Conferentie Colombia over de transitie weg van fossiele brandstoffen
Internationale klimaatafspraken
Brief regering
Nummer: 2026D15341, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-02 09:50, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 31793 -299 Internationale klimaatafspraken .
Onderdeel van zaak 2026Z06808:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-07 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Van 24 tot en met 29 april vindt in Santa Marta, Colombia, de eerste internationale conferentie plaats over de afbouw van fossiele brandstoffen1. Tijdens de afgelopen klimaatconferentie van de Verenigde Naties (VN) in Belém, COP30, hebben Nederland en Colombia aangekondigd deze conferentie samen te organiseren om uitvoering te geven aan de eerder tijdens COP28 gemaakte afspraak dat landen dit decennium versneld toewerken naar een transitie weg van fossiele brandstoffen.2
De huidige geopolitieke situatie laat zien dat het verminderen van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen hard nodig is. De grote prijsvolatiliteit en hoge prijzen voor fossiele energie leiden tot onzekerheid en onverwachte kosten voor huishoudens en bedrijven. Landen met een hoger aandeel hernieuwbare energie zijn beter bestand tegen dergelijke schokken. Door verwevenheid van fossiele brandstoffen in de wereldwijde economie en de huidige energiemix is de afbouw van fossiel echter geen gemakkelijke opgave. Hoewel de economische logica van de transitie naar schone energie duidelijk is, kent de realisatie allerlei obstakels.
Daarom is het belangrijk dat we een grote groep landen samenbrengen om over oplossingen te spreken en om te bezien hoe zij elkaar kunnen helpen in de uitvoering, ook via verdere internationale samenwerking. In deze brief zal ik nader ingaan op de opzet en inhoud van de conferentie, de inzet van Nederland, het proces tot nu toe en op de beoogde uitkomsten van de ministeriële bijeenkomst op 28 en 29 april.
Aanleiding
Om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5C hebben landen eind 2023 geconcludeerd dat het nodig is om versneld weg te bewegen van fossiele brandstoffen in energiesystemen en om te stoppen met inefficiënte fossiele subsidies.3 Tijdens de afgelopen VN-klimaatconferentie, COP30, riep een grote groep landen op om hiertoe een wereldwijde routekaart af te spreken, waarmee de uitvoering van deze afspraak richting zou krijgen. In Belém bleek het echter nog niet mogelijk om wereldwijde consensus te vinden. De conferentie in Santa Marta biedt de aanwezige groep landen een kans om desondanks door te werken aan concrete oplossingen voor de afbouw van fossiele brandstoffen.
Opzet en inhoud van de conferentie
Gedurende in totaal zes dagen zullen diverse belanghebbenden en landen samenkomen om hun oplossingen te delen en toe te werken naar nieuwe plannen om deze te realiseren. Voor de conferentie zijn landen uitgenodigd die aan hebben gegeven actief met de afbouw van fossiele brandstoffen aan de slag te willen gaan. Daarnaast wordt gestreefd naar een gebalanceerde afvaardiging, en een totaal aantal deelnemers dat ministers in staat stelt de nodige verdiepende gesprekken te kunnen voeren. Op dit moment worden circa vijftig landen verwacht.
De conferentie is gestructureerd rond drie thema’s die essentieel zijn voor het versnellen van de afbouw. Ten eerste, het verminderen van economische afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, door landen concreet te ondersteunen bij het verbreden van hun economische basis en het versterken van toekomstbestendige sectoren. Ten tweede, het hervormen van de vraag en het aanbod van deze brandstoffen, waaronder het afbouwen van financiële prikkels voor fossiele brandstoffen en het bevorderen van duurzame alternatieven. Ten derde, het versterken van internationale samenwerking en multilateralisme op dit onderwerp, met oog voor effectieve klimaatdiplomatie en gezamenlijke oplossingen. Tijdens het ministeriële deel op 28 en 29 april vinden verdiepende gesprekken plaats tussen landen en stakeholders op deze thema’s. Door uitdagingen en best practices te delen, wordt van elkaars ervaring geleerd en de transitie versterkt.
De conferentie is nadrukkelijk geen vervanging van de jaarlijkse VN-klimaatconferenties (COP). Wel biedt het een aanvullend platform gericht op concrete stappen om de wereldwijde afbouw van fossiele brandstoffen te helpen versnellen. Colombia en Nederland willen daarnaast een constructieve impuls geven aan de ontwikkeling van een routekaart voor de transitie weg van fossiele brandstoffen, zoals aangekondigd door het Braziliaanse voorzitterschap van COP30. Het voorzitterschap is aanwezig in Santa Marta en ontvangt na afloop van de conferentie zowel de officiële samenvatting van de besprekingen als de inbreng voor de routekaart. Zo zorgen we dat de uitkomsten van de conferentie goed worden ingebed in de ontwikkeling van deze routekaart. Hiermee geeft het kabinet ook uitvoering aan de motie van het lid Teunissen over het opnemen van de uitkomsten van de conferentie in Colombia in de Transitioning Away From Fossil Fuels Roadmap.4 Het kabinet zet ook in op bredere terugkoppeling van de conferentie aan het COP-voorzitterschap.
Inzet Nederland
Voor Nederland is deze conferentie belangrijk om mondiale partnerschappen voor de afbouw van fossiele brandstoffen op te zetten en te versterken. Een gelijk speelveld tussen landen is hierbij cruciaal, zodat gezamenlijk ambitieuze stappen kunnen worden gezet zonder grote concurrentienadelen en met oog voor internationale stabiliteit en samenwerking. Mondiale partnerschappen zijn ook belangrijk om als overheden gezamenlijk te sturen op een verantwoorde afbouw van fossiele brandstoffen. Dergelijke samenwerkingen en plannen vergroten de duidelijkheid over de transitie en dragen bij aan stabiliteit (en daardoor minder prijsvolatiliteit) in de mondiale fossiele brandstoffenmarkten. Hier hoort ook bij dat financieringsmogelijkheden worden gekoppeld aan de juiste initiatieven. Daarom besteedt de conferentie ook aandacht aan financieringsvraagstukken en de hiervoor bestaande of benodigde oplossingen, met name vanuit ontwikkelingsbanken.
Nederland richt zich daarnaast op een belangrijke sleutel voor de transitie; het uitfaseren van financiële prikkels voor fossiele brandstoffen. Nederland heeft tijdens COP28 een internationale coalitie gelanceerd voor landen die internationale toezeggingen willen omzetten in concrete actie (de COFFIS5 coalitie). Landen die aansluiten zeggen toe om een nationale inventaris en een uitfaseringsplan te publiceren. Nederland heeft deze inmiddels gepubliceerd.6
Tot slot wil Nederland op de conferentie laten zien wat nu al mogelijk is in de transitie weg van fossiele brandstoffen. Daarom richt Nederland zich op de praktische stappen die al gezet kunnen worden in het kader van het verantwoord afbouwen van fossiel, en de kennis die hierover kan worden uitgewisseld tussen landen. Op verantwoorde afbouw van fossiel in Nederland zal de actualisatie Nationaal Plan Energiesysteem in meer detail ingaan.
De weg naar de conferentie
De voorbereidingen voor de conferentie zijn in volle gang. Samen met Colombia is er een proces opgezet waarbij veel ruimte wordt geboden aan de inbreng en ideeën vanuit nationale en regionale overheden, wetenschappers, parlementariërs, maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven. Dit maakt de conferentie inclusief en oplossingsgericht: er is immers geen transitie zonder samenwerking tussen al deze betrokkenen. In de aanloop naar en tijdens de conferentie wordt dan ook op verschillende momenten een podium geboden aan ieder van deze betrokkenen. Zo is schriftelijke input opgehaald, worden er online dialogen gehouden en volgen er ter plaatse sessies waarin aan de deelnemers wordt gevraagd wat volgens hen de knelpunten en de oplossingen zijn in deze transitie. Ook parlementariërs uit diverse landen komen bijeen om te spreken over de rol van volksvertegenwoordigers bij deze opgave. De aandacht gaat hierbij onder meer uit naar de benodigde randvoorwaarden, bijvoorbeeld wet- en regelgeving, voor de uitvoering van concrete oplossingen. Bij de start van de ministeriële bijeenkomst rapporteren vertegenwoordigers van de stakeholdergroepen over hun ideeën. Ook voor parlementariërs is hier ruimte voor gereserveerd. Zo vormen hun adviezen en oplossingen de basis voor de gesprekken tijdens de ministeriële bijeenkomst.
Het vervolg
De focus in Santa Marta zal liggen op concreet implementeerbare oplossingen en samenwerkingsverbanden om deze uitvoering te versnellen. De conferentie levert daarom geen onderhandelde eindverklaring op. Als coalitie van doeners zullen de landen na Santa Marta verder werken aan hun eigen transitie en elkaar daarbij ondersteunen. Hierin zullen verschillende andere initiatieven met hetzelfde doel worden samengebracht. Tot slot dient de conferentie om wereldwijd te signaleren dat een grote groep landen met volle overtuiging doorwerkt aan de afbouw van fossiele brandstoffen. Een signaal dat juist nu van groot belang is, en dat ook helpt om het momentum van COP30 vast te houden.
Stientje van Veldhoven-van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
First Conference on Transitioning away from Fossil Fuels↩︎
Kamerstukken II 2025-2026, 31793, nr. 287↩︎
Kamerstukken II 2023-2024, 31793, nr. 256↩︎
Kamerstukken II 2025-2026, 31793, nr. 291↩︎
Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives Including Subsidies↩︎
Bijlage bij Kamerstukken II 2025-2026, 31793, nr. 285↩︎