Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk 21501-33-1194)
Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D19875, datum: 2026-04-23, bijgewerkt: 2026-04-28 14:19, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (D66)
- Mede ondertekenaar: L. van der Graaf, adjunct-griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk 21501-33-1194)
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 33-1197 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie.
Onderdeel van zaak 2026Z08909:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-12 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-20 12:00: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1197 Verslag van een schriftelijk overleg
Vastgesteld 23 april 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de brief van de Geannoteerde agenda extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1194).
De vragen en opmerkingen zijn op 20 april 2026 aan de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 23 april 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Graaf
Vragen en opmerkingen vanuit de fractie en reactie van de bewindspersonen
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Europese Commissie het verstandig vindt dat EU-lidstaten het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren zodat inwoners vaker op een brandstof besparende wijze reizen. Deze leden juichen het toe wanneer de Europese Commissie hier voorstellen op zou doen. In de kabinetsinzet missen deze leden dit element. Aan welke voorstellen wordt door de Europese Commissie gedacht op dit punt?
Op 22 april a.s. heeft de Europese Commissie een mededeling gepubliceerd als reactie op de energieschok om lidstaten te ondersteunen op zowel de korte termijn, als het versnellen van de transitie op de middellange termijn. De Mededeling omvat een aankondiging van niet-wetgevende en enkele wetgevende maatregelen, alsook een toolbox/best practices met nationale maatregelen die lidstaten kunnen nemen.
De mededeling bevat een aantal voorstellen waar Nederland voor heeft gepleit richting de Commissie en andere Europese lidstaten, waaronder: sterkere coördinatie van de Commissie voor olie en gas; sterkere coördinatie energiebesparing; en aanpassing wetgevend kader voor netwerktarieven.
Daarnaast zitten er veel niet-wetgevende initiatieven in het voorstel gericht op uitwisseling van best practices tussen lidstaten en het bevorderen van energiebesparing en opschaling van schone energie.
Graag zouden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat ook het Nederlandse kabinet nadrukkelijk het belang van het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer benadrukt en voorstellen op dit vlak doet en voorstellen van de Europese Commissie op dit vlak ondersteunt. Wanneer het openbaar vervoer meer wordt gestimuleerd, draagt dit bij aan het terugdringen van het brandstofgebruik in de EU. Graag ontvangen deze leden een reactie van het kabinet hierop.
Tijdens het Commissiedebat OV en taxi van 15 april 2026 jl. heeft de staatssecretaris van IenW aangegeven dat een taskforce in de sector gaat kijken naar de mogelijkheid van goedkoper vervoer op de korte en middellange termijn. Tijdens het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad van 23 april is daar verder over gesproken. Verder verwijst het kabinet naar brief aan de Tweede Kamer over Acties weerbaarheid energieschok van 20 april jl.1
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie geven aan dat niet alleen binnen EU-lidstaten het van belang is om het gebruik van het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken. Ook tussen EU-lidstaten is het naar de mening van deze leden van belang dat het openbaar vervoer wordt verbeterd en gestimuleerd. Nog steeds zijn er dagelijks bijvoorbeeld vele korteafstandsvluchten die op een veel zuinigere manier per trein zouden kunnen worden afgelegd. Ondanks veel mooie woorden lukt het EU-lidstaten slechts beperkt om het internationale treinverkeer verder te stimuleren en aantrekkelijker te maken. Deelt het kabinet deze zorg en ziet het kabinet kansen om de huidige energiecrisis als stimulans te gebruiken om versneld ook stappen te zetten op het uitbreiden van het internationaal treinvervoer?
Het kabinet steunt de ontwikkeling van het internationaal spoorvervoer in Europees verband. De huidige energieschok toont het belang aan van een robuuste ontwikkeling van internationaal treinvervoer. Een aantrekkelijk raamwerk voor Europese rail ticketing is daarbij een belangrijk onderdeel. Het kabinet zet zich in Europese fora in voor het bevorderen van het netwerk van internationale treindiensten.
Acties Weerbaarheid Energieschok, 20 april 2026. Kamerstuk 2026Z08364. 2026Z08364&did=2026D18780">Acties Weerbaarheid 2026Z08364&did=2026D18780">Energieschok | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎