kunnen we maar één keer
uitgeven.
De heer Vermeer (BBB):
Ik word toch even getriggerd door wat mevrouw Van Oosterhout zegt. Hoe
is het voor haar mogelijk dat ze in één zin praat over grootvervuilers
en daar direct achteraan zegt: "maar ik wil bedrijven niet in een
verdomhoekje plaatsen"? Hoe rijmt ze dat met elkaar? Is zij zich bewust
van haar eigen woorden?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
We zijn ontzettend blij met alle bedrijven die innovatieve projecten
opzetten die helpen aan de verduurzaming van de industrie en die helpen
aan het bouwen van de economie van de toekomst. De vraag is echter:
moeten we dit soort partijen, die miljardenwinsten maken en nog eens
extra overwinsten maken ten gevolge van deze fossiele crisis, extra gaan
steunen met ons overheidsgeld? Daar zijn wij dan kritisch op, want wij
denken dat dat overheidsgeld beter besteed kan worden aan andere
partijen.
De heer Vermeer (BBB):
Dat is het inhoudelijke antwoord, met een verhaal dat ze al verteld
heeft, maar ik vroeg concreet of ze zich bewust is van haar eigen
woorden. Aan de ene kant zegt ze bedrijven niet in een verdomhoekje te
willen plaatsen en in dezelfde zin noemt ze grootvervuilers. Zou mevrouw
Van Oosterhout daar even op willen reflecteren?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is het feitelijk correct dat je een grootvervuiler bent als
je 3% van de wereldwijde uitstoot veroorzaakt. Ik breek hier een lans
voor het volgende. Alle partijen die een bijdrage willen leveren aan de
economie van de toekomst zijn van harte welkom. Alleen, ik denk dat we
ervoor moeten waken dat we niet alle partijen gaan financieren met ons
kostbare overheidsgeld, want dat kunnen we maar één keer uitgeven.
De voorzitter:
Ik voel een beetje een herhaling van antwoorden. Dat is geen probleem;
mevrouw Van Oosterhout gaat over haar eigen antwoorden. We gaan dus door
naar een volgende interruptie.
De heer Flach (SGP):
Ik wil even vragen of ik dit goed beluisterd heb. Noemde u "vervuilen"
en "uitstoot" nu in één zin? Het gaat toch om CO2? Wij stoten
ook CO2 uit. Dat is niet hetzelfde als vervuilen. Of heb ik
het verkeerd begrepen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
CO2-uitstoot is wel degelijk een vorm van vervuiling, dus ik
begrijp niet zo goed waar de vraag vandaan komt.
De heer Flach (SGP):
Dit is precies het frame dat heel vaak gebruikt wordt, ook in de media,
maar dat is volgens mij zeer onterecht. CO2 is an sich niet
vervuilend. Het is een broeikasgas. Maar dat is iets anders dan zware
metalen of giftige gassen uitstoten. Onze kinderen worden inmiddels
opgevoed met het idee dat CO2 een soort gif is. Dus ik denk
dat woorden er ook wel toe doen. Laten we dan heel zorgvuldig zijn, ook
in de woorden die we hier kiezen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
CO2-uitstoot is absoluut een vergif en zorgt ook voor enorme
gezondheidsschade. Het zorgt voor enorme schade aan het klimaat.
Fossiele brandstoffen zijn verantwoordelijk voor 80% van de wereldwijde
uitstoot. Dus ik vind het wel degelijk terecht dat we
CO2-uitstoot ook classificeren als zeer schadelijke
uitstoot.
De voorzitter:
Volgens mij hebben we deze definitiekwestie opgelost met elkaar, of in
ieder geval opgehelderd — laat ik het zo formuleren. Ook hier zijn
verschillende gedachtes bij, merk ik. Ik wil een beetje uit deze
definitiekwestie, zeg ik ook tegen de heer Grinwis. Overigens staat er
nog een verkeerd naambordje bij u, dus misschien kunnen we dat nog even
aanpassen. We gaan door naar de heer Jumelet.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, mag ik even een punt van orde maken? Dit is toch juist
onderdeel van het politieke debat? Ik weet niet of de heer Grinwis nog
wilde interrumperen, maar dit zijn wel de wezenlijke discussies die
hieronder liggen.
De voorzitter:
Zeker, dat ben ik met u eens. Het gaat over de verduurzaming van de
industrie, dus het is helemaal on topic. Daar heeft u helemaal gelijk
in, dus daar zal ik op letten. Maar ik had toch het vermoeden dat we een
beetje gingen verzanden in een definitiekwestie. Maar goed, corrigeer me
wanneer ik dat verkeerd heb ingeschat. De heer Jumelet, aan u het
woord.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. "Hoe concreter, hoe beter", is het gezegde.
Daarom heb ik maar meteen een aantal korte vragen voor de minister. Het
CDA heeft vorig jaar gevraagd om een strategie en een actieplan om
groene bedrijven naar Nederland te trekken en groene investeringen in
Nederland fors aan te jagen. Ik zag enige overeenkomst met de bijdrage
van mijn collega Van Oosterhout als het gaat om nieuwe industriële
groene ketens. De vraag is: welke concrete plannen heeft de minister om
naast verduurzaming van de bestaande industrie ook nog veel meer in te
zetten op het binnenhalen en opbouwen van nieuwe groene industrie?
Voorzitter. In het coalitieakkoord en in de brief over de verduurzaming
van de industrie staat dat de nationale CO2-heffing wordt
afgeschaft. Wanneer precies is nog niet duidelijk. Kan de minister daar
duidelijkheid over geven? Kan hij ook aangeven in hoeverre de kans
bestaat dat bedrijven nog wel CO2-heffing moeten betalen
totdat deze definitief is afgeschaft? Gewoon heel concreet, dus.
Dan over de zogeheten envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs.
De voorzitter:
Eén moment. Voordat u verdergaat, is er een interruptie van mevrouw Van
Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de collega van het CDA hier pleiten voor het volledig afschaffen
van de CO2-heffing. Uw fractie heeft altijd gezegd dat
daarvoor ook iets in de plaats moet komen. We gaan nu wel echt van 0 tot
100. Ik vraag me af wat er volgens het CDA in de plaats ervan moet
komen. Bijvoorbeeld een bezemwagenheffing?
De heer Jumelet (CDA):
Ik denk dat het goed is dat we de nationale kop ten aanzien van de
CO2-heffing eraf halen. De bedoeling van het coalitieakkoord
is ook om dat met elkaar te organiseren en te regelen. Dat is nu wat het
is. We hebben natuurlijk ETS. We hebben allerlei andere maatregelen,
maar we zijn er in ieder geval van overtuigd dat we de
CO2-heffing moeten afschaffen om een level playing field te
hebben voor onze industrie. Ik denk dat het goed is om daar
duidelijkheid over te verschaffen. Dat was mijn vraag.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor het CDA altijd pleiten voor dat gelijke speelveld. Dan is het
wat mijn fractie betreft ook logisch om te kijken naar onze bedrijven
die achterblijven op de Europese concurrenten. Dan is het heel
verstandig om bijvoorbeeld te kijken naar een bezemwagenheffing. Als we
het hebben over een gelijk speelveld, is het juist belangrijk om te
kijken naar dit soort instrumenten. Hoe kijkt het CDA daarnaar?
De heer Jumelet (CDA):
Ik denk dat het goed is om in deze tijd, waarin we zoveel verhalen horen
over industrie die het moeilijk heeft, zeker als het gaat om
verduurzaming, te kijken hoe we een gelijk speelveld kunnen creëren. Dus
ik vind dat nu juist belangrijk. Laten we met elkaar constateren dat we
heel voorzichtig moeten zijn met allerlei nieuwe regels. Dus wat ons
betreft wordt de nationale CO2-heffing zo snel mogelijk
afgeschaft en maken we aan de industrie ook duidelijk wanneer dat
gebeurt, zodat daarop kan worden geacteerd. Uiteindelijk is dat wat we
nu nodig hebben met elkaar.
De voorzitter:
Prima. U kunt door met uw inbreng.
De heer Jumelet (CDA):
Dan de zogeheten envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs, de middelen
die zijn gereserveerd om de concurrentiepositie van energie-intensieve
bedrijven te verbeteren. Die envelop is vanaf 2028 beschikbaar. Is het
mogelijk om de envelop eerder beschikbaar te stellen, dus naar voren te
halen, gezien de huidige geopolitieke situatie en de gevolgen daarvan
voor de industrie?
Dan nog een vraag over de IKC, de indirecte kostencompensatie. In de
Voorjaarsnota lezen we dat de uitbetaling om uitvoeringstechnische
redenen wordt uitgesteld. Welke mogelijkheden zijn er om ervoor te
zorgen dat het IKC-geld alsnog in 2026 wordt uitgekeerd? Ik lees dat het
kabinet ook kijkt naar andere mogelijkheden om de IKC ETS aan te passen.
Kan er al een inkijkje worden gegeven in welke dat zijn en wat daar de
afwegingen bij zijn?
Dan toch maar wat algemener, namelijk maatwerk bij clusters of gebieden.
Nieuwe maatwerkafspraken voor verduurzaming van de industrie zullen zijn
gericht op clusters of gebieden. We zijn benieuwd hoe het kabinet daar
invulling aan gaat geven. Kunnen de minister en de staatssecretaris
aangeven met welke clusters of gebieden er al gesprekken zijn? Welke
prioriteiten worden gesteld bij de selectie van clusters of gebieden? Op
welke termijn moet dat leiden tot concrete maatwerkafspraken?
Ik zie ook een spanning, waar ik graag een reactie op krijg: voor de
clustergerichte maatwerkaanpak zijn er uitsluitend middelen uit de
generieke regelingen beschikbaar, terwijl de Adviescommissie
Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie juist aangeeft dat specifieke
financiering noodzakelijk is voor een succesvolle aanpak. Welke
consequenties heeft deze spanning voor de haalbaarheid van de
aanpak?
De voorzitter:
Eén moment, u krijgt twee interrupties. Allereerst van de heer
Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mijn interruptie grijpt precies aan op het laatste punt. In de woorden
van collega Jumelet beluister ik dat hij eigenlijk pleit voor
publiek-private investeringsafspraken, à la Beethoven. Klopt dat? En als
dat zo is, waar moet het geld dan vandaan komen? Daar heeft de coalitie
dus geen afspraken over gemaakt. Dan red je het niet met generieke
potjes. Betekent dat dan dat bepaalde percelen in het Klimaatfonds
worden geplunderd? Hoe moet ik dat zien?
De heer Jumelet (CDA):
Ik reflecteer vooral op een passage uit de brief over de verduurzaming
van de industrie. Aan de ene kant zegt de AMVI — als ik even de
afkorting mag gebruiken — dat er louter middelen uit generieke
regelingen beschikbaar zijn. De AMVI constateert ook dat er specifieke
financiering vereist is voor een succesvolle aanpak. Die spanning zie
ik. Ik wil graag van de minister of de staatssecretaris horen hoe zij
daarnaar kijken. Dus ik ga niet direct in op uw vraag, maar leg eerst
die spanning op tafel: hoe gaan wij daarmee om?
De voorzitter:
Heeft u nog een andere vraag, meneer Grinwis? Nee, niet voor nu? Dan
gaan we snel door.
De heer Klos (D66):
Ik hoor de heer Jumelet spreken over de elektriciteitsenvelop. Hij
vraagt of die naar voren gehaald kan worden. Dat lijkt mij helemaal niet
zo'n onverstandig idee. Ik vraag me af of het CDA met D66 vindt dat de
voorwaarden voor die envelop er wel toe moeten leiden dat we
daadwerkelijk verduurzaming realiseren, want verduurzaming is voor de
industrie niet het probleem, maar de oplossing. Dat hoor ik de heer
Jumelet ook betogen.
De heer Jumelet (CDA):
Concreet, hè, dat was de bedoeling vandaag: eens!
De voorzitter:
Nou, zo kan het ook. Hartstikke goed. De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoorde de heer Jumelet spreken over het naar voren halen van de
envelop voor het verlagen van de elektriciteitsprijs. Ik denk dat wij
daar als JA21 natuurlijk heel erg voor zijn. Maar wat mij eerder al
verbaasde — dat was al bij de bekendmaking van het coalitieakkoord — is
dat die verlaging überhaupt pas staat opgenomen in 2028. Toen vroeg ik
ook al waarom de coalitie denkt dat dat dan pas nodig is. De crisis met
Hormuz komt er natuurlijk nog eens bovenop, maar feit is wel dat de
industrie ook vóór de crisis al zeer onder druk stond. Kortom, waarom
stond dit niet voor 2026 dan wel 2027 ingeboekt?
De heer Jumelet (CDA):
Als ik erbij was geweest … Nee, dat is natuurlijk een beetje flauw. Ik
denk dat de situatie er nu om vraagt om het naar voren te halen. Ik
constateer met u en met deze commissie — ik denk met het hele parlement
— dat de nood hoog is. Ik vraag of het mogelijk is om het naar voren te
halen. Ik denk dat dat nu allereerst de vraag is. Maar het signaal is
denk ik duidelijk: we vinden het belangrijk om zo snel mogelijk te
acteren. Daarover zijn we het met elkaar eens.
De voorzitter:
Heeft u nog een korte vervolgvraag?
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker. Is het CDA dan niet van mening dat die industrie al lang in de
problemen zit en dat het water al aan de lippen stond van de industrie,
ook voor het sluiten van het coalitieakkoord en ook voor het sluiten van
de Straat van Hormuz? Hadden we niet al veel eerder moeten beginnen met
het helpen en ondersteunen van die industrie? Waarom wordt het CDA nu
pas wakker?
De heer Jumelet (CDA):
Misschien is het geruststellend dat we al een tijd wakker zijn. Ik denk
dat het goed is om te constateren dat de nood hoog is. Dat delen we met
elkaar. Er moeten maatregelen komen. Het kabinet gaat die op korte
termijn ook bekend maken, denk ik. Onze vraag is vandaag, bij dit debat,
of het naar voren kan worden gehaald. We willen graag horen of die
mogelijkheid erin zit.
De voorzitter:
Mooi, ik zie dat dit tot instemmend geknik leidt. Ik wil de heer Van den
Berg ook even informeren over het feit dat hij hier al vijf interrupties
heeft gepleegd, van de zes. Hij geeft aan dat hij dat weet. Helemaal
goed.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij om te horen dat het CDA voorwaarden wil verbinden aan
die envelop. Daar pleitte ik net ook voor in mijn bijdrage. Dat kan
bijvoorbeeld zoals ze dat in Duitsland doen, met een
herinvesteringsplicht. Je zou het ook kunnen koppelen aan de
energiebesparingsplicht. Ik ben heel erg benieuwd aan welke concrete
voorwaarden voor de envelop het CDA dan denkt.
De heer Jumelet (CDA):
Het is mooi dat als je een kort antwoord geeft richting collega Klos en
we het met elkaar eens zijn over die verduurzaming, u vervolgens vraagt
naar welke maatregelen en voorwaarden daaraan dan gekoppeld moeten
worden. Ik denk dat het van belang is dat als we daar met elkaar geld in
steken, de verduurzaming vooropstaat, maar laten we nou even openlaten
welke voorwaarden daar nou aan gekoppeld worden en of daar überhaupt
voorwaarden aan gekoppeld moeten worden. Ik laat het ook echt aan het
kabinet over om daar op die manier mee om te gaan. Wij zeggen in ieder
geval dat het van belang is om, als die envelop er is — stel je voor dat
die naar voren kan worden gehaald — daarmee concreet te investeren in
verduurzaming met de toekomst voor ogen. In die zin denk ik dat dat dit
voor nu vooral een algemene opmerking kan zijn, maar ik ben net zo
benieuwd als u.
De voorzitter:
Ik stel voor dat de heer Jumelet doorgaat met zijn inbreng. Wellicht
leidt dat nog tot verdere vragen.
De heer Jumelet (CDA):
Dan de cluster 6-bedrijven. Die zijn belangrijk vanwege de grote
regionale betekenis. Die verdienen wat het CDA betreft nu ook extra
aandacht. Het is echter geen uniforme groep. De bedrijven verschillen
sterk van elkaar en de uitdagingen zijn anders dan in de andere vijf
clusters. Hoe gaat de minister hier concreet op inspelen? Hoe wordt,
naast een aanpak gericht op het cluster als geheel, met regie vanuit het
Rijk meer ruimte gemaakt voor gerichte ondersteuning van specifieke
bedrijven en situaties?
In de brief over verduurzaming van de industrie wordt terecht opgemerkt
dat we zo creatief mogelijk om moeten gaan met maakbaarheidsuitdagingen,
zoals netcongestie. In de praktijk werkt het alleen nog niet altijd zo.
Om dat wat concreter te maken, geef ik een specifieke casus. Een bedrijf
in cluster 6 wacht al jaren op verzwaring van zijn netaansluiting, die
nu pas tussen 2031 en 2034 is ingepland. Een nieuwe aanvraag van 22 MVA
staat achteraan in de wachtrij en er wordt gevraagd om een aanbetaling.
De netbeheerder wil een volledig nieuwe kabel en installatie aanleggen,
terwijl hergebruik van bestaande, goedwerkende bekabeling mogelijk een
veel goedkopere oplossing is. Het bedrijf ervaart dus zacht gezegd
weinig ruimte voor de praktische en kostenbesparende alternatieven die
het voorstelt. Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze situatie en wat
gaat hij doen om meer maatwerk en meedenken door netbeheerders te
stimuleren? Dit is namelijk een voorbeeld uit de praktijk.
De voorzitter:
Dank u wel, en een momentje, want u krijgt een vraag van de heer
Flach.
De heer Flach (SGP):
Goed dat de heer Jumelet aandacht vraagt voor de cluster 6-bedrijven.
Dat hoop ik straks ook te doen in mijn bijdrage. Inmiddels ligt, als ik
het goed begrepen heb, twee derde van de verduurzamingsprojecten stil
bij die cluster 6-bedrijven. Heeft de heer Jumelet, net als de SGP, het
gevoel dat die in de aanpak echt achteraan dreigen te komen, terwijl de
winst daar toch potentieel wel groot is?
De heer Jumelet (CDA):
De constatering van de heer Flach is ook onze constatering, denk ik. Het
belang van de cluster 6-bedrijven is groot. Het zijn regionale
bedrijven, over het hele land verspreid, die soms ook echt geworteld
zijn in een omgeving. Die zijn niet alleen van groot belang voor de
werkgelegenheid, maar ook zeker voor een aantal heel belangrijke
sectoren. Ik probeerde het net met een voorbeeld duidelijk te maken; zo
zijn er veel verhalen. De vraag is om hier nu echt werk van te maken. Of
cluster 6-bedrijven achteraan hangen? Ik weet niet echt of ik zo moet
duiden, maar ze mogen best wel wat meer aandacht krijgen, zeker als het
gaat om het belang, maar ook als het gaat om de toekomst van dit soort
bedrijven.
De voorzitter:
U kunt verder.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Dan nog iets over de verduurzaming van de industrie en het
NPE. Dat is het laatste wat ik u nog wil zeggen. Het verduurzamen van de
industrie vraagt om een continu sturen en bijsturen, een lange adem en
steeds keuzes maken en prioriteren. Het is daarbij belangrijk dat steeds
duidelijk is waar, door wie en op basis waarvan die keuzes worden
gemaakt. Als er bijvoorbeeld in het Nationaal Plan Energiesysteem, het
NPE, sterk in wordt gezet op elektrificatie, dan is het belangrijk om
ook duidelijk te hebben dat die keuzes sterk afhankelijk zijn van onder
andere aannames over technologische ontwikkelingen en ook bijvoorbeeld
het aandeel van import van halffabricaten. Ook spelen knelpunten, zoals
netcongestie, kosten en internationale afhankelijkheid, een grote rol.
Daar kun je een heel aantal vragen over stellen, maar om het kort te
houden stel ik er twee. Welke aannames over technologische
ontwikkelingen, import van energie en grondstoffen en systeemkosten
liggen ten grondslag aan de actualisatie van het NPE? Tot slot, is de
minister bereid een openbare consultatie te starten voor de herijking
van het NPE?
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat dat nog één vraag oplevert van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
We weten dat we de klimaatdoelen op deze manier niet gaan halen.
Concreet gaat de industrie haar doel voor 2030 niet halen. Is het CDA
het dan met ons eens dat we ons als Nederland op z'n minst moeten houden
aan onze afspraken, dat de industrie die doelen moet halen en dat we het
kabinet moeten oproepen om extra maatregelen te nemen om die doelen voor
2030 ook echt te halen?
De heer Jumelet (CDA):
Ik probeerde juist vandaag, met de doelen voor ogen, ook wat concreter
te worden. Ik heb het dan over een heel aantal vragen en een heel aantal
acties die van belang zijn om die doelen te halen. Ik denk dat we soms
alleen maar bezig zijn met het doel en niet de weg ernaartoe heel helder
hebben, maar vooral proberen aan te jagen. De inzet van het CDA is er in
ieder geval op gericht juist met een realistische inzet te zorgen dat we
die doelen halen. Maar het is denk ik wel van belang dat we daarvoor
echt de randvoorwaarden en de instrumenten goed op orde hebben. Ik denk
dat als we doelen hebben afgesproken, die doelen uiteindelijk moeten
worden gehaald, maar daar moet je ook wel de randvoorwaarden voor hebben
georganiseerd. Ik ben het ermee eens dat we de doelen moeten halen,
zeker. Als je lucht uit de fietsband laat lopen, ga je namelijk sowieso
langzamer. Maar je zult wel met elkaar moeten kijken naar de
randvoorwaarden. Namens het CDA heb ik daar een aantal vragen over
gesteld. Ik ben benieuwd naar de antwoorden.
De voorzitter:
Oké. Er is nog een korte interruptie.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het probleem is dat er maatregelen genomen zijn die aantoonbaar niet
werken. Ik hoorde het CDA vooral iets zeggen over verdere ondersteuning
van de industrie, maar ook het PBL zegt dat die onvoldoende is. Ik heb
daarom een concrete vraag. Is het CDA het juist als het gaat om concrete
maatregelen met ons eens dat het kabinet moet komen met een plan, met
concrete maatregelen, die aantoonbaar, wetenschappelijk getoetst, ervoor
gaan zorgen dat we die doelen gaan halen?
De voorzitter:
Dit was ook uw vijfde interruptie. De heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Volgens mij heeft het kabinet met het coalitieakkoord een duidelijke
richting aangegeven. Ik denk dat het goed is om te constateren dat er
hard aan wordt gewerkt. De geopolitieke situatie maakt het wel een stuk
lastiger op dit moment, maar ik denk dat de instrumenten die er zijn
juist nu moeten worden ingezet. Ik heb daar een aantal dingen voor
benoemd. We hebben het onder meer al even gehad over de envelop. Daar
kun je verschillend over denken, maar ik denk dat het goed is om die
verlaging van de energieprijzen — ik doel dan op de kosten — ook te
gebruiken juist om te verduurzamen, om maar een voorbeeld te
noemen.
De voorzitter:
Daar zult u het mee moeten doen, zeg ik tegen lid Kostić. Dan gaan we
snel door naar mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De industrie is de motor van onze economie en de
ruggengraat van onze strategische autonomie. In de Kamerbrief van
afgelopen vrijdag schrijft het kabinet dat het kiest voor een nieuwe
balans. Concurrentievermogen, verduurzaming en weerbaarheid moeten hand
in hand gaan. Dat is voor de VVD essentieel. Economie, klimaat en
veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Afhankelijkheid van
buitenlandse energie vormt een direct risico voor onze stabiliteit. Dat
geldt niet alleen voor energie, maar voor allerlei producten van onze
industrie. Ik denk dan aan medicijnen, hoogwaardig staal, halfgeleiders
en ook, zolang we nog afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen,
geraffineerde brandstoffen. Voor de VVD is het belangrijk dat Nederland
zich niet volledig afhankelijk maakt van productie buiten Europa.
Gelukkig deelt de Europese Commissie dat ook. Zij stelt: "Zonder een
sterke industriële basis is er geen Europees sociaal model, geen
klimaattransitie en geen strategische autonomie." Het is dan ook goed
dat de Europese Commissie met een aantal voorstellen komt ter
versterking van de Europese industrie. Ik spoor het kabinet ook aan om
hier in Brussel een positieve voortrekkersrol in te spelen. De inzet om
soepeler om te gaan met stikstofemissies voor industriële
verduurzamingsprojecten, bijvoorbeeld, kan ik alleen maar
onderschrijven.
Voorzitter. De nationale CO2-heffing gaat van tafel. Dat is
goed nieuws voor het gelijke speelveld met onze buurlanden. Ik sluit me
aan bij de woorden van de heer Jumelet: wanneer wordt deze stap
officieel genomen en kan de minister bevestigen dat zij actief het
gesprek voert in Brussel om de weg hiervoor vrij te maken? Ik sluit me
ook aan bij de woorden en vragen over de envelop.
Daarnaast de elektriciteitskosten. Het kabinet reserveert een forse
hoeveelheid geld voor de indirecte kostencompensatie, oplopend naar een
miljard per jaar. Dat steunen wij van harte, maar door de
uitvoeringslasten wordt de uitbetaling maanden vertraagd, terwijl onze
bedrijven die compensatie nu nodig hebben. De vraag is dus wat er nodig
is om dit toch tijdig voor elkaar te krijgen en of er praktische
oplossingen te bedenken zijn om de RVO op korte termijn in de uitvoering
te ondersteunen. Klopt het daarnaast dat Nederland ervoor heeft gekozen
om een bedrijf niet voor de IKC in aanmerking te laten komen als bij het
productieproces meer dan de helft van de geproduceerde energiedragers
een fossiele oorsprong heeft? Klopt het dat alleen Nederland deze extra
nationale kop op de EU-richtlijn van de IKC-ETS heeft gezet? Ik hoor
graag van de minister wat haar motivatie is om meer voorwaarden te
stellen voor Nederlandse bedrijven in vergelijking met Duitsland en
België.
Dan een opvallende afwezigheid in de brief: de opslag van CO2
via CCS. In het coalitieakkoord staat dat we via staatsdeelneming gaan
investeren in CCS en CCU. Het project Aramis is hierbij van groot
belang. Daarmee moet uiteindelijk maar liefst 22 miljoen ton
CO2 per jaar worden opgeslagen. Het PBL is in zijn ramingen
helder: zonder grootschalige CCS via projecten als Aramis zijn de
klimaatdoelen voor de industrie simpelweg onhaalbaar. Toch horen we dat
projecten hun SDE-beschikking teruggeven en dat het investeringsbesluit
voor Aramis in 2027 onder druk staat. Welke knelpunten gaan de minister
en de staatssecretaris wegnemen om dit vlot te trekken? Hoe gaan we de
SDE++ repareren, zodat deze wél aansluit bij de investeringen die nodig
zijn om dit project tot een succes te maken? Ik hoop dat de minister en
de staatssecretaris in ieder geval mijn conclusie delen dat we het ons
niet kunnen veroorloven dat Aramis strandt in goede bedoelingen.
Voorzitter. Tot slot de bedrijven in de regio.
De voorzitter:
Voordat u daarheen gaat: er is een vraag van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik begrijp de zorgen rondom Aramis heel goed, want het project moet wel
tot stand worden gebracht. Er is echter ook nog wel een vervelende
spin-off als Aramis tot stand komt, namelijk dat alle CO2
onder de grond gaat; dat geldt ook voor Porthos. Zoals we allemaal
weten, misschien behoudens enkele partijen, is CO2 heel goed
voor planten en bomen en voor de groei. Glastuinders hebben die
CO2 heel erg hard nodig. Straks dreigt het met een
SDE++-subsidie allemaal onder de grond te verdwijnen. Hoe houden we
CO2 beschikbaar om bijvoorbeeld planten en gewassen,
paprika's et cetera, te laten groeien in onze kassen?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik denk dat je het beide moet doen. Volgens mij is het kabinet ook bezig
om te kijken hoe het die glastuinbouwsector hierin beter kan
ondersteunen. Tegelijkertijd: als we niet ook grootschalig
CO2 gaan opslaan, is het simpelweg onmogelijk om de
klimaatdoelen te halen. Je moet het volgens mij dus beide doen.
De voorzitter:
U kunt verder met uw inbreng. U was bij een afsluiting, dacht ik.
Mevrouw Müller (VVD):
Ja. De bedrijven in de regio — mijn collega de heer Jumelet refereerde
daar ook al aan — hebben geen eigen haven of directie die dagelijks in
Den Haag lobbyt, maar zij voelen de nettarieven en de administratieve
lasten minstens zo hard. We hebben het Actieplan 2.0 Cluster 6, maar we
willen graag resultaten zien. Hoeveel bedrijven zijn er nu daadwerkelijk
met dit plan geholpen of blijft het bij papier? Graag een reflectie van
de staatssecretaris hierop.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan snel door naar de heer Flach voor zijn
inbreng.
De heer Flach (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week hebben we een stevig debat over Tata
Steel gehad. Het is mooi dat we nu met elkaar de schouders kunnen zetten
onder de héle industrie. De SGP zet, zoals bekend, liever in op behoud
en vergroening van productiecapaciteit hier in Nederland dan op meer
import van staal, brandstoffen en andere producten uit China en andere
delen van de wereld. Voorspelbaar, consistent en volhoudbaar beleid gaat
ons meer opleveren dan hoge ambities met een grote kans op
jojomaatregelen. Bedrijven hebben immers zekerheid nodig om te
investeren. Daar hoort ook zicht op langetermijnondersteuning van de
overheid bij. Een horizon van enkele jaren voor een subsidieregeling, of
de horizon van 2035 voor de IKC, lijkt voor de overheid misschien ver
weg, maar dat is het niet voor bedrijven. Alleen al het jaarlijks
fluctueren van budgetten voor subsidieregelingen, zoals bij de regeling
Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie, geeft onzekerheid. Gaat het
kabinet bekijken hoe er meer langjarige zekerheid kan worden
gegeven?
Het is goed dat het nieuwe kabinet geld uittrekt voor verlaging van
elektriciteitskosten en voor de IKC. Cruciaal is verder dat nettarieven
betaalbaar blijven en dat bedrijven aansluitingen op het net krijgen om
te kunnen elektrificeren.
In de Voorjaarsnota stelt het kabinet voor om het budget voor de IKC
voor 2026 door te schuiven naar 2027. Dat zou te maken hebben met
capaciteitsproblemen bij de RVO, waar maar liefst 6.100 mensen werken.
Dit lijkt dus eerder een kwestie van prioriteit dan van capaciteit. Onze
industrie staat al op achterstand ten opzichte van omliggende landen.
Wij moeten die afstand niet onnodig groter maken. Mijn oproep is: zorg
ervoor dat de IKC al dit jaar kan worden uitgekeerd.
Voorzitter. Wanneer komt er een wetsvoorstel om de
CO2-heffing definitief te schrappen? Ik vraag de
bewindslieden om daar vaart mee te maken. Als de ETS-prijs door Europese
versoepelingen gaat zakken, dreigen bedrijven alsnog een nationale
heffing aan de broek te krijgen. De SGP wil dat graag voorkomen. Ik
vraag de minister: wordt het tarief naar beneden bijgesteld totdat de
heffingen definitief worden geschrapt?
Net als de grote industriecomplexen zitten cluster 6-bedrijven in zwaar
weer. Daarbij komt dat twee derde van de verduurzamingsprojecten
stilligt omdat de netaansluitingen en infrastructuur nog niet
gerealiseerd kunnen worden. De recente Kamerbrief noemt de cluster
6-bedrijven weliswaar, maar ze lijken letterlijk en figuurlijk achteraan
te staan. Waar willen de bewindslieden uitkomen? Worden
samenwerkingsverbanden van cluster 6-bedrijven meegenomen in de
maatwerkafspraken? Wordt er gekeken hoe ook cluster 6-bedrijven kunnen
profiteren van de middelen voor verlaging van elektriciteitskosten en
voor de IKC? Wordt er aangestuurd op een snelle aanleg van regionale
waterstofnetten voor blauwe waterstof?
Voorzitter. De SGP pleit voor versterking van de Flex-e-regeling. Die
schept ruimte op het net voor elektrificatie. Wordt er ingezet op
verbreding, zodat meer flexibiliteitsopties in aanmerking komen? En
wordt er gericht geïnvesteerd in het aanboren van onbenut potentieel wat
betreft flexibiliteit bij grote aansluitingen, in combinatie met
afspraken met de netbeheerder en een korting op het nettarief?
Afvalcentrales hebben het voor de kiezen gekregen: meer
afvalstoffenbelasting, meer CO2-heffing en minder terugsluis.
Dat zet investeringen in bijvoorbeeld CO2-opslag onder grote
druk, maar het is ook een aderlating voor recycling en de afzet van
recyclaat. Omdat reststromen alsnog gestort en verbrand moeten worden,
gaat die prijs ook omhoog. De Kamer heeft per motie gevraagd om een
alternatieve invulling. Hoe wordt dit opgepakt?
Dan kom ik bij een favoriet onderwerp van mij. Tijdens het laatste
commissiedebat over waterstof hebben we gesproken over de
jaarverplichting wat betreft groene waterstof voor ammoniakproductie. De
Kamer heeft per motie gevraagd om een volledige vrijstelling. Die levert
namelijk geen CO2-winst en geen extra elektrolyse op, maar
jaagt de betrokken bedrijven wel op extra kosten. Tijdens het debat heb
ik gewezen op de kritiek van de Raad van State op de onderbouwing van de
60%-vrijstelling: je moet het ofwel niet doen ofwel voor een volledige
vrijstelling kiezen. Na het debat heb ik de minister laten informeren
over het voorbeeld van België, waar specifieke installaties volledig
zijn uitgezonderd van die verplichting. Daar heb ik nog geen reactie op
ontvangen, dus wellicht kan die in deze beantwoording terugkomen.
Wat is de inzet van het kabinet als het gaat om meer vraagcreatie?
Alleen de Europese Industrial Accelerator Act is niet voldoende. Die
focust vooral op schone productie, made in Europe en economische
veiligheid. Er is meer nodig om de vraag naar onder meer groene chemie
en groen staal te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan bijmengverplichtingen.
Hoe gaan de bewindslieden er een schepje bovenop doen? Zetten zij in op
verbreding naar private vraagcreatie, naast groene aanbestedingen?
Tot slot. Al die verduurzamingsprojecten en energie-infraprojecten
zouden een lintje van de Europese Commissie moeten krijgen voor hun
bijdrage aan de verlaging van de stikstofdeken. Waar blijven dan de
noodzakelijke stikstofvrijstellingen? Dan bedoel ik niet op papier, maar
in de praktijk.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Klos. Aan u het woord.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Verduurzaming van de industrie was nog nooit zo
urgent. De meest recente prijsschok stelt de industrie zwaar op de proef
en is opnieuw het gevolg van onze fossiele afhankelijkheid. Mario Draghi
liet eerder al zien dat hoge energieprijzen groei en investeringen
ondermijnen. Maar in dezelfde beweging ligt ook de oplossing klaar. Door
versneld te verduurzamen kan Europa energie goedkoper maken, nieuwe
industrie opbouwen en minder afhankelijk worden van de rest van de
wereld. De vraag is dus niet óf we de industrie moeten helpen maar hóé.
Daarvoor hebben we drie instrumenten die samenwerken, de drie b's:
beprijzen, beschermen en, zoals ik het voor de gelegenheid maar noem,
behoeftecreatie. Daar wil ik het vandaag over hebben.
De industrie staat voor serieuze uitdagingen. De minister schetst in
haar brief aan de Kamer terecht een aantal zorgen en D66 heeft daar oog
voor, maar in de analyse van de brief wordt koolstofbeprijzing, het ETS
dus, ook neergezet als onderdeel van het probleem. Daarmee wordt het
paard wel een beetje achter de wagen gespannen: verduurzaming is niet
het probleem, maar de oplossing. Kan de minister toelichten wat zij
bedoelt met de aanpassingen binnen het ETS die zij voorstelt? Kan de
minister hier bevestigen dat het pad naar nul emissierechten na 2024
overeind staat?
Beprijzen werkt alleen als we onze industrie beschermen tegen oneerlijke
concurrentie van buiten. Met de Europese oplossing, CBAM, kan dat nog
veel effectiever gedaan worden. De huidige opzet dekt nog niet alle
sectoren en biedt onvoldoende bescherming tegen indirecte emissiekosten.
Wat is nou de Nederlandse inzet op de versterking van CBAM, waar ik in
de brief over lees, en hoe zorgen we ervoor dat onze groene chemie door
CBAM wordt beschermd? De chemie raakt namelijk 96% van alle in Nederland
gefabriceerde producten, zo ongeveer alles van medicijn tot trein. De
WKR, de Wetenschappelijke Klimaatraad, noemt groene chemie expliciet als
sector met een kansrijk toekomstperspectief. Wie de chemie verliest,
verliest de basis onder vrijwel elke andere sector. Groene chemie wordt
door het kabinet zelf benoemd als prioritaire groenmarkt en D66 is daar
groot voorstander van. Juist in de chemie ligt de sleutel tot een
circulaire economie, maar een visie alleen is niet genoeg. Die visies
liggen er wel, maar hoe worden die dan ook tot actie vertaald? Is de
minister bereid om de visie op duurzame chemie, zoals beschreven en
bijgevoegd bij de brief, te verankeren in de eerstvolgende update van
het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie?
De voorzitter:
U krijgt daarover een vraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Een perspectief van een groene industrie is, denk ik, prima; alleen, dat
volgt op het blokje beprijzing. Mijn vraag aan de heer Klos is hoe we nu
zorgen dat dat perspectief, dat nog vrij ver in de tijd ligt, niet
helemaal uit beeld raakt doordat je nu wel beprijzing toepast, maar er
eigenlijk onvoldoende alternatieven zijn voor bedrijven om überhaupt tot
een transitie te komen, waardoor je ze eerder kwijtraakt dan dat je ze
behoudt en vergroent.
De heer Klos (D66):
Dit is een zeer terechte vraag en dit is volgens mij de kern van het
dilemma dat onder andere Draghi, maar ook Wennink, in hun rapporten
schetsen. We gaan naar verduurzaming, omdat dat op de lange termijn
beter is voor de industrie en omdat er wat dat betreft ook geen
alternatief is, maar dan moet je op de korte termijn wel een hobbel
nemen die heel erg duur is. Dat moeten we volgens mij ook niet gaan
ontkennen. Als samenleving moeten we daar dus in investeren. Daar is
D66, denk ik, helder over. Als je de industrie wil helpen naar een groen
perspectief moet je daarin investeren, bijvoorbeeld via de
maatwerkafspraken die we hebben, maar moet je ook de vraag naar de
producten gaan creëren, omdat er anders geen toekomstig verdienmodel is.
In de gouden driehoek van dat beprijzen, dat beschermen door een muur op
de Europese grens te zetten, en dat daadwerkelijk creëren van vraag naar
die producten, kan de groene industrie ook daadwerkelijk overleven in
Nederland en in Europa.
De voorzitter:
Bent u overtuigd, meneer Flach?
De heer Flach (SGP):
Ik hoor in ieder geval balans in het antwoord en daar ben ik blij mee.
Ik beluister dit ook als een oproep om terughoudend te zijn in het
beprijzen waar het eigenlijk geen doel heeft en om het echt in te zetten
juist om de industrie verder te helpen.
De heer Klos (D66):
Dit is volgens mij heel belangrijk, want als we gaan beprijzen met als
resultaat dat bedrijven rode cijfers schrijven en vervolgens niet kúnnen
verduurzamen, heeft de beprijzing zijn effect niet behaald. Maar de
combinatie van beprijzing, bescherming en steun, en dus ook
vraagcreatie, zou moeten leiden tot een duurzaam verdienmodel.
De voorzitter:
Helemaal goed. De heer Flach heeft zojuist ook zijn vijfde interruptie
geplaatst. Ik stel voor dat u nog niet doorgaat met uw inbreng, meneer
Klos. Ik heb eerst lid Kostić en daarna de heer Grinwis voor u op de
lijn.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik blijf me toch verbazen over de oproepen om maar die oude fossiele
industrie te steunen, die jarenlang verzaakt heeft om zelf voldoende te
investeren in de eigen toekomst, maar een wat mij betreft belangrijke
vraag voor D66 is het volgende. We weten uit al die onderzoeken en
adviezen, recent nog van PBL et cetera, dat je ook keuzes moet maken
over wat je niet wil, want niet alles kan meer in Nederland. Dat is waar
het kabinet ook van wegblijft. Het kabinet zegt daar niks over.
Eigenlijk bestaat die rupsje-nooit-genoegmentaliteit nog steeds. We
zeggen nog steeds: alles moet nog steeds kunnen in Nederland, misschien
hier en daar wat groener. Maar er worden geen fundamentele keuzes
gemaakt over "wat dan niet meer". Er is gewoon onvoldoende ruimte. Mijn
vraag aan D66 is dus of D66 bereid is om van die
rupsje-nooit-genoegmentaliteit af te stappen en, zo ja, wat D66 dan
kiest en welke industrie we dan in Nederland niet meer willen.
De heer Klos (D66):
Ik denk inderdaad dat de Partij voor de Dieren en D66 in die zin
verschillen in de opvatting over groene industrie dat wij zeggen dat je
een groene toekomst wil creëren mét de industrie. Dat is, denk ik, ook
alleen maar urgenter geworden door wat we nu in de wereld zien gebeuren.
We willen zelf onze spullen maken. We willen zelf strategisch autonoom
zijn. We willen zelf strategisch relevant zijn. Dat betekent dat je je
industrie niet moet verjagen maar moet verduurzamen. Ik vind dat je
daarvoor de randvoorwaarden moet creëren. Ik ben het wel met de Partij
voor de Dieren eens dat er vervolgens waarschijnlijk niet voor alle
industrie plek zal zijn. Niet iedereen zal het binnen die
randvoorwaarden, die heel goed zijn en waar wij als Nederland voor gaan
zorgen, voor elkaar krijgen om te verduurzamen. Ik zou, met de Partij
voor de Dieren, het kabinet willen vragen om eens vanuit die brede
welvaart na te denken over de vraag welke industrie voor Nederland het
allerbelangrijkst is om op in te zetten; de Wetenschappelijke
Klimaatraad roept daar ook toe op. Wat mij betreft maken we vooral
positieve keuzes; vandaar dat ik vandaag zo lang stilsta bij de groene
chemie die voor Nederland fantastisch belangrijk is.
De voorzitter:
We gaan nog even door naar twee collega's. Allereerst is dat de heer
Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Collega Klos sprak zijn — hoe zal ik het zeggen? — bezorgdheid uit over
de aanpassingen, waar het kabinet in dreigt mee te gaan, met betrekking
tot het ETS-systeem, de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid. Je zag
dat de nationale CO2-heffing hier werd afgeschaft; dat sloeg
een gat in de businesscase van een aantal bedrijven waar
maatwerkafspraken mee worden gemaakt, maar dat is natuurlijk in veel
extremere mate aan de orde als ETS inderdaad op de helling gaat of in
ieder geval deels wordt vertraagd en er meer ruimte komt voor uitstoot
en de beprijzing dus minder wordt.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Van welke wijzigingen in CBAM en vooral het ETS-systeem vindt de
D66-fractie het wél acceptabel als het kabinet daarmee de boer op zou
gaan en van welke wijzigingen niet? Wat is daarin exact de ondergrens
voor D66? Dit is namelijk wel een belangrijke zorg, juist ook voor de
verduurzaming van onze industrie.
De heer Klos (D66):
Ik denk dat ik hier heel simpel over kan zijn. Als er wijzigingen in ETS
plaatsvinden, dan zouden ze erop moeten zien dat die verduurzaming wel
plaatsvindt, dat die voorspelbaar plaatsvindt en dat die plaatsvindt op
de manier waarop we het in 2005, toen we die wet hebben gemaakt, met
elkaar hebben afgesproken. Dat is het meest succesvolle marktinstrument
voor de verduurzaming van de industrie ter wereld. Daarmee is de
industriële uitstoot in de afgelopen twintig jaar gehalveerd. Het
uitgangspunt voor mij is dat áls er aanpassingen — ik betwijfel of die
nodig zijn — komen, die aanpassingen de verduurzaming in de hand moeten
werken, omdat die niet het probleem zijn voor de industrie, maar de
oplossing.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank. Dat is in abstracto, maar elke aanpassing die leidt tot meer
ruimte voor rechten in het systeem heeft waarschijnlijk, al is het maar
vanuit psychologisch oogpunt, een drukkend effect op de prijs van
CO2-rechten, van ETS-rechten, op de Europese markt. Zo'n
aanpassing slaat dus een potentieel gat in de businesscases om te
verduurzamen. Wat zegt de heer Klos dus nou precies? Het mag niet leiden
tot een andere prijsvorming? Ik probeer een beetje grip te krijgen op
wat die abstractie in het antwoord in concreetheid betekent.
De voorzitter:
De vraag is of u nog iets concreter kunt worden.
De heer Klos (D66):
Ik pleit dus niet voor dit soort aanpassingen. Misschien begrijp ik de
vraag van de heer Grinwis verkeerd, maar ik pleit niet voor een
aanpassing die de prijs zo verandert dat die een gat slaat in de
businesscase van Nederlandse bedrijven die de vergroening realiseren.
Sterker nog, ik maak me er zorgen over.
De voorzitter:
Volgens mij heeft u dan nog een laatste interruptie van de heer
Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Klos zegt dus dat we bij de groene industrie moeten bepalen
welke industrie het allerbelangrijkste is. Dat is nog net niet helemaal
de communistische planeconomie die de Partij voor de Dieren voorstelt,
maar het begint wel in de buurt te komen.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, wilt u andere partijen een klein beetje buiten schot
laten bij het stellen van uw vraag aan de heer Klos?
De heer Vermeer (BBB):
O? Dat had te maken met een interruptie die die twee partijen hadden,
dus ik vind dat heel relevant. Daar mag ik gewoon een kwalificatie aan
geven, ook al bent u daar misschien niet blij mee.
De voorzitter:
Ik zou dan een beetje op letten wélke kwalificatie u daaraan geeft, maar
het is prima om terug te grijpen op eerdere discussies.
De heer Vermeer (BBB):
Oké. Het was niet persoonlijk. Ik heb geprobeerd dat strikt ideologisch
te doen.
De voorzitter:
Helemaal goed.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Klos stelt de vraag welke industrie dan het allerbelangrijkste
is. Maar welke criteria hanteert D66 dan om te bepalen wat voor
Nederland belangrijk is?
De heer Klos (D66):
Dat is een terechte vraag. Ik denk dat de Wetenschappelijke Klimaatraad
daar een best wel goede aanzet voor heeft gegeven. Voor zowel Nederland
als Europa moet je niet alleen werkgelegenheid wegen — dat is erg
belangrijk — en ook niet alleen vergroeningspotentieel en of het in de
toekomst een businesscase heeft. Je moet ook wegen of het bijdraagt aan
de strategische relevantie van ons land en of we er als maatschappij
profijt van hebben op het gebied van de verbetering van de gezondheid.
Dat element is met name in het debat over Tata Steel naar voren gekomen.
We hebben samen besloten dat we het belangrijk vinden om voort te gaan
met zo'n maatwerkafspraak, juist in het kader van de brede welvaart van
Nederland en Europa.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Vermeer (BBB):
Goed dat de heer Klus aangeeft dat het een bredere afweging moet zijn en
dat niet alleen klimaat hier een rol moet spelen. Wil de heer Klus dan
ook de CO2-footprint van de Nederlandse consument meenemen?
Een bedrijf hier laten verdwijnen en naar het buitenland verplaatsen,
werkt namelijk vaak averechts op de CO2-footprint van de
Nederlandse consument. Hoe kijkt D66 daarnaar?
De voorzitter:
Het is overigens "de heer Klos", geef ik u nog een keer mee. Kan
gebeuren.
De heer Klos (D66):
Het is voor D66 een belangrijk uitgangspunt — dus dank voor deze vraag —
dat Nederland ook internationaal verantwoordelijkheid neemt. We zijn een
rijk land, dat vooroploopt met allerlei innovatieve technologieën. We
hebben de wil om te vergroenen. We hebben ambitieus klimaatbeleid. Laten
we dan ook in ons land verantwoordelijkheid nemen voor de vergroening
van een aantal van de processen die nu nog vervuilend zijn. We moeten
niet alleen maar zeggen, als een soort wensdroom: als we al die
fabrieken maar gewoon het land uit doen, is het goed. Dan hebben we het
in Nederland goed geregeld, maar zijn we wel afhankelijk van de
Amerikanen en de Chinezen. Daar hebben we ook niks aan.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we nog een laatste interruptie doen op dit moment. Dan
kunt u daarna weer verder met uw inbreng, meneer Klos. Ik zag namelijk
ook een vinger van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor D66 een heel pleidooi houden over de industrie van de toekomst.
Het is een heel positief verhaal. Tegelijkertijd zien we ook dat een
hele hoop subsidies aflopen en dat de investeringsbank marktconform moet
gaan investeren. Ik vroeg me dus eigenlijk af wanneer D66 Eelco Heinen
eens aan zijn jasje ging trekken om er ook de juiste
financieringsmiddelen voor beschikbaar te stellen.
De heer Klos (D66):
Ik kijk even naar rechts, naar mijn collega van de VVD, om te zien of
dat goed is! Ik wil hem iedere dag aan zijn jasje trekken, natuurlijk.
Waarom niet?
De voorzitter:
Dat antwoord zag u misschien niet aankomen, mevrouw Van Oosterhout maar
het is wel het antwoord dat de heer Klos u geeft. U kunt verder met uw
inbreng, meneer Klos.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Beprijzen en beschermen werkt, maar bedrijven hebben
hulp nodig om de transitie door te komen. Het positieve voorbeeld is
Yara. 30 miljoen euro publieke steun maakte een investering van bijna
200 miljoen euro los. Dat is goed voor 0,8 megaton
CO2-reductie per jaar. Die hefboom werkt.
Maar het is in vier jaar de enige uitbetaalde maatwerksubsidie. Hoe gaat
de minister zorgen voor een versnelling van de maatwerkafspraken? Is zij
bereid om duidelijke tijdslijnen vast te leggen? Wanneer verwacht de
minister de eerste clustermaatwerkafspraak te kunnen sluiten? Volgens de
brief zijn die misschien ook wel ingewikkeld.
Het kabinet reserveert tot een miljard per jaar voor compensatie van
elektriciteitskosten. Dat steunen wij. Maar het CPB en het PBL
waarschuwen dat onvoorwaardelijke compensatie de uitstoot juist kan
vergroten. Kan de minister dus toezeggen dat deze middelen worden
gekoppeld aan concrete verduurzamingsstappen? Zo wordt de envelop een
investering in de transitie en niet het omgekeerde.
De voorzitter:
U krijgt daar een vraag over van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik begrijp uw oproep goed, meneer Klos. Tegelijkertijd hebben we de
envelop natuurlijk wel ingesteld omdat we ervoor willen waken dat er
geen level playing field is tussen de verschillende landen om ons heen,
waarbij de elektriciteitsprijzen in Duitsland en België gewoon van een
hele andere orde zijn. De envelop is dus echt bedoeld om ervoor te
zorgen dat Nederlandse bedrijven hier kunnen blijven en dat er een level
playing field is binnen Europa. Dat draagt er natuurlijk aan bij dat
deze bedrijven de verduurzaming kunnen meemaken en dat ze kunnen
overstappen op elektriciteit.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik snap uw oproep dus. Tegelijkertijd zou ik ook willen uitdrukken dat
men voorzichtig moet zijn met het stellen van te strikte voorwaarden.
Dat doe ik ook richting het kabinet. Het is namelijk juist de bedoeling
om een level playing field te organiseren.
De heer Klos (D66):
De analyse van dit betoog kan ik goed volgen. Zodra je de
elektriciteitskosten naar beneden brengt, ontstaat er ook ruimte en
lucht voor bedrijven om te investeren in de verduurzaming.
Tegelijkertijd doe ik hier ook helemaal niet zo'n revolutionair
voorstel. Binnen de IKC hebben we namelijk al geregeld dat de helft
geïnvesteerd moet worden in verduurzaming. Daarmee ga ik terug naar de
kern van mijn betoog: verduurzaming is de oplossing, niet het probleem.
Voor bedrijven in Nederland en Europa kan het in feite niet snel genoeg
gaan dat we onafhankelijk worden van de prijsschokken als gevolg van
geopolitieke omwentelingen die we nu steeds zien. Ik denk dat we
voorzichtig moeten zijn met het bieden van generieke steun die de
uitstoot verhoogt, maar ook van generieke steun die geen verandering
afdwingt. Anders komen we over een paar jaar namelijk weer in hetzelfde
parket.
De voorzitter:
De antwoorden mogen ietsjes korter. U heeft namelijk nog twee vragen
gekregen. Allereerst die van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De interruptie van de VVD triggerde mij een beetje. Wat betreft een
gelijk speelveld zien we dat Duitsland juist voorwaarden stelt aan zo'n
envelop. Daarover gaat mijn vraag richting D66. Hoe kijkt de heer Klos
naar deze Duitse voorwaarden? Hoe kijkt de heer Klos naar mijn voorstel
om bijvoorbeeld de energiebesparingsplicht hieraan te koppelen?
De heer Klos (D66):
Ik weet niet precies wat ze in Duitsland doen, maar dat vind ik wel
verstandig. Ik hoorde eerder in het debat dat mevrouw Van Oosterhout het
wil koppelen aan de energiebesparingsplicht. Dat vond ik eigenlijk wel
slim. De beste manier om onafhankelijk te worden van energie die we
anders moeten importeren en die door de Straat van Hormuz moet, is om er
minder van te gebruiken. Ik vind dat dus eigenlijk best een slimme
suggestie.
De voorzitter:
Mooi. U heeft zojuist uw vijfde interruptie ingezet, mevrouw Van
Oosterhout, dus we gaan naar de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik moet zeggen: mijn klomp breekt wel aardig als ik dit verhaal zo hoor.
Ik hoor de heer Klos zeggen dat verduurzaming moet en heel belangrijk
is. Maar het gaat hier om de envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs.
Het betreft dus bedrijven die, zeker in de visie van de heer Klos van
D66, al zijn overgestapt op elektriciteit. Dat is dus goed. Het probleem
is simpelweg dat we soms dubbele kosten hebben ten opzichte van het
buitenland, bijvoorbeeld Duitsland en België. Daar krijgen de bedrijven
dan een tegemoetkoming voor, zodat ze hun duurzame activiteiten hier in
Nederland kunnen voortzetten. Nou hoor ik allerlei zaken over de
energiebesparingsplicht, maar volgens mij missen we het hele punt als we
het zo bespreken. Het gaat juist om duurzame bedrijven. Die moeten we
tegemoetkomen.
De heer Klos (D66):
Het goeie is dat een groot deel van de elektriciteit in Nederland zelfs
groen is. Het aanjagen van meer elektriciteitsgebruik lijkt me dus heel
verstandig. Tegelijkertijd denk ik, over een brekende klomp gesproken,
dat we niet afhankelijk moeten blijven van gas en olie, van fossiel.
Uiteindelijk moeten we namelijk naar een verduurzaamde wereld waarin de
industrie groen is. Anders zal die gewoon simpelweg niet kunnen bestaan.
Als we JA21 zo ver kunnen krijgen om dat te ondersteunen, kan ik ook
best een deel meegaan in uw betoog, meneer Van den Berg.
De voorzitter:
Daar zullen we op een later moment achter komen. De heer Van den Berg is
op dit moment door zijn interrupties heen. Ik stel voor dat u richting
een afronding van uw betoog gaat, meneer Klos.
De heer Klos (D66):
Dat is goed, voorzitter. Je kunt beprijzen, beschermen en ondersteunen,
maar zonder vraag naar groene producten is er geen verdienmodel. Daar
hadden we het eerder al over. De Industrial Accelerator Act biedt hier
een kans. Het kabinet geeft zelf aan dat het voorstel niet ver genoeg
gaat: de chemie ontbreekt, labels moeten verplicht worden en de
reikwijdte moet breder. Dat steun ik van harte. Maar welke concrete
vraagcreatiemaatregelen voor de chemiesector heeft Nederland binnen de
Industrial Accelerator Act voor ogen? Wat kunnen we nationaal nou nog
extra doen om de vraag naar groene producten te stimuleren?
Beprijzen, beschermen en behoeftecreatie: de drie b's. Als die drie op
orde zijn, heeft de Nederlandse industrie een toekomst — niet ondanks de
verduurzaming, maar dankzij.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mooi, dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn
inbreng.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Wie weleens in het havengebied van Rotterdam is
geweest, kan niet anders dan onder de indruk zijn van alle bedrijvigheid
en industriële activiteit die daar plaatsvindt. "40 kilometer aan
industrieel genot" noemde ik het vorige week in het commissiedebat. Dat
was geïnspireerd door oud-minister Eric Wiebes. Industrie is voor
Nederland echt heel belangrijk, voor banen, voor onze economie en voor
strategische autonomie.
Maar, zo weten we allemaal, het industriegebied staat onder grote druk.
De chemiesector heeft het zwaar. Dat was al lang voordat de crisis in de
Straat van Hormuz en daaromheen uitbrak zo. Er zijn noodkreten alom. En
mede daarom deed ik de oproep tot een — met dank aan collega Flach voor
de naam — Gerard Cox-deal: een gezamenlijke, publiek-private
investeringsdeal in het belang van de hele regio. Misschien weet u het
nog, meneer Flach, u interrumpeerde mij toen ik over Lee Towers begon.
Dat was natuurlijk geïnspireerd op de Beethoven-deal met AML en de regio
Eindhoven. Daarvoor pleit ik omdat we moeten voorkomen dat we blijven
haken in een soort refrein van "toen was industrie nog heel gewoon".
Laten we het er alsjeblieft niet bij laten dat het toen heel gewoon was.
Het moet ook in de toekomst heel gewoon zijn. Inderdaad, ik val collega
Flach bij: liever groen hier dan grijs elders.
Hoe staat het eigenlijk met de gesprekken over deze publiek-private
investeringsdeal, vraag ik de minister. De voorganger heeft toegezegd om
in het kader van die hele NOVEX-samenwerking daarover in gesprek te
gaan, maar de voorganger van deze minister was nog niet zover dat er
echt een publiek-private investeringsdeal zou komen. Ik hoop dat dit
kabinet daar een stapje verder in wil gaan. Ik lees in het
coalitieakkoord dat er ook voor dit cluster een nationale ruimtelijke
economische strategie wordt opgesteld, maar wat wordt hier nou precies
mee bedoeld? Extra geld wordt er niet voor uitgetrokken. Is het niet
gewoon nodig dat het Rijk samen met de gemeenten, de regio en private
partijen de portemonnee trekt voor een mooie clusterdeal met oplossingen
voor bijvoorbeeld huisvesting, netcongestie, vervoer et cetera?
Voorzitter. Wat voor Rotterdam geldt, geldt ook breder voor Nederland.
Onze industrie is geen gegeven en verduurzaming verloopt zeer moeizaam.
Randvoorwaarden voor verduurzaming zijn niet op orde. De basis is een
Europese aanpak. Vorige week vroeg ik al naar de consequenties van
aanpassingen aan ETS. Aanpassingen kunnen flinke consequenties hebben
voor de businesscase van verduurzaming in de industrie. Ik bevroeg
collega Klos er al over. De aanleiding daarvoor is een wat cryptische
zin in de brief van het kabinet van 10 april over aanpassingen in CBAM,
de beschermingswal rondom Europa die er wel staal in heeft, maar de auto
niet. Daaraan valt nog wel wat te verbeteren. Als het kabinet dat
bedoelt, val ik het daarin bij. Maar aanpassingen in ETS: hoezo
eigenlijk en welke dan en welke niet? Ik ben heel benieuwd. Ik hoor daar
graag een duidelijke reactie op. Vorige week in het debat over Tata ging
het allemaal wat kort en snel, nu kan het misschien wat grondiger en kan
het kabinet de zorgen van collega Klos en mij misschien wegnemen.
Voorzitter, over de maatwerkafspraken. De adviescommissie geeft
waardevolle adviezen. Ik lees er in de Kamerbrief wat over, maar geen
regelrechte omarming van deze adviezen. Waarom niet? Is dat omdat er
geen financiële ruimte is in het coalitieakkoord? Kan de minister
preciezer aangeven hoe ze opvolging geeft aan deze adviezen?
Vraagcreatie kan ambitieuzer — een aantal collega's begonnen daar al
over — met de uitbreiding naar meer industriële sectoren en ook meer
inzet op private vraagcreatie, naast enkel de publieke route. Op welke
manier is de kabinetsinzet hierop gericht? Er liggen een aantal mooie
moties. Worden aanbestedingen bij Defensie ook zo ingericht? Collega
Oosterhout vroeg daar ook al naar.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat geef ik het woord aan de heer Vermeer, die een
vraag aan u heeft.
De heer Vermeer (BBB):
Ook de heer Klos begon al over behoeftecreatie. Hij bedoelde natuurlijk
vraagcreatie, maar het moest met een b beginnen. Ook de heer Grinwis
heeft het hierover. Hoe ziet hij dat voor zich in onze
wereldeconomie?
De voorzitter:
Dat is een gevaarlijke vraag, hoe ziet u dat voor zich? Graag een
beknopt antwoord, zou ik richting de heer Grinwis willen zeggen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit is inderdaad een vraag die een bredere beschouwing verdient, maar ik
zal het kort houden. Ik ben er heel erg van overtuigd dat duwen tegen
een touwtje niet zinvol is. Dat hebben we bij de biologische landbouw
heel lang gedaan door omschakelsubsidies en zo te geven. Maar als er
geen vraag tot stand komt, heb je niks aan duwen tegen een touwtje. Je
hebt er niks aan om allerlei investeringssubsidies aan industrieën te
geven die uiteindelijk met hun businesscase zitten die niet uit kan
omdat hun producten niet worden verkocht. Dat is inderdaad ingewikkeld
te organiseren in een open economie, een wereldeconomie. Tegelijkertijd
zijn er wel kansen, ten eerste in Europa. Die beschermingswal van CBAM
moet dan wel goed gaan werken en dus niet alleen zien op
basismaterialen. Je kunt ook eisen stellen, bijvoorbeeld: een auto die
in Europa wordt verkocht, moet zoveel procent van dit soort staal
bevatten. Dat is even een concreet voorbeeld, maar het gaat erom dat je
Europees op een slimme manier een beetje normerend optreedt met elkaar.
Anders heeft het geen zin om hier te verduurzamen.
Ten tweede.
De voorzitter:
Heel mooi.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De overheid kan als launching customer ... Daarom mijn vraag of Defensie
hierin ook een belangrijke rol speelt. We geven als overheid jaarlijks
immers tot wel 100 miljard uit aan allerlei investeringen en aankopen en
daar kun je ook mee sturen. Hier laat ik het even bij, voorzitter.
De voorzitter:
U had een nuttige toevoeging. Die is uiteraard toegestaan. U heeft een
hele dappere poging gedaan om het kort te houden; wat mij betreft een
geslaagde poging.
De heer Vermeer (BBB):
Bedankt voor in ieder geval het begin van een antwoord. Morgenmiddag
hoop ik mensen uit de defensie-industrie te spreken over waarom die
bedrijven toch niet naar Nederland komen, ook al is er wel vraag en is
er geld. Welke andere redenen zijn er dan? Ik ben ook wel getriggerd
door wat de heer Grinwis zegt over CBAM, namelijk dat het niet volledig
is. Maar moeten wij niet gewoon de basisregel hanteren dat we verbieden
om te importeren wat we hier niet mogen produceren? Dan is alle
discussie weg. Dat kunnen we doen voor alle producten: rond
gewasbescherming, rond voedsel. We doen het al bij textiel: we willen
geen textiel waarbij kinderarbeid is betrokken. Laten we dit breed
doortrekken. Dat is volgens mij de enige manier om een level playing
field te creëren. Is de heer Grinwis dat met mij eens?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat ben ik zeer met collega Vermeer eens. Dat is een heel helder
principe en ook een principe dat ik kan bijvallen. Alleen, het is niet
zo eenvoudig te organiseren. Daarom zijn wij net als de BBB ook altijd
kritisch geweest op het aspect van landbouw in het Mercosur-verdrag. Het
kan niet zo zijn dat je hier allerlei soorten vlees kunt importeren
terwijl de productiestandaarden daar lager zijn qua milieueisen en
dierenwelzijnseisen dan hier in Europa. Dus ja, dat zou een heel goed
leitmotiv zijn als ons kabinet naar Brussel gaat om daar beleid af te
spreken. Tegelijkertijd is het niet eenvoudig, dat weet de heer Vermeer
ook. Voor je het weet bestellen burgers immers toch rechtstreeks een
product op een of andere Chinese website dat je hier liever niet zou
willen hebben. Organiseer dat maar eens. Daarom hebben we natuurlijk ook
een beetje belasting op pakketjes gekregen in Europa. Hoe dan ook, hier
is veel meer over te zeggen, maar het principe val ik bij.
De voorzitter:
Dank u wel voor dat antwoord. De heer Vermeer heeft zojuist zijn vijfde
interruptie gehad. U heeft er daarmee nog een over, meneer
Vermeer.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou meneer Vermeer, u mag nog een vraag stellen, wees welkom.
Ik was bij de chemiesector. De Europese Commissie neemt terecht
maatregelen om de staalsector te beschermen. Dumping vanuit Azië is voor
chemie echter net zo'n groot probleem, naast bijvoorbeeld de hoge
energieprijzen. Waarom heeft de Europese Commissie niet net zulke
stevige maatregelen getroffen wat chemie betreft? Waarom de IKC een jaar
naar achteren? Dat is in dit kader ook een vervelende stap.
Over Flex-e XL, waarbij bedrijven subsidie ontvangen voor het bieden van
flexibiliteit. In de kabinetsbrief lees ik dat er bijna 200 miljoen
nodig is voor 2027 tot en met 2030 en dat hiervoor geld is gereserveerd
in het Klimaat- en energiefonds, maar waarop is die inschatting
gebaseerd? In het rapport Kantelpunt voor klimaat en industrie wordt een
bedrag van jaarlijks 125 miljoen euro genoemd. Om tempo te maken zou het
goed zijn om dat geld zo vroeg mogelijk in te zetten en niet evenredig
te verdelen over de jaren. Kan de minister dat toezeggen?
De voorzitter:
Dank voor deze vraag. U bent door de spreektijd heen, dus zou ik u
willen vragen om tot een afronding te komen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Ik wilde nog waarschuwen tegen stranded assets en vragen
of de reactie op Kiezen of verliezen wel scherp genoeg is. Ook wilde ik
vragen om een reactie op de zorgen die er zijn over cluster 6 en het
regionaal beleg daarvan, maar volgens mij heeft collega Jumelet daar ook
al wat over gezegd. Die zorgen val ik bij.
Tot zover, dank u wel.
De voorzitter:
Helemaal goed, dank u wel. Dan gaan we door naar de inbreng van de heer
Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week ging het over Tata en vandaag gaat
het over de vraag wat erachter ligt: over de vraag of Nederland nog wel
zelf wil maken, zelf wil verdienen en zelf wil verduurzamen. Want laten
we eerlijk zijn, dit debat gaat allang niet meer alleen over die tonnen
CO2. Dit debat gaat over banen, over leveringszekerheid, over
strategische autonomie en over de vraag of wij nog serieus
industriebeleid voeren of alleen nog achteruitkijken als fabrieken
stilvallen. Juist voor cluster 6 is dat geen theoretisch verhaal. Het
gaat om ongeveer 450 bedrijven, goed voor 210.000 banen in de regio en
ongeveer 125 miljard euro omzet per jaar. Dat is niet een of andere
marge van de economie, dat is een wezenlijk deel van onze industriële
ruggengraat.
Voorzitter. Tegelijkertijd moeten we de feiten onder ogen zien.
Verduurzaming an sich is natuurlijk goed om te doen. Dat deelt ieder
mens met verstand. Het gaat om houdbaarheid, om lange termijn, maar
natuurlijk wel zonder jezelf economisch op te hangen, zoals een zekere
partij hier net al suggereerde. Maar wat zien we nu? Een kabinet dat
zelf spreekt over een perfect storm van hoge energieprijzen, oneerlijke
concurrentie en uitblijvende investeringen. Een kabinet dat zegt dat
concurrentievermogen, verduurzaming en weerbaarheid hand in hand moeten
gaan.
Maar woorden zijn nog geen vergunning, woorden betekenen niet een
aansluiting op het netwerk en woorden zijn al helemaal geen betaalbare
stroom. Neem de IKC-regeling voor ETS. Het kabinet zegt dat het de
elektriciteitskosten wil verlagen en trekt daar ook geld voor uit. Het
breidt de regeling uit naar 22 extra subsectoren, maar tegelijkertijd
schrijft het kabinet zelf dat de uitbetaling van de komende twee
openstellingsrondes enkele maanden — ik hoor zelfs: een jaar — later
komt door uitvoeringsproblemen bij de RVO. En juist sectoren zoals de
chemie, die al jaren onder druk staan, moeten dan maar wachten. Dit is
echt onacceptabel, echt onacceptabel. Wat zijn de concrete gevolgen van
dit uitstel voor de liquiditeit, investeringen en concurrentiekracht van
bedrijven die nu al op hun tenen lopen? Hoe kijkt de regering naar de
regionale dan wel landelijke coördinatie van cluster 6-bedrijven? Is de
huidige landelijke opzet de juiste, of zijn er andere
denkrichtingen?
Voorzitter, dan cluster 6. Het kabinet schrijft dat voor veel cluster
6-bedrijven elektrificatie logisch is, en waar dat niet kan waterstof of
biogas. We gaan het zien. Hetzelfde kabinet schrijft er echter meteen
achteraan dat juist deze bedrijven vaak tegen hoge investeringskosten
voor netverzwaring aan lopen, omdat ze relatief ver van een onderstation
zitten. Met andere woorden, de route op papier is bekend, maar in de
praktijk loopt het vast op infrastructuur en kosten.
Dan kom ik maar meteen op een punt dat in dit debat te makkelijk wordt
weggewuifd maar voor de regionale industrie keiharde realiteit is,
namelijk leveringszekerheid. Niet uit nostalgie, niet uit terugverlangen
naar vroeger of als oliemannetje, maar uit nuchterheid de vraag hoe je
voorkomt dat bedrijven die niet van vandaag op morgen kunnen
elektrificeren of op andere elektrische energiedragers kunnen inzetten,
in de tussentijd worden vermorzeld door geopolitiek, door prijsschokken
en door aanvoerproblemen. De Gasunie was daar kortgeleden heel helder
over: Nederland is bij een maandenlange verstoring van de gasaanvoer
kwetsbaar. Daarom adviseert GTS om de bestaande gasopslagen operationeel
te houden, een strategische noodvoorraad aan te leggen en te onderzoeken
welk deel van het kussengas daarvoor kan worden ingezet. Ze noemen grote
getallen die we bij de opslag kunnen aanhouden met als doel voor de
komende winter een noodvoorraad te hebben.
Voorzitter. Dat is precies de lijn die hier ontbreekt. Voor cluster 6
heb je geen ideologische energiepolitiek nodig maar een volgorde: eerst
weerbaarheid waar dat moet en daarna vervanging waar dat kan. Mijn vraag
aan het kabinet is dan ook: is het kabinet bereid om in cluster 6
expliciet te betrekken welke bedrijven en ketens voorlopig nog
gasafhankelijk zijn, zodat leveringszekerheid en vorming van een
strategische reserve onderdeel worden van serieus industriebeleid? Ook
zegt het kabinet in te willen zetten op het verlagen van de
elektriciteitskosten. Hoe is het kabinet dit concreet van plan? Hoe
voorkomen we dat hogere aansluitkosten weer leiden tot extra kosten voor
de bedrijven?
Dan ga ik even wat skippen. Ik ga naar mijn punt over kernenergie. De
structurele uitweg uit deze kwetsbaarheid is niet dat we cluster 6 nog
decennialang aan onzeker en duur gas laten hangen. De structurele uitweg
is stabiele, CO2-arme basislast en daar komt kernenergie in
beeld. Die tackelt heel precies wat nodig is voor precies hetzelfde
probleem: gebrek aan voorspelbare energie, gebrek aan leveringszekerheid
en gebrek aan industriële ruggengraat. De Kamer heeft niet voor niets
een motie van mij en collega Flach over een versnellingsagenda met
mijlpalen aangenomen voor SMR's. Er was ook een motie over
first-of-a-kind-SMR-technologieën en een over synergie en vlootverband.
Die zijn in maart aangenomen. Concreet: wanneer gaat het kabinet die
lijn nu eindelijk behandelen als serieus industriebeleid?
De voorzitter:
Meneer Van den Berg ... Excuus.
De heer Van den Berg (JA21):
Mag ik de zin afmaken?
De voorzitter:
Ja, dat wilde ik aan u vragen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ga afronden, ja. Ik weet dat er een herijking komt van de
SMR-strategie, maar ik zou het kabinet toch om een beetje meer actie
willen vragen, oftewel: aan de slag!
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Vermeer, aan u het laatste woord.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. We kunnen de verzorgingsstaat niet onderhouden
met alleen de belastinginkomsten van accountants, politici en
boswachters. De industrie is een onmisbare schakel in het
verdienvermogen van Nederland. Dat moeten we koesteren, versterken en
niet kapot reguleren, wat de BBB betreft. Onze industrie zit in zwaar
weer en het kabinet spreekt in een brief aan de Kamer van afgelopen
vrijdag zelfs over een "perfect storm". U weet hoe dat afloopt. Hoge
energieprijzen, een ongelijk speelveld met concurrerende landen en
CO₂-heffingen raken de industrie zo hard dat investeringen uitblijven en
bedrijven vertrekken uit Nederland. Daar mogen we ons absoluut niet bij
neerleggen, wat BBB betreft. Moeilijke tijden vragen om duidelijke
keuzes en stabiele randvoorwaarden. De heer Flach noemde de uitgestelde
betaling van de IKC-gelden al. Er zijn uitvoeringsproblemen, maar daar
hoef ik ook niet mee aan te komen als ik een blauwe envelop van de
Belastingdienst krijg of een paarse van het CJIB.
Netcongestie. De randvoorwaarden voor een sterke industrie zijn
momenteel niet op orde. Daarover zijn alle partijen het eens. Meer dan
14.000 bedrijven staan nog in de wachtrij voor een stroomaansluiting.
Dan is het logisch dat bedrijven achter hun oren krabben en twijfelen of
ze wel in Nederland moeten investeren. We hebben daar volgende week een
debat over. Dan zullen we er nader op terugkomen.
Een aantal maanden geleden sprak deze commissie over de nationale
SMR-strategie. BBB had graag meer urgentie gezien bij het kabinet, maar
het is een grote stap vooruit dat er nu een gedragen visie ligt. In de
tussentijd zijn er een aantal rapporten verschenen waarin wordt
onderbouwd dat SMR's met name kansen bieden voor de energie-intensieve
industrie. Hoe ziet de staatssecretaris deze kansen? Deelt hij de mening
van BBB dat het wenselijk is deze mogelijkheden verder te onderzoeken op
concrete toepassingen? Kan dat ook meegenomen worden in de
maatwerkafspraken met bedrijven?
De nationale koppen op Europees beleid. BBB is altijd van mening geweest
dat Nederland geen nationale koppen moet stapelen op Europese wetgeving.
De CO₂-heffing was daar al een pijnlijk duidelijk voorbeeld van. Een
industrie die extra wordt belast, ook met netwerkkosten, terwijl
concurrenten over de grens dat niet worden, vermindert geen uitstoot,
maar verplaatst banen. Hoe borgt het kabinet dat de Nederlandse
industrie niet structureel op achterstand wordt gezet ten opzichte van
de Europese concurrentie? Een aantal mensen vertelden mij dat ze
signalen hadden gekregen dat het ministerie overweegt om te stoppen met
de cluster 6-aanpak in de regio's en dit voortaan over te laten aan de
provincies. Dat zou betekenen dat de regionale industrie voortaan niet
meer aan tafel zit bij het bepalen van nationaal beleid. Dat is wat BBB
betreft onacceptabel. Daarom vraag ik de staatssecretaris of de
regionale industrie op de kaart blijft en of het kabinet doorgaat met de
cluster 6-aanpak van de afgelopen jaren. Kan zij de geruchten
ontzenuwen?
Voorzitter. In elke inbreng die ik namens BBB over klimaat doe, benoem
ik de drie belangrijkste pijlers van beleid. Dat zijn geen drie b's,
maar ze zijn wel belangrijk: haalbaarheid, betaalbaarheid en
uitvoerbaarheid. Maar we moeten toch constateren dat die drie pijlers
momenteel ontbreken in het huidige industriebeleid. Voor BBB is de
prioriteit helder: het verdienvermogen van Nederland behouden, betekent
de industrie versterken. Wij willen een sterke industrie in Nederland
faciliteren, niet door alles bij het oude te laten, maar door
verstandige prioriteiten te stellen. We moeten eerst zorgen voor de
randvoorwaarden, voordat we weer met nieuwe eisen komen. Dat is geen
vertraging, maar realisme.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze eerste
termijn. Dank aan alle leden voor hun inbreng. We gaan straks over tot
de beantwoording door onze minister en staatssecretaris. Ik check het
even bij de minister, maar ik heb al een vermoeden. Ik zou het voorstel
willen doen om om 12.00 uur weer verder te gaan. Mijn vraag is
uiteraard: gaat u dat redden? Kunnen we dat op die manier
afspreken?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voorzitter, heel veel dank. Dat zou ook fijn zijn omdat we dan even
samen af kunnen stemmen wie wat doet. Dan stel ik voor dat we straks aan
het begin ook even helder maken voor u wie welke vraag zal beantwoorden,
zodat het ook voor uw Kamer helder is.
De voorzitter:
Dat is heel prettig. Dan schors ik de vergadering hierbij tot 12.00 uur.
Dank u wel.
De vergadering wordt van 11.33 uur tot 12.04 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag en welkom terug bij dit commissiedebat. We gaan beginnen met
de beantwoording vanuit het kabinet, vanuit de minister en de
staatssecretaris. Ik geef graag het woord aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan uw Kamer voor alle vragen. Ik zal de
beantwoording in een aantal blokjes doen. Na een algemene inleiding heb
ik het mapje vestigingsklimaat, waarin ik inga op de IKC, de enveloppen
en de CO2-heffing. In het tweede blokje zal ik ingaan op de
Europese context. Dit heeft natuurlijk veel te maken met het
vestigingsklimaat, maar dan kijken we naar de Europese context. Met name
over ETS zijn een aantal vragen gesteld. Daarna zeg ik iets over de
nieuwe industrie. Mijn vierde en laatste blokje is: overig. Daar zitten
ook vragen in over het energiesysteem en over klimaat. Dat is dus het
blokje overig. De staatssecretaris gaat in op twee hoofdonderwerpen. Hij
heeft een blokje over de maatwerkafspraken en de clusteraanpak, waar
velen van u vragen over hebben gesteld, en een over de randvoorwaarden
in het algemeen.
Voorzitter, als we het zo kunnen doen, ga ik beginnen. Ik hoor graag of
u de interrupties aan het einde van elk blokje wil of anderszins. Ik ben
in uw handen, uiteraard.
De voorzitter:
Helemaal goed. Er zijn inderdaad flink wat blokjes en we hebben twee
bewindspersonen. Ik zou dus willen voorstellen om telkens het blokje af
te wachten voordat we met vragen komen. Ik wil ieder lid vier
interrupties aanbieden om vragen te stellen.
Ik heb tot slot een korte mededeling. Ik moet zelf helaas om 13.30 uur
weg. Wellicht zijn we dan al klaar; dat zou mooi zijn. Het debat staat
in principe gepland tot 14.00 uur, dus ik wil een van de leden vragen om
het voorzitterschap het laatste halfuurtje van mij over te nemen.
Misschien zou het lid Kostić dat willen doen. Ik kijk even naar degenen
die al wat langer in de Kamer zitten. Het mag bijvoorbeeld ook de heer
Vermeer zijn. Ik zie de heer Vermeer knikken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik had het graag gedaan, maar ik moet om 14.00 uur stipt bij een ander
debat zijn en ik weet niet hoe dit loopt.
De voorzitter:
Laten we het dan aan de heer Vermeer vragen. Ik zag dat hij dat op zich
wil nemen, waardoor dank.
Dan houd ik u niet langer op en geef ik het woord aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de leden. Ik hoor u door uw inbreng
heen eigenlijk zeggen, zoals het kabinet ook zegt, dat het gaat om het
verbinden van de economie van vandaag met de economie van morgen. Er zit
ook een soort inherente spanning in. Volgens mij hebben we het dan over
de vraag: hoe hard kun je trekken, hoe hard kun je duwen? Duwen tegen
een touwtje heeft niet zo veel zin, zei de heer Grinwis. Maar je hebt
wel een touwtje en balans nodig. Over die balans hebben we het hier
volgens mij. De transitie is niet een knop die je indrukt, aanzet of
uitzet; die is er of die is er niet. Het is een knop die je opendraait.
Hoe doen we dat? In de juiste maatvoering. Moeten we grote stappen
zetten? Ja. Kan alles ineens? Nee. Lopen we op dit moment achter ten
opzichte van wat we allemaal graag zouden willen? Dat zien we ook weer
in de huidige context van onze kwetsbaarheid. Op die vraag zeggen we ja.
Maar maken we veel voortgang ondanks de grote complexiteit? Ik denk dat
we daar ook ja op mogen zeggen. Er gebeurt veel. Ik ben ook heel trots
op allerlei prachtige voorbeelden van bedrijven in dit land die de
transitie aangaan. Daar komen we samen nog over te spreken. Dus
inderdaad: groot moet groener, groen moet groter. Volgens mij is dat al
best een lange lijn, die het kabinet en de Kamer delen. Ik denk dat de
context van vandaag de dag echt laat zien dat dit geen luxe is, maar een
noodzaak. Het maakt ons namelijk weerbaarder als we dat doen.
Er werd gevraagd om een integrale brief. Daar zal ik straks op ingaan.
Maar ik wilde ook zeggen dat we terwijl we die brieven schrijven, hard
aan de slag zijn. We maken dus ook veel voortgang. Als ik u zeg dat er
iets aankomt of dat we het nog eens integraal voor u gaan opschrijven,
wil dat niet zeggen dat we wachten met handelen totdat we het met uw
Kamer hebben gedeeld. We zijn gewoon volop aan de slag in de
samenwerking en in de contacten met heel veel bedrijven.
Voorzitter. Dan wat meer naar de inhoud. De industrie is van groot
belang voor ons land. Ik hoor dat bij u allemaal en ik zeg het ook van
deze kant. De industrie maakt onze dagelijkse producten — 97% zei de
heer Klos, geloof ik — zorgt voor banen en welvaart, en maakt ons minder
afhankelijk van het buitenland. Ook als Europa moeten we ons heel goed
realiseren dat de industrie van strategisch belang is voor Europa, ook
in deze geopolitieke context. Willen we op de lange termijn concurrerend
blijven, dan moeten we de industrie helpen met verduurzamen. Die
driehoek van verduurzaming, concurrentievermogen en weerbaarheid is waar
het om gaat; het gaat hand in hand. Er zit soms ook een inherente
spanning op hoe hard we die knop opendraaien, en daar hebben we het dan
met elkaar over. We zien ook dat de concurrentiepositie van de industrie
in Europa onder druk staat. Met name de chemie is terecht genoemd als
een sector waar dit kritisch is. Dat zien wij ook aan deze kant van de
tafel. Dat geef ik alvast als inleiding mee.
Ik kijk even of ik wat sneller door de tekst heen kan gaan, met het oog
op wat we nog allemaal moeten bespreken. Gelukkig zien heel veel
bedrijven die verduurzaming als onderdeel van hun eigen strategie. We
hebben dus alle reden om de handen ineen te slaan met de industrie. We
spreken die dan ook heel regelmatig. Ook vanochtend hadden we via
VNO-NCW weer een overleg met de belangrijkste sectoren. Dat was
natuurlijk in de context van de huidige situatie, maar er zitten ook een
aantal rode draden in wat zij aan ons meegeven. Ook in het Nationaal
Programma Verduurzaming Industrie wordt de industrie betrokken bij
belangrijke beleidsontwikkelingen en beslissingen. Op die manier zorgen
we ervoor dat we met elkaar die stappen gaan nemen. Want papier is
geduldig, maar de economie niet, en de concurrentiekracht ook niet. We
zullen dus ook moeten zorgen dat het uitgevoerd kan worden. Een gelijk
Europees speelveld is dus heel erg van belang. Realisatie van
randvoorwaarden en het oplossen van knelpunten is essentieel. Dat is wat
de staatssecretaris en ik, samen met al die partijen, doen voor het
vinden van de juiste balans. Dat doen wij ook samen met u, want ik zie
ook veel ondersteuning daarvoor in de vragen die u stelt.
Voorzitter. Dan heel specifiek over drie hele belangrijke knoppen waar
we aan kunnen draaien, en waar het kabinet ook aan wil draaien, om de
concurrentiepositie van de industrie in Nederland te versterken. De IKC,
de energie-envelop en de CO2-heffing hebben allemaal te maken
met de kosten die de industrie in Nederland heeft, die ze in andere
landen misschien niet hebben. De vraag is dus hoe we ervoor zorgen dat
we een ambitieus level playing field hebben om te kunnen concurreren,
ook in die vergroening.
Voorzitter. Er zijn een aantal vragen gesteld over de indirecte
kostencompensatie. VVD, CDA, SGP, en volgens mij ook D66, vroegen
daarnaar. Misschien vergeet ik zelfs nog iemand die daaraan heeft
gerefereerd, want het was een breed gedeeld gevoel: waarom pas volgend
jaar? De heer Van den Berg heeft er ook aan gerefereerd, want hij zei
iets in de trant van: ik hoorde iets van maanden en nu lijkt het jaren.
De vraag is eigenlijk of het over de jaargrens heen gaat, dus of de
uitkering komt voordat we de kerstboom opzetten of net nadat we hem
aftuigen. Dat is misschien een beetje strak, maar dat is waar we het
over hebben. Het gaat over de jaargrens, niet over een heel jaar later.
Dat heeft te maken met de uitvoering. Wij kunnen dit loket pas
openstellen nadat uw Kamer dat heeft goedgekeurd. Dat betekent dat we
daarop moeten wachten voordat we echt aan de gang kunnen. Doordat er een
uitbreiding van de sectoren is, moet je ook zorgen dat de openingstijd
van zo'n loket ruim genoeg is. Je moet zorgen dat niet alleen de
sectoren die al weten hoe ze moeten werken met de IKC, maar ook de
sectoren voor wie dat voor het eerst mogelijk is, de tijd hebben om de
indiening op een goede manier te doen, zodat ze er gebruik van kunnen
maken. RVO heeft gezegd dat het dan te krap wordt om het voor de
jaargrens voor elkaar te krijgen. Ik hoor vanuit uw Kamer heel duidelijk
de vraag om nog eens te stress-testen of het niet toch wat sneller kan.
Laten we met elkaar afspreken dat ik het nog een keer ga stresstesten.
Ik zal de resultaten met uw Kamer delen. Stel dat er bijvoorbeeld een
optie is van heel kort openstellen, maar dan met het risico dat alleen
de sectoren die al weten hoe ze moeten indienen er gebruik van maken en
de andere niet, versus een normale openstellingstijd, waarbij we dat
risico niet hebben en we dus net na het aftuigen van de kerstboom tot
uitbetaling komen. Dan zal ik dat ook met uw Kamer delen en aangeven wat
mijn voorkeur heeft. Dan besluiten we dat op die manier. Ik snap de wens
om dit zo snel mogelijk te doen namelijk heel goed. Daar is dat geld ook
voor, dus dat wil ik ook. Maar uitvoering is onderdeel van de realiteit
en daar neem ik u graag in mee.
De voorzitter:
Bent u van plan om daar een termijn aan te koppelen, zodat we 'm kunnen
noteren als toezegging?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
In mei krijgt u de brief. U moet zelf ook nog over de Voorjaarsnota
stemmen en pas daarna kan het loket überhaupt open, dus dan weten we ook
waar we vervolgens met elkaar op koersen.
De voorzitter:
Heel fijn, dank u wel. Dat levert toch nog een vervolgvraag op van twee
leden. Allereerst mevrouw Müller.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik ben nog niet aan het einde van het blokje.
De voorzitter:
Daar heeft u een punt. Ik ga me inderdaad even aan mijn eigen afspraak
houden. Ik was het alweer vergeten; mijn excuus. We laten de minister
eerst het blokje vestigingsklimaat afronden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Er zijn misschien ook vragen over de samenhang tussen de drie
enveloppen. Er is namelijk ook de elektriciteitsenvelop. CDA, D66, PRO,
JA21 en VVD hadden allemaal de vraag of het eerder zou kunnen. Ook deze
middelen, in aanvulling op die IKC-envelop, zijn bedoeld om het
speelveld van de energie-intensieve bedrijven te verbeteren door de
elektriciteitskosten te verlagen. We hebben een internationale
vergelijking gemaakt en gekeken welke instrumenten andere landen
inzetten, hoe groot die ongeveer zijn en hoe we daar als Nederland zo
goed mogelijk bij in de buurt komen. Die twee horen dus wel bij elkaar.
We willen dat zo snel mogelijk doen. We willen alleen wel voorkomen dat
als we het op een bepaalde manier doen, het geld niet bij de juiste
partij terechtkomt of er een risico ontstaat met ander geld dat we nog
uit Europa krijgen. In die balans willen we niet penny wise, pound
foolish zijn. Daarom kijken we daar nog even goed naar. De wens is om
dat zo snel mogelijk te doen en we onderzoeken ook echt of het voor 2027
mogelijk is. We zitten exact in dezelfde groef. Ik probeer er alleen
voor te zorgen dat we het inrichten op een manier waarbij het geld zo
goed en zo snel mogelijk bij de juiste partij terechtkomt en we niet aan
de andere kant een financieel risico lopen, waardoor we een deel van de
effecten weer moeten opvangen. Dat is hoe we daarmee aan de slag
zijn.
Dan het afschaffen van de nationale CO2-heffing. Ik deel met
u dat de bottomline is dat hier geen kosten meer uit voort moeten komen.
CDA, VVD en SGP, en volgens mij ook weer een aantal anderen, vroegen
hiernaar. Ook dit is een belangrijke maatregel voor het level playing
field. Wij gaan daarom alle gesprekken voeren die we daarover moeten
voeren om zo goed mogelijk te sturen op geen extra kosten meer. Dat kan
door de nationale CO2-heffing gelijk af te schaffen of door
aan andere knoppen te draaien. Volgens mij is dat in ieder geval de
bottomline waarom we in het regeerakkoord met elkaar hebben afgesproken
dat de nationale CO2-heffing eraf gaat. Dat gaan we ook doen,
maar ook dat afschaffen moeten we zorgvuldig doen om geen budgettaire
risico's te lopen.
Dan was er nog de vraag of we bereid zijn om voor de zomer met een
integraal beeld te komen van wat we nou doen voor de industrie. De vraag
is hoe dat samenhangt met een deel van de andere maatregelen en
regelingen die we hebben, die ook gewoon doorlopen, en hoe we daar
integraal op sturen. De een noemt een deltaplan en de ander vraagt om
een wetenschappelijke analyse. Er is eind vorig jaar een brief gestuurd
aan de Kamer met studies en analyses die worden benut voor een integraal
toekomstperspectief. De SER heeft aangekondigd met een update te komen
van zijn advies over de industrie. Ik ga kijken of ik daar al inzage in
kan krijgen, zodat wij net na de zomer op basis daarvan met een update
voor u kunnen komen. Daarin kunnen we dan namelijk ook de maatregelen
van dit coalitieakkoord meenemen, die in de brief van afgelopen december
door mijn voorgangers nog niet konden worden meegenomen. Dan kunnen we
integraal schetsen wat de SER zegt, wat het perspectief is, wat de
maatregelen van dit kabinet zijn, wat onze plannen zijn en hoe we de
industrie in Nederland gaan versterken en vergroenen. Daarmee geef ik
graag invulling aan de motie die daarover is ingediend en dan kunnen we
ook de laatste inzichten meenemen.
De heer Klos van D66 vroeg of we duurzame chemie daar ook in kunnen
meenemen. Dit punt komt ook aan de orde in de stuurgroep NPVI. Het is
goed om die dingen integraal met elkaar te schetsen. We weten allemaal
dat er specifiek voor de chemie een concurrentievraagstuk is, ook in
relatie tot CBAM. Daar kom ik in het volgende blokje, EU, op terug. Maar
dat staat duidelijk op het netvlies. Tegen de heer Van den Berg zeg ik
het volgende. Het doel is om te voorkomen dat je op de lange termijn
iets wil, maar dat er vandaag een bedrijf vermorzeld wordt dat je graag
morgen duurzaam zou willen hebben. In die integrale benadering gaat het
om het verbinden van vandaag en morgen. Je wil niet de partijen al
verloren hebben, terwijl je nog aan het werken bent aan de
toekomst.
Voorzitter. Dat was mijn integrale blokje over wat we nationaal doen aan
het vestigingsklimaat.
De voorzitter:
Geweldig, dank u wel. Welkom terug aan de heer Flach. Iedereen heeft
vier interrupties. We zijn nu bij het tweede blokje. Ik zag al een
aantal handen omhooggaan, waaronder die van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Fijn dat de minister al een aantal geruststellende woorden tot ons richt
over de drie belangrijke knoppen waaraan gedraaid kan worden. De IKC is
de mooiste, denk ik. U wil die nog stress-testen om te kijken of het
toch nog lukt "voor de kerstboom", zoals u het zo mooi zei. U gaf in een
bijzinnetje daarbij aan dat het ook te maken heeft met het tijdig de
Kamer daarover informeren en iets voorleggen. Als wij daarvoor iets
moeten doen, zou u dan in de brief ook kunnen opnemen of wij dat sneller
kunnen behandelen of iets dergelijks? Zo weten wij als Kamer wat wij
kunnen doen om daarin te ondersteunen. Ik had specifiek over de IKC-ETS
gevraagd of het klopt dat wij als Nederland extra voorwaarden leggen
boven op wat er in Duitsland en België gebeurt. Daarop zou ik nog graag
een antwoord krijgen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De Kamer moet stemmen over de Voorjaarsnota, want we mogen het überhaupt
pas daarna openstellen. Volgens mij is dat het enige wat de Kamer hoeft
te doen. Daarop moeten we wel wachten. Dat was gewoon even het
praktische.
Voor het andere punt kijk ik inderdaad even door de antwoorden heen,
want ik denk dat er wel ergens in het mapje een antwoord zit. Ik probeer
een beetje snel te zijn.
De voorzitter:
U mag dit eventueel ook bij het blokje overig meenemen, wat mij
betreft.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, laten we dat doen. Dan kijk ik nog even waar het in het mapje
staat.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb naar de beantwoording van de minister zitten luisteren en ik snap
eigenlijk niet zo goed wat de minister nu precies stelt. Volgens mij
erkent de minister dat het inderdaad belangrijk is om de IKC-ETS zo snel
mogelijk toe te kennen. Ik denk bij mezelf: er werken 6.000 medewerkers
bij de RVO; waarom kunnen we dit in hemelsnaam niet voor elkaar krijgen?
Maar los daarvan zegt de minister ook dat zij wacht op de Kamer voordat
het kabinet het kan uitvoeren. Ik vind dat een beetje een omgekeerde
redenering. Als het kabinet iets nodig heeft van deze Kamer om iets te
regelen met de IKC, stuur dan gewoon een briefje. Moeten wij dan een
motie indienen? Maar ik wil vooral gewoon dat de minister aan de slag
gaat. Als daarin stappen zijn overgeslagen, kom dan naar de Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het gaat echt alleen om het budgetrecht van de Kamer. Meer is er niet
nodig. Ik kan pas formeel geld openstellen als ik daarvoor ook budget
heb. Dat is dus een hygiënestap. Daarom zeg ik dat het enige wat de
Kamer hoeft te doen, is stemmen over de Voorjaarsnota. Dan is dat budget
er en kan dat gaan gebeuren. De 6.000 medewerkers voeren een heleboel
andere regelingen uit, waaraan uw Kamer ook sterk hecht. Dat geef ik dus
ook nog maar even mee. We gaan het nog een keer stress-testen, kijken
wat er kan. Het kan dus wel zijn dat daar dan een trade-off op komt te
zitten, bijvoorbeeld op de openstellingstermijn. Met elkaar kiezen we
dan wat we het meest belangrijk vinden. Maar dat was dus de toezegging
die ik al had gedaan. We komen snel met een briefje.
De voorzitter:
Dank voor de toelichting. Een vraag van de heer … O, excuus, heeft u een
vervolgvraag? Gaat u eerst.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank voor de beantwoording. Ik denk wel dat we hier een punt raken dat
precies de kern is van dit debat. Er zijn procedures, er zijn budgetten
enzovoort, maar feit is dat de industrie al jarenlang zit te wachten op
de ondersteuning. Als het echt kritiek begint te worden met iets wat ons
nu overkomt, zoals Hormuz, dan moet er gewoon actie ondernomen worden.
Kunnen we niet bij de RVO kijken wat prioriteit heeft? Wat mij betreft
staat dit bovenaan. Ik kijk ook naar de rest van de Kamer. Ik constateer
dat we nu niet alles doen om de industrie te helpen. Ik zou de minister
toch op willen roepen om nu gewoon aan de slag te gaan met de ambtenaren
en met budgetrecht. Vraag iets aan de Kamer, maar het moet vooral nu.
Kan zij daarop reflecteren?
De voorzitter:
Minister, kunt u nog iets anders doen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We doen echt alles wat we kunnen. Ik zie het als een warme oproep, want
ik voel de urgentie ook, net als de heer Van den Berg. Ik heb intern ook
gevraagd of het niet sneller kan. We gaan nog een keer kijken of we u
misschien opties kunnen voorleggen. U zegt eigenlijk: is het nog een
optie om dan misschien iets anders te vertragen? Ik kan kijken of dat …
We hebben ook te maken met mensen die allemaal al hele volle pakketten
hebben. Dan kan het inderdaad een kwestie zijn van wat je wel en niet
doet, maar daaraan zijn ook altijd kosten verbonden, zeg ik dan maar
even.
De voorzitter:
Ja.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat is de realiteit. Daarom zeg ik dat we nog een keer gaan
stress-testen. We gaan echt kijken wat we eruit kunnen halen, maar ik
vraag ook begrip voor de vraag hoever we moeten gaan om het verschil
tussen voor en na de kerstboom goed te maken. Het gaat namelijk niet
over een jaar. Het valt net in een ander jaar, maar dat is geen jaar
vertraging. De vraag is dus wat een maand of twee maanden versnelling
mag kosten. Dat is ook een vraag die we daarbij moeten afwegen. Hoeveel
scheelt dat dan in realiteit voor de bedrijven en hoeveel kost het ons
als we een van de andere opties kiezen die suboptimaal is? Daarom leg ik
de dilemma's dan gewoon aan u voor. Ik geef u natuurlijk mijn voorkeur,
maar dan kunnen we daarin ook in alle oprechtheid wegen wat we willen
doen. De urgentie is superduidelijk. Uw Kamer moet dus goedkeuring
geven. Dan moet het door de Europese Commissie worden goedgekeurd en dan
moet er voldoende tijd zijn voor de openstelling. Er komen dus 22 nieuwe
sectoren bij. Die moeten ook een eerlijke kans krijgen om in te dienen.
Dat zijn de kaders waarmee we te maken hebben.
De voorzitter:
Ik ga naar de heer Flach. Heeft u nog steeds een vraag?
De heer Flach (SGP):
Jazeker, voorzitter. Ik sluit mij overigens helemaal aan bij de vragen
van de heer Van den Berg. Ik heb ook iets gezegd over die 6.000
medewerkers. Niets ten nadele van hen, want die zijn allemaal met
nuttige regelingen bezig. De oproep is vooral: zorg voor prioriteit in
plaats van capaciteit, omdat het voor de liquiditeit van bedrijven wel
degelijk kan uitmaken of die het geld drie maanden later ontvangen. Dat
geldt zeker voor bedrijven die het al moeilijk hebben. Mijn vraag gaat
over de CO₂-heffing. Ik heb gemist wanneer het wetsvoorstel komt, maar
ik ving net, toen ik binnenkwam, wel op dat we de afschaffing zorgvuldig
moeten doen, omdat het mogelijk ook budgettaire consequenties heeft. Ik
zou daarbij willen opmerken — daar koppel ik dan ook een vraag aan — om
goed te kijken of het ook echt budgettaire consequenties heeft. We
hebben namelijk bedrijven uit de Rotterdamse haven zien vertrekken. Die
betalen geen vennootschapsbelasting en geen loonbelasting meer. Daarmee
loop je dus heel veel inkomsten mis. Laten we dus niet sec kijken naar
de misgelopen inkomsten van de CO₂-heffing, maar ook naar de misgelopen
inkomsten door bedrijven die vertrekken. Mijn oproep is: kijk
alsjeblieft breder naar budgettaire consequenties.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Daarin kan ik de heer Flach volledig geruststellen. Het ging meer om een
budgettair risico, gerelateerd aan bepaalde Europese kaders. Het ging
niet om budgettaire consequenties. Ik ben het helemaal met hem eens:
deze gaan we afschaffen, zo snel mogelijk. We doen het wel zorgvuldig,
zodat we niet penny wise, pound foolish zijn, maar ik ben het helemaal
eens met wat de heer Flach zegt. Daar hangt het dus niet op. Dit zeg ik
even om hem gerust te stellen.
De voorzitter:
Ik zag eerst nog de hand van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik miste in de beantwoording van de minister over de envelop nog een
reactie op het verbinden van voorwaarden aan de envelop, zoals
bijvoorbeeld ook in Duitsland wordt gedaan. Daar wordt de envelop dus
echt ingezet als slimme investering in plaats van slechts een
compensatie. Het gaat dus bijvoorbeeld om het koppelen van de
besparingsplicht aan herinvestering.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan kom ik eigenlijk meteen op de twee vragen, zowel die van mevrouw
Müller over de voorwaarden als die van mevrouw Van Oosterhout over de
voorwaarden op de andere zaken. Aan de ene kant verplicht de EU bij de
IKC namelijk dat je ten minste aan een van de vier voorwaarden moet
voldoen. Nederland kiest er al vele jaren voor om meerdere voorwaarden
te stellen. Dat is dus al een hele tijd zo. In die zin klopt het dus,
mevrouw Müller, maar dat is al jaren het geval. Voorwaarden stellen aan
de enveloppen kan dan weer een risico zijn voor de snelheid. Daar zit
dus een spanning in. Ik denk dat we er in de totaliteit van het pakketje
voor moeten zorgen dat we de juiste balans houden tussen zorgen dat het
snel gaat en zorgen dat het de juiste prikkels geeft. Wat dat betreft
krijgt u uiterlijk op Prinsjesdag in de brief een integraal beeld van
zowel de elektriciteitsenveloppen als de IKC. Wat wel of niet kan en wat
wel of niet wenselijk is aan voorwaarden, zullen we daarin integraal
voor u meenemen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat snelheid een afweging is, maar ik zou de minister ook wel
heel graag willen meegeven dat een ongerichte compensatie het doel ook
niet ten goede komt. We kunnen deze compensatie juist als vliegwiel
gebruiken door de herinvestering te benadrukken, en door de
flexibiliteitsbonus te gebruiken zoals ze die in Duitsland ook
gebruiken. Als we het in deze Kamer met elkaar hebben over gelijk
speelveld, vind ik het belangrijk dat we dat ook omgekeerd doen. In
Duitsland verbinden ze wel dit soort voorwaarden aan de compensatie. Ik
zou de minister willen meegeven dat het belangrijk is om dit ook in de
Nederlandse context mee te nemen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Tegen mevrouw Van Oosterhout zeg ik: ja, en. Want om vandaag te
verbinden met morgen, moeten we er ook voor zorgen dat de
concurrentiepositie van vandaag goed genoeg is om de prikkels te kunnen
geven om naar de verduurzaming te gaan. Daarbij is er sprake van een
soort inherente spanning. We bepalen continu met elkaar: wat is de
juiste knop en hoever draai je die open? Hierbij is er ook nog een ander
vraagstuk: hoe gaan we de envelop benutten? Als we die bijvoorbeeld
inrichten als een subsidie aan TenneT, wat een van de opties is om de
kosten te verlagen, dan kun je die dus niet koppelen aan voorwaarden
voor de industriële bedrijven die daar dan gebruik van maken om bepaalde
dingen te doen. Daarom hecht ik aan het volgende. We hebben een pakketje
om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven te verbeteren. Dat
bestaat uit drie componenten: de IKC, de envelop elektriciteitskosten en
het afschaffen van de CO2-heffing. We halen dat al naar voren
vanwege de urgentie en we zorgen ervoor dat dat pakketje in z'n
totaliteit zo effectief en efficiënt mogelijk werkt. Bepaalde
ontwerpkeuzes bepalen of je wel of geen voorwaarden kunt stellen. We
zullen u over die opties informeren in een brief.
De voorzitter:
Goed. Ik zie nog twee handen. Ik begin bij mevrouw Müller. Daarna komt
de heer Vermeer aan bod.
Mevrouw Müller (VVD):
De minister stelt mij gerust met de woorden die zij spreekt over de
voorwaarden van de envelop. Ik begrijp dat Nederland ervoor heeft
gekozen om ten opzichte van andere landen meer voorwaarden vast te
stellen als het gaat om de IKC. De Europese Commissie vraagt om één van
de vier en Nederland om alle vier. Ik begrijp dat dat wij dat al jaren
doen. Tegelijkertijd voegen we nu ook 22 extra sectoren toe. Wilt u dus
toch nog eens goed bekijken of het wel verstandig is om dat te doen in
vergelijking met de andere landen? Wilt u, als u ons hierover informeert
in de brief, ook aangeven waarom die afweging precies gemaakt is? Want
dan kunnen wij dat ook afwegen als Kamer.
Tot slot.
De voorzitter:
U heeft nu echt duidelijk een vraag gesteld, dus ik wil eigenlijk naar
de beantwoording van de minister gaan. Het waren eigenlijk twee vragen,
maar ze hadden met elkaar te maken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zal dat ook toelichten in dat integrale pakketje. We proberen daarmee
natuurlijk een stap naar voren te maken. We zullen ook schetsen wat het
belang is van die incentives, die voorwaarden, zodat u dat in
integraliteit kunt wegen.
De voorzitter:
U mag nog een vraag stellen, mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik denk dat dit niet aan bod komt in het kopje Europa. De heer Jumelet
vroeg naar het eventueel openstellen van een consultatie voor het NPE.
Ik ben benieuwd naar het antwoord daarop, want ik vond dat wel een mooie
vraag. Ik wil namelijk ook heel graag dat de industrie in ieder geval
goed kijkt naar wat we eigenlijk aan het doen zijn met de herziening van
het NPE.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voorzitter, ik suggereer om dit niet als interruptie te tellen, want het
antwoord op deze vraag komt in blokje vier. Een sneak preview is dat wij
het ook heel belangrijk vinden dat de industrie betrokken wordt, maar
daar kom ik zo meteen nog wat uitgebreider op terug.
De voorzitter:
Helemaal goed. Die heeft u nog tegoed bij het blokje over nieuwe
industrie.
De heer Vermeer (BBB):
Als de minister met die regelingen komt, wil zij in de toelichting dan
vermelden wat de overeenkomsten en verschillen zijn met Duitsland en
België? Duitsland heeft nog steeds een volumecorrectieregeling. Ik vraag
dit zodat we echt goed inzicht krijgen in het verschil qua voorwaarden
en tegemoetkomingen. Dan hoeven we dat niet weer allemaal op te
zoeken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We richten deze instrumenten natuurlijk ook in de context van de
speelveldtoets in. Het gaat inderdaad om de vergelijking met de
buurlanden. Ik zeg de heer Vermeer graag toe dat we dit opnemen in de
brief. Als je vergelijkt wat Nederland doet in relatie tot onze
buurlanden, dan zul je zien dat het pakketje in elk land net ietsjes
anders is. Daarom is het belangrijk om de pakketten te vergelijken. Dat
zullen we dus ook doen.
De voorzitter:
Dank u wel. U kunt verder met de beantwoording.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan ga ik naar de maatregelen die in de Europese context relevant zijn
voor Nederland. Ik heb net ook al even onderstreept dat het een feit is
dat de basischemie het zwaarst onder druk staat door de mondiale
concurrentie. Ja, dat is zo; dat herken ik. In Europa en in Nederland
staat dat op het netvlies. Daar maken wij ons zorgen over.
Er is gevraagd door D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en een paar
andere naar wat het ETS doet. Dat ging eigenlijk over de vraag wat er
recent in Brussel besproken en afgesproken is, want "soms staat daar
iets over in de krant". Toen ik bij de Raad was, werd mij heel duidelijk
dat een stevige meerderheid zegt dat het ETS echt de hoeksteen van het
beleid is en dat dat zo moet blijven, omdat het voorspelbaarheid geeft
over waar we op koersen. Verder zegt men: benut wel de knoppen voor
flexibiliteit die in het ETS zijn ingebouwd, want die knoppen zitten er
niet voor niets in. Je kunt hiervoor nooit een precieze blauwdruk
opstellen. Dat is ook wat de Europese Commissie heeft toegezegd.
Aan die knoppen draaien betekent dan natuurlijk wel dat je de
inspanningen gedurende de looptijd van het ETS verplaatst. Maar die
knoppen zitten erin vanwege de flexibiliteit, die soms nodig kan zijn.
Dat zijn ook de knoppen waar de Europese Commissie mee werkt binnen dat
sterke ETS. Vanuit de industrie is er in de aanloop naar die Raad ook
veel steun gekomen om het ontwerp zo te houden, gebruik te maken van de
flexibiliteit die in het systeem zit en het systeem dus niet op de schop
te nemen. Daar heeft Nederland zich ook stevig voor uitgesproken, want
die langetermijnduidelijkheid is voor iedereen ongelooflijk
belangrijk.
Het kabinet is voorstander van een sterk ETS en van Europese
koolstofbeprijzing. Rondom de herziening en het aanzetten van die
knoppen zetten we in op verbetering voor industrieën die
concurrentiedruk ervaren, zonder af te doen aan de integriteit van het
ETS. Die verbeteringen, waaronder het door een aantal leden genoemde
CBAM, moeten zich natuurlijk inderdaad vooral richten op het versterken
van maatregelen tegen kostenlekkage. Als je dat niet doet, wordt het
misschien ergens anders geproduceerd, terwijl wij het hier nog steeds
gebruiken. En daar schiet echt helemaal niemand wat mee op!
De herverdeling van gratis ETS-rechten middels ETS-benchmarks is een
optie, onder andere voor de chemie, om te voorkomen dat de productie van
al die producten die we gebruiken naar het buitenland wordt verplaatst.
Daarnaast zet het kabinet ook in op verbetering van de randvoorwaarden,
bijvoorbeeld via Grids Package en de Industrial Accelerator Act. Dat
alles samen zorgt ervoor dat we een robuust pakket hebben, waarbij de
industrie, die strategisch van belang is voor Europa, in Europa de kans
krijgt om te vergroenen, zonder dat ze in de tussentijd weggeconcurreerd
wordt vanuit andere landen waar niet dezelfde stappen worden
gezet.
Vraagcreatie is een belangrijk element in dat hele pakket. Als we een
markt kunnen creëren, geeft dat namelijk meer ruggensteun aan de
investeringen die we bedrijven vragen te doen. Bovendien levert het
alleen maar effect op als er uiteindelijk ook vraag naar die schone
producten ontstaat, want voor wie produceer je het anders?
SGP, D66, PvdA-GroenLinks, ChristenUnie, velen van u dus, vroegen naar
de Industrial Accelerator Act. Het CDA deed dat uiteraard ook. De
Industrial Accelerator Act is gericht op staal, cement, beton,
aluminium, auto-onderdelen en schone technologie. De act schrijft nu
alleen nog maar beperkte productnormen en oorsprongscriteria voor.
Nederland ziet graag meer ambitie en we gaan daar ook concrete ideeën
voor aandragen, zodat het ook gewoon concrete kansen biedt voor ons
bedrijfsleven. Heel concreet willen we vraagcreatie voor de
chemiesector, juist omdat daar de spanning zo groot is. Nederland trekt
daarom de werkgroep Lead Markets in de onlangs opgerichte Critical
Chemicals Alliance om dit Europees vorm te geven en in de IAA te laten
landen. Daar zijn we dus nadrukkelijk een voortrekkersrol aan het
spelen.
We kijken ook nadrukkelijk naar uitbreiding richting private markten.
Met het oog hierop zullen we in lijn met het vorig jaar gepubliceerde
non-paper over vraagcreatie opnieuw pleiten voor algemene normering van
relevante producten die op de Europese markt komen. Ten slotte kijken we
ook naar de mogelijkheden voor vraagcreatie richting groene kunstmest en
bioraffinage. Op nationaal niveau zijn er daarnaast al enkele
initiatieven genomen om de vraag naar duurzaam geproduceerde goederen te
stimuleren. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de grond-, weg- en waterbouw.
Ook gaat mijn ministerie in gesprek met mijn collega van Defensie om te
kijken hoe ook deze sector een bijdrage kan leveren aan de vraag naar
duurzame Nederlandse en Europese producten. Ik kan namens de collega van
Defensie zeggen dat hij ernaar uitkijkt om daar samen naar te gaan
kijken.
De heer Grinwis vroeg of er maatregelen komen, zoals die voor de
bescherming van de staalsector. We kijken dus in de context van de
Critical Chemicals Alliance hoe we het kunnen versterken.
Afgelopen december heeft de Commissie een voorstel gedaan om CBAM te
herzien. Het wordt uitgebreid naar eindproducten. Er komen betere
anti-ontwijkingsmaatregelen en de regels voor elektriciteit worden
verbeterd. We hebben u op 6 maart geïnformeerd over onze beoordeling van
dit voorstel. We zijn over het overgrote deel positief en we dragen het
ook echt actief uit in Europa. Volgens mij had ik u in ons eerste debat
al gezegd dat ik van plan was om echt actief te zijn in Europa en dat
doen we dus ook. Ik ga binnenkort, begin mei, ook weer een dag naar
Brussel om daar met veel Commissarissen te spreken. Dat staat los van de
Raad en dat doe ik om echt de tijd te hebben om een aantal dossiers
nadrukkelijk bij een aantal mensen onder de aandacht te brengen. We
werken ook echt nadrukkelijk samen met andere landen wanneer we dit
soort dingen doen, zodat we zo veel mogelijk gewicht krijgen achter wat
we proberen te veranderen.
De chemische sector is wel technisch en administratief complex als je
het hebt over de reikwijdte van CBAM. Hier geldt wel een beetje: als het
simpel was, dan zat het er al wel onder. Maar ik heb net dus al
aangegeven hoe we via die Critical Chemical Alliance proberen om
voortgang te maken, omdat het voor die sector zo kritisch en zo
belangrijk is.
Er was een vraag van mevrouw Van Oosterhout over Defensie en
zonnepanelen. Daar gaan we inderdaad naar kijken. Publieke aanbesteding
is namelijk een ongelooflijk belangrijk instrument. Ik raakte laatst op
een dag over circulaire economie in gesprek met een Nederlandse
ondernemer uit het zuiden van het land die circulaire zonnepanelen
maakt. Als er een kogel doorheen wordt geschoten, blijven die gewoon
werken, in tegenstelling tot sommige andere zonnepanelen! De
weerbaarheid van sommige nieuwe innovaties, ook op het gebied van
zonnepanelen, is echt heel mooi. Ik heb de staatssecretaris van Defensie
overigens ook even gewezen op deze innovatie. Maar ook hier: we kijken
dus naar de Critical Chemical Alliance om te zien op welke manier we
kunnen helpen. Ik ga verder dus ook graag in gesprek met mijn collega
van Defensie.
Voorzitter, dat waren de antwoorden in dit blokje.
De voorzitter:
Dank u wel en dank voor het hoge tempo. U kunt even op adem komen, want
er zijn een aantal vragen voor u. Ik begin met de heer Flach en daarna
ga ik naar de heren Jumelet en Klos.
De heer Flach (SGP):
Ik werd wat getriggerd door een term die bijna en passant voorbijkwam:
"groene kunstmest". Dat bestaat al duizenden jaren en dat heet gewoon
dierlijke mest! Misschien moeten we daar dan toch maar weer eens naar
kijken, want blijkbaar is dat zo gek nog niet.
De voorzitter:
Is dat uw vraag?
De heer Flach (SGP):
Nee, voorzitter.
De voorzitter:
Wilt u dan alstublieft uw vraag stellen.
De heer Flach (SGP):
Dat klopt, maar ik had er even deze inleiding voor nodig. Die kunstmest
is inderdaad precies de reden dat ik bijna aan het drammen ben op die
vrijstelling voor ammoniakproductie. De Kamer heeft daarom ook een motie
daarover aangenomen. De minister komt daar wellicht in haar
beantwoording nog op, maar als we die stap gaan zetten, is dit wel echt
cruciaal. Door het voor het oog verlagen van een ambitie kun je zo
misschien wel juist een hele goede stap maken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het zat inderdaad verderop in de beantwoording, maar laat ik er nu het
volgende over zeggen. Ik kom binnenkort met een voorstel voor RFNBO naar
de Kamer. Daar zit dit ook in. Ik wil me na deze aansporing van de heer
Flach nog een keer goed laten informeren hoe het precies zit en of het
inderdaad een hele goede aansporing zou kunnen zijn en, zoals hij zegt,
zelfs een verhoging van de ambitie. Voor zover ik het op dit moment kan
overzien zijn er namelijk ook goede redenen om het niet te doen. Maar
naar aanleiding van deze aansporing van de heer Flach zal ik het nog een
keertje goed bekijken. Als ik het wetsvoorstel naar de Kamer stuur,
komen we er zeker nog over te spreken en dan kan ik het dus in de
context van dat wetsvoorstel wat beter duiden. Ik hoop dat dat goed
genoeg is voor de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Helder. Dan koppel ik daar nog aan dat ik het ministerie voorbeelden uit
België heb doen toekomen. Het is goed om ook daarnaar te kijken en om
ter harte te nemen wat de minister zelf ook zei: er zitten knoppen in
die richtlijn en die zitten er niet voor niks in.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan er bij het wetsvoorstel over spreken. Ik kom zo meteen overigens
nog met een tijdslijn en een planning voor dat wetsvoorstel, maar dan
hebben we dit in ieder geval al gewisseld.
De voorzitter:
Deze aanmoediging is ter harte genomen.
De heer Jumelet (CDA):
De minister sprak uitgebreid over vraagcreatie. Dank daarvoor en voor
het inzicht in wat er allemaal nog staat te gebeuren. Maar nog even wat
preciezer, want het is natuurlijk toch wel beperkt als het gaat om de
sectoren waar dan op gedoeld wordt. Er wordt wel gekeken naar meer
mogelijkheden. Gisteren spraken we hier ook over hernieuwbare energie en
dan zie je dat het heel erg belangrijk is dat vraag en aanbod bij elkaar
worden gebracht. Is het wellicht ook een idee om daarover in nationaal
en Europees verband afspraken te maken? Vraagcreatie is namelijk de
basis om uiteindelijk groen te kunnen produceren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Inderdaad, gisteren hebben we dit gewisseld, maar het is heel goed dat
dit hier nog terugkomt. Voor de verduurzaming van de industrie is het
cruciaal dat we het aanbod en de vraag bij elkaar brengen. Dat is in de
context van de hele keten, dus vanaf de energieproductie tot en met de
creatie van de groene producten. Daar zal de staatssecretaris zo meteen
ook nog even op terugkomen in de context van maatwerkafspraken, een
beetje zoals we dat gisteren bespraken. Je kunt een fysiek cluster
hebben of een ketencluster; hoe gaan we daarmee om? Ik kijk even of we
in de tweede termijn nog iets meer kunnen zeggen over wat er nu
specifiek vanuit Brussel onder de verschillende initiatieven die ik
noemde, concreet aan zit te komen voor vraagcreatie, want het staat in
Brussel echt op de agenda, ook in de Europese Raad. Al mijn collega's
vragen ernaar. De wil is er dus zeker, maar de vraag is even: kan ik nog
iets preciezer zijn in waar we dan mogelijkheden zien? Want net als de
heer Jumelet en vele anderen in de Kamer vind ik dat die dingen bij
elkaar moeten komen. Wat is daar nog aan te verbeteren? Daar kom ik in
tweede termijn misschien nog even op terug, als we nog meer details
hebben, en anders zie ik het als een warme aansporing.
De voorzitter:
Ik stel voor dat eventuele vervolgvragen dan ook in tweede termijn
gesteld kunnen worden.
De heer Klos (D66):
Dank voor de beantwoording over het Europees emissiehandelssysteem. Dat
antwoord stelde mij in zekere zin gerust. In de brief ging het er
namelijk nog over dat het kabinet het ETS zou willen aanpassen, maar nu
heeft de minister het erover dat ze bestaande flexibiliteiten zou willen
gebruiken. Kan de minister nog iets preciezer uitleggen welke bestaande
flexibiliteiten ze dan zou willen gebruiken en welke gevolgen dat zou
hebben voor de CO2-prijs, en dus ook voor de businesscase van
de vergroening van een aantal bedrijven in Nederland?
De voorzitter:
Ik ben benieuwd of dat een wat beknopte uitleg kan zijn, want we lopen
nu een klein beetje uit. We hadden de vaart er goed in, maar we lopen nu
iets uit. Het is allemaal heel interessant, dus ik geef er alle ruimte
voor, maar ik let ook, met u, op de tijd.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het gaat inderdaad om aanpassingen binnen het systeem. Laat dat helder
zijn. Vandaar inderdaad de knoppen. Waar denken we bijvoorbeeld aan? Je
kunt bijvoorbeeld denken aan: wie krijgt welke mate van vrije rechten?
Dat is zo'n knop die in het systeem zit en waar je aan kunt draaien,
waar je iets mee kunt in de context van die flexibiliteit. Ik hoop dat
dat een mooi voorbeeld is. We komen vast nog over allerlei andere
voorbeelden te spreken wanneer het concreter wordt, want dan kunnen we
aangeven wat de Commissie van plan is om te doen en wat onze appreciatie
is. Dan brengen we dat bij elkaar.
De heer Klos (D66):
Heeft het gebruik van deze flexibiliteiten dan een drukkend effect op de
CO2-prijs? Kan de minister daar nog iets over zeggen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat hangt echt af van de inrichting, denk ik. Als je bijvoorbeeld hele
grote hoeveelheden vanuit de toekomst naar voren zou halen, zou dat nu
een drukkend effect op de prijs kunnen hebben, maar zou dat in de
toekomst kunnen leiden tot een extra versterking van de prijs. Het hangt
dus echt af van de maatvoering, en natuurlijk ook van wat er verder in
de markt gebeurt en hoeveel vraag naar die rechten er is. We kunnen daar
in theoretische zin iets over zeggen, maar of daar zo'n effect van te
verwachten is, hangt af van het pakket en van hoe en in welke
maatvoering de Commissie het precies zal willen doen. Misschien hou ik
het daar maar even bij op dit moment.
De heer Klos (D66):
Dat snap ik, maar Nederland is natuurlijk geen bystander. We staan niet
als observant te kijken naar wat de Commissie doet. Mag ik het dan zo
begrijpen dat de Nederlandse positie is dat ons land niet wil dat de
flexibiliteiten zo worden gebruikt en zo'n drukkend effect op de prijs
hebben, dat het een negatief effect heeft op de businesscase voor de
vergroening van de industrie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We willen natuurlijk dat die vergroening doorgaat en daar zijn veel
dingen voor nodig, dus dit zullen we ook meenemen in onze appreciatie
van de voorstellen van de Commissie.
De voorzitter:
Helemaal goed. Ik zie dat er nog een aantal vragen is. Ik begin bij het
lid Kostić. Nee, zij wacht liever nog heel even af. Dan ga ik eerst naar
mevrouw Oosterhout en daarna naar de heer Grinwis. Dan kom ik daarna
terug bij het lid Kostić.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Over het aannemen van een actieve houding tegen afzwakking van het ETS
is een motie aangenomen in de Kamer. De minister zou zich daarvoor
inspannen. Ik heb toch het idee dat de heer Klos misschien onterecht een
beetje gerust wordt gesteld door de minister, want het is nogal wat om
de Market Stability Reserve aan te passen en die benchmarks aan te
passen. Dat gaat wel degelijk een effect hebben op de prijs. De vraag is
dus nogmaals: gaat de minister hiertegen in en verzet zij zich hier
stevig tegen in Brussel?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan echt voor een activerend ETS. Ik snap dat er een context is
waarin we moeten zorgen dat die industrie niet verdwijnt. Dat heeft u
ook eigenlijk allemaal gezegd. Wij zijn tegen afzwakking van het ETS. Ik
heb letterlijk in Brussel gezegd: don't mess with the ETS. Het gaat echt
om knoppen die, niet voor niks, in het systeem zitten; die willen we op
een goede manier benutten. Daar hebben we het over, juist zodat de
langetermijnstabiliteit bewaakt blijft. Dat is een hele belangrijke
randvoorwaarde voor de voortdurende vergroening. Dan kijk ik verder nog
even naar waar de Commissie specifiek mee komt, maar ik hoor ook van u
in de breedte: zorg dat het activerend blijft. Daar ben ik het helemaal
mee eens.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank voor deze antwoorden. Dat blijf ik nauwlettend volgen.
Ik had een andere vraag over wat de minister zei in reactie op de zorgen
die onder andere de ChristenUnie heeft geuit over de chemie. Voor staal
zijn er allerlei inspanningen, maar hoe zit het met de chemie? Dan zegt
de minister: we hebben de Critical Chemicals Alliance in Europa en die
heeft hier aandacht voor. Maar hoe voorkomen we dat dat een praatcircus
wordt en dat hier in de tussentijd allerlei chemische bedrijven failliet
gaan doordat er gedumpt wordt door concurrenten? Hoe gaan we voorkomen
dat het te lang gaat duren en hoe zorgen we dat een beetje spoed wordt
gezet achter maatregelen ten behoeve van onze chemiesector?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Wij nemen juist een actieve en trekkende rol in de Critical Chemicals
Alliance. Ik zeg dus niet: er is zoiets als een Critical Chemicals
Alliance en die doet wel een keer wat. Nederland neemt daarin een
actieve rol. Het doel is om binnen zes maanden met concrete voorstellen
voor aanpassingen te komen.
De voorzitter:
Buiten de microfoon zei u dat we daarover worden geïnformeerd. Wilt u
daar een termijn aan hangen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als die voorstellen binnen zes maanden komen, komt die brief natuurlijk
over zo rond de zes maanden, op z'n laatst. Ik informeer u zodra we de
uitkomsten daarvan hebben; als we die uitkomsten over twee maanden
hebben, ga ik die brief natuurlijk niet laten liggen tot vier maanden
daarna. We werken er hard aan. Het gaat om concrete suggesties voor
verbeteringen, want daar heeft de industrie wat aan. Zodra we dat beeld
helder hebben, informeer ik u daarover.
De voorzitter:
Dat lijkt me een prima voorstel. Ik zie dat de commissie dat ook
voldoende vindt. Dan gaan we door naar het volgende blokje, wat mij
betreft. Excuus, het woord is nog aan het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb veel te veel vragen, maar ik houd het nog even op een
vervolgvraag op de vraag van mijn collega van GroenLinks-PvdA of PRO. De
minister zegt: don't mess with the ETS. Maar zij zegt ook: we gaan aan
knoppen draaien. Dan wordt het toch een beetje spannend voor ons, want
we weten dat het ETS nu al niet in lijn is met wat er volgens de
wetenschap moet gebeuren met de snelheid van de reductie. Maar goed, dan
willen we op z'n minst gerustgesteld worden dat het reductiepad nog
steeds hetzelfde is. Hopelijk zegt de minister zelfs dat het eigenlijk
nog ambitieuzer moet. Kan de minister ons dat verzekeren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voor wat er met het ETS gebeurt, ben ik natuurlijk ook afhankelijk van
naar welke kant de balans in heel Brussel doorslaat. Het ETS — daarom is
dat ook zo belangrijk — verzekert ons van het langetermijnperspectief en
legt vast hoe de reductie zal plaatsvinden. Ik herhaal nogmaals: die
knoppen zitten er niet voor niets in. Dat is omdat je van het pad dat we
ooit met elkaar bedacht hebben, niet kunt zeggen: "dat is een blauwdruk"
of "dat is de enige manier waarop je tot die reductie kunt komen".
Daarom zitten die knoppen erin. Ik heb net al duidelijk gezegd: ik ga
voor een activerend ETS, ook wanneer er aan knoppen wordt gedraaid. Er
wordt nu gevraagd: kunt u garanderen dat we helemaal niets doen? Nee,
dat kan ik u niet garanderen. Kan ik u zeggen dat mijn inzet is om er,
zeker namens Nederland, voor te zorgen dat het een ambitieus en
activerend ETS is, waarbij niet alles maar naar het einde wordt
geschoven, wat risico's oplevert voor de haalbaarheid? Dat kan ik wel
zeggen; dat zal ik zeker doen.
De voorzitter:
Oké. Daarmee komen we bij het volgende blokje van de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, dat is de inzet voor de opbouw van nieuwe industrie. We zien in de
vergroening niet alleen kansen om de bestaande bedrijven groener te
maken, maar ook kansen om nieuwe groene bedrijven te laten ontstaan. We
hebben echt aandacht voor de opbouw van die nieuwe industrie. De
versterkte aanpak nieuwe industrie is erop gericht om groene
investeringen in ketens en technieken op te schalen, zodat we
voortvarend een groene economie creëren. Hierbij zet het kabinet actief
in, via de motie-Bontenbal, zeg ik erbij, op individuele begeleiding van
groene innovatieve bedrijven, opschaling en groene investeringen. Er
zijn een aantal mooie voorbeelden, die ik daarstraks al aanhaalde, van
bedrijven die echt mooie stappen aan het maken zijn: Neste, RESU,
Avantium en CIRCTEC. Daar wordt veel mee gesproken.
De aanpak bestaat uit verschillende lijnen. Ten eerste, marktcreatie,
vraagcreatie dus eigenlijk. Ten tweede, het stimuleren van groene
eindmarkten in Nederland en Europa. Ook daar speelt de Critical
Chemicals Alliance een belangrijke rol in. Ten derde, financiering. Met
instrumenten als Invest-NL, NFIA en de ROM's werk ik aan een effectief
financieel instrumentarium gericht op het commercialiseren van groene
producten. We werken aan het oplossen van beleidsmatige knelpunten, ook
in de fysieke ruimte, voor het vestigen van nieuwe groene industrie, via
mijn ruimtelijke economische strategie voor energie-intensieve clusters.
De staatssecretaris zal daar vast ook nog op ingaan zo meteen. Via het
Nationaal Groeifonds wordt voor 2,2 miljard aan publieke middelen
geïnvesteerd in nieuwe schone technologieën en processen. Dat budget
wordt bovendien met private cofinanciering verdubbeld. Het is dus een
investering van 4,4 miljard in die schone nieuwe bedrijvigheid. Met de
Sectortafel Chemie & Materialen geeft het kabinet met een diverse
groep van CEO's mede invulling aan de Ministeriële Taskforce Toekomstige
Welvaart en Vestigingsklimaat. Die sectortafel agendeert concreet
first-of-a-kindprojecten, dus echt nieuwe, grote investeringsprojecten
voor nieuwe processen of bedrijven.
Mevrouw Van Oosterhout had vragen over het instrumentarium. Kan dat meer
ingezet worden voor elektrificatie? Kunnen we dat inzetten voor groene
industrie? Hebben we wel genoeg oog voor bedrijven die geen fabriek
hebben, en dus ook geen uitstoot? De maatregelen gericht op
elektrificatie zijn zowel voor de verduurzaming van bestaande industrie
als voor de opbouw van nieuwe ketens. Je krijgt dus niet alleen
ondersteuning als je een installatie hebt die vuil is en die je schoner
wil maken; er is ook echt steun voor de opbouw van nieuwe ketens.
Regelingen zoals de DEI+, de NIKI en de VEKI zijn cruciale instrumenten
en zijn dus ook beschikbaar voor nieuwe bedrijven. Het pakketje waar we
het net over hadden, dus de verlaging van de elektriciteitskosten en de
verbetering van het level playing field, is ook heel erg belangrijk, ook
zodat nieuwe bedrijven van de grond kunnen komen.
Zowel de heer Jumelet als mevrouw Van Oosterhout hadden een vraag over
de ketenaanpak. Nogmaals, de staatssecretaris zal daar zo meteen meer
over vertellen. Er zijn drie sporen. Het Nationaal Programma
Verduurzaming Industrie, de versterkte aanpak nieuwe industrie en het
generieke subsidie-instrumentarium zetten we daar dus voor in.
De staatssecretaris gaat straks verder in op maatwerk.
Dan was er nog een vraag van mevrouw Van Oosterhout over geld dat
gereserveerd zou zijn bij de Europese Commissie. Dat geld was nog niet
gereserveerd voor een bedrijf dat uiteindelijk niet is doorgegaan. We
hebben het over een voorbereiding op de mogelijke ondersteuning, om te
voorkomen dat het bedrijf naar China zou vertrekken. Dat is dus wel een
voorbeeld van hoe kritisch het soms is en de stappen die soms gezet
worden in het bedrijfsleven. Dat betrof helaas een unieke, eenmalige
mogelijkheid. Het bedrijf heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Wij kunnen
als Nederland dus geen aanspraak maken op deze Europese middelen. In
Rotterdam wordt wel gewerkt aan die circulaire chemie, onder andere door
Blue Circle Olefins, dat onder andere TSE- en Kansen voor West-subsidies
ontvangt. Dat past natuurlijk bij onze inzet op groene groei. Waar wij
zelf mogelijkheden zien om via Europese middelen dit soort bedrijven te
ondersteunen, zullen we dat zeker doen. Maar er staat helaas geen potje
klaar in België waar wij nu als Nederland gebruik van kunnen
maken.
Voorzitter, dat waren mijn antwoorden gerelateerd aan nieuwe
industrie.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog één blokje, namelijk overig.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nog één blokje, ja.
De voorzitter:
Dat is altijd een gevaarlijk blokje, want daar kan zomaar nog uw vraag
in zitten. Dat gaan we dus nog even na met elkaar. Ik kijk rond. Zijn er
interrupties bij dit blokje? Nee. Hartstikke mooi. Dan gaan we gewoon
door naar het blokje overig.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja. Mevrouw Kostić had een vraag over de klimaatdoelen van 2030. Zoals
in het coalitieakkoord aangekondigd gaan we met volle kracht aan de slag
om de klimaatdoelen te halen. Wij weten ook dat het halen van het doel
2030 lastig wordt. Dat bevestigt het PBL ook. Daarbij wil ik wel
aantekenen dat dat niet betekent dat er niks gebeurt. Het PBL zegt dat
de kans niet groot is — ik geloof dat die 5% is — dat we exact het doel
halen, maar dat wil niet zeggen dat de kans dat we daar wel heel aardig
bij in de buurt komen, niet heel groot is. Die twee dingen moeten we
continu met elkaar verbinden. Als je het doel niet haalt, wil dat niet
zeggen dat er niks gebeurt. Dat lijkt me een belangrijke nuancering in
het spreken hierover.
Het kabinet wil de doelen halen door te verduurzamen in Nederland en
niet door afschaling of door verplaatsing van de productie naar elders.
Daarom zetten we in op een stevige Europese aanpak gericht op de langere
termijn en op daadwerkelijke verduurzaming. Diezelfde inzet speelt ook
bij de uitvoering van het Bonairevonnis. Samen met mijn
collega-bewindspersonen werk ik aan een aanpassing van de Klimaatwet
voor het opnemen van een tussendoel in de aanloop naar 2050. We stellen
een hoger beroep in vanwege juridische redenen. Dat heb ik toegelicht.
Denk met name aan de implicaties van het vonnis voor de lucht- en
scheepvaart. We zijn dus volop aan de slag. In de Klimaat- en
Energienota, die op Prinsjesdag gepubliceerd wordt, gaan we in op de
Klimaat- en Energieverkenning 2026. In lijn met het coalitieakkoord
nemen we in het voorjaar van 2027 indien nodig aanvullende nationale
maatregelen ter bevordering van de verduurzaming en de vermindering van
de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Het CDA heeft een vraag gesteld over de aannames voor technologische
ontwikkeling, de import van energie en grondstoffen, en de systeemkosten
die ten grondslag liggen aan de actualisatie van het NPE. Zijn we bereid
om een openbare consultatie te starten over de herijking? Allereerst
dank voor deze belangrijke aandachtspunten. Dit soort aannames zijn
inderdaad belangrijk bij het maken van het plan. We zullen dat zeker
meenemen in de actualisatie die na de zomer naar de Kamer wordt
gestuurd. Die actualisatie is gebaseerd op de optelsom van verwachtingen
over onder meer ontwikkelingen in de technologie, de beschikbaarheid en
de kosten van energie en grondstoffen, en de grenzen aan de
uitvoerbaarheid en de ruimte. Het moet immers allemaal passen. Daarom is
die actualisering elke vier jaar zo belangrijk. We kunnen dan steeds de
laatste stand van de technologie meenemen en we weten dan ook hoe het
werkt met het ruimtebeslag, zodat we weer nieuwe inzichten kunnen
ontwikkelen.
Er is heel veel ruimte voor consultatie in dat proces om te komen tot
een actualisatie. Zo vinden er momenteel dialoogsessies plaats met
stakeholders uit de elektriciteits-, de waterstof- en de koolstofketen,
en met onder andere de NPVI-stuurgroep, het platform verduurzaming
industrie en het Nationaal Water Programma. We hebben niet gekozen voor
een publieke consultatie, omdat de bijstelling grotendeels gaat over de
industriebeelden, waterstof en wind op zee. Er vindt dus wel een
consultatie plaats, maar dan per belangrijke sector die cruciaal is voor
deze actualisatie. We zijn zelf regelmatig met allerlei partijen in
gesprek. Afgelopen woensdag had ik nog alle energieproducenten van
Nederland op bezoek, zowel van gas als van elektriciteit. We spreken dus
heel direct met deze sectoren. Ik kan tegen de heer Jumelet zeggen dat
ook de vraagcreatie daar regelmatig voorbijkomt. Ook dat punt staat dus
op de agenda.
Dan was er nog de vraag over de ammoniakuitzondering. Daarover komt een
nader rapport. De Raad van State heeft hierover geadviseerd. Met dat
nader rapport kom ik binnenkort naar de Kamer. We starten dan ook de
internetconsultatie voor de lagere regelgeving. Over dat pakketje komen
we nog te spreken. Wat betreft het Belgische voorbeeld: de eerste
inschatting is dat het niet een-op-een van toepassing is op de
Nederlandse situatie, maar ik heb net tegen de heer Flach gezegd dat we
daar bij het wetsvoorstel nog een keer goed naar gaan kijken. We zullen
dan goed kijken of het voorbeeld wel of niet van toepassing zou kunnen
zijn op de Nederlandse situatie.
De heer Flach had ook nog een vraag over AVI's. De Kamer heeft gevraagd
om een alternatieve invulling. Hoe wordt dit opgepakt? Dat is niet
simpel. Ik ben daar toevallig laatst, tussen alle andere dossiers, in
gedoken. De definitieve weging van de genoemde en mogelijke alternatieve
dekkingen voor de technische dekking van de polymerenheffing die in
december zijn aangedragen door de Werkgroep Afvalsector vindt in
augustus plaats. In augustus moeten we die weging hebben afgerond om
invulling te geven aan de motie van het lid Stultiens. Er is dan nog
tijd om de wijzigingen mee te nemen in het Belastingplan 2027. We horen
dat bedrijven twijfelen over de relatie met investeringen in CCS of
recycling als de kosten van afvalverbranding onzeker zijn. Dat nemen we
heel serieus. Aramis, waar de heer Flach aan refereerde, heeft
natuurlijk ook een link met dit dossier. Daarom spreek ik met de afval-
en recyclingbedrijven. Samen met de staatssecretaris van Financiën, die
ook een belangrijke partner is in dit geheel, is er een bestuurlijk
overleg met de sector in mei. Dit staat dus op de agenda.
Dan was er een vraag van mevrouw Kostić over Tata, de maatwerkafspraak
en de compliance. Bedrijven in Nederland moeten zich aan de wet houden.
Zoals ik vorige week in het debat over de joint letter of intent met
Tata heb aangegeven, vinden wij het van groot belang dat Tata een
cultuurverandering en een verbetering van control en compliance laat
zien. In de JLoI, de joint letter of intent, is daarom ook opgenomen dat
Tata Steel een plan moet presenteren voor hoe het de cultuur en de
compliance gaat verbeteren. Dit is voor het kabinet een heel belangrijk
deel van de maatwerkafspraken.
Dan had de heer Russcher nog een vraag gesteld over kolen. De context
van de vraag die hij stelde, is dat zon en wind alleen niet genoeg zijn
om Nederland van elektriciteit te voorzien. Dat ben ik met hem eens. Het
is belangrijk dat er op alle momenten van het jaar voldoende
elektriciteit is. Daarom zetten we in op een capaciteitsmechanisme,
waarbij we een vergoeding bieden voor de productie, opslag en
vraagrespons, want dat zijn allemaal communicerende vaten die een rol
kunnen spelen en kunnen helpen bij het bij elkaar brengen van vraag en
aanbod. Rond de zomer stuur ik uw Kamer hier een brief over, zoals al
eerder gewisseld, ik denk gisteren of vorige week.
Er was ook een vraag over het Groninger gasveld. Daarover hebben we ook
al regelmatig met elkaar gewisseld. Het kabinet heeft in het
coalitieakkoord afgesproken om dat niet te heropenen. Dat heeft
overigens geen effect op de prijs. De heer Russcher koppelde het aan de
prijs, maar het zou geen effect hebben op de prijs, zeg ik er voor hem
nog even bij, ter achtergrond.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. U bent aan het einde gekomen van dit laatste blokje. Ik ga
kijken of dat nog tot vragen leidt. Ik zie lid Kostić. Het is trouwens
"lid" Kostić, minister. U heeft daarnet een verspreking gemaakt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
O, excuus!
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb drie vragen over klimaat gemist en twee over Tata. Ik zou de
minister echt op willen roepen om recht te doen aan de moeite die de
Partij voor de Dieren en ik denk ook andere collega's steken in het
voorbereiden van de concrete vragen en dus ook concreet in te gaan op de
gestelde vragen. De vragen over klimaat ga ik heel snel herhalen. De
minister ...
De voorzitter:
Excuus. Is het een idee om ze eventueel even toe te sturen, zodat we in
de tweede termijn daarop ...
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb ze al toegestuurd.
De voorzitter:
O, dat heeft u al gedaan. U was me voor. Dan stel ik voor dat u ze kort
herhaalt, zodat de minister daarop kan reageren, want ik wil natuurlijk
ook ruimte geven voor interrupties op de beantwoording die al gedaan
is.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Laat ik het dan houden op twee vragen over klimaat. Is de minister
bereid om voor de zomer met een brief te komen waarin zij aangeeft welke
maatregelen ze gaat nemen die er wél voor zorgen dat Nederland het doel
haalt? Ze zegt wel "we doen echt wel wat", maar we weten vanuit de
wetenschap dat we niet voldoende doen, dus ik wil weten wat we dan extra
gaan doen. Ik had ook de vraag: schaamt de minister zich ervoor dat de
rechter in de Bonairezaak heeft moeten concluderen dat Nederland als
rijk land mensenrechten schendt en geen eerlijke bijdrage levert aan de
klimaatcrisis?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zag het laatste meer als een beschouwing dan als een concrete vraag,
maar laat ik het volgende zeggen. Ook ik vind dat wij als Nederland
alles op alles moeten zetten om de klimaatdoelen te halen. Dan is het
natuurlijk echt niet mooi als je er door de rechter op moet worden
gewezen dat je ze niet haalt. De mensen van Bonaire vragen ook terecht
om bescherming, zoals dat voor ieder ander in Nederland geldt. Dat neem
ik ook heel serieus. Laat mij dat daarover zeggen.
Op de vraag over de brief en of ik daar voor de zomer mee kom, heb ik in
die zin wel geantwoord dat ik heb aangegeven dat het kabinet begin 2027
waar nodig met aanvullende maatregelen komt. Dat staat ook afgesproken
in het Klimaatakkoord. Ik hoop dus dat ik hierop al tijdig antwoord had
gegeven in de beantwoording zoals ik die net al deed.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik maak me hier zorgen over, want dit hoorden we ook van de voorgaande
kabinetten. Er wordt zo lang mogelijk gewacht, terwijl we heel goed
weten dat we de klimaatdoelen ook met de voorgestelde maatregelen uit
het coalitieakkoord niet gaan halen. Pas in 2027 eventueel met extra
maatregelen komen terwijl we weten dat we het met alle nu in het
coalitieakkoord staande maatregelen niet gaan halen, lijkt voor de
Partij voor de Dieren op uitstelgedrag. Ik stel dus nogmaals de vraag
aan de minister: wil ze niet wachten tot 2027, maar alvast kijken,
misschien in de brief die na de zomer richting de Kamer komt, welke
maatregelen we eventueel extra zouden kunnen nemen, zodat de Kamer daar
op z'n minst naar kan kijken, in lijn met de wetenschap?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zoals ik net ook in de inleiding van dit blokje toelichtte: het feit dat
we een bepaald doel niet halen, wil niet zeggen dat we ondertussen niks
doen om er heel dichtbij te komen. Volgens mij hebben wij gisteren met
elkaar een heel debat gehad over hernieuwbare energie en
energiebesparing. Vandaag hebben een heel debat over de vergroening van
de industrie. Ik vind het heel mooi om te zien dat we in allebei die
debatten breed in de Kamer op zoek zijn naar een manier om te versnellen
en naar wat er nog meer kan. Velen van u in de Kamer dragen suggesties
aan. Volgens mij hoort u mij steeds als ik denk dat ik er iets mee kan
zeggen: "Hier kom ik op terug. Dit ga ik uitzoeken. We gaan doen wat we
kunnen." Dat ik er in het voorjaar, conform het coalitieakkoord, op
terugkom, wil niet zeggen dat ik in de tussentijd op mijn handen ga
zitten. Ik ga uw Kamer waarschijnlijk vaak zien. We gaan veel met elkaar
spreken over hoe we dat stap voor stap verder brengen. Daarin zijn alle
concrete suggesties welkom. Ik zal steeds kijken of het kan en of we er
iets mee kunnen doen, dus op die vraag van het lid Kostić zeg ik: de
brief naar aanleiding van onze evaluatie komt in het voorjaar, maar in
de tussentijd blijven we heel hard aan de slag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan wil ik toch naar het onderwerp Tata Steel. De minister blijft
hetzelfde verhaal afdraaien, namelijk dat ze compliance belangrijk
vindt, maar mijn vragen daarover waren heel specifiek. Ik heb de joint
letter of intent ook gelezen. Specifiek in artikel 15, lid 3, staat dat
als Tata zich niet aan regelgeving houdt, het aan het kabinet is om te
beoordelen of dat een reden is om zich terug te trekken uit de afspraak.
Mijn vraag is dus: kan de minister bevestigen dat er geen
maatwerkafspraken komen met Tata als Tata zich niet houdt aan de
regelgeving en de overtredingen rondom bijvoorbeeld de Kooks- en
Gasfabrieken niet eerst worden opgelost? Daar wil ik gewoon een heel
concreet antwoord op.
Ik had daarbij ook een vraag gemist. Dan rond ik het helemaal af. Kan de
minister toezeggen dat er in mei een juridische analyse naar de Kamer
komt op basis van artikel 15, lid 3, van de joint letter of intent over
de overtredingen, de beoordeling van de compliance van Tata en de
gevolgen van eventuele steun? Ik zeg dit omdat het heel belangrijk is
voor de Kamer om transparantie te hebben over hoe het kabinet dat
artikel toepast.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij, zoals ik het lid Kostić net hoorde zeggen, stond er in de
JLoI, die, zeg maar, de aanloopperiode betreft, dat het aan het kabinet
is om te beoordelen of dat een grond is. Dat in zichzelf is allemaal
geen garantie dat het altijd per definitie een automatisme is, dus
als-dan. Volgens mij heb ik twee weken geleden in de Kamer helder
toegezegd dat wij het van groot belang vinden dat er een
cultuurverandering plaatsvindt, dat er zo'n plan moet komen en dat we
dat een belangrijk deel van de maatwerkafspraken vinden. We vinden het
ook van belang dat we zorgen dat de uiteindelijke maatwerkafspraak
juridisch en financieel kloppend is. In de JLoI zat dus geen
automatisme, van: als er iets is, dan is het automatisch zo. Maar het is
wel zo dat er een grond kan zijn om iets te beoordelen.
De juridische toets waar u naar vraagt, wordt gedaan. Die is niet in mei
afgerond, maar die gaat wel mee met het pakket dat bij de
maatwerkafspraak aan uw Kamer wordt gestuurd. Dat kan ik dus niet in mei
toezeggen.
De voorzitter:
Dan is natuurlijk de vraag wanneer dat wél zou kunnen, want dan kunnen
we dat noteren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die toets komt bij het pakket van de maatwerkafspraken. Ik kan hem niet
sturen voordat we die maatwerkafspraken hebben.
De voorzitter:
Oké, dan doen we dat zo. Ik begrijp ook dat ...
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Jumelet heeft nog een vraag, zie ik.
De voorzitter:
Ja, dat heeft u goed gezien.
De heer Jumelet (CDA):
Even over de openbare consultatie voor de actualisatie van het NPE. Ik
heb gehoord wat de minister daarover heeft gezegd. Ik ben natuurlijk
blij dat al die gesprekken plaatsvinden met al die partijen, die daar
dan ook op bevraagd worden; daar is geen enkel misverstand over. Maar
het is, denk ik, ook wel belangrijk om partijen te kunnen laten reageren
op onder andere de aannames die de basis zijn voor het NPE. Ik doe toch
nog de suggestie om juist wel een openbare consultatie te doen, want dan
hebben we het totaalbeeld helder. Volgens mij zei de minister aan het
begin iets over integraliteit. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat
juist zo'n openbare consultatie ons een heel goed beeld geeft van
datgene dat we hier met elkaar van belang moeten vinden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Jumelet heeft helemaal gelijk dat die aannames heel belangrijk
zijn. Ik denk dat het dus ook van belang is dat we die aannames
specifiek bespreken in de gesprekken die we met de sectoren hebben. Ik
begreep dat er net weer een nieuw scenario is gepubliceerd, wat ook weer
aanleiding geeft om een aantal gesprekken over dat scenario te voeren.
Maar ik zal ervoor zorgen dat we de aannames die onderliggend zijn aan
verschillende scenario's, elke keer expliciet onderdeel maken van de
gesprekken, want de aannames die je doet, bepalen natuurlijk ook waar je
uitkomt. Ik snap dus heel goed waarom de heer Jumelet hiernaar
vraagt.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we door naar de staatssecretaris. Die heeft ook twee
blokjes voor ons. Ik wil hem graag het woord geven.
Staatssecretaris De Bat:
Dank, voorzitter. Een deel is meegeslopen in de eerdere beantwoording,
dus ik zal af en toe toch nog wat schrappen uit de blokjes.
Allereerst sluit ik me graag aan bij de woorden over het belang en de
betekenis van de industrie voor Nederland. De heer Grinwis hield een
lofzang op Rotterdam en ik zou zelf over een ander cluster een soort
lofzang kunnen houden, maar er zijn heel veel meer clusters die
diezelfde lofzang verdienen, weliswaar altijd met de waarschuwing erbij:
het kan goed gaan, maar het moet ook goed blijven gaan. Die opdracht
ligt bij ons allemaal. We hebben bijna alle clusters al bezocht. We
hebben verschillende bedrijven uit de clusters bezocht en we hebben
gesprekken en afspraken gehad met verschillende bedrijven, maar het zijn
er ook wel heel veel. Dat maakt ook, zeker als je spreekt over de
maatwerkaanpak, dat we het een heel goed idee vinden om tot een
clusteraanpak voor maatwerk te komen. We zijn echter nog wel een beetje
aan het puzzelen hoe we die dan concreet maken. Maatwerk per bedrijf is
in die zin relatief eenvoudig qua opzet, namelijk: je spreekt met één
bedrijf en probeert met één bedrijf een aantal zaken te regelen en daar
ook financiële kaders bij te geven om uiteindelijk tot een afspraak te
komen. Met een clusteraanpak heb je het dan over het hele cluster.
Alle clusters hebben een Cluster Energiestrategie gemaakt. Daarin staat
beschreven hoe ze zich naar de toekomst toe zelf kunnen verduurzamen en
wat daar voor het hele cluster voor nodig is. Het cluster van Chemelot
in Limburg heeft al een plan gemaakt voor hoe dat dan weer doorvertaald
kan worden. Eigenlijk wil je van elke cluster zo'n plan hebben om die
doorvertaling te maken, maar daarna wordt het toch wel even spannend,
want die clusteraanpak zal misschien ook financiële middelen vragen. Die
zijn nog niet geregeld, behalve dan de generieke middelen die we hebben.
We kunnen ons natuurlijk wel richten op alles wat op randvoorwaarden
ziet. Daar kom ik straks nog even op terug: mijn tweede blokje gaat over
randvoorwaarden. Maar dat is hoe we naar de clusteraanpak kijken,
namelijk: van de Cluster Energiestrategie, waarin duidelijk de
hoofdlijnen beschreven staan voor hoe men naar de toekomst toe denkt te
verduurzamen, toewerken naar een concrete aanpak en die soms toch ook
weer doorvertalen naar wat er voor een individueel bedrijf nodig is. De
dingen moeten wel samengaan.
We zijn nu acht weken bezig met dit denken. Dat vraagt nog enige tijd,
maar we zullen u er zeker over informeren op de momenten dat we een
eerste afspraak hebben of met een cluster een stap verder zijn. Zo
kunnen we u goed meenemen in wat dat dan betekent en hoe we al die
clusters uiteindelijk ook echt kunnen verduurzamen, met uiteindelijk als
doel om niet alleen die verduurzaming te realiseren, maar ook de
weerbaarheid en de concurrentiepositie van de bedrijven en daarmee het
verdienvermogen van Nederland overeind te houden. Dat is wat we gaan
doen. Dat is ook gewoon leuk om te doen. Sterker nog, er zit ook heel
veel goede wil bij al die bedrijven en clusters om dit allemaal op te
pakken, dus tot op heden is er heel veel enthousiasme.
Ik kom zo nog even op Cox. Ik moest er best even over nadenken wat ik
dan eigenlijk vind van Gerard Cox en dan met name zijn liedjes, maar
goed.
Dan cluster 6. Dat is dan weer een apart cluster. Daar worstelen we ook
wel een beetje mee, want aan de ene kant is het heel belangrijk. De heer
Vermeer vroeg zelfs: wil je daar wel mee door? Ja, natuurlijk moeten we
daarmee door, want de cluster 6-aanpak betekent dat je, nadat je de
grotere bedrijven hebt gehad, probeert bij de grotere groep bedrijven
inzichtelijk te krijgen wat daar nodig is, waar ze mee bezig zijn en
waar ze tegen aanlopen, maar het zijn ook wel heel verschillende
bedrijven. Die bedrijven zitten ook nog eens op heel veel verschillende
plekken in het land. Proberen algemene lijnen uit de clusteraanpak te
halen is dus prima, maar vervolgens zul je in de aanpak ook echt de
regio's nodig hebben om verder te komen. Dat is misschien de verfijning
die we moeten gaan maken: hoe kun je van een algemene cluster 6-aanpak
toewerken naar individuele bedrijven die iets doen of regio's die helpen
om met een groepje bedrijven verder te komen? Ook dat werken we verder
uit.
Er ligt een actieplan, dat al geholpen heeft om bij een aantal bedrijven
daadwerkelijk resultaat te boeken, zoals bij Saint-Gobain, bij Gouda
Refractories en bij Vreugdenhil Dairy Foods; ik leer allemaal nieuwe
bedrijven kennen. Dat zijn allemaal bedrijven waar al stappen zijn
gezet, maar er zijn ook nog steeds bedrijven die wachten op die aanpak.
Daar proberen we ook een aantal aan te koppelen: we willen met 50
regio's waar meerdere bedrijven zitten, weer een stap verder zetten. Het
is dus een hele gefaseerde aanpak om vanuit de algemene lijnen die
voortkomen uit cluster 6, toe te werken naar regionale aanpakken, zodat
je ook daadwerkelijk iets kunt bereiken. Ook daarvoor geldt: de
generieke middelen zijn beschikbaar. Denk aan SDE++, VEKI en ISDE. Meer
specifiek geld is in het coalitieakkoord niet geregeld, dus willen we
daar meer voor doen, dan zullen we ook daar weer op een later moment
zaken moeten voorleggen. Die middelen hebben we nu nog niet, maar ik
denk wel dat we met het goed neerzetten van de randvoorwaarden en deze
generieke middelen al een hele grote eerste stap kunnen zetten. Dat
blijkt ook uit het feit dat we de eerste bedrijven hebben kunnen
helpen.
De heer Jumelet vroeg nog naar een hele specifieke casus. Het gevaar is
dat je misschien wel 300 specifieke casussen zou kunnen benoemen, want
er zijn al heel veel vragen. Leg ze vooral ook even neer in de regio's.
Als zo'n bedrijf in de regio actief is — vaak speelt daar dan ook de
problematiek, denk aan netcongestie of andere zaken die dan belangrijk
zijn — leg die casus daar dan eerst terug. Lukt dat niet, geef ze door
en dan kunnen we altijd kijken wat we daar vanuit Den Haag nog aan
kunnen doen. In de basis zitten de oplossingen vaak ook weer heel
regionaal. Maar als er casussen zijn, geef ze zeker aan ons door. Wij
willen daar graag naar kijken.
Dan nog even wat opgetild de maatwerkafspraken en hoe je die kunt
versnellen. Die vraag heeft een aantal van u ook gesteld. Onder anderen
de heer Klos was daar helder in: kun je nou niet nog versnellen? We
willen altijd versnellen. Volgens mij is het een hele goede eigenschap
om dat te willen. Tegelijkertijd geldt wel dat je ook van een aantal
andere zaken afhankelijk bent. Wanneer kan een bedrijf überhaupt een
investeringsbeslissing nemen? Heel eerlijk: in deze tijd, waarin
bedrijven best heel veel zorgen hebben, is dat niet per se iets waar je
op moet gaan drukken. Bedrijven moeten de tijd hebben om met hun eigen
organisaties, soms ook met hoofdkantoren elders, het goede gesprek te
kunnen voeren over het kunnen nemen van een investeringsbeslissing. Als
het aan de kant van het Rijk zit, aan de kant van de randvoorwaarden,
dan kunnen we er natuurlijk wel zelf naar kijken. Dat doen we eigenlijk
voortdurend, dus dat is ook niet iets waar we mee wachten totdat we
daadwerkelijk bij de maatwerkafspraak zijn. We zijn voortdurend bezig
met dat versnellen. De gesprekken met de bedrijven die we nog
individueel behandelen, verlopen hartstikke constructief. Met de
clusteraanpak zitten we nu nog in de fase van eerst de planvorming en
dan de versnelling.
Dan de vraag van de ChristenUnie over Gerard Cox en Rotterdam.
De voorzitter:
Bent u daarmee bijna aan het einde van dit blokje? Ja? Oké, hartstikke
fijn. Gaat u verder.
Staatssecretaris De Bat:
Ja. Rondom Rotterdam lopen al best veel trajecten. Sterker nog, het
aantal partijen dat ons uitnodigt om over Rotterdam te komen spreken, is
best groot. Dat zijn ook vaak weer allemaal apart georganiseerde gremia.
In die zin zou een overkoepelende aanpak daarvoor creëren best
interessant kunnen zijn. Dat moet je dan ook met al die verschillende
groeperingen bespreken, zodat je gezamenlijk tot een aanpak komt. We
willen daar zeker naar kijken. Er spelen in Rotterdam ook nog
vraagstukken rondom de ruimtelijk-economische strategie, dus dat zit dan
meer aan de NOVEX-kant. Aanstaande maandag zitten we alweer bij een deel
van die partijen aan tafel. We gaan zeker bedenken hoe we ook daar
verder kunnen komen. De belofte van een "Gerard Cox à la
Beethoven"-aanpak is er echter ook een waar heel veel financiële kracht
achter zit. Die kunnen we momenteel niet leveren. Daar moeten we ook
eerlijk in zijn. Laten we nu dus vooral even zoeken hoe we met de
verschillende gremia — het Havenbedrijf, Deltalinqs, het cluster —
verder kunnen komen op de individuele vraagstukken die er zijn. Iedere
groep heeft dan zo ongeveer zijn eigen vraagstuk: het Havenbedrijf en
het cluster zitten wat meer op de drie randvoorwaarden waar de minister
het over had, Deltalinqs zit wat meer op de totale
energie-infrastructuur. Al die zaken pakken we apart op. We zijn ook
echt met al die verschillende vragen verder aan het komen, bijvoorbeeld
het versnellen van energie-infrastructuur. Dat lukt gewoon als we daar
met de juiste partijen om tafel zitten en de goede gesprekken
voeren.
Voorzitter. Dan ben ik inderdaad door het eerste blokje heen.
De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris. Ik heb een aantal handen gezien. Ik begin
bij de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik kom even terug op de vraag over cluster 6-bedrijven en de verzwaring
van de netaansluiting. Ik snap het antwoord van de staatssecretaris heel
goed. Hij zegt dat er ook nog zo veel andere bedrijven zijn, maar ik
wilde het vandaag juist wat concreter maken, zonder direct een naam te
noemen, zodat we in de situatie komen waarin we, zoals u ook in de brief
schrijft, tot een casusaanpak komen en maximale creativiteit aanwenden
om stappen te zetten. Mijn vraag is dus toch: is de staatssecretaris ook
van mening dat er met bijvoorbeeld netbeheerders niet alleen gekeken
moet worden naar wat gebruikelijk is, maar dat er misschien ook écht
creatief gekeken moet worden naar wat mogelijk is? Dat geeft dit
voorbeeld namelijk ook direct aan. Ik vraag u om toch nog te proberen
even in te zoomen, iets concreter dus.
Staatssecretaris De Bat:
Zeker. Netcongestie is misschien wel een van de meest prominente
randvoorwaarden die goed ingevuld moeten worden. Daar hebben we volgende
week ook nog een commissiedebat over. Juist als je samen met de
netbeheerders gaat inzoomen, blijken er best nog oplossingen mogelijk.
Dat is nu ook met het hele vraagstuk van Flevoland, Gelderland en
Utrecht aan de hand. Doordat we daar concreter op inzoomen, doordat we
naar de aannames van de netbeheerders durven te kijken, doordat we
risico's durven te delen, door risico's niet eenzijdig op het bord van
iemand te leggen, maar ze verdelen over de verschillende partijen, komen
we een stap verder. Zo willen we zeker ook naar dit soort individuele
casussen kijken. Het antwoord is dus ja.
De heer Vermeer (BBB):
Bedankt, staatssecretaris, voor het begin van een antwoord over cluster
6. Ik had namelijk nog wel iets concreters gevraagd. Ik hintte erop dat
er geruchten gingen dat de cluster 6-aanpak niet meer centraal aangepakt
zou worden en dat cluster 6 daarmee niet meer aan tafel zit bij het
bepalen van nationaal beleid. Ik vroeg in mijn bijdrage ook of die
ongerustheid weggenomen kan worden, maar die is eigenlijk helemaal niet
weggehaald bij mij. Kan de staatssecretaris daar nog op
antwoorden?
Staatssecretaris De Bat:
Zeker. Volgens mij was ik wel heel duidelijk, namelijk dat we de cluster
6-aanpak doorzetten. De samenwerking die er is, hebben we nodig om de
keuzes die we nationaal maken, af te stemmen. In de verfijning en de
uitvoering hebben we soms juist de regio's heel erg nodig. We zullen
daar in de uitvoering met provincies, clusters of groepen in een
bepaalde regio aparte afspraken moeten maken. Het gaat dus om
gezamenlijk de totale strategie bepalen en in de aanpak zorgen dat je op
het juiste niveau kunt schakelen.
De voorzitter:
Een korte vervolgvraag.
De heer Vermeer (BBB):
Mag ik dat dan vergelijken met de aanpak van het Project Beethoven?
Daarbij ging het over één afspraak en werden de onderliggende onderdelen
lokaal afgestemd.
Staatssecretaris De Bat:
Dat project ken ik niet helemaal, maar het klinkt hetzelfde. Zo willen
wij het ook doen, ja. De clusterregisseur zit gewoon aan tafel. Die
blijft ook gewoon aan tafel zitten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank aan de staatssecretaris voor zijn heldere en eerlijke beantwoording
over wat er op dit moment wel en niet beschikbaar is. Fijn dat hij ziet
dat er heel veel versnippering is in het Rotterdamse, terwijl het hele
gebied als zodanig onder druk staat en enorm moet veranderen. Er zijn
grote problemen, deels generiek, zoals stikstof en netcongestie, maar
ook specifieke uitdagingen, gelet op de industriële clusters daar. Denk
ook aan toekomstige ontwikkelingen, zoals de eventuele derde Maasvlakte
en de buitengaatse ontwikkeling van het hele gebied. Op welke manier wil
de staatssecretaris ons meenemen in de gesprekken die hij gaat voeren?
Kan dat bij elkaar gebracht worden? Kan er een soort propositie op tafel
komen? Vers twee is dan of daar nationaal geld bij moet. Zo is het bij
ASML en Beethoven ook gegaan. Daarvoor was op voorhand geen
dekking.
Staatssecretaris De Bat:
Ik denk dat wat ik schetste over het vertalen van de Cluster
Energiestrategie, die er ook voor Rotterdam is, naar een clusteraanpak,
hét instrument kan zijn waarin je de verschillende wensen, ideeën en
richtingen kunt bundelen. Die clusteraanpak moet gemaakt worden. Daar
zijn we nu mee aan het stoeien, eerst in Limburg en Zeeland, en
vervolgens in Rotterdam. Dat is in ieder geval de bedoeling. Daar zullen
we ook sturing aan geven. Dat clusterplan moet dan houvast bieden om
misschien uiteindelijk ook naar een financiële claim te gaan. Heel
eerlijk: dan hebben we antwoord te geven op heel veel andere financiële
vragen die er ook nog liggen. Daar kunnen we nu dus gewoon nog niet naar
kijken. We kunnen wel in de clusteraanpak al de andere randvoorwaarden
schetsen. Die kunnen we natuurlijk wel met elkaar aanpakken.
De voorzitter:
Een korte vervolgvraag. We beginnen nu een beetje uit de tijd te lopen.
We hebben ook eventueel nog een tweede termijn. Dat wil ik u even
meegeven.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zal een korte vraag stellen. Wanneer verwacht de staatssecretaris ons
te kunnen informeren over die clusteraanpak in het Rotterdamse en over
de andere clusters?
Staatssecretaris De Bat:
De volgorde van de plannen is ook afhankelijk van hoe snel een cluster
zelf aan de slag kan, wil en gaat. Ik zal maandag nog een keer vragen
hoe zij de tijdlijn zien. Ik denk dat we u sowieso in de loop van dit
jaar weer een keer over die hele clusteraanpak zullen informeren. We
gaan zien of dat eind van dit jaar of begin volgend jaar is. We zullen u
dan een overzicht geven in een brief. De clusters zijn voor een deel
echter ook wel zelf aan zet.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Klos heeft een interruptie.
De heer Klos (D66):
Ik laat het even, met het oog op de tijd.
De voorzitter:
Helemaal goed. Dank u wel. Mevrouw Van Oosterhout heeft wél een
interruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik miste in de beantwoording van de staatssecretaris nog het antwoord op
mijn specifieke vraag over de maatwerkaanpak. Die is nu heel erg gericht
op de huidige industrie. Mijn vraag was of de staatssecretaris ook
mogelijkheden ziet om met name de waardeketens van de toekomst hierin
mee te nemen. Kan er ook een maatwerkaanpak gericht op de nieuwe
industrie vormgegeven worden?
Staatssecretaris De Bat:
De oorspronkelijke maatwerkaanpak was natuurlijk gericht op bedrijven.
Die aanpak was altijd gericht op het vernieuwen van bestaande bedrijven
en nieuwe bedrijven. In een heleboel industriële clusters zag je ook dat
bedrijven gingen samenwerken met nieuwe spelers. Dat ging dus al
automatisch. In de clusteraanpak kun je nog nadrukkelijker nieuwe
vernieuwende bedrijven toevoegen. Je kunt dit schetsen in de
clusteraanpak. Bepaalde productstromen die nodig zijn om te
verduurzamen, kunnen juist aangebracht worden door nieuwe bedrijven. Die
kun je dan ook verankeren in de clusteraanpak. De ketenaanpak die door
de minister is geschetst, kun je in de clusteraanpak ... Het wordt nu
wel heel ingewikkeld met die twee termen, "ketenaanpak" en
"clusteraanpak". Bij het bij elkaar brengen van bedrijven om gezamenlijk
naar een nieuwe toekomst te gaan, kun je nieuwe bedrijven absoluut
gebruiken. Zo kun je namelijk tot verduurzaming komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik weet dat u door wil gaan met het tweede blokje. Dat gaan
we ook doen. Maar ik wil eventjes het volgende aan de leden voorleggen.
Het is inmiddels 13.30 uur. Dat betekent dat ik het voorzitterschap ga
overdragen aan de heer Vermeer; dat had ik al aangekondigd. Ik wil u bij
dezen ook meegeven dat we vandaag een harde eindtijd hebben van 14.00
uur. Ik stel voor dat u het komende halfuur vooral doet wat lukt. Daar
moeten we het voor vandaag dan helaas ook bij laten. Er is in ieder
geval ruimte voor de beantwoording van de vragen door de
staatssecretaris. Hopelijk komt u allemaal nog aan het woord in de
tweede termijn. Ik wens u een goede voortzetting verder. Dan kan de
staatssecretaris verder met zijn beantwoording.
Voorzitter: Vermeer
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter. Ik ga proberen de laatste zes vragen heel kort te
beantwoorden.
De eerste vraag was van de heer Vermeer en ging over de randvoorwaarden
bij netcongestie. Hij vroeg: hoe kunnen we waarborgen dat netcongestie
niet de industrie laat wankelen? Ik heb al verwezen naar het debat van
volgende week. Netcongestie is nu eenmaal wel aan de orde van de dag.
Het aantal bedrijven op de wachtlijst neemt toe. Hoe meer we
verduurzamen, hoe meer de wachtlijst ook oploopt. We moeten dus hard
werken om de wachtlijst ook te laten aflopen. In de brief die we
volgende week bespreken, staan hele concrete aanpakken daarvoor
beschreven. Ik denk dat dus dit een onderwerp is voor volgende
week.
Verschillende partijen hadden gevraagd naar Flex-e. Dat is een
belangrijk instrument om andere bedrijven te verduurzamen. We doen dat
in drie stappen. Allereerst is Flex-e aangepast, nadat we 'm geëvalueerd
hadden. Daarna wordt Flex-e ook verbreed. Dat was een nadrukkelijke
vraag van de heer Flach: kun je ook andere bedrijven laten meedoen aan
de Flex-e-regeling? Uiteindelijk — dat is natuurlijk de volgende stap —
gaat het ook om de juiste toedeling van Flex-e naar al die bedrijven.
Hoe zijn die bedragen dan tot stand gekomen? Daar zijn verschillende
berekeningsmethodes voor. Wij weten ook nog niet precies waar die
verschillen nu zijn door ontstaan. Wat we nu beschikbaar hebben, de
bedragen die beschikbaar zijn vanuit het kabinet, zijn de bedragen die
beschikbaar zijn. Dat er andere bedragen in de markt berekend zijn, is
nu even een gegeven. Wij gaan kijken hoe die verschillen zijn ontstaan.
We vermoeden dat er gewoon andere aannames zijn gedaan, maar meer dan
dat weten we daar nu nog niet van. We zijn bezig met die analyse. Het
gaat dus om aanpassen, verbreden en goed naar de bedragen kijken, om
ervoor te zorgen dat we een zo breed mogelijk bereik hebben. Dat was
Flex-e.
Dan de stikstofvrijstelling. Zoals u weet, is door de Europese Commissie
een vrijstelling voor het Grids Package aangekondigd of voorgesteld. Die
moet nog wel verwerkt worden. Alles is in gereedheid om dit zo snel
mogelijk door te voeren. Daarnaast zijn de gesprekken gaande om 'm ook
nog te verbreden naar andere energietransitievraagstukken. Denk aan het
bouwen van bepaalde maatregelen in de industrie of bepaalde maatregelen
rondom waterstof via een vrijstelling. Zover is het echter nog niet. We
hebben op alle niveaus, zowel bij de Europese Commissie als breder,
gesproken over een verbreding van de vrijstelling, maar we hebben daar
nog geen concrete reactie op. We zijn in ieder geval blij dat er nu een
vrijstelling komt voor het Grids Package. Dat zou de boel wel echt
versnellen.
De SGP vroeg ook naar de aanleg van waterstofnetten en blauwe waterstof.
Feitelijk is het natuurlijk zo dat we alles wat met het waterstofnetwerk
te maken heeft, aanleggen voor welke kleur dan ook. In principe maakt
het niet uit welke kleur waterstof erdoorheen gaat; het is overigens
altijd dezelfde kleur, maar wij noemen het anders. We leggen het gewoon
aan. Zowel de backbone als de mogelijke regionale aansluitingen, de
aftakkingen, voor zover die zijn aangevraagd en toegekend, als de opslag
worden georganiseerd. Over de opslag zijn echt nog wel vragen. Ook daar
zit weer een hele financiële component aan. Ook daar wordt naar gekeken.
We zoeken naar oplossingen om de opslag, gekoppeld aan de backbone, echt
te organiseren.
Mevrouw Müller van de VVD had ook een aantal vragen over CCS en de
berichtgeving over Aramis. Als het goed is gaan de betrokken partijen in
2027 een FID nemen. Dan zou er dus daadwerkelijk een besluit genomen
gaan worden. Het vorige kabinet heeft middelen gereserveerd voor
deelname van EBN middels een kapitaalstorting. De SDE++ wordt ook elk
jaar verbeterd om het beter aan te laten sluiten op CCS. Tegelijkertijd
is het zo dat Gasunie en EBN ook nog met allerlei partijen praten om
voldoende klanten aan te trekken, want ook dat moet gebeuren. Je zult
uiteindelijk ook gewoon de totale businesscase rond moeten krijgen. We
hopen dat een aantal van die partijen voor de komende ronde van de SDE++
hun subsidieaanvraag doen, waardoor het geheel van klanten ook toeneemt.
We zijn ook voortdurend in gesprek met Aramis over alle resterende
knelpunten, want die zijn er nog steeds. Het is gewoon onontgonnen
gebied en we moeten nog heel veel leren. Maar het lijkt er toch echt wel
op dat de FID dit jaar genomen gaat worden.
Dan kom ik bij de laatste vraag, die van de heer Van den Berg. Ik wist
dat hij nog iets over een SMR zou vragen, want ik heb het vermoeden dat
er bij elk debat wel een reden is om iets over een SMR te vragen. Weet
dat we de versnellingsaanpak echt gaan leveren. Voor de zomer willen we
met een routekaart komen voor hoe we uiteindelijk tot aan 7 gigawatt
nucleaire opwek gaan komen. Daar is de SMR een belangrijk onderdeel van.
Ondertussen hebben we zo veel verschillen tussen SMR's dat we ook zullen
gaan duiden welke soort we bedoelen en hoe dat past. We zijn ook bezig
om alle consultaties die nodig zijn om ze in Nederland te kunnen
plaatsen goed te doen, zodat we uiteindelijk met elkaar die versnelling
kunnen bereiken. Ook zijn we voortdurend in gesprek met de markt, want
de bewegingen zijn groot, dus laten we vooral kijken waar we dat kunnen
faciliteren en helpen. Afgelopen week was de premier in Engeland en is
het er ook over gegaan. Dat zijn heel mooie bewegingen, want op die
manier brengen we het echt verder.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording. Ik zie dat mevrouw
Müller nog een interruptie heeft.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik heb twee vragen over twee verschillende onderwerpen. Laat ik beginnen
bij de stikstofvrijstelling van de Europese Commissie. Heel fijn dat
Nederland hier zo'n vooruitstrevende rol bij inneemt. Tegelijkertijd
zijn we echt een heel eind verder voordat de triloog over het Grids
Package voorbij is en wij het ook in onze eigen Nederlandse wetgeving
hebben geïmplementeerd. Ik zou eigenlijk willen vragen of u met de
Europese Commissie het gesprek aan kunt gaan over de vraag of we
vooruitlopend op de wetgevingstrajecten al gebruik zouden kunnen maken
van de vrijstelling. En dan over Aramis …
De voorzitter:
Zullen we het eerst even bij deze vraag houden?
Mevrouw Müller (VVD):
Dat is goed.
Staatssecretaris De Bat:
Als je het hebt over verschillende beelden van snelheden, dan heb je een
mooi voorbeeld als je kijkt naar hoe Europa snelheid ziet en hoe wij
snelheid zien. In Europa vinden ze dat dit al heel snel gaat. Ik vermoed
dat de vraag of dit nog sneller kan en of we daarop vooruit mogen lopen
heel snel zal stranden. We moeten dit zelf oppakken. We moeten ervoor
zorgen dat we alles geregeld hebben om het direct te kunnen invoeren
zodra het mag. Dat kunnen we zelf voorbereiden. Ook zullen we soms per
project moeten kijken welke stap we al durven te zetten vooruitlopend op
wat er komt. Heel vaak zie je dat een project dat vrijstelling vraagt,
ook nog wel wat tijd nodig heeft om te gaan beginnen. Die lijnen kunnen
dus weleens bij elkaar komen. Wij zullen in ieder geval voortdurend de
puzzel leggen van hoe we toch alvast dingen kunnen doen, zodat we
eigenlijk direct alles kunnen regelen op het moment dat er een besluit
valt.
De voorzitter:
Dank u wel. U had nog een vraag?
Mevrouw Müller (VVD):
Ja. Wat de staatssecretaris zegt, klinkt goed. Ik roep hem ook niet op
om het wetgevingstraject te versnellen. Ik weet dat dat heel erg lastig
is in Europa. Tegelijkertijd denk ik dat er met de Europese Commissie
best te spreken is over bijvoorbeeld het niet handhaven, zodat je
vooruitlopend op de definitieve situatie gebruik kunt maken van de
vrijstelling. Maar ik hoor dat de staatssecretaris daar heel goed zijn
best voor doet.
Over Aramis hoorde ik ook wel enigszins geruststellende geluiden, maar
vanuit de sector hoor ik die niet. Daar hoor ik juist best wel
zorgelijke geluiden hierover. Ik zou dus een aansporing willen geven om
ervoor te zorgen dat in de SDE++ de juiste randvoorwaarden gecreëerd
zijn. Dat is dus meer een oproep.
De voorzitter:
Kan de staatssecretaris bevestigen dat hij die aansporing binnengekregen
heeft?
Staatssecretaris De Bat:
Die is gehoord, voorzitter. We zijn echt bezig. Ik had u nog niet
verteld dat we ook voor het afdekken van het vollooprisico middelen
gereserveerd hebben. Ook dat hebben we al gedaan, dus volgens mij is er
van kabinetszijde echt alles aan gedaan om Aramis van de grond te
krijgen. Laten we dus zorgen dat het echt gaat lopen.
De voorzitter:
Goed, dank u wel. Ik zie nog één vinger van de heer Van den Berg. Klopt
dat?
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, klopt. Ik zal het niet over SMR's en kernenergie hebben. Veel succes
daarbij. We houden dat natuurlijk scherp in de gaten, dus dank
daarvoor.
Ik wilde toch even iets checken met betrekking tot de vraag wat het
uitstel van de IKC-ETS-regeling voor concrete impact heeft op het
bedrijfsleven, en dan vooral op de bedrijven die nu in de knel zitten.
Ik denk dat die vraag eigenlijk voor de minister is, maar ik dacht: ik
doe even een veegrondje, want dat antwoord heb ik nog niet
gehoord.
Staatssecretaris De Bat:
Volgens mij had die bij de minister thuisgehoord. U gebruikt het woord
"uitstel". Het is meer dat er een datum was en dat we proberen hem juist
naar voren te trekken. We zijn voortdurend in gesprek over wat daarvan
de consequenties zijn en wat de verschillen tussen die twee momenten
zijn. We hebben echt wel scherp waarom het nodig is om zo veel mogelijk
naar voren te gaan.
De voorzitter:
Prima. Ik had zelf volgens mij nog één vraag openstaan over de SMR's,
omdat ik ook nog vroeg of het kabinet die mogelijkheden kan meenemen bij
het maken van maatwerkafspraken met bedrijven, dus echt een concrete
koppeling aan maatwerk.
Staatssecretaris De Bat:
Dat zou kunnen, in de zin dat je bijvoorbeeld prognosticeert hoeveel
elektriciteit opgewekt zou moeten worden voor een bepaald bedrijf of een
bepaald cluster. Dan zou je natuurlijk een SMR kunnen projecteren. De
looptijd van maatwerkafspraken is feitelijk natuurlijk iets korter dan
de tijd waarin je een SMR zou kunnen bouwen, maar in de basis kunnen ze
onderdeel zijn van het gesprek, absoluut.
De voorzitter:
Prima. Dan is dit het einde van de eerste termijn van het kabinet. We
gaan nog een korte tweede termijn van de Kamer doen. U heeft, geloof ik,
een minuut, ietsje meer, maar voel u vrij om eerder te stoppen dan ik
begin te gillen. Ik geef graag het woord aan het lid Kostić van de
Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vraag graag een tweeminutendebat aan.
Voorzitter. Er liggen zo veel kansen als we de klimaat- en natuurcrisis
nu echt gaan aanpakken om afscheid te nemen van onder andere fossiele
chemie, kunstmestbedrijven die 20% van ons aardgas opslurpen en
olieraffinaderijen, om zo juist ruimte te creëren voor echt groene
bedrijven, die nu te maken hebben met oneerlijke concurrentie van
fossiele bedrijven, die ondersteund worden door het kabinet. Maar ik
schrik ervan dat dit kabinet terugvalt in het pamperen van vervuilende
bedrijven met fossiele subsidies en geen bewezen plan heeft om zich
eindelijk aan de wet te houden.
De minister zei dat ze nog terugkomt met een update van de integrale
industrievisie. Onze vraag net was om dan ook concreet aan te geven
welke keuzes worden gemaakt in het licht van beschikbare ruimte,
klimaat, natuur en andere maatschappelijke opgaven die wij in onze motie
noemen en om ook de spanning daartussen aan te geven, en aan de Kamer
een wetenschappelijk onderbouwde terugkoppeling daarover te sturen. Zei
de minister net toe om daarmee na de zomer te komen? Was dat net een
concrete toezegging? Graag een bevestiging. Worden de industrieplannen
van de minister ook getoetst aan de klimaat- en natuurdoelen?
Ten slotte nog over Tata Steel. Juist omdat het kabinet heeft bedacht
dat zij zelf gaan over wanneer Tata nou voldoende voldoet aan de regels
voordat ze afspraken mogen maken met Tata, is het belangrijk dat we
daarover transparant zijn naar de Kamer toe, op tijd, dus voordat de
maatwerkafspraken daadwerkelijk worden gemaakt. Is de minister bereid om
de Kamer op z'n minst een brief te sturen met een nadere toelichting op
hoe die afwegingen precies worden gemaakt, gezien de verschillende
incidenten? En dan dus wel in mei, want tegen de tijd dat de
maatwerkafspraak er is, is het te laat; dan is alles beklonken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Oosterhout van
GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. Nederland staat bol van de groene koplopers met baanbrekende
ideeën. Daarom nog een aantal oproepen om juist hen te ondersteunen. Ten
eerste: kom met investeringen. Ik hoorde de minister zeggen dat ze met
bestaand geld een eind zal komen, maar groene koplopers denken hier toch
echt anders over, en ik ook. De minister noemt in haar beantwoording
allemaal zaken die al worden gedaan. Het Klimaatfonds wordt besteed aan
kernenergie, cruciale subsidies zoals de DEI+, VEKI en NIKI lopen af
richting 2030 en de nationale investeringsinstelling moet marktconform
investeren. First-of-a-kindprojecten opschalen in de chemie gaat niet
over 10 miljoen, maar over 100 miljoen of 1 miljard. Daar is nu geen
aanpak voor. Daarom herhaal ik de vraag hoe de minister dit gat gaat
dichten. Ook herhaal ik de vraag die ik eerder aan D66 stelde: gaat de
minister of de staatssecretaris de minister van Financiën hierover aan
zijn jasje trekken?
Ten tweede: kom met een aanpak. De kern van ons industriebeleid zet nu
steeds in op de bestaande industrie, maar wat ons betreft moet de
minister een aanpak ontwikkelen voor het opschalen van die nieuwe
industrie. Ik moedig de minister en de staatssecretaris dan ook aan om
dit expliciet mee te nemen in de maatwerkaanpak.
Ten derde: kom met vraagbeleid. We moeten in Nederland op korte termijn
die groene koplopers gaan ondersteunen.
En tot slot: dit moet allemaal onderdeel zijn van het plan. Wat mijn
fractie betreft is het tijd voor een deltaplan voor groene
industrie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Jumelet van het CDA.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank aan de bewindspersonen voor de
antwoorden. Ik heb nog wel de volgende vraag. Ik heb mezelf weer op deze
gedachte gebracht. In de passage over de verduurzaming van de industrie
staat dat voor deze nieuwe maatwerkaanpak louter middelen uit generieke
regelingen beschikbaar zijn. Er staat vervolgens in: de AMVI constateert
ook dat specifieke financiering vereist is voor een succesvolle aanpak.
Misschien kan de minister of de staatssecretaris daar nog eens op
reflecteren. Ik overweeg een motie over die openbare consultatie,
waarbij het me vooral gaat over de aannames.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Müller van de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan beide bewindspersonen. Ik heb verder
geen vragen, want ik vind dat zij de vragen heel helder hebben
beantwoord. Ik zie aan hen dat zij met gezwinde spoed voortgaan met een
aantal belangrijke zaken, die hier in de Kamer op een best wel grote
meerderheid kunnen rekenen, zoals het IKC, de envelop en een heleboel
andere zaken. Ik had nog een hele mooie afsluiter, maar die ben ik
vergeten.
De voorzitter:
Die kunt u altijd schriftelijk nasturen. Ik geef het woord aan de heer
Klos van D66.
De heer Klos (D66):
Voorzitter, ik had zelf geen goede afsluiter bedacht, dus ik begin maar
met iets wat de minister zelf heeft gezegd en wat bij mij is blijven
plakken in dit debat: groot moet groener en groen moet groter. Wat mij
betreft is dat heel treffend, en ook een goede samenvatting van waar de
groene-industriepolitiek naartoe moet. Een andere uitspraak die bij mij
is blijven plakken is: don't mess with the ETS. Ik denk dat die twee een
beetje met elkaar samenhangen. Als groot groener moet worden, hebben we
dat nodig, niet alleen de ETS, maar ook de rest van die gouden driehoek,
dus ook CBAM en vraagcreatie. Ik zie dat het kabinet er vol op inzet om
dat enthousiast en goed te doen. De toekomst van onze industrie hangt
ervan af, maar zeker ook de toekomst van ons klimaat. Ik wens het
kabinet daar dus veel succes bij.
De voorzitter:
Tot zover de publiekssamenvatting vanuit de D66-bril. Ik geef nu graag
het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan beide bewindspersonen voor de
duidelijke beantwoording. Ik heb best sympathie voor de doelen en wat
het kabinet van plan is. Mijn zorg zit meer bij het volgende. Het komt
aan op lef, doorpakken, ragfijne coördinatie, goud dat we soms in handen
hebben en bedrijven die hun nek uitsteken. Dat moeten we niet laten
ontsporen voordat we bij de finish zijn. We hebben allemaal Dow Chemical
op het netvlies, denk ik. Dat had nooit zo mogen gaan. Mijn oproep aan
het kabinet is om hier lering uit te trekken en te voorkomen dat
investeringen die hier zijn ontwikkeld elders plaatsvinden en dat er
bedrijven weggaan die hier zouden kunnen vergroenen, want liever groen
hier dan grijs elders. Ik ga het nauwlettend in de gaten houden.
Tot zover mijn publiekssamenvatting.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank, voorzitter. Het is eigenlijk wel leuk: ik kwam net niet aan het
laatste blaadje toe, maar dat blijkt een perfecte samenvatting te zijn
van dit debat.
Voorzitter. Mijn conclusie is: ja, verduurzamen kan, maar alleen als de
randvoorwaarden kloppen. Het kan alleen als de energie betaalbaar is,
als de infrastructuur op tijd komt en als de overheid niet eerst mooie
woorden spreekt en daarna te laat betaalt — de IKC-ETS is te laat
vergund — en te laat kiest. Daar ligt voor mij echt wel de kern. Voor
JA21 is het heel duidelijk: ik denk dat we niet moeten kiezen voor
doorgeslagen groene wenspolitiek, die eindigt in de-industrialisatie. We
moeten ook niet achterover leunen en hopen dat het vanzelf wel goedkomt.
We moeten kiezen voor industriebehoud, betaalbare en zekere energie,
tijdelijke gaszekerheid waar dat nodig is, en — ik zei het net al —
structurele opbouw van nieuwe energiezekerheid, bijvoorbeeld via
kernenergie en SMR's; maar dat laatste zit wel goed bij de
staatssecretaris. Ik wens dat het kabinet dit ter harte neemt. Ik zal ze
daarbij blijven aanmoedigen. We zullen in het tweeminutendebat nog met
een aantal voorstellen komen om dat verder kracht bij te zetten.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Ik zal zelf ook nog even als deelnemer aan dit debat mijn tweede termijn
doen. Ik wil in ieder geval de staatssecretaris, de minister en hun
teams bedanken voor de antwoorden. Ik wil nogmaals benadrukken dat BBB
gewoon een sterke industrie in Nederland wil. We moeten verstandige
prioriteiten stellen, waarbij er ook voldoende aandacht is voor de regio
en de kleinere industrieën, en niet alleen voor de grote, bekende namen
die zelf heel goed de media weten te vinden. We moeten ervoor zorgen dat
de totale clusters sterk blijven. Het is net als bij mikado: als je er
één stokje tussenuit trekt, levert dat problemen op. We moeten ook eerst
zorgen voor de juiste randvoorwaarden voordat ... Sommige mensen hier
willen nog weer met nieuwe eisen komen, maar eerst moeten de
randvoorwaarden op orde zijn.
Daar wou ik het graag bij laten.
Kunnen de minister en de staatssecretaris per ommegaande reageren? Dat
lijkt te kunnen, fijn. Het woord is aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. We zullen zeker ons best doen.
Het lid Kostić gaf aan dat er spanningen zijn. Zij vroeg om aan te geven
welke keuzes we willen maken. Ze gaf aan dat er soms spanning tussen
zit. Met betrekking tot dat industriebeleid komen we na de zomer met een
integraal plan. Daarbij zullen we inderdaad ook ingaan op ruimte. Daar
liggen heel veel rapporten aan ten grondslag. Die zullen we daar
allemaal bij benutten. In die zin zitten we dus redelijk op één
lijn.
Het lid Kostić vroeg of ik in mei een nadere toelichting wil geven op de
incidenten. We werken toe naar de maatwerkaanpak. In de tussentijd
reageren op elke aparte situatie die zich zou mogen voordoen — ik hoop
geen meer, overigens — lijkt me niet zo zinvol. De vragen die ik het lid
Kostić hoor stellen gaan eigenlijk — dat heb ik ook gehoord in het debat
— over: hoe borg je nou dat er ook, niet alleen zoals we in de JLOI
hadden, een soort opzeggrond is, maar ook dat je borgt dat je in die
maatwerkafspraak voldoende grondige borging hebt om het bedrijf aan de
afspraken te kunnen houden. Ik zie het lid Kostić nee schudden. Dan zal
ik niet verder het antwoord geven met nadere details daarover. Dat is
zoals ik het voor mezelf invul.
Voorzitter, dan ga ik naar mevrouw Van Oosterhout.
De voorzitter:
Minister, misschien is het goed als het lid Kostić eerst even reageert.
Dan kunnen we de vragen per stuk afhandelen. In totaal hebben we
namelijk maar drie of vier vragen, dacht ik.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De kernvraag is natuurlijk: is het bedrijf compliant en betrouwbaar
genoeg om überhaupt een maatwerkafspraak mee te kunnen sluiten? Daar
gaat het om. Het gaat niet om één of enkele incidenten. Het gaat om het
structureel niet naleven van regelgeving de afgelopen tijd. Daar hebben
we tot op dit moment nog geen integrale reflectie van het kabinet op
gezien. Dat is wel relevant voor artikel 15, lid 3 van de joint letter
of intent. Nogmaals, ik wil heel graag in mei — want ik snap dat de
minister dat nu misschien niet kan doen — een reflectie daarop. Dat is
het enige wat ik vraag. Gun de Kamer dat op z'n minst qua
transparantie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die integrale reflectie komt er, maar die komt dan bij de
maatwerkafspraken, dus niet in mei. Die integrale reflectie zullen we
geven — daar vraagt u om — en die komt bij de maatwerkafspraken.
De voorzitter:
Het lid Kostić heeft niet het antwoord gekregen dat ze graag wenst, maar
wel een antwoord, en daar zal het het voor nu mee moeten doen. Ik vraag
de minister om verder te gaan.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Mevrouw Van Oosterhout vroeg: hoe gaan we het gat dichten? Er is
inderdaad nog een heel gat te dichten. We werken elke dag aan voortgang,
zo snel mogelijk. Dat draagt uiteindelijk allemaal bij aan het dichten
van het gat, want uiteindelijk zijn het de acties die in de praktijk het
gat dichten, en niet alleen welke ambities je daarvoor opschrijft. We
gaan daar elke dag hard mee aan de slag. Zoals ik al heb aangegeven,
komen we begin 2027, zoals staat in het regeerakkoord, met een analyse
over of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Dat geeft ook nader
inzicht in wat we denken dat we kunnen doen om het gat te dichten.
Dan ga ik naar de vraag over bestaande industrie en nieuwe industrie. In
het integrale plan, waarvan ik heb aangegeven dat we daar na de zomer
mee komen, ook op aansporing van uw Kamer, gaat het uiteraard over zowel
bestaande als nieuwe industrie. Dat nemen we daar dus allemaal in
mee.
De heer Jumelet had nog …
De voorzitter:
Een moment alstublieft. We ronden eerst deze af. Mevrouw Van Oosterhout
heeft nog een vraag.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag over het dichten van het gat ging specifiek over de
financiering. Er is allerlei aflopende financiering. Mijn vraag was
eigenlijk: gaat u de minister van Financiën aan zijn jasje trekken over
de financiering?
De voorzitter:
Feitelijk is dat dezelfde vraag die de heer Jumelet daarna stelde, maar
dan met een iets andere bewoording.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik sluit me aan bij wat de staatssecretaris daarover heeft gezegd. Wij
hebben grote ambities. We hebben grote uitdagingen. We hebben niet
altijd op voorhand meteen alle middelen op de plank liggen om dat
allemaal te doen. Dat is wat de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen. Dat
betekent dus dat we heel creatief moeten zijn. Naast middelen heeft de
overheid ook nog andere mogelijkheden om uiteindelijk tot de realisatie
van die ambities te komen. Daar kijken de staatssecretaris en ik met u
en met allerlei partijen in het veld met maximale creativiteit naar. Ik
sluit niet uit dat er aan het einde toch nog een stukje wens overblijft,
ook nadat de middelen opgelost zijn. Dan zullen we met elkaar moeten
bekijken hoe we dat wegen. Dat is natuurlijk ook breed in de Kamer op
alle portefeuilles steeds een uitdaging.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dat was het van uw kant? Heeft de staatssecretaris nog iets toe te
voegen? O, u heeft nog één vraag om te beantwoorden, minister?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik had nog een vraag van de heer Jumelet over de consultatie en de
aannames. Ik heb hem toegezegd dat we die aannames in de consultaties
zullen meenemen. Verder wil ik de andere leden danken voor hun inbreng
in de tweede termijn. Daarin zie ik gewoon in grote lijnen een brede
ondersteuning van de aanpak. Ik hoor ook bij alle leden dat u ons daar
scherp op zult houden. Dat is ook nodig, want soms zit je op een balans:
hoever draai je een knop open? Dan is het gewoon belangrijk om met
elkaar te wisselen wat de voor- en nadelen zijn van hoever je die knop
opendraait, zodat we in de dilemma's die er zijn samen de keuzes maken
die nodig zijn.
Dank u wel, voorzitter. Ik geef het woord graag door aan de
staatssecretaris.
De voorzitter:
Gaat u verder, staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Dank, voorzitter. Volgens mij heb ik nog één vraag te beantwoorden: hoe
kunnen we met maatwerk verder, gekoppeld aan de middelen? Allereerst
ligt er heel veel op tafel. De Cluster Energiestrategie is er. Die kan
omgezet worden in een plan. Dat hoeft niet de meeste tijd te kosten. We
moeten dat ook snel doen. Daar is ragfijne coördinatie voor nodig, zoals
de heer Grinwis ook zei. Ook is er duidelijkheid nodig. Het moet niet
alleen ragfijn zijn, maar ook heel duidelijk. Anders blijf je namelijk
hangen en draaien. Dat gaan we niet doen. We zetten daar twee dingen
voor in: het echt goed afstemmen van de randvoorwaarden, waar we heel
veel mee kunnen bereiken, en de generieke mogelijkheden die er zijn. De
volgende stap zou kunnen zijn dat we echt gaan herprioriteren in de
middelen. Ook daar zullen we zeker naar kijken indien nodig, gericht op
het versnellen van het resultaat. Komend voorjaar moeten we dan in het
kader van de discussie over het bereiken van de doelen bespreken of er
nog een derde stap nodig is. Ik denk dat die drie stappen nodig zijn.
Daar gaan we heel graag mee aan de slag. Ook ik dank u voor de
bijdrages.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kunnen we in ieder geval constateren dat het lid Kostić
een tweeminutendebat heeft aangevraagd. Dat zal worden ingepland met het
lid Kostić als eerste spreker. Ik heb hier een tweetal toezeggingen
staan.
De eerste toezegging is dat de Kamer in mei 2026 een brief van de minister ontvangt over een mogelijke versnelling van de openstelling van de IKC, met alle afwegingen die daarbij horen en die de Kamer dan kan kiezen.
De tweede toezegging is dat direct na de zomer de Kamer een integraal plan met maatregelen ontvangt ter verbetering van het concurrentievermogen van de industrie, inclusief de chemie en een vergelijking met buurlanden.
Zo hebben wij het in ieder geval aan deze kant van de tafel
begrepen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat is bijna helemaal correct, voorzitter. We schrijven onze integrale
aanpak voor de industrie. Zoals u het verwoordde, lijkt het net alsof er
weer allemaal nieuwe maatregelen komen. Dat is niet zo, maar we schetsen
wel hoe het al bestaande instrumentarium en het instrumentarium naar
aanleiding van dit regeerakkoord worden ingezet en hoe dat in
vergelijking met de buurlanden leidt tot een sterk industriebeleid.
Daarin nemen we ook de chemie mee. Die vormt een apart
aandachtspunt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik had het woord "nieuw" niet genoemd in de toezegging. Wat
mij betreft blijft die dus redelijk overeind, maar als we er "de
integrale aanpak" van kunnen maken, dan is dat ook goed. Ja?
Lid Kostić, toch nog één oprisping?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, omdat een van die toezeggingen gaat over waar ik expliciet naar
vroeg. Volgens mij hoorde ik de minister ook zeggen dat ze dat gaat
meenemen, maar ik wil toch nog even een bevestiging. Het gaat om de
expliciete toezegging om die verschillende maatschappelijke doelen
rondom klimaat, natuur en water mee te nemen in de reflectie op de
industrie en dat ook wetenschappelijk te analyseren/toetsen, zodat we
met elkaar weten hoever we zijn, hoe het samenhangt, waar de spanningen
liggen en welke keuzes we daarin hebben gemaakt.
De voorzitter:
In de toezegging zit sowieso het woord "integraal", maar het lid Kostić
wil ook nog een wetenschappelijke onderbouwing.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb aan het lid Kostić toegezegd dat we daarbij allerlei rapporten
zullen benutten. Dat zijn natuurlijk wetenschappelijke rapporten. In die
zin komt dat goed.
De voorzitter:
Dan wachten we op de voetnoten die daarbij horen.
Ik wil iedereen bedanken, zowel de bewindspersonen van de zijde van het
kabinet als de leden en de staf die hier actief is. Dank u wel. Ik sluit
de vergadering.
Sluiting 13.58 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|