[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Joint Letter of Intent Alco Energy Rotterdam

Industriebeleid

Brief regering

Nummer: 2026D11189, datum: 2026-03-11, bijgewerkt: 2026-03-12 11:47, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29826 -280 Industriebeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z04913:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Met de maatwerkaanpak verduurzaming industrie wil het kabinet de grootste industriële uitstoters die ambitieuze plannen hebben, faciliteren om te verduurzamen in Nederland. In dat kader informeren de minister van Klimaat en Groene Groei en staatssecretarissen van Klimaat en Groene Groei en van Infrastructuur en Waterstaat u over de Joint Letter of Intent (JLoI) die op 11 maart jl. met Alco Energy Rotterdam (hierna: AER) en de provincie Zuid-Holland is getekend. Dit is de vijfde JLoI die is gesloten met een maatwerkbedrijf, na Nobian, Cosun, AnQore en Tata Steel Nederland.

In het coalitieakkoord is opgenomen dat bestaande maatwerktrajecten1 worden voortgezet. Op 10 oktober 2024 is met AER de Expression of Principles (EoP) overeengekomen. Deze JLoI is voor alle betrokken partijen een belangrijke vervolgstap op weg naar bindende maatwerkafspraken.

Ambitie JLoI

De JLoI met AER is ambitieus en betreft de verduurzaming van zijn productielocatie in Rotterdam. AER gaat 65-75% CO₂ reduceren in 2030 ten opzichte van 2021. Dit betreft een CO₂-reductie tussen de 224 en 263 kton per jaar, waarvan zo’n 67 kton additioneel aan wat AER volgens de benchmark van de CO2 heffing zou moeten doen. Hiermee levert dit maatwerktraject een aanzienlijke extra bijdrage aan de klimaatdoelstellingen voor 2030.

De beoogde verduurzamingsprojecten leiden ook tot een belangrijke positieve bijdrage voor de leefomgeving. Op het gebied van stikstof (NOX) gaat het om een reductie van minimaal 10% (17 ton) per jaar. De verduurzamingsprojecten kunnen mogelijk tot 40% (70 ton) stikstofreductie bewerkstelligen. Bovendien wordt door deze projecten het waterverbruik met 200.000 m3 per jaar gereduceerd.

De verduurzamingsprojecten van AER betreffen vergaande energiebesparing en elektrificatie. AER wordt daardoor veel minder afhankelijk van aardgas. Het jaarlijkse aardgasverbruik daalt met ca. 100 mln. m3. Dat staat gelijk aan het gasverbruik van ca. 75.000 huishoudens. Ook kan AER met de verduurzamings-projecten bijdragen aan de flexibilisering van het elektriciteitsnet met de eigen warmtekrachtkoppeling (WKK-installatie). Deze kan eenvoudig worden af- of bijgeschakeld om in korte tijd het stroomnet te ontlasten of te voorzien van elektriciteit.

AER bevestigt met de JLoI haar intentie om in 2050 alle fossiele emissies op de productielocatie te elimineren en zet hiertoe met de JLoI een grote stap.

AER verkent buiten de scope van de JLoI de mogelijkheden voor uitbreiding van de biogene CO2-afvang en de mogelijkheden voor alternatieve toepassingen van de bio-ethanol, waaronder in de chemie.

De overeengekomen CO₂-reductie in 2030 ten opzichte van 2021 is 67 kton

CO₂-reductie meer dan het reductiepad volgens de Nederlandse CO₂-heffing in 2024, zoals vastgesteld bij het ondertekenen van de EoP. In het coalitieakkoord is het voornemen opgenomen om de Nederlandse CO2-heffing af te schaffen. In dat geval zal gekeken worden, voor zover nodig, naar andere mogelijkheden om de additionele CO2-reductie te berekenen, zoals het vertalen van de additionaliteits-vereiste naar een EU ETS-uitstootrechten equivalent.

Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie

Om de kwaliteit van de voorgenomen maatwerkafspraken te borgen, is de onafhankelijke adviescommissie maatwerkafspraken verduurzaming industrie (AMVI) ingesteld.2 Hiermee is invulling gegeven aan de wens van de Kamer om de maatwerkafspraken te laten toetsen op onder andere haalbaarheid, doelmatigheid en ambitieniveau. De AMVI adviseert over een concept-JLoI. Dit is het moment dat de beoogde maatwerkaanpak voldoende gedetailleerd is uitgewerkt, maar er tegelijkertijd nog ruimte is om de overwegingen van de AMVI mee te nemen in de uitwerking van de definitieve JLoI en/of bindende maatwerkafspraken.

Op 17 december jl. is de concept-JLoI met AER voorgelegd aan de AMVI. De AMVI heeft ten behoeve van de advisering relevante achtergronddocumentatie ontvangen, zoals de vertrouwelijke business case. De AMVI heeft vervolgens meerdere gesprekken gevoerd met het overheidsteam en met het AER team. Daarnaast is de AMVI op werkbezoek geweest bij AER. Op 30 januari jl. heeft de AMVI haar advies aangeboden. Het advies van de AMVI is bij deze brief gevoegd.

Het advies over de concept-JLoI is positief. De AMVI geeft in haar advies een positief oordeel over de haalbaarheid van de plannen en over de doelmatigheid van de mogelijke maatwerkondersteuning. De AMVI onderschrijft het grote belang van AER voor zowel de Nederlandse industrie als duurzame mobiliteit. De AMVI oordeelt dat de beoogde bijdrage aan CO₂ en stikstof reductie en de vermindering van gebruik van aardgas significant is.

Het adviesrapport van de AMVI bevat één advies en twee overwegingen. Het advies gaat over het opnemen van een pragmatische terugsluisregeling in geval van oversubsidiëring. Dit advies vraagt om een zorgvuldige uitwerking en wordt betrokken bij het tot stand brengen van de subsidiebeschikking(en) als onderdeel van de definitieve maatwerkafspraken met AER.

De AMVI geeft ook een tweetal overwegingen mee, die betrokken zullen worden bij de verdere uitwerking van de JLoI in een bindende maatwerkafpraak en bij de bredere beleidsvorming.

  • Ondanks de goede intenties en ambities van alle betrokken partijen signaleert de AMVI dat de samenwerking met netbeheerders (in dit geval TenneT) geoptimaliseerd kan worden en dat de tijdlijnen van het tot stand brengen van de netaansluiting en het maatwerkproces mogelijk beter op elkaar afgestemd kunnen worden.

  • Verder geeft de AMVI de overweging om buiten het kader van maatwerk de toepassing van biogene CO₂ gericht te stimuleren. AER kan potentieel de biogene CO₂-afvang met 250 kton uitbreiden, evenveel als bereikt wordt door de maatwerkprojecten. De uitbreiding van de biogene CO₂-afvang kan helpen om de Nederlandse tuinbouw te verduurzamen en toekomstbestendiger te maken.

Vervolgstappen

Met de JLoI spannen het Rijk, AER en de provincie Zuid-Holland zich in om de realisatie van bovengenoemde ambities uiterlijk in juni 2027 bindend met elkaar overeen te komen. AER heeft in het maatwerktraject onder meer aandacht gevraagd voor het gelijke speelveld met omringende landen, met name als het gaat om kosten van elektriciteit. AER heeft ook aangegeven afhankelijk te zijn van verzwaring van de elektriciteitsaansluiting. Dat laatste punt is ook in het industriecluster Rotterdam belangrijk. AER kan met haar WKK bijdragen als netcongestie-verzachter op het nu al volle stroomnet. Hiermee komt mogelijk extra ruimte vrij voor andere bedrijven om ook te kunnen verduurzamen.

Het Rijk, AER en de Provincie Zuid-Holland werken samen aan toekomst-bestendige industrie. Deze punten zullen in de vervolggesprekken richting de bindende maatwerkafspraken worden meegenomen. In de fase tussen JLoI en maatwerkafspraak zullen de afspraken daartoe verder worden uitgewerkt. Hierin worden de adviezen van de AMVI waar mogelijk meegenomen.

Tot slot

De JLoI met AER is ambitieus en realisatie van de projecten betekent een significante CO₂-reductie en leidt tot andere positieve maatschappelijke effecten op het gebied van stikstof, aardgasgebruik en flexibilisering van het elektriciteitsnet.

Dit is een mooie tussenstap die, ondersteund door het advies van de AMVI, laat zien dat we op de goede weg zijn. Om daadwerkelijk tot realisatie te komen, moet nog het nodige werk worden verzet. Daar zijn én gaan we de komende maanden, samen met alle betrokken partijen, hard mee aan de slag.

Stientje van Veldhoven-van der Meer

Minister van Klimaat en Groene Groei

Jo-Annes de Bat

Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei

Annet Bertram

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat


  1. Kamerstuk 2024-25, 29 826, nr. 260.↩︎

  2. Instellingsbesluit Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie.↩︎