[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Boomsma over scholen voor voortgezet onderwijs die donderdag 5 maart zijn geblokkeerd door activisten van Extinction Rebellion

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D20126, datum: 2026-04-24, bijgewerkt: 2026-04-24 14:48, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z04367:

Onderdeel van zaak 2026Z04542:

Preview document (🔗 origineel)


In antwoord op uw brief van 6 maart 2026 deel ik u, mede namens de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mee dat de schriftelijke vragen van het lid Boomsma (JA21) inzake scholen voor voortgezet onderwijs die donderdag 5 maart zijn geblokkeerd door activisten van Extinction Rebellion, worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel

Vragen van het lid Boomsma (JA21) aan de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Justitie en Veiligheid over scholen voor voortgezet onderwijs die donderdag 5 maart zijn geblokkeerd door activisten van Extinction Rebellion

(ingezonden 6 maart 2026, 2026Z04542)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het feit dat activisten van Extinction Rebellion donderdag 5 maart meer dan dertig Amsterdamse middelbare scholen hebben afgesloten door kettingen aan hekken te hangen en/of sloten onklaar te maken?

Antwoord op vraag 1

Ja, ik heb de berichtgeving gelezen.

Vraag 2

Heeft u kennisgenomen van het feit dat in veel gevallen de politie moest komen om de deuren open te krijgen, dat meerdere scholen lessen dus moesten laten vervallen, en kinderen dus geen onderwijs konden krijgen?

Antwoord op vraag 2

Ja, ik heb de berichtgeving gelezen. Inderdaad konden niet alle scholen hun volledige lesdag draaien.

Vraag 3

Deelt u de mening dat dit onacceptabel, abject en verwerpelijk is en moet worden ontmoedigd, (moreel) veroordeeld, vervolgd en bestraft? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord op vraag 3

Onderwijs is een grondrecht. Het onderwijs bereidt leerlingen voor op de toekomst, en juist daarom zou dat altijd ongehinderd mogelijk moeten zijn. Ik vind het dan ook onacceptabel wanneer leerlingen en medewerkers niet naar school kunnen vanwege een gepoogde blokkade. Het is aan de scholen zelf om waar nodig aangifte te doen tegen de organisatoren van de demonstratie. Bij vermoedens van strafbare feiten adviseert het kabinet altijd om aangifte te doen. Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie (OM) en uiteindelijk de rechter om te bepalen of er in een bepaald geval sprake is van een strafbaar feit.

Vraag 4

Deelt u de mening dat de schade moet worden verhaald op de daders, zodat scholen en de overheid niet opdraaien voor deze kosten, en om ervoor te zorgen dat dergelijke praktijken niet worden aangemoedigd?

Antwoord op vraag 4

Het is aan de scholen zelf om te besluiten om over te gaan tot aangifte, evenals het verhalen van eventuele materiële schade op de vermeende daders. Het kabinet vindt het belangrijk dat daders die schade veroorzaken deze zoveel mogelijk vergoeden en stimuleert dan ook het doen van aangifte bij vermoedens van strafbare feiten. Om schade te kunnen verhalen moet wel duidelijk zijn wie voor de schade verantwoordelijk is. Schadeverhaal op de daders zonder dat hun identiteit bekend is, is niet mogelijk.

Vraag 5

Heeft u kennisgenomen van het feit dat meerdere scholen aangifte hebben gedaan?

Antwoord op vraag 5

Ja, ik heb de berichtgeving gelezen.

Vraag 6

Kunt u aangeven welke wetten bij deze actie zijn overtreden? In hoeverre is het strafbaar om kinderen te verhinderen om naar school te kunnen gaan?

Antwoord op vraag 6

Het recht op onderwijs is in Nederland verankerd in artikel 23 van de Grondwet. Of en zo ja welke wetten worden overtreden wanneer iemand dit recht inperkt is afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval; die beoordeling is aan het OM.

Het Wetboek van Strafrecht kent geen zelfstandige bepaling die het verhinderen van kinderen om naar school te kunnen gaan als zodanig strafbaar stelt. In hoeverre dit onder een andere strafbepaling zou kunnen vallen is eveneens afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden en in de eerste plaats ter beoordeling van het OM.

Vraag 7

In hoeverre kan de organisatie Extinction Rebellion uit wier naam deze acties worden gevoerd verantwoordelijk worden gesteld voor de schade en/of vervolgd voor dergelijke acties?

Antwoord op vraag 7

Opgemerkt zij dat Extinction Rebellion geen rechtspersoon is. De bepalingen die een rechtspersoon rechten en verplichtingen toekennen (artikel 2:5 Burgerlijk Wetboek) en die het aanmerken van een rechtspersoon en als zodanig strafrechtelijk vervolgen van die rechtspersoon (artikel 51 Wetboek van Strafrecht) mogelijk maken, zijn dan ook niet van toepassing. In het geval van Extinction Rebellion zullen voor het verhalen van schade en eventuele strafrechtelijke vervolging dus steeds de verantwoordelijke natuurlijke personen moeten worden geïdentificeerd.

Vraag 8

Op welk moment kan een organisatie die structureel ertoe aanzet om wetten te overtreden, worden aangemerkt als een criminele organisatie en als zodanig worden vervolgd? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord op vraag 8

Artikel 140 Wetboek van Strafrecht stelt de deelname aan een criminele organisatie strafbaar. Deze wetgeving is gericht op de bescherming van onze samenleving tegen het gevaar dat uitgaat van criminele organisaties. Om te kunnen worden aangemerkt als een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Wetboek van Strafrecht moet het oogmerk van de organisatie gericht zijn op het plegen van misdrijven. De afweging of hier sprake van is, is uiteindelijk aan de rechter.

Vraag 9

Deelt u de opvatting dat klimaatactivisten voor ontwrichtende acties niet anders behandeld zouden mogen worden dan anderen op grond van hun activistisch oogpunt?

Antwoord op vraag 9

Ja. Demonstranten dienen zich aan de wet te houden. Tegen demonstranten die de wet overtreden door het plegen van geweld of vernielingen kan strafrechtelijk opgetreden worden.

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Stoffer en Diederik van Dijk (beiden SGP), ingezonden 5 maart 2026 (vraagnummer 2026Z04367)