[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Coenradie over 'De Blauwe Haven'

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D25901, datum: 2026-05-29, bijgewerkt: 2026-06-01 08:35, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z07915:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2073

2026Z07915

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 29 mei 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1825

Vraag 1

Bent u bekend met recente mediaberichten over grensoverschrijdend gedrag binnen politieonderdeel De Blauwe Haven, waaruit blijkt dat meerdere medewerkers zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan ongewenst gedrag richting (vrouwelijke) collega’s?

Antwoord op vraag 1

Ja, ik ben bekend met eerdere berichtgeving, meest recentelijk in september 2025.

Vraag 2

Klopt het dat er eerder melding is gemaakt van ten minste meerdere slachtoffers binnen de politieorganisatie? Wat is op dit moment het totaal aantal bekende meldingen en slachtoffers binnen dit dossier?

Antwoord op vraag 2

De Blauwe Haven is ontstaan uit een bundeling van projecten in de Eenheid Rotterdam, om politiemedewerkers met mentale overbelasting zoals PTSS en burn-out te helpen bij hun herstel.

De politie heeft mij laten weten dat het eerste signaal de korpsleiding heeft bereikt in juni 2024. Dit signaal was ernstig maar nog onvoldoende concreet

In de daaropvolgende periode is om aanvullende informatie verzocht en is het signaal nader geduid. Daaropvolgend is de korpschef geïnformeerd. De korpschef heeft vervolgens direct opdracht gegeven tot een intern oriënterend onderzoek, uitgevoerd door het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO).

Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zijn drie disciplinaire individuele onderzoeken gestart naar mogelijk plichtverzuim. Het eerste disciplinaire onderzoek is afgerond en de betrokken medewerker is door de organisatie ontslagen. Verder heeft de korpsleiding mij laten weten dat de andere twee onderzoeken eveneens zijn afgerond. Aan de betrokken medewerkers zijn disciplinaire maatregelen opgelegd (bij voorlopig besluit). Over het exacte aantal meldingen kan ik, vanwege privacybelangen en het lopende onderzoek, geen uitspraken doen.

Vraag 3

Herkent u de signalen dat het daadwerkelijke aantal slachtoffers hoger ligt dan tot nu toe publiekelijk bekend is gemaakt? Zo ja, wat is uw reactie hierop? Zo nee, waarop baseert u dat?

Antwoord op vraag 3

Ik vind het van groot belang dat medewerkers zich gehoord en veilig voelen en dat de politie zich maximaal blijft inzetten om met mogelijke melders in contact te komen.

De korpsleiding heeft mij laten weten dat het onderzoeksteam van het LTIO in de afgelopen maanden heeft gesproken met tientallen mensen, zowel melders als getuigen. Tijdens het onderzoek bereikten het team signalen dat sommige mensen mogelijk terughoudend waren om een officiële verklaring af te leggen. Om een completer beeld te krijgen van wat zich bij de Blauwe Haven heeft afgespeeld is door de korpsleiding gezocht naar extra mogelijkheden om mensen te laten verklaren op een door hen comfortabele manier. Hierbij is ook anoniem melden mogelijk gemaakt, via een zogenoemde geheimhouder. Deze geheimhouder bekijkt samen met de melder of onder bepaalde voorwaarden een formele verklaring (op naam) kan worden afgelegd. Dat laatste is nodig om de verklaring in het onderzoek te kunnen opnemen. De korpsleiding heeft mij laten weten dat zich enkele personen bij de geheimhouder hebben gemeld, waarop met hen een gesprek is gevoerd.

Vraag 4

Kunt u aangeven op welke wijze slachtoffers binnen de politieorganisatie momenteel worden ondersteund, en of u van mening bent dat deze ondersteuning toereikend is?

Antwoord op vraag 4

De korpsleiding heeft mij laten weten dat direct bij de start van het onderzoek de onderzochte medewerkers met buitengewoon verlof zijn gestuurd. Daarnaast is er een extra leidinggevende aan het team toegevoegd met als belangrijkste taak om het vertrouwen en rust te herstellen in het team.

De politie werkt hard aan het creëren van een veilige meldomgeving, onder meer via de direct leidinggevende, vertrouwenspersonen, diverse meldkanalen en extra begeleiding van betrokkenen. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met signalen van terughoudendheid en angst. Tot slot biedt de politie aan de getroffen medewerkers extra zorg en ondersteuning door medewerkers van het team Veilig en Gezond werken (VGW) en specialisten uit de bedrijfshulpverlening. Dit betreft onder andere geestelijk verzorgers, bedrijfsmaatschappelijk werkers en een korpspsychologen.

Vraag 5

Klopt het dat het lopende onderzoek zich momenteel richt op slechts een beperkt aantal (circa twee) medewerkers? Zo ja, waarom is ervoor gekozen om het onderzoek in eerste instantie tot deze groep te beperken?

Antwoord op vraag 5

Het onderzoeksteam heeft in de eerste fase van het oriënterend onderzoek getracht om een completer beeld te krijgen van wat zich bij de Blauwe Haven afspeelde. Zoals ook aangegeven in mijn antwoord op vraag 3 zijn (voormalig) medewerkers op diverse manieren opgeroepen om hun verhaal te doen op een voor hen comfortabele manier. Hierbij is ook anoniem melden mogelijk gemaakt, via een zogenoemde geheimhouder. Bij de geheimhouder hebben zich enkele personen gemeld, waarop met hen een gesprek is gevoerd.

De korpsleiding heeft mij laten weten dat op basis van de beschikbare informatie die voldoende concreet was om nader te onderzoeken, er drie disciplinaire individuele onderzoeken zijn gestart naar mogelijk plichtsverzuim. Het eerste disciplinaire onderzoek is afgerond en de betrokken medewerker is door de organisatie ontslagen. De andere twee onderzoeken zijn eveneens afgerond. Aan de betrokken medewerkers zijn disciplinaire maatregelen opgelegd (bij voorlopig besluit).

De politie geeft aan dat dit niet betekent dat het onderzoek zich per definitie heeft beperkt tot deze personen. Ook kan nieuwe informatie aanleiding geven om het onderzoek uit te breiden.

Vraag 6

Deelt u de opvatting dat, gezien de ernst van de signalen en het mogelijke grotere aantal betrokkenen, een breder en diepgaander onderzoek noodzakelijk is om alle misstanden binnen deze eenheid boven tafel te krijgen? Zo ja, hoe gaat u dit vormgeven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 6

Ik ben het met u eens dat signalen van grensoverschrijdend gedrag volledig en zorgvuldig onderzocht moeten worden.

Het instellen van en de wijze van onderzoek doen dient steeds te worden bezien in relatie tot aard, omvang en ernst van de signalen. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek naar de Blauwe Haven te waarborgen heeft de politie deze ondergebracht bij het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO). Het LTIO is een gespecialiseerd team dat zich richt op eenheidsoverstijgende onderzoeken met betrekking tot integriteitsschendingen. Het LTIO heeft als doel om de integriteit binnen de politieorganisatie door het onderzoeken van interne misstanden te waarborgen en het voert gespecialiseerde onderzoeken uit bij complexe integriteitskwesties. Hierbij staat zij, waar relevant, in nauw contact met het Openbaar Ministerie.

De korpsleiding heeft mij laten weten dat het onderzoeksteam in de eerste fase van het oriënterend onderzoek vooral heeft getracht om een completer beeld te krijgen van wat zich bij de Blauwe Haven afspeelde. Vervolgens hebben de bevindingen geleid tot drie individuele onderzoeken gericht op medewerkers waarbij het vermoeden was van plichtsverzuim. Voor het overige verwijs ik u naar mijn antwoorden op vraag 2, 3 en 5.

Vraag 7

Zijn bij u signalen bekend dat de korpschef, Janny Knol, reeds eerder op de hoogte was van (een deel van) deze meldingen? Zo ja, sinds wanneer? Welke acties zijn naar aanleiding daarvan ondernomen? Acht u dit handelen adequaat?

Vraag 8

Hoe beoordeelt u de informatiepositie van de korpsleiding in dit dossier? Zijn er aanwijzingen dat signalen onvoldoende zijn opgepakt of intern zijn gebleven?

Antwoord op de vragen 7 en 8

De politie heeft mij laten weten dat het eerste signaal de korpsleiding heeft bereikt in juni 2024. Dit signaal was ernstig maar nog onvoldoende concreet. In de daaropvolgende periode is om aanvullende informatie verzocht en is het signaal nader geduid. Daaropvolgend is de korpschef geïnformeerd. De korpschef heeft vervolgens direct opdracht gegeven tot een intern oriënterend onderzoek, uitgevoerd door het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO).

Ik heb begrepen dat direct bij de start van het onderzoek de onderzochte medewerkers met buitengewoon verlof zijn gestuurd. Daarnaast is er een extra leidinggevende aan het team toegevoegd met als belangrijkste taak om het vertrouwen en rust te herstellen in het team.

Om een completer beeld te krijgen van wat zich bij de Blauwe Haven heeft afgespeeld, sprak het LTIO in de afgelopen maanden met tientallen mensen, zowel met melders als getuigen. Hierbij is door het onderzoeksteam gezocht naar extra mogelijkheden om mensen te laten verklaren op een door hen als comfortabel ervaren manier. Dit uitgebreid oriënterend onderzoek heeft vervolgens geleid tot drie disciplinaire onderzoeken. Het eerste disciplinaire onderzoek is afgerond en de betrokken medewerker is door de organisatie ontslagen. De andere twee onderzoeken zijn eveneens afgerond. Aan de betrokken medewerkers zijn disciplinaire maatregelen opgelegd (bij voorlopig besluit).

Vraag 9

Kunt u toelichten waarom ervoor is gekozen om het onderzoek niet volledig onafhankelijk extern te laten uitvoeren, maar (deels) binnen of in opdracht van de politieorganisatie zelf plaatsvindt?

Vraag 10

Deelt u de mening dat, gezien de aard van de beschuldigingen en de mogelijke cultuurproblemen binnen de organisatie, een volledig onafhankelijk onderzoek noodzakelijk is om vertrouwen van slachtoffers en de samenleving te waarborgen? Zo ja, bent u bereid alsnog een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen, bijvoorbeeld door de Rijksrecherche? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 9 en 10

Volgens de gebruikelijke procedure worden meldingen die duiden op een vermoeden van plichtsverzuim allereerst intern door de organisatie onderzocht door middel van een disciplinair onderzoek.1 In geval van het vermoeden van strafbare feiten wordt dit onderzoek geleid door het Openbaar Ministerie.

De korpsleiding heeft mij laten weten dat de wijze van onderzoek doen altijd wordt bezien in relatie tot aard, omvang en ernst van de signalen. Gelet op de ernst van de meldingen bij de Blauwe Haven en de omvang van het oriënterend onderzoek, is door de korpsleiding besloten om het onderzoek te laten doen door het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO). Het LTIO is een gespecialiseerd team dat zich richt op eenheidsoverschrijdende onderzoeken, vaak met betrekking tot integriteitsschendingen. Het LTIO heeft als doel om de integriteit binnen de politieorganisatie door het onderzoeken van interne misstanden te waarborgen en het voert gespecialiseerde onderzoeken uit bij complexe integriteitskwesties. Hierbij staat zij, waar relevant in geval van strafbare feiten, in nauw contact met het Openbaar Ministerie. Ik heb geen redenen om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van het onderzoek, zoals thans wordt uitgevoerd door het LTIO.

Vraag 11

Op welke wijze wordt momenteel geborgd dat slachtoffers en betrokkenen zich veilig voelen om zich te melden, mede gezien signalen van angst en terughoudendheid?

Vraag 12

Wat gaat u concreet doen om ervoor te zorgen dat alle (mogelijke) slachtoffers en getuigen zich anoniem, veilig en laagdrempelig kunnen melden, bijvoorbeeld via onafhankelijke meldpunten buiten de politieorganisatie?

Vraag 13

Bent u bereid aanvullende maatregelen te treffen om drempels voor melden weg te nemen, zoals:

  • het actief benaderen van (oud-)medewerkers van De Blauwe Haven,

  • het inschakelen van een onafhankelijk extern meldpunt,

  • het garanderen van anonimiteit en bescherming tegen repercussies, en

  • het bieden van onafhankelijke vertrouwenspersonen buiten de politiehiërarchie?

Antwoord op vragen 11 t/m 13

De korpsleiding heeft mij verzekerd dat er sinds de start van het onderzoek veel maatregelen zijn genomen om de veiligheid en rust in het team te herstellen. Zo zijn de onderzochte medewerkers met buitengewoon verlof gestuurd en is er een extra leidinggevende aan het team toegevoegd met als belangrijkste taak om het vertrouwen en rust te herstellen in het team. Ook is door de organisatie meteen gezocht naar extra mogelijkheden om mensen te laten verklaren op een door hen als comfortabel ervaren manier, zoals door gebruik te maken van de eerdergenoemde geheimhouder.

De politie werkt hard aan het creëren van een veilige werkomgeving. Hiervoor heeft het een uitgebreid lokettenlandschap met onder meer, een stelsel van vertrouwenspersonen, diverse meldpunten en de ombudsfunctionaris politie. Om het landschap te vereenvoudigen is het Sociaal Loket opgericht in 2023 dat fungeert als centraal aanspreekpunt bij vragen en meldingen, die vervolgens worden doorgeleid naar het juiste loket in de organisatie.

Vraag 14

Hoe wordt geborgd dat meldingen die alsnog binnenkomen ook daadwerkelijk worden betrokken bij het lopende onderzoek en niet buiten beschouwing blijven vanwege de huidige afbakening van het onderzoek?

Antwoord op vraag 14

Het uitgangspunt is en blijft dat elke melding serieus wordt genomen en op elke overschrijding van de norm een reactie volgt. Ik vind het belangrijk dat drempels voor melden zo laag mogelijk zijn. De omvang van het onderzoek wordt bepaald op basis van feiten, meldingen en onderzoeksbevindingen. Als nieuwe signalen daartoe aanleiding geven, kan het onderzoek worden uitgebreid.

Vraag 15

Welke stappen gaat u zetten om te voorkomen dat dergelijke situaties zich in de toekomst opnieuw voordoen binnen de politieorganisatie?

Antwoord op vraag 15

Grensoverschrijdend gedrag past niet binnen de politieorganisatie en moet daarom consequent worden aangepakt. Binnen de politieorganisatie, maar ook in de maatschappij, is er terecht veel aandacht voor het tegengaan van ongewenst gedrag waaronder uitsluiting, pestgedrag, seksueel overschrijdend gedrag en discriminatie en racisme. Binnen de politie wordt daarom ingezet op versterking van sociale veiligheid, leiderschapsontwikkeling, het bevorderen van het melden van misstanden. Daarbij horen onder meer trainingen en gesprekken, een duidelijke normstelling in geval van ongewenst gedrag, een verbeterde opvolging van signalen en het versterken van vertrouwensstructuren. Ik spreek regelmatig met de korpsleiding over dit belangrijke thema en ik zal dit blijven doen.


  1. Protocol voor onderzoek in disciplinaire zaken politie, 2024↩︎