[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de conferentie in Santa Marta en het Fossil Fuel Treaty Initiative

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D26487, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-02 11:59, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z08078:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2105

2026Z08078

Antwoord van minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 1 juni 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1865


1
Kunt u schetsen hoe de inbreng voor de routekaart eruit zal zien, aangezien u in de brief aan de Kamer (Kamerstuk 31 793, nr 299) stelt dat Colombia en Nederland een constructieve impuls willen geven aan de ontwikkeling van een routekaart voor de transitie weg van fossiele brandstoffen, zoals aangekondigd door het Braziliaanse voorzitterschap van COP30?

Antwoord

De Nederlandse inbreng voor de Routekaart van het Braziliaanse COP30 voorzitterschap is onderdeel van de EU-inbreng.1 Daarnaast was het COP30-voorzitterschap aanwezig bij de conferentie in Colombia, om enerzijds de Braziliaanse plannen voor de Routekaart toe te lichten, en anderzijds uit de discussies mee te nemen wat voor het verdere proces van de Routekaart nuttig kan zijn. Colombia en Nederland zijn gevraagd om het eindrapport met de samenvatting van alle discussies formeel aan hen te overhandigen. Dit zal plaatsvinden tijdens de London Climate Action Week eind juni. Verder zullen Nederland en Colombia de resultaten van de conferentie ook overhandigen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

2

Verwacht u concrete tijdslijnen voor uitfasering van de verschillende fossiele brandstoffen in te brengen, waar de koploperlanden zich aan moeten committeren?

Antwoord

Nee. Zoals met uw Kamer gewisseld in aanloop naar de conferentie, is er in Santa Marta niet onderhandeld over nieuwe afspraken, maar is de focus bewust gelegd op uitvoering van bestaande afspraken.

3

Wat bedoelt u met bredere terugkoppeling van de conferentie aan het COP-voorzitterschap? Welke andere terugkoppelingen gaat u doen naast de inbreng voor de roadmap, en met welke intentie?

Antwoord

Er namen 57 landen deel aan de conferentie. Deze groep vertegenwoordigt een derde van het mondiale fossiele energieverbruik en een vijfde van de mondiale productie van fossiele brandstoffen. Nederland en Colombia zullen nu de uitkomsten van de conferentie met zoveel mogelijk landen en betrokkenen delen. De inzet is daarbij om te laten zien wat landen op nationaal niveau en gezamenlijk al kunnen doen om de transitie weg van fossiele brandstoffen te realiseren en te versnellen. In dit kader zullen de uitkomsten onder meer worden aangeboden aan het COP30-voorzitterschap en aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, António Guterres. Vanzelfsprekend ben ik ook in gesprek met het COP31-voorzitterschap om te bespreken hoe we de uitkomsten van de conferentie tijdens COP31 het best onder de aandacht kunnen brengen. Hierover heb ik tijdens de Copenhagen Climate Ministerial constructieve gesprekken gevoerd met de verantwoordelijk ministers van beide inkomende voorzitters, Turkije en Australië.

4

Worden de uitkomsten van de Santa Marta conferentie door Nederland meegenomen in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) dat uiterlijk rond Prinsjesdag 2026 naar de Kamer komt?

Antwoord

Ja, de uitkomsten van de Santa Marta conferentie worden in de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) meegenomen.

5

Erkent u dat voor een geloofwaardige inzet op de conferentie in Santa Marta, een stevige nationale inzet vereist is, aangezien in de brief wordt verwezen naar het Uitfaseerplan fossiele brandstofsubsidies; in dit uitfaseerplan staat: “Vanwege de demissionaire status van dit kabinet is een verdere afbouw van fossiele brandstofsubsidies dan reeds aangekondigd aan een volgend kabinet.”?

Antwoord

De conferentie kende geen inhoudelijke onderhandelingen omtrent nationale inzet. Bovendien had Nederland als covoorzitter de verantwoordelijkheid voor het geheel van de conferentie, niet alleen de eigen inbreng. Maar uiteraard is ook gedurende de conferentie de Nederlandse inzet op de uitfasering van fossiele brandstofsubsidies stevig neergezet. Daarbij heeft Nederland aangegeven hoe het kabinet jaarlijks via de Miljoenennota transparantie over eigen fossiele subsidies geeft. Ook is gerefereerd naar de keuze voor structurele maatregelen in tijden van energiecrisis om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder af te bouwen. Ten slotte onderstreept het Nederlands voorzitterschap van de Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives Including Subsidies (COFFIS) de Nederlandse internationale inzet op uitfasering van en transparantie over fossiele brandstofsubsidies. Het kabinet heeft zich op de conferentie in Santa Marta wederom hard gemaakt voor deelname aan deze coalitie en het committeren aan de doelen die COFFIS nastreeft.

6

Wanneer komt u met plannen voor verdere afbouw van fossiele subsidies in Nederland?

Antwoord

Nederland werkt aan een routekaart voor de verantwoorde afbouw van fossiel, in de vorm van de Actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem. Deze Actualisatie wordt dit jaar nog gepubliceerd met een onderdeel over de verantwoorde afbouw van fossiel. De afbouw van fossiele brandstoffen moet hand in hand gaan met de afbouw van fossiele brandstofsubsidies. Het kabinet zet voornamelijk in op uitfasering van deze subsidies in EU-verband. Het belangrijkste onderdeel hiervan is de inzet op een sterk EU-ETS. De herziening van het EU-ETS die dit jaar loopt is hierbij cruciaal.2

Nederland pleit onder andere voor uitbreiding van het EU-ETS naar andere sectoren, waaronder afvalverbrandingsinstallaties en kleine zeeschepen. Ook blijft het kabinet zich inzetten voor verbeterde transparantie over fossiele subsidies op EU-niveau, onder meer door hier nadrukkelijk aandacht voor te vragen bij de herziening van de Europese governance-verordening.3 Nederland heeft daartoe een consultatiereactie ingediend met aanbevelingen om de methode voor de monitoring en rapportage van fossiele regelingen te verbeteren.4 Hierbij is het voor Nederland belangrijk dat het totaal van heffingen en subsidies in kaart wordt gebracht, net zoals Nederland in de Miljoenennota doet; daarnaast wordt – in aansluiting op de Nederlandse inzet en die van de EU-werkgroep onder COFFIS – gepleit voor een Europese aanpak omtrent uitfasering. Juist tijdens de energiecrisis is een gecoördineerde aanpak nog belangrijker vanwege het zoveel mogelijk behouden en creëren van een gelijk speelveld. Voor Nederland is het daarbij belangrijk dat maatregelen die kunnen leiden tot fossiele brandstofsubsidies van tijdelijke aard zijn en de transitie naar een klimaatneutrale economie niet ondermijnen.

7

Wat is uw inzet op het agendapunt ISDS tijdens de conferentie in Santa Marta, gezien de internationaal steeds sterker wordende roep om het huidige ISDS-systeem te hervormen?

Antwoord

Het investeerder-staatgeschillenbeslechtingsmechanisme (Investor-State Dispute Settlement, ISDS)5 was één van de onderwerpen die landen gedurende de conferentie ter tafel brachten. Nederland is al langere tijd voorstander is van een hervorming van het ISDS-mechanisme en zet in op een modernisering van het systeem op zowel nationaal-, Europees- als multilateraal niveau. Zo vormt de Nederlandse Modeltekst Investeringsbeschermingsovereenkomsten6, die een gemoderniseerde vorm van ISDS bevat, de onderhandelingsinzet van Nederland bij bilaterale onderhandelingen hierover. In deze Modeltekst zijn bijvoorbeeld verschillende bepalingen over duurzame ontwikkeling opgenomen, waaronder een bepaling die voorziet in een herbevestiging van de plichten voorvloeiend uit multilaterale overeenkomsten op het gebied van milieubescherming, zoals de Overeenkomst van Parijs.

8

Bent u bereid om, samen met Colombia en andere gelijkgezinde staten, te verkennen of een internationale coalitie kan worden gevormd gericht op de gezamenlijke afbouw van ISDS?

Antwoord

Nederland is voorstander van de hervorming van het ISDS-systeem, in plaats van afbouw. Dat doen we, naast modernisering op nationaal niveau, ook in internationaal verband, zowel op Europees als op multilateraal niveau (VN en OESO), in nauwe samenwerking met gelijkgestemde landen.

9

Kunt u daarnaast toezeggen om op korte termijn - mede vanwege de energiecrisis - de prikkels in kaart te brengen die op dit moment het gebruik van fossiele brandstoffen stimuleren; en daarbij naast prijsprikkels (fossiele subsidies en productkortingen) ook reclame, sponsoring en influencers mee te nemen?

Antwoord

Dit doet het kabinet reeds jaarlijks in de Miljoenennota; ook zijn ze weergegeven in het Uitfaseerplan fossiele brandstofsubsidies. Ten aanzien van reclame en sponsoring verwijs ik naar een eerdere beantwoording van Kamervragen door mijn voorganger van 24 april 2025.7 In algemene zin geldt dat reclame, waaronder sponsoring en influencers, onder toezicht staat van de Reclame Code Commissie en/of het Commissariaat voor de Media. Er bestaat momenteel geen eensluidende, breed gedeelde en ook juridisch geaccepteerde definitie van fossiele reclame. Dit geldt eveneens voor overige prikkels in de vraag. Een separate inventarisatie is tot slot inhoudelijk complex door de kort-cyclische aard van reclameboodschappen.

10

Wat is uw standpunt ten aanzien van verantwoord desinvesteren uit fossiele brandstofactiva?

Antwoord

De huidige geopolitieke ontwikkelingen maken duidelijk dat disrupties van internationale waardeketens voor fossiele brandstoffen en olieproducten nog altijd veel invloed hebben op energie- en mobiliteitsprijzen, die doorwerken in onze economie. Daarom zet dit kabinet zich in voor een divers aanbod van energie en grondstoffen en een afbouw van de vraag naar fossiele brandstoffen, door over te stappen op schone energie. Alleen als de vraag substantieel daalt, zal de prikkel tot productie van fossiele brandstoffen en bijbehorende investeringen afnemen. In lijn met de daarover gesloten sectorakkoorden zal het kabinet op gecontroleerde wijze en in lijn met het afnemen van de vraag afbouwen, zonder echter in de tussentijd de importafhankelijkheid te laten oplopen.

11

Bent u bekend met het Fossil Fuel Treaty Initiative8?

Antwoord

Ik ben hier mee bekend.

12

Deelt u de opvatting dat het niet ondertekenen van de Treaty de geloofwaardigheid van Nederland als organisator van de conferentie ondermijnt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee, die opvatting deel ik niet. Voor de conferentie zijn landen uitgenodigd die actief werken aan hun transitie weg van fossiele brandstoffen. Dat waren landen die de Treaty steunen, maar ook landen die lid zijn van andere internationale coalities en initiatieven, zoals de Beyond Oil and Gas Alliance (BOGA), het Clean Energy Transition Partnership (CETP) en onze eigen coalitie gericht op het uitfaseren van fossiele subsidies, COFFIS. Verschillende landen zijn lid van een of meerdere coalities, maar niet van allemaal en dat is voor de geloofwaardigheid van de conferentie ook niet nodig gebleken. De deelnemende landen zijn uitgenodigd op basis van onder meer hun bereidheid om op constructieve wijze te praten over de transitie weg van fossiele brandstoffen.

13

Bent u bereid dit initiatief te ondertekenen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn kunt u tot ondertekening overgaan?

Antwoord

Nederland deelt hetzelfde doel als dit initiatief – een wereld zonder fossiele brandstoffen – maar ziet een verschillend pad daar naartoe. De bestaande afspraken in het VN-klimaatverdrag en de Overeenkomst van Parijs bieden samen met verschillende (multilaterale) fora en overlegorganen voor Nederland op dit moment voldoende houvast om toe te werken naar een klimaatneutrale toekomst waarin we de langetermijn opwarming van de aarde beperken tot 1.5°C - inclusief het uitfaseren van fossiele brandstoffen.

14

Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan de conferentie in Santa Marta op 24 april?

Antwoord

Vanwege de voorbereidingen van de conferentie is het niet mogelijk gebleken de vragen voor 24 april te beantwoorden.


  1. https://unfccc.int/sites/default/files/resource/Draft EU submission_BR_TAFF_Roadmap_0804.pdf↩︎

  2. Kamerstuk 22 112, nr. 4250.↩︎

  3. Kamerstuk 32813, nr. 1425↩︎

  4. https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/16034-Update-of-the-governance-of-the-Energy-Union-and-climate-action/F33382698_en↩︎

  5. Investeringsbeschermingsovereenkomsten (IBO’s), waarvan ISDS deel kan uitmaken, hebben als doel investeringen van de investeerder van de ene verdragspartij op het grondgebied van de andere verdragspartij bescherming te bieden ter aanvulling op de bescherming die voortvloeit uit nationale wetten en regelingen van de verdragspartijen. Het gaat hierbij om basisstandaarden van goed bestuur, zoals wij die ook in het nationale recht kennen. Dit vergroot de rechtszekerheid en draagt bij aan een aantrekkelijk investeringsklimaat, ook voor groene investeringen.↩︎

  6. Kamerstuk 34952 nr. 32↩︎

  7. Kamerstuk 2025Z05844.↩︎

  8. https://www.fossilfueltreaty.org/↩︎