Beantwoording vragen gesteld tijdens het commissiedebat betaalbare energierekening voor huishoudens van 9 april 2026, door het lid Kröger over het noodfonds energie
Voorzienings- en leveringszekerheid energie
Brief regering
Nummer: 2026D21546, datum: 2026-05-12, bijgewerkt: 2026-08-10 15:15, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-29023-647).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
- Beslisnota bij Kamerbrief Beantwoording vragen gesteld tijdens het commissiedebat betaalbare energierekening voor huishoudens van 9 april 2026, door het lid Kröger over het noodfonds energie
- Beantwoording vragen van het lid Kröger gesteld tijdens het commissiedebat Betaalbare energierekening voor huishoudens van 9 apr
Onderdeel van kamerstukdossier 29023 -647 Voorzienings- en leveringszekerheid energie.
Onderdeel van zaak 2026Z09549:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 14:19 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2026-05-19 17:00 ⇒ Voor kennisgeving aangenomen. (Besluit)
- 2026-05-19 15:35 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-19 15:35: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-19 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-09-03 14:19: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting
Nr. 647 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 mei 2026
Hierbij zend ik u, zoals toegezegd, de antwoorden op vragen van het lid Kröger (GroenLinks-PvdA) over het noodfonds energie, gesteld tijdens het commissiedebat Betaalbare energierekening voor huishoudens van 9 april jl. Bij dit commissiedebat kon ik niet aanwezig zijn vanwege het plenair debat over de Wet meer zekerheid flexwerkers dat tegelijkertijd plaatsvond.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Vragen gesteld door het lid Kröger (GroenLinks-PvdA) tijdens het commissiedebat Betaalbare energierekening voor huishoudens op 9 april jl.
Vraag 1:
Hoe snel kan dat Tijdelijk Noodfonds Energie open?
Antwoord op vraag 1:
Het kabinet werkt aan een noodfonds energie dat komende winter operationeel moet kunnen zijn. Met energiebedrijven en Stichting TNE verkennen we of en zo ja, hoe de infrastructuur van TNE hiervoor benut kan worden.
Vraag 2:
Is het kabinet van mening dat [TNE] echt open moet als publieke uitvoerder, dus met publieke financiering?
Antwoord op vraag 2:
Het noodfonds energie zal volledig worden gefinancierd uit publieke middelen. Bij de juridische vormgeving van het noodfonds is een belangrijke factor dat het tijdig operationeel moet kunnen zijn om mensen te helpen. Daarom willen we de bestaande infrastructuur van TNE waar mogelijk benutten.
Vraag 3:
Kan het sneller als dat z'n privaatrechtelijke status behoudt?
Antwoord op vraag 3:
Het kost meer voorbereidingstijd om het fonds door een publieke uitvoerder te laten uitvoeren. Daarom onderzoeken we wat er van de bestaande infrastructuur van TNE kan worden benut.
Vraag 4:
Als dat voor de herfst al open kan, zijn er dan ook kansen om huishoudens met terugwerkende kracht te steunen voor de maanden in 2026 waarin het fonds nog niet open was? Zo nee, waarom niet? En wat betekent dat dan voor mensen thuis?
Antwoord op vraag 4:
Het kabinet zet alles op alles om de komende winter een noodfonds energie operationeel te kunnen hebben. Dat is al een grote uitdaging. Uitkeren met terugwerkende kracht maakt de opgave alleen maar complexer, daar kies ik nu niet voor. Voor mensen die nu hulp nodig hebben met hun energierekening heeft het kabinet € 30 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten.1 Gemeenten kunnen deze huishoudens aanvullende ondersteuning bieden, onder meer bij de besparing van energie. Besparing en verduurzaming kan de energierekening structureel drukken en huishoudens weerbaarder maken tegen toekomstige prijsstijgingen. Om huishoudens proactief te benaderen kunnen gemeenten contactgegevens opvragen bij Stichting TNE; huishoudens die in 2025 een aanvraag hebben gedaan bij TNE konden hiervoor toestemming geven. Met TNE heb ik afgesproken dat deze gegevensdeling tot oktober wordt voorgezet.
Vraag 5:
Kunt u toezeggen dat deze keer alle huishoudens die het nodig hebben, ook daadwerkelijk geholpen kunnen gaan worden?
Antwoord op vraag 5:
Voor het noodfonds energie waaraan we nu werken, zal gelden dat alle huishoudens die voldoen aan de criteria en een aanvraag doen, daadwerkelijk een tegemoetkoming kunnen ontvangen. We willen voorkomen dat mensen die recht hebben achter het net vissen of zich zorgen moeten maken over deze mogelijkheid.
Vraag 6:
Heeft de Minister al duidelijk wat de doelgroep wordt?
Antwoord op vraag 6:
Het noodfonds energie wordt ingericht om ondersteuning te bieden aan die huishoudens die vanwege hun energiekosten financieel in de meest kwetsbare situaties zitten. Over de doelgroep en de criteria waarmee deze zal worden afgebakend, moet nog worden besloten. Ik zal uw Kamer in juni nader informeren over de beoogde doelgroep.
Vraag 7:
Is [het kabinet] bereid toe te zeggen dat een aanvraag bij het noodfonds eigenlijk hand in hand gaat met ondersteuning voor verduurzamen en structurele maatregelen nemen om je energierekening te verlagen?
Antwoord op vraag 7:
De structurele oplossing voor energiearmoede is verduurzaming. Daar zet dit kabinet dan ook op in. In de voorbereiding van het noodfonds energie voor de komende winter zoeken we uit of het mogelijk is de koppeling met verduurzaming te leggen.
Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 599↩︎