Oprichting Stichting CariFoodFund
Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Brief regering
Nummer: 2026D24657, datum: 2026-05-26, bijgewerkt: 2026-05-27 13:35, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
- Privarapport Nulmeting Lokale Voedselproductie DEEL I
- Privarapport Nulmeting Lokale Voedselproductie DEEL II
- Beslisnota bij Kamerbrief over oprichting Stichting CariFoodFund
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 IV-60 Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z10873:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-27 14:05 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-27 14:05: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-10 13:00: Procedurevergadering Koninkrijksrelaties (Procedurevergadering), vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
Preview document (🔗 origineel)
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 60 Brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
Het vergroten van voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk is geen luxe, maar een noodzaak. De huidige afhankelijkheid van import maakt de eilanden kwetsbaar, terwijl kansen voor lokale productie en ondernemerschap nog onvoldoende worden benut. Daarom heeft het kabinet uw Kamer in februari jl. geïnformeerd over het voornemen tot oprichting van de stichting CariFoodFund, met als doel de voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk te versterken. Ook de Algemene Rekenkamer wijst in haar onderzoek naar strategische voorraden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba op het belang hiervan.1
Na de voorhangprocedure is er geen reactie van de Staten-Generaal ontvangen. Dit betekent dat de stichting kan worden opgericht.2 Dit zal naar verwachting voorafgaand aan het zomerreces gebeuren. De oprichting is een belangrijke stap in het versterken van de beschikbare voedselvoorziening op de eilanden. Ondernemers op de Caribische delen van het Koninkrijk kunnen straks leningen aanvragen voor projecten die bijdragen aan het vergroten van de voedselzekerheid op Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zoals benoemd in de Beleidsbrief Koninkrijksrelaties, wordt er zo gewerkt aan het versterken van economische weerbaarheid3, terwijl er tegelijkertijd kansen worden geboden voor startende en ervaren ondernemers binnen de agri-sector om bij te dragen aan de voedselzekerheid van hun eiland.
Concreet is voorstel het om de voedselzekerheid op de zes Caribische eilanden in het Koninkrijk te vergroten, middels inzet op twee pijlers.
De eerste pijler richt zich op het stimuleren van ondernemerschap, door middel van het oprichten van stichting CFF. Deze stichting zal een revolverend fonds opzetten waarin door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) 18 mln. euro aan kapitaal wordt gestort in de stichting.
De tweede pijler bestaat uit directe subsidies en bijdragen aan lokale overheden, gericht op het ondersteunen van (beleids)initiatieven op het gebied van voedselzekerheid. Voor deze pijler is 6 mln. euro gereserveerd vanuit het ministerie van BZK. Uitgangspunt hierbij is dat de middelen effectief worden ingezet ten gunste van de initiatieven voor het versterken van het voedselsysteem, waaronder lokale voedselproductie.
De oprichting van de stichting ziet enkel op de eerste pijler. Deze brief zal om die reden ingaan op de oprichting van stichting CariFoodFund.
Met deze brief ga ik daarnaast verder ik in op drie onderwerpen:
Carifoodfund: achtergrond, doelstelling en governance;
Nulmeting stand van zaken voedselzekerheid PRIVA;
Vervolgstappen
CariFoodFund: governance en doelstelling
Governance CariFoodFund
De stichting wordt opgericht met één directeur/bestuurder en een Raad van Toezicht met minimaal 3 leden. De stichting zal na oprichting de werving van de andere medewerkers in gang zetten. Ik verwacht dat de stichting op korte termijn kan starten met de werkzaamheden.
De stichting is onafhankelijk, wat betekent dat zij zelfstandig zal opereren op basis van samenwerkingsafspraken met het ministerie van BZK. Deze afspraken worden vastgelegd in een convenant. De financiële afspraken zijn vastgelegd in de statuten en worden bekrachtigd door een notaris.
Doelstelling
Tijdens het debat Bestaanszekerheid op 23 april jl. werd er gevraagd naar de nadere invulling van het voedselzekerheidsfonds. Naast de reeds omschreven doelstellig in de Kamerbrief van februari jl.4, acht ik het van belang dat het fonds ruimte biedt aan zowel bestaande kleinschalige ondernemers als nieuwe initiatieven. Dat betekent dat er allereerst goed aangesloten moet worden bij de schaal en de grootte van de zes eilanden en het fonds rekening moet houden met de huidige kleinschalige ondernemers. Tegelijkertijd is het, mede met het oog op het revolverende karakter van het fonds, van belang dat er ook ruimte is voor grotere en meer kapitaalkrachtige initiatieven die kunnen bijdragen aan een gezond financieel rendement en daarmee aan de continuïteit van het fonds op de langere termijn. Ik beschouw hiermee dan ook de toezegging als afgedaan.5
Het revolverende aspect van het fonds wordt gestimuleerd door samen te werken met private financiers, zoals banken en pensioenfondsen. Hierdoor wordt het beschikbare budget vergroot en tegelijkertijd gezorgd voor een innovatieve en langdurige inzet van de middelen. Financiële instellingen op zowel de Caribische delen van het Koninkrijk als in Europees Nederland kunnen investeren in het fonds via leningen.
Denk hierbij aan de werkwijze van het Nationaal Restauratiefonds, waarbij door een combinatie van publieke middelen met private financiering rente- en aflossingsstromen opnieuw kunnen worden ingezet voor nieuwe projecten investeringen.
Hiermee worden ondernemerschap en private initiatieven die bijdragen het versterken van het voedselsysteem, zoals voedselproductie, op de eilanden gestimuleerd.
Nulmeting stand van zaken voedselzekerheid PRIVA
Om de doelmatigheid van stichting CariFoodFund en de bijdragen vanuit de publieke pijler te monitoren, is er voor het eerst een nulmeting uitgevoerd naar de stand van de voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk. Dit is enerzijds een belangrijke stap om een objectief overzicht te krijgen in de voedselproductie, maar ook om inzicht te krijgen in de diversiteit van productie, de distributiekanalen en voorraden in de keten. Het rapport van onderzoeksbureau PRIVA is als bijlage toegevoegd bij deze brief.
In de nulmeting is de lokale voedsel productie per eiland geïnventariseerd, de bijdrage van deze productie aan de voedselvoorziening en binnen welke fysieke randvoorwaarden deze productie plaatsvindt. Tegelijkertijd signaleert PRIVA dat de informatie over commerciële producenten nog beperkt is. Soms is niet alle data in detail beschikbaar om productie nauwkeurig te kunnen volgen of worden producten opgeleverd door informele productie. Ook laten de eilanden geen uniform productieprofiel zien, de resultaten lopen dan ook uiteen. Om die reden zijn de datasets ook voorafgaand aan de vaststelling van het onderzoek gedeeld met de eilanden en is deze input verwerkt. In samenspraak, en met dank aan de input van de eilanden, is er een goede start gemaakt naar de stand van de voedselzekerheid. Er ligt een mooie uitdaging voor de zes eilanden, de stichting en de betrokken departementen om in gezamenlijkheid deze data verder te actualiseren, te concretiseren en/of uit te breiden. De data zullen op reguliere momenten geactualiseerd worden en gedeeld met uw Kamer.
Conform motie Ceder6 en Ceder-Vermeer7 zal ik Bonaire actief blijven ondersteunen bij het verhogen van de voedselproductie. Momenteel is de zelfvoorziening op Bonaire gemeten op 8,25%. De stichting zal middels het fonds investeringen voor lokale ondernemers mogelijk maken. Daarnaast wordt €0,75 miljoen beschikbaar gesteld aan het openbaar lichaam Bonaire voor randvoorwaardelijke initiatieven, denk bijvoorbeeld infrastructuur, die nodig zijn voor voedselzekerheid. De mogelijkheden om importzekerheid verder te versterken worden meegenomen in de economische ontwikkelstrategieën voor Bonaire.
Daarnaast verkennen zowel Aruba, Curaçao en Bonaire, als Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba gezamenlijk verdere samenwerking op het gebied van import- en alternatieve handelsroutes. Uw Kamer wordt middels Kamerbrieven over voedselzekerheid periodiek geïnformeerd over de voortgang op het verhogen van de voedselproductie. Hiermee beschouw ik beide moties dan ook als afgedaan.
Vervolgstappen
Ten slotte organiseert de gezamenlijke koepelorganisatie Dutch Caribbean Agriculture, Livestock & Fisheries Alliance (DCALFA), eind mei op Sint Maarten opnieuw een werkconferentie over voedselzekerheid. Tijdens deze conferentie wordt onder meer gesproken over regionale samenwerking, handel en logistiek, geopolitieke ontwikkelingen en de verdere uitwerking van stichting CariFoodFund.
Ik kijk ernaar uit om samen met de zes eilanden, de stichting CariFoodFund en betrokken departementen verder te werken aan het versterken van voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Algemene Rekenkamer, Geen vangnet voor Caribisch Nederland – gebrek aan strategische voorraden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12 mei 2026.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 IV, nr. 45.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 IV, nr. 56.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 IV, nr. 45.↩︎
Commissiedebat Bestaanszekerheid Caribisch Nederland d.d. 23 april 2026. TZ202604-169.↩︎
Kamerstukken ll, vergaderjaar 2024/25, 36 600 IV, nr. 61.↩︎
Kamerstukken ll, vergaderjaar 2025/26, 29 653, nr. 70.↩︎