Uitvoering van de motie van het lid Flach c.s. over de versobering van de KIA niet door laten gaan en het tarief van de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk verlagen (Kamerstuk 36933-30) en de motie van de leden Eerdmans en Wilders over de vrachtwagenheffing uitstellen tot 1 januari 2027 (Kamerstuk 36933-4)
Noodpakket energie, mobiliteit en economie
Brief regering
Nummer: 2026D24200, datum: 2026-05-22, bijgewerkt: 2026-08-06 15:54, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36933-37).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Goedkeurend beleidsbesluit tijdelijke verlaging tarieven Wet vrachtwagenheffing
- Beslisnota bij Kamerbrief over uitvoering van de motie van het lid Flach c.s. over de versobering van de KIA niet door laten gaan en het tarief van de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk verlagen (Kamerstuk 36933-30) en de motie van de leden Eerdmans en Wilders over de vrachtwagenheffing uitstellen tot 1 januari 2027 (Kamerstuk 36933-4)
Onderdeel van kamerstukdossier 36933 -37 Noodpakket energie, mobiliteit en economie.
Onderdeel van zaak 2026Z10693:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-23 16:30 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-06-03 10:15 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat Strategische keuzes bereikbaarheid op dinsdag 23 juni 2026. (Besluit)
- 2026-05-26 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-26 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-03 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-06-23 16:30: Strategische keuzes bereikbaarheid (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 933 Noodpakket energie, mobiliteit en economie
Nr. 37 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2026
Op 23 april jl. heeft de Kamer twee moties aangenomen die betrekking hebben op de vrachtwagenheffing, die per 1 juli a.s. van start gaat. Het betreft de motie-Flach c.s.1 en de motie-Eerdmans/Wilders2. De motie-Flach c.s. verzoekt de regering de tarieven van de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk te verlagen. De motie-Eerdmans/Wilders verzoekt de regering de start van de vrachtwagenheffing uit te stellen tot 1 januari 2027. Bij de appreciatie van deze laatste motie is met de indieners afgestemd dat deze motie door het kabinet wordt geïnterpreteerd als de motie-Flach c.s., namelijk als een verzoek tot een zo snel mogelijke verlaging van de tarieven van de vrachtwagenheffing tot aan 2027. Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over een tijdelijke tariefverlaging van de vrachtwagenheffing ter grootte van 22,3%, die geldt van 1 september 2026 tot en met 31 december 2026. Hiermee worden de moties als afgedaan beschouwd.
Goedkeurend beleidsbesluit
De vrachtwagenheffing is een heffing als bedoeld in artikel 104 van de Grondwet. Deze heffing dient in een wet in formele zin te worden vastgelegd. Gelet op de acute omstandigheden en het belang om de maatregel op korte termijn effect te laten hebben, is gekozen voor het vaststellen van een zogeheten goedkeurend beleidsbesluit. Met dit besluit wordt, vooruitlopend op een wijziging van de wet en in afwijking van de in de wet vastgestelde tarieven, goedkeuring verleend om tijdelijk lagere tarieven toe te passen voor de vrachtwagenheffing. De wijziging van de tarieven, die terugwerkende kracht zal krijgen tot 1 september 2026, wordt opgenomen in het Belastingplan 2027 en doorloopt daarmee het reguliere wetgevingstraject.
Voor de afweging of het aanvaardbaar is om een goedkeurend beleidsbesluit te nemen, wordt uitgegaan van het daarvoor door de Staatssecretaris van Financiën vastgestelde afwegingskader.3 In het bijgevoegde besluit is dit nader gemotiveerd.
Ingangsdatum tariefverlaging
Gelet op voornoemde moties wordt de tariefverlaging van de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk ingevoerd. De snelst mogelijke inwerkingtreding van de tariefverlaging is 1 september 2026. Dit omdat een tariefverlaging moet worden verwerkt in de (ICT-)systemen van zowel vervoerders als toldienstaanbieders (die een cruciale rol vervullen bij de uitvoering van de vrachtwagenheffing). Dat vergt zorgvuldige voorbereiding en is aan termijnen gebonden. Voor toldienstaanbieders is deze termijn contractueel vastgesteld op drie maanden. Verder is het gewenst om een tariefwijziging op de eerste dag van een maand te laten plaatsvinden. De tijdelijke tariefverlaging geldt daarmee voor een periode van vier maanden (1 september 2026 tot en met 31 december 2026). Vanaf de start van de vrachtwagenheffing op 1 juli tot aan 1 september gelden de tarieven zoals opgenomen in de Wet vrachtwagenheffing.
Toelichting tariefverlaging
Het tarief van de vrachtwagenheffing bestaat uit drie (wettelijk vastgelegde) componenten, die afhankelijk zijn van het gewicht (maximummassa van de combinatie), de CO2-emissieklasse en de euro-emissieklasse van de vrachtwagen. Bij het verlagen van de tarieven is gekozen voor een eenvoudige en uitlegbare aanpassing, die ook kan rekenen op draagvlak van vervoerspartijen TLN, evofenedex en VERN. Met het besluit wordt geregeld dat alle tariefcomponenten met 22,3% worden verlaagd. Naar verwachting betalen alle houders van een vrachtwagen door de tariefverlaging gezamenlijk € 80 mln. minder vrachtwagenheffing. Op basis van de verwachte samenstelling van het wagenpark bedraagt het huidige gemiddelde tarief van de vrachtwagenheffing € 0,191 per gereden kilometer. Het gemiddelde tijdelijke totaaltarief in de periode 1 september tot en met 31 december 2026 bedraagt € 0,148 per gereden kilometer.
De dekking van de tijdelijke tariefverlaging komt uit een in voornoemde motie-Flach c.s. genoemde ondoelmatige regeling binnen de werkkostenregeling. In de Miljoenennota zal dit worden toegelicht. De verlaging van de tarieven heeft geen gevolgen voor de hoogte van de terugsluis en de bijbehorende subsidies voor de aanschaf van elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur. Dit vanwege het breed gedeelde belang van de elektrificatie van het wagenpark om de uitstoot van het wegvervoer te verminderen en de weerbaarheid van de vervoerssector te vergroten.
Tot slot
De Kamer wordt twee keer per jaar middels een voortgangsbrief geïnformeerd over de invoering van de vrachtwagenheffing. In de volgende voortgangsbrief, die naar verwachting begin juni wordt verstuurd, wordt verder ingegaan op de realisatie van de vrachtwagenheffing.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 30.↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 4.↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 1329.↩︎