De collectieve erkenning en het cultureel erfgoed van de Molukse gemeenschap
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D19493, datum: 2026-04-22, bijgewerkt: 2026-04-22 13:31, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L. Vliegenthart, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: M. Mohandis, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van zaak 2026Z08714:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 22 april 2026)
Vragen van de leden Vliegenthart en Mohandis (beiden GroenLinks-PvdA) aan de ministers van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de collectieve erkenning en het cultureel erfgoed van de Molukse gemeenschap.
Vraag 1
Bent u bekend met de evaluatie van het beleid rond collectieve erkenning, waarin wordt vastgesteld dat het Moluks Historisch Museum geen structurele financiering kent, in tegenstelling tot andere partners binnen Sophiahof?[1]
Vraag 2
Hoe verklaart u dit verschil in de toekenning van structurele financiering, ondanks expliciete constatering in de evaluatie die op uw verzoek is uitgevoerd door Panteai, tot op heden niet is gecorrigeerd? Kunt u toelichten waarom voor het Moluks Historisch Museum, in tegenstelling tot andere partners binnen Sophiahof, na 2026 geen structurele borging van financiering en huisvesting is gerealiseerd?
Vraag 3
Vindt u dat hiermee sprake is van systematische ongelijke behandeling binnen het beleid voor oorlogsgetroffenen en meer specifiek de uitvoering van de regeling collectieve erkenning van Indisch Moluks Nederland? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Hoe reflecteert u op het feit dat Sophiahof geen depotruimte heeft waardoor het Moluks Historisch Museum is aangewezen op tijdelijke opslagruimten, met als gevolg dat de collectie en het archief van het museum, die grotendeels tot stand zijn gekomen door schenkingen vanuit de Molukse gemeenschap, geen vaste thuis hebben en dus niet toekomstbestendig geborgd zijn?
Vraag 5
Deelt u de mening dat het behouden en bewaren van erfgoed van Molukse gemeenschappen uit de koloniale diaspora onderdeel is van onze herinneringscultuur en bijdraagt aan de erkenning, herstel en zorg waarin het beleid oorlogsgetroffenen ook voorziet? Zo ja, welke concrete maatregelen wilt u nemen om dit te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Bent u van mening dat het Rijk de verantwoordelijkheid draagt om de collectie van het Moluks Historisch Museum een vast thuis te geven, met de garantie dat de collectie in Molukse handen blijft? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Bent u bereid om, in overleg met de Molukse gemeenschap, te komen tot een structurele en toekomstbestendige huisvesting van de collectie op een plek die betekenisvol is voor de Molukse gemeenschappen?
[1] Kamerstuk 20 454, nr. 209.