[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [๐Ÿง‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [๐Ÿ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Evaluatie Wet normering topinkomens (WNT) 2021-2025

Topinkomens

Brief regering

Nummer: 2026D21259, datum: 2026-05-08, bijgewerkt: 2026-05-12 12:40, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 30111 -133 Topinkomens.

Onderdeel van zaak 2026Z09448:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (๐Ÿ”— origineel)


30 111 Topinkomens

Nr. 133 Brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 mei 2026

Bijgaand treft u de evaluatie van de Wet normering topinkomens (WNT) over de periode 2021-2025 aan, overeenkomstig artikel 7.2 WNT. De WNT is begin 2013 in werking getreden om bovenmatige beloningen en ontslagvergoedingen in de (semi)publieke sector tegen te gaan. In deze derde wetsevaluatie zijn de doeltreffendheid, de doelmatigheid en neveneffecten van de WNT in de praktijk onderzocht.

De belangrijkste conclusie van de onderzoekers is, evenals uit de vorige evaluatie, dat de WNT bijdraagt aan het tegengaan van bovenmatige beloningen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de (semi)publieke sector. Daarnaast komt uit de evaluatie (opnieuw) de complexiteit van de WNT naar voren. In deze brief wordt achtereenvolgens ingegaan op het evaluatieonderzoek en de conclusies van de onderzoekers.

  1. Het evaluatieonderzoek

Het evaluatieonderzoek betreft de derde wetsevaluatie van de WNT en heeft betrekking op de periode 2021-2025. De eerste evaluatie van de WNT (over de periode 2013-2015) was kort na de invoering van WNT-1 (2013) en ten tijde van de invoering van WNT-2 (2015), hetgeen betekende dat nog niet alle effecten van de invoering van de WNT konden worden beoordeeld. De tweede evaluatie van de WNT (over de periode 2016-2020) was een evaluatie waarin uitgebreid aandacht is besteed aan het functioneren van de wet in de praktijk.

Het uitgevoerde onderzoek richt zich respectievelijk op:

  1. De doeltreffendheid van de bezoldigingsmaxima, maximering ontslagvergoedingen en de openbaarmakingsplicht.

  2. De doelmatigheid van de WNT op het gebied van kenbaarheid, de verhouding tussen de uitvoeringslasten en het maatschappelijke doel van de wet, alsmede de aanwezigheid van neveneffecten.

Daartoe is naast kwantitatief onderzoek ook kwalitatief onderzoek gedaan aan de hand van interviews met onder andere WNT-instellingen, topfunctionarissen, toezichthouders en accountants. Het kabinet heeft de samenwerking met alle betrokkenen bij de WNT-evaluatie als zeer waardevol ervaren en waardeert de betrokkenheid, inbreng en nauwe samenwerking enorm. Deze inbreng was essentieel voor een succesvolle afronding van deze wetsevaluatie.

  1. Conclusies

De belangrijkste conclusies van de onderzoekers zijn:

  • De WNT is doeltreffend in het tegengaan van bovenmatige bezoldigingen en ontslagvergoedingen in de publieke en semipublieke sector. De WNT is echter niet geheel doeltreffend bij de openbaarmakingsplicht.

  • De doelmatigheid van de WNT is vanwege de complexiteit van de WNT voor verbetering vatbaar. De verplichtingen die volgen uit de WNT zijn duidelijk, hanteerbaar en vormen een helder kader. Op sommige vlakken is meer duidelijkheid gewenst.

  • Ook blijkt dat neveneffecten mogelijk kunnen zijn op het gebied van werving en behoud, administratieve lasten, werkdruk en veranderingen in beloningsverhoudingen.

Doeltreffendheid

Uit het onderzoek blijkt dat het aandeel overschrijdingen van het bezoldigingsmaximum is gedaald. Een overschrijding kan zowel geoorloofd als ongeoorloofd zijn. Wanneer een overschrijding ongeoorloofd is, is er sprake van een overtreding. In het onderzoek is voor het bezoldigingsmaximum gekeken naar overschrijdingen en voor de ontslagvergoedingen gekeken naar overtredingen. Een overschrijding van het bezoldigingsmaximum kwam in 2019 bij 2,1% van de topfunctionarissen voor en in 2023 is dat aandeel gezakt naar 1,1%. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal overschrijdingen alleen is vastgesteld onder WNT-instellingen met een openbaargemaakte WNT-verantwoording. De onderzoekers kunnen geen uitspraken doen over de doeltreffendheid bij instellingen zonder openbaargemaakte WNT-verantwoording. Met betrekking tot de ontslagvergoeding lijkt de doeltreffendheid gelijk gebleven. In de WNT-jaarrapportages zijn in totaal 8 vastgestelde overtredingen opgenomen van de maximum ontslagvergoedingen in vijf jaar tijd. Bij de vorige evaluatie zijn drie jaren onderzocht en zijn in totaal 5 overtredingen vastgesteld.

In het onderzoek naar de doeltreffendheid van de openbaarmaking wordt in het rapport geconstateerd dat de doeltreffendheid van de online publicatie te wensen over laat. Een aanzienlijk deel, ongeveer de helft, van de WNT-instellingen houdt zich niet aan de online publicatieplicht. De doeltreffendheid voor wat betreft de volledigheid van de verantwoording is wel verbeterd. Het aandeel WNT-instellingen met een beschikbare, complete WNT-verantwoording is met de jaren gestegen.

Doelmatigheid

De verplichtingen die volgen uit de WNT worden in de basis als duidelijk en hanteerbaar ervaren. De wet is helder omschreven en vervult voor veel WNT-instellingen de functie van een duidelijk kader voor de beloning van topfunctionarissen. De mate waarin duidelijkheid wordt ervaren is sterk afhankelijk van de context van de WNT-instelling. Complexere samenwerkingsverbanden of atypische arbeidsrelaties kunnen leiden tot meer vraagstukken rondom de begrippen en berekeningen die volgen uit de WNT. Interpretatievraagstukken komen weleens voor, waarbij er juridisch advies ingewonnen moet worden.

In de WNT is bepaald dat accountants de WNT-verantwoording controleren. Deze controle vormt een belangrijke waarborg voor een juiste toepassing van de WNT. De accountants ervaren echter zelf ook problemen met de interpretatie van de WNT zoals bij intra-concern detachering. Op dit vlak ontbreekt volgens de accountants voldoende en eenduidige controle-informatie om vast te stellen of de WNT correct is toegepast, waardoor er een oordeelonthouding of verklaring met beperking moet worden afgegeven.

Uitvoeringslasten en maatschappelijk doel
Het maatschappelijk doel van de wet is het tegengaan van bovenmatige bezoldigingen en ontslagvergoedingen en het bevorderen van transparantie. De uitvoering van de WNT brengt ook kosten met zich mee. De WNT-instellingen dienen personeel vrij te maken om de WNT-gegevens te verzamelen, te controleren en te documenteren. Voor veel WNT-instellingen is deze inzet beperkt. In standaardgevallen verloopt de uitvoering relatief efficiรซnt. Bij complexe casussen waar gedetailleerde administratie, uitzoekwerk, interpretatievragen en externe advisering nodig kunnen zijn, brengt dit hogere administratieve lasten met zich mee. De doelmatigheid kan volgens de onderzoekers in die gevallen onder druk komen te staan.

Neveneffecten
In het onderzoek wordt ingegaan op diverse neveneffecten die de doelmatigheid van het systeem onder druk kunnen zetten. De effecten hebben betrekking op werving en behoud van topfunctionarissen, werkdruk, administratieve lasten en veranderingen in beloningsverhoudingen. In deze context wordt de algemene WNT-norm als strak ervaren. Hierbij wordt aangegeven dat het daardoor lastiger is om ervaren bestuurders aan te trekken of dat vacatures hierdoor langer openstaan. In sectoren met lagere beloningsstructuren wordt juist aangegeven dat de WNT nauwelijks een rol speelt. De WNT vormt in die sectoren geen beperking bij het aantrekken van topfunctionarissen.

  1. Tot slot

De derde wetsevaluatie van de WNT is tot stand gekomen met medewerking van vele betrokkenen, hetgeen zeer is gewaardeerd. Het eindrapport geeft een overzicht van de uitkomsten van het onderzoek en de input die is geleverd. In het najaar zal ik een brief naar de Tweede en Eerste Kamer sturen met de inhoudelijke reactie van het kabinet op dit rapport en de in het rapport genoemde bevindingen.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg