[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Update gasleveringszekerheid Q2 2026

Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Brief regering

Nummer: 2026D25607, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-06-08 13:06, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29023 -664 Voorzienings- en leveringszekerheid energie.

Onderdeel van zaak 2026Z11262:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Nr. 664 Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juni 2026

Het kabinet monitort voortdurend de ontwikkelingen op de gasmarkt en de gasleveringszekerheid en houdt de Kamer hiervan op de hoogte. Nu de winter ten einde is, informeert het kabinet met deze reguliere update hoe Nederland ervoor staat wat betreft de gasleveringszekerheid.

In deze brief gaat het kabinet achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen:

  1. Update over de huidige geopolitieke situatie en de impact op de gasmarkt;

  2. Actueel beeld van de gasleveringszekerheid en de situatie op de gasmarkt;

  3. Update over lopende maatregelen om de gasleveringszekerheid te borgen;

  4. Update over lopende wetgevingstrajecten;

  5. Status crisisplannen energie;

  6. Update over de gasopslagen en een noodvoorraad.

Met deze brief geeft het kabinet ook invulling aan de motie van het lid Teunissen1 over afbouw van de Nederlandse afhankelijkheid van olie en gas uit de Verenigde Staten en aan de toezegging aan het lid Vermeer uit het debat over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor Nederland van 25 maart jl. over speculatie.

Huidige geopolitieke situatie en impact op de gasmarkt

Crisis Midden-Oosten en impact op Europese gasmarkt

Sinds de start van het conflict in Iran op 28 februari 2026 zijn de gasprijzen gestegen. In meerdere brieven (d.d. 21 april 2026 en 16 maart 2026) is het kabinet ingegaan op de impact van dit conflict op de gasmarkt2. Er is toegelicht dat prijzen zijn gestegen, maar dat er geen zorgen zijn om een fysiek tekort aan gas. Dat geldt ook op het moment van schrijven van deze brief.

Deze komende periode worden voorbereidingen getroffen voor het volgende winterseizoen. Gasleveranciers hebben verplichtingen om te leveren in de winter en kiezen zelf hoe ze dat doen, bijvoorbeeld via import via LNG terminals, import via pijpleidingen of gebruik van gasopslagen. Zij moeten ook bij een zeer koude periode, een periode met uitzonderlijk hoge vraag of bij uitval van een installatie in staat zijn om hun afnemers te beleveren. Het kan nodig zijn om daar gasopslagen voor te benutten. De gasprijzen zijn momenteel hoger dan de verwachte prijs komende winter, waardoor sprake is van een negatieve zomer/winterspread. Deze spread dient om de kosten van opslag te dekken en een winst te behalen. Door deze negatieve spread wordt door marktpartijen vooralsnog nauwelijks gas in de opslagen gestopt. Naast deze rol van marktpartijen heb ik EBN Capital B.V. (hierna: EBN) instemming en subsidie verleend om maximaal 80 TWh gas op te slaan indien de markt dat onvoldoende doet. De rol van EBN moet dus worden gezien als een aanvullende zekerheid, maar komt niet in de plaats van de verantwoordelijkheid van leveranciers.

EBN is gestart met de invulling van deze rol door het injecteren van gas in de opslagen Norg en Bergermeer. Ik heb EBN de ruimte gegeven om ook met enig negatief handelsresultaat te kunnen handelen. Momenteel is deze ruimte voldoende om maximaal 80 TWh te kunnen vullen. De verwachting is dat het opslaan van gas komend seizoen duurder zal uitpakken dan in eerdere jaren. De kosten die EBN maakt voor het opslaan van gas in de gasopslagen zullen uiteindelijk doorberekend worden aan de Nederlandse gasgebruikers. Ik houd komende maanden regelmatig contact met EBN over de uitvoering van de vulstrategie. Daarbij zoek ik samen met EBN de balans tussen het borgen van de leveringszekerheid voor volgende winter, het beperken van marktverstoring, en kosten zo laag mogelijk houden. Er is in totaal 993 miljoen euro subsidiebudget beschikbaar voor de taak van EBN dit jaar.

Handhaven huidig crisisniveau

Sinds juni 2022 geldt in Nederland het eerste niveau van gascrisis: het niveau van vroegtijdige waarschuwing. De gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten geven nog geen aanleiding om op te schalen naar een hoger crisisniveau. Handhaving van dit crisisniveau betekent dat het kabinet de gasmarkt nauwlettend in de gaten blijft houden, zoals ook de afgelopen periode gedaan is. Ook blijft Gasunie Transport Services (GTS) het kabinet doorlopend informeren over de gasleveringszekerheidssituatie in Nederland, zoals sinds juni 2022 het geval is.

Strategisch gasbeleid

De huidige verstoringen in het wereldwijde aanbod van gas benadrukken het belang van handelingsopties voor de overheid om de leveringszekerheid van gas te verstevigen. Zoals gevraagd in de motie Grinwis c.s.3 werkt het kabinet aan strategisch gasbeleid, waaronder aan een afwegingskader om de wenselijkheid van verschillende overheidsinterventies in de gasmarkt te beoordelen. Het kabinet zal vóór de zomer van 2026 de Tweede Kamer informeren over de stand van zaken en de eerste uitkomsten van dit traject. In dit traject worden ook externe adviezen meegenomen, zoals het door CE Delft in opdracht van Energie-Nederland in november 2025 uitgebrachte advies om strategische kussengasvoorraden aan te houden en de visie van GTS op een robuuste Europese aardgasvoorziening en mogelijke overheidsinterventies die het kabinet kan overwegen4. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft aan PwC opdracht gegeven om een raamwerk op te zetten voor een maatschappelijke kosten-batenanalyse ten aanzien van verschillende overheidsinterventies in de gasmarkt. Dit onderzoek zal ook meegestuurd worden naar de Kamer.

Actueel beeld gasleveringszekerheid en gasmarkt

De gasleveringszekerheid is in de winter van 2025-2026 geborgd gebleven. Er was sprake van veel toevoer van LNG en er is meer uit de seizoensopslagen geproduceerd dan in vorige jaren. De winter is afgesloten met een vulgraad van 5,15% op 31 maart. Deze lagere vulgraad dan vorige jaren is onder andere veroorzaakt doordat het voor marktpartijen die gas hadden opgeslagen financieel aantrekkelijker was om dat gas in de afgelopen winter aan hun afnemers te leveren in plaats van gas in te kopen op de handelsplaats en dat aan hun afnemers te leveren. Een andere oorzaak was het beëindigen van de operationele activiteiten van GasTerra De opslagen Norg en Grijpskerk werden sinds jaar en dag exclusief door GasTerra gebruikt, maar GasTerra eindigt haar operationele activiteiten dit jaar. Daardoor moesten de opslagen leeg worden opgeleverd op 1 april 2026. Hierover heeft het kabinet de Kamer in september 2025 geïnformeerd5.

Speculatie

Het lid Vermeer vroeg of de minister in kan gaan op speculatie die er de afgelopen periode is geweest en hoe ze dat gaat voorkomen. In eerdere beantwoording van Kamervragen van de heer Bontenbal6 is beschreven dat op financiële markten derivaten (contracten), zoals futures en opties, met als onderliggende waarde aardgas (gasderivaten) worden verhandeld. De activiteit van financiële ondernemingen op de gasmarkt is bevorderlijk voor de marktwerking, doordat zij liquiditeit bieden en marktpartijen daarmee de mogelijkheid bieden risico’s af te dekken.

Naast de financiële markt bestaat er ook een fysieke markt, waar gas wordt verhandeld met als primair doel fysieke levering. Dit is bijvoorbeeld vaak het geval op de spotmarkt. De financiële en fysieke markt zijn nauw met elkaar verbonden, zo kunnen futures uiteindelijk ook tot fysieke levering leiden. Marktpartijen, zoals handelaren, zullen vloeibaar of gasvormig aardgas op de fysieke markt kopen, (laten) transporteren naar en verkopen op de handelsplaats waar hoogste prijs betaald wordt, mits deze volumes niet vooraf zijn gecontracteerd onder korte- of langetermijncontracten. Deze handel is toegestaan: de prijzen op de verschillende handelsplaatsen binnen en buiten Europa geven namelijk aan hoeveel marktpartijen aldaar bereid zijn voor gas te betalen. Dit proces is een onderdeel van de normale marktwerking op de gasmarkt.

Net zoals op andere (commodity) markten nemen partijen op de gasmarkt posities in, gebaseerd op hun eigen omstandigheden (zoals de eigen productie en verplichtingen naar de klanten), inschattingen van toekomstige marktonwikkelingen en om risico’s af te dekken. Alle deelnemers op de gasmarkt moeten zich wel aan regels houden, waar de ACM en de AFM in Nederland als toezichthouder, ook in samenwerking met andere Europese toezichthouders, op toezien. Ondanks de gestegen prijzen blijft de gasmarkt functioneren. De ACM en AFM blijven, samen met andere buitenlandse toezichthouders, scherp toezien op de transparantie, integriteit en de robuustheid van de handel op de gasmarkt, waaronder op handelsplatformen. Het is niet bekend of de ACM en/of AFM onderzoeken doen naar marktpartijen voor overtredingen van de regels op de gasmarkt sinds de sluiting van de Straat van Hormuz omdat zij geen uitspraken doen over lopende onderzoeken vanwege het vertrouwelijke karakter en het onderzoeksbelang.

Maatregelen om de gasleveringszekerheid te borgen

Gaswinning

Aardgas blijft nog geruime tijd een belangrijke rol spelen als transitiebrandstof. Gaswinning uit de kleine velden, zowel op land als op zee, draagt bij aan de gasleveringszekerheid van Nederland. De winning uit deze velden bedroeg in 2025 8,84 bcm7, waarvan ongeveer twee derde afkomstig van de gasvelden op zee en een derde uit de kleine velden op land. Omdat Nederland de komende jaren nog gas nodig heeft, heeft mijn ambtsvoorganger samen met de sector en EBN op 23 april 2025 het “Sectorakkoord Gaswinning in de Energietransitie”8 gesloten. De aanvullende afspraken voor gaswinning op land, die onderdeel uitmaken van dit sectorakkoord, zijn op 16 januari jl. met de Kamer gedeeld9. Hiermee spant het kabinet zich in om, binnen het bestaande sectorakkoord, nieuwe gaswinning op de Noordzee en uit kleine velden op land zodanig te faciliteren, dat Nederland de afhankelijkheid van gasimport zo veel mogelijk beperkt. Alle kleine velden dragen daaraan bij. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de mate van de gaswinning de vraag niet zal overstijgen, zoals ook is vastgelegd in het Noordzeeakkoord.


LNG-importcapaciteit

Om de Nederlandse gasvoorziening ook in de toekomst te kunnen garanderen, is een betrouwbare en diverse import van gas essentieel. Circa de helft van de import van gas naar Nederland komt aan in de vorm van LNG. circa de helft van de import. Daarom werkt het kabinet actief aan het borgen van voldoende LNG-importcapaciteit. Er zijn meerdere opties voor het verlengen of uitbreiden van LNG-importcapaciteit zoals hieronder verder toegelicht.

In de Kamerbrief Gasleveringszekerheid van 30 september 202510 bent u geïnformeerd over de uitbreiding van de grootste LNG-terminal van Nederland: de Gate terminal in Rotterdam. Vanaf oktober 2026 wordt de vaste doorvoercapaciteit van deze terminal vergroot, van 12 naar 16 bcm per jaar. De werkzaamheden hiervoor verlopen volgens schema. Daarnaast biedt Gate terminal 4 bcm per jaar aan als niet-vaste doorvoercapaciteit (totale capaciteit dus 20 bcm per jaar). Onlangs heeft de Gate terminal bekend gemaakt dat de volledige vaste capaciteit, waaronder ook de capaciteit van deze uitbreiding, tot 1 oktober 2039 is uitverkocht11. Alle niet-vaste capaciteit is geboekt tot oktober 2036.

Daarnaast werken Gasunie en Vopak gezamenlijk aan het langer in bedrijf houden van de Eems Energy Terminal (EET). De huidige tijdelijke terminal heeft een operationele horizon tot september 2027. Met het voornemen tot verlenging zou de terminal tot 1 november 2036 beschikbaar blijven en een maximale importcapaciteit van 8,6 bcm hebben. GTS heeft in haar overzicht leveringszekerheid voor het gasjaar 2026-202712 aangegeven dat een verlenging van de exploitatie van de EET wenselijk is vanuit gasleveringszekerheid. Gegeven het belang voor leveringszekerheid en de complexiteit van het verlengingstraject, waaronder de benodigde vergunningen en het commerciële proces, ondersteunt het ministerie van EZK dit project actief, om daarmee tijdige realisatie en continuïteit veilig te stellen. Tegelijk met deze brief krijgt uw kamer het toetsingskader aangeboden voor een garantie op de verlenging van de EET terminal. In de bijbehorende kamerbrief wordt toegelicht waarom de garantie nodig is, wat de risico's zijn en hoe het kabinet hiermee omgaat.

Er loopt ook een initiatief voor een nieuwe LNG-terminal in Zeeland van VTTI B.V. en Höegh Evi, genaamd Zeeland Energy Terminal (ZET). De terminal is gepland voor opening in de tweede helft van 2029. Met de terminal willen de initiatiefnemers LNG-volumes importeren voor eindgebruikers in zowel Nederland als andere omliggende Europese landen. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het initiatief is in april vastgesteld en gepubliceerd. Hierin wordt toegelicht dat binnen de haven van Vlissingen Oost momenteel wordt gewerkt aan een nadere verkenning van de mogelijke aanlandingslocatie. Het vergunningsproces zal naar verwachting worden afgerond in de eerste helft van 2027. Het project is inmiddels gestart met het commerciële traject. De eerste ontvangen expressions of interest laten een substantiële marktinteresse zien13. In de komende periode zal, parallel aan de besluitvorming, verdere technische uitwerking plaatsvinden en worden Terminal User Agreements met de markt voorbereid.

LNG-afhankelijkheid

Nederland blijft ook de komende jaren afhankelijk van aardgas en de import ervan, waaronder LNG uit de Verenigde Staten. Dit neemt niet weg dat het kabinet inzet op het verminderen van die afhankelijkheid, zoals verwoord in de motie Teunissen van 12 maart jl. waarin het “verzoekt […] om de mogelijkheden voor het afbouwen van de Nederlandse afhankelijkheid van olie en gas uit de Verenigde Staten en de opbouw van schone energie in kaart te brengen, waarbij energiebesparing in de mogelijkheden wordt meegenomen”14. Het kabinet doet dit door te investeren in energiebesparing en opschaling van duurzame energieproductie, optimalisatie van eigen productie – zoals uiteengezet in het ‘Sectorakkoord Gaswinning in de Energietransitie’ van 23 april jl. – en het faciliteren van een geografisch zo divers mogelijke import van energie. Meer details over dit pad en de samenhang van de verschillende onderdelen volgt in de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) dat uiterlijk met Prinsjesdag aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. Met het recente pakket aan maatregelen naar aanleiding van de situatie in het Midden-Oosten heeft het kabinet extra geld ter beschikking gesteld voor energiebesparing en elektrificatie15.

Vuldoelstelling gasopslagen

Voor komende winter heb ik een nationaal vuldoel van 115 TWh op 1 november 2026 vastgesteld16. Dit is gebaseerd op het overzicht leveringszekerheid van GTS. Deze vulgraad – in combinatie met overige infrastructuur, zoals LNG-importcapaciteit – zou volgens GTS voldoende moeten zijn om een koude winter (de koudste winter van de afgelopen 30 jaar), ook bij een uitval van de grootste bron van volume gedurende de winter (import via de GATE-terminal) of de grootste bron van capaciteit (gasopslag Norg) van 30 dagen zonder tekorten door te komen. Hierbij wordt uitgegaan van gelijkblijvend gebruik.

De vulopgave voor het aankomende vulseizoen is groter dan in eerdere jaren, omdat de vulgraad op 1 april lager was dan in eerdere jaren. Zoals ook in de brief17 aangegeven is het ook bij hogere gasprijzen mogelijk om voldoende LNG aan te trekken om de gasopslagen te vullen.

De Europese Commissie heeft eind maart de lidstaten opgeroepen om zoveel gebruik te maken van alle mogelijkheden die de EU-opslagbepalingen kennen om de vuldoelstelling die voor winter 2026-27 volgt uit deze bepalingen zo flexibel mogelijk te realiseren. Hierbij gaat het om een 10%-punt verlaging van het vuldoel en het oprekken van de periode waarbinnen de vuldoelstelling moet worden gehaald tot 1 december 2026. Dit om te voorkomen dat de gasprijs in de zomer erg omhoog wordt gestuwd doordat op een krappe markt grote volumes worden ingekocht voor het vullen van de gasopslagen. De oproep om gebruik te maken van de 10%-punt verlaging indien nodig is in het AccelarateEU plan van 22 april 2026 herhaald. Het Europese vuldoel voor Nederland is 74%. Nederland heeft aangegeven het voorstel van de Commissie te verwelkomen, maar vooralsnog geen noodzaak te zien om hiervan gebruik te maken. Ik houd de situatie de komende zomer in de gaten en zal ook de maatschappelijke kosten van het vullen meewegen bij een afweging ten aanzien van de vuldoelstelling. De Commissie heeft in AccelarateEU ook aangekondigd een grotere coördinerende rol op zich te nemen ten aanzien van het vullen van de gasopslagen dit vulseizoen.

Noodvoorraad

Ik heb EBN voor het opslagjaar 2026/27 instemming en subsidie verleend om te starten met het aanleggen van een tijdelijke noodvoorraad van ca. 5 TWh in PGI Alkmaar. In de kamerbrief van april 202518 is uiteengezet dat voor de term ‘noodvoorraad’ is gekozen om te benadrukken dat deze voorraad alleen mag worden ingezet in situaties met fysieke tekorten en wanneer er in lijn met Verordening (EU) 2017/193819 een noodsituatie is uitgeroepen. Een dergelijke voorraad mag niet gebruikt worden om bijvoorbeeld de gasprijs te dempen. In deze EU verordening wordt dit ‘strategische opslag’ genoemd.20 Omdat er ook externe adviezen zijn om, naar analogie met de strategische voorraden voor olie, deze voorraden ruimer in te kunnen zetten heeft mijn voorganger gekozen om de functie van de term ’strategische opslag’ te expliciteren met de term ‘noodvoorraad’. Hiermee wordt dus hetzelfde bedoeld als met het begrip strategische opslag zoals gedefinieerd in de EU verordening. Deze omvang van de noodvoorraad geeft tijd voor het zorgvuldig voorbereiden van het afschakelen van niet-beschermde afnemers, maar beoogt dus geen prijs- of langdurig volume effect.

Er is budget voor het aanhouden van een noodvoorraad tot april 2032. Dat betekent niet dat hierna géén noodvoorraad meer beschikbaar is. Te zijner tijd wordt nut en noodzaak van voortzetting van een noodvoorraad gewogen en wordt gekeken naar de aanvullende middelen die daarvoor dan nodig zijn21. Er is aangekondigd dat de kosten voor de tijdelijke noodvoorraad worden verhaald middels een heffing. Deze heffing moet worden geregeld in het voorstel voor de Wet bestrijden energieleveringscrisis. Zie verderop in deze brief voor de stand van zaken rondom dit voorstel.

Ik start graag een dialoog in Europa over Europese coördinatie van strategische opslagen om de weerbaarheid van de Europese gasmarkt in zijn geheel te versterken. Hierbij zou de kostendeling tussen lidstaten expliciet op de agenda moeten staan. Een moment dat zich hiervoor leent is tijdens de aankomende herziening van de verordening gasleveringszekerheid. Het voorstel van de Commissie wordt in de tweede helft van dit jaar verwacht. De komende tijd zal het kabinet zich beraden op hoe dit het beste vorm kan worden gegeven. Het kabinet zal op de gebruikelijke wijze ook in een BNC-fiche een appreciatie geven van het Commissievoorstel. De Kamer is hier ook reeds over geïnformeerd in de beantwoording van de SO-vragen voor afgelopen informele Energieraad22. Verder zal ik in de brief over strategisch gasbeleid (zie eerder in deze brief) nader in worden gegaan op de kabinetsvisie op strategische gasopslag.

Vulseizoen 27/28

Bij de voorjaarsnota 2026 heeft het kabinet middelen beschikbaar gesteld voor de situatie waarin marktpartijen in het opslagjaar 2027/2028 de gasopslagen niet of te weinig vullen. Het betreft zowel een subsidie voor uitvoeringskosten als een subsidie in de vorm van een lening. De omvang van de beschikbare subsidie is gebaseerd op het opslagjaar 2026/2027 waarin EBN instemming en subsidie heeft gekregen om maximaal 80 TWh op te slaan indien de markt dat niet voldoende doet. Het kabinet zal, mede gebaseerd op het overzicht leveringszekerheid van GTS, dit najaar een nationaal vuldoel voor 2027/2028 bepalen en mede aan de hand daarvan ook besluiten over een instemming en subsidie voor EBN. Hierbij is ook van belang in hoeverre het voor marktpartijen en/of EBN mogelijk is om gas op te slaan in Norg en Grijpskerk. De afspraak over toegang tot Norg voor EBN geldt in principe voor één opslagjaar23. Primair blijft het de verantwoordelijkheid van marktpartijen zelf om voldoende gas op te slaan om te kunnen voldoen aan hun verkoop- en leveringsverplichtingen. Doen zij dit voldoende dan zullen voornoemde middelen niet (volledig) gebruikt worden. Door het tijdig beschikbaar maken van middelen zijn we echter zo goed mogelijk voorbereid op een scenario waarin gasopslagen niet voldoende gevuld worden.

Wetgevingstrajecten

Voorstel voor de Wet bestrijden energieleveringscrisis (Wbe)

Het voorstel voor de Wbe ligt bij de Autoriteit Persoonsgegevens voor advisering. Het voornemen is dat het voorstel uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 wordt aangeboden aan de Afdeling Advisering van de Raad van State. Het voornemen is dat het voorstel in 2027 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden voor behandeling.

REPowerEU

Op 2 december 2025 hebben de Europese Raad en het Europese Parlement een politiek akkoord bereikt over de REPowerEU verordening.24 Deze is op 3 maart 2026 in werking getreden. Daarmee is de import van aardgas uit de Russische Federatie in de Europese Unie vanaf 18 maart 2026 in beginsel verboden. In Nederland wordt geen pijpleidinggas uit Rusland geïmporteerd. Wel komen er in Nederland tijdelijk nog boten met LNG uit Rusland aan als onderdeel van aflopende leveringen binnen bestaande contracten. Tot 1 januari 2027 is er nog een overgangsperiode waarin een vrijstelling bestaat voor de invoer van Russisch LNG onder langlopende contracten (looptijd langer dan 1 jaar) die zijn gesloten vóór 17 juni 2025. Effectief geldt het algehele verbod op de import van Russisch LNG dus, in overeenstemming met het 19e sanctiepakket25, vanaf 1 januari 2027. Vanaf die datum mag er geen Russisch LNG meer de Unie en dus ook Nederland worden ingevoerd.

Van de LNG die in Nederland werd ingevoerd, kwam in 2025 ongeveer 9% uit Rusland. In het totale Nederlandse gasaanbod had dat Russische gas een aandeel van ongeveer 3,7%. Op grond van de REPowerEU verordening moesten lidstaten uiterlijk op 1 maart 2025 een nationaal diversificatieplan opstellen en indienen bij de Europese Commissie waarin wordt aangegeven hoe de weggevallen Russische importen worden opgevangen. Nederland heeft daarin aangegeven dat het aan de betreffende marktpartijen is om te bepalen op welke wijze zij willen voorzien in de vervanging van hun import uit de Russische Federatie. Dit kan door de import van LNG uit andere productielanden en/of door de import via pijpleidingen.

Verder is in dat plan beschreven dat de Nederlandse overheid qua beleid en besluitvorming een faciliterende rol speelt in het beschikbaar komen van voldoende importcapaciteit en toegang tot deze capaciteit als randvoorwaarde voor een divers importportfolio. Daarnaast zet de Nederlandse overheid zich via energiediplomatie doorlopend in om contractvorming tussen marktpartijen en (leveranciers uit) betrouwbare partnerlanden te faciliteren.

In het komende half jaar zal de aandacht uitgaan naar het vullen van de gasopslagen voor de winter van 2026/2027 en het aanleggen van de hierboven geschetste noodvoorraad van ca. 5 TWh in de PGI Alkmaar. Tegelijkertijd treft het kabinet al maatregelen voor de periode daarna, op het gebied van gasopslagen, LNG en wetgeving. Voor de zomer zal het Kabinet een kamerbrief over strategisch gasbeleid publiceren. Het kabinet houdt tevens de ontwikkelingen in het Midden-Oosten nauwlettend in de gaten en de impact die dit heeft op de gasprijzen.

De minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven - Van der Meer


  1. Kamerstukken II 2025/26, 21501-20, nr. 2365.↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/2026, 36933 nr. 1 en Kamerstukken II 2025/26, 23432, nr. 666.↩︎

  3. Kamerstukken II 2024/25, 29023, nr. 574.↩︎

  4. GTS, Een robuuste Europese aardgasvoorziening - Maatregelen om weerbaar te zijn tegen een

    langdurige verstoring van de aardgaslevering - Een visie van Gasunie Transport Services (GTS), 11 maart 2026.↩︎

  5. Kamerstukken II, 2025/26, 29023, nr. 594.↩︎

  6. Aanhangsel Handelingen II 2022/23, nr. 982.↩︎

  7. CBS-Statline Aardgasbalans; aanbod en verbruik: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86103NED/table. Voorlopige cijfers april 2026.↩︎

  8. Kamerstukken II 2025/26, 33529, nr. 1293.↩︎

  9. Kamerstukken II 2025/26, 33529, nr.1368.↩︎

  10. Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 596.↩︎

  11. https://www.gateterminal.com/en/commercial/capaciteit/.↩︎

  12. Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 596.↩︎

  13. https://zeelandenergyterminal.com/open-season/.↩︎

  14. Kamerstukken II 2024/25, 23432, nr. 643.↩︎

  15. Kamerstukken II 2025/2026, 36933, nr. 1↩︎

  16. Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 596.↩︎

  17. Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 641.↩︎

  18. Kamerstukken II 2024/2025, 29023, nr. 563.↩︎

  19. Artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid.↩︎

  20. Artikel 2, onderdeel 29, jo artikel 11, eerste lid, onderdeel c, jo Bijlage VIII van de Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid.↩︎

  21. Kamerstukken II 2024/25, 29023, nr. 591.↩︎

  22. Kamerstukken II 2025/2026, 21501-33, nr. 1200.↩︎

  23. Zie brief van 2 april met een update over de actuele status rondom Norg en Grijpskerk. Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 641.↩︎

  24. Verordening (EU) 2026/261 inzake de uitfasering van de invoer van Russisch aardgas en de voorbereiding van de uitfasering van de invoer van Russische olie, de verbetering van de monitoring van potentiële

    energieafhankelijkheid, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1938.↩︎

  25. Verordening (EU) 2025/2033 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar de aanleiding van de acties die de situatie in Oekraïne destabiliseren.↩︎